CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

12-16 Transcript cie Ontwikkeling

commissie Ontwikkeling 16 december 2021, gemeente Haarlem38.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Of wanneer er niet voor wordt gekozen om te wachten met de planvorming is het niet meer mogelijk een hotel mee te nemen in de ontwikkeling, waardoor deze in alle waarschijnlijkheid de komende tientallen jaren niet meer kan worden toegevoegd aan deze locatie. Een locatie welke bij uitstek geschikt is voor een dergelijke aanvulling. Overigens staat de uitvoering van een eerste ontwikkeling in het stationsgebied gepland in 2025. Nogmaals wil ik nadrukkelijk meegeven dat het om een onderzoek gaat. Wij willen tot een realistische opgave komen die goed is voor de stad en goed is voor onze eigen gebruikers en bewoners. Mochten er nog vragen zijn, dan hoor ik die graag. Uiteraard ben ik ook telefonisch of per mail naderhand bereikbaar, mochten jullie op een later moment vragen willen stellen. Hartelijk dank voor jullie aandacht. De voorzitter: Dank u wel, keurig binnen de tijd. Mijnheer Wiedemeijer heeft een vraag voor u. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, dank u wel. U zoekt enige duidelijkheid. Geeft het u ook duidelijkheid als we er een langere termijn van maken, dus zouden we er 2030 bijvoorbeeld van maken? De heer Van Prooye: Het verlengen van de hotelaanvraagpauze? De heer Wiedemeijer: Ja, dan weet u in ieder geval dat u geen hotel hoeft te onderzoeken op het Stationsplein.

De heer Van Prooye: Dat klopt, maar dan loopt de kans mis dat er überhaupt een hotel op deze locatie zou kunnen komen.

18

De heer Wiedemeijer: Dat scheelt u een hoop tijd om dat dan te onderzoeken. De heer Van Prooye: Dat valt dus mee. Wij zoeken de beste invulling aan het plein en van het vastgoed aan het plein. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel, mijnheer Van Prooye was het, voor het inspreken. U zegt: het gaat nadrukkelijk om een onderzoek. Er is nu laten we zeggen een adempauze tot 2024. U heeft daar dus twee jaar de tijd voor om te onderzoeken. Wat let u om een onderzoek te plegen met deze pauze? De heer Van Prooye: Omdat wij samen in gesprek met de gemeente, een team van de gemeente, een invulling moeten gaan geven aan het programma. Als wij die discussie of wanneer we dat gesprek niet aan mogen of kunnen gaan, dan moeten wij dat helaas links laten liggen, een hotel. Dus kunnen we dat niet meenemen in onze overwegingen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog meer vragen? Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Die afweging maakt u zelf. Ik zou er zelf anders in staan, maar goed, dat is uw goed recht. Er is aan het Stationsplein een ander hotel, Hotel … Aan hetzelfde Stationsplein is ook een hotel, Lion d’Or. Heeft u daar contact mee? De heer Van Prooye: Daar hebben we nog geen direct contact mee. De heer Aynan: Misschien verstandig om dat ook in het onderzoek mee te nemen. De voorzitter: Het is een heel spel weer.

Elke keer als u spreekt mag u hem aanzetten en dan mag hij weer uit. Mijnheer Blokpoel. De heer Blokpoel: Dank u wel. Mijnheer Van Prooye, u zegt: de eerste stap in 2025. Nu weten we allemaal dat de ontwikkelingen nogal lang duren, dat de capaciteit nogal beperkt is hier in de gemeente, in meerdere gemeenten. Wij hebben nog niks gezien, dus welke stap gaat u zetten dan? De heer Van Prooye: Wij zijn al, sinds wij het hebben gekocht eind vorig jaar, in gesprek met het gemeentelijk team. Daarin hebben we al een aantal stappen gezet en het komende jaar willen we daar nog concreter in worden met het uitwerken van de plannen, bijvoorbeeld het stedenbouwkundig plan van eisen en ook een stedenbouwkundig plan. Waarna wij ook echt voorzien om door te kunnen pakken met de verdere planvorming. De voorzitter: Mijnheer Krouwels. Mijnheer Blokpoel, gaat u verder. Dan mijnheer Krouwels. De heer Blokpoel: En in welk jaar staat het hotel gepland volgens u? De heer Van Prooye: Daar is nog niks over uitgesproken. Het moet hoogstwaarschijnlijk gefaseerd uitgevoerd gaan worden en welke fasering dat dan precies gaat worden, dat weten we natuurlijk ook nog niet. De heer Blokpoel: Dus een hotel zou ook in een latere fasering kunnen als in 2024 die hotelpauze eraf gaat?

19

De heer Van Prooye: Dat is mogelijk, maar er moet een totaalplan komen eerst voordat er überhaupt keuzes kunnen gemaakt worden over de fasering en ook de invulling en programmering daarvan. De voorzitter: De heer Krouwels. De heer Krouwels: Dat sloot wel een beetje aan op mijn vraag, wanneer u duidelijkheid van ons nodig heeft. Ik ga daar even vanuit, dat voorspel ik, dat die hotelaanvraagpauze in ieder geval tot 2024 zo blijft. Tot die tijd, of we die mogelijkheid gaan verlengen, gaat ook over deze zaal. Wanneer zou u uiterlijk duidelijkheid erover willen hebben dat het uw planning niet in gevaar brengt? Maar goed, dat heeft mijnheer Blokpoel al een beetje gevraagd. De voorzitter: Oké, dan hoeft u dat niet te herhalen. Zijn alle vragen gesteld? Dan wil ik mijnheer Van Prooye hartstikke bedanken voor uw komst vanavond naar deze commissie, namens de hele commissie. U mag plaatsnemen op de tribune, bij één van de groene stickers. Dan gaan wij verder met de termijn. Mijnheer Slik, geeft dit nog aanleiding om uw termijn bij te stellen? De heer Slik: Niet om bij te stellen, alleen om te bevestigen dat we hier mogelijk moeten blijven als er een ruimtelijke afweging wordt voor gemaakt. De voorzitter: Oké. Mijnheer Visser? Nee. Dan mijnheer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, dank u wel.

Het hotelstop is ooit begonnen om de leefbaarheid te beschermen, dat het niet overcrowded zou worden. Nu zit er toch gewoon een ander verhaaltje. Wanneer je de hotelovernachtingen bekijkt, je schrikt toch behoorlijk. 364.000 in 2019 en nu 136.000 tot dusver in 2021. Dus de situatie is nu meer dat extra hotels zou bouwen voor leegstand zijn. We hebben enorm schaarse ruimte in Haarlem, dan moeten we niet hotels gaan toestaan die alleen maar leegstand opleveren. In die zin, het klonk een beetje flauw net om te zeggen, maar dan kunnen we beter zeggen: dat zit er de komende jaren niet in. Dus ik vind het een uitstekende keuze, en als we iets over die termijn moeten zeggen, dan zou ik zeggen: maak hem dan nog langer. Want ik zit om eerlijk te zijn ook niet te wachten om die schaarse ruimte te gebruiken voor bijvoorbeeld op het Stationsplein voor hotels. Achteraf had ik liever ook dat wijzelf die optie tot koop geëffectueerd, want nu zien we – en dat bedoel ik echt niet negatief – maar dat nu iemand dus jarenlang allerlei onderzoeken en plannen gaat maken, terwijl wij zelf het initiatief voor de ruimtelijke ordening op het Stationsplein in ons eigen beheer hadden kunnen hebben. Maar met het voorstel wat er ligt, helemaal doen. Mag eerder langer dan korter. Dus uitstekend. De voorzitter: De heer Slik. De heer Slik: Dank u, voorzitter.

Is de PvdA het niet met de ChristenUnie eens dat datzelfde effect bereikt kan worden door gewoon bestemmingsplannen het wel of niet mogelijk te laten maken in combinatie met de markt het zelf laten uitzoeken? Als wij denken ‘het kan niet’, dan hebben we nog middelen van een bestemmingsplan. Als een ontwikkelaar denkt ‘ik moet nog even wachten’, dan moet hij dat zelf weten. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, u voelt hem al aankomen: dat ben ik niet met u eens. U geeft zelf eigenlijk het antwoord al en eigenlijk de inspreker ook. Want zolang wij dit zeg maar in het midden laten of dit mag gaan mensen gronden en panden aankopen en jarenlang filosoferen wat ze ermee gaan doen. Dan vind ik het fair om gewoon aan de voorkant te zeggen: nee, wij willen dat niet. Ga niet panden en gronden aankopen om daar jarenlang over na te denken, want wij willen andere bestemmingen in deze schaarse stad. Als we dat aan

20

de voorkant toestaan, dan gaan mensen dus komen met ideetjes naar het college en dan komen hier ideeën naar de raad en dan moeten we aan de achterkant gaan bijsturen, terwijl ze dan al allerlei plannen hebben uitgewerkt. Dus dat vind ik niet fair. De voorzitter: De heer Slik. De heer Slik: Vindt u dat niet een beetje een angstverhaaltje? Want zo doen we dat toch met 99 procent van de gevallen? Dat we een bestemmingsplan hebben en dat iemand met een ideetje langskomt en we beoordelen het. De heer Wiedemeijer: Om een voorbeeld te geven: er is laatst ook, dat was volgens mij anderhalf jaar geleden of iets dergelijks, was er een plan met een hotel, volgens mij in de buurt van het Patronaat, ik kom even niet op de naam. Ja, Prinsenhof. Ik zat daar totaal niet op te wachten, maar een meerderheid in deze raad wilde dat nog wel. Toen heb ik gezegd: ik wil het niet, laten we een compromis doen, door de helft hotel. Dat kreeg ook geen meerderheid. Dus ik heb dan – het klinkt een beetje lullig – ik heb niet heel veel vertrouwen in allen van u, nee. De voorzitter: Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Ik heb een interruptie voor de PvdA. Vindt u het een goed idee om de hele stad vol te bouwen met sociale woningbouw, de economie te vergeten, de mogelijkheden te vergeten voor Haarlem om zich te ontwikkelen tot een congresstad? Het hoeven niet alleen toeristen te zijn.

Dan zijn wij over een jaartje of tien hebben we alleen sociale woningbouw, waar gaan mensen dan hun geld verdienen? Hoe ziet u de toekomst voor u? De heer Wiedemeijer: Ik zie de toekomst zeer rooskleurig, maar ik heb liever sociale huurwoningen dan leegstaande hotels. Maar naast leegstaande hotels denk ik dat er nog een karrenvracht aan economische functies te verzinnen zijn die niet leegstaan. Dus laat ik hem op die manier voor u oplossen. De voorzitter: Dank u wel. Termijnen, hè? Geen interrupties meer. Even kijken, dan gaan we die kant langs. Dan kan mijnheer Aynan en dan mijnheer Van Leeuwen. De heer Aynan: Ja, heel kort en simpel, voorzitter. Goed idee om de adempauze te verlengen. Onze hotels staan nu inderdaad leeg en dat heeft uiteraard alles te maken met de coronacrisis. Die is – het debat hebben we gisteren kunnen zien – die is voorlopig niet voorbij, vrezen we, denk ik. Inderdaad een slecht idee om nieuwe hotels toe te staan. Dat betekent bouwen voor de leegstand en het heeft geen enkele zin om de nieuwe hotels met de bestaande hotels op leegstand te laten concurreren. Dus niet doen, goed idee om de adempauze te verlengen. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel. Wethouder, goede nota. De voorzitter: Mijnheer Rijbroek, was dat een interruptie nog, of? Nee, oké. Ik ga nu zo het rondje af.

De heer Van Leeuwen: Ja, voorzitter, goede nota, zei ik. Hoe is het toch mogelijk dat we twintig procent meer hotelkamers in De Egelantier krijgen? De slechtste plek in Haarlem om een hotel te beginnen, dat komt er doorheen. Nu gaan we het over een stationsplek hebben. Dat vinden wij by far de meest logische plek in

21

Haarlem om überhaupt na te denken over hotels, mocht er een marktruimte zijn. Waarom? Je kunt er met de trein komen, vanaf Schiphol goed bereikbaar in plaats van met de auto dwars door de binnenstad. Ik zou het college de gelegenheid willen bieden om de strategische keuze te maken of het zin heeft om dat in een ontwikkeling van het stationsgebied mee te nemen. Als je zelf zegt, op basis van de cijfers ‘niet doen’, wees dan duidelijk naar deze ontwikkelende partijen. Maar anderszins hoef je helemaal geen logische functies op voorhand uit te sluiten als je nog in deze fase van projectontwikkeling zit. Verder een uitstekende nota en de hotelstop vasthouden. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken. Wie kan ik langs? Mevrouw Van Zetten? Nee? Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Nou ja, Liberaal Haarlem is absoluut niet voor verlenging van de hotelaanvraagpauze. Mooi woord, trouwens. Ik ben echt verbaasd over de betutteling die ik hier hoor. Iemand die een hotel gaat ontwikkelen, dat is een slim iemand, dat is een zakelijk iemand die inzicht heeft in de toekomst en weet waarvoor hij dat doet. Want iemand gaat natuurlijk niet bouwen om leeg te staan. Ja, we zitten nu in een rotperiode, dat klopt. Maar we moeten wel vooruitkijken. We kunnen de hele stad volplempen met sociale woningbouw en dan straks hebben we daar gewoon grote spijt van.

Dan is Haarlem een woonstad geworden en missen we alle grote ontwikkelingen die er op economie en wellicht ook congressen zouden kunnen maken, gaan we gewoon de boot missen. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ja, voorzitter. Op al die terreurbeelden zal ik maar niet reageren, maar kijk, ik ken u als iemand die het opneemt voor de hotel- en horecasector. Maar die mensen hebben het nu ongelofelijk zwaar. Wat u dan tegen hun zegt is: laten we maar geen hotelstop doen en extra hotels faciliteren. Als ik nu dan als hoteleigenaar zou zitten en ik werk daar achter de bar of bij de receptie, zou ik denken: jeetje, wat is dit voor wereldvreemd plan? Ik krijg alleen maar meer leegstand. Wat is dan uw boodschap aan hun? Mevrouw Otten: Mijn boodschap aan hun is dat ze mogen ondernemen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Blokpoel, VVD. De heer Blokpoel: Dank u wel. Ja, het is een logisch gevolg om deze pauze te verlengen met twee jaar. Corona werpt de markt enkele jaren terug, of vooruit, of hoe je het maar wil noemen. Niet de goede kant op, in ieder geval. Verder toevoegen in de markt, naast de bestaande plannen die ook nog in de pijplijn zitten, dat zorgt gewoon voor extra druk. Die druk was er al, de hotels hadden al geen beste bezetting, ook voor corona niet, doordeweeks. Oftewel, verdere toevoegingen nu nog zullen dat geen goed doen.

Laten we hopen dat in 2024 de markt weer hersteld is, dat we in 2023 met elkaar hier zitten – of degenen die er dan hier zitten – en het besluit nemen om die stop eraf te doen, zodat er weer ontwikkeld kan worden. Tot die tijd, mijnheer Van Leeuwen zei het ook al, het college neemt wel de projectontwikkelaar serieus als het Stationsplein vooruitgeschoven moet worden omdat u nu heel erg vasthoudt aan deze pauze. Dat schiet niet op natuurlijk. Voordat die ontwikkeling er is kunnen we beter – u vroeg ook naar die fasering – kunnen we beter in de laatste fase passen, zodat we uiteindelijk toch in 2028 zitten bijvoorbeeld dan dat we nu zeggen: nee, we doen het niet en er komt helemaal niks. We kijken uit ook naar de analyse om de kleinschalige bestemmingen voor drie of vier kamers weg te bestemmen. Dat is nog wel een interessant onderzoek hoe u dit wilt gaan doen en eventueel hoe u ook met die planschade om wilt gaan, want dat zijn nog interessante factoren. We horen graag de termijn waarop u dat verwacht. Maar voor nu eens met de pauze.

22

De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, als ik het goed begrijp van de VVD wilt u wel een pauze, maar dat er dan toch wel een kans is voor een ontwikkelaar op het Stationsplein, wat inderdaad een ideale locatie is om daar vast de voorbereidingen voor te doen. Dus het is niet helemaal een pauze zoals u bedoelt. Er zit nog ergens een deur open. De heer Blokpoel: Als u de stukken heeft gelezen, dan ziet u inderdaad dat het college bij exceptionele gevallen af kan wijken. Dit is een planontwikkeling, dit is nog geen concreet project, dus daarin zou het college best kunnen zeggen: we kijken mee, wij kijken, is er onderzoek mogelijk? Dan kan er toch iets gebeuren. Of er iets gebeurt en een hotel wordt of dat het sociale woningbouw wordt, middelduur, dure woningen of überhaupt geen woningen, dat kan ook nog, dat zal dan later blijken. De voorzitter: De heer Slik. Mevrouw Kok, OPH. Mevrouw Kok: Dank u wel, voorzitter. OPHaarlem is eigenlijk akkoord met het stuk. Wat ons betreft kan het als hamerstuk naar de raad. Argumenten gegeven door Jouw Haarlem en Partij voor de Arbeid hoef ik niet te herhalen. De voorzitter: Mijnheer Bloem, SP. De heer Bloem: Voorzitter, als de kerst dichterbij komt, dan snap ik dat de ChristenUnie bang is dat mensen die hier een kamer zoeken in een kribbe moeten slapen. Maar dat is natuurlijk helemaal niet aan de hand.

Heel eerlijk gezegd ben ik wel een beetje teleurgesteld in de ChristenUnie, want wat is er wel aan de hand? We hebben mensen die een woning nodig hebben, daklozen moeten in boten slapen. Sterker nog, die komen nu terecht in hotels die leegstaan. Daar is de behoefte, daar is de maatschappelijke noodzaak voor. Om dan nu te bepleiten om de hotelstop eraf te halen onder het mom van: ja, dan zien we dat wel bij het bestemmingsplan. Nee, laten we duidelijkheid scheppen. Duidelijkheid naar de markt, duidelijkheid naar de mensen, duidelijkheid naar iedereen: wonen is wat belangrijk is. Wonen is een grondrecht, daar moet nu de prioriteit liggen, daar is nu de crisis. Er is ook een crisis in de hotels, maar dat is niet omdat er te weinig kamers zijn. De voorzitter: Ja, maar u heeft nu een interruptie van mijnheer Slik. De heer Slik: Ja, dank aan de SP voor de scherpe tegenstelling, die er volgens mij helemaal niet is. Want als we gaan bouwen voor de leegstand zoals ‘…’ hebben we meteen ruimte voor mensen die het harder nodig hebben op een bepaald moment. Het lijkt wel alsof we langs elkaar heen praten, maar eigenlijk zeg ik ongeveer hetzelfde, alleen of er nou uitzonderingetjes gemaakt mogen worden of je legt het in een bestemmingsplan op dat moment neer, dat maakt toch eigenlijk niet zo heel veel uit dan? De heer Bloem: Voorzitter, dat maakt wel uit, want je houdt iedereen voor de gek.

Je houdt jezelf voor de gek, je houdt de markt voor de gek. Er is een enorme leegstand als het gaat om hotelkamers. Het grootste hotel van de Benelux is net bij Amsterdam – als het gaat om een congresstad – bij de RAI opgeleverd. Staat hartstikke leeg, Haarlem staat hartstikke leeg. Waar is er behoefte aan? Laten we gewoon duidelijk zijn naar de markt, maar vooral ook naar alle mensen. Alle mensen die een woning nodig hebben, ja, daar gaan we mee aan de slag. Die beste ontwikkelaars, daar kunt u ook mee aan de slag, ook op het Stationsplein, prachtige

23

plek. Natuurlijk kunnen er ook winkels bij en een café en een restaurantje, prima, maar geen hotels voor de leegstand bouwen. Wat ons betreft gaat dat echt nog wel langer duren dan 2024. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijbroek, Trots. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Hotelstop, hotelpauze. Je gaat niet bouwen voor de leegstand, je gaat ook niet hotels neerzetten voor gasten die er niet komen. Dus ik snap dat heel goed. Ik schrok me nog een keertje rot aan het begin, ik heb het jullie toegestuurd, een video Amsterdam gemeenteraad: hotelbezettingen van vijf tot vijftien à twintig procent, in plaats van tachtig, negentig of honderd procent. Het is nu niet veel beter. Hotels er nu bijzetten, dan zet je het natuurlijk wagenwijd open. Dat is ook feitelijk voor de leegstand. Daar zijn we al eerder mee bezig geweest en wat ik mij afvraag, ik sloeg voor de zoveelste keer het Haarlems Dagblad op. Ik herinner mij in dat rijtje – volgens mij kwam ik die niet tegen – een hotel aanvraag in de Wilhelminastraat. Ik weet niet of ik hem tegenkwam, maar dat was toen wij al die hotelpauze ter discussie hadden gesteld eerder. Wat betreft Vastint: mooi idee. Ik vind het oerlelijk, het beton wat daar nu staat, dat heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Wat mij betreft kan hij de plannen natuurlijk bedenken.

Alleen wat ik mij afvraag: als wij dit toe gaan staan, zit er niet een addertje onder het gras? Een soort van Paard van Troje. Als je de een de kans geeft, dat juridisch de ander het terecht in de markt ook aangrijpt om te zeggen: dan wil ik ook een hotel bouwen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter. Prinsenhof, dat is ook al door PvdA gezegd toen we het daarover hadden. Volgens mij is dat nu anderhalf jaar geleden, heb ik volgens mij mijnheer Van der Doel van GroenLinks hardop horen zeggen: Over een paar maanden zijn we wel uit deze situatie, ziet de wereld er heel anders uit. Dat is gebleken, dat is absoluut niet het geval. Maar toen wij de hotelaanvraagstop … Ik heb een interruptie, begrijp ik. De voorzitter: Nee. De heer Wiedemeijer: Ik ben benieuwd of in de toekomst u mijn voorspellingen wel volgt. De heer Krouwels: We zullen zien, mijnheer Wiedemeijer. Maar wij hebben deze hotelaanvraagpauze besproken, ook toen de coronacijfers er een beetje anders uitzagen. Toen concludeerden wij al als D66 dat de bezettingsgraad van hotels er niet uitzagen zoals gewenst. Dus ook uit de cijfers van 2019 zeiden we dat dit voor de duidelijkheid van de markt, voor de duidelijkheid van eventueel wat er gaat komen, maar ook zeker de duidelijkheid die de markt al is in Haarlem, te geven tot 2024.

Dus wat ons betreft kunnen wij deze aanvraagstop verlengen. Wij hechten er wel waarde aan om te bespreken 2024 niet direct te verlengen. Ik denk dat het handiger is als de raad er tegen die tijd ook iets over mag zeggen. Ik zie dat ik niet mijnheer De Groot ben, maar Joris. Maar goed. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: Voorzitter, goede nota. Toerisme moet onze stad niet overnemen. Want mijn collega, de heer Van den Doel, heeft natuurlijk wel gewoon gelijk: op het moment dat we lange termijn kijken – en dat doen wij als GroenLinks – dan is het natuurlijk best wel logisch om te bedenken dat straks weer de hotels vol zitten en dat die markt weer aantrekt. Keuzes maken, maar dan nu … Ik was nu alleen even ter aanvulling en om aan te geven dat als je lange termijn denkt, dat dat dus nodig is om keuzes te maken en juist niet te kiezen

24

voor hotels. Want dan scheelt dat een hele hoop capaciteit en liever willen we naast woningbouw een culturele invulling op het Stationsplein. Want daar kunnen we ook zinvol werk mee maken en dat is ook leuk voor de bewoners van onze stad zelf. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we iedereen gehad. Dan gaan we naar wethouder Berkhout. Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. Dank, commissie. Ik heb het nog eventjes nagevraagd: de bezetting deze maand in onze Haarlemse hotels is 19 procent. Vorig jaar rond deze tijd was het 23 procent. En in 2019, toen we zeiden ‘we moeten wel even een toeristische visie gaan bedenken voor die balans in de stad’, want het overspoelde ons, was het 60 procent. Dus ook toen, op dat hoogste piekjaar van bezoeken, was nog steeds maar 60 procent van die hotelkamers gevuld. U ziet ook de plancapaciteit: nog honderden kamers bij Haarlemmer Stroom, bij Oostpoort, staan nog in de planning. Dat is de situatie hoe die er nu voorstaat. Het is inderdaad dan de schaarse ruimte die wij met elkaar moeten verdelen in deze stad. Dus wij konden niet in de toekomst kijken in 2019, maar twee jaar later is de situatie ook weer op een aantal vlakken ongewijzigd. We willen eigenlijk, wij kunnen daar nog niet, we hebben het geëvalueerd, maar wij zien eigenlijk nog steeds dat we zo’n zelfde moment hebben. Dus daarom zeggen wij: we verlengen nu ook tot 2024.

Ik hoor een aantal van u zeggen: dat kan wat ons betreft langer. Maar ik hoor ook D66 vragen: neem ons nou mee in 2024, waar we staan. Dat lijkt mij helemaal logisch, dus dat gaan we ook volledig doen. Want misschien zijn dan die ontwikkelingen, zoals we ze ook schetsen in het stuk, dan wel gerealiseerd en zijn er een aantal hotelkamers bijgekomen. Misschien zijn we ook weer uit corona, misschien ook niet. En misschien hebben we ook wel een oplossing voor de horeca-4-bestemming. Ik denk allerlei redenen om met elkaar daar weer bij stil te staan, hoe gaan we er naartoe? We hebben ook niet als college de wens om maar steeds van twee jaar naar twee jaar een hotelaanvraagpauze te verlengen. Ik denk dat we dan ook op het punt staan om misschien een wat langduriger keuze te maken, maar gaan we in ieder geval u uitvoerig erbij betrekken. Eventjes kijken. Ja, het Stationsplein werd door een aantal genoemd en natuurlijk ook door de inspreker. Laat duidelijk zijn, ChristenUnie, op dit moment kan het niet in het bestemmingsplan, een hotel. Dus als dat uw criterium is, dan kan het sowieso niet. Daarnaast denken wij: laten we duidelijk zijn. Het is uiteindelijk een raadsbesluit, dus het is aan u om een hotelaanvraagpauze te verlengen.

Maar Trots zei: pas op als je ergens iets toestaat, want dan krijg je ook precedentwerking, wat is dan nog je hotelaanvraagpauze? Dus als college stellen wij wel voor: een hotelaanvraagpauze voor twee jaar is een hotelaanvraagpauze voor twee jaar, daar moet je geen uitzondering voor maken. Wij zien ook eerlijk gezegd bij het Stationsplein, snappen de aanvraag van de ontwikkelaar, maar we hebben daar een goedlopend hotel, naar omstandigheden uiteraard: Lion d’Or, 46 kamers. De ontwikkelingen die de ontwikkelaar voorstaat, een rooftopbar of iets dergelijks, lijkt me een prachtige ontwikkeling, maar zou wat ons betreft ook niet per se gecombineerd hoeven worden met een hotel. Maar daar gaan we uiteraard met de ontwikkelaar over in gesprek. Maar ik denk: het is aan u uiteindelijk als raadsbesluit om hier een aanvraagpauze in te dienen. Wij zeggen alleen maar: dat betekent dan wel een consequent beleid, lijkt ons. Dan, even kijken, hoor. De PvdA zegt: wat ons betreft mag het ook nog het liefst wat langer. We nemen in ieder geval in 2000 … Nou ja, precies over twee jaar, denk ik, dus voor 2024 even uitvoerig u hierin mee. Ik denk ook in reactie op Liberaal Haarlem, dus dit is ook echt een nadrukkelijke wens vanuit de Haarlemse hoteliers, de Haarlemse ondernemers: wij hebben het heel zwaar, maak de concurrentie niet nog groter.

We proberen ook natuurlijk eerder al een level playing field voor de Haarlemse hoteliers te realiseren door bijvoorbeeld ook toerismebelasting voor Airbnb in te voeren. Ook vanaf januari gaat de regulering in voor Airbnb, dus zo proberen we deze hotelsector ook wel gewoon in Haarlem goed te behandelen, zou ik willen zeggen. Dan geeft de VVD nog even de vraag, ik denk een terechte vraag: hoe gaan we nou om met de horeca-4 of die kleinere hotelletjes in de binnenstad? Het horeca-4-bestemmingsplan is op heel veel plekken mogelijk in de binnenstad, maar daar kunnen dus ook hotelkamers voor komen. We zeggen

25

wel: we zijn nog eventjes aan het zoeken in hoeverre de hotelaanvraagpauze een soort van waterbedeffect heeft hierop. Wij denken generiek ook niet, er kan nooit een groot hotel in die kleine horeca-4-bestemminkjes plaatsvinden. Maar het kunnen wel kleinschalige boetiekhotelletjes worden met een paar kamers. Dat zien we gedeeltelijk ontstaan, dat vinden we ook een onwenselijke situatie, ook weer gezien denk ik door u gesteld de schaarse ruimte. Liever hebben we wonen boven winkels of iets dergelijks dan dat hier hotels in komen. Tegelijk, het tegengaan is lastig. Dus wat wij doen is in eerste instantie voorzienbaarheid. Dat doen we via de toeristische koers, dat doen we voor dit beleid. Het wordt inmiddels wel duidelijk dat wij dat een onwenselijke ontwikkeling vinden, dat is altijd stap één. Vervolgens gaan we stap twee van het planschadeonderzoek uitvoeren. We gaan inventariseren: wat zou dat nou kunnen betekenen? We kijken daar ook naar Amsterdam, hoe ze dat doen. Maar daaruit zal komen dat er mogelijk inderdaad planschade gaat optreden, dan zal je daar ook een reservering voor moet trekken. Daar zijn we allemaal nog niet, dat kan nog best wel een flink bedrag zijn. Het is daarin natuurlijk een afweging: is het ons dat waard, om onze binnenstad te beschermen? We betrekken dat ook bij het vitaliteitsplan van de binnenstad.

Tegelijkertijd zie je soms ook dat er dan weer beperkt gebruik van wordt gemaakt. Dat alles hopen we verder te gaan onderzoeken de komende twee jaar en bij het vitaliteitsplan, maar ook bij de evaluatie van de hotelaanvraagpauze te betrekken. Dus een terecht punt, maar dit is het proces hoe we dat tegemoet gaan treden. De voorzitter: Mijnheer Blokpoel. De heer Blokpoel: Een duidelijke schets van het proces. Maar hoor ik u nu zeggen dat u daar twee jaar de tijd voor gaat nemen? Wethouder Berkhout: Nee. Dus uiteindelijk komt dat sowieso terug, denk ik, bij de evaluatie van de hotelaanvraagpauze over twee jaar. Maar wij willen dat, we hebben nu het vitaliteitsplan. Volgens mij, een plan van aanpak hebben we vastgesteld als college afgelopen dinsdag, dus dat is gisteren gepubliceerd. Dat gaat eerder lopen. Dus nee, we willen daar eerder bovenop zitten. Nee, dan was ik daar even niet helder, maar dat betrekken we ook in die evaluatie over twee jaar. Maar er komen nog wel wat keuzes aan, met name als het gaat om zo’n reservering voor planschade. Oké. Dan denk ik dat ik de meeste, ik hoorde de meeste partijen eigenlijk zeggen ‘akkoord’, eerlijk gezegd. Dus dat is fijn om te horen. Dan denk ik dat ik het meeste heb behandeld, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn of mag dit als hamerstuk naar de raad? Ja? Hamerstuk.

Dan gaan wij nu even kort pauzeren, het is 20:00 uur. Kwartiertje? Tot 20:15 uur schors ik de vergadering. Koffiepauze De voorzitter: Ik heropen de vergadering van de commissie Ontwikkeling. Mijnheer Visser, mevrouw Van Zetten, mevrouw Kok, mijnheer Wiedemeijer, enzovoort.

26

8.

Vaststellen Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2022 (MTM) 8.1 Motie 10.4 Bescherm de leefbaarheid en schaarse woningvoorraad” 8.2 Motie 10.3 Koester de eengezinswoning 8.3 RIB Reacties op voornemen invoering opkoopbescherming De voorzitter: We gaan beginnen aan agendapunt 8. Bij ons aangeschoven is wethouder Meijs. We gaan het hebben over de vaststelling van de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2020. 2022 moet ik zeggen. Daarbij betrekken we de moties 10.4, ‘Bescherm de leefbaarheid en schaarse woningvoorraad’, 10.3, ‘Koester de eengezinswoning’ en de reacties op het voornemen voor de invoering van de opkoopbescherming. De Huisvestingswet is in 2021 gewijzigd, waardoor het voor gemeenten mogelijk is om koopwoningen te beschermen voor het opkopen en verhuren door investeerders. De raad heeft op 26 oktober een motie aangenomen waarbij het voornemen is uitgesproken om dit zo snel mogelijk in te voeren en op te nemen in de verordening. Aanvulling van de ordening op dit punt is opgenomen in het besluit. De raad wordt voorgesteld de Huisvestingsverordening vast te stellen en om het budget uit de algemene middelen vrij te maken voor de handhaving en implementatie van het vergunningsstelsel van de opkoopbescherming. De heer De Groot: De voorzitter bedoelt dat ik het woord mag hebben. De voorzitter: Ja, mijnheer De Groot.

De heer De Groot: Dank u wel. Wij zijn positief over de verordening die voorligt. Wij hebben hier natuurlijk veel discussie over gehad. Mijnheer Wiedemeijer, wij hebben hier veel discussie over gehad. Mijnheer Wiedemeijer, we hebben hier veel discussie over gehad. Dank u wel. Heel goed. Maar we zijn positief over de verordening die voorligt en een compliment aan de ambtenaren en ook aan het college voor de voortvarendheid waarmee dit opgepakt is. We hebben de motie ook gesteund om hier snel mee aan de slag te gaan en het is goed om te zien dat dat ook gelukt is. Daar zit ook realiteitszin in en wij zijn positief om te lezen dat het 1 februari wordt. Niet zozeer dat het nou 1 februari moet worden, maar wel omdat we daarmee het idee hebben dat de zorgvuldigheid die hierbij nodig is ook toegepast wordt. Ik wil graag nogmaals aandacht vragen voor het feit dat de opkoopbescherming specifiek een complex instrument is. Een instrument wat we nog niet goed kennen en waarvan we nog niet zo goed weten wat het precies gaat doen. Daarvoor is het nodig om een vinger aan de pols te houden en dat wil ik het college ook graag vragen en dat hebben we ook eerder gedaan.

Er moet echt een evaluatiemoment, liefst halverwege of misschien in het najaar van 2022, waarbij we kijken: wat gebeurt er nou tot nu toe, worden er vergunningen afgegeven en welk effect heeft deze nieuwe verordening? Wij zien als D66 graag dat landelijke mogelijkheden omgezet worden in instrumenten die we hier in de stad kunnen gebruiken. Daar is de opkoopbescherming een voorbeeld van. U heeft allen in de krant gelezen en ook gezien gister dat wij lijken een nieuwe coalitie te hebben en daar staan best wat positieve dingen in, die ook in de toekomst handvaten kunnen geven om het lokale beleid te sturen. Ik weet ook zeker dat de heer Wiedemeijer verheugd zal zijn over het feit dat in ieder geval die verhuurdersheffing langzaam maar zeker afgebouwd gaat worden. Wethouder, twee dingen die ik u graag nog wil vragen. Eén is een beetje flauw, maar ik moet hem toch noemen. U heeft onze kritiek gehoord op het feit dat er geen volwaardige inspraakperiode plaats heeft kunnen vinden, dat in tegenstelling tot de verordening zelf waar juist wel inspraak op toegepast is, ook door een motie toe opgeroepen. Wethouder, wilt u hier alstublieft geen gewoonte van maken en in alle andere gevallen gewoon inspraak volledig toepassen? De tweede vraag gaat

27

over de notitie dat er extra capaciteit nodig is. In het raadsbesluit staat een som van, ik zeg even, 61.000 euro die bedoeld is om de handhaving specifiek voor de opkoopbescherming uit te breiden, maar er staat ook dat er in de kadernota een voorstel gedaan zal worden voor de handhaving voor onder andere ook de vakantieverhuur. Nou is het heel lastig, want het is natuurlijk niet te zeggen of het huidige college de kadernota gaat maken. Mijn verwachting is dat dat waarschijnlijk niet het geval is en dat een volgende coalitie dat gaat doen. Ik zeg niet per se dat het niet deze wethouder is, hè? Het zou deze wethouder prima kunnen zijn, maar wellicht dan in een volgend college. Dus het zou fijn zijn om wel aan te geven in welke orde van grootte wij moeten denken op het moment dat wij deze regels op een adequate manier willen gaan handhaven. Kunt u daar iets over zeggen? Dank u wel. De voorzitter: Termijnen, allemaal? Dan ga ik het rijtje gewoon af. Mijnheer … De heer Aynan: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Mijnheer De Groot heeft een mening en een kijk op deze wethouder. Welke coalitie denkt u dat er dan gaat zitten? De heer De Groot: Nou ja, kijk, ik denk natuurlijk dat Jouw Haarlem 39 zetels gaat halen bij de volgende verkiezing, dus daar kijk ik naar uit. De heer Aynan: Nou, dat is nog nooit gebeurd.

De voorzitter: Dank u wel voor deze waardevolle toevoeging aan het debat. Mijnheer Slik, ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Om dominee Gremdaat aan te halen: het kind met het badwater weggooien, kent u die uitdrukking? De heer …: Ja, die ken ik. De heer Slik: Mooi. De ChristenUnie is bijna helemaal tevreden, maar op essentiële puntjes nog niet helemaal. Het gaat hier om schaarste, bescherming of voorrang en om de leefbaarheid. Het is goed dat er voorrangscategorieën komen voor Wmo, senioren, jongeren, urgentie voor mensen met moeite om zelfstandig te wonen vinden we een hele goede zet en ook meer voorwaarden voor vergunningen, splitsen, de time-out en de opkoopbescherming en dergelijke. Maar de woningnood is hoog, dus als we dat met een opkoopbescherming, als we dan de woningzoekers willen beschermen tegen pandjesbazen, vindt de ChristenUnie dat een nobel streven. Maar met het huidige voorstel schieten we volgens de ChristenUniefractie door, dus gooien we het kind met het badwater weg. Want welke opties hebben ouders straks nog om iets voor hun kinderen te regelen bijvoorbeeld? De nieuwe verordening lijkt dat te regelen, als ouders mag je iets voor je kind kopen, prima. Maar dan moet je kind er wel direct in gaan wonen … De heer …: Ja, dat is de bedoeling. De heer Slik: En … Ja, maar daar wringt het. Geduld.

Ik heb namelijk twee situaties die vaak voorkomen en die de huidige verordening en de voorgenomen verordening willen verbieden. Voorbeeld één: stel dat je ouders overlijden en je krijgt als erfgenaam hun huis. Je kinderen zijn nog te jong om uit huis te gaan, maar je zou ze later graag in deze woning een mooie start willen geven. Tegelijkertijd ligt er een goede kennis van je in

28

scheiding en die zit te springen om woonruimte, maar kan geen voldoende hoge hypotheek krijgen. Eén en één is twee, je besluit de woning voor een vriendenprijs, voor een acceptabele prijs te verhuren aan die kennis tot je kinderen wel oud genoeg zijn en na een paar jaar vindt die kennis wel wat nieuws. Met de nieuwe huisvestingsverordening maken we deze mooie oplossing onmogelijk. De voorzitter: Interruptie mijnheer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, misschien ben ik geen erfrechtspecialist, maar dan erf je toch gewoon de woning? De heer Slik: Je erft het wel, maar wat kan je er dan mee doen? De heer Wiedemeijer: Erin blijven wonen. De heer Slik: Als je kinderen nog … Dan hebt u mijn voorbeeld niet goed gehoord. Als je kind nog te jong is, maar je mag het dan dus niet normaal verhuren totdat je kind oud genoeg is. Ik ga weer verder. Met deze huisvestingsverordening maak je dat dus niet mogelijk en daarmee wordt het eigendomsrecht te veel doorbroken voor ons. Daarom wil de ChristenUnie dit gerepareerd zien en zal daar een amendement komen. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Mijnheer Slik, dit doet me een beetje theoretisch aan. Hoe vaak gebeurt dat? En volgens mij heeft de verordening ook een hardheidsclausule. De voorzitter: Mijnheer Slik.

De heer Slik: Het komt vaker voor dan je denkt dat je gewoon overwaarde hebt van een huis en dat kan je niet inzetten. Je hebt een huis dat je nog niet kan inzetten, omdat je kinderen gewoon te jong zijn. Ik hoop dat de rest van mijn verhaal meer duidelijk maakt. Wat de ChristenUnie betreft is er echt een verschil tussen pandjesbazen die de markt verzieken en particulieren die slechts één woning kopen naast hun eigen woning, bijvoorbeeld voor hun kinderen, maar dan voor later gebruik, als je die financiële ruimte hebt en je die wil inzetten. Dat kan je beter nu gelijk doen, want met de stijgende huizenprijzen krijg je over tien jaar veel minder woning voor je geld. In de tussentijd wil je die woning verhuren. Je bent geen huisjesmelker, je haalt niet het onderste uit de kan en je denkt gewoon aan de toekomst van je kinderen en wil ondertussen iemand anders helpen. Ook dit kan straks niet meer met deze huisvestingsverordening. Dus ook hier wil de ChristenUnie met een amendement komen. We willen het mogelijk maken dat het opkopen van maximaal één woning door particulieren wel mogelijk is en dan dus ook de eigenaar die de woonruimte in gebruik geeft en die de woning heeft verkregen uit een erfenis van iemand en de eigenaar … Even kijken, sorry, ik kom nu even niet uit deze zin.

Laten we zo zeggen: we puzzelen dus nog op deze twee amendementen om meer mogelijk te maken dan nu mogelijk zou zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Was dat nog een interruptie? Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Slik, het is op zich lovend dat u om deze groep mensen denkt die A, heel erg klein is, en dan dreigen we straks een verordening te krijgen die vol zit met pleisters en dat gaat helemaal voorbij aan het nut en noodzaak. Ik denk, het komt echt weinig voor en er zijn ook andere oplossingen denkbaar dan die u nu poneert voor die mensen en voor die kinderen en daar gaat u aan voorbij

29

voor het gemak. Dus ik denk dat het … U probeert uw uiterste best te doen om alle uitzonderingen erin te vatten en dat lijkt me wat overdreven. Dat maakt de verordening als drijfzand en dat zou ik u ernstig afraden. Dus mijn vraag is of u dat ook vindt. De heer Slik: Nee, dat vind ik zeker niet. Als er één goed geformuleerde uitzondering bij komt in die uitzonderingen die er al staan, dan zal dat een heleboel mogelijk maken voor goedwillende mensen die anders daarmee vast komen te zitten. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Nou, ik heb ook nog een uitzondering. Dat zijn namelijk mensen die geld op de bank hebben staan en dat kost heel veel geld. Dat is doodzonde, die willen een huis kopen en die willen dat ook aan iemand verhuren en die vragen ook geen 2000 euro, maar gewoon 1500 euro voor die woning. Ik ken ook iemand, die heeft ook geld over, dat heeft hij gekregen uit een erfenis en dat wil hij graag inzetten en die wil een gebouw kopen. Vier appartementen, kunnen vier mensen in wonen, maar die vraagt wel 2000 euro per appartement. Maar dat moet toch ook kunnen, want dat is toch ook goed bedoelend? Ik bedoel, die uitzonderingen, er zijn er echt honderden uitzonderingen die even zwaar zijn die we er ook in kunnen opnemen en dan is het einde zoek. Dat kunt toch niet met mij oneens zijn? De voorzitter: Oké, we gaan verder.

Was dat nog een interruptie, mijnheer Aynan? De heer Aynan: Termijn. De voorzitter: Termijn. Ja, ik ga het rijtje af. Mijnheer Visser, CDA. De heer Visser: Inderdaad. Dank u wel, voorzitter. Bij bespreking van het concept heeft het CDA aangegeven dat wij in grote lijnen positief zijn over de verordening. We hadden een aantal wensen en ik ga ze heel kort even langs. Bij woningvormen willen we dat altijd één gezinswoning terugkeert van tenminste tachtig vierkante meter, want op die manier blijft het aantal in absolute zin eengezinswoningen in de stad gelijk. Dat idee is bij herhaling door ons gedaan, maar zien wij helaas niet terug. College, waarom niet? Twee: we willen niet dat de woningen gebouwd na 1992 worden uitgesloten van de vergunningsplicht voor kadastraal splitsen. Hier valt ongeveer dertig procent van de stad onder, met dank aan de technische vragen gesteld door de Actiepartij. Ook deze woningen willen we eigenlijk gewoon beschermen als eengezinswoningen. Het is mij niet duidelijk waarom we deze woningen nou uitsluiten en waarom is dit niet aangepast ook in deze definitieve verordening? En drie: in het kader van wonen boven winkels wil het CDA het gebied waar een vergunningsloos gewoond mag worden boven winkels graag uitbreiden.

In het huidige voorstel geldt het alleen voor de binnenstad en de Cronjéstraat, alleen dan vallen echter de winkels in het zuidelijke gedeelte van de Grote Houtstraat, dus van de Albert Heijn naar de V&D – of de McDonalds moet ik tegenwoordig misschien wel zeggen – die vallen daar dus buiten, omdat dat gewoon een andere buurt is, dat is niet de binnenstad. We willen dit gebied van de binnenstad uitbreiden naar het stadsdeel centrum en dan valt dit er ook onder, vallen ook winkels rondom het station eronder, de Burgwal. Het zijn misschien niet veel winkels, maar waarom zouden we het niet doen? Dus wij stellen voor om dat gebied uit te breiden. Het CDA is voor invoering van de opkoopbescherming. We zijn akkoord met de uitgangspunten die zijn gehanteerd. We hebben aangedrongen op zorgvuldigheid, de raad verkoos echter snelheid en zette het college onder druk om het snel in te voeren. We hopen dat de snelheid niet ten koste is gegaan van de kwaliteit van de verordening. Het CDA twijfelt over de voorrangsregel voor bepaalde beroepsgroepen. Ik zie een interruptie.

30

De voorzitter: Mijnheer Slik. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Het CDA stelt: wij hebben zelf gekozen voor de snelheid. Maar vervolgens zegt u: u hoopt dat het niet ten koste gaat van de kwaliteit. Maar vindt u dat wel, of vindt u dat niet? De heer Visser: Er is een beperkte juridische toets uitgevoerd, dus er is geen inspraak geweest. En verder zei ik dat de raad daarvoor gekozen heeft, wij als CDA hebben daar niet voor gekozen. Dus ik kan het niet beoordelen, alleen ik zie wel dat we een risico nemen, omdat we het snel hebben ingevoerd. Het CDA twijfelt over voorrangsregeling voor bepaalde beroepsgroepen. De schaarste op de woningmarkt geldt immers dan voor alle beroepsgroepen, of heel veel beroepsgroepen, de krapte op de arbeidsmarkt geldt inmiddels voor veel beroepsgroepen, waarvan meerdere essentieel. Vanwege de kan-bepaling en de mogelijkheid in een volgende verordening de voorrangsregeling te wijzigen, gaan wij akkoord. We vragen het college de commissie in de gelegenheid te stellen een zienswijze te geven op de uitwerking van de regeling. Om af te sluiten, voorzitter, het CDA had graag gezien dat in de beantwoording van de inspraakreacties ook de reacties op de zienswijzen van de politieke partijen waren meegenomen.

We zien bij sommige onderwerpen dat dit erg nuttig is voor ons als raadslid om dat terug te lezen, omdat niet alles altijd beantwoord wordt in de commissiebehandeling. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Er staan veel goede dingen in, in de verordening. Er is ook naar ons geluisterd, ook bijvoorbeeld de uitvoering van onze motie ‘Bescherm de eengezinswoning’, dus dank daarvoor. Maar ook dingen zoals de uitbreiding van de wijken waar geen woningen gesplitst mogen worden, de zogenaamde time-out wijken. Wat ons betreft mag dat echt gewoon wat verder uitgebreid worden met bijvoorbeeld de Burgwal, Kleverpark, Bomenbuurt, Houtvaart. Daar zien we dat de woningen nog steeds gesplitst worden. Wat dat betreft sluit ik me ook aan bij de vraag van het CDA en ik wil ook graag een reactie van het college op de zienswijze van de wijkraden uit Schalkwijk. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Op zich een sympathiek voorstel om in meer wijken splitsing te verbieden. Maar het splitsen is ook een instrument om meer woningen toe te voegen, waar we echt dringend om zitten te springen. Dus als we dat zo groot maken, het verbod, hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Aynan: U zou de volledige steun van Jouw Haarlem hebben als het betaalbare woningen waren, maar dat is in de praktijk helaas niet het geval.

Er wordt gesplitst om echt gewoon de hoofdprijs te vragen en daar zijn we gewoon op tegen. Overigens gaat daardoor ook de leefbaarheid in de wijken achteruit, dat weet u. Voorzitter, ook voorrang voor verplegend en onderwijzend personeel is een goed uitgangspunt hier. Wat ons opvalt is dat het wel losgeknipt is in de verordening, u komt er later op terug. Waarom niet nu al geregeld? En als u er toch later op terugkomt, wilt u dan ook kijken naar de mogelijkheid voor politieagenten? Want onderwijzend en verplegend personeel wel meegenomen, maar andere beroepen niet. Dan voorzitter, de opkoopbescherming. Nou, we zijn natuurlijk blij dat ook onze motie toen breed gesteund is en dat die hierin terechtgekomen is en toch wel op een nette manier geregeld is. Dus halve inspraak is toch wel een soort inspraak. Voorzitter, waar we mee zitten is toch de grens van 389.000 euro. Ik heb even de huizen die te koop staan op Funda uitgeprint, dat zijn er op dit moment 387, waarvan 119 onder deze regeling zouden vallen, dus onder de grens van 389.000. Dat is een percentage van 30 procent. Dat betekent dat we alle andere woningen dus niet beschermen. En wat zien we? Die staan juist in de wijken die zo gewild zijn voor die splitsing.

31

De voorzitter: U heeft een interruptie. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ik heb daar technische vragen over gesteld of dat niet omhoog kon. Die zeiden: er zit wel een verschil in tussen de WOZ-waarde en de verkoopwaarde. Dus het gaat over de WOZ-waarde van het huis of die opkoopbescherming geldt. Dus je kan je huis als dat een WOZ-waarde heeft van 350.000 euro wel voor vijf ton te koop zetten, maar dan valt wel het onder de opkoopbescherming. Dus in die zin is uw lijstje om te huilen, zou ik bijna zeggen, maar het is niet compleet, want er vallen veel meer woningen onder die opkoopbescherming dan dat de verkoopprijs aangeeft. De heer Aynan: Voorzitter, we kunnen heel ingewikkeld gaan doen, maar onze insteek is om ook te kijken naar Amsterdam. Daar is de grens ruim vijf ton en volgens mij hebben we juist toen gepleit, ook bij het indienen van onze motie, om het ook hier in te voeren, omdat dat Amsterdam van plan was – ook Utrecht, maar wij zitten dichter bij Amsterdam – omdat we vreesden voor het waterbedeffect. Als je in Amsterdam de grens, de WOZ-waarde van ruim vijf ton wordt genomen, dan lopen wij het risico dat de beleggers in de Amsterdamse markt op zoek gaan, uitwijken naar Haarlem. Dat moeten we niet willen lopen, dus ik stel voor om met Amsterdam op te trekken en dezelfde grens aan te houden. In Amsterdam is dat dus 512.000 euro.

De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, twee maanden geleden zeiden een aantal oppositiepartijen dat Amsterdam veel eerder zou zijn. Nou, inmiddels blijkt gelukkig dat dat niet waar was en zijn wij veel eerder. De grens die u in Amsterdam noemt, kijk, ik neem aan dat u ook heeft uitgezocht waar deze limitering ligt. Kijk, als het aan de PvdA ligt gooien we alle woningen eronder, maar worden we gelimiteerd door de wet. Dus volgens mij, wat ik niet zo goed snap, ik neem aan dat u hierover heeft nagedacht of dit kan. En als u erover heeft nagedacht, dan komt u maar op één conclusie en dat is dat uw voorstel niet kan. Dus dan snap ik niet waarom u het dan alsnog voorstelt eigenlijk. De heer Aynan: Voorzitter, ‘kan niet’ ligt op de begraafplaats en ‘wil niet’ daarnaast. Wij willen wel. Als je kijkt, want ik hoop dat u ook met me meedenkt. Op het moment dat we hier een grens van 389.000 euro aanhouden, dan betekent dat de vrees voor investeerders – want daar gaat het om, gewoon huisjesmelkers, opkopers, beleggers – dat die uit Amsterdam komen naar Haarlem en hier juist onze huizen gaan opkopen. Volgens mij biedt de wet ons de ruimte om dat te regelen en ook regionaal met elkaar op te trekken. Ik denk dat de minister daar helemaal niet zo huiverig voor is en zelfs akkoord kan gaan. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer.

De heer Wiedemeijer: Voorzitter, het frame over ‘wil niet’, ‘kan niet’ lijkt mij al tegengeworpen door het feit dat wij de opkoopbescherming veel eerder hebben dan de rest van Nederland. Dus volgens mij hebben we daar prima samen getrokken dat ‘wil niet’, ‘kan niet’ wel degelijk is gelukt. Alleen, het gaat niet alleen om willen en kunnen, het gaat erom dat wat wij doen standhoudt bij de rechter. En het gaat niet om wat ik daarvan vind of wat u daarvan vindt of wat de anderen hiervan vinden, maar of het standhoudt bij de rechter. Als wij iets gaan doen wat daar geen standhoudt, dan heeft geen één, dan hebben nul woningen een opkoopbescherming. De wetgever is vrij helder: het gaat om het middensegment. En Amsterdam heeft een gemiddelde WOZ-waarde die – nou, of dat stom of gelukkig is, is maar net hoe je het wil zien – veel hoger ligt dan Haarlem. Dus daardoor mogen zij een hogere grens hanteren. Dus u doet een voorstel waar ik het liefst zou willen …

32

De heer Aynan: Voorzitter, het is duidelijk. De heer Wiedemeijer: … dat het zou kunnen, maar volgens mij is het een heel simpele vraag die u had kunnen uitzoeken. Het kan helaas niet. Tenzij u liever geen opkoopbescherming wil en nat gaat bij de rechter, dan moet u dat voorstel vooral doen. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Voorzitter, mijnheer Wiedemeijer heeft wel veel woorden nodig om te zeggen: eigenlijk zouden we het zelf ook willen. Wij zijn ervan overtuigd dat het kan, omdat het ook namelijk de strekking van deze wet is. De strekking van de wet is het beschermen van middeldure woningen. Voor Haarlemse begrippen, want u doet alsof de huizenprijzen tussen Amsterdam en Haarlem zo ver uiteen liggen, maar dat is gewoon niet waar. Middeldure … De heer Wiedemeijer: Dat is dus wel waar. De heer Aynan: Nee, mijnheer Wiedemeijer, misschien neemt u ook de moeite om ook naar mij te luisteren. Ik denk dat wij niet nat zullen gaan op de prijs van vijf ton voor middeldure woningen. Alleen al als u kijkt naar het aantal woningen dat te koop staat, inderdaad de koopprijs, dan is de helft ligt boven de vijf ton. Dan denk ik dat een middeldure woning te beredeneren is tot de grens van vijf ton. Voorzitter, ik ga verder. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer wil nog wat zeggen. De heer Wiedemeijer: Kijk, juridische zaken gaan gewoon over feiten en niet over meningen.

Volgens mij kan iedereen binnen tien seconden opzoeken naar CBS.nl en de gemiddelde WOZ-waarde van Haarlem en Amsterdam opzoeken. Dat zijn de feiten en die liggen gewoon bijzonder uiteen. En inderdaad, ik had liever alles eronder gegooid, maar ik verkoop ook niet inwoners van Haarlem citroenen voor knollen. Als iets geen standhoudt, dan wil ik het niet doen. Dus ik ben nog steeds … Ja, ik heb niet echt een nieuwe vraag, maar waarom doet u iets waarvan u weet dat het gewoon geen standhoudt? De voorzitter: Volgens mij begint u in deze discussie in herhaling te vallen. De heer Aynan: Ja, precies. De voorzitter: Het is overigens knollen voor citroenen. Mijnheer Amand wil ook wat inbrengen. De heer Amand: Ik had een vraag aan mijnheer Aynan, voorzitter. Het is natuurlijk wel zo, als in Haarlem een huis voor 340.000 in de markt staat, dan wordt het overboden tot rond vijf ton en dat gebeurt nu al. Dus dat is heel het probleem. Dat zijn allemaal Amsterdammers, dat gaat u na bij een makelaar, kan u dat allemaal zien. De heer Aynan: Ja, precies, u bevestigt precies wat ik zeg. Het waterbedeffect vanuit Amsterdam en daartegen moeten we echt gewoon een dam opwerpen en dat is precies waarom we na moeten denken over die grens, die wat ons betreft te laag ligt. Ik hoop dat deze wethouder daarover na wil denken, anders komen we zelf met een amendement.

Voorzitter, dus die vijf ton als grens voor de opkoopbescherming. Dan zien we voorrangsregelingen toegevoegd, nou, dat is prima, voor allerlei voorrangsgroepen: Wmo, jongeren. Prima. Maar wat ons betreft moet er een groep bij en daar biedt de wet alle ruimte toe, namelijk die vijftig procent voorrang voor Haarlemmers die op zoek zijn naar een woning en een sociale huurwoning achterlaten. Daar hoor ik ook graag een reactie van de wethouder op. Dat hebben we nog niet geregeld, mijnheer Wiedemeijer.

33

De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer D. van Leeuwen: Dank u wel. Vorige keer heb ik ook aangegeven dat ik het jammer vond dat de wethouder niet had gekozen voor de mediane WOZ-waarde die zij noemde. Die ligt iets hoger, 420-430, in die orde van grootte. Wij hebben toen ook aangegeven dat we die echt graag zouden willen hebben, omdat we wel denken dat daar de juridische basis voldoende moet kunnen zijn. Dus we zouden dat ook graag willen voorstellen. Zie dat ook als een aankondiging toch als een amendement in die richting. Wij zullen ook stevig nadenken over of een hoger bedrag, zoals de heer Aynan voorstelt, of we dat plausibel vinden. Wij denken van wel, maar we willen dat ook wel goed ingebed hebben in een juridische context. De woorden van de heer Visser, ja, wij willen ook nog steeds over die panden van na 1992 het een en ander zeggen. En wat u misschien heeft gezien, wij hebben in de analyse afgelopen maand van de splitsing en dergelijke gezien dat er heel veel woningen ontstaan in bestaande panden in time-out gebieden die te boek staan als functiewijziging. Dus het is geen splitsing, maar het is wel een garagebox of wat dan ook wordt een woning. Daar hebben wij dus in het kader van de huisvestingsverordening niets over te zeggen en dat vinden we eigenlijk wel heel spijtig.

We vinden dat de huisvestingsverordening moet gaan over toevoegingen en onttrekkingen van alle woningen in de bestaande voorraad van de gebouwde omgeving, dus dan zou ik willen pleiten: laten we nou in een volgende exercitie met de commissie volgend jaar dat meenemen dat we die huisvestingsverordening nog beter maken dan dat we hem nu hebben. Tot slot, voorzitter, ik vind het storend dat wij niet kunnen zien in de verstrekking van vergunningen of we het nu hebben over splitsen, woningvorming et cetera. Want dan gaat het: we realiseren, we vergunnen op het realiseren van vier, vijf woningen, of vormen een aantal woningen. Maar we zien de match niet in de terminologie tussen wat vergund wordt, aangevraagd wordt en waaraan getoetst wordt en dat willen we eigenlijk in een volgend jaar verbeteren. Tot zover. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer … Mijnheer Amand, interruptie? De heer Amand: Ja, een interruptie, voorzitter. Ik had al een vraag. Kijk, voorheen hadden we natuurlijk krantjes waar alles in stond en niet iedereen kan met internet overweg. Dat is het punt, we moeten weer terug eigenlijk dat het leesbaar is in de media, in de krantjes, in de wijkkrantjes wat er precies gebeurt. Dat vind ik een goed teken dat u op onze lijn zit dat we dat moeten gaan doen. En vooral met mensen natuurlijk, die digibeten. Dus dat wou ik even meegeven. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer, PvdA.

De heer Wiedemeijer: Voorzitter, dank u wel. De wooncrisis in Haarlem vraagt twee grote oplossingslijnen: meer bouwen en de bestaande voorraad reguleren. Voor nieuwbouw was er deze week goed nieuws. Na de ontwikkelzone Europawegzone en Haarlem Zuidwest, volgde deze week de derde grote zone waar een rijkssubsidie werd toegekend. Felicitaties aan het college en de collega’s. Voor het reguleren van de bestaande voorraad ligt nu de huisvestingsverordening voor. Hier passen welgemeende complimenten aan de desbetreffende ambtenaren en het college voor de daadkracht. De opkoopbescherming wordt nu 1 februari stadsbreed ingevoerd. Voor zover bekend de eerste gemeente van Nederland. Dank voor de collega’s voor deze samenwerking tot dit mooie resultaat. De PvdA had het liefst gehad dat alle woningen hieronder zouden vallen, maar dit is wettelijk beperkt tot het middensegment. We nemen al een risico – wat mij betreft een verantwoord risico – door het als eerste in te voeren. Een hogere grens levert echter een kans op dat de opkoopbescherming nat gaat bij de rechter en daar hebben woningzoekenden niks aan, dus die afweging moeten we goed maken als een amendement voorligt. Ik had ook nog gevraagd wat we gaan doen met jaarlijkse indexatie van de grens. Dat blijkt goed geregeld, want er komt een jaarlijks uitvoeringsbesluit om de grens te actualiseren, dus dat is prima opgelost.

1 januari wordt ook het splitsen aan banden gelegd. De time-

34

out gebieden waar splitsen niet is toegestaan wordt uitgebreid en overige gebieden worden volledig vergunningsplichtig, waar alleen grote woningen eventueel mogen worden gesplitst. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan de aangenomen PvdA-motie ‘Bescherm de leefbaarheid en de schaarse woningvoorraad’. Kortom, uitstekende oplossing en evenwichtig voorstel. Voorzitter, ook dank voor het verhelderen voor de voorrangsregelingen voor specifieke beroepsgroepen waar de PvdA eerder om verzocht. Een sector moet nu zelf aantonen hoe ze de schaarste opvangen, voordat er sprake kan zijn van voorrang. Voorrang voor de een is immers ook achterstelling voor de ander, dus daar moeten we terughoudend en zorgvuldig mee zijn. Dan nog een laatste positieve noot – ik heb alleen maar positieve noten, u hoort het – de PvdA is ook tevreden met de aanscherping voor vakantieverhuur waar een registratie- en meldingsplicht voor komt. Voorzitter, ik rond dit jaar af dat ik erg tevreden ben met deze huisvestingsverordening. De voorzitter: Had u nog een interruptie, mijnheer Aynan? Of denkt u … Ja, gaat uw gang. De heer Aynan: Even een kritische noot bij uw positieve noot. Het is inderdaad goed om die time-out wijken uit te breiden, dat gebeurt ook gedeeltelijk. Maar we zien nu al dat de wijken eromheen, en zelfs bijvoorbeeld het Vondelkwartier, dat daar dus naar uitgeweken wordt.

Wat vindt u van een stadsbreed splitsingsverbod? Of in ieder geval, minimaal een vergunningsplicht? De heer Wiedemeijer: Die vergunningsplicht, dat is het voorstel wat er ligt, en een eengezinswoning tot 140 vierkante meter blijven daar ook onder verbod in die buurt vallen. Dus ik vind het voorstel wat er ligt evenwichtig, alleen grote woningen in bepaalde gebieden mogen nog worden gesplitst. Nou, dat doet volgens mij heel goed recht aan het verzoek van de raad. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Nee, hoeft niet? Mevrouw Otten, ook niet? Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Dank u wel, voorzitter. Toen we volgens mij de huisvestingsverordening voor het eerst bespraken, was dat vrij simpel onderwerp, want er zou niet zoveel veranderen. En kijk eens nu we een paar maanden verder zijn hoeveel er wel niet veranderd is, dus wat dat betreft zitten we hier niet voor niks, zullen we dan maar zeggen. Er staan een hoop goede dingen in en heel veel is er al gezegd, dus ik wil er ook niet al te veel meer aan vuil maken. Ik sluit me aan bij D66 dat wij toch wel graag ergens een evaluatie willen hebben, bijvoorbeeld najaar 2022. Wie dan de wethouder is, misschien is het mijnheer Aynan wel, maar we zullen dan toch graag een evaluatie van deze verordening tegemoetzien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267371/1