12-07 inspreekbijdrage mw. Aukema over beleidskader Wijkplatforms AA
Tekst van het document
Geachte Commissie, Dank dat ik hier het woord mag voeren. Ik ben Annette Aukema, lid van de Participatieraad en ik spreek vanuit die rol. Ik ga daarbij vooral in op het participatieproces. Volgens ons is dat niet goed verlopen. Het College heeft via bijeenkomsten en gesprekken veel informatie opgehaald en dat schriftelijk vastgelegd. Met die informatie is weinig gedaan. Natuurlijk kan het college - alles afwegende – vinden dat participanten het niet bij het rechte eind hebben. Maar we missen juist die afweging. Het is niet zichtbaar in de stukken wat de gemeente vindt van de argumenten en hoe ze die heeft afgewogen. Daarmee wordt zo’n participatieproces een loos ritueel dat de kloof vergroot tussen burger en overheid. Dat is iets dat niemand wil en wij als Participatieraad zeker niet. Er was tijdens het participatieproces veel eensluidende kritiek. In de inspraakreacties naar aanleiding van het beleidskader zien we dezelfde kritiek weer terug. Er is in die tussentijd weinig gebeurd aan verdieping van het gesprek. Organisaties vragen zich nog steeds af waarom er geen onderzoek is gedaan naar het functioneren van de wijkraden. Dat had houvast gegeven bij het gesprek over de beoogde veranderingen. Nu ontbreken de feiten en gaat het alleen over gevoelens en verwachtingen.
Het gaat over het gevoel van het college dat wijkraden niet meer passen in deze netwerksamenleving en de verwachting dat er in wijken met wijkplatforms beter en meer geparticipeerd zal worden. Er wordt in de nota van beantwoording vaak verwezen naar het coalitieakkoord. Dat slaat het gesprek dood als daarbij niet de argumenten van de coalitiepartijen aan de orde komen. Overigens staat in dat akkoord alleen dat men wil komen tot wijkplatforms en verder niets over de invulling. Daarbij was juist de inbreng van de stad belangrijk. Toch is die inbreng grotendeels genegeerd, regelmatig verwijzend naar het coalitieakkoord. Ook de participatieraad heeft het gevoel niet echt in gesprek te zijn geweest met het college. Daarom zouden we u nogmaals nadrukkelijk willen wijzen op ons advies. Tot slot. De verordening op de wijkraden kent heldere en democratische regels. Als u het college volgt is die verordening vervangen door een beleidskader met wat vage weinig democratische spelregels1. Wij zijn bang dat deze verandering geen verbetering zal worden. We herhalen daarom nog eens nadrukkelijk ons advies om de verordening nog niet op te heffen maar te experimenteren met wijkplatforms in een beperkt aantal wijken, zoals wijken waar op dit moment geen wijkraad is, en daar lessen uit te trekken voor een helder nieuw kader.
1
De verandering betekent dat (a) het wijkplatform geen belangen van de wijk meer mag vertegenwoordigen (b) wijkbewoners niet meer mogen kiezen wie ze in een wijkplatform willen hebben (de gemeente beoordeelt of een groep mensen die zich aanmeldt, geschikt is volgens haar geformuleerde uitgangspunten) en (c) dat een wijkplatform geen verantwoording meer aan een wijk hoeft af te leggen.