CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

12-09 Transcript Commissie Bestuur

commissie Bestuur 9 december 2021, gemeente Haarlem45.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De wethouder geeft naar mijn idee terecht aan: raad, breng dat wel met elkaar in samenhang, want anders zit het langs elkaar heen te akkeren. Nou, dat lijkt me. Maar misschien kan de voorzitter van het seniorenconvent dan aan de wethouder vertellen wat we daar op dit moment over kwijt kunnen. De heer Drost: Ja, dank voor de opheldering. Nee, ik zie niet direct dat dat elkaar bijt in alle eerlijkheid. We gaan maandag daar met elkaar over het gesprek verder voeren. Maar dat is een stuk breder. Ik denk dat het maar een klein onderdeel is, het burgerberaad. We hebben het over hoe we met elkaar vergaderen. Hoe we daar ook de burgers bij betrekken. Maar ik zie dat niet elkaar bijten. Nee, eigenlijk helemaal niet. De voorzitter: Om het niet nodeloos complexer te maken dan het al is. Wethouder, bedankt voor deze vraag. Gaan we dat weer lostrekken van elkaar. Lijkt mij verstandig. U heeft een suggestie gedaan hoe dit naar de raad gaat met het collegevoorstel als addendum bijgevoegd bij het burgerberaad zoals dat nu is vormgegeven. Lijkt mij een goed voorstel. Meneer Van den Raadt wil daar nog wat over zeggen. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Nou, daar niet over, maar over een vraag die ik had gesteld. Daar hoor ik nog graag de reactie van de wethouder. Want, kijk. Als wij natuurlijk. En ik ben eigenlijk. Ik ben supergroot voorstander van dit.

Want ik heb al eerder gezegd: ik hoop dat wij gewoon over vijf of tien jaar de gemeenteraad kunnen halveren. De voorzitter: Denkt u om uw spreektijd, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: En dat we alleen nog de wettelijke taken doen. Maar hoe ziet u nou dat met dat we gaan alles loten. Dan gaan we toch ergens nog zeggen: ja, het klopt niet. We gaan dan weer opnieuw loten. Een paar mensen erbij. Ik heb liever dat we af en toe allemaal zessen hebben dan dat we elke keer één, twee, drie, vier, vijf, zes precies eruit krijgen. Want dat geloof ik dan niet. De voorzitter: Ja, wethouder gaat uw gang.

52

Wethouder Botter: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik ga daar geen antwoord op geven. Het is niet aan mij. Het is een initiatiefvoorstel wat komt uit uw raad. En daar is denk ik afdoende antwoord op gegeven door diegene die het initiatief hiertoe hebben genomen. En uiteindelijk moet u besluiten of u het wel of niet steunt. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, ik vind het voorstel van de wethouder om de zienswijze van het college als addendum te voegen bij het initiatiefvoorstel, vind ik geen goed voorstel. Omdat ik dan niet weet waarover ik stem. De zienswijze laat open of we uitgaan van een experiment of dat we gelijk een verordening gaan invoeren. Dat laat het voorstel over. Er zitten inleidende teksten met allerlei suggestie in de zienswijze. Dus dat schept onduidelijkheid. Ik zou toch de initiatiefnemers willen vragen om te kijken wat u van die zienswijze zou willen overnemen en dat te verwerken in het voorstel en dat in stemming te brengen. De voorzitter: Ja, initiatiefnemers. Ik heb mijn best gedaan om dit moment te voorkomen. Het is niet gelukt. Dus inderdaad, hij moet voor de zoveelste keer back to the drawing board en inderdaad de zienswijze en ook misschien het besluit van het college daarin meenemen. Dat denk ik wel, dat dat het meest zuivere voorstel is. Mijnheer Trompetter.

De heer Trompetter: Nou, volgens mij zijn wij heel duidelijk geweest over wat wij hierin allemaal willen overnemen en meenemen. Het is volgens mij een vertragingstactiek. Want kan het allemaal nog voor de volgende raad of niet. Want dat is dus de vraag. En ik wil het echt niet uitstellen tot volgend jaar. Daarom vraag ik of er een meerderheid is voor uw voorstel, mijnheer Klaver. De voorzitter: Oké, prima. Is er een voorstel voor. Is er een meerderheid voor het voorstel van meneer Klaver? Het voorstel van meneer Klaver is om het nog één keer terug te nemen, het stuk terug te nemen, nog de punten toe te voegen, de zienswijze ook van het college, dat toe te voegen aan het definitieve stuk en dat in januari in stemming te brengen in plaats van al deze maand in december. Dat is het voorstel van meneer Klaver. Het andere voorstel wat voorligt is om inderdaad het college, de reactie van het college, als addendum toe te voegen aan het stuk zoals het er nu ligt. Wie is er voor het voorstel van meneer Klaver? Nog één keer terug in januari, in zuiverheid alles op tafel. Ja. Ja, u bent ook voor meneer Klaver? U heeft nog een derde voorstel vrees ik. Of niet? U mag uw hand opsteken. Zolang u zwijgt mag u alles doen wat u wil, mijnheer IJsbrandy. Goed. Dus ook meneer IJsbrandy. Ik heb net, volgens mij, echt wel een meerderheid gezien. Mijnheer Trompetter.

De heer Trompetter: Nou, ik zie hem niet. Ik zie nu dezelfde stemverhouding als vorige keer. Toen hebben we het teruggetrokken, dus de stemmen gaan staken. Dat zie ik nu al. Dus dan moet het toch weer terug naar de tekentafel. Jammer, maar dat zullen we moeten doen. Want we hebben nu geen meerderheid. We moeten het voorstel van meneer Klaver maar uitvoeren dan. En gaan we nog een maand wachten. De heer Klaver: Mijnheer Trompetter, het is echt niet. Het is echt niet bedoelt als een vertragingstechniek. Ik wil echt gewoon helder hebben waar we over ja of nee tegen stemmen als raad. En u heeft gelijk als u zegt: ik heb een aantal vragen gesteld. Van: had u die niet op voorhand kunnen aangeven. Dat had ik zeker wel kunnen doen, dus daarvoor excuus. De voorzitter: Goed. Intussen hebben wij hier zitten rekenen aan deze kant van de tafel. Want in dit soort gevallen, als wij twijfelen aan is er een meerderheid of niet, dan gaan wij even de gewogen meerderheid opzoeken. Wij zitten nu op een. Wij zitten niet op een meerderheid voor het voorstel van meneer Klaver. We

53

zitten op vijftien personen, als u dat omzet in raadszetels. Dus dan stel ik toch voor dat we hem inbrengen in de komende raad met het addendum erbij. De heer Klaver: Is dat echt wat de initiatiefnemers willen? De voorzitter: Als de initiatiefnemers het daar in ieder geval mee eens zijn om het op die manier te doen. We hebben een korte schorsing. Heel kort dan. Er zit ook een inspreker te wachten. De heer Rutten: Ik wou nog wat zand in de raderen strooien. De heer Trompetter: Wij kiezen voor een maand uitstel, omdat ook zeker de partijen die daarom vragen daar dan constructief naar willen kijken in januari en dan daar ook dan mee willen instemmen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Lijkt mij een wijs besluit. Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Ja, volgens mij hoeft het ook niet zo heel ingewikkeld te zijn, want er is een gevraagd besluit. Dat bestaat uit 1ab en 2ab. En het initiatiefvoorstel, in te stemmen dit plan in handen te stellen van het college om dit initiatiefvoorstel tot uitvoer te brengen. Daar kan je heel simpel aan toevoegen: in de lijn van de zienswijze. Dan heb je met vier woorden, in de lijn van de zienswijze. Het zijn er zes. Dan heb je voor 23 december een voorstel liggen. De heer Trompetter: Graag. Graag, mijnheer Rutten. Ik vind het een prima voorstel.

De voorzitter: Prima, maar dan neem ik aan dat deze commissie nog wel even kort wil kijken naar de zienswijze of die juist geïnterpreteerd zijn of niet. De heer Rutten: Die worden er dan aan toegevoegd in het besluitvoorstel. Het college wordt verzocht om het in uitvoer te brengen. De voorzitter: Het is een beetje van allebei. De heer Rutten: In die lijn van die zienswijze. Nou, dan denk ik dat je een heel aardig pakket hebt waar ik in ieder geval ja tegen kan zeggen. De heer Trompetter: Prachtig, dank u wel. De voorzitter: Oké, maar dan moet er dus wel een aangepast stuk komen van de initiatiefnemers. De heer Trompetter: Die komt er dan zo snel mogelijk. De voorzitter: Ja, we zijn eruit. Hij gaat gewoon naar de raad van december. En dan gaat die als hamerstuk met stemverklaring neem ik aan? Of niet? De heer Trompetter: Graag. De voorzitter: Om toch nog een beetje ruimte te bieden aan eventuele tijd en. Ja? Goed. Zo dat was dat.

54

14. Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: We hebben nu het volgende agendapunt. Dat is agendapunt veertien. Spreektijd voor belangstellenden over niet op de agenda staande onderwerpen. We hebben een inspreker, meneer Jaap van Deursen. Die wordt nu uit de antichambre gehaald waar hij heel geduldig heeft zitten wachten en heeft toehoren als belangstellend burger. Bewoner moet ik zeggen. Hartelijk welkom, mijnheer Van Deursen. Excuses voor de vertraging. En dank voor uw geduld. Heeft u al eerder ingesproken? De heer Van Deursen: Nee. De voorzitter: Nee. Zal ik u heel kort uitleggen hoe het werkt. U krijgt drie minuten de tijd. Dat wist u waarschijnlijk al. Als ik merk dat u bijna aan uw drie minuten zit, dan ga ik u even vriendelijk verzoeken om af te ronden. En als u klaar bent met het inspreken, dan is het aan deze commissie om vragen aan u te stellen als daar behoefte aan is. En dan kunt u daarop antwoorden. En als u wil spreken, dan moet u het rechterknopje van het. Ja. Het rechterknopje van het microfoontje induwen. Dan heeft u een lichtje en dan kunt u spreken. Dus gaat uw gang. De heer Van Deursen: Hou ik hem ingedrukt? Oké, dan snap ik hem. Goedenavond. Ik ben Jaap van Deursen. Ik ben gymleerkracht hier in Haarlem.

En ik maak graag gebruik van deze gelegenheid om iets te delen over een gesprek wat ik met mijn zoons had over: in Haarlem kies je zelf wie je liefhebt. En elke keer als ik door Haarlem fiets en ik zie die poster, dan word ik geraakt. Dan denk ik: wauw. Ook ik voel mij gesterkt in mijn veiligheid en gesteund door u hierin. Het gesprek wat ik een maand geleden met mijn zoon had, hij wil binnenkort gaan studeren, was van: pa, ik ga binnenkort naar de Uni of naar de Hbo toe, maar hoe zit het nou. Je dient een coronapas te hebben daar. En daar had ik geen antwoord op. Ik wil mijn zoons allebei graag bijstaan met gewoon raad en daad en wat ik kan doen. En ik was stil. Ik werd koud van zijn volgende zin. Pa, dat is toch uitsluiten van mensen? En dan zie ik die posters: in Haarlem kies je zelf wie je bent. Dat is toch niet alleen voor mensen die een prik gehaald hebben? Dat gesprek past ook bij: wat kan ik doen zodat mijn zoons in een democratisch land opgroeien. Toen ze allebei op de basisschool zaten en van die kleine lieve mannetjes waren, toen had meneer Wilders op gegeven moment zijn uitspraak van: meer of minder. Nou, de rest kent u. Ik heb vol trots met ze gekeken naar meneer Rutte die zei bij het jeugdjournaal en bij andere uitzendingen van: in Nederland discriminatie op je afkomst, medische staat, je geloof. Zolang ik minister ben. Nee, het staat zelfs in de grondwet.

Dat kan niet. Ik weet het nu niet. Klopt het voor u dat mensen zoals ik die niet kunnen of niet willen of niet durven om een prik te halen worden uitgesloten van de maatschappij? Mijn uitnodiging aan u is om eens te kijken, om u hard te maken, van gemeentepersoneel. Te zorgen dat die niet worden uitgesloten door een QR-maatschappij op QR-gronden. Een gesprek te voeren met de stakeholders van het onderwijs hier in Haarlem. En te zorgen dat er gelijkheid blijft tussen mensen met of zonder prik. En wat u vast gelezen heeft in de krant, die bizarre regel bij zwemscholen. Als je geen prikje hebt gehaald, geen QR-code, dan moet je buiten je natte kindje opwachten na de zwemles. Ik volg het niet meer. Ik kan het aan mezelf niet uitleggen en niet aan mijn zoons. En met die uitnodiging wordt ook de waarheid, wordt ook voor mij extra van kracht: in Haarlem kies je zelf wie je liefhebt. Het wordt inclusief voor elke Haarlemmer. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Deursen. Zijn er nog vragen aan deze inspreker? Mijnheer Linder. De heer Linder: Bedankt voor uw bijdrage, dat u kwam inspreken. Een heleboel wat u hier noemt is natuurlijk van de overheid, waar de gemeente zelf niet zoveel invloed op heeft. De vraag is: wat zou je willen wat de gemeente doet? Wat de gemeente ook heel concreet iets mee kan als gemeentes bevoegdheid erop hebben?

55

De heer Van Deursen: De bevoegdheden van de gemeente ken ik niet. Ik ken wel mijn bevoegdheden als gymleraar. Die ken ik heel goed. Ik denk dat je als gemeente kan uitstralen dat iedereen welkom is. Dat we geen mensen gaan uitsluiten op grond van geloof, medische achtergrond, of wat dan ook. Dat. De voorzitter: Zijn er verder nog vragen? Nee? Dan wil ik u danken voor uw komst en voor uw inspraakbijdrage. En tot volgende keer en nog een fijne avond. Dank u wel voor uw geduld. Dag. Overige punten ter bespreking 15. Strategisch Inkoopbeleid 2021 (JB) 15.1 *20210207609 Toezegging aanpassen strategisch inkoopbeleid De voorzitter: Wij gaan door naar het volgende punt op deze agenda. Ter bespreking. Agendapunt vijftien, het strategisch inkoopbeleid. Wie mag ik hierover het woord geven? Gaat uw gang, mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel. Het is goed om te lezen dat er nu echt werk wordt gemaakt van de duurzame inkoop. Wij hebben in 2019 al de eerste motie van de Actiepartij hierover aangenomen. Waar ook standaarden in stonden. Ik heb het idee dat dat ook nu het geval is. En ik hoor graag van de wethouder of die standaarden ook in het inkoopbeleid zitten.

In de visie van de Actiepartij zou een complimenteren regionale munt met gebruik van blockchain technologie nog meer kunnen bijdragen aan het verduurzamen van de inkoop en de inkoop bij lokale ondernemers verder te bevorderen. De ondernemers zijn daar denk ik nog niet helemaal rijp voor, maar we blijven daarvoor ijveren. Er rest mij nu nog één vraag aan de wethouder. Kunt u de commissie actief op de hoogte houden van de ontwikkelingen van het inkoopbeleid, ook als er problemen ontstaan in de uitvoering waar u de raad voor nodig heeft? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had eigenlijk niet zo heel veel opmerkingen. Ik vond het een mooie notitie. Ik vond hem wel erg kalig. Ik vroeg me ook een beetje af voor wie dit nu eigenlijk bedoeld was en welk kader er nu precies wordt geschetst. Verder vroeg ik me af, omdat ik zie dat het een reactie is op een stuk van het CDA. Vroeg ik me af: wordt het dan nu vanaf nu dat er bij meervoudig onderhandse aanbestedingen, dat het altijd lokaal is tenzij dat niet kan vanwege marktomstandigheden of aanbestedingsregels. En worden er dan nu ook prestatiecriteria opgenomen? Want dat kon ik niet helemaal uit de notities halen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Windt. Mijnheer Klaver.

De heer Klaver: Onze CDA wethouder, Eva de Raadt, heeft als raadslid in deze commissie in april gevraagd om die juridische ruimte te gebruiken waarmee eisen kunnen worden gesteld aan lokale kennis en ervaring. Zij heeft verder gevraagd om een duidelijke en informatieve inkoopkalender op de site en om een uitnodigingsbeleid. Wellicht voorzagen mevrouw De Raadt en wethouder Botter toen al hoe belangrijk een samenwerking is. Want mevrouw De Raadt deed suggesties voor het inkoopbeleid. Wethouder Botter deed toezeggingen en heeft ze verwerkt in het beleid. Als dit exemplarisch is voor de samenwerking in het college, dan belooft dat nog wat moois voor de komende maanden. Het CDA is dus blij met het strategisch inkoopbeleid zoals nu door het college is vastgesteld. Nu allemaal netjes op papier staat de stap naar de praktijk. Daar heb ik enkele technische vragen over gesteld om wat gevoel te krijgen bij die praktijk. Uit de

56

beantwoording lees ik dat de intenties in ieder geval goed zijn. Alleen de inkoopkalender op de site, voorzitter, die schiet nog echt tekort. Het is geen kalender. Het is geschietschijf. Alles wat erop staat gaat over 2021 en niet over de komende tijd. En 2021, ja, dat jaar is voorbij. Wanneer komt de inkoopkalender voor 2022 erop? De beschrijvingen kunnen toch ook nog veel beter. Verplaats u in een mogelijke leverancier. Wat zou die willen weten om te bepalen of er iets op de kalender staat wat voor diegene relevant is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Er komt natuurlijk nog een implementatieplan met concrete inkoopdoelstellingen. Maar ik had toch vast de vraag of het niet bijvoorbeeld handiger is om te proberen zoveel mogelijk onder de aanbestedingsgrens te blijven en te werken met kleine opdrachten voor lokale ondernemers. En als je lokaal wil aanbesteden, of er dan niet met gemeentegrenzen wordt gewerkt maar bijvoorbeeld met een radius van dertig tot vijftig kilometer. En ik vroeg me ook af of er nu al lokaal wordt ingekocht. En ik denk het eigenlijk niet, want dan zouden deze vragen natuurlijk al beantwoord zijn. Maar als dat toch zo is, bij hoeveel partijen. En welke criteria zijn dan gebruikt voor lokaal inkopen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wisse. Mijnheer Drost.

De heer Drost: Ja, dank u, voorzitter. Ja, wij hebben in april al een uitgebreide discussie hierover gevoerd. Dus ik dacht nog in eerste instantie: ik kan nog een keer die Procura award benoemen. Dat we die hebben gewonnen op basis van een aantal aanbestedingen uit 2017 al. Dus ik kan ook natuurlijk nog even herhalen dat we hier allang mee bezig zijn met duurzaam aanbesteden. Ik wil er toch nog eentje aan toevoegen. Elk jaar publiceert bouwend Nederland een lijst met top 25 van de meest duurzame aanbesteders binnen de infra. Volgens mij staat Haarlem daar niet tussen. Dus misschien is dat ook een mooie volgende stap richting bestuur om te kijken of we daartussen kunnen komen. Maar desalniettemin hebben we natuurlijk mooie resultaten gehaald als Haarlem. Een aantal vragen. Overigens, de aanpassingen hartstikke goed. Fijn dat u dat heeft uitgezocht voor de commissie. Ik heb alleen een vraagje. Dat implementatieplan, daar zijn we natuurlijk benieuwd naar. En daarnaast geeft u een aantal risico’s en kanttekeningen aan, onder andere rond het niet volgen van standaard inkoopprocedures, de ontoereikende budgetten en omvang en kwaliteit van de inkoopfunctie. We zijn eigenlijk benieuwd naar welke beheersmaatregelen u in gaat zetten om die risico’s zo klein mogelijk te houden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Drost. Wie mag ik het woord geven? Wethouder, het woord is aan u.

Wethouder Botter: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Natuurlijk zullen we de commissie op de hoogte houden op het moment dat dingen goed gaan maar ook fout gaan. Dus dat is de eerste reactie. Het is in principe altijd lokaal, als het niet anders kan. Maar daar zit natuurlijk wel de beperking aan vast dat op het moment dat het een groot bedrag is wat je in één keer uitgeeft, dan is het moeilijk om dat altijd lokaal aan te kunnen besteden. Dat staat ook in de notitie. Als je kijkt naar de vraag van mevrouw Wisse, die daar meteen aan gekoppeld, wil ik daarover beantwoorden dat je net onder de aanbestedingsgrens gaat zitten of dat je lager gaat zitten dan de Europese normen. Daar zijn in ieder geval accountants heel goed in om dat te doorgronden van dat je dan de wet en regels ontduikt. Dat krijg je dan ook echt gewoon terug. Dus dat is niet handig en het mag ook niet, want het is ontduiking. Als het gaat over de vraag van: wordt er al lokaal ingekocht. Er wordt zeker lokaal ingekocht door bij de cateraars. Dat doen we bij een aantal andere producten die we hebben. Maar daar zullen we nu dat het echt staand beleid is geworden in de uitvoeringsprogramma’s op terugkomen, over het uitvoeringsprogramma. We gaan het zo meteen hebben over de ontwikkelingen binnen de organisatie. En daar zal ik ook een tipje van de sluier oplichten van waarom we niet nog verder zijn

57

gekomen met het strategisch personeelsplan. Daar zijn we wel al met elkaar over in gesprek en ook tussen het college en de directie. Maar het is gewoon op dit moment enorm aanpoten hier in huis. Er zijn heel veel vacatures en er zijn heel veel mensen de afgelopen periode weggegaan. Vanaf januari tot en met oktober 134. Dus dat betekent in ieder geval dat daar heel veel naar moet worden gekeken. Daar gaan we het zo meteen over hebben. Dus wanneer en hoe snel u al uw stukken zult krijgen. We doen ons uiterste best daarin. En volgens mij staat die op de raadsjaaragenda die vorige week in de commissies is geweest, dus daar zal ik nog even naar moeten kijken wanneer dat is. Als het gaat over die 25 aanbesteders van bouwers over duurzaam aanbesteden. Ja, we gaan ons best doen om daartussen te komen. Haarlem is vaak te bescheiden als het gaat om zich tussen dat soort lijsten te wringen. Maar ik denk dat we gewoon goed moeten kijken van. Een gesprek daarover is dan de eerste stap. Hoe we daartussen kunnen komen. En volgens mij, even kijken, heb ik dan de. Ja, de inkoopkalender. Daar gaan we gewoon ook heel snel mee aan de slag om te zorgen dat die geactualiseerd wordt en dat die meer toekomstgericht is dan alleen maar geschietschijfing. Dus dat zijn, volgens mij, de antwoorden op de vragen die u heeft gesteld. De voorzitter: Zijn er nog vragen blijven liggen? Nee.

Kunnen wij dit? Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ik had nog gevraagd of de standaarden ook waren opgenomen in het. Wethouder Botter: Ja, alle wettelijke standaarden zijn opgenomen. De voorzitter: Oké. Dan heb ik nog één vraag aan u. Volgens mij is het antwoord daar, heb ik al langs horen komen. 15.2 Strategisch inkoopbeleid - toezeggingen aan de commissie Bestuur De voorzitter: De wethouder heeft vorige keer een aantal toezeggingen gedaan om het inkoopbeleid aan te passen. Is die toezegging bij deze afgedaan door de wethouder? Ja, ik zie knikkende hoofden. Dus ook dat is in orde. 16. Aanpak programma organisatieontwikkeling (JB) De voorzitter: Gaan wij door naar agendapunt zestien. Aanpak programma organisatieontwikkeling. In de commissie bestuur van 4 november 2021 is besloten tot agendering van bespreekpunten door GroenLinks. Klopt dat? Ja. Dit is toch wel het juiste onderwerp? Ja, oké. Neem mij niet kwalijk. Ja. Reden voor agendering is dat de commissie hierover twee jaar geleden heeft gesproken en er nu sprake lijkt te zijn van een aantal wijzigingen. Nee, dat dacht ik al. Het gaat over een ander onderwerp. Pagina zes. Neem mij niet kwalijk. Ik ben het kwijt. Nee. Nee. Goed. We gaan het hebben over de organisatieontwikkeling. Wie mag ik als eerste het woord geven? Ja. We hebben een speciale gast.

Nanda Hagedoorn, hartelijk welkom. Directeur afdeling organisatie directeur. Goed. Wie zou er zijn? Catrien Lenstra zou er zijn, onze gemeentesecretaris, maar die is vanwege persoonlijke omstandigheden helaas niet in staat om hier vanavond aan te schuiven. We zijn er. Het onderwerp. Wie mag ik als eerste het woord geven op dit onderwerp? Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Nieuwe waarden. Open, betrokken en gedreven. Ik zou eigenlijk wel graag een toelichting willen waarom u op deze waarden bent uitgekomen. En natuurlijk, wat gaan de inwoners van Haarlem daarvan merken. Het gaat denk ik om cultuur en cultuur die zich kenmerkt dus door die openheid, betrokkenheid en gedrevenheid. Wat zijn de knoppen waaraan u draait om die gewenste cultuur te

58

realiseren? En ik vraag dat eigenlijk met name hierom: leiders zijn, denk ik, key als het gaat om cultuur. En heeft u naar uw inschatting en beoordeling de goede leiders in huis? Want u kunt er nog zoveel leiderschap programma’s tegenaan gooien, bij wijze van spreken, maar als u de mensen niet hebt waarin u geloofd om uw doelen te bereiken, dan gaat dat dus niet helpen. Dus ik ben benieuwd hoe u dat beoordeelt. De gemeente kan moeilijk aan goede medewerkers komen. Wat doet u eraan om u positief te onderscheiden op een krappe arbeidsmarkt? Ik snap dat dat moeilijk en uitdagend is. Maar hoe weten we, zeg maar, nieuwe medewerkers aan de gemeente Haarlem te binden? En dan als laatste. Er zit bij de stukken ter kennisname van deze vergadering ook een. Dat gaat over het onderzoek van het bestedingstempo van investeringen in de openbare ruimte. Is er een verband tussen de kwaliteit van de organisatie en het bestedingstempo? In dat stuk wordt gesteld om de doorlooptijd van projecten te verlengen van drie naar vijf jaar. Als gedrevenheid een waarde is zou je ook kunnen denken: hoe krijgen we het in die drie jaar voor elkaar? In plaats van de doorlooptijd op te rekken naar vijf jaar. Dus is dat het goede uitgangspunt, is mijn vraag. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Heel kort. Ik heb nog heel weinig tijd.

Ik sluit wel aan bij meneer Klaver. Inderdaad een goede weg. Maar wat gaat Haarlem er nou iets van merken? In mijn recente ervaring werd bijvoorbeeld bij de centrale toegang en de afhandeling en verwerking van vragen bij de basisregistratie personen en afhandeling van sommige bezwaren en sommige bejegeningen van mensen stemmen mij nog steeds niet heel erg vrolijk. Dus wanneer gaat de burger hier iets van merken? Maar we komen van ver. We zijn op de goede weg. Dat wil ik wel zeggen. En, nou ja. Ik hoop dat het snel tot een verbetering leidt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. Ja, een helder stuk. En fijn dat dat zo ontzettend goed wordt opgepakt. Ja, voor ons, voor D66, is het echt van belang dat de strategische samenhang en afdeling overstijgende samenwerking echt gaat verbeteren. We kijken met enige zorg naar de wat losse kralen die vaak veel meer samenhangende aandacht behoeven. Nou, dat blijkt ook duidelijk uit het stuk. Maar je kan geen nieuwe woonwijk bouwen als er niet ook gelijktijdig aandacht is waar mensen kunnen sporten, waar kinderdagverblijven zijn, waar huisartsenposten zich kunnen vestigen en waar scholen zijn. Verder vinden we het belangrijk dat er aandacht is voor het feit dat het niet goed is dat er te veel wordt gepland.

We zien super veel ambitie in het college gelukkig. We zien ook heel veel ambitie bij de gemeente Haarlem en bij de ambtenaren zelf. Maar het is uiteindelijk jammer als er veel plannen worden gemaakt die uiteindelijk niet worden verwezenlijkt. Dat is zonde van het geld. En verder ben ik erg benieuwd hoe die directie jaaragenda eruitziet. En wat betekent dat voor de lopende en de te starten projecten? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil het woord? Niemand? Wie geef ik het woord? U wethouder? Ja, gaat uw gang. Wethouder Botter: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ja, het is misschien goed om even te zeggen wat ik net ook al aangaf van dat de organisatie op dit moment volledig in ontwikkeling is. We hebben afgelopen jaar natuurlijk het Berenschotrapport gehad waarin ook een aantal op- en aanmerkingen zijn gemaakt. Ik heb eerder in deze commissie met u de dienstverleningsvisie besproken. En het is natuurlijk wel zaak dat wanneer je zulke ambities hebt zoals die daarin beschreven worden, dat je dan ook voldoende gekwalificeerd personeel hebt om daaraan te kunnen voldoen. En ook aan de, hoe heet het, de wensen die u vanuit de gemeenteraad formuleert. Wat wij steeds meer merken, en of dat samenhangt met corona of niet. Dat moeten we nog uitzoeken. Is dat we wel te maken hebben met een relatief grote uitstroom. Daarin is Haarlem niet uniek. Dat

59

zeg ik ook meteen erbij. Maar het betekent wel dat wij ook veel personeel van buiten moeten halen die wordt ingehuurd. En dat betekent dus ook dat de ambities die we met elkaar hebben geformuleerd in het kader van de Roemernorm en dat we dat ook op een andere manier met elkaar willen gaan inrichten wellicht dit jaar niet gehaald kunnen worden. Als het gaat over de investeringsagenda, waar net aan gerefereerd is. Dat is niet iets wat extra slecht is geworden het afgelopen jaar, maar wat wij wel bij de begroting hebben besproken en ook aan de raad hebben toegezegd. Is dat wij op zoek zouden gaan naar oorzaken en vooral ook de mogelijkheid tot een verbetering, om die investering te gaan verbeteren. En als het dan gaat over de vraag van, gekoppeld aan plannen maken. Maar die moeten wel realistisch zijn. Moeten we gewoon ook zorgen dat we meer met elkaar tussen directie en college, maar ook tussen raad en college, gesprekken moeten gaan voeren over prioritering en termijnen en dat inderdaad niet alles tegelijkertijd kan worden gedaan. We hebben ons echt gewoon met een aantal zaken, laten we daar gewoon heel eerlijk zijn ten opzichte van het personeel wat wij beschikbaar hadden, overeten aan een aantal zaken die we wilden oppakken en wilden realiseren. Er is heel veel gebeurd. Ik wil niet zeggen dat er stilstand is. In tegendeel.

Maar er is wel sprake van dat we een enorme wissel trekken op de mensen die er op dit moment ook nog zitten. Nou, dat gezegd hebbende zijn we ook heel erg druk bezig met het formuleren van dat strategisch personeelsbeleid. En, nou ja. Toen dat in het college kwam drie weken geleden, omdat we dat ook vanavond met u wilden bespreken, hadden we zoiets van: er ontbreken nog dingen aan. De beschrijving van de huidige situatie zoals die in de organisatie gesteld is ten opzichte ook van hetgeen wat we willen en wat we moeten doen heeft ertoe geleidt dat we een goede discussie afgelopen week hebben gehad tussen de directie en het college. En daardoor is de strategische nota personeelsbeleid nu gezet op de commissievergadering van 10 februari. Gewoon omdat we een heel goed stuk willen hebben. Dat we ook de maatregelen die nodig zijn, dat die daar goed in staan. En dat u ook een stuk krijgt wat antwoorden geeft op een aantal vragen die ik nu zojuist heb benoemd. Thema’s die ik heb benoemd. En ik hoop u dan ook van voldoende antwoorden te kunnen voorzien van welke stappen we daarin gaan zetten. Volgens mij heb ik een aantal dingen gehad vanuit mijn perspectief als portefeuillehouder HRM, beleidsvoering. Dingen over van hoe de directieagenda eruitziet en dergelijke, dat is meer iets voor een ander.

Het is gewoon ook echt goed om te weten van, dat onze gemeentesecretaris niet zomaar afwezig is. Ze is gewoon getroffen geweest afgelopen weken door een zeer hevige coronasituatie. Ze is daar nog steeds van herstellende. Dus het is echt vrij heftig voor haar geweest. Want anders had ze hier heel graag zelf ook gezeten. Dus weet dat onze gemeentesecretaris er alles aan doet ook om ervoor te zorgen dat de organisatie weer bovenaan komt. Goed aangestuurd en geleid wordt. En dat is de reden waarom ik sowieso wel blij ben dat Nanda vanuit de directie vanavond aanwezig is om mij te steunen bij het onderwerp. Nanda, graag aan jou het woord. Mevrouw Hagedoorn: Een paar vragen die u stelt gaan over de waarden. En ook is er gevraagd van: aan welke knoppen kan je draaien om dat wat je wil bereiken dan ook mogelijk te maken. Ik wil eigenlijk één stapje terug doen. Heel kort. Het Berenschotrapport evalueert natuurlijk de organisatieverandering die we in 2018 hebben ingezet. We kwamen van hoofdafdelingen en zijn naar 24 afdelingen gegaan. En wat Berenschot heeft geconstateerd is dat er te weinig sturing is gegeven aan die overkoepelende opgave die je met elkaar hebt binnen zo’n gemeentelijke organisatie. En hoe komt dat? In 2018 kregen we ook de taken voor Zandvoort erbij. De afdelingen werden opnieuw ingericht.

Dus de aandacht was wel voornamelijk gericht op het goed laten functioneren van die nieuwe afdelingen, 24 stuks. Meer verantwoordelijkheden bij de afdelingshoofden. Ook de hele bedrijfsvoering werd meer nadrukkelijk onderdeel van het takenpakket van het afdelingshoofd. En waar we als directie in die tijd minder op gestuurd hebben is meer dus het neerzetten van die nieuwe structuur en al die verantwoordelijkheden. En waar het niet helemaal goed op is gegaan, dat heeft Berenschot ook geconstateerd, is het coördinatiemechanisme die je vervolgens weer moet inrichten om die samenwerking goed voor elkaar te krijgen. Nou weet u, denk ik, als geen ander dat een gemeentelijke

60

organisatie een hele complexe organisatie is met heel veel verschillende doelen en aandachtsgebieden en heel veel verschillende soorten werkzaamheden. Dus die samenhang is juist heel belangrijk, omdat je elkaar altijd nodig hebt. En dat is waar we nu ook vooral op gaan inzetten in de komende periode met elkaar en met het traject wat we hebben uitgedacht. Dus we willen nu ook echt de stap gaan zetten in de verbetering van die samenwerking, zodat we die complexe opgave waar we voor staan in de stad en in het dorp Zandvoort, moet ik erbij zeggen. We werken natuurlijk voor twee gemeenten. Dat we die complexe onderwerpen ook met elkaar aankunnen. En daar zitten een aantal onderdelen in. Om te beginnen heeft Berenschot gezegd: jullie hebben eigenlijk niet goed geformuleerd wat is nu je missie, je visie. Welke waarden heb je als organisatie. Daar zijn we mee gestart met dat denken. Open, betrokken en gedreven. Waarom deze drie? Nou, we zijn op dit moment een rondje in de organisatie aan het maken, want deze drie heeft de directie gekozen. Juist ook om op te halen wat medewerkers daarvan vinden. Wat ze daarbij voelen. Dit zijn de drie waarvan wij het idee hebben dat ze aanwezig zijn in de organisatie en in potentie kunnen groeien. En het grappige is dat je in die gesprekken met die medewerkers dan ook wel de vraag krijgt van: zijn ze dit dan? Is dit ook niet nog een mooie waarde.

En dat klopt. Maar je moet focussen en we hebben gedacht: dit zijn drie waarden waar wij van denken dat ze goed aangeven wat voor organisatie we willen zijn. Wat voor medewerkers wij willen hebben die in verbinding staan met de stad en met het dorp waar ze voor werken. Die gedreven zijn in hun werk. Open naar de samenleving zijn. En betrokken op de inwoners voor wie we het werk doen. Leiders, werd de vraag gesteld door u. Van: heeft u goede leiders in huis? Best wel een hele expliciete vraag, als ik het zo mag zeggen. Ik denk het wel. Er zijn wel wat wijzigingen de afgelopen periode geweest. Maar ik denk dat we op zich een goed team afdelingshoofden hebben staan. Berenschot concludeert ook dat dat idee van 2018 van die afdelingshoofden moet steviger. Met de kop in de wind staan. Dat dat aardig gelukt is. Dus die staan er wel. En dan zeg ik natuurlijk niet dat iedereen op hetzelfde niveau staat, maar die staan er goed. En wat we willen is juist met die leiders in onze organisatie, afdelingshoofden maar ook teammanagers, dat cultuurtraject uitrollen over de organisatie. Of met de organisatie moet ik zeggen, want dat moet je met elkaar doen. Dus ik denk dat we daar met het leiderschapstraject wat ook in het programma zit een mooie slag kunnen gaan maken. Actiepartij zei: we komen van ver. Ja, dat klopt.

Dat is eigenlijk de schets die ik ook doe vanaf 2018 met taken als Zandvoort, met dat herinrichten. En nu zijn we wel op het moment dat we, denk ik, die organisatie kunnen verstevigen, die samenwerking kunnen versterken. Inmiddels zijn er ook georganiseerde netwerkteams, zodat je die samenwerking ook afdwingt aan tafel in netwerkteams. Dat was allemaal losser. Dat is nu minder los. En ik denk dat dat volop helpt op alle complexe opgaven die er te doen zijn in de stad. Strategische samenhang. Hoe gaan we dat doen. Wij hebben in ieder geval inmiddels een team gevormd, die door de organisatie wordt verdeeld maar nu samen aan tafel zit. Die op strategische onderwerpen de directie en het bestuur adviseert. Dus dat wordt versterkt. Dat begint te werken. En die gaan een directie jaaragenda met ons samen opstellen. Maar dat doen we pas begin volgend jaar. Dus ik heb daar nu nog geen voorbeeld van wat daarin komt. Maar dat komt nog. Dat zijn, denk ik, de vragen die ik gehoord heb en nog een toelichting op waar wij mee bezig zijn vanuit de directie. De voorzitter: Zijn er nog vragen blijven liggen? Of zijn er nieuwe vragen gerezen? Nou, vooruit dan maar, mijnheer IJsbrandy. Als u de enige bent, dan krijgt u nog een minuutje. De heer IJsbrandy: Ja, het is wel een saaie boel. Nee, een begrip wat ik eigenlijk een beetje mis in het hele verhaal, dat is portfoliomanagement.

Dat is natuurlijk. Er zijn een heleboel standaardtaken die de gemeente dag in dag uit moet uitvoeren voor de burgers. Er zijn programma’s die jaar in jaar uit lopen. Maar er zijn natuurlijk ook heel veel projecten. Dingen die projectmatig moeten. Zeker in alle groeiontwikkelingen die we natuurlijk hebben. En wat je eigenlijk nodig hebt in een staande organisatie, als je dat er goed doorheen wil krijgen, is: er is inzicht in welke processtappen moet je nou per project doorlopen en welke capaciteit heb je

61

daarvoor nodig en hoe valt dat dakpansgewijs als het ware over elkaar zodat je het ook weggezet krijgt. Anders krijg je het bekende effect van de in bakjes en de uit bakjes die maar niet leeg worden. Hebben jullie daar ook een visie op? Hoe je daar beter grip op krijgt, op dat soort processen die eigenlijk toch standaard via eenzelfde soort stappen moeten verlopen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer IJsbrandy. Mevrouw Hagedoorn. Mevrouw Hagedoorn: Daar wordt volop mee gewerkt. In het I-domein in ieder geval is er afgelopen anderhalf jaar, denk ik, hard gewerkt om dat portfoliomanagement op te zetten. Ik zie ook echt dat dat begint te werken. Ik heb zelf heel veel zicht op het sociaal domein, want dat zit in mijn portefeuille. Heel veel projecten die op een geordende manier nu echt met behoorlijk wat extra inzet, moet ik wel zeggen, die we daarop toevoegen. Maar door dat portfoliomanagement heb je veel meer grip op de voortgang. En dat zien we echt ontstaan bij veel projecten in het sociaal domein bijvoorbeeld op dit moment. En in het fysiek domein is, denk ik, een jaar geleden ook in ieder geval bedacht en op papier gezet dat we met dat portfoliomanagement aan het werk gaan. Dat staat klaar. Maar waar we nu op dit moment op zoek naar zijn is een portfoliomanager. Want er moet iemand met volle kracht op om dat goed te gaan doen.

En als het ergens ingewikkeld is, is het denk ik in het fysiek domein waar die samenhang en die afhankelijkheden tussen die afdelingen en de werkzaamheden van die afdelingen zo groot is. Dus daar is de werving geloof ik net afgerond, moet ik eigenlijk zeggen, met een interne kandidaat. Ja. De voorzitter: Ja, wethouder. Wethouder Botter: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ja, ik zou toch graag ook nog iets willen zeggen over. Dat heeft u misschien ook al in Berenschot gelezen. Maar soms wordt over het programma nieuwe democratie en in mindere maten over het dienstverleningsprogramma weleens smalend gesproken. Maar met name vanuit de nieuwe democratie en de contacten die we destijds hebben gekregen met de inwoners van Haarlem om te praten over: wil u daaraan meewerken. Hoe kijkt u daar nou tegenaan. Dat is weer de aanleiding geweest om het hele dienstverleningsprincipe op te zetten. Het nieuwe dienstverleningsprogramma waar Nanda in ieder geval ook als directeur voor verantwoordelijk is. Wat aangeeft van: gemeente, zorg nou eerst maar dat je de basis op orde hebt en dan vervolgens praten we wel verder over allerlei andere mooie ontwikkelingen in de stad. En daar zijn we nu drie jaar mee bezig. We hebben dat flink ook opgepakt. En waar Nanda met haar team ook mee bezig is, is bijvoorbeeld om te kijken van: hoe zit het nou bijvoorbeeld met de klachtenafhandeling.

Want dat is heel vaak natuurlijk voor mensen die een klacht hebben over de openbare ruimte iets wat heel erg vervelend is. Maar soms zie je dus gewoon dat dat blijft hangen tussen onze organisatie en de organisatie die eigenlijk met de klacht aan de gang moet gaan. Dus dat proces, dat is ook helemaal onder de loep genomen. Als je kijkt naar de monitor op het KCC, daar is veel meer naar gekeken. Dus ook een primair proces zaak. En zo zie je dat we successievelijk het ene na het andere proberen op te pakken. Wat helaas ook wel nodig bleek om daaraan te gaan werken. En, nou ja. Op 15-18 januari is de directie ook weer helemaal op volle sterkte. Want Maria Overmars, die tijdelijk voor een half jaar is aangenomen, die zal worden vervangen komende januari voor een vaste medewerker die de directietaken van bedrijfsvoering en de CEO-taak zal overnemen. En om ervoor te zorgen dat dienstverlening de aandacht blijft houden die het nu heeft blijft dat ook bij Nanda, zodat de nieuwe directeur zich ook meer nog kan richten op het I-domein en die CEO-taak. En zodra die aantreedt zullen we er ook voor zorgen dat die met u kennis komt maken. De voorzitter: Mevrouw Wisse.

62

Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Er worden hele belangrijke veranderingen ingezet nu. En in januari gaan we dan het echte stuk bespreken. Maar het kwam net al heel even aan de orde. De wethouder zei dat er heel veel mensen weggaan nu bij de gemeente. Hebben jullie al zicht op waarom? Sommige moeten misschien die nieuwe leiders, die nieuwe afdelingshoofden, worden. Of betalen wij relatief slecht? Of door de veranderingen willen mensen misschien juist naar een nieuwe baan of raken ze overbelast omdat andere al vertrokken zijn. Hebben jullie dat een beetje in beeld? Wethouder Botter: Het zijn al die ontwikkelingen die u noemt. Die hebben allemaal invloed daarop. En bij de ene slaat het kwartje door naar: daardoor wil ik vertrekken. En bij de ander, die heeft een andere reden. Maar het heeft in ieder geval te maken met die vier-vijf redenen die u noemt, sowieso. En we zijn ook het proces van exitgesprekken en dergelijke gaan we ook verder professionaliseren. Er is wel een enquête die je in kan vullen op het moment dat je vertrekt. Maar we willen gewoon verder nadrukkelijk die exitgesprekken ook verder vorm aan geven. De voorzitter: Zijn er verder nog vragen of opmerkingen voor de wethouder of voor mevrouw Hagedoorn? Nee? Dan sluiten we dit onderwerp af. Het was een bespreekpunt. Het gaat niet naar de raad. 17.

Koffiepauze De voorzitter: Ik stel voor dat we even tien minuten pauze nemen voor een kopje koffie. Ik zie de energie een beetje weglekken. Ik kan me vergissen, maar volgens mij is dat zo. Tien minuten en dan zie ik u graag hier weer terug om tien over half tien. Hartelijk welkom terug bij deze. Gaan we weer op zender? Ja. Hartelijk welkom terug bij deze commissie bestuur vergadering. 18. Rapportage Plan van Aanpak Diversiteit & Inclusie (JB) 18.1 *20200062578 Toezegging jaarlijkse voortgang pva Diversiteit & Inclusie De voorzitter: We gaan naar agendapunt zeventien. En dat is rapportage plan van aanpak diversiteit en inclusie. Tijdens de bespreking van de rapportage 2019 in januari 2020 is toegezegd elk jaar de commissie bestuur te informeren over de uitvoer van het plan van pak diversiteit en inclusie. Met het uitvoer van het plan van aanpak werkt de gemeente Haarlem toe naar een meer diverse en inclusieve organisatie. Wie mag ik als eerste het woord geven op dit onderwerp? Mijnheer Van den Raadt, mag ik u er wel op attenderen. De heer Van den Raadt: Een punt van orde, voorzitter. De voorzitter: U heeft geen spreektijd meer. De heer Van den Raadt: Nee, dat klopt. Dus daarom een punt van orde. Want ik vraag me serieus af waarom we af en toe iets zeggen in die commissies.

Want toen dit stuk langskwam, toen zei ik: het is toch raar dat als je het over diversiteit en inclusiviteit hebt, dat je dan als gemeentelijke organisatie een afspiegeling van de beroepsbevolking van Haarlem wil zijn. En toen zei wethouder Botter: u heeft helemaal gelijk. Wij willen een afspiegeling van de bevolking zijn en niet van de beroepsbevolking. Want Syrische mensen in 2017, daar had 11 procent maar een baan van. Dus wat voor afspiegeling wil je nou zijn als je het over diversiteit hebt. De voorzitter: Maar, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Dat woord moet dus weg.

63

De voorzitter: Nee, nee, nee. Dit was een punt van orde. Dit is een inhoudelijk punt. Wat is uw punt van orde, mijnheer Van den Raadt? De heer Van den Raadt: Dat die tekst nog steeds niet klopt, terwijl we dat hebben afgesproken in de commissie. Dat dat de bevolking zou zijn. De voorzitter: Dat is geen punt van orde, mijnheer Van den Raadt. U heeft geen spreektijd meer. Wie kan ik het woord geven op dit onderwerp? Heeft niemand hier wat over te melden? Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Nou, daar wil ik wel iets over zeggen. Nee, het is hartstikke mooi om te zien dat de gemeente hier heel veel aandacht aan besteed en, ook belangrijk, ook op een juiste manier aandacht aan besteed. Het enige wat ik mij afvroeg is: wordt die uitkomst van die inclusiescan volgend jaar ook met de commissie bestuur gedeeld? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Windt. Als er verder geen opmerkingen zijn. Ja, mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, ik zal er toch nog iets over zeggen. Het is vooral procesinformatie, dus ik ben natuurlijk heel benieuwd naar de inclusiescan van 2022. Ik denk dat de arbeidsmarkt ook niet echt helpt als het gaat om diversiteit en inclusiviteit. Want je bent toch blij dat je kwalitatieve arbeidskrachten krijgt. Hoe divers en hoe inclusief dan ook. Dus dat helpt niet. En verder viel mij.

Tenminste, ik ben nog wel benieuwd hoe de wethouder daarop reageert, op die stelling van mij. En verder viel mij op het includeren van talent. Dat klinkt niet heel fijn. Vindt u wel? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. U heeft ook bijna geen spreektijd meer. Nee, u heeft minder dan een minuut. Zijn er verder nog commissieleden? Ja, mijnheer Drost. De heer Drost: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik kan hier ook vrij kort over zijn, over dit stuk. Het is een ontzettend belangrijk onderwerp wat we als GroenLinks hebben aangekaart vaak de afgelopen jaren. Maar ook zeker is gegroeid onder de wethouder. Ook wat er gezegd, wat er staat bij het vervolg. Dus van de visie naar een betekenisvolle plek in het personeelsbeleid. Dus we danken de wethouder daar ook voor. En we hopen dat het enorm de aandacht blijft houden in Haarlem. En daar zullen we u ook natuurlijk scherp op houden. De voorzitter: Mijnheer Linder. De heer Linder: Ja, ook vanuit de CU bedankt voor het stuk. Ja, eveneens heel erg belangrijk onderwerp wat niet makkelijk is, voornamelijk in deze arbeidsmarkt. Dus we zijn blij met de vordering die gemaakt is. Of tenminste, die hopen we in die scan straks te zien. Of die vorderingen er zijn. Hoe de medewerkers erover denken. Dus we zijn benieuwd wat het gaat opleveren.

De voorzitter: Verder nog leden van deze commissie die hier wat over willen zeggen? Geef ik het woord aan de wethouder. Gaat uw gang. Wethouder Botter: Ja, dank u wel. Ja, even die scaninformatie. Die zal met u worden gedeeld. Dat is, denk ik, ook hetgeen wat wij vorig jaar met elkaar hebben afgesproken. Dat we periodiek gaan kijken of er een voortgang is en daarom houden we ook die scan. Als het gaat over includerend of u zei: includerend. Ik maak er geen groot punt van. Maar ergens stond in de tekst: includeren van talent. Toen dacht ik: jeetje, dat klinkt wel heftig. Ja, nou ja. Ik vind het eigenlijk heel positief klinken. En soms veranderd ik ook woorden niet meer in

64

teksten. Want dan denk ik: ik ben de blanke man van middelbare leeftijd. En gaat die wel voldoende mee met zijn tijd. De taal ontwikkelt zich ook. Ik denk: ik ontwikkel mij ook. Maar is het nou zo dat daar dan wel of niet iets correct Nederlands staat. Want ik heb er wel een beeld bij. Namelijk dat je moet zorgen dat je ook het talent incorporeert in de organisatie. Wat zegt u, mevrouw de voorzitter? Ja, ja. Het zijn allemaal moeilijke bijeen woorden. Dan is er een paar keer gezegd van: ja, het is best wel ingewikkeld om rondom, zeg maar, deze arbeidsmarkt mensen te krijgen die kwalitatief hoogwaardig zijn. Ik denk dat het een enorme impuls kan geven juist in deze arbeidsmarkt om mensen met een andere achtergrond dan de traditionele aan te nemen, omdat er nu tot op heden vaak de luxepositie was van dat men neemt toch een beetje iemand aan die een kloon is van zichzelf. En als je dus nu nadrukkelijker op zoek moet gaan om mensen te vinden die bij je in dienst kan komen, dan kijk je bij die beroepsbevolking. Want, mijnheer Van den Raadt, ik begrijp het. We hebben die discussie gehad. We hebben er ook over gesproken. Ik kan me niet herinneren dat ik heb gezegd van: het gaat niet alleen over de beroepsbevolking, maar het gaat over de hele bevolking van Haarlem. Maar als het gaat over de situatie in de praktijk, dan zal je merken dat dat niet heel erg veel uitmaakt.

Want de vijver waaruit je moet putten voor je personeelsbeleid, dat is natuurlijk de arbeidsmarkt. Daar ga je niet uit kinderen en dergelijk. Die tellen daarin niet mee. Dus ik denk dat wanneer je een beroepsbevolkingsafspiegeling hebt van Haarlem hier in huis, dan mogen we volgens mij over een paar jaar zeer tevreden zijn. Dus dat waren mijn antwoorden. De voorzitter: Heeft iemand nog behoefte aan een tweede termijn? Oké. De inclusiescan wordt sowieso proactief gedeeld, toch? Dat hebben we geconcludeerd. Oké, prima. 19. (Raadsinformatiebrief) Aanpak overlast Reinaldapark (JW) De voorzitter: Gaan wij door naar het volgende onderwerp. Dat is onderwerp negentien. Raadsinformatiebrief aanpak overlast Reinaldapark. Op verzoek van de commissie geagendeerd door de VVD. Dat is van meneer Wienen. Ik weet niet of meneer Wienen al aanwezig is. Goed, wij gaan door met agendapunt negentien. Raadsinformatiebrief aanpak overlast Reinaldapark. Op verzoek van deze commissie geagendeerd door de VVD. Het doel van de bespreking is om afspraken met het college te maken over de aanpak van de veiligheid en leefbaarheid van het Reinaldapark. Ik geef als eerste het woord aan de VVD. Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Ja, voorzitter. Dank u wel. Het interessante is natuurlijk dat we in eerste instantie de raadsinformatiebrief van eind augustus hebben geagendeerd.

Toen hebben we dat aangehouden, omdat er een plan van aanpak zou komen. Inmiddels ligt er iets wat luistert naar de naam plan van aanpak. En daar kan ik op twee manieren naar kijken. Ik kan er heel blij mee zijn, want er ligt een plan. Er was weleens een keer misschien een plan Van Kessel. Er was misschien eens een keer plan Blokpoel of een plan van mij. Maar er ligt nu een plan Wienen. Nou, daar zijn we dan heel blij mee, want nu hebben we het wel. Er is honderd keer om gevraagd, ook door andere fracties. Er is ook om gevraagd zeker in relatie tot de vestiging van Domus Plus in het Reinaldapark. Dus ja, het is mooi dat er dingen geregeld zijn. In die zin dat er handhaving vanuit de 12 miljoen van de versnellers is vrijgemaakt. Dat is voor twee jaar. Maar dan verder. Wat als we dan ook even kijken naar de andere vragen die we hebben gesteld in het agenderingsformulier. Wat wordt verder gevraagd? Nou, inzicht in de planning en de uitvoering. Afspraken door de portefeuillehouder met de commissie over de evaluatie en terugkoppeling. En borging van de aanpak in relatie tot de vestiging van Domus Plus. En die zien we hier nog niet terug. En wat we ook niet zien, en dat blijft een beetje hangen in het plan van aanpak. Zoals het ook al in de brief was destijds in augustus. Het gaat nu weer over een onderzoek en een enquête.

Dat juichen we op zich toe, maar dan komt er dus nog een tweede plan van aanpak. Dus het is nog steeds niet afgerond. En het geeft ons nog steeds niet helemaal het idee dat we er zijn met dat Reinaldapark. Dus dat is

65

de reden waarom we in ieder geval dit ook in deze versie wilden bespreken vandaag, want we hadden ook kunnen zeggen: nou, komt u maar terug als we die hele enquête hebben gehad en we een heel veelomvattender plan hebben dan wat er nu ligt. Dus dat voor de eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rutten. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Klaver. De heer Klaver: 45 seconden. Ja, voor de zomer is het college heel voortvarend van start gegaan. Daar waren we blij mee, er zijn oplossingsrichtingen bepaald. En nu na de zomer lijkt de voortvarendheid en de oplossingsrichtingen lijken wat te verzanden, dus hoe kunt u zeg maar ons, mij overtuigen dat we het tempo erin houden? Want als ik kijk naar een paar oplossingsverrichtingen, verlichtingen gaat het nu afleggen tegen het flora en fauna, ik denk joh, dat moet toch te combineren zijn, een passende verlichting die niet te veel schade toebrengt aan flora en fauna, waarom, waar wacht dat nu op? Cameratoezicht, ja, waarom niet? En verder ben ik benieuwd naar de visie van jongeren want die zouden worden opgehaald, wat heeft dit opgeleverd? Dat lees ik niet terug in het stuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter.

Ja, D66 weet dat de bewoners van het Reinaldapark nu al zorgen hebben over de veiligheid en de komst van Domus Plus maakt die zorgen natuurlijk wat groter. We vinden het op zich positief dat het college een aantal actiepunten heeft benoemd en we denken dat verlichting op bepaalde plekken dat gevoel van veiligheid nog zal vergroten. Ook wij zijn erg benieuwd naar de uitkomst van de enquête en we vragen ons af van wanneer wordt die verwacht? En verder, en dat is ook al door mijn voorganger zojuist gezegd hè, bestaat de indruk een beetje dat in elk geval de bewoners de indruk hebben dat de gemeente nogal afwachtend opereert. En kunt u dan ook toezeggen dat die uitkomsten van die enquête direct geagendeerd worden hier in deze commissie? En dan zou het heel fijn zijn als daar een collegereactie bij zit, maar wij vinden het belangrijk dat die agendering dan niet gaat wachten op die collegereactie maar dat we gewoon snel die enquête zien en ook snel met elkaar in gesprek kunnen gaan hoe we die zorgen daar kunnen, zo goed mogelijk kunnen oplossen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Windt. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, dank u wel voorzitter. Ook GroenLinks is met grote regelmaat in gesprek met de bewoners rondom het Reinaldapark en we worden vaak aangesproken op onze keuze voor Domus Plus, maar ook over de veiligheid.

En de bewoners waren best blij dat er aandacht was voor veiligheid, niet de reden waarom maar wel dat de aandacht er is. En nu blijkt dat verlichting en dat dat ingewikkeld is, dat cameratoezicht ingewikkeld is en dat zorgt weer voor grote teleurstelling bij de bewoners. En de toelichting hierop die zie ik niet echt, wat ik wel jammer vind is dat een deel van de bewoners graag meer licht ziet en een ander deel van de bewoners dat weer tegenspreekt. Dat maakt het wel extra lastig. Maar het is voor nu voor GroenLinks is het nog niet genoeg om hier echt over te spreken. We zijn blij met de vier aandachtspunten en we hopen ook dat u daar straks na de enquête mee terugkomt wat wel en niet kan en waarom niet, en dan kunnen we een keuze maken om daarmee akkoord te gaan of niet, of dat we toch door willen gaan met wel cameratoezicht of wel extra verlichting, dat we daar een afweging over kunnen maken. Tot zover, en inderdaad, de bewoners waren blij met de aanpak en inderdaad, hebben nu een beetje de houding van het gaat allemaal niet snel genoeg dus ik zou aan de burgemeester willen benadrukken om toch heel duidelijk te zijn over het tijdspad wat het loopt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Doel. Mevrouw Wisse.

66

Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Ja, mooi dat de maatregelen die in elk geval wel al draagvlak hadden, dat die nu worden uitgevoerd, dus de aanpassing van het Reinaldapad, en ik ben die andere even kwijt. Ja, natuurlijk de extra wijkhandhaving, waarschijnlijk per januari. De enquête, ja, het zou heel fijn zijn als we die de uitkomst ervan nog deze bestuursperiode kunnen bespreken. En als laatste, CDA noemde dat ook al, de rol van jongeren is natuurlijk belangrijk omdat die vooral als overlastgevers worden gezien. Dus welke jongerenorganisaties, de buurtouders, de straatwerkorganisaties enzovoort worden hierbij betrokken en kan daar misschien in ieder geval een aparte paragraaf over komen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Verder niemand meer die hier iets over wil zeggen? Burgemeester, dan ga ik naar u. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Ja. Dank u wel. Om te beginnen, de inzet van het college is om snel en effectief aan de slag te gaan. Ik heb daarom ook een gesprek gehad met een aantal mensen die namens de omwonenden ook eerder zorgen hebben geuit. Daar hebben we na een eerste ambtelijke inventarisatie met bewoners en belanghebbenden is er een inventarisatie gemaakt van mogelijkheden.

Vervolgens is dat in een bijeenkomst besproken, waarbij mijn idee was van nou, dan kunnen we inderdaad heel erg snel aan de gang, maar vervolgens bleek dat er toch weer behoefte was aan er nog nader over spreken, dat is ook gebeurd. En daar bleek weer dat er toch wel, nou, verschil van inzicht is en dat er ook gezegd wordt: eigenlijk is er meer informatie nodig over wat bewoners er nou zelf van vinden. Toen hebben we gezegd van nou, laten we daar nou geen discussie over gaan voeren, dan gaan we het vragen, dan gaan we een enquête doen. Dat betekent dat gewoon echt de omwonenden van het park in een hele ruime kring, straal, gevraagd wordt om aan te geven hoe kijken jullie er nou tegenaan, gebruiken jullie het park, hoe gebruik je het park, wanneer gebruik je het park, heb je last van overlast, welke overlast? Zodat we daar een zo goed mogelijk beeld van krijgen. En om toch ook even aan te geven dat er echt sprake is van betrokkenheid, ik kan u melden dat ik sinds ik geloof, nou, ruim een half jaar met grote regelmaat op diverse tijdstippen van de dag daar ter plekke zelf ook kijk van wat tref je daar dan aan. Er is een bijeenkomst geweest waar Triple ThreaT aanwezig was als jongerenorganisatie, dus die is daar aanwezig geweest, die heeft daar als inbreng gehad dat zij het idee hadden dat het, nou, niet echt een locatie was waar veel problemen waren.

Wel gezegd van ja, jongeren hebben niet allemaal een thuissituatie waarin ze alle tijd willen doorbrengen, dus het is ook niet gek dat jongeren op sommige momenten in zo’n park zijn en dat moet niet ook geproblematiseerd worden. Nou, daar ligt natuurlijk een spanningsveld want ik denk dat iedereen het daarmee eens kan zijn dat jongeren natuurlijk ook gewoon gebruiker kunnen zijn van een park en niet een soort, wat zal ik zeggen, groep die daaruit geweerd zou moeten worden. Alleen je wilt wel dat dat samen kan gaan met gebruik door andere groepen en dan dat niet tot wederzijdse overlast leidt. Dus wat dat betreft is het gewoon goed om echt goed te kijken van wat is er hier aan de hand en wat kunnen we eraan doen? De bereidheid bij het college bestaat voor alle maatregelen dus het is niet zo dat er geen bereidheid zou zijn om camera’s in te zetten, dat er geen bereidheid zou zijn om wat te doen met de parkeersituatie, met de verlichting et cetera, die is er wel, alleen wij vinden het wel heel belangrijk dat er draagvlak is. En als wij nu dingen gaan doen en vervolgens ontstaat er weer discussie: ja, maar dit was eigenlijk niet wat er nodig was, dan denken we, kunnen we beter iets meer tijd nemen om dingen op een rij te zetten en dan terugkomen.

Alle vragen die gesteld zijn over komt u nou alstublieft snel terug, dat neem ik graag op met één kanttekening en dat wil ik ook echt even aan u voorleggen. Er is namelijk deze aanpak en er is ook het maken van een veiligheidsplan waarbij ook de instelling zelf in beeld is en dergelijke, en waar het idee is dat dat in de commissie samenleving aan de orde is. En ik heb gezegd, dat heb ik ook met de portefeuillehouder besproken van dit is toch een lastige situatie, als wij zo meteen twee verschillende plannen krijgen met twee verschillende commissies, dat is vragen om, nou, toch laten we zeggen verwarring. En ik denk dat het belangrijk is dat wij op dat punt helderheid hebben. Ik kan me

67

voorstellen dat die helderheid op twee manieren kan ontstaan. De ene is dat wij een onderscheid maken tussen de directe omgeving van de Domus Plus en de instelling zelf over van hoe doen we het daar, wat is het beheer daar, welke maatregelen worden daar genomen, welke overlegsituaties zijn er, en daarnaast dat er een plan is, en daar zag dit op, voor het Reinaldapark en de wijken daaromheen. Dus dat is het grotere gebied. En wat mij betreft is het uitstekend om te zeggen van nou, als we dat onderscheid maken dan is het ene iets wat in de commissie Samenleving aan de orde komt van hoe gaat het dan precies bij die instelling en wat voor een beheer geldt daar en wat voor een regels gelden daar, en aan de andere kant dat de globale veiligheidssituatie in de ruimere omgeving, dat dat iets is wat in deze commissie thuishoort en ook in deze commissie besproken wordt. Maar als u dat anders ziet dan hoor ik het graag want dan kunnen we daar ook rekening mee houden. De voorzitter: Mijnheer Rutten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267880/1