CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

12-07 Inspreekbijdrage dhr. van Eeden

commissie Bestuur 7 december 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:20 uur Van wijkraden naar wijkplatforms (FR)1.428 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke inspraakreactie voor commissie bestuur 7-12-2023 Geachte commissie, Onderstaand licht ik puntsgewijs mijn zienswijze toe over het beleidskader wijkplatforms zoals u dat aan de Raad op 21 december a.s. ter finale besluitvorming gaat voorleggen. Ik zet het op schrift omdat inspraak in 3 minuten tot simplisme leidt. Het ontbreken van een behoorlijke probleemanalyse en van onderzoek zorgt ervoor dat voor de voorgestelde transitie onvoldoende basis is. Er zijn inderdaad ervaringen geweest in de stad waarbij wijkraden in zichzelf gekeerd waren en toch stelden namens de wijk te spreken. Daar hadden eerdere colleges van B&W al langer een eind aan moeten maken, door de verordening op de wijkraden aan te scherpen. Dat gebeurde niet waardoor bijvoorbeeld de zittingstermijnen van wijkraadsleden ongemoeid bleven. Ik heb in december 2020 bij de bespreking van de verordening de commissie voorgesteld om een bestuurskundig onderzoek te doen naar het functioneren van de wijkraden. Het enige antwoord dat ik kreeg was de wedervraag namens wie ik wel sprak. Nadat dat dus geweigerd is heb ik met hulp van het Haarlems Mediafonds een onderzoekjournalist (Marilou den Outer) bereid gevonden de zaak uit te zoeken. Uit haar verslagen (zes stuks in Haarlems weekblad) bleek een grote diversiteit van de wijkraden te bestaan. Met haar onderzoek is niks gedaan.

Het voorliggende voorstel van het college berust op subjectieve opinies,niet op onderzoek. De centrale stelling van het voorstel luidt: niemand kan namens de wijk spreken, want de meningen in een wijk lopen uiteen. Ergo, wijkraadsleden zijn niet representatief. Deze redenering zou bij gelijke toepassing op de gemeenteraad uw werk in de stad onmogelijk maken. De coalitie vertegenwoordigt iets meer dan een kwart van de Haarlemse bevolking, gezien opkomst en zetelverdeling. De gemeente projecteert het eigen representativiteitsprobleem op de wijkraden. Maar wat erger is : het werk van geëngageerde burgers in de stad wordt weggezet. Het stuk stelt dat de nieuwe platforms niet meer aan belangenbehartiging mogen werken, door zich tot de politiek te wenden als ze dat nodig vinden. Uit een dergelijke stellingname spreekt wantrouwen naar de burger. Hoe heeft dit systeem dan een halve eeuw kunnen bestaan? Ten onrechte problematiseert de gemeente de representativiteit en de ervaringskennis van bewoners. Eventuele tegenstand moet u niet verhinderen maar juist gebruiken als bron van kennis en informatie. Zie het werk van Herman Tjeenk Willink. Tegendemocratie is een steunbeer van de democratie. Om de kloof tussen burgers en bestuur te dichten is vertrouwen nodig , niet het miskennen van de inzet van betrokken burgers.

In de nota van beantwoording van de inspraakreacties staat dat eerdere passages in de startnotitie rond het recht op (exclusieve) belangenbehartiging van de wijkraden in de eindversie is verdwenen. Dit als reactie van de insprekers die stelden dat dat recht formeel nooit heeft bestaan. Ook in de praktijk konden steeds anderen dan de wijkraden rechtstreeks hun belangen bij het gemeentebestuur bepleiten. Goed dat dat achteraf wordt erkend, maar in december 2023 maakte die passage het hoofdbestanddeel uit van de discussie in de raadscommissie over de startnota. Conclusie: de Raad is vals geïnformeerd bij de startnota. De late verandering is trouwens het zoveelste voorbeeld hoe inspraak vaak werkt: de inbreng van burgers wordt gebruikt om het gemeentelijke plan te versterken, niet om er op in te gaan. In dezelfde nota is gereageerd over de erkenningsaanvragen die de aspirant wijkplatforms zouden moeten indienen. De kritiek van de insprekers is ter harte genomen waardoor nu de procedure is dat B&W zullen oordelen over de subsidieaanvraag. Hoe is nog niet geregeld, wel dat aanvragers

plannen moeten indienen. Welke inhoudelijke criteria het college gaat hanteren bij de beoordeling is duister. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. En wie de in behandeling zijnde participatienota leest weet dat de gemeente niet participeert in plannen die niet stroken met de ambitie van het gemeentebestuur. Dat staat daar letterlijk. Burgers moeten wel binnen de lijntjes kleuren, anders krijgen ze geen subsidie. Zonder heldere criteria dreigt willekeur. Het doel van de beoogde beleidswijziging is in zichzelf positief. Het is terecht dat de gemeente wenst dat de participatie van wijkbewoners wordt verbreed met groepen die zich weinig laten horen en die minder goed de weg weten naar ambtenaren en bestuurders. Dat met experimenten rond de nieuwe democratie (zoals met loting, wijkbudgetten etc.) zulke pogingen worden gedaan is te prijzen. Het beknotten van wijkorganisaties om hun belangen na te streven, soms ook tegen het coalitiebeleid in, is een verkeerd middel en zal enerzijds leiden tot afhaken van betrokken burgers, anderzijds de gang naar de (bestuurs-)rechter aanwakkeren. Dat moet de raad niet willen. Burgers laten zich trouwens niet weerhouden. In de drie debatten in de Pletterij is gewaarschuwd (o.a. door prof. Evelien Tonkens ) om bij de transitie niet het afhaken van betrokken burgers te veroorzaken.

En in de verhalen van ervaringsdeskundigen uit Velsen en Utrecht bleek dat dit effect daar helaas is opgetreden. Dat kan in Haarlem nu nog worden voorkomen. In genoemde debatten is er op gewezen is dat de cultuur binnen de gemeente zelf toe is aan een transitie. Ook uit het onderzoek van Mevrouw den Outer blijkt dit punt minstens zo belangrijk als dat wijkraden niet representatief (zouden willen) zijn. De gemeente communiceert vaak moeizaam, niet transparant en levert vaak niet. De wijkraden hebben een beter geheugen dan de wisselende ambtenaren en bestuurders. De gemeentelijk cultuurverandering is hard nodig. Gezien de genoemde argumenten is het nu nog net op tijd om het tij te keren. Uit het leeuwendeel van de inspraakreacties, ook van wijkraden , is duidelijk dat er weinig enthousiasme bestaat voor de beleidswijziging. Men wil – begrijpelijk - doorwerken, subsidiepotjes gebruiken en wil niet in conflict raken met ambtenaren en bestuurders. Dialoog over uitdagingen is geliefder dan conflicten over problemen. Niet alleen in Haarlem, het is ook de tijdgeest. Het zou de raadscommissie sieren om de haast van dit proces af te halen.

Waarom moet nu op stel en sprong door wijkraden worden overgestapt op het model van het wijkplatform? Terwijl nog maar moet blijken dat het als ideaal voorgestelde model van de wijkplatforms in de praktijk gaat werken en dat de gemeente voldoende steun kan bieden ondanks de krapte aan ambtenaren. Het lijkt me belangrijker dat eerst ervaring met die wijkraden wordt opgedaan die con amore de transitie in willen gaan. Dat er van de praktijk wordt geleerd in plaats van een ideaalmodel. Zo kan later tot een enkel model worden besloten. Onlangs vond in theater de Liefde een dialoog plaats over de lokale democratie. Toen Frenk van der Linden aan de fractievoorzitter van de PvdA vroeg wat hij die avond heeft opgestoken antwoordde deze dat de gemeente minder met tekentafelplannen naar de bewoners moet gaan maar in een vroeg stadium met open vragen bewoners moet tegemoet treden. Ik zou willen zeggen: Maarten Wiedemeijer: Dit is ook zo’n plan van de tekentafel.Laat je eens overtuigen door argumenten en wees niet bang om publiekelijk van gedachten te veranderen. Dat zou getuigen van moed en leiderschap. Mij lijkt het belangrijk om het advies van de Haarlemse participatieraad serieus te nemen. Het is op zich al merkwaardig dat die niet van meet af aan is betrokken bij dit plan. Dat advies luidt – te lezen in de nota van beantwoording pagina 23 en 24 –:

“Het is ons niet voldoende duidelijk of de transitie naar wijkplatforms bijdraagt aan meer actieve burgers. Er ontbreekt een goede probleemanalyse. Gun de wijkplatforms hun belangenbehartigingsfunctie en begin met de platforms , naast de wijkraden.” Alles bijeen redenen om de raadscommissie en de raad voor te stellen om tenminste :

de verordening tot wijziging van de verordening op de wijkraden aan te houden , dus niet per 1-1-2024 in werking te doen treden en daarnaast het intrekkingsbesluit van de wijkradenverordening m.i.v. 1 juli 2024 eveneens nu niet aan te nemen. Daardoor ontstaat tijd om van ervaringen te leren, wat beter is dan te dicteren.

Nog beter is het de verordening op de wijkraden pas definitief in te trekken als belangenbehartiging ook voor de nieuwe platforms door B&W is geregeld, Daarbij kan er natuurlijk erop gelet worden of er draagvlak is voor verlangens en eisen van bewoners. (Los van wijkraden horen bestuurders altijd al draagvlak te toetsen alvorens te beslissen.) Coalitiepartner CDA, bij monde van Jan Klaver, gaf in een eerdere commissievergadering te kennen de belangenbehartiging ook voor de wijkplatforms te willen regelen. (Zie vraag 30.2 van hem in de nota van beantwoording). Door mijn hier boven staand advies over te nemen schept u daar voldoende tijd voor. Een halve eeuw wijkraden verdient een zorgvuldig vervolg, geen abrupte sloop. Uit bezorgdheid voor de lokale democratie, Hoogachtend, De Heer van Eeden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13557054/1