CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Bijlage IXB bij AO PVE oplevering riolering en drainage dd 11-10-17

commissie Ontwikkeling 5 februari 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22.35 uur Centrum Schalkwijk - Sluiten Anterieure Overeenkomst Blok O2 met Pack Devolopment (FR)4.092 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen

Versiedatum: 11 oktober 2017

1

Inleiding

1.1

Algemeen

Dit document is opgezet om de uitvoering en beoordeling van opleveringsinspecties in de gemeente Haarlem te standaardiseren. Tevens is in dit document opgenomen welke maatregelen getroffen dienen te worden als de toestand van de riolering niet aan de eisen van de gemeente Haarlem voldoet. Het document wordt op verzoek aangeleverd door de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM). Het beheer en onderhoud van riolering, drainage en het gedeelte van de rioolaansluiting in de openbare ruimte wordt uitgevoerd onder eindverantwoording en voor rekening van de gemeente Haarlem. De gemeente Haarlem heeft het beheer en onderhoud van de openbare ruimte uitbesteed aan marktpartijen. Eén van deze marktpartijen, is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de riolering, drainage en de huisaansluitingen in de gemeente Haarlem. Dit is de DDO-partner van de gemeente Haarlem op het gebied van riolering. Onderdeel van de werkzaamheden van de DDO-partner is het adviseren van de gemeente ten aanzien van riolering en drainage. Voor het reinigen en inspecteren van een nieuw riool, drainage of het vervangen van een bestaande rioolaansluiting gelden de procedure, kwaliteitseisen en beoordelingsmethode zoals beschreven in dit document.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt omschreven hoe de reiniging en inspectie dient te worden uitgevoerd en wat aangeleverd dient te worden. In hoofdstuk 3 wordt aangegeven welke eisen door de gemeente Haarlem aan een opgeleverd riool worden gesteld. In hoofdstuk 4 is opgenomen welke maatregelen getroffen dienen te worden als het opgeleverde riool niet aan de eisen van de gemeente Haarlem voldoet.

1.3

Procedure

De volgende procedure wordt aangehouden: • • • • •

• • •

Document als bijlage bij contract aanbestedingsprocedure dan wel overhandigen aan ontwikkelaar als onderdeel van de anterieure overeenkomst; Uitvoering en levering van de reiniging en inspectie zoals in hoofdstuk 2 omschreven; De resultaten dienen digitaal aan de procesmanager van de gemeente aangeleverd te worden; De resultaten worden volgens hoofdstuk 3 van dit document beoordeeld door de gemeente en / of diens DDO partner; Na beoordeling wordt, indien noodzakelijk, aangegeven welke maatregelen getroffen dienen te worden. Hierbij wordt hoofdstuk 4 van dit document aangehouden. De maatregelen worden aangegeven door de gemeente; De eventuele maatregelen worden besproken met de aannemer; Indien daar aanleiding toe is dient de reiniging en/of inspectie opnieuw gedaan te worden na treffen van de maatregelen; Overdracht van de opleveringsinspectie van de opdrachtnemer aan de gemeente.

Eventuele overige procedurele stappen vallen buiten dit document.

1.4

Contacten

Gemeente: afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM), de heer R. Snijder / de heer W. Stolp DDO partner: BAM / Van der Valk en de Groot DIA: Data, Informatie & Analyse; contactpersoon dia@haarlem.nl o.v.v. controle putnummers

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 2 van 12

2

Uitvoering en levering opleveringsinspectie

2.1

Algemeen

De opdrachtnemer en/of uitvoerende partij is in het bezit van de volgende geldige certificaten: • Veiligheidsbeheerssysteem certificaat volgens VCA**; • Kwaliteitsmanagementsysteem volgens ISO 9001; • BRL K10014 (reiniging); • BRL K10015 (inspectie). Eisen aan de werkzaamheden, het resultaat en bijkomende werkzaamheden: • De aannemer dient zich te houden aan het gestelde in de genoemde BRL tav reiniging en inspectie; • bovenop de BRL ten aanzien van reiniging en inspectie gelden de eisen zoals deze in dit document zijn opgenomen. Indien deze afwijken van de BRL, dan gaan de eisen in dit document boven de eis vanuit de BRL. • Alle werkzaamheden voortvloeiend uit dit document, ten einde de riolering naar behoren over te kunnen dragen aan de gemeente, dienen in de aanneemsom te zijn inbegrepen. • Alle bijkomende werkzaamheden, waaronder ook Veiligheidsmaatregelen, worden geacht tot de werkzaamheden te behoren;

2.2

Eisen rioolreiniging

In paragrafen 4.1 en 4.2 van BRL K10014 (reiniging) worden eisen gesteld aan het riool- en kolkreinigen. In deze paragraaf wordt ingehaakt op de BRL. Uitgangspunten van de rioolreiniging Aanvullende uitgangspunten van de rioolreiniging ten opzichte van artikel 4.1.3 van de BRL: • de omvang van de rioolreiniging; o alle riolen/rioolonderdelen welke in het project zijn gerealiseerd; o alle riolen/rioolonderdelen welke binnen het projectgebied gelegen zijn; o de eerstvolgende rioolstreng buiten de projectgrens tot de volgende put en met een minimale afstand van 50m vanaf de projectgrens. • de wijze van reinigen; o Uitvoeringswijze is geheel aan de uitvoerende partij en dient in overeenstemming te zijn met de resultaatsverplichting. • de afvoer van de afvalstoffen; o conform Artikel 4.1.7 van betreffende BRL • Moment van reinigen o Afhankelijk van de locatie in overleg met gemeente een tijdstip bepalen Uitgangspunten van het reinigingsplan Aanvullende uitgangspunten van het reinigingsplan ten opzichte van artikel 4.1.4 van de BRL. Voor een goede reiniging dienen identificatie- en overige inventarisatiegegevens beschikbaar te zijn. Uitvoerende partij verricht de inventarisatie en vraagt tijdig de nodige informatie op bij de gemeente ten behoeve van het op te stellen reinigingsplan.

De identificatiegegevens bestaan uit: • het nummer van de put van waaruit gereinigd wordt en het nummer van de put/object in de richting waarvan gereinigd wordt; o Het identificatienummer van de put volgt uit het Geovisia informatie beheersysteem van de gemeente Haarlem. o Indien in het project putten zijn toegevoegd dienen deze een putnummer te krijgen welke door de gemeente (DIA) bepaald wordt. De nummers zijn in de bestekfase op tekening aangegeven echter dienen voorafgaand aan de reiniging en inspectie gecontroleerd te worden. De controle zal door DIA verricht worden. Onder par 1.4 staat de contactinformatie.

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 3 van 12

o

•

Indien foutieve putnummers worden toegepast zal gemeente de stukken afkeuren, waarna uitvoerende partij de geleverde stukken aanpast en opnieuw ter goedkeuring voorlegt aan de gemeente. de reinigingsperiode. o Reiniging inclusief leveren rapportage binnen 3 maanden na afronding van de werkzaamheden. o Bij deelfasen is extra reiniging van belang indien de werking van de riolen binnen de projectgrens slecht is geworden door de uitvoering. o Afhankelijk van de locatie kan het van belang zijn dat de reiniging op bepaalde uren van de dag dient te geschieden. Het moment van reinigen dient met de gemeente overeengekomen te worden.

Aanvullende eisen rioolreiniging De riolen dienen op het moment van inspectie schoon en droog te zijn. Dit betekent dat: • De riolen en putten moeten zijn ontdaan van alle materialen, die geen deel uitmaken van de constructie van het riool en de put en met hoge druk reinigingsmaterieel zijn te verwijderen. • Bovenstrooms en eventueel benedenstrooms zal indien noodzakelijk het aanbod van rioolwater moeten worden afgestopt. Aanbod van rioolwater via huisaansluitingen en drains in het te inspecteren riool wordt geaccepteerd tot een maximum hoogte van 0,03 m. • Waterdiepte ten gevolge van zonken in een riool wordt toegestaan, indien in de begin- en eindput de waterdiepte niet meer dan 0,03 m bedraagt. Het niet voldoen aan deze criteria leidt tot afkeuring van de uitgevoerde reiniging in het betreffende riool. Het werktempo van de reiniging dient zodanig te zijn dat het maximale tijdverschil tussen reiniging en inspectie niet meer bedraagt dan 24 uur. Bij de reinigingswerkzaamheden mag geen rioolslib op de bestrating worden gemorst. Indien dit onverhoopt toch gebeurt dient het straatwerk direct, tot genoegen van de directie, schoon gemaakt te worden. Gebreken of afwijkingen aan het rioleringssysteem, die worden geconstateerd tijdens de uitvoering, worden geregistreerd op de dagrapporten en werktekeningen en overhandigd aan de directie.

Gebreken of afwijkingen die een direct gevaar vormen voor de omgeving worden direct gemeld aan de directie. Bijkomende werkzaamheden: • Gangbaar maken van vastzittende putdeksels; • Zich tijdig op de hoogte stellen van blinde putten en deze melden bij de directie; • Het toegankelijk maken van blinde putten valt buiten dit contract; • Het schoon spuiten van schachtwanden, klimijzers en bordessen; • Het verwijderen van incidenteel voorkomende stukken puin ter grootte van een baksteen.

2.3

Eisen en uitvoering rioolinspectie

Aanvullende eis op de kwalificatie van de inspecteur ten opzichte van artikel 4.2.2 van de BRL. De inspecteur heeft aantoonbaar minimaal 2 jaar werkervaring als rioolinspecteur. Uitgangspunten van de inspectie Aanvullende eis op de uitgangspunten van de inspectie ten opzichte van artikel 4.4 van de BRL. Het doel van de inspectie: • Het vastleggen van de kwaliteit inclusief aantonen van de reiniging van de riolering op beeld; • De kwaliteit van de beelden dient dusdanig te zijn dat het riool goed te beoordelen is. De omvang van de inspectie van: • alle riolen/rioolonderdelen welke in het project zijn gerealiseerd; • alle riolen/rioolonderdelen welke binnen het projectgebied gelegen zijn; • de eerstvolgende rioolstreng buiten de projectgrens tot de volgende put en met een minimale afstand van 50m vanaf de projectgrens. Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 4 van 12

De wijze van inspecteren • De riolering > 200 mm wordt geïnspecteerd aan de hand van een rijdende kleurencamera met 3-D kogelbeeldopnamen vanuit het riool. Het betreft opname van de riolering m.b.v. een op afstand bediende camera met rondom registrerende lens, aan voor- en achterzijde, waarbij de beelden bovengronds worden gevolgd op een monitor en digitaal worden vastgelegd ter verwerking op later tijdstip. • camerasysteem dient minimaal te voldoen aan de volgende specificaties: o Rijsnelheid max. 35 cm/s; o Maximaal interval tussen opname 5cm., dit geldt zowel voor de voor- alsmede voor de achterlens van het camerasysteem; o Minimale resolutie camera-elektronica 1392x1040 pixels; o Maximale bewegingsonscherpte 0,2 mm; o Indien metingen tbv ovaliteit of binnendiameter worden toegepast (al dan niet dmv de inzet van hulpapparatuur) is de maximale afwijking 0.5%. • Voor riolen < 200 mm mag de opdrachtnemer een inspectiecamera met video-opname inzetten. • Een hellingshoekmeting dient te worden uitgevoerd ongeacht de leidingdiameter.

o De hellingshoek meting dient gekoppeld te zijn aan gereviseerde BOB-waarden van de riolen; o Omdat hoekverdraaiing niet verder is onderverdeeld (klasse 1 = wel geconstateerd en klasse 5 = niet geconstateerd) stelt de gemeente Haarlem als aanvullende eis dat alle buisverbindingen gefilmd dienen te worden; o Indien hoekverdraaiingen geconstateerd worden, dient de mate hiervan middels voegwijdte meting bepaald te worden. • Detailfoto’s moeten een representatief beeld geven van het toestandsaspect van het desbetreffende onderdeel van de riolering, in het bijzonder de aard van de vervuiling. • Alle aansluitingen dienen zodanig in beeld te worden gebracht, dat zowel het inwendige van de aansluitleiding als de aansluiting op het riool goed beoordeeld kunnen worden. • Behalve de riolen dienen ook de putten inwendig te worden geïnspecteerd vanaf de putbodem met de camera waarmee ook de leiding wordt geïnspecteerd. De put-buis aansluiting van de begin- en eindput dient in beeld te worden gebracht. Zo nodig de camera achteruit rijden in de beginput. • Bij een niet te passeren obstakel dient het riool van 2 kanten te worden geïnspecteerd. De wijze van rapporteren: • Afwijkingen van de bestaande situatie van het rioleringssysteem, worden geregistreerd op de dagrapporten en werktekeningen en overhandigd aan de directie.

Gebreken of afwijkingen die een direct gevaar vormen voor de omgeving worden direct gemeld aan de directie; • De rapportage dient te zijn opgesteld in het Standaard Uitwisselingsformaat voor Riool Inspectiebestanden (SUF-RIBX 1.2 (meest recente versie)) en te worden aangeleverd op een mediadrager, voorzien van een eigen legale mediaplayer die zelf startend is. De mediadrager wordt eigendom van de gemeente Haarlem; • De werktekeningen dienen digitaal in DGN en Pdf formaat en analoog, met eventuele opmerkingen, te worden aangeleverd Het complete inspectierapport, inclusief beeldmateriaal, analoge en digitale werktekeningen, dienen binnen 10 werkdagen na inspectie in het bezit te zijn van de directie. Uitvoerende partij verricht de inventarisatie. Voor een goede uitwisseling van gegevens en implementatie in het beheersysteem dienen identificatie- en overige inventarisatiegegevens beschikbaar te zijn en toegepast te worden. Uitvoerende partij verricht de inventarisatie en vraagt tijdig de nodige informatie op bij de gemeente ten behoeve van een eenduidige inspectie met de juiste gegevens. Het nummer van de put van waaruit geïnspecteerd wordt en het nummer van de put in de richting waarvan geïnspecteerd wordt cq het nummer van de put/object die geïnspecteerd wordt.

De identificatiegegevens bestaan uit: • Het identificatienummer van de put volgt uit het Geovisia informatie beheersysteem van de gemeente Haarlem. • Indien in het project putten zijn toegevoegd dienen deze een putnummer te krijgen welke door de gemeente (DIA) bepaald wordt. De nummers zijn in de bestekfase op tekening aangegeven echter

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 5 van 12

•

dienen voorafgaand aan de reiniging en inspectie gecontroleerd te worden. De controle zal door DIA verricht worden. Onder par 1.4 staat de contactinformatie. Indien foutieve putnummers worden toegepast zal gemeente de stukken afkeuren, waarna uitvoerende partij de geleverde stukken aanpast en opnieuw ter goedkeuring voorlegt aan de gemeente.

De inspectieperiode: • Inspectiegegevens inclusief leveren rapportage binnen 3 maanden na afronding van de werkzaamheden; • Afhankelijk van de locatie kan het van belang zijn dat de inspectie op bepaalde uren van de dag dient te geschieden. Het moment van inspecteren dient met de gemeente overeengekomen te worden. Opleveringsrapportage Aanvullende eis op de Opleveringsrapportage ten opzichte van artikel 4.9.2 van de BRL. In de opleveringsrapportage dient bijlage 1 van dit PVE volledig ingevuld opgenomen te worden.

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 6 van 12

3

Beoordeling opleveringsinspectie

In dit hoofdstuk wordt beschreven welke eisen gesteld worden aan een opgeleverd riool. Indien niet wordt voldaan aan de gestelde eisen is een maatregel noodzakelijk. De maatregelen zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Het resultaat van de inspectie dient, overeenkomstig NEN 3398 en standaard RAW bepalingen, te voldoen aan klasse 1 van de in de tabellen 1 tot en met 3 van NEN 3399-2015 genoemde normatieve toestandsaspecten, met uitzondering van de hierna onder a tot en met d genoemde toestandsaspecten. Voor de uitgezonderde toestandsaspecten dient het resultaat te voldoen aan: a) Toestandsaspect BAG: instekende inlaten zijn slechts toegestaan tot de mate waarin dat door de aard van de constructie van de aansluiting wordt veroorzaakt; b) Op toestandsaspect BAJ is een aanpassing gedaan, zie 3.3.; c) Toestandsaspecten BBB, BBC en BBE: leiding moet inwendig vrij zijn van verontreiniging, obstakels, aangehechte afzettingen en overige ongerechtigheden; d) Uitzonderingen, zoals genoemd in onderstaande beschrijving per toestandsaspect. Hieronder zijn alle aspecten, met eventuele uitzonderingen, nogmaals in detail weergegeven:

3.1

BBF Infiltratie

Lekkage is niet toegestaan. Bij klasse 2 t/m 5 dient een maatregel getroffen te worden. Uitzondering hierop vormt de aansluiting van nieuw materiaal op oud materiaal (b.v. oude ei-buis op nieuwe put). Lekkage t/m klasse 2 is hierbij toegestaan.

3.2

BBD Binnendringen van grond

Binnendringen van grond is niet toegestaan. Bij klasse 2 t/m 5 dient een maatregel getroffen te worden. Opgemerkt dient te worden dat zandinloop moeilijk te constateren is, doordat de riolering vooraf gereinigd wordt.

3.3

BAJ Verplaatste verbinding in de langsrichting A

In de NEN 3399 is de classificatie van axiale verplaatsing weergegeven. Klasse 1 houdt in dat een kleine verplaatsing is toegestaan. Grotere axiale verplaatsingen kunnen leiden tot vervroegde lekkage, zandinloop en wortelingroei. Bij klasse 2 t/m 5 dient een maatregel getroffen te worden. M.b.t. de NEN 3399 wordt door de gemeente Haarlem het volgende onderdeel gewijzigd. Voor beton mof/spie-verbindingen gelden de volgende maatstaven: • < diameter 700 mm axiale verplaatsing t/m 20 mm toegestaan (norm is 10 mm); • ≥ diameter 700 mm axiale verplaatsing t/m 30 mm toegestaan (norm is 20 mm). Voor PVC mof/spie-verbindingen gelden de volgende maatstaf: • < diameter 700 mm axiale verplaatsing t/m 20 mm toegestaan (norm is 10 mm).

3.4

BAJ Verplaatste verbinding in de omtrek B

Reeds bij kleine radiale verplaatsingen is het mogelijk dat de buisverbinding is afgebroken. Daarom is hoger dan klasse 1 niet toegestaan. Bij klasse 2 en 5 dient een maatregel getroffen te worden.

3.5

BAJ Verplaatste verbinding, Hoekverdraaiing C

De opdrachtnemer dient aan te tonen (d.m.v. gegevens van de fabrikant) dat deze hoekverdraaiing geen (versnelde) problemen (b.v. na verloop van tijd lekkage, zandinloop of wortelingroei) oplevert en de werking van het riool niet nadelig beïnvloedt.

3.6

BAL Defectieve reparatie

Een defectieve reparatie is niet toegestaan. Indien deze waarneming het gevolg is van de toepassing van een voorgeschreven reparatie methode dient de opdrachtnemer aan te tonen dat er geen nadelig effect is voor de waterdichtheid, stabiliteit en afstroming van het riool, een en ander ter goedkeuring van de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM) en / of diens DDO partner.

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 7 van 12

3.7

BAK Defectieve lining

Een defectieve lining is niet toegestaan. Indien deze waarneming het gevolg is van de toepassing van een voorgeschreven lining methode dient de opdrachtnemer aan te tonen dat er geen nadelig effect is voor de waterdichtheid, stabiliteit en afstroming van het riool, een en ander ter goedkeuring van de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM) en / of diens DDO partner.

3.8

BAI Indringend afdichtingmateriaal, afdichtingring A

Klasse 3, 4 en 5 zijn niet toegestaan. De rubberring dient goed aangebracht te zijn. Bij klasse 3, 4 en 5 dient een maatregel getroffen te worden.

3.9

BAI Indringend afdichtingmateriaal, andere afdichting Z

Het voegmateriaal dient goed aangebracht te zijne is niet toegestaan. Bij klasse 3 en 5 dient een maatregel getroffen te worden.

3.10 BAF Oppervlakte-schade, Mechanische schade A Beschadiging klasse 1 en 5 is toegestaan met uitzondering van: • Beschadiging door slecht aangebrachte inlaten; • Inlaten op de zijkant van de buis, tenzij vooraf bepaald; • Beschadiging die de stabiliteit van het riool vermindert. Dit wordt bepaald door de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM).

3.11 BAF Oppervlakte-schade, Chemische aantasting B, C en D Aantasting is niet toegestaan. Bij klasse 3 t/m 5 dient een maatregel getroffen te worden. Opgemerkt dient te worden dat aantasting bij een opleveringsinspectie veelal niet aan de orde is.

3.12 BDD Waterpeil (h) t.o.v. buishoogte Waterdiepte klasse 2 t/m 5 is niet toegestaan. Indien dit geconstateerd wordt zal aan de hand van het beeldmateriaal en de hellingshoekmeting aangetoond moeten worden dat er geen sprake is van een niet toelaatbare verzakking en / of tegenschot.

3.13 Rioolputten De rioolputten mogen niet zodanig beschadigd zijn dat de constructieve sterkte van de rioolput hierdoor wordt beïnvloed. Beoordeling vindt plaats door de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM) en / of diens DDO partner. De rioolputten dienen overeenkomstig het bestek met een stroomprofiel te worden uitgevoerd.

3.14 Schadebeelden niet door uitvoering Geconstateerde schade aan de riolering als gevolg van het vervoer van materiaal of ontstaan tijdens het fabricageproces is de verantwoording van de aannemer. De aannemer dient zorg te dragen voor een goede controle van het materiaal voordat het de grond in gaat. Indien deze onverhoopt voorkomen dient de opdrachtnemer aan te tonen dat deze schadebeelden geen nadelig effect hebben op de waterdichtheid, stabiliteit en afstroming van het riool, een en ander ter goedkeuring van de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM) en / of diens DDO partner.

3.15 Hellinghoekmeting De resultaten van de hellinghoekmeting worden gebruikt om de beoordeling van een aantal toestandsaspecten te staven. Hoekverdraaiing, waterdiepte en afstroming worden hiermee gecontroleerd. Tevens kunnen met een hellinghoekmeting de inspectieresultaten worden gecontroleerd. De resultaten van de hellinghoekmeting worden tevens gebruikt, in combinatie met meetgegevens uit het veld, om de hoogteligging en het verhang van het riool te bepalen t.o.v. de gestelde eisen in het bestek. De beoordeling hiervan valt buiten dit PvE.

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 8 van 12

3.16 Resultaten beoordeling inspectie De resultaten van de beoordeling van de inspectie, de resultaten die niet voldoen aan de hierboven gestelde eisen, worden door de opdrachtnemer gepresenteerd in een matrix in Excel op strengniveau.

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 9 van 12

4

Maatregelen

Maatregelen dienen getroffen te worden indien in de rioolinspectie schadebeelden zijn waargenomen die niet voldoen aan de gestelde eisen in hoofdstuk 3. Uitzonderingen vormen die schadebeelden die veroorzaakt worden door onverwachte problemen die tijdens de uitvoering kunnen optreden. Bovengenoemde problemen moeten hierbij niet veroorzaakt zijn door de aannemer zelf. Tevens dienen de problemen met de directie besproken te worden, zo niet dan vervalt de uitzonderingsregel. De toezichthouder van de directie dient dit te overleggen met de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM). PCM bepaalt in dit geval of er sprake is van “verzachtende omstandigheden”.

4.1

Plan van aanpak

De opdrachtnemer stelt een plan van aanpak op m.b.t. uit te voeren maatregelen. In het plan van aanpak wordt minimaal vastgelegd: • een omschrijving van de (verschillende) maatregel(en); • de werkwijze; • eventueel productinformatie bij te leveren producten; • in te zetten materieel en personeel; • tijdsplanning. Bij uitvoering van de maatregel dienen de overige noodzakelijke werkzaamheden, zoals bijkomende werkzaamheden en werkzaamheden aan andere objecten (b.v. straatwerkzaamheden) tevens te worden uitgevoerd en conform het ontwerp. Voor uitvoering dient het Plan van aanpak eerst te zijn goed gekeurd door de directie. De kosten van alle te nemen maatregelen en bijkomende werkzaamheden zijn voor de aannemer. Indien eventuele maatregelen zijn uitgevoerd, dient opnieuw een rioolinspectie te worden uitgevoerd, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven. De procedure begint hierbij opnieuw. De kosten van de nieuwe inspectie zijn voor de aannemer. De eventueel uit te voeren maatregelen zijn gebaseerd op de functionaliteit van het riool.

4.2

Waterdichtheid

Een riool moet in hoge mate waterdicht zijn. De eisen ten aanzien van waterdichtheid moeten bewerkstelligen dat vervuiling van bodem en grondwater wordt voorkomen en dat de bergingscapaciteit en de werking van de rwzi niet negatief worden beïnvloed. 4.2.1 Infiltratie, binnendringen van grond, indringend afdichtingmateriaal en verplaatste verbinding Indien de eisen (zie hoofdstuk 3) van de gemeente Haarlem t.a.v. de waterdichtheid (BAI, BAJ, BBD en BBF) worden overschreden, dient de betreffende buis opnieuw aangelegd te worden. Eventuele rubberringen en voegmateriaal dienen vernieuwd te worden. De eisen t.a.v. hoekverdraaiing wordt gevormd door gegevens van de fabrikant. Eventueel gelijkwaardige oplossingen waarbij de waterdichtheid wordt gegarandeerd zijn ook toegestaan, mits goed gekeurd door gemeente. Het doorstroomprofiel mag hierbij niet wijzigen.

4.3

Stabiliteit

De stabiliteit van het riool moet zo zijn dat de noodzakelijke constructieve veiligheid tegen bezwijken is gewaarborgd. Onvoldoende stabiliteit zorgt voor instortingsgevaar. De eisen ten aanzien van stabiliteit moeten bewerkstelligen dat de veiligheid van de burgers wordt gewaarborgd en dat de riolen minimale risico´s opleveren voor de overige onder- en bovengrondse infrastructuur. Indien de eisen (zie hoofdstuk 3) van de gemeente Haarlem ten aanzien van de stabiliteit (BAA, BAB, BAC, BAF, BAK, BAL, BAM en BAN) worden overschreden, dient de betreffende buis vervangen of gerepareerd te worden (een en ander ter goedkeuring van de gemeente).

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 10 van 12

4.4

Afstroming

De afstromingstoestand in het riool moet zo zijn dat de noodzakelijke afvoercapaciteit aanwezig is. Indien de afvoercapaciteit wordt belemmerd door bijvoorbeeld verloren berging of vervuiling in het riool wordt de kans op wateroverlast vergroot. Tevens kan gasvorming door rotting ontstaan waardoor het riool sneller wordt aangetast en stankvorming kan optreden. De eisen ten aanzien van afstroming moeten bewerkstelligen dat de afvoer van afvalwater uit de bebouwde omgeving ongehinderd en zonder gevaar voor de volksgezondheid plaatsvindt. 4.4.1 Instekende inlaat BAG Bij klasse 3 en 5 dient de inlaatconstructie aangepast te worden, zonder dat daarbij een beschadiging aan het riool ontstaat. 4.4.2 Vervuiling BBB, BBC en BBE Alle vervuiling dient uit het riool verwijderd te worden. Het riool dient schoon te worden opgeleverd. 4.4.3 Waterdiepte BDD Bij waterdiepte hoger dan klasse 1 dient het riool opnieuw gelegd te worden. 4.4.4 Wortels BBA Indien niet wordt voldaan aan de eisen m.b.t. BBA, dienen de wortels te worden verwijderd en het object (voeg, inlaat, etc.) in het riool te worden vernieuwd of gerepareerd ter goedkeuring van de directie.

4.5

Afkoopsom

De gemeente Haarlem kan in bepaalde omstandigheden de keuze maken om in plaats van het uitvoeren van een maatregel een afkoopsom te hanteren.

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 11 van 12

Bijlage 1 Documentenlijst oplevering riolering en drainage Document

Aanwezig / niet aanwezig

Bestandsnaam

Nadere informatie

Opleveringsrapportage conform BRL Overdrachtstekening waarop staat wat er overgedragen wordt. Tekening realisatie met putnummers conform afdeling DIA Revisietekeningen Tekeningen met opmerkingen van inspecteurs Berekeningen riolering inclusief ontwerptekeningen Berekeningen drainage inclusief ontwerptekeningen en instelniveaus. Revisie bovengronds met daarop, wegen, groen, straatmeubilair, speelvoorzieningen, lichtmasten e.d. Revisietekening riolering en drainage inclusief huisaansluitingen en kolken (in DWG of DGN). Video Inspectie riolering (inclusief rapportage en SUF-2 bestanden). Grondonderzoek om vast te stellen dat milieutechnische kwaliteit voldoet voor bestemming.

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 11 oktober 2017 Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16539137/1