CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

16 Bijlage 1 14 Bodemenergie

commissie Ontwikkeling 3 april 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.50 uur Vaststellen Masterplan, beeldkwaliteitscriteria en ontwikkelstrategie Centrum Schalkwijk (FR) - raadsbesluit en zienswijze van de raad4.489 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Open bodemenergie Centrum Schalkwijk Globaal bronnenplan

Datum Referentie Betreft Behandeld door Gecontroleerd door Versienummer

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016 Bronnenstudie energiebeleid Centrum Schalkwijk J. Smolenaars & D. Dieperink T. van der Velden/ Johan Schuitemaker 2.0

OPDRACHTGEVER Gemeente Haarlem Afdeling Project- en Contractmanagement (PCM) T.a.v. dhr. M Smit Zijlvest 39 2011 VB Haarlem

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

1 Inleiding 1.1

AANLEIDING De gemeente Haarlem is trekker van de gebiedsontwikkeling Centrum Schalkwijk. Met deze gebiedsontwikkeling is in ca. negen verschillende fases een volledige herontwikkeling van het voormalig winkelcentrum gepland. Van deze ontwikkeling is fase 1 reeds uitgevoerd, zal de ontwikkeling van fase 2 medio dit jaar starten en zullen fase 3 t/m 9 in een periode van 10-15 jaar in de uitvoering worden gebracht. Voor het duurzaam verwarmen en koelen van de gebouwen in deze gebiedsontwikkeling zijn open bodemenergiesystemen beoogd. Het gebied maakt onderdeel uit van een interferentiegebied (Ontwikkelzone Europaweg), waar in 2021 beleidsregels voor open en gesloten bodemenergiesystemen zijn vastgesteld (herzien in 2023). Uitgangspunt van de beleidsregels voor open bodemenergiesystemen is dat de ontwikkelingen binnen het interferentiegebied op eigen perceel met een monobron aan de warmte-/koudevraag van het gebouw kunnen voorzien, maar hier kan gemotiveerd van afgeweken worden. Uit een eerste analyse is geconcludeerd dat vanwege de hoge energiedichtheid in Centrum Schalkwijk niet aan de warmte- en koudevraag voldaan kan worden met perceel gebonden monobronnen. Vandaar dat op dit moment de focus ligt op doubletten, waarmee de potentie van de bodem zo optimaal mogelijk wordt benut.

Voor fase 1 zijn momenteel twee bodemenergiesystemen, een doublet en monobron, vergund en gerealiseerd. De ontwikkelaars van fase 2 zijn reeds gestart met een ontwerp van bodemenergiesystemen gebaseerd op doubletten. Voor fase 3 t/m 9 zijn nog geen doubletten aangewezen.

1.2

DOELSTELLING Voor de wamte-/koudevraag van de overige fasen is samen met de (geplande) bronnen van fase 1 en 2, een indicatief schetsontwerp van doubletten opgesteld door de gemeente Haarlem. In deze studie is het doel het schetsontwerp van de bodemenergiesystemen voor fase 3 t/m 9 nader uit te werken en daarnaast verder op te stellen met een dusdanig detailniveau dat het resultaat kan worden bijgevoegd binnen het Masterplan Centrum Schalkwijk voor het aspect duurzame ruimteverwarming/koeling.

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

2 Projectinventarisatie Om tot een onderbouwde keuze te komen voor het energieconcept is het belangrijk om de projectkarakteristieken scherp te hebben. Daarom wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de bouwkundige aspecten en energetische uitgangspunten.

2.1

BOUWPROGRAMMA Gebaseerd op het bouwkundig schetsontwerp1 aangeleverd vanuit de gemeente Haarlem zijn de verschillende functies en oppervlaktegroottes van de toekomstige ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. In dit schetsontwerp wordt de ontwikkeling opgesplitst in verschillende functies per blok. In 0 is de vertaling gegeven van de functies van het schetsontwerp naar de typologieën. De oppervlaktes in het schetsontwerp staan in Bruto Vloer Oppervlak (BVO). Voor de typologieën woningen en hotel is het oppervlakte omgerekend van BVO naar gebruiksoppervlak (GO). Voor deze omrekening hanteren wij een factor 0,85. De commerciële en maatschappelijke functies zijn in BVO gehouden. Gezien parkeerfuncties geen warmte of koudevraag hebben zijn ze buiten beschouwing gehouden. In Tabel 2.1 zijn de oppervlaktes per typologie per blok gegeven. Tabel 2.1 | Ontwikkelgegevens Schalkwijk te Haarlem. Cluster

Oppervlak woningen (GO)

Oppervlak hotel (GO)

Oppervlak commercieel & maatschappe-

Blok 1

7.700

-

17.400

Blok 2

8.200

-

19.500

Blok 3a

20.100

-

12.500

Blok 3b

9.200

-

16.700

Blok 4a

14.100

-

6.700

Blok 4b

2.300

-

7.200

Blok 4c

6.016

-

10.400

Blok 5

13.475

3.900

4.000

Blok 6a

15.460

-

11.200

16.935

-

8.900

lijk (BVO)

Blok 6b

2.2

WARMTE- EN KOUDEPRODUCTIE De gehanteerde energetische kentallen in dit onderzoek zijn gebaseerd op de BENG-norm. De benodigde vermogens en energievragen zijn onderverdeeld in ruimteverwarming, tapwaterverwarming en koeling. De gehanteerde BENG-kentallen zijn afkomstig uit de bibliotheek van IF Technology. Het benodigde tapwatervermogen is afhankelijk van het energieconcept. Een collectieve opwek kent voor woontorens grote voordelen, zo verlaagt dit de belasting van het elektriciteitsnet en wordt het gelijktijdigheidsvoordeel benut. Het gelijktijdigheidsvoordeel leidt tot een lager opgesteld vermogen en dus lagere investeringskosten. Een nadeel van collectieve opwek is dat het distributieverlies toeneemt. In de energie inventarisatie wordt uitgegaan van een collectief energieconcept.

1 Bron: 2316-PLAN-voorkeur aantalen_A3

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Het uitgangpunt is dat elk blok een centrale technische ruimte krijgt. Het benodigde tapwatervermogen is bepaald met behulp van de rekenmethodiek ISSO 55. Voor de tapwatervermogen berekening moet het aantal woningen en hotelkamers per blok inzichtelijk zijn. Het uitgangspunt is deze studie is dat een gemiddelde woning 70 m² is en een gemiddelde hotelkamer is 30 m². De gebruikte energetische kentallen in deze studie zijn weergegeven in Tabel 2.2. Tabel 2.2 | Energetische kentallen. Ontwikkeling

Ruimteverwarming

Tapwaterverwarming

Koeling

Vermogen

Vraag

Vermogen

Vraag

Vermogen

Vraag

[W/m²]

[kWh/m²]

[W/m²]

[kWh/m²]

[W/m²]

[kWh/m²]

Woningen

35

33

ISSO 55

33

15

12

Hotelkamer

35

33

ISSO 55

28

15

12

40

38

0

0

65

45

commercieel & maatschappelijk

In Tabel 2.3 is de totale warmte- en koudevraag per blok weergegeven. Tijdens het eerste tussenoverleg met de projectgroep (27 augustus 2024) is in samenspraak besloten om de sportfaciliteiten van blok 3a niet mee te nemen. Dit met als reden dat het sportcomplex een zeer grote warmtevraag heeft die niet vanuit het projectgebied geleverd kan worden. Uit de onderstaande tabel valt op te maken dat de warmtevraag in ieder blok groter is dan de koelvraag. Dit betekent dat wanneer er gebruik wordt gemaakt van seizoensopslag aanvullend warmte moet worden geladen. Tabel 2.3 | Energetische uitgangspunten per blok Cluster

2.3

Ruimteverwarming Vermogen Vraag [kW] [MWh/jaar]

Tapwaterverwarming Vermogen Vraag [kW] [MWh/jaar]

Koeling Vermogen [kW]

Vraag [MWh/jaar]

Blok 1

470

450

120

210

450

320

Blok 2

590

560

130

230

610

440

Blok 3a

1.930

2.930

310

560

1.020

740

Blok 3b

440

420

140

260

330

240

Blok 4a

770

730

220

400

660

480

Blok 4b

160

150

30

60

170

120

Blok 4c

350

330

90

170

310

230

Blok 5

800

750

350

510

570

420

Blok 6a

690

660

240

430

480

360

Blok 6b

700

660

260

470

430

330

Totaal

6.900

7.640

1.890

3.300

5.030

3.680

DEBIETEN EN WATERVERPLAATSING Uit eerdere quickscans uitgevoerd door de gemeente is naar voren gekomen dat de ontwikkelaars in het gebied moeten samenwerken om bodemenergie voor iedereen te garanderen. In samenspraak met de projectgroep zijn daarom een viertal clusters opgesteld, waarin de bouwblokken aansluiten op één bodemenergiesysteem. In Figuur 2.1 zijn de clusters weergegeven.

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Figuur 2.1 | Clusters Schalkwijk

Om de energievraag te kunnen omrekenen naar bodemzijdige uitgangspunten moet gekeken worden naar de uitgangspunten van het energiesysteem en de bodemzijdige ontwerptemperaturen. Deze uitgangspunten zijn opgenomen in Bijlage 2. Met de uitgangspunten zijn de bodemzijdige uitgangspunten bepaald, zie Tabel 2.4. Tabel 2.4 | bodemzijdige uitgangspunten per cluster. In de berekeningen is de ruimteverwarmings-, tapwater en koelvraag meegenomen. waterverplaatsing

waterverplaatsing

cluster

debiet warmtelevering [m³/h]

debiet koeling [m³/h]

warmtelevering [m³]

koeling [m³]

Blok 1 en 2

170

180

189.000

189.000

Blok 3a en 3b

210

170

248.000

248.000

Blok 4a, 4b en 4c

220

210

239.000

239.000

Blok 5, 6a en 6b

400

340

449.000

449.000

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

3

Bodemeigenschappen en belangen In dit hoofdstuk zijn in hoofdlijnen de bodemeigenschappen van Centrum Schalkwijk (Figuur 3.1) beschreven die van invloed zijn op de geschiktheid voor het toepassen van bodemenergie. Daarnaast zijn de bestaande omgevingsbelangen geïnventariseerd en is beschreven of en op welke wijze deze de toepassing van open bodemenergie kunnen beïnvloeden.

Figuur 3.1 | Locatie Centrum Schalkwijk

3.1

BODEMEIGENSCHAPPEN In deze paragraaf volgt voor open bodemenergie een omschrijving van de bodemgeschiktheid. Het technisch functioneren van een bodemenergiesysteem is afhankelijk van een aantal bodemeigenschappen. De belangrijkste voorwaarde voor open systemen is dat in de bodem een geschikte watervoerende zandlaag aanwezig is die voldoende capaciteit biedt voor de opslag van koude en warmte. Een ander aspect dat een rol speelt is grondwaterstroming. Voor een open systeem is de snelheid en de richting van de grondwaterstroming van belang bij het positioneren van de bronnen. Bij een hoge grondwaterstroming kan thermische interactie tussen de warme en koude bellen optreden als deze onjuist gepositioneerd zijn. Dit dient in verband met rendementsverlies te worden voorkomen. Tenslotte is voor open systemen de grondwaterkwaliteit van belang. De chemische samenstelling en de temperatuur van het grondwater zijn van belang voor het goed functioneren van een open systeem.

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Bodemopbouw De bodemopbouw van Centrum Schalkwijk is beschreven op basis van de volgende gegevens: • Grondwaterkaart van Nederland; • Regionaal Geohydrologisch Informatie Systeem (REGIS); • Boorbeschrijvingen uit het archief van TNO Bouw en Ondergrond via DINO Loket; • Boorbeschrijving uit het archief van TNO via NLOG; • Boorbeschrijvingen van het gerealiseerde open bodemenergiesysteem Ceylonpoort. Tabel 3.1 | Gemiddelde bodemopbouw Centrum Schalkwijk diepte [m-mv]*

lithologie

geohydrologie

0 – 15

fijn zand, klei en veen

deklaag

15 - 70

fijn tot zeer grof zand, lokale kleilaag in het zuidoosten op ca.

1e watervoerende pakket

30 m-mv op basis van REGIS 70 – 85

klei en fijn zand

1e scheidende laag

85 - 180

matig tot zeer grof zand, lokale kleilagen vanaf 170 m-mv

2e watervoerende pakket

> 180

klei

hydrologische basis

* het maaiveld bevindt zich op circa 0,5 m NAP

Aandachtspunten bodem Centrum Schalkwijk Tabel 3.1 geeft de gemiddelde bodemopbouw weer van Centrum Schalkwijk. De lokale bodemopbouw binnen Centrum Schalkwijk kan licht afwijken van de diepten beschreven in Tabel 3.1. Zoet-/brak-/zout-grensvlak en redox In de omgeving van Haarlem is een complexe situatie ontstaan wat betreft zoet, brak en zout grondwater. Als gevolg van drinkwaterwinning heeft er verzilting plaatsgevonden van het eerste watervoerende pakket. Na herinfiltratie van zoet water varieert de diepte van het zoet-/brak-grensvlak in het eerste watervoerende pakket binnen Centrum Schalkwijk tussen ca. 25 m-mv en 35 m-mv. Sinds de winning van het zoete grondwater is een restant van zoet grondwater onder de eerste scheidende laag achtergebleven. Op basis van het onderzoek van Stuyfzand (1988) en recente metingen van VHGM bevindt deze zoetwaterbel zich tussen circa 90 en 120 m-mv op sommige plaatsen in Heemstede en Haarlem. Een waterkwaliteitsmeting aan de Briandlaan geeft de aanwezigheid van brak sulfaatarm water op 103 m-mv weer. Op basis van deze meting wordt verwacht dat binnen Centrum Schalkwijk restanten van zoet/brak sulfaatarm grondwater onder de eerste scheidende laag aanwezig zijn. Dit zoete/brakke grondwater is sterk gereduceerd en het diepere zoute grondwater bevat veel sulfaat.

Het mengen van grondwater met een verschil in waterkwaliteit is niet wenselijk omdat het een risico op putverstopping met zich meebrengt. Derhalve wordt geadviseerd om (indien er geen weerstand biedende lagen aanwezig zijn tussen het filter en het grensvlak) een verticale afstand van 30 meter aan te houden ten opzichte van het zoet-/brakgrensvlak van de zoetwaterbel. Indien er verticale weerstand is, hoeft er minder afstand aangehouden te worden. Deze overgang in waterkwaliteit heeft als gevolg dat het ondiepe gedeelte van het opslagpakket niet gebruikt kan worden voor open bodemenergie. Aangeraden wordt om de bronfilters vanaf 140 m-mv te plaatsen, tenzij er een verticale weerstand onder de overgang van sulfaatarm naar sulfaatrijk water aanwezig is.

Datum Referentie

3.1.1

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Bodemgeschiktheid open bodemenergiesystemen Eerste watervoerende pakket Het eerste watervoerende pakket ligt tussen 15 m-mv en 70 m-mv en bestaat uit fijn tot zeer grof zand en bevat een lokale kleilaag (Tabel 3.1). Het eerste watervoerende pakket is minder geschikt voor de toepassing van een open bodemenergiesystemen vanwege een beperkt doorlaatvermogen in het pakket door de aanwezigheid van fijnzandige lagen. Daarnaast zijn er verschillende watertypen aanwezig binnen dit pakket. Bij de realisatie van een open bodemenergiesysteem kan menging van deze verschillende watertypen leiden tot bronverstopping en verzilting van zoet grondwater. Tweede watervoerende pakket Het tweede watervoerende pakket bevindt zich tussen 85 m-mv en 180 m-mv en bestaat uit matig tot zeer grof zand en bevat enkele kleilagen vanaf 170 m-mv (Tabel 3.1). Dit pakket is geschikt voor de toepassing van open bodemenergiesystemen. Bij inpassing van de bronnen moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van verschillende waterkwaliteiten binnen het tweede watervoerende pakket. Daarnaast moet rekening gehouden worden met een grondwaterstroming van circa 30 m/jaar in zuidoostelijke richting in het tweede watervoerende pakket. Op basis van de verwachte bodemopbouw is de maximale broncapaciteit in het tweede watervoerende pakket circa 220 m3/uur.

3.2

OMGEVINGSBELANGEN CENTRUM SCHALKWIJK Bij de toepassing van bodemenergie dient rekening gehouden te worden met reeds aanwezige en (bekende) toekomstige belangen. Belanghebbenden mogen namelijk geen ontoelaatbare negatieve invloed ondervinden van de (beoogde) bodemenergiesystemen. Het risico op negatieve interferentie wordt bepaald door de grootte en configuratie van de beoogde systemen, de bodemopbouw en de afstand (zowel verticaal als horizontaal) tot de aanwezige belangen. Figuur 3.2 geeft een overzicht van de omgevingsbelangen van Centrum Schalkwijk. Onder Figuur 3.2 zijn de aandachtspunten van de omgevingsbelangen van Centrum Schalkwijk kort toegelicht.

Figuur 3.2 | Overzicht omgevingsbelangen Centrum Schalkwijk

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Aandachtspunten omgevingsbelangen Centrum Schalkwijk • Nadelige beïnvloeding van de gerealiseerde en geplande open en gesloten bodemenergiesystemen moet voorkomen worden bij de aanleg van nieuwe systemen. Figuur 3.3 geeft de gerealiseerde en geplande open bodemenergiesystemen binnen en nabij het projectgebied.

Figuur 3.3 | Locatie gerealiseerde en geplande open bodemenergiesystemen binnen Centrum Schalkwijk

•

•

3.3

In het oosten van Centrum Schalkwijk ligt een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Bij de realisatie van een open bodemenergiesysteem moet voorkomen worden dat de hydrologische effecten de archeologische waarde van dit gebied negatief beïnvloeden. Centrum Schalkwijk bevindt zich in het interferentiegebied Zuid-West en Europaweg 2023. Voor de aanleg van open bodemenergiesystemen gelden de volgende regels binnen dit interferentiegebied: o Een open bodemenergiesysteem moet als monobron gerealiseerd worden; o Een monobron mag alleen gerealiseerd worden op eigen perceel; o Het koude filter van de monobron moet boven het warme filter geplaatst worden; o Het warme filter moet dieper dan 150 m-mv gerealiseerd worden; o De verhouding tussen de filterlengte en thermische straal is minimaal 0,5; o Een monobron moet in thermische balans zijn. De hoeveelheid opgeslagen warmte moet gelijk zijn aan de hoeveelheid opgeslagen koude na een periode van 5 jaar. Er mag maximaal met 10% afgeweken worden van deze thermische balans met een koude-overschot.

JURIDISCH KADER Ten aanzien van de realisatie en exploitatie van een bodemenergiesysteem zijn vergunningen of meldingen vereist. Elke vorm van bodemenergie kent zijn eigen juridische kader. Het onttrekken en infiltreren van grondwater bij een open bodemenergiesysteem is vergunningplichtig in het kader van de Omgevingswet. Daarnaast zijn er regels ten aanzien van het lozen van grondwater tijdens realisatie en onderhoud.

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

4 Indicatieve bronlocaties Op basis van de energievraag (hoofdstuk 2), verwachte bodemopbouw (hoofdstuk 3) en omgevingsbelangen (hoofdstuk 3) zijn in dit hoofdstuk indicatieve bronlocaties bepaald. De in dit hoofdstuk bepaalde bronlocaties zijn nadrukkelijk geen ontwerp voor het open bodemenergiesysteem.

4.1

UITGANGSPUNTEN De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd tijdens het bepalen van de bronlocaties: • •

• • • •

Bronlocaties binnen het projectgebied Centrum Schalkwijk zijn bij voorkeur geplaatst aan de randen van het projectgebied en op de noord-zuid georiënteerde weg tussen de blokken; Met de realisatie van alleen monobronnen, zoals omschreven in de opgestelde regels van het interferentiegebied Zuid-West en Europaweg 2023, kan niet aan de energievraag van de geplande blokken voldaan worden. Daarom is samen met de projectgroep besloten om de inpassing van doubletten te onderzoeken. Een maximale broncapaciteit van circa 220 m³/uur bij de toepassing van een doublet; Een minimale filterlengte van 30 m in het tweede watervoerende pakket; Voldoende afstand tussen warme en koude bronnen om negatieve thermische interferentie te voorkomen (minimaal 2 keer de thermische straal 2); Het doublet van Schalkwijk Floriadeplein wordt gewijzigd (zie memo) om een ideale inpassing te faciliteren. De energie voor Schalkwijk Floriadeplein zou geleverd kunnen worden door het doublet van blok 1 en 2, wanneer dit doublet groter wordt gedimensioneerd.

Zoals in paragraaf 2.3 al is toegelicht, is enige vorm van samenwerking tussen de blokken noodzakelijk om de inpassing mogelijk te maken. In Tabel 4.1 zijn de belangrijkste uitgangspunten gegeven. Tabel 4.1 | Uitgangspunten

4.2

clusters

Maximaal benodigd debiet [m³/h]

Aantal doubletten

Jaarlijkse waterverplaatsing [m³]

Blok 1 en 2

180

1

378.000

Blok 3a en 3b

210

1

496.000

Blok 4a, 4b en 4c

220

1

478.000

Blok 5, 6a en 6b

400

2

898.000

INDICATIEVE BRONLOCATIES Uit de inventarisatiefase is naar voren gekomen dat het bodempotentieel op locatie volledig benut moet worden om alle blokken van duurzame warmte en koude te kunnen voorzien met open bodemenergiesystemen. Echter kan het bodempotentieel in de praktijk nooit 100% worden benut, aangezien ook nog rekening gehouden moet worden met andere belangen en inpassingsmogelijkheden. In Figuur 4.1 hebben wij een inpassingmogelijkheid gegeven van 5 doubletten (5 warme & 5 koude bronnen), waarbij naar onze mening het aanwezig potentieel maximaal wordt benut. Zoals uit de afbeelding naar voren komt liggen de bellen dicht tegen elkaar aan, waardoor weinig speling 2 In samenspraak met de projectgroep is besloten dat met 2x de thermische straal wordt gerekend.

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

overblijft in het ontwerp. Daarnaast geven wij een aantal randvoorwaarden en aandachtspunten mee om het bronnenplan te laten slagen. 4.2.1

Randvoorwaarden • De warme en koude bron in het oosten van het projectgebied, behorend bij Schalkstad Floriadeplein, kan niet op deze wijze behouden blijven. In Figuur 4.1 zijn deze afgebeeld als sterretjes. In de bijgevoegde memo zijn drie mogelijkheden weergegeven om bij het wijzigen van dit doublet alsnog aan de energievraag van Schalkstad Floriadeplein te voldoen. In Figuur 4.1 en Figuur 4.2 is de thermische straal van cluster 1 (deze bevat blok 1 en blok 2) gebaseerd op een totale waterverplaatsing van cluster 1 (Tabel 4.1) en de benodigde waterverplaatsing van het doublet van BAM Energy Systems bij Schalkstad Floriadeplein samen.

4.2.2

Aandachtspunten • Het uitgangspunt is dat enkele clusters maar één of twee doublet(ten) toegekend krijgen. Hiermee kan in de volledige warmte- en koudevraag voorzien worden, maar het systeem is in mindere mate redundant. Om een robuust ontwerp te maken moet dus goed nagedacht worden hoe de warmte en koude geleverd kan worden bij onderhoud of storingen. • De WKO-systemen moeten op jaarbasis geregenereerd worden, wat inhoudt dat evenveel warmte als koude geladen wordt. Zoals in de E-uitgangspunten opgenomen, houden wij rekening met droge koelers in het energieconcept. Dit betekent dus dat de gemeente/ontwikkelaars ruimte op het dak moeten reserveren voor deze installaties. • De grondwaterstroming richting het zuidoosten is op dit moment nog in beperkte mate meegenomen in onze berekeningen. Om het risico op negatieve interferentie te voorkomen zijn in overleg met de gemeente de geplande bronnen van Variant Vastgoed al aangepast naar de bronlocaties weergegeven in dit rapport. Voor de geplande koude bron van Trebbe, Lunee Vastgoed en Dalpha Real Estate is er een risico op negatieve thermische interferentie als gevolg van de grondwaterstroming in zuidoostelijke richting. Om dit risico te verminderen wordt geadviseerd om met Trebbe, Lunee Vastgoed en Dalpha Real Estate in overleg te gaan over het wijzigen van de bronlocatie.

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Figuur 4.1 | Indicatieve inpassing van de WKO-doubletten. Afbeelding betreft geen ontwerp!

4.2.3

Mogelijke wijziging geplande bronlocaties fase 2 Om negatieve thermische interferentie tussen de indicatieve bronnen van het bronnenplan en de geplande bronnen van fase 2 te voorkomen is een optionele bronlocatie van de koude bron van Trebbe, Lunee Vastgoed en Dalpha Real Estate weergegeven in Figuur 4.2. Er wordt geadviseerd om de locatie van de koude bron van Trebbe, Lunee Vastgoed en Dalpha Real Estate te verplaatsen richting het noordoosten, zodat deze niet negatief thermisch wordt beïnvloed door de warme bronnen van Variant Vastgoed en de cumulatieve effecten van de warme bronnen aan de westkant van het projectgebied.

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Figuur 4.2 | Mogelijke wijziging bronlocaties van de geplande bronnen van fase 2. Wijziging is met geel gearceerd. Afbeelding betreft geen ontwerp!

4.3

MOGELIJKE OPTIMALISATIES Wanneer het niet mogelijk is om de gerealiseerde warme en koude bron bij Schalkstad Floriadeplein te wijzigen en de geplande bron van fase 2 te verplaatsen, is het bronnenplan, zoals weergegeven in Figuur 4.2, niet uitvoerbaar. In dit geval moet er een andere indeling van de bronnen gemaakt worden aan de hand van de volgende optimalisaties: • • •

Bronnen buiten het projectgebied plaatsen; Energievraag verminderen door strengere bouweisen mee te geven; Tapwater op alternatieven manier oplossen.

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

5 Conclusie en aanbevelingen 5.1

CONCLUSIE In opdracht van de gemeente Haarlem hebben wij (IF Technology) onderzocht hoe meerdere WKOdoubletten ingepast kunnen worden in het projectgebied Schalkwijk. Vanwege de hoge energiedichtheid in Centrum Schalkwijk kan niet aan de warmte- en koudevraag voldaan worden met de realisatie van monobronnen. Binnen het bronnenplan is dus gekozen voor de toepassing van doubletten, waarmee de potentie van de bodem zo optimaal mogelijk wordt benut. Om het aantal doubletten te beperken en bovengrondse energie-uitwisseling te stimuleren zijn vier clusters gemaakt, waaronder de bouwblokken zijn verdeeld. In totaal zijn vijf doubletten nodig om in de tapwater, ruimteverwarmings- en koelvraag te voorzien. Daarnaast zijn aanpassingen aan het gerealiseerde doublet bij Schalkstad Floriadeplein en aan de geplande bron van Trebbe, Lunee Vastgoed en Dalpha Real Estate noodzakelijk om het bronnenplan te laten slagen. De inpassing (indicatief) is weergegeven in Figuur 4.2. Toekomstige initiatieven voor bodemenergie grenzend aan het projectgebied dienen rekening te houden met het thermische invloedsgebied van de bronnen aan de randen van het projectgebied in het bronnenplan. Door de hoge energiedichtheid in het projectgebied is het van belang dat het beschikbare bodempotentieel op de projectlocatie volledig wordt benut.

Concreet betekent dit voor het project in Schalkwijk dat enkele concessies noodzakelijk zijn vanuit gemeente of ontwikkelaars om het gebruik van bodemenergie voor een ieder te garanderen en alle bronnen ingepast te krijgen binnen het plangebied. Zonder deze concessies is het niet haalbaar om het bronnenplan, zoals weergegeven in Figuur 4.2, te realiseren. Concessie 1: Sportcomplex In blok 3a zitten meerdere sportfuncties verwerkt, waaronder een zwembad. Uit onze studie is naar voren gekomen dat dit sportcomplex een dusdanige grote energievraag heeft dat het niet ingepast kan worden, zonder de mogelijkheden voor omliggende ontwikkelingen te beperken. De gemeente heeft daarom besloten om het sportcomplex van duurzame warmte en koude te voorzien vanuit buiten het projectgebied. Concessie 2: Wijzigen van bestaand WKO-systeem Schalkstad Floriadeplein Door de schaarste in de bodem komt de inpassing van de warmte- en koudeopslagsystemen (WKO) zeer nauw. Het bestaande systeem van Schalkstad Floriadeplein ligt momenteel suboptimaal en verstoort daarmee het beoogde bronnenplan. Om de WKO-bronnen zo optimaal mogelijk te kunnen positioneren adviseren wij om het bestaande systeem van Schalkwijk Floriadeplein af te kopen, te verplaatsen of aan de benodigde energievraag te voldoen met lucht/water warmtepompen (zie memo).

Concessie 3: Verplaatsen geplande bronnen fase 2 Om negatieve thermische interferentie als gevolg van de grondwaterstroming richting het zuidoosten te voorkomen tussen de bronnen van fase 3 t/m 9 en van fase 2 is het noodzakelijk om de locatie van de koude bron van Trebbe, Lunee Vastgoed en Dalpha Real Estate te wijzigen (Figuur 4.2).

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Mogelijke alternatieve concessies/optimalisaties Mochten de bovenstaande concessies niet haalbaar blijken, dan is het noodzakelijk om het bronnenplan te wijzigen. Om de bronnen ingepast te krijgen is het mogelijk om de WKO-bronnen buiten het projectgebied te plaatsen, de energievraag in het gebied te verlagen door strengere bouweisen te hanteren of door tapwater op een alternatieve wijze op te wekken.

5.2

AANBEVELINGEN Gezien de krapte in de bodem adviseren wij de gemeente om een (1) regisserende of een sterk (2) faciliterende rol in te nemen: 1.

2.

Een regisseursrol houdt in dat de gemeente zelf de controle behoudt door voor het gebied één partij te selecteren om een collectieve voorziening uit te rollen. Daarmee heeft de gemeente de garantie dat het beschikbare bodempotentieel maximaal wordt benut en niemand wordt benadeeld in het gebied. Als de gemeente liever een faciliterende rol op zich neemt dan is het opstellen van een bodemenergieplan voor de hand liggend. In het bodemenergieplan kunnen onder andere gedetailleerde effectenberekeningen worden verwerkt om met meer zekerheid iets te kunnen zeggen over de inpassing van alle systemen.

Vanwege het risico op negatieve thermische interferentie wordt geadviseerd om in overleg te gaan met Trebbe, Lunee Vastgoed en Dalpha Real Estate over het wijzigen van de geplande koude bron van fase 2. Mogelijk dan deze bronlocatie nog gewijzigd worden om het risico op negatieve thermische interferentie te verminderen. Verder wordt geadviseerd om met BAM Energy Systems in overleg te gaan over de mogelijkheden van het wijzigen van het doublet bij Schalkwijk Floriadeplein om het bronnenplan mogelijk te maken. Daarnaast is het belangrijk om te benadrukken dat de bovengrondse inpassing van de WKObronkoppen en het horizontale leidingwerk nog niet zijn meegenomen in dit onderzoek. Doordat de inpassing van de WKO-systemen nauw komt is het sterk aan te raden om tijdig te beginnen aan het definitieve ontwerp, waarin deze aspecten ook zijn meegenomen.

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Bijlage 1 Vertaling functies naar typologieën schetsontwerp Tabel 5.1 | Vertaling functies naar typologie Functie

Typologie

Rb Functie-wonen

Woningen

Rb Functie-hotel

Hotel

Rb Functie-commercieel

Commercieel & maatschappelijk

Rb Functie-expeditie

Commercieel & maatschappelijk

Rb Functie-horeca

Commercieel & maatschappelijk

Rb Functie-intramuraal

Commercieel & maatschappelijk

Rb Functie-onderwijs

Commercieel & maatschappelijk

Rb Functie-socialcultureel

Commercieel & maatschappelijk

Rb Functie-sport

Commercieel & maatschappelijk

Rb Functie-supermarkten

Commercieel & maatschappelijk

Rb Functie-voorzieningen

Commercieel & maatschappelijk

Rb Functie-zorg

Commercieel & maatschappelijk

Rb Functie-fiets wonen

Parkeren

Rb Functie-fietsenstalling

Parkeren

Rb Functie-parkeren

Parkeren

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Bijlage 2 Uitgangspunten energiecentrale en ontwerptemperaturen Voor het ontwerp van de energiecentrale zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Eenheid

Waarde

COP ruimteverwarming

-

5

COP tapwater

-

3

Regeneratiebron

-

Droge koeler

Vollasturen regeneratiebron

Uur

1.300

Voor de bodemzijdige ontwerptemperaturen zijn de volgende uitgehouden: Eenheid

Waarde

Temperatuurverschil (ontwerp) warmte

°C

5

Temperatuurverschil (ontwerp) koude

°C

6

Temperatuurverschil (gemiddeld) warmte

°C

5

Temperatuurverschil (gemiddeld) koude

°C

5

Temperatuurverschil (regeneratie) warmte

°C

6

Temperatuurverschil (regeneratie) koude

°C

8

Datum Referentie

16 oktober 2024 PR10651/TvdV/20141016

Velperweg 37 6824 BE Arnhem Postbus 605 6800 AP Arnhem

T 026 35 35 555 E info@iftechnology.nl I www.iftechnology.nl

NL60 RABO 0383 9420 47 KvK Arnhem 09065422 BTW nr. NL801045599B01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15296541/1