12-16 Transcript cie Ontwikkeling
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSCIE ONTWIKKELING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 16 december 2021
1.
Opening en mededelingen door voorzitter Dilia Leitner De voorzitter: Welkom bij de vergadering van de commissie Ontwikkeling. Het is donderdag 16 december. We hadden even wat technische issues, het leek er even op dat we deze vergadering niet zouden kunnen uitzenden. Op dit moment is dat gewoon onzeker. Als daar meer nieuws over is, dan zal ik u dat mededelen. Vooralsnog wordt hij wel opgenomen, dus hoe dan ook komt hij op een moment online. Verder gaan wij gewoon beginnen met vergaderen. Ik heb geen berichten van verhindering ontvangen. Toch? Nee. Dan heb ik de mededeling dat de raadsgroep Omgevingswet Dichterbij op dinsdag 11 januari tussen 19:30 en 21:00 uur is. De tweede raadsmarkt ontwikkelzones vervolg en specifiek over Zuid-West vindt plaats op dinsdag 18 januari tussen 19:30 en 21:30 uur en die wordt mede voorbereid door mijnheer De Groot en mijnheer Wiedemeijer.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan wil ik van u weten of de agenda conform kan worden vastgesteld. De heer Aynan: Voorzitter, even voor de … De voorzitter: Ja, de heer Aynan. De heer Aynan: Qua live volgen, dat kan nu niet, hè? De voorzitter: Dat is even onduidelijk. Dat is onduidelijk. De heer Aynan: Wel? Ik kan dat … De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Daar wordt naar gekeken. Zodra we het zeker weten zal ik u dat vertellen. Het wordt in ieder geval opgenomen. Maar uw vraag was? De heer Aynan: Of dat kan dus, dat mensen het live kunnen volgen. De voorzitter: Ja, maar dat had ik net gezegd: dat is onduidelijk. Zodra ik het zeker weet zal ik het vertellen. Het wordt in ieder geval opgenomen, dus wat u zegt gaat niet verloren. De heer …: U bent live, voorzitter. De voorzitter: Deze is voor de eeuwigheid vastgelegd. En we zijn ook nog eens een keer live, kan u nagaan.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan stel ik bij deze de agenda conform vast en wil ik graag weten of er nog mededelingen zijn vanuit de commissie, vanuit het college? Mijnheer Roduner.
1
Wethouder Roduner: Dank u wel, voorzitter. Ik moet ten eerste even iets corrigeren. De Koepel gaat binnenkort open, maar ik heb eerder het antwoord gegeven dat de fietsenstalling die daar laatst is gebouwd niet vergunningsplichtig zou zijn. Die lijkt toch wel vergunningsplichtig. De Panopticon is daar inmiddels over geïnformeerd. In de eerste instantie was bij ons het beeld: het is niet vergunningsplichtig, maar het is toch best een stevig ding geworden. Volgens mij heeft de heer Blokpoel daar aandacht voor gevraagd en ook de wijkraad, dus die vergunning moet worden aangevraagd. Het tweede is, het is een beetje een vage mededeling die ik doe, maar we hebben hier natuurlijk laatst Wet voorkeursrecht gemeenten vastgesteld voor ontwikkelzone Zuid-West. Volgens mij was daar ook het beeld dat het daar rommelde. In een positieve zin, hoor. Maar het is gewoon een activiteit daar. Dus het zou best kunnen zijn dat wij op korte termijn toch inderdaad iets aangeboden krijgen en misschien, dacht ik, als dat speelt zo rond die tijd is het misschien handig om de Raadsmarkt daar even een paar minuten aandacht aan te besteden, mocht dat dan zo zijn. Maar dat is in ieder geval meer even een heads up alvast. Als dat zo is, dan zullen we u gewoon netjes informeren volgens een raadsinformatiebrief, zoals afgesproken. De voorzitter: Dank u wel. Dat is gehoord, ga ik vanuit.
Inmiddels ook officieel de bevestiging dat de uitzending toch gelukt is. Nou, nou. Bij u nog niet, maar dat gaat dan vast komen dan straks. Overige punten ter bespreking 4.
Een nieuwe toekomst voor het voormalige Joodse Gemeentegebouw, Lange Wijngaardstraat 14 (FR/JB) De voorzitter: We gaan naar agendapunt 4. U krijgt even persoonlijke assistentie nog, maar wij gaan verder naar een nieuwe toekomst voor het voormalig Joodse Gemeentegebouw in de Lange Wijngaardstraat 14. Het college heeft besloten om in te stemmen met de ontwikkeling van de Lange Wijngaardstraat zoals geschetst in het haalbaarheidsonderzoek van Stadsherstel Amsterdam, onder de voorwaarde dat het overleg met deze commissie geen aanleiding geeft het besluit te wijzigen of in te trekken, in te stemmen met de verkoop aan Stadsherstel Amsterdam tegen een koopsom en onder de voorwaarde zoals opgenomen in de bijlage die u heeft kunnen lezen, onder de voorwaarde dat dat overleg met deze commissie geen aanleiding geeft dat te wijzigen of in te trekken. Voor te stellen de motie ‘Geef Haarlem haar Joodse geschiedenis terug’ hiermee als afgedaan te beschouwen, verder een aantal stukken geheim te bewaren en het college zal na de verkoop de eerstvolgende bestuursrapportage de raad verzoeken om het netto verkoopresultaat toe te voegen aan de reserve Vastgoed, overeenkomstig bestaand beleid. Wie wil hierover als eerste het woord voeren? Ik denk mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Dank u wel, voorzitter, voor deze eer.
Ik moet wel bekennen dat Hart voor Haarlem en ik persoonlijk wel heel erg blij zijn met dit resultaat. We zien hier eigenlijk wel het functioneren van de gemeente van de afgelopen tientallen jaren in optima forma. Het gebouw is voor een appel en een ei gekocht van de toen gedecimeerde Joodse gemeente. Vervolgens heeft er dan inderdaad een politiebureau ingezeten en is het veertig jaar gekraakt geweest. Nu staan we op het punt om het te verkopen aan Stadsherstel Amsterdam. Ik vind het een groot compliment voor Stadsherstel Amsterdam, dat zij de moed hebben en natuurlijk ook de flair en de creativiteit om dit gebouw wat ik ervan uitga echt in alle luister en oude luister te herstellen op een wijze die we hun kunnen toevertrouwen. We vragen er nog geld voor ook. Wat mij betreft hadden we het ook voor één euro kunnen wegdoen, maar er zullen wel redenen zijn om daar toch nog wat geld uit te slepen. Wat betreft de invulling van het gebouw, ik had natuurlijk al een jaar geleden gezegd: gooi die krakers eruit. Er wordt nu iets geregeld voor sommige krakers. Dat is natuurlijk ook prima, want die mensen zaten er al een hele tijd. Het is natuurlijk ook heel goed …
2
De voorzitter: De heer Blokpoel. De heer Blokpoel: Mevrouw Van Zetten, hoor ik u nou zeggen dat kraken prima is en dat er ook nog iets voor ze geregeld wordt, dat dat goed is? Mevrouw Van Zetten: Ik zei: ik had er natuurlijk op aangedrongen al een jaar geleden om die mensen eruit te gooien. Daar zijn we het … Nou ja, eruit te gooien. Gewoon regel erop dat dat pand vrijkomt. Kijk, het is aan Stadsherstel Amsterdam om daar, als zij vinden dat zij daar een oplossing voor moeten zoeken, ik had natuurlijk verwacht dat onze burgemeester en de wethouder veel eerder stappen hadden genomen om dat zelf op te lossen. Dus ik denk weer: wij zadelen anderen weer op met onze problemen. Maar wie ben ik om te zeggen ‘dat moet u dan niet doen’? Want ik ben al heel erg blij dat Stadsherstel Amsterdam deze handschoen heeft opgepakt. De voorzitter: De heer Rijbroek. De heer Rijbroek: Toch even een interruptie voor Hart voor Haarlem. Hoor ik u nou zeggen dat u best tevreden bent met het bedrag voor wat het weggaat? Mevrouw Van Zetten: Ik zei net: wat mij betreft hadden we het ook voor één euro weg kunnen doen, vanwege de enorme prestatie die Stadsherstel op dit punt moet gaan leveren. Dat vindt u gek? De heer Rijbroek: Ja, maar daar kom ik zo meteen op bij mijn bijdrage. Mevrouw Van Zetten: Dat is uw goed recht natuurlijk.
Kijk, als wij het voor meer geld hadden willen verkopen, dan hadden wij zelf beter op onze zaken moeten letten. Dit is in feite toch een soort straf voor de gemeente Haarlem, want dit krijg je dan van dit labbekakkerige beleid. De voorzitter: De heer Rijbroek. De heer Rijbroek: Eens, maar ik vind als wij leading willen zijn, we hebben eerder ook iets aangenomen in de commissie Beheer, uit mijn hoofd eventjes 9 november, dat de raad leading is, ook op grond van budgetrecht, ook als het om projecten gaat, als het om financiën gaat. We mogen niet in detail over dit hoofdstuk praten, want dat is geheim. Maar als je dat zou weten, dan zeg ik: dan is het geen collegebesluit, dan zijn wij leading en dan gaat het wat mij betreft anders verlopen, als het gaat om de verkoop. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder, mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, dank u wel voor dit commentaar. Kijk, wij hebben natuurlijk ook nog allerlei eisen en de stichting – ik ben even de naam vergeten – die zich gaat bemoeien met de herdenking aan het rijke Joodse verleden, waar wij ook in de motie voor hebben gevraagd, die hebben een heel plan opgezet om het gebouw in te vullen op hun manier. Daar is geld voor bijgedaan, uit die vijftien miljoen versnellingsgelden.
Dus zij hebben een startkapitaal gekregen en het is aan Stadsherstel Amsterdam te danken dat die mensen ook een kans krijgen om invulling te geven aan die herdenking van de Joodse geschiedenis van Haarlem. Hoe zich dat verder zal uitpakken, want ik denk: dan neem je toch een behoorlijk risico, gezien het geld wat het allemaal gaat kosten om de exploitatie rond te krijgen van zaalverhuur, theater, museum en dat soort zaken. Dat is allemaal heel erg ambitieus en ik vind het ook te waarderen dat Stadsherstel daar ook de ruimte voor biedt, om dat voor elkaar te krijgen. In die zin mogen wij ze ook dankbaar zijn. Daar laat ik het voorlopig even bij.
3
De voorzitter: Dank u wel. Wie verder? Mijnheer Slik, ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. De ChristenUnie is blij dat het pand wordt gered, zowel in bouwkundige als in historische zin. In die twee richtingen zijn ook bewonderenswaardige oplossingen gevonden, dat dus de historie een plek krijgt en dat er een mooie bouwkundige oplossing is gevonden. We zien alleen geen één woord over toegankelijkheid, dus we zijn benieuwd of we daar nog een mouw aan kunnen passen, dat de grootste functie komt op de eerste verdieping en dat kan nog wel eens een probleem worden. Verder zijn we ook tevreden wel met de procedurele oplossing. Hoe is de verkoop tot stand gekomen, welke voorwaarden zijn eraan verbonden, hoe is die stichting erbij betrokken, hoe is omgegaan met de zittende bewoners? Dat vinden wij ook allemaal goed. We hadden wel vragen over: hoe is de verkoopsom tot stand gekomen en hoe zitten die voorwaarden erin? Maar die zijn gelukkig allemaal gewoon in het stuk duidelijk beantwoord, dus daar zijn we verder tevreden mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijbroek, Trots. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Ja, wat ik ook zei al naar mijn collega toe van Hart voor Haarlem, mevrouw Van Zetten: ik ben er niet tevreden over.
Om het exact te zeggen, het was toentertijd ook wethouder Botter: wat doet u nou? Ik moet constateren, iedere keer weer ook in dit geval, Joodse vastgoed Lange Wijngaardstraat, dat als je kijkt waar het voor weg gaat, waar het voor stond, ik mag geen details geven. Ik las dat en ik was verbouwereerd. Ik las het wel tien keer, had ik mijn verkeerde bril op? Nee, dat was niet zo. Er is een contraexpertise gedaan op grond van dekkendheid is. Ik zeg dit en dan zeg ik het cryptisch, want dat mag ik wel: wie garandeert mij met de tegen-contraexpertise die gedaan is, dat er niet weer een kredietcrisis optreedt en dat je daarmee het bestendig is – het staat ook aangegeven – over de exploitatie. Meer mag ik er niet over zeggen. Maar het gaat weer dezelfde kant op als het pand aan de Kleine Houtstraat of de boerderij aan de Nieuweweg. Daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Mijnheer Rijbroek, toch even. We hebben een motie aangenomen in 2018, dat heet: Geef Haarlem haar Joodse geschiedenis terug. Staat het logo van Trots Haarlem daarop? De heer Rijbroek: U stelt hem niet voor niks. Maar het gaat mij erom: het is nu in eigendom van de gemeente Haarlem, die gaat het verkopen.
Wat mij betreft, als je de krant een aantal maanden geleden hebt gelezen – en daar heb ik ook een achtergrond bij, die gaat ver terug in de geschiedenis – ik vind op voorhand hoe het tot stand gekomen is, alle Joods vastgoed als onderdeel moet terug naar de rechtmatige eigenaren, mits een akte. Tot zover ben ik het er mee eens. Dat onze stempel daarop drukt, ja, dat moet ook gebeuren. Maar nu is het eigendom van de gemeente en die doet het voor een veel lager bedrag weg, daar gaat het mij om. Dat ligt voor. De voorzitter: Mijnheer Slik. De heer Slik: Ja, een vraag aan de heer Rijbroek. Als we de plannen lezen, dan ziet u dat er een goede onderbouwing is wat mij betreft voor de prijs. Er zijn echt strikte voorwaarden die echt duidelijk zijn gebonden aan zo’n betrouwbare partij als Stadsherstel. Komt dat niet voldoende tegemoet aan uw angsten? De heer Rijbroek: Nee, mijnheer Slik, helaas niet. Ik heb de stukken ook gelezen. Ik mag helaas niet in details treden, hoe graag ik ook zou willen, want dat verduidelijkt veel. Er wordt wel aangegeven dat men toch wel
4
vraagtekens zet bij de exploitatie hiervan, om die rond te krijgen. Zover mag ik gaan. Als je zegt: de contraexpertise, wat betreft de onderbouwing, want wat er allemaal aan gedaan moet worden, aan dat pand en welke functies erin komen, dan blijf ik daarbij zeggen, bij mijn eerdere uitspraak, men heeft het dan over een looptijd en ik zeg: er komt wel weer een kredietcrisis aan waarbij de waarde naar beneden gaat. Hoe zit het dan? Dus dat wil ik wel even meegeven, want daar zet ik wel vraagtekens bij. Ja, mijnheer Slik? De voorzitter: De heer Slik. De heer Slik: Zijn dat niet zaken die dan na de verkoop spelen? Dus dan is dat niet ons pakkie an en desondanks hebben we er genoeg dingen voor geregeld in de stukken. De heer Rijbroek: Ik ben niet overtuigd, mijnheer Slik, helaas niet. U kunt mij niet overtuigen, helaas niet, hoe u ook uw best doet. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter. D66 Haarlem is juist blij met de toekomst van het voormalig Joodse gemeentegebouw en we zijn ook blij dat dit adres niet meer in handen is van de gemeente. Dat was ook de voorkeursvariant van D66. Mevrouw Van Zetten zei het erg goed: we mogen de stichting Stadsherstel erg dankbaar zijn. Eigenlijk willen we maar één ding doen. Dit geeft uitstekend invulling uit de motie die is aangenomen, compliment aan het college voor Roduner en de heer Botter.
Wij willen de Stichting Joods Gemeentegebouw Haarlem veel succes wensen en als mensen een keer een kwartier over hebben: lees vooral bijlage 6.4 van Wim de Wagt. Een hele mooie korte uitgave over de Joodse geschiedenis van dit gebouw. Ik heb er veel over geleerd als dossierhouder en als woordvoerder op dit dossier en binnenkort alle Haarlemmers die daar geïnteresseerd in zijn. Dat is een heel mooi resultaat. Nogmaals, Stichting Joods Gemeentegebouw Haarlem, heel veel succes. En last but not least wil ik mijn laatste compliment geven aan mevrouw Van Zetten, die bijna eigenhandig dit op de politieke agenda heeft gezet en met een mooi resultaat. Dank u wel en dank u wel, voorzitter. Mevrouw Van Zetten: Dat is nou echt aardig van D66. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Leeuwen. Toch? Of was het uw hand? O, dat zat zo naast elkaar, dacht ik. Mijnheer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Laat ik dan met dat compliment beginnen, dus compliment voor het initiëren, mevrouw Van Zetten. Ik ben zelf gedoopt in een ander pand van Stadsherstel Amsterdam, namelijk het RosenstockHuessy Huis en dat is ook prachtig opgeknapt. Dus ik heb er alle vertrouwen in dat ze dat hier ook gaan doen. Ontzettend goed uitgevoerd, dus akkoord en veel succes. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Visser, CDA. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Ook het CDA vindt het een mooi plan.
Het doet recht aan de geschiedenis van het pand. Het is een mooie invulling en het past zeker bij de motie zoals die in 2018 bedoeld is en dat zal ongetwijfeld door mevrouw Van Zetten destijds geïnitieerd zijn. Eén op één verkoop en een lage verkoopprijs doet het hiermee recht aan en accepteren we met plezier. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel, GroenLinks.
5
De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Ook GroenLinks schaart zich erachter dat mevrouw Van Zetten dit aangezwengeld heeft met dit resultaat. Wij zijn er blij mee, dat het huis bestemming krijgt die in het verlengde ligt van de historie, dat het opgeknapt wordt door Stadsherstel, die daar ongelooflijk veel ervaring mee heeft en al veel heeft laten zien dat ze daartoe in staat zijn. Tot slot de exploitatie, ik heb er alle vertrouwen in, GroenLinks heeft er alle vertrouwen in dat het goed gaat komen en wij zien een goede toekomst voor dit pand weggelegd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Blokpoel, VVD. De heer Blokpoel: Dank u wel, voorzitter. Alle veren naar mevrouw Van Zetten natuurlijk. Maar het is mooi dat het pand eindelijk hersteld wordt. Het staat er natuurlijk heel droevig bij en fijn dat Stadsherstel dit ter hand neemt en met respect voor het verleden gaat herstellen. Het is natuurlijk ridicuul om hier in deze zaal te zeggen dat het wel terug moet naar de rechtmatige eigenaar, maar dan niet tevreden zijn met dit bedrag wat er geboden wordt. Dan heb je het volgens mij niet begrepen, maar goed, dat daargelaten. Fijn dat de zaal behouden blijft en dat het geheel dus gerestaureerd wordt. De voorzitter: Mijnheer Rijbroek.
De heer Rijbroek: Mijnheer Blokpoel, het eerste wat u zei als uitspraak, want eufemistisch zegt u dat dan, hoe bedoelt u dat dan tegen wie? U zegt dat wel het Joods eigendom terug moet gaan, maar niet tevreden zijn met het bedrag waarvoor. De heer Blokpoel: Blijkbaar voelt u zich aangesproken en volgens mij heeft u ook die woorden gebezigd, dus dat zijn uw woorden. De heer Rijbroek: Zeg dat dan. De heer Blokpoel: Uiteindelijk, de situatie met de krakers is opgelost, maar goed, we lezen wel: drie krakers zullen de situatie terug huren. Hè? Ze hebben gekraakt, ze hebben daar ruimte geclaimd en nu mogen ze terug naar iets waarvoor ze gekraakt hebben? Dat is natuurlijk heel bijzonder en totaal ongewenst. Dus als er gewoon een wachtlijst is voor huurwoningen, dan kunnen ze achteraan sluiten, net zoals iedere huurder. Want iedereen wacht op een woning en waarom moeten drie krakers die daar ooit gekraakt hebben nu voorrang hebben om daar terug te keren? De voorzitter: Mijnheer Slik. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Ik wil graag van de … Kijk, in de stukken staat wat voor huurcategorie erbij hoort.
Het wordt niet aan een woningcoöperatie of in de sociale sector gezet, dus dan is het toch een winwinsituatie dat die mensen voor een huur gaan huren waar ze nu al zitten? De heer Blokpoel: Als u vindt dat er iemand kraakt en vervolgens vooraan mag staan zonder een openbare huurperiode waar iedereen zich op in kan schrijven, dat zijn uw woorden, daar kiezen wij niet voor. De voorzitter: Mijnheer Slik. De heer Slik: Als het geen corporatiewoning wordt, dan is er toch geen wachtrij-issue zoals u die noemt?
6
De heer Blokpoel: In de vrije markt zijn er toch ook mensen die willen huren en eindeloos staan te wachten? U denkt alleen maar in sociale huurwoningen-wachtlijsten. Er zijn tientallen mensen, honderden mensen die heel graag in de vrije huursector willen huren, maar er niet tussen komen. Dat is ook een wachtrij, mijnheer Slik. De voorzitter: Mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Mijnheer Blokpoel, volgens mij staan we wel een beetje hetzelfde tegenover kraken. Maar wat is hier nou het alternatief? Dit is toch een heel erg goede oplossing? Wat is het alternatief wat de VVD betreft? De heer Blokpoel: Volgens mij luistert u dan niet. Ik zeg: het moet gewoon een openbare toegankelijke huurwoning zijn waar iedereen zich op in kan schrijven. Waarom moeten deze drie mensen voorrang krijgen om in deze huurwoning plaats te nemen? De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder. U was klaar? Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Nog één opmerking over die krakers. Ik denk wel dat wij aan echt die oude krakers te danken hebben, die er al heel lang, al veertig jaar zitten, dat het gebouw nog in toch een redelijk originele staat behouden is gebleven. In die zin is het positief. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik ga toch even het geheugen van een aantal commissieleden opfrissen.
18 april 2018 werden wij getrakteerd door wethouder Botter met een heel hoopgevend document. Er zouden voor drie gemeentelijke kraakpanden drie scenario’s worden uitgewerkt, teneinde de ongewenste kraaksituatie te beëindigen. In die drie scenario’s zou nadrukkelijk rekenschap worden gegeven voor het feit dat de drie panden langdurig zijn bewoond door krakers en mede dankzij de krakers er nog staan. Want had het aan de gemeente Haarlem gelegen, dan was de sloopkogel in de jaren tachtig door dit pand gegaan en hadden we kunnen zwaaien naar de Joodse geschiedenis. 4 juni 2020 kwam de heer Botter met een afgerond panklaar voorstel om voor de bewoners van de Jansstraat een oplossing te bieden, maar op voorspraak van mijnheer Blokpoel en op voorspraak gesteund ook door D66 werd dat van de agenda gehaald, want we zouden namelijk de drie panden bij voorkeur in één commissievergadering bespreken. We zitten hier nu anderhalf jaar later, die andere twee panden staan niet op de agenda, we hebben het nu alleen over de Lange Wijngaardstraat. Tot zover uw herinnering opgepoetst. Zijn wij blij met het resultaat voor de Lange Wijngaardstraat? Zeker, en zeker als we gisteren de rechtszaak tegen mijnheer Baudet zien en de emotionele getuigenissen zien van de Holocaustoverlevenden, dan is het heel goed dat wij dit gaan doen als stad.
Dat is nodig en wat dat betreft zijn we benieuwd naar ook de input van mijnheer De Wat, door collega van D66 genoemd. Wat betreft het fascisme wil ik nog wel zeggen dat de kraakbeweging altijd zich heeft ingespannen om zich te verzetten met hand en tand tegen uitwassen van fascisme. We weten wat fascisme met het Jodendom heeft gedaan. Ik wil wel hiervoor pleiten, dat de ereschuld die we naar de Joodse gemeenschap inlossen met deze stap niet een nieuwe ereschuld voor de gemeente Haarlem met zich meebrengt, namelijk dat wij voor de mensen in de andere panden niet de oplossing bieden die wij allang hebben klaarliggen. Ik hoop dat D66 en VVD zich er ook aan committeren, want dat is de afspraak die we met elkaar hebben gemaakt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Iedereen het woord gehad? Dan is het woord aan mijnheer Roduner.
7
Wethouder Roduner: Dank u wel. Nou, volgens mij veel steun voor het voorstel van het college. Een paar kleine vragen. De krakers zijn volgens mij opgelost zoals dat mij ook richting is meegegeven door de commissie. In de nieuwe situatie zullen zij ook gewoon huur gaan betalen, zoals die ook is gesteld. Toegankelijkheid. Er komt een lift in het pand, dus daarmee wordt ook de bovenverdieping toegankelijk. Er zit – ik kijk richting Trots – er komt een antispeculatiebeding, volgens mij een verbod op doorverkoop, komt op het pand. Dus daarmee is denk ik ook uw zorg ten aanzien van de Kleine Houtstraat niet terecht. De stichting kon het niet zelfstandig verwerven, maar ik denk dat we, van het college nog drie complimenten. Volgens mij naar de stichting die zich wil inspannen om ook die geschiedenis weer levend te maken en toegankelijk te maken. We zijn blij dat zij die handschoen hebben opgepakt en ook met de steun van de gemeente daar echt een mooie bijdrage kunnen leveren richting stad. Tweede compliment voor Stadsherstel, dat zij dit ontzettend ingewikkelde pand met krakers, met een hele bijzondere geschiedenis ter hand willen nemen en in oude luister willen herstellen. Het grootste compliment voor mevrouw Van Zetten, die dit volgens mij op de politieke kaart heeft gezet.
Ik ben heel blij dat dat met zoveel draagvlak van de commissie ook gebeurd is en fijn dat wij dat als college hebben kunnen faciliteren. De voorzitter: Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Nog even een toevoeging. Ik vond het mooi verteld, voorbereid om het op de agenda te krijgen door Hart voor Haarlem, mevrouw Van Zetten. Ik hoorde u zeggen: het is de toen geslonken Joodse gemeenschap na die tijd, die is in staat geweest en kon dat, heeft dat verkocht aan de gemeente Haarlem. Klopt dat, wethouder? Wethouder Roduner: Nou, er is laatst ook onderzoek volgens mij gedaan naar het vastgoed van de Joodse gemeente volgens mij in de oorlog. De verwerving heeft wel, wat de gemeente daarin gedaan heeft. Ik geloof niet, maar hou me ten goede als het niet helemaal klopt, maar dat de gemeente dit rechtstreeks van de Joodse gemeenschap heeft gekocht, dat is volgens mij via een derde partij gegaan. Maar dat is misschien iets te bespreken bij dat onderzoek wat volgens mij ook weer bekend is. De voorzitter: Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Even ter afsluiting. Ik verwijt u niks, Louise van Zetten ook niet, maar omdat er wordt gesproken – terecht, hoor – over Joods verleden. Want daar maakte ik me net boos over, dat heeft een bepaalde achtergrond. Maar het gaat er dus om dat na de, wij weten in de oorlog dat er veel geconfisqueerd is.
In dit geval, als ik het verhaal zie – u zegt ook: met enige armslag – is dat door de Joodse gemeenschap naderhand hier in Haarlem verkocht aan de gemeente Haarlem. Dus er is geen onrechtmatigheid van confisqueren geweest. Dus daar moeten we het nuanceren in dat verhaal. De voorzitter: Dank u wel. Het is mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: De basis van deze motie was mijn onderzoek naar wat er gebeurd is in het pand. De gemeente heeft dat in 1951 voor nog geen 30.000 gulden indertijd van de Joodse gemeente gekocht, dus dat is de gang van zaken geweest. In de oorlog is het verhuurd geweest aan de firma Enschede en uiteindelijk heeft de Joodse gemeenschap is weer teruggekeerd, heeft daar ook een korte tijd een synagoge gehad en vervolgens, het gebouw was natuurlijk veel te groot voor die paar mensen. Toen hebben ze het voor een appel en een ei aan de gemeente verkocht. Dus in die zin is daar wel een soort ereschuld in te wisselen, zou ik zeggen.
8
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, ik heb de wethouder nog niet horen ingaan op mijn verzoek om de andere twee panden deze bestuursperiode af te ronden. Wethouder Roduner: Ik zal dat doorgeven aan mijn collega, Jur Botter. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik hiermee aannemen dat alle besluitpunten, één tot en met zes, op de instemming van de commissie kunnen rekenen? Ja, één tot en met drie in het bijzonder dan. Ja? Ik zie mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Vraag ligt voor of die motie voldoende is afgehandeld. Die motie zit niet bij de stukken, daar ga ik toch even nog naar kijken. Want het ging natuurlijk niet alleen maar over dit pand. Hij was breder ingestoken en daar ga ik nog eventjes over nadenken, of wij die motie op die manier afgedaan zien. Want volgens mij ligt er ook nog een opdracht om – tenminste wat mij betreft, wat Hart voor Haarlem betreft – om het hek bij de Joodse begraafplaats te restaureren en daar een bedrag aan bij te dragen. De voorzitter: Dat was … Mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Daarop aansluitend van de arcerende opmerking van mevrouw Van Zetten ook de Stolpersteine en wat er het plan lag om dit uit te voeren, heeft ook met deze motie te maken, wat D66 betreft. De voorzitter: Goed, dus besluitpunt één en twee kan op de instemming van de commissie rekenen, op besluitpunt drie komt u nog terug.
Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Even over die motie. Ik wil hem ook nog niet direct afvoeren, want mijn vraag is er eigenlijk bij. Behalve dit pand zijn er nog meerdere Joodse vastgoed die in eigendom voor nu zijn in de gemeente, die eigenlijk teruggegeven of terug verkocht moeten, hoe je het ook bekijkt, dat laten we in het midden. Want dan kun je die motie niet afvoeren. De voorzitter: Helder. Goed, dan is dit punt hiermee afdoende behandeld door deze commissie. 5.
MRA Duurzaamheidstop 2021; onderdeel convenant Green Deal Houtbouw (FR) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 5, dat is de MRA Duurzaamheidstop … Duurzaamheidsstop of top? Ja, nee, ik zit te denken. Dat is zo’n bommel-ding. 2021, onderdeel convenant Green Deal Houtbouw. In de commissie Ontwikkeling is de ter kennisnamenota door GroenLinks geagendeerd. Ik geef mevrouw Oosterbroek daarom als eerste het woord. Mevrouw Oosterbroek: Ja, super. Bedankt, voorzitter. Nou, GroenLinks heeft dit stuk geagendeerd om nogmaals te onderstrepen dat we niet alleen maar huizen aan het bouwen zijn, maar dat we ook werken aan een klimaatpositieve stad en leefomgeving. Houtbouw of biobased bouw is een product van de natuur en binnen de circulaire economie vindt GroenLinks het typisch zo’n kans die je bijna misloopt, omdat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Maar dit college heeft deze kans gepakt en het is super dat we het convenant als onderdeel van de MRA hebben getekend en daarmee gaan werken. GroenLinks heeft dit geagendeerd om te kijken hoe we verder kunnen werken aan de uitvoering van dit Duurzaam Doen. Dus daar ben ik gewoon ontzettend trots op, dus dat willen we nog eventjes onderstrepen. Het betekent dat we ons als Haarlem in gaan zetten om het vergroten van de interne expertise rond houtbouw. Nou heb ik een vraag: zijn
9
we dat aan het doen? Kunnen we deze kennis overbrengen aan onze architecten en onze ontwikkelaars? Werken we daarbij ook samen met onze kwartiermakers Cirkelstad? En de tweede, de verwachting die we scheppen bij de MRA, in staat zijn de intenties van dit convenant te realiseren. Directies woningbouw en duurzaamheid geven ieder jaar binnen de MRA aan hoe de organisatie op dit punt vorderingen maakt. Dat zou ik ook heel erg leuk vinden, om dat jaarlijks in de commissie te krijgen, die informatie, omdat het ontzettend spannend is om juist CO2 op te slaan in plaats van dat we het steeds gaan uitstoten. De projectvoorstellen vanuit de markt richting houtbouw positief te waarderen en ook te ondersteunen. Daar heb ik ook een vraag bij. Betekent dat ook dat we initiatieven die werken met andere biobased materialen, zoals stro of olifantsgras of bamboe, gewassen die veel sneller groeien, die we ook aan elkaar kunnen lijmen, of dat ook onderdeel is van die houten gebouwen? Nou lijkt het misschien alsof de commissie Ontwikkeling een beetje een commissie Beheer is geworden, maar ik wil jullie er wel graag op wijzen dat juist in die circulaire economie we natuur- en klimaatpositief moeten ontwikkelen. Onderdeel daarvan is dat we volledig inzetten op houtbouw en ik vind het super dat we dat doen en ik ben benieuwd naar de vorderingen en de vragen en antwoorden van de wethouder.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Even een korte vraag. Er stond vanmiddag in De Telegraaf dat de hypotheekverstrekkers geen hypotheken verstrekken aan houten huizen. Ik was benieuwd of de wethouder dat kan uitzoeken, of dat probleem vaker speelt. Want anders zou het een beetje zonde zijn als we heel veel houten huizen gaan bouwen en mensen kunnen geen hypotheek krijgen. Maar ik kan me voorstellen dat u dat ook heeft moeten uitzoeken. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: In de stukken staat dus wel heel duidelijk ook welke risico’s er zijn omschreven, welke hobbels we nog op de weg hebben om van houtbouw een volledig concurrerende markt te hebben. Dat heeft u ook gelezen in die bijlage, dus ik denk dat onderdeel daarvan is om dus naar die certificaten te gaan waar de bouw mee werkt, dat de MRA zich daarop gaat storten. Dat dus ook de hypotheekverstrekkers daar voldoende veiligheid bij zien, om daar gewoon akkoord op te geven. Maar daarvoor moet je wel onderdeel zijn van een systeem en ook de certificaten krijgen die ze verdienen. De voorzitter: Mijnheer Visser, CDA. De heer Visser: Dank u wel. Het CDA is verheugd met de Green Deal.
Persoonlijk had ik een aantal jaar geleden de houtbouw nog niet op mijn netvlies staan, maar ondertussen ben ik er ook van overtuigd dat dit een waardevolle bijdrage kan leveren aan de CO2-reductie en aan de stikstofreductie. In het collegebesluit staat dat het college vanaf september begonnen is met het in kaart brengen van mogelijke locaties, in Haarlem bedoel ik dan natuurlijk. Kan het college nu al aangeven hoe het daarmee staat? September is al een maand of drie geleden. Is Project Pasteur misschien nog in beeld als houtbouwlocatie of andere locaties? Dat was het, dank u wel. De voorzitter: De heer Bruch, VVD. De heer Bruch: Dank u wel, voorzitter. Het convenant is al op 15 oktober door de wethouder ondertekend, dus wat dat betreft is deze discussie een beetje voor de bühne. Maar goed, dat doen we dan toch. Er staan een aantal dingen in, onder andere dat het wordt opgenomen in de Omgevingsvisie en dat is inderdaad gebeurd.
10
Maar er staat ook in dat er wordt gewerkt aan vroegtijdig vergroten van de expertise, de eigen organisatie in staat stellen om de intenties van dit convenant te realiseren, projectvoorstellingen vanuit de markt richting houtbouw ondersteunen bij de uitwerking en ambtenaren zullen gerichte trainingen moeten volgen. Nou heb ik begrepen dat er al een enorm gebrek aan capaciteit is, dus hoe gaat u dit waarmaken? Want wij zijn helemaal het eens met houtbouw, alleen het mag natuurlijk niet een vertraging op gaan leveren bij het opleveren van het aantal woningen. Ook wij lazen vanmiddag het stuk in De Telegraaf over hypotheken bij houtbouw, maar als je het stuk helemaal leest bleek dat de mensen wel degelijk een hypotheek hadden gekregen, alleen tegen een iets hogere rente dan ze eerst hadden gehoopt. Maar er is dus hoop. Maar goed, dat zijn onze vragen. Gaat u dit redden? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Slik, ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. In aansluiting op wat de VVD zegt, het college is al akkoord gegaan, dus de ChristenUnie vroeg zich af: waarom bespreken we dan nu? Natuurlijk ondersteunt de ChristenUnie de duurzame doelen van het uitvoeringsconvenant. Zoals GroenLinks ook in de motivatie zegt: “Wat wordt er van ons gevraagd? Een luisterend oor en steun.” Nou, dat krijgt u allebei en we luisteren verder. De voorzitter: Dank u wel.
Anderen nog? Mijnheer De Groot, D66. Daarna mijnheer … De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. Na mevrouw Oosterbroek kan ik natuurlijk daar niet meer overheen qua enthousiasme, maar we hebben samen de Raadsmarkt destijds georganiseerd om dit met de commissie door te nemen. Het is heel mooi om te zien dat dit het resultaat is. Ik kan mij goed vinden ook in de opmerkingen van de heer Bruch, die aangeeft: goed, waar moet die capaciteit vandaan komen? Dus ik ben inderdaad wel benieuwd naar de reactie van het college over hoe we dit gaan doen. Er staan al best wat houten huizen in Haarlem. Mijn vorige woning was een houten skeletbouwwoning, daar kon ik keurig een hypotheek op krijgen, dus dat was geen enkel probleem. Die stond gewoon in Europawijk, in Schalkwijk. Dus er is al best het een en ander, dat wou ik graag nog even meegeven. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Rijbroek, Trots. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Ik vond het een mooie opmerking eigenlijk, van GroenLinks, mevrouw Oosterbroek: “Door de bomen het bos niet meer zien.” Nee, daar worden de huizen van gebouwd. Wat ik me eigenlijk afvraag is: waar komt dat hout vandaan? Hiermee willen wij eigenlijk ook een soort CO2reductie doen. We moeten oplossingen vinden, want anders bouwen we niet, dat snap ik ook.
Alleen waar ik mee zit, wat mij opviel in die stukken, dat was eigenlijk dat, ik lees het dan maar even voor, dat er gevraagd wordt aan ontwikkelende partijen een soort van milieupactberekening op basis van de LCA, afkorting voor Levenscyclusanalyse. Die moet nog worden uitgevoerd. Dat is nadrukkelijk biogeen-, CO2-, ik lees het maar op, inhoud en biobased materialen die mee worden gerekend. Dus als ik dat lees, dan is die berekening nog niet gemaakt, dus hoe kun je dan nu weten of dat voldoet aan die functie dat je bijdraagt aan reductie van de CO2? Of ik zie het verkeerd. Misschien kan mevrouw Oosterbroek daar een toelichting op geven. Dank. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Ja, ik denk het wel. Maar wat ik, ik vind het wel ook een interessante vraag, want ik was nog vergeten te zeggen dat als we in plaats van nu bijvoorbeeld gaan isoleren met pur of met plastic, als we dan kiezen voor natuurlijke materialen, dan slaan we sowieso CO2 op. Dus dan draagt dat dus ook bij aan het opslaan van CO2 en daar kan je dus nog meer milieu-impact mee verkrijgen, omdat het een natuurlijk
11
product is en niet het product als cement of staal. Want met staal hebben we heel veel gas nodig, heel veel energie nodig om dat op een juiste manier naar onze wens te krijgen, terwijl met hout dat met veel minder energie af kan en het groeit ook nog eens vanzelf. Het groeit zelfs aan de bomen. Maar goed, dus het is dus gewoon sowieso goed voor de CO2, omdat je minder vervoersbeweging hebt. Als je zware stalen balken moet gaan verplaatsen, dan heb je ook zware vrachtwagens nodig. Als het lichte houten balken zijn, dan heb je ook minder duur en zwaar en fossiele brandstoffenvervoer nodig. Dus het heeft echt zo enorm veel kansen om naar die klimaatpositieve stad te gaan, daar kan ik eigenlijk de hele avond wel over praten. Ik heb nog dertien minuten, maar dat wil ik mijn collega niet aandoen. Maar het is gewoon ontzettend leuk dat je van zo’n circulaire economie ook kansen kan pakken. Daarom is het ook zo mooi dat we dat doen als Haarlem. De voorzitter: Dank u wel. Heeft iedereen het woord kunnen voeren? Dan is het woord aan wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Dank u wel, voorzitter. Wij willen met zijn allen naar een duurzame en CO2 en circulaire samenleving, dus dan is dit een eerste mooie stap om te doen.
Het zal wel niet zo snel gaan als mevrouw Oosterbroek misschien wil, maar uiteindelijk is het al goed dat we die stappen zetten en dat we dan ook dat samen binnen de Metropoolregio doen. Want het is inderdaad samen kennis opbouwen, samen ontwikkelen, nieuwe ideeën opdoen, nieuwe ervaringen opdoen en hopen dat het op die manier ook sneller kan. Volgens mij is er al wel veel gezegd, want de houtbouw is ook weer niet zo nieuw, denk ik. Ik bedoel, mijnheer De Groot heeft in een houten skeletbouw gewoond. Maar goed, ik zie ook, telkens als ik door de stad fiets zie ik wel ergens een dakopbouw verschijnen en die zijn toch eigenlijk meestal ook gewoon van hout. Wat mij betreft kan er ook prima stro, wat had mevrouw Oosterbroek nog meer? Stro, olifantsgras, ja, dat was het. Dat zijn denk ik meer, ik denk dat dat misschien dan wat meer materialen zijn die je in zulk soort projecten kan gebruiken natuurlijk. Als je echt het hebt over de nieuwbouw en de nieuwbouwopgave, wat vaak gestapeld is, dan zit je toch wel vaak aan stevige houtmaterialen om het gewicht te kunnen dragen. Zeer kostbaar ‘…’ timber is populair. Maar dat zijn natuurlijk manieren om dat te doen. Ja, dus we gebruiken de kennis van de markt, de omgeving. Er is volgens mij inderdaad met Cirkelstad ook laatst een houten gebouw volgens mij de eerste paal geslagen bij 3D Makers Zone.
Misschien is het wel leuk om, ik zal dat voorstel eens doen, om een keer een sessie te doen in het kader van bouwend Haarlem over houtbouw. Dat is denk ik een mooi thema waarbij we dan ontwikkelaars, operaties en raad bij elkaar hebben. De voorzitter: U mag geen sessies meer voorstellen. Wethouder Roduner: Maar bouwend Haarlem hebben we gewoon eens in het half jaar ofzo, met een thema. Dus kunnen we daar prima een keer dat thema doen. Heeft u geen last van verder. De voorzitter: Uiteraard, uiteraard. Wethouder Roduner: Maar voor de rest had ik geen … Nee, ik zal niks meer voorstellen, het is helder. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek wilde iets zeggen. Mevrouw Oosterbroek: Ja, heel graag. Dan ben ik er natuurlijk graag sowieso bij, ongeacht de uitslag in maart. Dus ik hoop wel dat ik bij deze dan alvast een uitnodiging krijg. Wethouder Roduner: U komt vast terug in de raad, mevrouw Oosterbroek. Dus hypotheek is volgens mij ook zoiets, dat is een beetje, brandveiligheid lijkt heel erg, is ook iets wat we volgens mij ook niet zo erg meer zoals
12
in het verleden. Locaties, dat is echt wel een, dat blijft gewoon wel zoeken. Concreet is in ieder geval een beeldlocatie van Elan Wonen bij de Schipholweg. Dus de Schipholweg, direct daarachter, de Hamelinkstraat, ik denk dat dat de eerste serieuze nieuwe vorm van houten gebouwen. Gaat dan samen in corporatiewoningen, dus leuk dat Elan Wonen daar de handschoen heeft opgepakt. We hebben uw motie in ieder geval doorgegeven voor de Pasteurstraat, maar even kijken of dat ook lukt. Het vraagt ook wel echt wat anders van een project. Voor de rest is het gewoon, we hebben binnen de Metropoolregio gezegd: we gaan natuurlijk een paar locaties per jaar zoeken, wat grotere locaties om uiteindelijk ook echt dat volume te maken. We gaan denk ik nu nog niet grootschalig al onze medewerkers trainen, ik denk dat dat gewoon bij de projecten die langskomen, dat dat een kwestie is van ervaringen uitdoen, nadenken over ontwerp. Dat betekent misschien toch ook je ontwerp en je stedenbouwkundige visie soms ook een klein beetje aanpassen op de materialen en de vormgeving die beschikbaar is. Hetzelfde geldt een beetje voor de modulaire bouw, maar er is ook gewoon heel veel kennis al in de markt. Als we die gewoon op een goede manier ontsluiten hoeft dat onze organisatie ook niet zodanig te belasten. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Dan ga ik ervan uit dat dit punt ook hiermee afdoende besproken is. Ja? Ja. Mevrouw Oosterbroek zegt het, dan is het zo. 6.
Ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietsznfabriek’ (FR) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 6, ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietsznfabriek’. In de commissie Ontwikkeling van 2 december is door de Actiepartij dit punt geagendeerd voor bespreking. De motivatie van de Actiepartij is dat het belangrijk is dat de commissie haar zienswijze over dit bestemmingsplan kan geven, omdat het consoliderend is. Het woord is aan mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. Omdat het niet consoliderend is. En vooral is het … De voorzitter: Geen consoliderend, dank u wel. De heer Van Leeuwen: En ook omdat ik denk dat het zuiver is dat we als stad ook belanghebbenden hier kunnen ontvangen in de commissie, om überhaupt tot zienswijze te komen, mochten die er zijn. Technische vragen genoeg gesteld. Ik zou wel een bevestiging willen hebben dat we hier met elkaar een nietconserverend bestemmingsplan gewoon wel agenderen, wel bespreken. Het is iets anders dan een conserverend bestemmingsplan, dat hoef je hier echt niet allemaal aan een agenda die overvol is te hangen, maar dit vind ik wel echt een ontwikkelplan en dan is het anders wat ons betreft. Zo is het in het verleden ook altijd geweest. Inhoudelijk, we hebben met het stedenbouwkundig programma van eisen eigenlijk als gemeente, om er maar een vergelijking te maken, we hebben een ei gelegd.
Dat ei biedt houvast aan en kaders voor betrokkenen, omwonenden en belanghebbenden, et cetera. Laat nu eerst, dat is onze oproep, aspirant-kopers met hun architecten bepalen wat ze met dit ei van plan zijn. Wanneer wij er nu een definitief bestemmingsplan van gaan maken, dan zijn we dat ei aan het hardkoken en dan weet je dat je van een hardgekookt ei geen omelet of uitsmijter meer kan maken. Dus laat de creativiteit bij de kopers, het bespoedigt ons verkoopproces, het bespoedigt het ontwikkelproces. Als dat klaar is, dan stel je het bestemmingsplan op, op grond van het plan wat is ingediend en wat ook tot de verkoop zal leiden. Dat is ons pleidooi en dat zouden we graag, wethouder, u voor willen leggen. U bent al het een en ander ter inzage aan het leggen. Dat is prima, maar dan zou ik zeggen: wacht dan met de vaststelling tot we in elk geval een VO hebben ontvangen van een koopkandidaat. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten.
13
Mevrouw Van Zetten: Ja, even een vraag. Ik ben het er helemaal mee eens: dat je het niet te hard moet koken van tevoren en dat de creativiteit vooral bij ontwikkelaars moet liggen. Maar betekent het ook dan voor de Actiepartij, stel dat men gewoon een paar luxeappartementen in dat witte gebouw wil doen, in plaats van achttien jongeren sociaal, dat dat ook prima is? Gaat het zo ver? De heer Van Leeuwen: Nou, we hebben een SPV, een Stedenbouwkundig Programma van Eisen, waarin we natuurlijk volgens mij ook de omschrijving van de doelgroepen hebben weergegeven, dus daar zou ik me aan willen houden. Mevrouw Van Zetten: Nee, maar dan is die vrijheid voor dat klutsen van het ei wel heel beperkt, dat kunnen we dan ook wel vaststellen. De heer Van Leeuwen: Nou, dat denk ik niet. Ik denk dat je heel veel nog kunt doen in een ontwerp. Ook functies liggen niet op de vierkante meter vast en aantallen misschien ook niet. Als er een mooie mix aan woningen komt staan wij er altijd voor open. Het gaat om het beste resultaat voor de stad, maar we hebben wel een set eisen. De voorzitter: Mijnheer De Groot. Dan mijnheer Wiedemeijer. De heer De Groot: Een korte vraag aan de heer Van Leeuwen. Ik begrijp uw vraag over het bestemmingsplan, maar dit is wel echt een postzegelbestemmingsplan, gericht op één ontwikkeling.
Dus ik kan u goed volgen op het moment dat wij het over een bestemmingsplan hebben voor een buurt of voor een wijk, maar ik zie wel een verschil met een bestemmingsplan als dit. Ziet u dat verschil ook? De heer Van Leeuwen: In dit geval niet, want het is een hele kleine wijk en daar komen veel woningen. We stapelen ambities: we willen daar ondergronds parkeren, we willen een monument bouwen. We willen er veel doen op dat postzegeltje, dat is in vierkante meters een postzegel, maar de impact is gigantisch in een kleine wijk. De heer De Groot: Nog een tweede vraag. U noemt het hardkoken van een ei. Wij hebben uitgebreid stilgestaan bij de stedenbouwkundige uitgangspunten van dit plan. Die zijn gewoon één op één overgenomen in dit conceptbestemmingsplan, dus dit is toch juist de rol die we hebben? Namelijk het meegeven van kaders waarbinnen die ontwikkelaar aan de gang kan? De heer Van Leeuwen: Ja, u ontkent in feite daarmee, met die opmerking, de rol van een architect. De rol van een architect is groter als die met eisen op pad gaat, het ontwerp maakt. Dat wordt het bestemmingsplan, daar zit echt een fundamenteel verschil tussen. De heer De Groot: Dat begrijp ik, alleen stel nou voor dat die afwijkingen er zijn, dat die twee meter hoger wil of dat die inderdaad, zoals mevrouw Van Zetten zegt, de sociale huurwoningen wil vervangen met vier appartementen.
Dat is toch juist niet wat we willen? Dat zijn toch juist de kaders die we meegegeven hebben? Hierbinnen moet het gerealiseerd worden. Nee, maar dus wel in het bestemmingsplan. De heer Van Leeuwen: Er zit een hele grote afwijkingsbevoegdheid ook in het bestemmingsplan, wil je die wel of niet uitnutten? Dat weet je pas als je het ontwerp gemaakt hebt. En we hebben het altijd zo gedaan, hè? Ik bedoel, ik vertel niks nieuws.
14
De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ja, een levendige discussie die ik ook van tevoren moest nadenken: wat vind ik daar nou van? Maar ik kan me juist voorstellen dat we deze locatie nog gaan tenderen, dat het juist natuurlijk, als jij je wil inschrijven met een bod het juist heel prettig is dat je nog bepaalde ruimte hebt die het bestemmingsplan toestaat. Het bestemmingsplan blijft gewoon overeenkomstig met het SPVE, maar je hebt dan wel aan de voorkant zekerheid dat je binnen het bestemmingsplan blijft. Dus dat geeft een inschrijver juist de juridische zekerheid waarmee ze dat bod kunnen uitbrengen. Dus ik vind dit op zich een vrij logische procedure. Als we gewoon een aantal uitgangspunten toetsen, bijvoorbeeld het bouwvolume en de bouwhoogte met de omgeving, dan biedt dit zowel heldere uitgangspunten als genoeg juridische zekerheid voor iemand die straks een bod gaat brengen en die tenderprocedure gaat gewoon toetsen op een aantal verschillende criteria: ziet het er mooi uit, het bod, et cetera, et cetera. Dus volgens mij is dit gewoon prima. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Blokpoel, VVD. De heer Blokpoel: Ik dacht dat het een interruptie was van mijnheer Wiedemeijer, maar ik begreep nu dat dat niet zo was. De voorzitter: Ja, dat dacht ik in de eerste instantie ook. De heer Wiedemeijer: Excuseer, het was gewoon mijn termijn.
De voorzitter: O, u heeft ook een … ‘…’ Gaat uw gang. De heer Blokpoel: Maar ik had nog een interruptie op mijnheer Van Leeuwen zelfs. De voorzitter: Op mijnheer Van Leeuwen. De heer Wiedemeijer: Ik voel mij hiervoor schuldig, excuseer. De heer Blokpoel: U bent de voorzitter. Welke volgorde? De voorzitter: Goed. U bent, mijnheer Blokpoel. De heer Blokpoel: Ja, dank u wel. Mijnheer Van Leeuwen, ik kan me vinden in de woorden van mijnheer De Groot en mijnheer Wiedemeijer, want we kunnen wel blijven schaven, maar zo komen we nooit tot bouwen natuurlijk. U vergelijkt het met een ei en een hardgekookt ei, maar een hardgekookt ei kunt u toch ook een mooi gevuld ei van maken en dan komt er toch ook een prachtig project uit? De heer Van Leeuwen: Nou ja, ik denk dat de VVD altijd een ontwikkelende partij is en ook weet in andere gemeentes hoe het werkt en weet u kennelijk in Haarlem niet hoe je het beste projectontwikkeling tot gang brengt. Dit is mijn advies, als u er anders over besluit, uitstekend. Ik hoor de heer Wiedemeijer iets zeggen waarvan ik denk: waarom maak je dan überhaupt een stedenbouwkundig programma van eisen? Want maak dan gelijk maar een bestemmingsplan. Dus we halen hier een aantal dingen door elkaar. Ik geef het jullie mee en aan het eind van de rit zullen we zien waar de architecten en de koopkandidaten het meeste mee zijn geholpen.
Maar ik geef een advies op een project wat al vijftien jaar in het slop zit, dat moet je je wel realiseren.
15
De voorzitter: Moet u zich wel realiseren. Maar u had ook nog een interruptie op mijnheer Wiedemeijer. O, had u daar meegenomen. Nou, prima. Dan gaan wij verder, nu iemand anders. Mijnheer Amand, Trots. De heer Amand: Even mijn pasje, voorzitter. Eén moment. Ja. Hoort u mij of niet? Ja, prima. Nou, het is een prima plan. Het is wat de collega’s ook zeggen natuurlijk: laten we het zo meteen eens even toetsen, als alles klaar is en alles in kannen en kruiken met een mooie groenparagraaf erbij en alles erop en eraan, dat die wijk natuurlijk helemaal omhoog gekrikt wordt. Dus wij vinden dat prima dan. Dan gaan we het hele officiële, wat mijnheer Van Leeuwen graag wil, bepraten. Lijkt me zinnig. De voorzitter: Dank u wel. Wie nog meer? Mijnheer Visser, CDA. De heer Visser: In het bestemmingsplan wordt uitgegaan van ondergronds parkeren voor de fiets en de auto, voor de middeldure en dure woningen. De bewoners van de sociale woningen parkeren de auto op het maaiveld op eigen terrein. Vanzelfsprekend zien we natuurlijk dat deze ook ondergronds kunnen parkeren. Het zou mooi zijn als de ontwikkelaar dat alsnog kan realiseren, het bestemmingsplan staat dat toe. Dit zal namelijk ten goede komen aan de openbare ruimte en wellicht kunnen er dan ook meer woningen gerealiseerd worden. Deze oproep wil het CDA graag doen en verder wachten we de inspraakperiode af. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Wie nog meer? Niemand? Het woord is aan wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Ja, het gaat vooral over het proces, denk ik, en niet zozeer over het project zelf. We stellen met elkaar een stedenbouwkundig programma van eisen vast, dan wordt daaropvolgend over het algemeen een bestemmingsplan gemaakt. Het conceptbestemmingsplan wordt, eigenlijk als het goed is volgen we gewoon netjes uw kader en bent u in de controlerende rol en kunt u uiteindelijk beoordelen of dat bestemmingsplan goed genoeg is. We hebben met elkaar afgesproken dat het concept wat wij geven, dat het college en dat alleen het definitieve product hier wordt geagendeerd, ook omdat we ervan uitgaan dat het gewoon netjes de kaders volgt. Dus u krijgt het langs, maar twee keer lijkt mij persoonlijk zelf overbodig. Maar goed, daar gaat u uiteindelijk zelf over. We hebben wel beide modellen hanteren we hier in Haarlem als we bijvoorbeeld een stuk vastgoed verkopen. Wij hebben het model dat bijvoorbeeld bij het Damiate-terrein, waarbij we de tender hebben gehad op basis van het SPVE, uiteindelijk de ontwikkelaar verder heeft ontworpen en gewerkt en uiteindelijk heeft u daarna, nadat de tender al gewonnen was, hier het bestemmingsplan vastgesteld.
Maar we hebben ook modellen zoals Koningstein, waarbij het bestemmingsplan is vastgesteld en we dan uiteindelijk de tender doen en dan binnen dat bestemmingsplan uiteindelijk het project ook verder vorm moet krijgen. Beiden heeft denk ik voor- en nadelen. In mijn optiek is een stukje stad, dus iets ontwikkelen binnen de historische binnenstad en daar zou je Koningstein misschien ook nog een beetje bij kunnen redeneren als een soort van het weer goed maken van een verminkt stukje stad, is het logisch om de kaders wel heel strak te houden. Een bestemmingsplan vaststellen geeft in ieder geval hele strakke kaders mee en geeft inderdaad ook een stuk zekerheid richting de ontwikkelaar, dat hij straks ook gewoon, mits hij natuurlijk binnen het bestemmingsplan blijft, ook gewoon recht heeft op een vergunning. Dat haalt ook een stuk projectrisico weg. Dus dat is vanuit ontwikkelaarperspectief ook echt wel wenselijk, om dat stuk risico daar weg te nemen. Maar als je een lege kavel of tender zoals het Damiateterrein, dan kun je ook kijken, de ontwikkelaar gewoon echt wat meer ruimte geven en daar zelf met een invulling komen. Dan kan het model zoals de heer Van Leeuwen het beschrijft ook heel goed werken. Dus we doen beiden en we proberen wel na te denken over welke modellen waar werkt.
Ik denk dat, nogmaals, binnen onze historische binnenstad, dat het logisch is om dit model op deze manier te doen, omdat we
16
inderdaad gewoon een bijna hardgekookt ei willen meegeven en vooral geen rauw ei wat misschien nog een spiegelei zou kunnen worden. De voorzitter: Is er nog behoefte aan een tweede termijn bij dit punt? Punt voldoende besproken? Daar komt zeker nog een punt terug, ja. Oké. Ter advisering aan de raad 7.
Evaluatie Hotelaanvraagpauze 2021 (FR) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 7, de evaluatie van de hotelaanvraagpauze. Of ging … Zijn wij sneller? Ja, we zijn iets sneller. Sinterklaas. Was jij klaar, Floor? Kom jij nog terug? Oké. Het college stelt aan de raad voor – kijk, daar is mijnheer Berkhout – het college stelt aan de raad voor de hotelaanvraagpauze te verlengen tot 1 januari 2024. Dat betekent dat de gemeente tot die datum niet aan nieuwe hotelinitiatieven meewerkt. Mijnheer Berkhout gaat rustig zitten. Wie wil hier als eerste het woord over geven? Mijnheer Slik, ChristenUnie. De heer Slik: Dank, voorzitter. Ja, wat de ChristenUnie betreft kan die hotelstop er wel af. Het grootste argument dat genoemd werd was de toeristische overlast, maar uit de stukken blijkt dat die overlast niet komt van hotels, maar van de straat en van evenementen. Er wordt wel gezegd: er is nog steeds een grote ruimtebehoefte vanuit andere beleidsvelden. Maar we zitten toch al met een gebrekkige plancapaciteit en die ruimtevraag, daar kan je keuzes in maken. Je kan het altijd in bestemmingsplannen onmogelijk maken. Er worden die kleine ontwikkelingen genoemd die per ongeluk in het bestemmingsplan mogelijk zijn.
Nou, wat ons betreft, we zien uit naar dat Vitaliteitsplan Binnenstad, maar daar zien wij op zich niet zoveel problemen mee, want misschien dat het juist een soort vervanging van Airbnb is. Iemand wil graag Airbnb, dat kan misschien door de strengere regels. Maar als er in het bestemmingsplan een klein hotelletje kan, dan heeft die in ieder geval strengere eisen om het wel levensvatbaar en veilig te maken, dus wat dat betreft kan het er af, zogezegd. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Visser, CDA. De heer Visser: Het CDA ziet geen aanleiding om de pauze op te heffen. We zijn akkoord met de verlenging tot 1 januari 2024. Het CDA begrijpt natuurlijk wel de wens van ontwikkelaars om hotels te ontwikkelen, alleen we moeten niet vergeten waarom we deze pauze hebben ingevoerd. Namelijk dat er voldoende hotelcapaciteit op dit moment is en daar nemen we ook de groei van de komende jaren nog in mee. Afgelopen jaar slechts 42 procent kamerbezetting. We willen het toerisme in Haarlem wat aan banden leggen, in ieder geval de groei ervan wat beperken. We kunnen de ruimte wel degelijk beter gebruiken voor andere functies, zoals wonen of werken. Dus wat ons betreft prima. De voorzitter: We gaan straks even tussendoor de inspreker doen. Die komt er nu aan. Er was even verwarring, want ik ging ervan uit dat de inspreekbijdrage gekoppeld zat, maar deze mijnheer is toch aanwezig.
Dat is hartstikke fijn. Goed, wij heten de heer … O, is nog niet gebeurd. Ja, dan gaan wij nu onze aandacht richten op de inspreker, mijnheer Van Prooye van Vastint. U heeft drie minuten. Als u de microfoon indrukt gaat het lampje branden, knopje daar. Heeft u drie minuten om uw verhaal te vertellen. Ik zal u eraan herinneren als uw tijd bijna op is. Daarna is er gelegenheid voor vragen. Gaat uw gang.
17
De heer Van Prooye: Goedenavond, mijn naam is Ernst-Jan van Prooye en ik sta hier namens Vastint. Vastint heeft eind vorig jaar het Beresteyncomplex aan het Stationsplein gekocht. De integrale gebiedsvisie Stationsplein was toen zo goed als rond en u heeft die visie op 2 juli vastgesteld. Wij zijn op deze rijdende trein gesprongen, omdat wij vertrouwen hebben in het proces en zien dat er een prachtige uitdaging ligt om het huidige gebied te transformeren en te opwaarderen tot een goed werkend OV-knooppunt en een prachtig stadsplein met een mix van werken, wonen en voorzieningen. Op dit moment werken we erg goed samen met de ambtenaren van de gemeente en bespreken we met elkaar de mogelijke invulling van het Stationsplein en het vastgoed. We vertrouwen erop dat we in 2022 samen met de gemeente een programma van eisen fysieke leefomgeving kunnen presenteren aan de raad, waarbij ons voorgestelde programma ook duidelijk zal zijn. Omdat u vandaag de Evaluatie Hotelaanvraagpauze bespreekt willen wij u graag meegeven dat Vastint op dit moment onderzoekt of een hotel past in het programma op het Stationsplein. Ik zeg nadrukkelijk onderzoekt, omdat wij ook nog niet zeker weten of dit één van de voorzieningen kan worden en in de huidige markt zijn wij – zoals jullie wel kunnen begrijpen – voorzichtig met nieuwe hotelontwikkelingen.
In de gebiedsvisie Stationsplein heeft u de ambitie uitgesproken dat het plein, meer dan nu het geval is, een fijne plek moet zijn om te verblijven en binnen de MRA een regionale toplocatie zou moeten vervullen. Uit ervaring weten wij dat een hotel voor de benodigde levendigheid op een plein kan zorgen en tegelijk economische waarde voor een stad kan hebben. Daarbij voorziet een hotel in voorzieningen en faciliteiten welke in de visie staan benoemd, zoals het activeren van daken middels een rooftopbar en een restaurant-café voor een levendige aansluiting op en invulling van het plein. In de Evaluatie Hotelaanvraagpauze wordt reeds bij risico’s en kanttekeningen aangegeven wat deze hotelaanvraagpauze betekent voor het mogelijk onderzoeken van een hotelfunctie op het plein. Zelfs het nadenken over een hotelfunctie is in deze nota uitgesloten. Voor ons is het echter van belang dat wij bij de gesprekken en onderhandelingen met de gemeente over onze programmering een eventuele hotelfunctie wel kunnen onderzoeken en meewegen. Wij vragen dan ook of de hotelaanvraagpauze op dit punt aangepast kan worden. De reden hiervoor is dat wanneer wij moeten wachten met het onderzoek tot 2024, dat het proces van de herontwikkeling van het Stationsplein zal vertragen.