CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

12-09 Transcript Commissie Bestuur

commissie Bestuur 9 december 2021, gemeente Haarlem45.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

17

daarin: versterking democratische legitimiteit. We hebben daar in de zienswijze, dat hebben we toen uitvoerig besproken vorig jaar, dat die primair wordt geborgd door de afzonderlijke raden in hun besluitvormingsproces, et cetera, en dat we, dan komen we weer bij die raadstafel, dat in de zienswijze dat we aangeven dat die uitsluitend een gremium is voor kennisdeling en ontmoeting, en geen vertegenwoordigende rol namens de raad in een netwerksamenleving, en er wordt verzocht meer dan een raadslid per gemeente in de raadstafel af te vaardigen. Daar wordt, op dat punt komt de naam Haarlem in de beantwoording door de MRA van de zienswijze niet voor. Dus er wordt wel iets, Diemen heeft geloof ik ook iets soortgelijks ingediend, maar dat wekt de indruk van o, het is alleen maar Diemen die dat roept, we schuiven hem aan de kant. Ik vind het een, niet helemaal comfortabel voelen dat op dat punt de zienswijze Haarlem niet concreet geduid wordt en daar een reactie op komt, want dan kan het zijn dat die ook te licht gewogen is. Wethouder Berkhout: Ja, helder. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Berkhout: Ik kan me voorstellen dat u dat gevoel heeft, dus dat is onprettig. Laat duidelijk zijn: de raadstafel is geen vertegenwoordigend orgaan. Dus daarin, dat was het niet, is het niet, dus voor uw zienswijze, na uw zienswijze niet veranderd, is het niet.

Meer dan een, dat niet, volgens mij is daar wel de afweging gemaakt om dat wel enigszins overzichtelijk te maken, gezien dat het 35 partijen zijn die daar zitting in nemen, dus dat is wellicht ook niet gewijzigd. Maar ik snap uw gevoel als u zegt: dit is een stevig pleidooi geweest waar wij echt wel ons zorgen over maken en daar wordt dan niet op gereageerd. Dat kan ik namens u meenemen in het bestuur van de MRA. Maar in algemene zin, het is dus geen, nogmaals, geen vertegenwoordigend orgaan. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja nog, ik wilde eigenlijk nog doorgaan met mijn bevraging, want ik had een vraag gesteld: is dan april de eerstvolgende keer dat u een werkgroep heeft? En u zegt dan: u wordt goed geïnformeerd, want u krijgt een nieuwsbrief. Maar die nieuwsbrief is waarschijnlijk na afloop samenvattend wat er is gebeurd. Maar mijn punt is juist dat ik in ieder geval als fractie Trots Haarlem, u spreekt namens ons, dat wij misschien u weet wanneer die werkgroepen er zijn en dat u dan misschien een keer in de maand kort kan aangeven: jongens, volgende week zitten we weer bij de MRA. Wethouder Berkhout heeft het onderwerp Schiphol. Wij gaan namens de gemeenteraad Haarlem zeggen dat Schiphol niet verder moet uitbreiden, ik noem maar een dwarsstraat.

Vindt u dat een goed idee? Dat we het een beetje concreter krijgen als dat we na een tijdje een samenvatting krijgen van dit is er ongeveer gebeurd en dan zegt misschien de meerderheid: nou, dat is een beetje jammer wat daar is gebeurd. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Berkhout: Nee, wij hebben vaker platformoverleggen. Volgens mij koppelen we daar ook generiek over terug bijvoorbeeld in regioradenbijeenkomsten. Maar als u zegt: ik wil daar nauwer bij betrokken worden, prima. Dan denk ik dat het goed is dat u dat ook met uw collega’s overlegt in welke vorm u dat wilt, maar dan kunnen we daar natuurlijk gevolg aan geven. Dus dan laat ik even bij u hoe u dat wenst, maar we staan daar altijd open om u daarover nader te informeren. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt.

18

De heer Van den Raadt: Ja voorzitter, nou dan … Kijk, ik wil trouwens ook nog antwoord geven op de vraag die D66 in zijn motivatie stelt, want daar wordt, wat wordt van de andere fracties verwacht, vinden andere gemeenteraadsleden dat de zienswijzen toereikend zijn verwerkt? Trots Haarlem zegt nee. Kan de gemeenteraad wel of niet instemmen met de samenwerkingsafspraken? Trots Haarlem zegt op dat antwoord van D66 nee. Wat mijn voorstel nu is, is dat we dus eigenlijk, het voorstel aan deze commissie, dat wij weten: wanneer zijn al die bijeenkomsten waar onze afvaardiging het woord doet, wat … Twee zinnen, wat het onderwerp is en dan twee zinnen wat de samenvatting is van de spreektekst van namens Haarlem. Bijvoorbeeld wat ik net zeg, het onderwerp is Schiphol. Haarlem gaat zeggen: Schiphol niet verder uitbreiden. Bent u hiermee akkoord? Dat we dat een keer in de maand te zien krijgen en dat we dan van tevoren weten wat er gebeurt? Is dat een, vindt u dat als commissie een leuk idee? Wethouder Berkhout: Ja goed, ik kan daar nog op toelichten: ik voer alleen maar uit wat u mij opdraagt. Daar ben ik de vertegenwoordiger van, dat ben ik als college, dat is mijn hele college in alle overlegorganen waar wij namens u zitting in hebben. Dat, daar is de MRA niet ander aan. Dus ja, ik kan u … En alle verslagen zijn openbaar. U krijgt ook in de nieuwsbrief altijd de terugkoppeling daarvan.

Dit is wel de gebruikelijke werkwijze. Ik vind het mooi als u zegt met een bepaalde bevlogenheid: ik wil nauwer betrokken worden bij de MRA. Denk wel dat u ook moet zoeken naar een, maar dat laat ik aan u, aan een werkbare vorm. Maar wij doen dit, dit is ook een taak van het college om u te vertegenwoordigen in dit soort gremia. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Mijnheer Slik. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Vraag aan de wethouder: is het dan niet gewoon mogelijk om de agenda gewoon als ter kennisnamestuk bij elke, dan elke vergadering op te nemen? Want dan is er iets makkelijker op te schieten door ons. Wethouder Berkhout: Ja en dan krijgt u een agenda van een platform en dan gaat u daarop schieten. Wat wilt u daar dan mee? Krijgen we, ja ik zoek even naar de werkbare … De heer Slik: Nou, bijvoorbeeld wat de heer Van den Raadt aangeeft: we kunnen vooraf al meegeven van nou, de gemeenteraad denkt er een beetje zo over. Dan weet u dat alvast, dan kunt u dat meenemen, hoeft u niet alles zelf te verzinnen. Wethouder Berkhout: Maar ik denk dat u ook goed moet kijken naar hoe we in de samenwerkingsafspraken, want dit was een deel van de evaluatie, daar heb je bijvoorbeeld een werkplan voor, daar geeft u op hoofdlijnen mee waar geven we aandacht aan of niet, de MRA-agenda is op die inhoud ingebouwd, dat voeren wij uit, het is uitvoering.

Er komen nu meerdere momenten in het jaar waarop u dat mee kunt geven aan mij. Daar kan ik dan mee aan de slag. Ik, de werkbaarheid van elke agenda van tevoren meesturen, ik krijg hem vaak zelf niet eerder dan een week van tevoren, lijkt me onuitvoerbaar. Maar dat u op hoofdlijnen mij meegeeft en hoort wat ik namens u doe, dat lijkt me een relevante vraag en volgens mij is dat ook een verbeterslag die de MRA gaat meemaken, maar ik zou dat niet op de gedetailleerdheid of het wekelijkse willen gaan doen. Ik denk dat daar een hoge mate van onuitvoerbaarheid uit voortkomt. Maar op hoofdlijnen ga, is dat een verbeterslag waar we u dus vaker in het jaar gaan meenemen hoe u die kaders meegeeft, of dat een werkplan is en hoe wij daar vervolgens uitvoering aan geven. De voorzitter: Dit was een … Sorry hoor. Ja, het is een bespreekpunt. Het wordt toch een raadsvoorstel. Wethouder Berkhout: Ja, het verzoek van de heer Klaver is om het op te waarderen tot raadsvoorstel …

19

De voorzitter: Ja. Wethouder Berkhout: … en daar ben ik eventjes mee … De heer Klaver: Door de commissie. Wethouder Berkhout: Ja. De voorzitter: Goed, dan stel ik voor dat we dit onderwerp nu afsluiten. Dan kan de heer Berkhout naar zijn volgende vergadering. We hebben nog twee punten te behandelen voordat wij gaan eten. Ter advisering aan de raad 8.

Benoeming extern lid Rekenkamercommissie Haarlem De voorzitter: Het eerste is een, het zijn twee adviespunten. De benoeming van een extern lid Rekenkamercommissie Haarlem. Wil iemand daar nog wat over zeggen, of kan dat door als hamerstuk naar de raad? Hamerstuk.

9.

Raadsjaaragenda 2022 De voorzitter: En de raadsjaaragenda van 2022. Heeft iemand daar nog wat over te zeggen, of kan dat ook door als hamerstuk? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Kan door als hamerstuk wat mij betreft. Ik wil wel de vraag stellen of het mogelijk moet zijn om zaken die vanuit actualiteit toe te voegen, zeg maar de loop van het jaar, gedurende het jaar, de ontwikkelingen, of daar een meerderheid voor is. En voor wat betreft het genoemde risico van niet of niet tijdig aangeleverde stukken heb ik de vraag of we ervoor kunnen zorgen dat dit zo veel mogelijk voorkomen wordt. De vraag is of we, ‘…’ van de griffie, bijvoorbeeld de ambtelijke organisatie actief gaat herinneren aan het geagendeerde onderwerp zodat de stukken ook tijdig bij ons terechtkomen. Verder is het prima. De voorzitter: Wat betreft het eerste wat u zegt, kan ik u zeggen dat dat sowieso altijd kan. Als er stukken actueel zijn, dan kunnen ze natuurlijk altijd op de agenda terechtkomen. Dat is altijd zo geweest. Ook een voorwaarde voor agendering. Goed. En het tweede punt ben ik niet helemaal … De heer Trompetter: Er zijn soms stukken die soms wel wat laat komen, die er eerder zijn zeg maar, en dat soort zaken, en hoe kunnen we er nou voor zorgen dat het, dat de zaken er ook tijdig bij de commissie zijn in verband met de voorbereidingstijd. Dank u.

De voorzitter: Ja, dat is, daar gaan we de wethouder, dat, daar zit de griffie al bovenop. We hebben regelmatig hebben we overleg hierover. Mocht dat inderdaad, mochten er stukken te laat aangeleverd worden, dan kunt u ervan op aan dat in ieder geval deze griffier daar bovenop zit met haar zweepje. En het is ook aan de commissie om de wethouder erop aan te spreken. Goed. Dan is het nu, even kijken hoor. Dus deze kan, o ja dat moet even, wil iemand anders hier nog wat over zeggen of kan het door als hamerstuk? Hamerstuk, prima.

20

10. Eetpauze De voorzitter: Dan is het nu tijd om te gaan eten. Het is nu, even kijken hoor, tien voor half zeven. Ik stel voor dat we hier om tien over half … Nou, zullen we gewoon kwart voor zeven van maken dan? Kwart voor zeven, ja? Tuurlijk, kwart voor zeven zijn we hier weer terug. Ter advisering aan de raad 11. Haarlemse belastingvoorstellen 2022 (ER) De voorzitter: Ja dames en heren, hartelijk welkom terug bij deze vergadering van de commissie Bestuur. Wij gaan door met agendapunt 11. We wachten nog even op de wethouder, onze nieuwe wethouder Eva de Raadt. Hartelijk welkom, tadaa. Voor het eerst schuift zij aan hier in deze commissie. Hartelijk welkom wethouder. We zijn razend benieuwd hoe u het ervan af gaat brengen en dat gaan wij nu meemaken. No pressure. De Haarlemse belastingvoorstellen 2022, daar gaan we het over hebben. In de programmabegroting 2022-2026 zijn de belastingopbrengsten geraamd. De nu ter vaststelling aangeboden belastingverordeningen 2022 en het kwijtscheldingsbesluit zijn een nadere uitwerking om de geraamde baten ook te kunnen realiseren. Het is een adviespunt. Wie mag ik als eerste het woord geven op dit onderwerp? Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, ik bijt graag het spits af.

Wij hebben een tijdje geleden, toen er gediscussieerd werd in deze, of in de raad eigenlijk, over de besteding van een meevaller van twaalf miljoen, gepleit voor een korting op de lasten van de burger met honderd euro per huishouden. Die motie heeft het helaas niet gehaald. Ook de linkse partijen in dit gezelschap die altijd zo hun mond vol hebben van armoedebeleid vonden het niet nodig om die motie te steunen. Maar we zien toch nog steeds waarde in deze motie. Iedereen is bekend dat de inflatie hoger is dan ooit, veel ook vooruitsnelt op mogelijke loonsverhogingen et cetera die daar altijd behoorlijk achteraan komen. Dus wij vinden het passend dat als de ruimte er is, dat we gewoon ook overschotten van middelen, dat we die teruggeven aan de burger. Dus we kondigen bij dezen alvast een amendement aan als deze belastingvoorstellen in de raad komen, dat wij dus opnieuw een amendement gaan inbrengen om honderd euro korting op de woonlasten per huishouden eenmalig te gaan invoeren. De voorzitter: Dank u wel mijnheer IJsbrandy. Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Ja, ik heb dan een vraag aan mijnheer IJsbrandy. Hoe gaat u dat in de begroting oplossen en hoe gaat u dat dan dekken? De heer IJsbrandy: Ik ben blij dat u die vraagt stelt. Ik wou hem eigenlijk beantwoorden bij de volgende agendapunt, want het toeval wil dat we ook een nota reserves vandaag gaan behandelen.

En als we daar met een stofkam doorheen gaan, wat wij gedaan hebben, dan is daar met weinig moeite 25 miljoen uit te schoffelen, dus die dekking is niet zo moeilijk te vinden. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel voorzitter. Het is goed om te lezen dat, te zien dat de lasten ‘…’ stijgen met de inflatiecorrectie, dat de waardevermindering in mindering wordt gebracht op een passend tarief. De verduidelijking van de precariolasten voor het afsluiten van de openbare weg kan op instemming van mijn fractie rekenen. Wat mijn fractie nog mist is de uitwerking van de voorstellen voor differentiatie voor belasting

21

van meerpersoonshuishoudens en het verlagen van de leges voor gastouders. Wanneer legt het college deze wijzigingen voor? Actiepartij is akkoord met de overige belastingvoorstellen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Linder. De heer Linder: Dank u wel. Ik had voornamelijk even een vraagje over die, de leges over gastouders. ‘…’ de nieuwe wethouder weet precies waar we het over hebben. We hadden het volgens mij was er al de vraag aan de burgemeester daarover gesteld, die zei van dat hij ernaar zou gaan kijken. Is dat nu het resultaat van ernaar gaan kijken, of wachten we daar nog op? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Linder. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja voorzitter, ik wil natuurlijk nog even zeggen dat het mijn eer is om hier de plek van de nieuwe wethouder in te nemen, dat heb ik aan het begin van de vergadering gezegd, maar nu in aanwezigheid van mevrouw De Raadt. Voor wat betreft de belastingvoorstellen, ja, dit is een technische uitwerking van de begroting. Al met al gaan de woonlasten met slechts 0,3 procent omhoog. Dit is 0,2 procent lager dan bij de begroting voorzien en mooi in het licht van de hoge inflatie. Een bepekte stijging dus, op grond waarvan het CDA hoopt en verwacht dat gemeente Haarlem zal dalen in de rangschikking van duurste grote gemeenten nu nog op plek zes.

Verder vraagt het CDA zich af eigenlijk aan de commissie: zou het niet beter zijn om de toeristenbelasting ook jaarlijks aan te passen aan die inflatiecorrectie, in plaats van een schoksgewijze aanpassing eenmaal in de zoveel jaar? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Klaver. Wie mag ik het woord geven? Niemand? Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel. Ik heb alleen een klein praktisch puntje. Gaat weer over die leges gastouderopvang en ook de leges vergunning verhuur woonruimte. Die komen allebei terecht in de legesverordening. We hebben nu in bijlage E de legesverordening en dan die twee wijzigingen die ik net noemde, die komen in januari. Dus dan moet je eigenlijk twee maanden na elkaar publiceren. Kunnen we dan niet die bijlage E er nu uithalen en gewoon in januari de legesverordening vaststellen? Dank u wel. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja voorzitter, u kent het vaste standpunt van Trots Haarlem bij de belastingverhogingen. Dat is altijd: wij zijn voor alle belastingverlagingen en als het verhoogd moet worden, nooit meer dan het inflatietarief. Maar een wijziging, want wij zien wel dat de inflatie enorm gaat toenemen. In de stukken gelukkig niet. Daar was, daar zijn we zeer tevreden over. De verhogingen blijven echt minimaal een à twee procent.

Dus voor de zekerheid gaan wij voortaan zeggen: maximaal twee procent, want wij vermoeden dat het volgend jaar wel vijf of zes procent inflatie kan worden en daar wordt niemand prettig van. Sowieso zijn we natuurlijk tegen de hondenbelasting, dus daar komen we weer met een motie om de hondenbelasting totaal af te schaffen. Dus wij verwachten ruime steun van de VVD met die motie. En wij willen eigenlijk ook voorstellen in de, in deze commissie, kijken hoe andere collega’s daarover denken, om de kosten van het begraven van een foetus, moet je daar nu echt nog die mensen op dat moment ook nog mee belasten, tweehonderd euro? Het zal niet zo vaak voorkomen. Kunnen we die niet afschaffen? En een ander ding wat wij eigenlijk willen afschaffen is het aanleggen van een invalideparkeerplaats, 145 euro. Die eerste periode hè, als het dan verlengd moet worden na tien jaar, dan mag men wel betalen, maar de kosten voor een foetus begraven en een invalideparkeerplaats aanleggen, dingen waar je vaak niet voor kiest, om die dan af te schaffen. Dank u.

22

De voorzitter: Wie mag ik verder nog het woord geven? Niemand? Geef ik het woord aan de wethouder, gaat uw gang. Wethouder De Raadt: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb een aantal vragen gehoord. In ieder geval zoals het CDA ook aangaf, dit is inderdaad een technische uitwerking van de programmabegroting, dus dat is ook direct het antwoord op de vraag van zowel de ChristenUnie als de Actiepartij waarom die wijziging van die gastouderleges nog niet is doorgevoerd. Dat komt dus bij de vaststelling van de eerste wijziging en dat is in januari, gaan we daar in ieder geval een voorstel voor doen. Hart voor Haarlem die geeft aan een amendement in te dienen. Dat is voor uw raad. Eens even kijken. Trots, ja Trots wil, geeft aan een aantal belastingen te willen afschaffen. Ja, ook hiervan kan ik dus zeggen: dit is een technische uitwijzing van de, een technische uitwerking van de programmabegroting. In die zin lijkt het me dan ook logischer wanneer u dit soort voorstellen tot afschaffing van de belastingen voor zover dat al kan, ook doet bij de begroting en niet zozeer bij dit belastingvoorstel. Dan een vraag over de toeristenbelasting, o dat was nog inderdaad een vraag van het CDA over de toeristenbelasting. De reden dat we het op deze manier doen is op verzoek van de hoteliers.

Dat komt omdat de hoteliers die boeken ver vooruit en daarom willen zij geen jaarlijkse wijzigingen, maar liever dus schoksgewijs. Dan het antwoord op de vraag van de PvdA, die moet ik u vooralsnog even schuldig blijven. Ik ga het uitzoeken. Volgens mij, voorzitter, heb ik zo alle vragen beantwoord. De voorzitter: Klopt dat? Heeft de wethouder alle vragen beantwoord? Is er nog wat blijven liggen, heeft iemand nog geen antwoord gehad op zijn of haar vraag? Ja, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Nou ja, de wethouder heeft natuurlijk altijd gelijk, want het is een hele goede wethouder. Trots Haarlem die komt natuurlijk altijd met een ding over de hondenbelasting, dus in dat opzicht zit de wethouder, heeft ze daar gelijk, nou nee, eigenlijk niet gelijk, want dat hebben we bij de begroting ook aangediend. En die andere twee onderwerpen dat was inderdaad ook niet een vraag aan de wethouder, maar een vraag aan dit fijne commissie-elftal, of we niet, of zij, wat zij daarvan vinden. Want ik denk niet dat het heel vaak voorkomt, het begraven van een foetus. Dus daar praten we waarschijnlijk echt over een minimaal bedrag en dat lijkt me toch wel een schokkende gebeurtenis waar we dan een beetje coulant mee om kunnen gaan. De voorzitter: Ja, mijnheer Van den Raadt.

U checkt nu of er draagvlak is voor een eventueel amendement wat u wilt indienen? Oké, maar misschien moet u gewoon het amendement indienen en daar dan achter komen? Dat kan ook hè. Nou, ja, mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, ik vind het een goede vraag moet ik zeggen. Tegelijkertijd denk ik: als ik straks van mijn fiets val en ik word doodgereden, dan hebben mijn nabestaanden ook opeens een enorm verdriet en die moet ik toch ook gewoon betalen. Dus waarom is, waarom maakt u een uitzondering voor een foetus, kunt u dat na, verder toelichten? De heer Van den Raadt: Nou, omdat we van u al een tijd hebben kunnen genieten dan. De voorzitter: Mijnheer Linder. De heer Linder: Het lijkt me handig als we er, stel dat we daarover zouden dan gaan praten, lijkt mij handig om te weten van hoeveel geld het wel gaat. Want daarvoor lijkt het mij moeilijk praten om wat wel of niet zou moeten kunnen.

23

De voorzitter: Ja. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik ga deze vraag ook technisch stellen hoor, hoe vaak dat nou voorkomt per jaar. Dus dan kunnen we het er misschien de volgende keer over hebben. De voorzitter: Oké, goed. Nou en mocht er een amendement ko… u gaat het technisch uitvragen, mocht er een amendement komen, dan zien we dat vanzelf tegemoet bij de eerstvolgende raadsvergadering. Moet dat … Moet je dat nog even? Oké, er komt nog een antwoord op de vraag van mevrouw Wisse. Wethouder gaat … Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel. Ja, de vraag van mevrouw Wisse, het antwoord op de vraag waarom het niet nu kwam maar pas in januari, dat is omdat we gewoon nog wat tijd nodig hadden om het uit te zoeken. De voorzitter: Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Ja, dan heb ik mijn vraag niet goed gesteld. Wat ik eigenlijk bedoelde is: er komen nu nog twee wijzigingen in de legesverordening in januari. Als we die dus vaststellen in januari, moet dat gepubliceerd worden. Maar we gaan nu ook al de gewijzigde legesverordening in december vaststellen en publiceren, dus dat is dan twee maanden na elkaar komt er een publicatie van de legesverordening. En ik dacht: kunnen we dan die niet eruit halen nu en in januari een keer publiceren met alle wijzigingen van nu en van januari erin. Wethouder De Raadt: Nou, de verordeningen die moeten voor 1 januari zijn vastgesteld, dus dat is de reden.

Dus daarom moet het helaas twee keer achter elkaar. De voorzitter: Goed antwoord, wethouder. Goed, ja, dat weet je dan toch maar mooi. Goed, volgens mij is dit onderwerp voldoende behandeld en gaat dit als bespreekpunt naar de raad, want er komt een amendement van Hart voor Haarlem aan. Akkoord? Akkoord. 12. Nota reserves en voorzieningen 2021-2025 (ER) De voorzitter: We gaan naar agendapunt 12: nota reserves en voorzieningen. Het college biedt de raad periodiek een nota reserves aan. De raad stelt de nota vast. De nota behandelt de vorming en besteding van de reserves en verwerking van rente over deze reserves. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel. Fijn dat deze nota reserves en voorzieningen er is, terwijl we tegelijkertijd een jonge, ambitieuze wethouder in ons midden mogen verwelkomen. Dan kan ze daar meteen mee aan de slag, want er zijn toch wel een paar dingen die denk ik een zekere verbetering mogelijk maken. In de eerste plaats over de spelregels. Er wordt in dit hele stuk gezegd heel sterk op de BBV geleund, zo van ja, dit zijn de spelregels maar dat moet nu eenmaal zo. We hebben recent het geluk gehad dat we even met de externe accountant ook over dit soort dingen hebben kunnen praten.

Daar bleek toch wel uit dat gemeentes, ook al bestaat de BBV natuurlijk landelijk en is die voor iedereen hetzelfde, daar toch wel degelijk verschillende keuzes in kunnen maken. Een van de dingen waar ik me persoonlijk in ieder geval al vier jaar aan erger, is het feit dat we eigenlijk vanaf begroting, of tussen begroting en jaarrekening continu voortschrijdend nieuwe begrotingen maken en ook direct weer reserve af- en opboekingen doen gaande het jaar. Dat vertroebelt het beeld enorm, vind ik. Het is ook eigenlijk voor de organisatie geen goed teken als elke overschrijding meteen weer gladgestreken wordt met een reservemutatie. Het stimuleert de organisatie op geen enkele wijze om op zoek te gaan naar compensatie van overschrijdingen in de lopende exploitatie. Dus ons voorstel zou zijn om

24

tussen begroting en jaarrekening tussentijds geen reservemutaties te doen, maar dat pas in de eindverwerking, in de jaarrekening uiteindelijk te doen, zowel de dotaties als de overschrijdingen als de tekorten dat moment in de reserves te boeken en niet tussentijds, tussentijds alleen cijfers ex mutaties te gebruiken. Ja, verder zijn we met de stofkam door die reserves gegaan en er zijn toch best veel meer reserves die wat ons betreft opgeheven kunnen worden. Dat zijn eigenlijk allemaal reserves die niet aan de doelomschrijving beantwoorden, of niet meer beantwoorden, of die nagenoeg leeg zijn of helemaal leeg zijn, of die te hoog zijn opgelopen, die achterhaald zijn, of er een samenvoeging mogelijk is. Onze conclusie is dat in de reserves naar onze inschatting zeker 25 miljoen lucht zit op dit moment, in de vorm van overbodige reserves. Dus het lijkt ons zaak om daar gewoon eens eventjes goed naar te kijken. Ik wil best wat voorbeelden noemen om dat wat in te kleuren. Er is een reserve Wonen van 213.000 euro zit daar nog in. Daar wordt geen dotatie geleverd. Die loopt ook leeg, dus die kan opgeheven worden. Er is een reserve Participatie en Leefbaarheid waar twee miljoen in zit. Dat is eigenlijk alleen onderbestedingen van regulier budget. Oneigenlijk wat ons betreft, die kan gewoon via de begroting kan dat opgelost worden. Er is een reserve Leefomgeving van bijna zes miljoen.

Wordt geen dotatie meer op gedaan, heeft een slapend bestaan, omdat er eigenlijk een andere bestemming ooit voor was die niet meer mag, omdat investeringen daar niet uitgehaald mogen worden, dus die kan eigenlijk ook afgebouwd worden. Hetzelfde geldt voor de reserve Beheer en onderhoud openbare ruimte, daar zit dertien miljoen in. Ook dat is eigenlijk een slapende reserve. Een reserve Rekenkamercommissie van 20.000 euro. Nou ja, dat is natuurlijk volstrekt marginaal, dat kan gewoon naar het budget van de griffie. Er is een reserve SROI. Zit niks in, wordt ook niks gedoteerd, kan ook opgeheven worden. Een reserve Minimagelden, 870.000 euro, ook gevuld met onderbestedingen minimagelden. Ja, dat kan ook gewoon via de begroting, is ook geen enkele reden om daar reserve voor te hebben. Er is een reserve Kunstaankopen openbare ruimte, vooral voor muurschilderingen heb ik begrepen. Daar zit niks in, er wordt ook niks gedoteerd, kan ook opgeheven worden. Dat levert dan ook weinig op, maar in ieder geval ja, dus een heleboel administratieve rompslomp die we ons kunnen besparen. De reserve Groei van de stad hebben we al eerder aan de orde gehad, die kan ook opgeheven worden. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Doel, gaat uw gang.

De heer IJsbrandy: De reserve Kapitaallasten activa maatschappelijk nut, dat is ook een leuke … De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy? De heer IJsbrandy: Pardon. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Doel. Gaat uw gang. De heer Van den Doel: U zat goed in uw verhaal. Ja maar, u beseft ook hoop ik dat het creëren van een reserve ook de, een afdeling de ruimte geeft om daaruit te putten. Als we alles uit de algemene reserve moeten halen dan is dat een veel zwaarder proces. Dus het is als je het allemaal zou in de algemene reserves zou gooien, dat betekent dat de slagkracht van bepaalde afdelingen wel vermindert. Het is, ik ben van GroenLinks en in ons verkiezingsprogramma staat: hoe minder reserves hoe beter, zo lang er maar de noodzakelijke reserves zijn, dat die wel gehandhaafd blijft. Dus ik ben niet geheel onsympathiek, maar ik hoor u ook een aantal noemen waarvan ik denk: nee, die zijn juist in het leven geroepen om in de toekomst uitgaves te kunnen doen. En dat denk ik toch dat het belangrijk is om dat te doen, omdat je anders ga je nog scherper aan de wind zeilen, want dan gaat je weerstandsvermogen gaat omhoog en dan, dus dan wordt het wel kwetsbaarder. Ja, ja, ik …

25

De heer IJsbrandy: Nou ja goed, ik heb de reserves die natuurlijk ook moeten blijven bestaan heb ik niet genoemd, die wil ik ook nog wel even noemen, maar dan … Dus natuurlijk hebben reserves nut, maar er zit nu 125 miljoen in de pot geloof ik. Er zijn er gewoon die zijn ooit met een bepaald doel opgericht en dat doel is gewoon, bestaat niet meer. Dus je ziet ook reserves gewoon oplopen omdat, bijvoorbeeld 4.3.2. is ook zo een, reserve Kapitaallasten activa maatschappelijk nut. Dat is ooit gecreëerd omdat er een verschuiving was in de BBV dat bepaalde posten die moesten geactiveerd worden, die mochten niet meer via de begroting lopen. Dus toen hadden we opeens eigenlijk geld over. Dat stond in de begroting namelijk voor die investeringen en dat mocht niet meer. Toen is gezegd: laten we daar dan een reserve van maken, dan kunnen we de afschrijving die uit die investering voortkomt uit die reserve betalen. Voor die eenmalige verschuiving kan ik me dat voorstellen, maar dat was ooit elf miljoen, het is inmiddels 25 miljoen. Dus dat is opgeplust met geactiveerde exploitatiekosten op een voor mij niet transparante wijze. Dus nogmaals: we moeten er in detail doorheen gaan om alles, nut en onz… nut en noodzaak van al die reserves natuurlijk met zijn allen een keer goed door te akkeren, maar het is, het verdient op dit moment geen schoonheidsprijs zoals het in elkaar zit.

Dus dat wou ik daar even over melden. De heer Van den Doel: Nog even een korte reactie. De voorzitter: U heeft een aantal interrupties. Ik begin met de korte reactie van de heer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, nou ik denk dat het wel goed is om de reserves in ieder geval dan dat we ook weten waar het over hebben, om daar eens goed over te praten van welke reserves zijn nog noodzakelijk en niet. En dat is een goede vraag aan de wethouder om dat met elkaar eens een keer te gaan bespreken, dat vind ik wel heel belangrijk. Dus dank u wel. De voorzitter: Maar mijnheer Van den … De heer IJsbrandy: Nou, bij dezen dan die vraag aan de wethouder. De voorzitter: Nou ja, ik, oké, dat wil ik best vragen aan de wethouder, maar het staat wel nu ook op de agenda, dus als er al een moment is om het erover te hebben is het op het moment dat het geagendeerd is en dat is nu. Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja voorzitter, als ik Hart voor Haarlem goed begrijp, dan is het een technische wijziging om de reserves niet via de reserve te laten lopen, maar via de algemene reserve.

En nou vroeg de VVD bij het vorige agendapunt: waar haalt u de dekking vandaan voor die honderd euro per huishouden geloof ik, of per inwoner, maar begrijp ik het nou goed dat er eigenlijk, dat u eigenlijk helemaal geen dekking heeft? Want het enige wat u doet is die algemene reserve schuiven, de reserves verschuiven naar de algemene reserve. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, maar zo doen wij dat hier in de gemeente. Die twaalf miljoen die was er ook niet, die is ook uit reserves gehaald. De voorzitter: Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, dus uw voorstel is om de dekking voor die honderd euro te laten bestaan uit een onttrekking aan de algemene reserve?

26

De heer IJsbrandy: Nou, algemene of specifieke reserves die we kunnen laten vrijvallen, omdat ze niet meer nodig zijn. De voorzitter: Duidelijk. Tenminste, het is mij duidelijk. Iemand nog? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u voorzitter. Dank aan het college voor dit stuk. Het is een groot belang om goed zich te hebben op de reserves die er zijn. Mijn fractie heeft wel een vraag over de nieuwe reserve Kapitaallasten economisch nut. Is dit een variant op de reserve Groei van de stad waar we het de vorige keer over hebben gehad, en wat maakt dat de kapitaallasten geen onderdeel zijn van de initiële investering? Dank u. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Trompetter. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel voorzitter. Ja, dank voor de nota. De gemeente heeft, Hart voor Haarlem zei het ook al zojuist, best wel veel reserves en voorzieningen voor soms hele kleine bedragen, bijna nihil of nihil en ook wel wat vage doelen. D66 heeft met belangstelling gekeken naar de vergelijkingenlijst met andere gemeentes. We constateren dat het logo of de slogan er gaat niets boven Groningen ook opgaat voor de hoeveelheid reserveringen die worden gemaakt, want dat was echt helemaal adembenemend.

Maar ik vroeg me wel af of de wethouder een beetje in navolging wat de heer IJsbrandy van Hart voor Haarlem zojuist zei, bereid is om een voorzet te doen om voor een opschoonactie. En er zijn een aantal genoemd, die reserve Kunstaankopen, de reserve Groei van de stad, waarvan we allemaal inmiddels weten dat die bij oprichting toch een ander doel had dan uiteindelijk te verwezenlijken bleek. Verder vroeg ik me af of de wethouder mij kan vertellen wat nou de meerwaarde is van een aparte reserve Kapitaallasten economisch nut, naast de al bestaande reserve Kapitaallasten maatschappelijk nut. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Van der Windt. Ja, mijnheer Rutten. De heer Rutten: Dank u wel voorzitter. VVD is ook groot voorstander van die herziening van die reserves, dus ook steun van ons voor daar eens goed naar kijken. Een ander punt waar we ook in de begrotingsbehandeling aandacht voor hebben gevraagd en tegenaan lopen is het zicht op de mutaties en de informatievoorziening daarom. Je ziet dus, die zitten niet in de jaarrekening, zitten niet in de begroting, maar zien alleen op een gegeven moment die totaalposten.

Tegelijkertijd wordt er nu bijvoorbeeld als het gaat om de reserve Beheer en onderhoud, wordt een principebesluit gevraagd om bij vertraging in het onderhoudsprogramma de werkzaamheden en het budget naar het volgend boekjaar door te schuiven en vice… andersom als er een versnelling plaatsvindt. Op zich is dat natuurlijk heel erg toe te juichen. Betekent dat u niet, als het nu uitgevoerd kan worden, hoeft u niet weer apart naar de raad, kunt u dat met die reserves kunt u dat gaan doen. Dus eigenlijk maak je van de reserve dan een soort rekening-courant. Maar op welk moment en hoe wil het college de raad dan informeren over die mutatie die dan plaatsvindt? Gebeurt dat dan maar een keer per jaar, of gebeurt dat met een raadsinformatiebrief op het moment dat dat gebeurt? Daar hebben we wel wat zorgen voor. Dat geldt ook bij het principebesluit ten aanzien van de reserve vastgoed en de werkelijke tekort op de exploitatie van onderhoud aan het eind van het jaar te onttrekken. Ja, we zijn, kunnen daar goed mee instemmen, maar we willen wel graag goede afspraken maken over wat er dan gemu…, wanneer er een mutatie plaatsvindt en dat we wel zicht houden ook op dat verloop van dat onderhoud aan die, dat vastgoed. Want als dat een keer per jaar dan overzien dat de reserve veranderd is, dan weet ook de commissie en de raad niet dat het veranderd is en op welk moment.

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Rutten. Mijnheer Van den Doel.

27

De heer Van den Doel: Ja, ook nog even een korte termijn. Zoals ik net al aangaf is GroenLinks voor zo min mogelijk reserves, maar wel verstandige reserves. Dus niet alles weggooien, maar er zit genoeg lucht tussen. Ik hoef niet aan te vullen waar we het over hebben. En ik, daar zou ik als GroenLinks het graag een keer over hebben. Nu ligt de nota voor, daar kunnen we akkoord mee gaan, maar het lijkt me goed dat we voor de volgende moment dat we dat goed voorbereid kunnen bespreken, van welke reserve voldoet nog aan het doel en welke reserve is daarvoor. En ik wil nog wel een keer zeggen ook dat als je een reserve ergens voor bestemt, dat het ook eenvoudiger is om uit te geven, als het aan het doel beantwoordt, dan dat het allemaal uit de algemene reserve moet, want dan gaan we weer bakkeleien met zijn allen of het zo veel moet zijn en of het wat moet zijn en … Ik bedoel, dat werkt averechts, dus die reserves zijn niet voor niks, maar we zouden wel graag dat een keer willen herzien en dat we bij de volgende keer als we dit bespreken dat we dat uitgebreid kunnen adresseren, maar dat is in een nieuwe periode. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van den Doel. U wilt, heeft een interruptie op mijnheer Van den Doel? Gaat uw gang, mijnheer IJsbrandy.

De heer IJsbrandy: Ja mijnheer Van den Doel, vindt u niet dat dat gebakkelei ook niet een bepaald nut heeft? Het is natuurlijk fijn dat een afdeling makkelijker geld uit kan geven, maar ja, moeten we dat als raad per se motiveren of stimuleren zeg maar, door ze daar de ruimte voor te geven? De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Het is een dunne balans tussen werkbaar en niet werkbaar. Het is niet werkbaar als je over alles moet soebatten, terwijl je al van tevoren weet dat het komt en dat je de reserve erop inzet. Zoals kunst in de buitenruimte, het is leuk als er voor kunst daar een budget is, dan weten mensen dat ze daaruit kunnen putten. En als dat elke keer opnieuw het hele aanvraagtraject moet doorlopen, dan wordt het wel reuze ingewikkeld. Dus nee, dat ben ik niet helemaal met u eens dus uiteindelijk, is het antwoord. De voorzitter: Ja, mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja voorzitter, CDA is akkoord met de op te heffen reserves. En wij zijn ook niet voor nutteloze reserves, net zoals GroenLinks, Hart voor Haarlem, D66. Ik ben ook met een stofkam door die reserves heengegaan. Ik denk dat de reserve Wonen wel opgeheven kan worden, de reserve Rekenkamercommissie, de reserve SROI, de reserve Kunstaankopen en de reserve Schuldbeheersing.

Dat zijn allemaal reserves die eigenlijk op nul staan of niet gebruikt worden, dus laten we inderdaad maar eens opschonen. Maar dat levert dus niet die 25 miljoen op, want de reserves die ik net noemde staan allemaal op nul, of op nihil, of klein, of wat dan ook. Als het gaat om het onttrekken of doteren, de reserve Participatie en Leefbaarheid die staat op een maximum van twee miljoen, dus ik neem aan dat we daar het komend jaar afzien van een verdere toevoeging. De reserve Ongedeelde stad is gemaximeerd op tien miljoen, 8,2 miljoen daarvan is bestemd voor Zuidwest, dus hier zou je je kunnen afvragen met alle plannen die we hebben: moet daar het maximum juist niet omhoog? En ja verder, maar dat is misschien niet voor nu, de reserve Wonen, Opvang en Herstel is ruim dertien miljoen groot, dus daar hebben we natuurlijk bepaalde plannen mee met Domus Plus en enzovoort, dus dat is misschien voor een andere commissie, maar daar ben ik wel nieuwsgierig naar welke bestedingen we daar voor ogen hebben met die dertien miljoen verder. Het CDA is positief over de principebesluiten 4, 5 en 6 en over het instellen van de reserve zoals genoemd onder de besluiten 7 en 8. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Trompetter.

28

De heer Trompetter: Ja mijnheer Klaver, bent u zich er van bewust dat een deel van de middelen voor Wonen, Opvang en Herstel geoormerkte gelden zijn die nergens anders voor gebruikt mogen worden? Dus wat over is, dat je dan ergens moet laten. De heer Klaver: Ja, mijn vraag is ook niet een politieke vraag, meer een technische vraag eigenlijk van joh, welke bestedingen hebben we nu tegenover die dertien miljoen naar de toekomst toe? Daar zou ik wel eens wat inzicht willen hebben. Maar dat ga ik technisch nog wel uitvragen als ik daar behoefte aan heb. De voorzitter: Dat waren de bijdragen tot nog toe? Dan ga ik nu naar de wethouder, gaat uw gang. Wethouder De Raadt: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, een aantal vragen. Allereerst denk ik misschien nog goed om te vermelden dat dit een overzichtsnota betreft. Dus inderdaad, hier staan alle bestaande reserves en voorzieningen staan hierin. En ook voor deze actualisatie zijn alle reserves ook getoetst, in ieder geval of ze passen binnen het beleid. En het antwoord daarop is ja. En daarnaast is er ook specifiek door de controllers gekeken naar de hoogte van de reserves.

Als we echt het gesprek willen aangaan over specifieke reserves en of die wel of niet zouden moeten worden opgeheven, dan zou ik willen voorstellen om dat niet op dit moment te doen, maar met de desbetreffende vakwethouder daarvoor gewoon in de desbetreffende commissie een sessie voor te boeken. En ik begrijp wel overigens waar de vragen vandaan komen, want het klopt wel dat de reserves die zijn ingenomen, of toegenomen in omvang. Fors ook, van zo’n tachtig miljoen naar zo’n 152 miljoen. Maar wellicht is het wel goed om deze toename nog een beetje in perspectief te zetten, want daar is ook wel naar gekeken, daar is specifiek onderzoek naar gedaan en hebben wij onszelf vergeleken met elf andere 100.000-plus-gemeentes. Als je dan naar het resultaat kijkt, dan zitten we dus eigenlijk nog onder het gemiddelde voor het, zowel voor het aantal reserves, maar ook voor de omvang van de reserves. Zo hebben wij nu op dit moment 27 reserves en het gemiddelde staat dus op 33. En ook qua hoeveelheid zitten we onder het gemiddelde, ongeveer op zo’n zeven procent onder het gemiddelde. Die vergelijkingen die kunt u overigens vinden in bijlage 2. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Doel. Gaat uw gang. De heer Van den Doel: Ja, dat klopt wat u zegt, en op zich kan je daar weer blij mee zijn natuurlijk.

Tegelijkertijd de vraag of de reserves nog voldoen aan het nut en of ze nog in stand gehouden moeten worden blijft staan natuurlijk. Maar uw suggestie is om dat met de inhoudelijke wethouder te bespreken. Dat lijkt me een vraag aan de griffie uiteindelijk om te kijken of ze dat kunnen organiseren, als ze dat kunnen agenderen eventueel, was mijn vraag. Wethouder De Raadt: Ja, dus de, het is inderdaad, de reserves zijn getoetst aan het beleid en dat is nog conform. Ja, of ze daadwerkelijk nut hebben, dat is dan aan uw raad en dan is mijn voorstel inderdaad om dat te bespreken met de desbetreffende vakwethouder. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja dat lijkt me toch erg onhandig, want dan krijgen we een zeer versnipperde discussie over dit onderwerp, met allerlei verschillende mensen die weer van toeten noch blazen weten. Dus ik denk dat je dat echt centraal moet doen, omdat je dan pas een afweging kan maken van ja, dit wel, dit niet, kan je dingen samenvoegen. Dingen hebben soms meerdere soms financieringsdingen, los van dat ze een bepaalde, bij een bepaalde wethouder per se horen, dus ik denk dat het niet een goed voorstel is om het allemaal versnipperd te gaan behandelen eerlijk gezegd.

29

De voorzitter: Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, ik kan me heel goed vinden in het voorstel van de wethouder om dit op een later moment te bespreken, maar ik kan me ook heel erg goed vinden in de suggestie van de heer IJsbrandy om dat niet te laten versnipperen over allerlei commissies, maar om dat dan centraal te doen, waarbij wij ervoor zorg dragen dat we met onze collega’s die dan in de andere commissies zitten af te stemmen hoe we daarmee omgaan. De voorzitter: Dank u wel. Ik, procesmatig zie ik dat dan nog niet helemaal voor me, maar dat wordt misschien allengs duidelijk. Wethouder? Wethouder De Raadt: Ja, dank u wel. Dan ga ik door met de volgende vragen die nog open staan. Hart voor Haarlem die vroeg ook of we zouden kunnen stoppen met de tussentijdse mutaties. Het antwoord daarop is dat kan niet, want dat zou niet rechtmatig zijn. Dan is er nog een vraag volgens mij van de Actiepartij en van D66 over waarom er een aparte reserve is voor het economisch nut, als er ook al een reserve is voor het maatschappelijk nut. Dat antwoord is, dat is een administratieve, dat heeft een administratieve reden. Meer weet ik daar even niet over. Wilt u daar meer informatie over, dan kan dat altijd natuurlijk aan u geleverd worden. Maar op dit moment wil ik me graag beroepen op een administratieve reden. De voorzitter: Wethouder … Wethouder De Raadt: Ja.

De voorzitter: … u heeft twee interrupties. De eerste van de heer IJsbrandy en dan de heer Trompetter. De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel. Het punt van die rechtmatigheid is ook met de externe accountant aan de orde geweest, misschien dat u er ook uw licht nog even bij hem moet opsteken. Het gaat erom dat alle begrotingsmutaties, dat die natuurlijk wel door de raad ook gesanctioneerd moeten worden om die rechtmatigheid in stand te houden, maar om dat onmiddellijk ook in de reserves dan tot uiting te brengen, dat is volgens wat ik ervan begrepen heb niet noodzakelijk om dat ook tussentijds te doen. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer IJsbrandy: We maken ook geen tussentijdse balans namelijk. De heer Trompetter: Ik had nog een vraag: wat maakt dat de kapitaallasten in de reserve Economisch nut geen onderdeel zijn van de initiële investering? En hetzelfde geldt eigenlijk voor die, de reserve met maatschappelijk nut. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Raadt: Kunt u nog een keer de vraag herhalen? De heer Trompetter: Wat maakt dat de kapitaallasten, waar dit voor is, want er mag niet geïnvesteerd worden vanuit die reserves, geen onderdeel zijn van de initiële investering? Waarom is daar die niet in meegenomen en hebben we een aparte reserve Kapitaallasten nodig?

30

Wethouder De Raadt: Excuus. Ja, het maatschappelijk nut dat is voor een specifiek deel van de investeringen die niet in het investeringsplan zaten. Even kijken, heb ik nog meer vragen open staan. O ja, de VVD die vroeg nog: wanneer worden wij geïnformeerd over de mutaties? En ja, dat is sowieso bij de, alle P&C-producten. De voorzitter: Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Ja, dat was het antwoord bij de begroting ook, maar we zien die mutaties niet per reserve langskomen wat er gebeurt. Het gaat mij met name nu over die twee vragen die het college stelt over de reserve Beheer en onderhoud en de reserve Exploitatie van het vastgoed. Ik snap de wendbaarheid die afdeling daarin wil hebben, om daar snel in te kunnen manoeuvreren en uit die reserve te kunnen putten en ook, en als dat sneller geïnvesteerd kan worden in die, in dat inlopen van dat vastgoed dat je dat uit die reserve haalt, maar bij die exploitatie bijvoorbeeld, van het vastgoed, is het nu nog zo dat die exploitatie dan gemeld wordt bij de commissie Ontwikkeling dat er dingen, geld moet geïnvesteerd worden in die exploitatie van het vastgoed.

Op het moment dat je dat allemaal via die reserve laat lopen, ga je het als een rekeningcourant gebruiken waar die zoals die ook ingericht is, maar raakt dat die raad raakt dat zicht kwijt op die verloop in die vastgoedportefeuille en die exploitatie van dat onderhoud in die vastgoedportefeuille. Hetzelfde geldt voor die investeringen in de openbare ruimte. Op het moment dat je zegt: we halen dat, we gebruiken die reserve als een rekening-courant, is er, dreigt er een verlies in de informatie die de raad heeft over het investeringstempo. En dat is een heel heikel punt, want het college heeft ook een paar weken geleden net een nota opgehoest over die investe…, waarom dat investeringen achterblijven bij de ambitie die we hebben. Dus het gaat mij met name over: hoe borg je op het moment dat je deze twee reserves op deze manier in gaat richten, als een rekening-courant, hoe borg je dan dat de raad goed op de hoogte blijf van welke investeringen er gedaan worden, waarom de investeringen vertraagd zijn en welke investeringen er versneld worden? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Rutten. Wethouder. Wethouder De Raadt: Ja, dank u wel. Voorzitter, ik zie inderdaad nog een vraag ook openstaan van het CDA over reserve Opvang, Wonen en Herstel. Het antwoord, dat is me niet helemaal duidelijk moet ik u eerlijk zeggen.

In ieder geval, wat ik op de VVD nog kan antwoorden is dat sowieso worden alle mutaties getoetst aan de beleidskaders. In het kader van onze actieve informatieplicht zult u daar ook via die weg over worden geïnformeerd. De voorzitter: Is dat een antwoord waar u wat mee kunt, mijnheer Rutten? Nee? De heer Rutten: Nee, helaas, nee. De voorzitter: Wilt u er dan nog wat op zeggen? De heer Rutten: Nee. Ja, uiteraard is er een informatieplicht, ammehoela. Het zou u geraden zijn dat u daar niet aan voldoet. Ik wil het op hetzelfde, kunt u, dan ga ik hem heel simpel maken. Kunt u beloven dat die informatie over dat wat er gebeurt rondom die mutaties in die twee reserves waar u nu om vraagt, exploitatie vastgoed en de reserve Beheer en onderhoud, dat de informatie die op dit moment naar de raad gaat aangaande investeringen of dingen rond die exploitatie, die worden aan de raad gestuurd, dat die op datzelfde moment en op dezelfde manier aan de raad gemeld worden, ondanks dat u het nu op een andere manier afrekent en financiert? De voorzitter: Wethouder.

31

Wethouder De Raadt: Ik kan u toezeggen dat u daarover wordt geïnformeerd. De voorzitter: En op welke wijze zou dat … De heer Rutten: Informatie antwoord op de vraag, of informatie, worden we, is het gewoon ja, u wordt op dezelfde wijze geïnformeerd als in het verleden als we hier ja tegen zeggen? Wethouder De Raadt: U wordt even goed geïnformeerd als in het verleden. De heer Rutten: Op dezelfde wijze en op hetzelfde moment dat de mutaties plaatsvinden? Of het even goed is kan ook op een andere manier zijn namelijk. Wethouder De Raadt: Ik wil voor u nagaan wat de beste wijze is van die informatie aan u verstrekken, die ik ook gewoon aan u wil verstrekken. Alleen ik kan op dit moment even niet overzien of de beste wijze de oude manier is, of dat er wellicht nog een betere manier is. Maar u zult geïnformeerd worden. De voorzitter: En wanneer denkt u deze commissie daarover te kunnen informeren? Wethouder De Raadt: Dat is op het moment dat het plaats gaat vinden en sowieso via de P&C-producten. De voorzitter: Oké. Goed, zijn er verder nog vragen of opmerkingen uit deze commissie? Ja, mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, we hebben natuurlijk net, de wethouder heeft net gezegd: ik wil wel kijken naar het opschonen. Ik vroeg me ook af wanneer we dat dan weer terugzien.

Wethouder De Raadt: Ja, dan verwijs ik op zich naar mijn eerdere antwoord, dat dit in principe gewoon een overzichtsnota was en als we echt de specifieke reserves willen bespreken … Kijk, nogmaals, ze zijn getoetst aan het beleid, dus in die zin voldoen ze gewoon, maar als de commissie zegt: we willen per reserve er gewoon over spreken of ze ook daadwerkelijk nuttig zijn, ja dan moet dat volgens mij met de vakinhoudelijke wethouder. De voorzitter: Dat is ook procesmatig voor mij en voor de griffie is het nog een beetje onduidelijk. Ik weet wat u wil, u wilt deze lijst wilt u opschonen en ik geloof dat daar echt wel een meerderheid voor is, alleen we kunnen natuurlijk niet zeggen dat we het er allemaal over eens zijn welke reserves opgeschoond kunnen worden en welke niet. Als ik nog even mijn verhaal mag afmaken. Dus ik zit nu echt te dubben op een procesvoorstel hoe we dat kunnen gaan doen, ook met medenemen van de vakwethouders hierover. Dus ik, als iemand een briljant idee heeft hierover hoor ik dat graag. Ik begrijp de noodzaak en begrijp de wens. Ja, mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, een procesidee zou volgens mij zijn dat de wethouder financiën het initiatief hiertoe neemt, de controller bij zich roept die grilt op elke post wat er staat en waarom het er staat.

Vervolgens met een voorstel naar het college B en W gaat, daar met de vakbroeders overlegt of die zich kunnen vinden in bepaalde aanpassingen, en dan met een compleet voorstel terugkomt naar ons of naar de raad, van zo kunnen we het ook doen. In plaats van het initiatief bij de raad te leggen om dat allemaal weer daar te laten uitzoeken.

32

De voorzitter: Dus dan wilt u het overlaten aan de wethouder die op dit moment dit stuk voorlegt om vastgesteld te worden in de raad? De heer IJsbrandy: Ja, maar goed, ik kan me voorstellen dat ze geen gelegenheid heeft gehad om dat tot de laatste komma uit te zoeken in de korte tijd die ze tot nu toe gehad heeft, maar er komt een duidelijk signaal uit de raad dat we dit stuk eigenlijk onvoldoende vinden, of dat we toch verbeteringsmogelijkheden zien. Dus dan willen we graag de wethouder de gelegenheid geven om dat dan te gaan uitzoeken. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Raadt: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, met het gevaar dat ik in herhaling val, nogmaals, dit is een actualisatie van een overzichtsnota. Als uw commissie ook voor de rest inhoudelijk wil praten over de verschillende reserves, bedoel die wens die begrijp ik, maar die is denk ik niet aan het college om daar vervolgens initiatief op te nemen. Ik zou zeggen: uw commissie gaat over uw eigen agenda en agendeer welke reserves u wilt bespreken en dan zal de desbetreffende vakwethouder met alle liefde komen aanschuiven. Als u wilt dat ik hier als wethouder financiën ook nog naast ga zitten dan is dat natuurlijk ook geen enkel probleem, maar ik zie op dit moment geen rol voor het college om hier het voortouw in te nemen.

De voorzitter: Maar u zou in principe wel een onderbouwing ook kunnen aanleveren van de verschillende reserves en de stand van zaken daarvan? Wethouder De Raadt: Nou ja, dit is de overzichtsnota. Ja, ik wil u wel, nou ja, wat ik u wel kan toezeggen is wij willen de coördinatie wel op ons nemen als u inderdaad graag een, met alle vakwethouders per reserve wil bespreken. Maar dan nogmaals wel wil ik erbij benadrukken dat we dus echt wel onder het gemiddelde zitten, wat betreft andere 100.000-plus-gemeentes. Dus we hebben minder reserves en de omvang van de reserves zijn ook wel lager. Maar als u nog ziet kans om toch nog daar verder in te strepen, dan gaan we dat doen en dan willen wij een coördinerende rol op ons nemen, maar ik denk wel dat dat dan in samenspraak is met vooral met de commissie. De voorzitter: Nou, misschien is het dan een idee dat er in ieder geval, dat deze lijst dan wordt voorzien van een onderbouwde motivatie waarom dit, waarom deze reserve bestaat en waarom die in stand gehouden dient te worden, en dat er dan op een gegeven moment weer een stuk terugkomt naar deze commissie waarin er dan wat uitgebreider over gesproken kan worden met die medeneming van de motivatie van de verschillende wethouders.

Zou dat wat zijn? Ik ben op zoek naar een proces hè, want anders blijft het een beetje hangen en dan … De heer IJsbrandy: Misschien kunnen we het wel omkeren, dat we zeggen: we willen dat alle reserves opgeheven worden en laat de wethouder per reserve die die dan echt per se in stand wil houden aangeven waarom die die in stand wil houden en hoe hoog die moet zijn. Dat we dus bottom-up benaderen. De voorzitter: Ja, het is een heel interessant voorstel, het is eigenlijk precies wat ik voorstel, maar dan benaderd vanuit nul en niet benaderd vanuit honderd. Dus dat is ongeveer de, het idee. Kan allebei. Ik denk dat het, dat de verschillende wethouders best in staat en genegen zijn om te motiveren waarom een bepaalde reserve in stand gehouden moet worden. Daar kunnen wij dan vervolgens als commissie, kunt u als commissie kunt het daar nog over hebben. Mijnheer Klaver.

33

De heer Klaver: Ja, ik zal proberen een bijdrage te leveren aan een oplossing. Voor de reserves is een minimum, wordt een minimum gehanteerd van 100.000 euro kwam ik tegen in dit stuk. Als we nou zouden kijken naar de reserves die kleiner zijn dan 100.000 euro en daar het college vragen: waarom moeten die nog blijven bestaan? Want daar zou het uitgangspunt kunnen zijn omdat we een minimum hanteren van 100.000 euro: alles wat kleiner is zou in principe opgeheven kunnen worden. Waarom zou die dan toch nog moeten blijven bestaan? En dan zouden we kunnen besluiten om het al dan niet op te heffen. De voorzitter: Maar u bent het dan met me eens dat deze commissie het er ook over eens moet zijn dat die 100.000 euro niet arbitrair is, dat dat een bedrag is waarmee iedereen kan leven? Want je kan voor hetzelfde geld ook voor 250.000 kiezen, of … Goed, ik gooi maar even, ik even advocaat van de duivel, maar ik probeer hem echt … De heer Klaver: Ja voorzitter, dat kan, … De voorzitter: … scherp te krijgen zodat ‘…’ De heer Klaver: … maar die 100.000 euro staat nu in de nota, die wordt nu als uitgangspunt gehanteerd. En om even praktisch te maken, om het even praktisch te maken nu en te kijken van wat zou een oplossing kunnen zijn, zouden we dat criterium kunnen hanteren.

Dan maken we in ieder geval al een eerste schifting van die reserves die zo klein zijn, die eigenlijk, ja waarom zijn ze er dan nog? En dan kan het college aangeven: ja, maar er zit wel 50.000 euro in, maar hij moet toch blijven bestaan, want hier en daarom. De voorzitter: Dus u wilt het dan alleen over die reserves onder de ton hebben? De heer Klaver: Dat is mijn voorstel. De voorzitter: Ik vind het best een goed voorstel. Ja, mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Ik zou het liever houden bij het voorstel zoals u dat net deed. Dus gewoon de reserves zoals er nu staan met een onderbouwing: is dit wettelijk verplicht, moet het van de BBV, of kan de vakwethouder toelichten waarom die er is. De voorzitter: Ja, mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, de meeste reserves staan op zich wel uitgelegd, dus dan moeten we als commissie ook wel weten wat we precies willen vragen. Ik denk dat het handig is om, dat we deze vaststellen voor nu en dat we dan een nieuwe raad en dus de nieuwe samenstelling van het bestuur, dat we daar de commissie de opdracht geven om een goede vraag te formuleren richting het college, zodat het college daarmee aan de gang. Want we verschillen nu allemaal van standpunt. Dus we zijn het over een ding eens: het mag wel een onsje minder, maar hoe precies daar zijn we het allemaal mee oneens. En ik denk: laten we dat overlaten aan een nieuwe club mensen.

Die moet vier jaar ermee gaan werken en die moet daarmee op stap. En dan hebben we ook de tijd, dat kunnen wij al voorbereiden eventueel als commissie, om een goede vraag te formuleren, want hier gaan we niet uitkomen hoor ik al, want ik denk er net weer anders over dan het CDA of dan Hart voor Haarlem of … En het lijkt me goed om het eerst even bij onszelf te laten, maar dan vooral ook in de periode. Want ik, om het er nu mee druk te maken …

34

De voorzitter: Ik heb een voorstel. Dit gaat zo meteen naar de raad als hamerstuk of nou, nee weet ik helemaal niet, maar het gaat naar de raad. Dus als het nou een hamerstuk met stemverklaring wordt, dan hebben we allemaal nog even twee weken om daarover na te denken, en dat er dan misschien in die stemverklaring een richting wordt gegeven door u naar aan welke kan… welke kant het op gaat met de verdere behandeling in de volgende periode van de reserves. Of is dit echt het aller slechtste voorstel ever? Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Nou, het is niet het aller slechtste voordeel ever, maar wat er nu dreigt te gebeuren, want ik ben ook nog niet voldaan over de punten die ik heb aangekaart over de principebesluiten ten aanzien met bijvoorbeeld de reserve Vastgoed en de informatie die we krijgen, dat het gewoon een bespreekpunt gaat worden, dat we straks in de raad deze hele commissievergadering nog een keer over gaan zitten doen en nog steeds over die punten die hier besproken zijn. Dus laten we in vredesnaam proberen om er hier gewoon uit te komen, want anders dan wordt dat een hele rare vertoning ben ik bang. De voorzitter: Mijn voorstel was ook niet een bespreekpunt, maar een hamerstuk met stemverklaringen die iedereen nog even kon roepen. De heer Rutten: Ja, maar ja, die stemverklaringen zouden dan richting moeten geven. Ja, tot uw dienst. De voorzitter: Graag gedaan.

Ja, met alle liefde. Mijnheer Van den Raadt, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja voorzitter, ja volgens mij wil Hart voor Haarlem die wil wat dingen aanpassen, die krijgt bijval van verschillende partijen. Dan is het lief om natuurlijk te zeggen tegen de nieuwe wethouder: wij geven u de vrijheid om alles op te gaan lepelen en uit te gaan zoeken, maar misschien is het dan zit je overbodige taken te doen. Dan zit je van 27 reserveposten alles uit te zoeken en willen de partijen hier in deze commissie uiteindelijk er maar tien schrappen. Als we nou gewoon allemaal inleveren wat we dan willen schrappen, dan is dat misschien veel minder werk voor de wethouder en ambtenaren die ook betaald moeten worden. En dan komen we veel sneller tot de eindconclusie in plaats van alles te laten onderzoeken en dan alles hier op te lepelen. Terwijl we misschien maar 20 procent willen schrappen. Lever dan die 20 procent in en kijk dan waar de wethouder mee terugkomt. De voorzitter: Ja, daar was ik al bang voor, voor deze suggestie. Dat probeerde ik juist te voorkomen. Dat iedereen nu van alles gaat inleveren en allemaal. Dat moet allemaal uitgezocht worden. Dat kost allemaal tijd en geld. Dus, ik. Misschien. Dan doe ik nog één voorstel. Ik vind eigenlijk, mijnheer Klaver. U bent echt een aanwinst voor deze commissie. Ik vind eigenlijk dat uw voorstel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267880/1