16 Bijlage IXEbij AO Eisen aanleg riolering en drainage Haarlem dd 24-8-20
Tekst van het document
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort Definitief 24 augustus 2020
1.1 Algemene eisen 1.1.1 Riolering en drainage Haarlem en Zandvoort volgen voor het ontwerpproces van riolering/drainage stelsels de stappen die omschreven zijn in modules uit de Leidraad Riolering van Rioned. Bij de berekeningen dient, in overleg met afdeling BBOR, rekening te worden gehouden met de omgeving van het plangebied en (toekomstige) ingrepen in het rioleringsstelsel. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) en Basis rioleringsplannen (BRP) is weergegeven hoe de gemeente Haarlem en Zandvoort haar riolering/drainage taak in de komende jaren vorm geeft. Dit beleid is leidend voor de aanleg van riolering/drainage systemen. Met behulp van de in dit document genoemde ontwerp, functionele, proces- en technische- eisen kan een robuust riolering- en drainagestelsel worden ontworpen.
1.2 Proceseisen 1.2.1. Riolering en drainage Alle werkzaamheden die nodig zijn voor het realiseren van vervangingen en of uitbreidingen van drainage rioleringsstelsels inclusief eventuele bovenwijkse voorzieningen komen voor rekening van de ontwikkelaar/adviseur. De ontwikkelaar/adviseur wijst een aanspreekpunt met mandaat aan binnen haar organisatie. De door PCM aangewezen Procesmanager is het aanspreekpunt voor de ontwikkelaar/ adviseur. De gemeentelijke procesmanager bepaalt of er voor de start van de werken een Anterieure Overeenkomst wordt afgesloten tussen Ontwikkelaar en PCM/BBOR. De ontwikkelaar/adviseur maakt een project specifiek Programma Van Eisen op basis van het nationaal/gemeentelijk beleid, TPvE (APVE) en deze eisen, hij biedt dit PVE ter goedkeuring aan bij PCM/BBOR voordat er gestart wordt met het ontwerpproces. De ontwikkelaar c.q. zijn adviseur stelt een riool/drainage ontwerp op binnen de kaders van het vastgestelde rioolbeleid, waterbeleid (IWP), TPvE, (APVE) en deze eisen. Eventuele faseringen dienen uitgewerkt te worden in het ontwerp. Het doen van alle nodige onderzoeken en inventarisaties nodig om tot een tot een onderbouwd ontwerp te komen behoort tot de verplichting van de ontwikkelaar/adviseur. Een bemaling/geo/ hydrologisch/ funderingsadvies of eventueel saneringsplan maken onderdeel uit van het ontwerp, samen met een beheerkostenberekening.
Deze berekening geeft aan wat de kosten zijn voor het in stand houden van het riolering/drainagestelsel/watersysteem in het plangebied, gedurende haar gehele levensduur. Water compenserende maatregelen en lozingen op open water dienen in overleg en met goedkeuring van Rijnland meegenomen te worden, Rijnland is het bevoegd gezag voor het boezemwater in Haarlem en Zandvoort. Rioolontwerpen met alle onderzoeken en adviezen dienen voor rekening van de ontwikkelaar c.q. adviseur gecontroleerd te worden door Witteveen en Bos raadgevend ingenieurs. W&B beheert het rioolmodel voor de gemeente Haarlem en Zandvoort?.
Pagina 1 van 11
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort Drainage ontwerpen met alle onderzoeken en adviezen dienen voor rekening van de ontwikkelaar c.q. adviseur gecontroleerd te worden door Wareco, vestiging Amstelveen. Wareco beheert het grondwatermodel voor de gemeente Haarlem en Zandvoort. Als een ontwerp is goedgekeurd door Witteveen en Bos en Wareco dient de ontwikkelaar/ adviseur het ontwerp samen met de beheerkostenberekening voor te leggen aan de DDO-partner (is dagelijks beheerder) van de gemeente, deze beoordeelt de ontwerpen op functionele-, beheer- aspecten, kwaliteit en beheerskostenberekening en adviseert de gemeente hierover. Ontwerpen dienen na verwerking van de opmerkingen en samen met het verslag van de controle en aanbeveling van Witteveen en Bos, Wareco en DDO-partner ter goedkeuring aangeboden te worden aan PCM/BBOR/Rijnland. De ontwerpen dienen (in PDF) samen met de adviezen en tekeningen (in DGN) aangeleverd te worden. PCM/BBOR/Rijnland stellen daarna het ontwerp vast en leggen deze (indien nodig) voor aan het College en of Gemeenteraad. Een onthouding tot goedkeuring wordt schriftelijk gemotiveerd aangegeven door PCM/BBOR/Rijnland. De ontwikkelaar/adviseur is verantwoordelijk en draagt de kosten voor het verkrijgen van alle nodige vergunningen, meldingen en goedkeuringen.
Met de uitvoering mag gestart worden als er schriftelijke goedkeuring verstrekt is op het ontwerp door de gemeente/Rijnland en alle nodige vergunningen verstrekt zijn. De start van de uitvoering en planning wordt schriftelijk door de ontwikkelaar/adviseur aangegeven bij PCM/Rijnland. Tijdens de uitvoering kan PCM/Rijnland/DDOcontractpartner onaangekondigd veldcontrole uitvoeren. Wijzigingen in het vastgestelde ontwerp tijdens de uitvoering behoeven schriftelijk akkoord van PCM/Rijnland. Over het algemeen is er bij areaaluitbreiding en nieuw aan te leggen openbare ruimte die na oplevering in beheer en onderhoud komen bij de gemeente een besluit nodig. De gemeentelijke procesmanager bepaalt of er een bestuurlijk besluit nodig is, dit besluit kan door PCM verzorgd worden. De overdracht van areaal vindt plaats, als alle werkzaamheden in het gebied gereed zijn en alle revisies en inspecties zijn ingeleverd en het werk is goedgekeurd. Revisies, inspecties en alle onderliggende documenten dienen inleesbaar in Geovisia aangeleverd te worden door de ontwikkelaar/ adviseur. Verder dient het uitgevoerde werk te zijn goedgekeurd door de DDO-contractpartner (dagelijks beheerder) en PCM. Bij het ontwerpen van stelsels dient rekening gehouden te worden met calamiteiten en het oplossen hiervan.
Duurzaam beheer is een uitgangspunt bij nieuw aan te leggen riolering/drainage-stelsels, dit betekent dat vrije afstroming altijd de voorkeur heeft boven het verpompen. Alle kosten voor het beheer en onderhoud tijdens de uitvoering en tot het project is goedgekeurd, overgedragen en geaccepteerd door de gemeente is voor rekening van de ontwikkelaar/adviseur.
1.3 Functionele eisen Bij uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen dient riolering als een gescheiden systeem aangelegd te worden. Het riool/drainage systeem ontwerpen op een minimale levensduur
Pagina 2 van 11
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort van 60 jaar. Elektrotechnische onderdelen ontwerpen op een levensduur van 25 jaar. De ontwikkelaar geeft tenminste 10 jaar onbeperkte garantie op het gehele systeem. 1.3.1 Riolering en drainage De functionele eisen die worden gesteld ten aanzien van riolering zijn: • Al het vrijkomende afvalwater (droogweerafvoer) dient te worden ingezameld en aangesloten op de AWZI (afvalwaterzuiveringsinrichting) afvoert; • De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om al het ingezamelde afvalwater te transporteren en om (grond)wateroverlast bij hevige neerslag te voorkomen; • Al het “schone” regenwater en drainagewater dient te worden ingezameld en af te voeren naar het oppervlaktewater of geïnfiltreerd in de bodem; • Zandvoort heeft een absoluut stelsel, wat op dit moment een lage capaciteit heeft, daarom dient alle regenwater via infiltratie en maaiveld in de ondergrond te lozen of verwerkt te worden binnen de (grenzen van de) ontwikkeling. • Een ontwerp/ontwikkeling mag geen nadelige invloed in hebben op de (directe) omgeving, afwentelen op de omgeving is niet toegestaan. • Het systeem dient klimaatbestendig ontworpen te worden en doorgerekend te worden op extreme neerslag, (90 mm/h of meer) tijdens extreme neerslag mag er nooit water (overlast) in bebouwing optreden.
Tijdelijke (= max 6 uur) berging van water op maaiveld of in de openbare ruimte is tijdens extreme neerslag is toegestaan. Een overschot aan regenwater mag in Haarlem tijdens extreme neerslag ook via bovengrondse stroombanen afvoeren naar open water, bestaande stroombanen mogen niet verstoort worden door het project/ontwerp. Haarlem en Zandvoort volgen het landelijk beleid, regenwater dient bij voorkeur geïnfiltreerd te worden daarna volgen, bergen en als laatste afstromen. • Wegens de klimaatverandering is de eis voor Haarlem dat 60 mm/h bovengronds verwerkt moet kunnen worden en 30 mm/h ondergronds, zonder dat er (water)schade in bebouwing optreed. Binnen Zandvoort moet 90 mm/h verwerkt kunnen worden in de ondergrond of maaiveldberging, zonder dat er afstroming op de omgeving optreed of schade in bebouwing. In de bijlage kunt u lezen waarom deze eis gesteld wordt en hoe u een systeem kunt (laten)doorrekenen. • Het (regenwater)stelsel bij nieuwe ontwikkelingen in Haarlem dient minimaal ontworpen te worden op bui 9 volgens het vGRP en de leidraad rioleringen, bij deze bui mag er geen water op straat ontstaan. • Het vuilwaterstelsel dient alle afvalwater in de eindsituatie te kunnen verwerken. De punten waar aangesloten wordt op het bestaande systemen van de gemeente of Rijnland dienen zo gekozen te worden dat er geen overlast ontstaat.
• De materialen waar schoon regenwater op valt of waarmee wordt ingezameld mogen niet uitlogen en of vervuiling van het regenwater teweeg brengen. • Bij de aanleg en ontwerp van riolering dient rekening gehouden te worden met de ondergrond, het afschot van de riolering dient gedurende de gehele levensduur gewaarborgd te zijn, de waterdiepte in een riool/regenwaterstelsel mag als gevolg van zettingen na 30 jaar nooit meer gaan bedragen dan 1/10 van de buisdiameter (klasse 1) voor vuilwater riolering. Als de zettingsberekening aantoont dat regenwaterleidingen per streng meer zetten dan 1/10 van de buisdiameter, wordt in overleg met de TA van de gemeente bepaald of en welke maatregelen er genomen worden. • Het afvalwater dient zonder overmatige aanrotting de AWZI te bereiken; • De vuilemissie van bestaande gemengde stelsel dient te worden beperkt; • De riolering mag de bodem en/of het grondwater niet verontreinigen; • De riolering mag de grondwaterstand niet negatief beïnvloeden (bv schade aan funderingen) en mag geen stank- en lawaaioverlast veroorzaken; • Het rioolsysteem dient zonder bijzonder maatregelen te kunnen worden beheerd en onderhouden. • Drainage dient aangelegd te worden in een grindkoffer van 0,5 x 0,5 m in doorsnede. met de bovenzijde van de drain op 0,40 m onder de in te stellen Pagina 3 van 11
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort
• •
• •
•
• • • • • • • •
grondwaterstand. Indien de grondslag dit nodig maakt de grindkoffer omhullen met een waterdoorlatende folie. De drain ligt in het midden van de grindkoffer. Drainageputten voorzien van een zandvang van minimaal 0,20 m diepte. Putten in riolering en drainagesystemen dienen toegankelijk te zijn voor onderhoud. Minimale maat mangat deksel rond 600 mm, de minimale interne putdoorsnede bedraagt 0,80 m bij putten van 1,80 m diepte en 1,00 m bij een diepte > dan 1,80m. Drainage mag geen negatief effect hebben op de omgeving (denk bijvoorbeeld aan droogval houten funderingen of zettingen), de eis voor drooglegging bedraagt minimaal 0,70 m onder de openbare ruimte en 1,00 m onder hoofdwegen. De hoofdriolering/drainage in (toekomstig)openbaar gebied aanleggen, het tracé van de hoofdriolering en drainage ligt onder het hart van de wegen, de stelsels zo ontwerpen, dat toekomstige vervanging mogelijk is in open ontgraving, zonder gebruik te maken van niet gemeentelijk eigendom. Drainagesystemen dienen zo ontworpen te worden dat infiltratie van grondwater vanuit het boezemwater naar de openbare ruimte mogelijk is, zodat de drains gevuld blijven met water en een lage grondwaterstand a.g.v. droogte wordt aangevuld. Op deze manier wordt beplanting in de openbare ruimte van onderen af aangevuld en worden zettingen in de ondergrond zoveel mogelijk voorkomen.
Huisaansluitingen voorzien van een ontstoppingsstuk op 0,50 m van de scheiding erfgrens/openbare ruimte. Aansluitleidingen en ontstoppingstukken intekenen op de digitale revisietekening. Elke woning dient voorzien te worden van een eigen huisaansluiting voor vuilwater en een voor regenwater en van een ontspanning van voldoende afmeting in het gebouw om het riool in de openbare ruimte te ontluchten. Tijdens vervangingen dienen bestaande kolken en leidingen te worden vervangen, bij vervangen en of aanleg van riolering en of drainage geldt tevens dat inspectieputten met deksel en/of de inspectieputranden vervangen moeten worden. Leidingen en objecten binnen het gebied, die hun functie verloren hebben dienen verwijderd te worden, vuil in rioolstelsels dient afgevoerd te worden. Het bevoegd gezag voor saneringen is SZ/afdeling Milieu van de gemeente Haarlem en Zandvoort. De pompsturing/melding dient met een LM 8 en GSM module aangesloten te worden op de gemeentelijke hoofdpost (TMX-systeem) in overleg met de DDO partner van de gemeente. Bovenop de riool/drainagesleuf mogen binnen 2 meter geen voorzieningen (gebouwen, kunstwerken, kabels, bomen, straatmeubilair e.d.) geplaatst worden die vervanging in de weg staan. Riolering/drainagesystemen dienen bij de overdracht heel (zonder schadebeeld conform NEN 3399), leeg, schoon en goed werkend opgeleverd te worden.
1.4 Technische eisen 1.4.1 Riolering en drainage De technische eisen die gesteld worden aan riolerings- en drainage systemen zijn opgenomen in het Relatics systeem (technisch programma van eisen (TPvE) van de gemeente Haarlem en Zandvoort. Het TPvE maakt onderdeel uit van deze eisen. De minimale afmeting voor DWA en RWA leidingen is 300 mm en voor drainageleidingen 150 mm inwendig. 1.4.2 Waterhuishouding Voor de technische eisen wordt verwezen naar de nota Integrale Inrichtingscriteria watergangen en kunstwerken van Rijnland. Het Haarlemse beleid voor de waterhuishouding staat omschreven in het Integraal Waterplan Haarlem (IWP). Zandvoort? Pagina 4 van 11
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort
1.4.3 Riolering en drainage In de onderstaande tabel is aangegeven wat de minimale eisen en eigenschappen zijn van de toe te passen materialen: Onderdeel Gemengde/DWA (droogweer afvoer) riolering
Materiaal Kleur pvc(<500 mm) bruin
HWA (hemelwaterafvoer) riolering Kolkleidingen
beton
beton
pvc
Kwaliteit SN8
Bijzonderheden PVC: steekmoffen met rubbermanchet
sterkteklasse B45 / milieuklasse 5b beton/grijs sterkteklasse B45 / milieuklasse 5b grijs
SN8
verbinding met steekmoffen met rubbermanchet Huisafvoerleidingen pvc bruin SN8 verbinding met DWA/gemengd steekmoffen met rubbermanchet Huisafvoerleidingen pvc grijs SN8 verbinding met RWA steekmoffen met rubbermanchet Drainageleidingen PE zwart SN8 merk strabusil of gelijkwaardig Persleidingen HDPE zwart PN10 verbinding middels spiegellassen Betonleidingen groter dan 700 mm inwendige diameter dienen uitgevoerd te worden met een stalen wapening in het beton. Voor de HWA riolen is toepassing van kunststof (PVC of PE SN8) toegestaan voor diameters tot 500 mm. In deze leidingen mogen kunststof inspectieputten worden opgenomen. In overleg mag om moverende redenen ook voor leidingen 500mm en 600 mm kunststof worden toegepast. De maximale putafstand in riool en drainagestelsel bedraagt 60 meter, op elke put een gietijzeren putdeksels toepassen met een dekseldiameter van 600 mm met de inslag “VWA, DWA of Drainage” in de putrand. De sterkteklasse voor riolerings/drainagesystemen bedraagt verkeersklasse 450. Putranden bij aanleg voorzien van minimaal 3 stellagen van steens metselwerk (i.v.m. toekomstige zetting wegdek). De minimale gronddekking op perceelleidingen dient 0,60 m te zijn en de minimale gronddekking op de hoofdriolering en drainage 1,20 m.
1.5 Overdracht riolering en drainage aan gemeente: 1.5.2 Riolering en drainage Voor de overdracht van riolering/drainagesystemen aan de gemeente kan plaatsvinden moet er nagegaan worden of er een bestuurlijk besluit nodig is. Bij areaaluitbreiding is dit over het algemeen het geval. Voor areaaluitbreiding/overname is een besluit nodig van PCM/BBOR. Riool/drainagesystemen worden pas overgedragen als er goedkeuring is verstrekt door de DDO-partner (is dagelijks beheerder) en de gemeente afdeling BBOR. De DDO-partner beoordeelt in samenwerking met de procesmanager en/of diens adviseur of het werk Pagina 5 van 11
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort volgens het ontwerp, de afspraken en met de vereiste kwaliteit is aangelegd en gaat na of beheer aspecten en revisie aan de eisen in dit document en TPvE (Relatics)voldoen. Verder zal hij PCM adviseren over de beheerkostenberekening van die de ontwikkelaar/adviseur dient aan te leveren bij het ontwerp en bij de oplevering. Het rioolontwerp, revisietekeningen, inspectiebeelden en rapportage van over te dragen riolering/drainagesystemen en alle onderliggende rapportages, vergunningen c.q. documenten dienen voor overdracht te worden overhandigd aan de Procesmanager van PCM van de gemeente Haarlem en Zandvoort. De aangelegde riolering dient voor overdracht digitaal beoordeeld te worden conform de geldende NEN-normeringen. Bij overdracht mag een stelsel geen schadebeeld hebben (NEN3399). De kwaliteit van de riolering wordt tevens door of namens de adviseur/ ontwikkelaar beoordeelt door middel van de KIC-systematiek, de hiermee berekende kwaliteit dient vastgelegd te worden op DGN-shape. De onderstaande eisen gelden voor de door de ontwikkelaar aan te leveren gegevens: • Alle vergunningen, berekeningen en goedkeuringen aanleveren voor aanleg en nogmaals bij de overdracht. • Revisies dienen van maatvoering voorzien te zijn. • Revisies dienen in landelijke RD-coördinaten te zijn.
• Video inspecties alleen als Panorama (IBAK)video inspecties aanleveren. • Rapportages aanleveren in SUF-RIB2 met gevulde RD-coördinaten (conform NEN) • Rapportages inclusief hellingshoek meting. • KIC aan te leveren op DGN-shape, inleesbaar in Geovisia. • Aansluitingen op bestaande riolering dient plaats te vinden op basis van bestaande riool tekening en bestaande putnummers. Tekening, lege SUF en nieuwe putnummers zijn te verkrijgen bij de gemeente afdeling DIA. • Inspectie op DVD groter dan 2 DVD’s op USB-stick of harde schijf aanleveren!
Pagina 6 van 11
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort
Bijlage: Uitleg klimaatbestendig ontwerpen op gebied van waterstress in Haarlem en Zandvoort: Inleiding: Het klimaat verandert snel, hierdoor zijn maatregelen noodzakelijk om Haarlem en Zandvoort ook in de toekomst leefbaar te houden. Het KNMI brengt advies uit over de klimaatvernadering, De stichting Rioned heeft op basis hiervan advies uitgebracht aan de gemeenten in Nederland over extreme neerslaggebeurtenissen en de herhalingskans (zie volgende bijlage). In deze tekst wordt kort uigelegd wat dit advies betekent voor ontwikkelingen in Haarlem. Om Haarlem en Zandvoort ook in de toekomst leefbaar te houden worden er strenge eisen gesteld aan ontwikkelingen en nieuwbouw: Haarlem en Zandvoort willen ook in de toekomst een prettig woon/leefklimaat houden, daarbij past geen overstromiung in de bebouwing door extreme neerslag, hittestress of schade door droogte. Daarom stellen beide gemeenten voor afvoer van regenwater de eis dat er bij nieuwe onmtwikkelingen 90 mm/h neerslag verwerkt moet kunnen worden zonder dat er water de bebouwing instroomt en schade veroorzaakt. In het riool/waterbeleid geldt verder als hoofdeis dat regenwater en afvalwater gescheiden worden ingewonnen en getrransporteerd. Hieronder zijn enkele belangrijke eisen voor klimaatbestendig ontwerpen opgenomen.
- In de eisen voor aanleg van riolering in Haarlem en Zandvoort (uitreksel uit rioolbeleid) kunt u de functionele eisen vinden. - In het Algemeen programma van eisen (vastgelegd in Relatics) zijn de algemene eisen die voor beide gemeenten gelden terug te vinden. Afvalwater: Wordt via het DWA-riool afgevoerd naar de riolwaterzuivering, Om de kans op verstopping te beperken en onderhoud uit te kunnen voeren geldt als eis dat DWA riolen onder afschot worden aangebracht en de minimale inwendige diameter 300 mm bedraagt. Regenwater: Wordt appart van afvalwater ingewonnen en getransporteerd. Indien dit niet mogelijk is dient regenwater op eigen terrein te worden verwerkt. Deze eis uit het rioolbeleid betekent dat de ontwikelaar in Haarlem ook het regenwaterriool tussen de ontwikkeling en open water aan moet aanleggen met een berging/verwerkings-mogelijkheid op eigen terrein. Om op het openwater te mogen aansluiten is toestemming van Hoog Heemraadschap van Rijnland (waterbeheerder) nodig. De eis voor regenwaterriolering in Haarlem is dat bui 9 (leidraad riolering) verwerkt kan worden zonder water op straat. De mininale afmeting voor regenwaterriolering bedraagt 300 mm inwendig. Regenwater mag ook op het maaiveld of in de ondergrond worden verwerkt. Daarbij gelden de volgende eisen: - De ondergrond mag niet vervuild worden Pagina 7 van 11
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort -
Drooglegging van het maaiveld dient bij voorkeur 1 meter te bedragen en mag nooit minder zijn dan 700 mm Verwerken van regenwater via het maaiveld of in de ondergrond mag geen problemen opleveren in omliggend gebied. De openbare ruimte mag tijdens extreme neerslag niet langer dan 6 uur onbegaanbaar zijn en schade in bebouwing en openbare ruimte mag niet optreden. Systemen voor verwerking van grondwater en regenwater dienen altijd gescheiden van elkaar te worden aangelegd. Deze eis is opgenomen omdat grondwater in Haarlem en Zandvoort ijzerrijk is en er bij contact tussen zuurstofrijk regenwater en zuurstofarm/ ijzerrijk grondwater, ijzerafzetting (niet meer te verwijderen) optreed in het systeem.
Extreme neerslag: Extreme neerslag komt door de klimaatverandeing steeds vaker voor, de buien worden steeds zwaarder. Rioned geeft aan dat er in Nederland rekening gehouden moet worden met buien met een intensiteit van 90 mm/h die in 2085 optreden met een trefkans van eens per 150 jaar. Haarlem en Zandvoort hebben dit advies overgenomen. Voor alle ontwikkelingen geldt dat er ontworpen moet worden op een bui van 90 mm/h, bij deze bui mag er geen schade ontstaan. Wat betekent de bui van 90 mm/h voor het ontwerp? De nieuwe regenwaterriolering in Haarlem kan maximaal 30 mm/h (bui 9) verwerken. Dat betekent dat 60 mm/h neerslag via het maaiveld moet worden verwerkt zonder dat er schade in bebouwing ontstaat of wordt afgewenteld op de omgeving. In Zandvoort geldt dat via infiltratie maaiveld 90 mm/h verwerekt moet kunnen worden. Dit vraagt om intgraal ontwerpen met simulatie-software waarbij er simulatie van maatregelen gedaan wordt om schade te voorkomen en de openbare ruimte zoveel als mogelijk begaanbaar te houden. Maatregelen als open water, waterberging, stroombanen in relatie tot vloerpeilen kunnen zo optimaal worden ingezet om schade te voorkomen. Hulpmiddelen hierbij zijn software programma’s zoals: InfoWorks CS of ICM (Innovyze), MOUSE en MIKE 1D (DHI), SOBEK (Deltares) en SWMM (US EPA).
Ook kan gebruk gemaakt worden van 1 D maaiveld moddellen als D-HYDRO (Deltares), Hec-Ras (US Army Corps of Engineers), MIKE FLOOD van DHI, TELEMAC-MASCARET (Laboratoire National d'Hydraulique et Environnement), Tygron Engine (Tygron), Wodan123 (Sweco) en WOLK (Tauw). Veel ingenieursbureaus hebben licenties en deskundig personeel om samen met u het ontwerpproces te doorlopen. Dit proces wordt afgesloten met een integraal ontwerprapport, waarin wordt aangetoond dat bebouwing, maaiveld, riolering en watersysteem toekomstbestendig ontworpen zijn. Voor het watersysteem heeft Rijnland een model van haar hele stroomgebied waarin bepaald is met welke peilstijgingen er rekening moet worden gehouden tijdens extreme neerslag in de omgeving van uw ontwikkeling. Zodat u dit als input kan meenemen in uw berekeningen. De resultaten van de berekeningen en afwegingen worden vastgelegd in een eindrapport wat u laat toetsen door Wareco voor de grondwater-aspecten en door Witteveen & Bos voor de maaiveld/rioolaspecten. Als beide middels een schriftelijkeverklaring aangeven dat ze het eens zijn met de inhoud van het rapport, kunt u het rapport en de verklaring samen met het beheerplan en de beheerkostenberekening ter toetsing indienen bij de gemeente. Bij vragen neemt u contact op met de gemeentelijke procesmanager die in de anterieure- of ontwikkelovereenkomst is aangewezen als uw contactpersoon.
Pagina 8 van 11
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort
Bijlage, advies Stichting Rioned
https://www.riool.net/neerslaggebeurtenissen-voor-stresstestvastgesteld?p_p_id=101_INSTANCE_Fv2iUF6xoq0f&p_p_lifecycle=0&p_p_state=normal& p_p_mode=view&p_p_col_id=column1&p_p_col_pos=2&p_p_col_count=4?utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email
Neerslaggebeurtenissen voor stresstest vastgesteld De buien en langdurige regen die bij de stresstest in elk geval in beeld moeten worden gebracht, zijn bekend. Met een stresstest brengen gemeenten en waterschappen de kwetsbaarheid van de leefomgeving in beeld voor wateroverlast door extreme regen. De stresstest is de input voor het overleg met bewoners en bedrijven over risico-acceptatie en maatregelen. Voor de vergelijkbaarheid en het creëren van een gelijk speelveld is besloten om waar nuttig en nodig standaarden vast te stellen. De gestandaardiseerde neerslaggebeurtenissen voor het analyseren van de impact van die hevige neerslag zijn nu beschikbaar. Een werkgroep met deskundigen van koepelorganisaties, ministerie, gemeenten en waterschappen is gestart om te kijken naar aanvullende standaarden voor de basisgegevens. Maar er komt geen standaardinstrument. Gemeenten en waterschappen gebruiken voor de stresstesten de simulatiemodellen die marktpartijen aanbieden. De samenhang tussen stresstest, risicodialoog en uitvoeringsprogramma in schema:
Pagina 9 van 11
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort Overzicht gestandaardiseerde neerslaggebeurtenissen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de 7 gestandaardiseerde neerslaggebeurtenissen voor de stresstest wateroverlast voor korte en lange duur. Voor iedere neerslaggebeurtenis zijn weergegeven de schaal, de duur, de hoeveelheid, de initiële conditie en de herhalingstijden voor zowel het huidige klimaat als het klimaat volgens een worst-case scenario consistent met de KNMI’14 scenario’s voor 2030, 2050 en 2085.
Toelichting op de tabel Samenhang stedelijk en landelijk gebied: Om de kwetsbaarheid van een gebied in beeld te brengen, is het van belang zowel het stedelijk als het landelijk gebied mee te nemen in de simulatie. De afvoercapaciteit van de riolering kan worden beïnvloed door het regionaal watersysteem. De mate van beïnvloeding is gebiedsafhankelijk (wel of geen polder, drooglegging, vlak of hellend gebied). Lokale of regionale schaal: Gezien het verschil in karakter van het stedelijk en landelijk gebied vraagt het testen van de kwetsbaarheid van gebieden om neerslaggebeurtenissen met verschillende intensiteit en duur en gebiedsgrootte. Het systeem in een sterk verharde bebouwde omgeving (dorpen en steden) heeft een korte reactietijd. Hetzelfde geldt voor hellende gebieden (o.a. Limburg) en kleine regionale systemen met beperkte berging in bodem en watersysteem. Neerslag wordt daar niet of nauwelijks in de bodem opgenomen en stroomt snel af naar laag gelegen delen. In die omstandigheden zijn vooral de kortdurende en lokale extreme neerslaggebeurtenissen maatgevend. Het landelijk gebied heeft over het algemeen een langere reactietijd bij neerslaggebeurtenissen. Hier zijn ook de meer langdurige neerslaggebeurtenissen van belang. Getallen tussen haakjes: De herhalingstijden en hoeveelheden van de neerslaggebeurtenissen met een duur van 48 uur zijn gebaseerd op onderzoek uit 2015.
In het voorjaar 2019 komen nieuwe onderzoeksresultaten van het KNMI en HKV Lijn in Water beschikbaar op basis waarvan de hoeveelheden en herhalingstijden zullen worden herzien. Tussen haakjes en cursief staan de hoeveelheden die zijn gebaseerd op tussentijdse en dus voorlopige berekeningen van een medewerker van het KNMI. De verwachting is dat de eindresultaten van het onderzoek in 2019 in dezelfde ordegrootte liggen. Afkortingen GG en GHG: In de uitgangssituatie van de analyse kunnen verschillende grondwaterstanden gekozen worden. GG staat voor gemiddelde grondwaterstand en waterpeil/afvoer, d.w.z. een gemiddeld belast systeem. GHG is de afkorting van gemiddeld hoogste grondwaterstand en waterpeil/afvoer. Het systeem is dan volbelast. Intensiteit en uniformiteit: Gekozen is voor neerslaggebeurtenissen met toenemende intensiteit om knelpunten beter zichtbaar te maken en om handelingsperspectief te bieden voor zowel maatregelen om wateroverlast te voorkomen als voor calamiteitenzorg. De standaard neerslaggebeurtenissen vallen uniform over het gehele gebied. Reductiefactoren vanwege de omvang van het gebied zijn niet gestandaardiseerd en vergen motivering per situatie. Pagina 10 van 11
Gemeentelijke eisen voor de aanleg van riolerings- en drainagestelsels in Haarlem en Zandvoort De werkgroep acht het zinvol om bij het uitvoeren van een stresstest ook werkelijk opgetreden buien te gebruiken. Deze worden niet landelijk gestandaardiseerd. Het voordeel van werkelijk opgetreden buien is dat deze feitelijk hebben plaatsgevonden en daarmee herkenbaar zijn. Bij communicatie met inwoners en bedrijven kan dat meerwaarde hebben. Daarnaast is van die echte neerslaggebeurtenissen de exacte intensiteit en gebiedsgrootte bekend. Status van de tabel De Stuurgroep Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie heeft ingestemd met de standaarden voor de neerslaggebeurtenissen. De stuurgroep heeft een aantal aandachtspunten meegegeven: •
•
• • •
De standaardneerslaggebeurtenissen helpen kwetsbaarheid in beeld te brengen en bepalen niet een ambitie. Met andere woorden, de standaarden moeten wel gebruikt worden voor de stresstest, maar zijn niet een norm voor het handelen. Aandacht voor de relatie met de in de provinciale verordeningen opgenomen ‘NBWnormen’. Ook dit gaat om het verschil tussen verplichte inspanningen (norm) van het waterschap en de ambitie die waterschappen, gemeenten en gebouweigenaren zichzelf kunnen en willen stellen. Ruimte voor maatwerk; er kunnen naast de gestandaardiseerde buien (uiteraard) ook andere, zelfgekozen buien doorgerekend worden. Aandacht voor interacties tussen bebouwd en onbebouwd gebied en voor aanliggende regio’s en landen. T.z.t. evaluatie en ruimte voor aanpassingen.
De besluitvorming is mede bedoeld voor het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2019 dat op Prinsjesdag verschijnt. Tegen het einde van dit jaar verschijnt een zogenaamde bijsluiter, een document met de standaarden en een toelichting en handreikingen voor de uitvoering van de stresstesten regenwateroverlast, hitte, droogte en gevolgbeperking overstroming. Verantwoording, achtergronden en toelichting staan in het rapport van de werkgroep standaardisatie stresstest wateroverlast. Inhoud opgesteld door bureau Stichting RIONED Datum laatst geactualiseerd 10-07-2018
Pagina 11 van 11