11-28 transcript commissie Samenleving
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 28 november 2022
1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren. Van harte welkom op deze 28ste november. Een extra Commissie Samenleving. Waarin we de jaarverslagen van de openbare scholen gaan bespreken met u. De volgorde hoe we dit vanavond zullen doen, nadat we uiteraard de agenda hebben vastgesteld, we zullen eerst de schoolbestuurders vragen om een korte toelichting te geven. Dan laat ik het aan u om vragen te stellen naar aanleiding van de verslagen. Mochten er politieke vragen tussen zitten, dan hebben we hier ook wethouder Van Leeuwen, die die vragen kan beantwoorden. En uiteraard, elke school zal zijn eigen vragen beantwoorden. En dat gaan we ook doen zoals ze op de agenda staan. Verder heb ik in ieder geval geen mededelingen, maar ik heb wel van de wethouder vernomen dat die wel een mededeling heeft. Dus als eerste, wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Ja, voorzitter, dank u wel. En fijn dat we hier bij elkaar zijn, in deze altijd bijzondere setting, wat een goed gebruik is hier in Haarlem. Ik had één mededeling. Dat is een zelfde soort mededeling die we afgelopen weken ook een keertje per mail heeft langs gekregen. Het ging namelijk ook, in het verleden, niet vorige week vrijdag maar de vrijdag daarvoor is een staking geweest in het leerlingenvervoer. Er is weer een staking aangekondigd.
Zoals afgelopen keer monitoren we dat actief als gemeente, en zorgen we hoe daar zo goed als mogelijk mee omgegaan kan worden. Dus voor komende woensdag staat het nu, lijkt dat te gaan gebeuren. Hoe dat precies verder gaat, dat houden wij weer voor u in de gaten. Maar dan weet u het alvast, en dat scheelt de griffie weer een mail naar u toe. De voorzitter: Dat is toch weer het voordeel van een extra vergadering, dan worden zelfs de mededelingen afgedaan. Helemaal goed.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan het vaststellen van de agenda. Kan de agenda conform worden vastgesteld, of zijn er vragen, opmerkingen en aanmerkingen? Nee. Uitstekend. Wel hebben we een inspreker die zich gemeld heeft, maar die is op dit moment nog niet aanwezig. We gaan de agenda afwerken en kijken of die inspreker alsnog komt. Als dat het geval is, dan zullen we kijken waar het meest geschikte moment gaat zijn om die uiteindelijk toch nog te laten inspreken.
3.
Realisatie instandhouding openbaar primair (speciaal) onderwijs 2021Spaarnesant (BL)4 De voorzitter: Dan zou ik over willen gaan naar agendapunt 3. Dat is het jaarverslag van Spaarnesant. De heer Elkerbout, namens de school aanwezig. Welkom hier. Als u een korte toelichting geeft op het jaarverslag, dan kunnen alle commissieleden u aanhoren. Gaat uw gang. De heer Elkerbout: Misschien nog even ter correctie, mijn naam is Elkerbout, en ik heb ook mijn collega meegenomen, Jan Alberts, die is lid van het college van bestuur. Een korte toelichting. Dat is nogal een uitdaging op een lijvig stuk. Dus ik ga mij niet wagen aan een samenvatting in drie zinnen. U heeft het allemaal kunnen lezen, we hebben voor het gemak ook nog een infographic voor u gemaakt, waarop eigenlijk de hoofdlijnen van het verslag te zien zijn. Het is misschien goed om u mee te nemen in onze grootste uitdaging
1
van dit moment. En dat is de uitdaging van het lerarentekort. U waarschijnlijk wel bekend. Dat zet op verschillende manieren onze organisatie onder druk. Nog afgezien van de dagelijkse spanning of alle groepen weer bezet zullen zijn, wat helaas niet altijd lukt, is er ook over al eigenlijk een groot vraagstuk in het organiseren van ontwikkeltijd voor leraren. En de mogelijkheid om ook te blijven werken aan de verbetering van het onderwijs. Want het eerste wat eraan gaat in de organisatiedruk, dat is natuurlijk die ontwikkeltijd. Mensen met zogenaamde ambulante tijd bij ons, die worden al snel ingezet voor de groep. En dat gecombineerd met het feit dat we natuurlijk niet alleen te maken hebben met een kwantitatief tekort, maar daarmee ook soms toch de kwaliteit onder druk zien staan, denk ik dat ik wel kan zeggen dat wij het grootste deel van onze tijd bezig zijn met niet alleen het organiseren van de dagdagelijkse organisatie, maar vooral kijken naar de toekomst en hoe we een bestendige organisatie kunnen krijgen van onze scholen, die ook beter opgewassen is tegen incidentele uitval. En in de afgelopen periode hebben we natuurlijk moeten dealen met het fenomeen van de coronacrisis. Die is natuurlijk nu, laten we zeggen, in naam wel voorbij. Maar nog in de afgelopen weken hoorde ik van directeuren dat er soms vijf leerkrachten ziek waren.
En dan is het werkelijk onmogelijk om de volledige bezetting nog te regelen. Dus ik dacht, als ik al iets moet samenvatten, dan is het wel dit als grootste uitdaging. En voor de rest heeft u in het verslag kunnen lezen, ik hoop dat u ziet waar we mee bezig zijn, waar onze aandachtspunten liggen ook in de stad. Wat ons betreft gaat het vooral over kansengelijkheid, over de samenwerking met zorg in het kader van passend onderwijs, en betere integratie van zorg en onderwijs. En het derde is educatief partnerschap. Dat vinden we buitengewoon belangrijk, om goed met ouders samen te werken in de ontwikkeling van hun kind. En wat we ook ervaren, is dat met name op de thema’s van passend onderwijs en kansengelijkheid, zijn de structuren en systemen waarin we werken soms niet helemaal opgelijnd met wat je zou willen als professional in de praktijk. En we doen er alles aan om daar ook in samenwerking met de gemeente stappen in te zetten. We zijn met het voorbereiden van integrale financiering van zorg al een aardig end gevorderd. En dat is een heel goed nieuws voor de kinderen in de meest kwetsbare posities.
We zijn in de stad ook al jaren behoorlijk goed met elkaar in gesprek over het thema kansengelijkheid, maar daar zie je toch ook dat het stelsel zoals we dat kennen, met een grote mate van versnippering, en het vo ons niet helpt om bijvoorbeeld de gewenste uitstel van keuze te realiseren. Dat is heel moeilijk in onze context. En wij zijn ook nogal actief in de discussie landelijk, over bijvoorbeeld zoiets als de eindtoets. Dat heeft u misschien wel meegekregen. En zo niet, dan zeg ik het u bij dezen. We zitten echt na te denken over hoe je de advisering zo zou moeten organiseren dat je kinderen geen onrecht doet. Want op dit moment is het systeem zo georganiseerd dat er vermoedelijk heel veel kinderen op de verkeerde plek terecht komen. Nou, hier laat ik het even bij. Alvast wat food for thought. De voorzitter: Voldoende food for thought inderdaad. Dank u wel. De voorzitter: Dan door naar de heer Post, namens Dunamare. De heer Post: Ja, ook even 152 pagina’s jaarverslag volgens mij, of zoiets. Dus dat ga ik ook niet allemaal herhalen. Ik wil er een aantal highlights uithalen. Wat wij zien bij onze leerlingen, is dat we hebben nog echt wel te maken met de naweeën van corona. Ze hebben de afgelopen tijd, afgelopen jaren moet ik zeggen, toch minder onderwijs gekregen. En dat zie je uit allerlei onderzoeken naar voren komen.
Leerlingen voelen zich niet fijn, vooral meisjes, dat is recent in het nieuws, voelen een mate van extreme druk om te presteren en daarmee onzekerheid komen. Maar we zien het ook in onze eigenlijk aanvragen voor extra zorg, voor begeleiding. En we zien het ook terug in cijfers op de scholen. Wij volgen natuurlijk die leerlingen goed, en we zien met name in de eerste paar jaar, en in het derde jaar, zien wij toch wel risico’s. Recent is door de minister bepaald dat de eindexamensystematiek doorgaat zoals het altijd ging. Dus zonder duimregeling. En dat betekent ook deze leerlingen het komende jaar nog flinke kluif krijgen om het te gaan halen. Dus dat is voor
2
onze leraren, en voor onze medewerkers op de scholen, echt een uitdaging. En daar maken ze zich zorgen om. En ik ook. Alleen het is wel een besluit van de minister wat we moeten uitvoeren. Wij hebben minder een probleem met het lerarentekort als in het po. Maar ik moet zeggen, ook bij ons staan er op dit moment geloof ik vijftig vacatures open op de site. Dat is best veel, dat is andere jaren nooit zo geweest. Dus we zien ook bij ons tekorten aan leerkrachten. En waar zien we dat? Dat zien we op de scholen die met de moeilijkste kinderen werken. Dus op het speciaal onderwijs bijvoorbeeld. En dat zijn nou juist de kinderen die het nodig hebben. Het is … Dus wij zetten op dit moment alle zeilen bij om het in te vullen. En dat gebeurt dan helaas soms met onbevoegde leerkrachten, met mensen die het graag willen doen. Of we vragen een docent extra te werken. Maar dat is eigenlijk niet wat je wil, want dat is een beetje vergelijkbaar met wat in het po gebeurt, je wil dat ze de tijd benutten voor bijvoorbeeld professionalisering. En voor goede lesvoorbereiding. Dus dat is een zorg waar ik heb die we niet zomaar kunnen oplossen, maar dat is wel echt een zoektocht waar we echt middenin zitten. Als ik dan kijk naar Dunemare als geheel, en ik kijk naar de financiën, dan kan ik zeggen dat jullie moeten bepalen of de instandhouding van het openbaar onderwijs nog adequaat is.
Dan hoef je daar geen zorgen om te maken. Dat is deels de oorzaak van enorme toevloed aan subsidies die we de afgelopen jaren hebben gehad van de rijksoverheid. Voor NPO, het Nationaal Plan Onderwijs. Dat geld hebben we een paar jaar geleden gekregen, en dat is een flinke reserve geworden. De bedoeling van die reserve is dat weer allemaal weer inzetten in onderwijs. We hebben dat eigenlijk in, ik weet het jaar niet meer, maar laten we zeggen twee jaar geleden gehad. Had een enorm resultaat. En nu moeten we dat gespreid, verplicht uitzetten onder de leerlingen. Dan voel je aan, dat is incidenteel geld, dat zijn subsidies. Daar kunnen we geen vaste mensen voor in dienst nemen. Dus dat wordt veel weggezet aan toch extra uren voor docenten, met de vraag of dat gewenst is. En de inzet van externen. Intussen is duidelijk dat die subsidiestroom op gaat drogen, en dat er een nieuw instrumentarium op ons af gaat komen. Dit jaar is dat geweest de basisvaardigheden. Daar is een grote subsidieronde voor geweest. Helaas zijn veel van onze scholen niet ingeloot. Want de rijksoverheid heeft besloten om daar een loting voor te doen, wie wel en niet geld kreeg.
En de scholen die bij ons het hardst nodig hadden, dat zijn toch het speciaal onderwijs voor een deel, krijgt voor een klein stukje gelukkig wel maar ook de vmbo’s, waar de taal- en leerachterstanden vaak het grootst zijn, die krijgen niet. Dus niet het Haarlem College, niet het Spaarnecollege. En dat is ontzettend balen, en daar hebben we ook ons ongenoegen over geuit richting de rijksoverheid. Maar dat vinden we ontzettend jammer. Dus dan gaan we toch maar weer dealen met wat we hebben, om dat toch mogelijk te maken. Waar maak ik me ook zorgen om? Los van het feit dat het goed gaat met de mensen, dat ze zich goed voelen, dat blijkt uit onze medewerkerstevredenheidsonderzoeken, dat we voldoende de financiële middelen hebben om de salarissen te betalen. We maken ons wel zorgen om stijgende energieprijzen. Wat wij nu zien, is waar we vorig jaar één miljoen aan energie betalen, dat intussen in rap tempo is opgelopen naar 4,5 miljoen euro. En bij ongewijzigd beleid gaat dat misschien wel naar acht, á negen, á tien miljoen euro. Nu is recent een toezegging gedaan, dat er wat compensatie komt. Maar dat is circa één miljoen. En dat betekent dat wij, net als heel veel mensen thuis, dat ook wij als organisatie met 25 schoollocaties, niet allemaal in Haarlem, maar natuurlijk ons zorgen maken. En dan is voor ons van belang dat die scholen natuurlijk er goed voorstaan.
En ik weet dat we binnenkort in overleg zijn met de gemeente, als het gaat om moderne huisvesting. Maar daar hebben we echt, en daar moeten we met ons allen realiseren, zowel wij als jullie, echt nog een flinke klus te klaren. Om te gebouwen weer echt up to date te maken. Want, u moet zich realiseren, toen een aantal jaar, tig jaar geleden, rijksoverheid besloot om huisvesting te decentraliseren naar de gemeente, dat vaak oude gebouwen, zeker van het openbaar onderwijs, waren. Wij zitten soms nog in monumenten met enkel glas en stalen kozijnen. Daar is toen niet voldoende middelen meegegeven aan de gemeente. Dus dat kan ik ook niet de wethouder of de gemeente verwijten, maar het betekent wel dat wij voor die enorme uitdaging staan om voor die leerlingen een goed gebouw te doen. Dus daar hebben we nog echt veel werk te doen. Misschien niet alleen in het gesprek, misschien niet alleen in het renoveren, maar ook in onze geluiden naar Den Haag. Wat speelt ook op
3
dit moment in onze scholen? Dat is de armoedeproblematiek. We zien dat door de energiecrisis en stijgende prijzen dat de armoede toeneemt. Nou hebben wij geen subsidieregeling voor bijvoorbeeld ontbijten, daar geloven we ook niet zo in. Maar wat we aan de scholen wel vragen: wees alert in het signaleren van echte armoedeproblematiek. Dus als er even geen geld is, wees er alert op. En als we zien dat er geen ontbijt is, als we zien dat leerlingen niet meekunnen met een uitje van school, dan gaan wij dat regelen voor ze. Nog sterker, recent was een mooi voorbeeld van een school, een vmbo-school, die heeft een kind een fiets gegeven. Omdat het kind geen mogelijkheid had om een fiets te kopen. Dus we proberen in alles maatwerk te bieden. Niet alleen voor leerlingen, maar ook voor ons personeel. Want ook het personeel heeft soms te maken met krappe financiële toestand. En daar zetten we bijvoorbeeld budgetcoaches voor in. Dat mensen geholpen worden, om te kijken: hoe kan je nou met je financiële middelen omgaan? Maar het is absoluut een probleem wat ik wel graag wilde vermelden in dit overleg. Tot slot, zien we ook onze zorgen rondom het voortgezet speciaal onderwijs. We hebben twee scholen voor voortgezet speciaal onderwijs in Haarlem, dat is de Daaf Geluk en dat is de Professor Doctor Gunningschool.
Wat we door corona zien, is dat er een toestroom aan leerlingen is vanuit andere scholen, meer dan andere jaren, naar deze onderwijsvoorzieningen. En dat komt misschien wel door het eerste punt wat ik zonet gezegd heb. Dat we zien dat kinderen aan een taks hebben gezeten als het gaat om het kunnen volgen van het onderwijs. Misschien ook wel de aandacht gemist hebben die ze normaal verdienden, en nu dreigen uit te vallen in twee mavo, drie havo, vier vwo, zeg ik maar even zo. En dat ze dan toch op het speciaal onderwijs terecht kunnen. Dus wij kunnen ze nu al niet huisvesten. We zijn in overleg met de gemeente. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat het speciaal onderwijs gaat groeien, maar wat we ook niet willen is dat de leerlingen thuis gaan zitten. Dus dat is echt een stevige klus voor het vso. Waar ik gewoon de komende tijd echt wel druk mee ben. En ook de gemeente overigens, en de wethouder. En waarin we samen moeten optrekken om dat weer te normaliseren. Want ik hoop dat we over een paar jaar, als corona weer gezakt is, daar weer normaal de situatie ontstaat. Dat er speciaal onderwijs is, maar alleen nodig in die gevallen dat het echt nodig is. En nu zie je dat onze leerlingen er soms zo slecht voorstaan, dat ze wel moeten. En tot slot, waar jullie ook mee te maken hebben als gemeente, en waar wij ook mee te maken hebben, is de enorme toestroom van vluchtelingen.
Een paar jaar geleden heb ik hier gezeten om over het ISK-huisvesting te praten. Als je nu ziet wat de toestroom is aan ISK-leerlingen, daar ben ik overigens in zeer goed overleg met de wethouder bezig met scenario’s dus ik ben daar helemaal positief over dat overleg, maar het is natuurlijk wel een zorg die zowel bij de gemeente ligt als bij ons. Waar we wel moeten uitkomen. En wat … Je moet denken dat er op het ISK in het verleden 100 tot 120 kinderen zaten. Dat groeit nu naar 350, misschien zelfs nog wel meer. Er wordt op dit moment noodhuisvesting bij de IKEA gebouwd geloof ik door de gemeente, heb ik begrepen. We weten natuurlijk nog niet helemaal wat op ons afkomt. Maar dat er een toestroom gaat komen, ook op onze ISK-scholen, dat is voor ons wel duidelijk. Dus genoeg werk voor het openbaar onderwijs. Maar met mensen die er energie in hebben om dat te gaan doen. En dat geldt ook voor mij, om daar verder inhoud en invulling aan te geven. En daar wilde ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. De voorzitter: En dan tot slot, de heer Van der Werff, namens het Stedelijk Gymnasium Haarlem. De heer Van der Werff: Dank u wel. Het is altijd fijn om twee grote mannen naast je te hebben die het gras voor je voeten wegmaaien, voor een deel. Want veel van de problemen die benoemd zijn, die spelen natuurlijk ook op het Stedelijk een rol.
En ik wil eigenlijk beginnen, want dat staat echt dichtbij me, dat is de zorg, ook voor kinderen die het thuis goed hebben en die een goed leervermogen hebben, en die toch heel erg in psychische nood geraken. Dat valt niet te onderschatten. We hebben de capaciteit meer dan verdubbeld. Maar het lijkt wel of elk aanbod zijn eigen vraag schept. Dus we leiden onze mentoren verder op om ervoor te
4
zorgen dat we echt bij de les blijven, en de kinderen goed in de gaten houden. Dat was vijf jaar geleden ongekend op het Stedelijk Gymnasium. We hebben natuurlijk de coronajaren gehad, die invloed hebben gehad. Maar het lijkt wel of de oorlog, de zorg over klimaat, et cetera, een grote impact hebben op het welzijn van kinderen. Kinderen maken zich gewoon heel veel zorgen, en komen daar vaak niet uit. Als je dan naar het jaarverslag kijkt, naar cijfers, dan ziet dat er allemaal keurig uit. En het doorstromen is op orde. De examenresultaten zijn goed. Maar er ligt wel een werkelijkheid achter die niet zichtbaar is in de cijfers, maar wel, en niet alleen bij mij, wel in de scholen. Dat is een grote bron van zorg. Wij zien bijvoorbeeld dat kinderen heel veel moeite hebben om zich te oriënteren op het tijdperk na school. Veel kinderen gaan studeren, en stoppen gewoon binnen een week. Omdat ze geen tijd hebben gehad, of geen ruimte in hun hoofd, om zich goed te oriënteren op de volgende stap. Heel merkwaardig, maar wel een scherpe breuk met het verleden. Gelukkig hebben wij geen echte grote last van het docententekort, maar we zijn wel begonnen, dat heeft u ook kunnen lezen, met een programma om samen te werken met universiteiten en hogescholen om talenten te spotten. En de school te vullen met stagiaires.
Dat is niet alleen bijzonder leuk, want het favoriete geboortejaar op het SGH is 1958, dus je zou kunnen zeggen dat het docentenkorps hier en daar wat aan slijtage onderhevig is. Dus is het wel heel leuk … Heel fijn dat je dat zegt. Maar goed, veel jonge mensen binnen de organisatie geeft ook weer nieuwe schwung, en is gewoon heel prettig om dat te zien. Waar we eigenlijk een jaar of vijf, zes geleden begonnen zijn, dat weet je heel goed Marten, is ook het werken aan kansengelijkheid. We hebben contact gelegd met ongeveer vijftien po-scholen, en we proberen echt kinderen uit buurten met een achtergrond die normaliter niet op het SGH terechtkomt, om die actief op school te krijgen. En daar dan ook goed in te begeleiden. En we hebben daar een huiskamer voor waar kinderen extra aandacht krijgen, en extra tijd op school kunnen doorbrengen. Een ander aspect wat heel belangrijk is geworden is het burgerschaponderwijs. Dat gaat eigenlijk heel erg goed. Wij gebruiken dat ook als een vakoverstijgend onderwerp. En eigenlijk zie je ook dat burgerschap en kansengelijkheid heel mooi samen op kunnen gaan, en eigenlijk twee benen zijn van eenzelfde lichaam. Een derde aspect wat ik nog zou willen noemen hierbij, is dat de coronatijd ook wel wat goede dingen heeft gebracht.
Bijvoorbeeld het gebruik van digitale lesmethoden om het onderwijs te differentiëren, heeft echt wel een enorme duw in de rug gekregen door de coronaperiode. Dus naast het leed wat het kinderen gegeven heeft, heeft het gelukkig ook wel weer iets gebracht waar we in de toekomst ons voordeel mee kunnen doen. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het nu aan de commissie om vragen te stellen. En dat gaan we doen zoals de agenda dus ook is vastgesteld. Als eerste dus de vragen aan de heer Elkerbout en collega, over Spaarnesant. Wie kan ik van de commissie als eerste het woord geven? Mevrouw Van der Windt, namens D66. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel, voorzitter. Heel veel dank voor het jaarverslag en de heldere mondelinge toelichting daarop. Het is vandaag 28 november 2022, en wij als Commissie Samenleving gaan spreken over de vraag of in dit geval Spaarneland in 2021 voldoende openbaar onderwijs heeft gerealiseerd. En ik denk dat we ook zonder die jaarverslagen het hadden aangedurfd, om daar volmondig ja op te zeggen. En dit stuk, en dat geldt ook voor de andere stukken, kunnen wat D66 betreft dan ook als hamerstuk naar de agenda van de raad. We hebben best een lange tijd om hierover te praten.
Het lijkt mij niet zo goed om heel erg terug te kijken naar het toch wel bijzondere coronajaar 2021, als we weten dat het jaarverslag door de raad van bestuur, raad van toezicht en een accountant al is afgetikt. En wij zien dat er onder zeer moeilijke omstandigheden, waarbij schoolbesturen bijna wekelijks hun onderwijsplannen hebben moeten aanpassen aan de bijzondere coronamaatregelen, gewoon goed werk is geregeld. Bovendien kunnen we niet al te veel meer veranderen aan 2021. Ik kijk dan ook liever vooruit, en wat ik net zei geldt ook voor het Gymnasium en voor Dunamare. Dan hoef ik dat zo meteen niet te herhalen. En ik heb dan ook voor Spaarnesant de volgende vragen: zijn er dit jaar, dus in 2022, zaken voorgevallen die u wil delen met deze commissie? Gaan er in 2023
5
zaken spelen waarvan u denkt dat de gemeente een belangrijke rol kan vervullen, en wat verwacht u dan van de gemeente? En u triggerde me een beetje met uw opmerking over een beter passend advies. En als moeder van een dochter die van vmbo naar havo naar vwo is gegaan ben ik daar toch al bij betrokken. Hoe denkt u dat het u gaat lukken om een beter passend advies te geven aan leerlingen, zodat ze makkelijker terecht komen op de school waar ze thuishoren? Dat waren mijn vragen, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er anders commissieleden die een vraag hebben? Mevrouw Klazinga namens de VVD. Mevrouw Klazinga: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik sluit me erbij aan … Vooropgesteld, dat wij als VVD ook positief gestemd zijn en inderdaad concluderen dat er voldoende passend onderwijs in het po is geboden. Ik heb wel een paar vragen over het jaarverslag. En die zijn deels financieel van aard, deels inhoudelijk. In het verslag zag ik dat er in 2022, ’23 en ’24 tekorten worden verwacht. Dan wordt er ook in de informatiebrief die wij hebben gekregen bij vermeld dat die vooral gedekt zullen worden door de bestemmingsreserve van de NPO. Alleen als ik dan cijfers vergelijk, dan kom ik 4,4 miljoen aan cumulatieve tekorten tegen. En 1,8 miljoen aan bestemmingsreserve.
Hoe worden die tekorten veroorzaakt? En op wat voor manier gaat u het restant dat dus niet door de NPO bestemmingsreserve wordt gedekt, hoe gaat u dat dekken? En wat wordt er aan gedaan om ervoor te zorgen dat er in 2025 niet meer tekorten worden verwacht? Dan heb ik nog een vraag, en die gaat over de NPO-middelen. Op pagina 56 van het verslag staat te lezen dat er een viertal beleidslijnen zijn uitgezet voor het gezamenlijk deel van de NPO. En mij valt op dat die eigenlijk allen gericht zijn op leerkrachten, en niet op leerlingen. Nou begrijp ik dat zonder leerkrachten kun je de leerlingen natuurlijk niet dienen. Alleen ik heb begrepen, en dat werd net door één van uw collega’s ook eigenlijk wat mij betreft bevestigd, dat die NPO-middelen ervoor bedoeld zijn om, zo heb ik het begrepen in ieder geval, de coronamaatregelen zoveel mogelijk te mitigeren. En dus ten goede zou moeten komen aan kinderen. Dus kunt u dat even uitleggen, hoe zich dat ten opzichte van elkaar verhoudt? En dan nog een derde onderwerp, en dat is de Hildebrand. Op pagina 32 van het jaarverslag staat te lezen dat de Hildebrand in ’22, dus dit jaar, opgaat in de Martin Luther Kingschool en dat dat verder wordt afgebouwd. Nu heb ik begrepen dat daar inderdaad verdere stappen inmiddels toe gezet zijn. Ook al contact met ouders is geweest.
Maar ik heb ook begrepen dat er een hele specifieke, dat staat ook in dit jaarverslag te lezen, dat er een hele specifieke groep aan kinderen wordt bediend binnen de Hildebrand. Namelijk kinderen met een leerachterstand, maar zonder gedragsproblematiek, wat binnen het verdere speciaal onderwijs binnen uw stichting niet het geval is. Dus hoe gaat u ervoor zorgen dat die groep kinderen binnen Haarlem in de toekomst nog passend onderwijs krijgen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ja, de heer El Aichi namens het CDA. De heer El Aichi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil als eerste mijn complimenten overbrengen aan alle schoolbestuurders vanavond. Schoolleiders en alle leraren van onze gemeente. Als ik naar het verslag van Spaarnesant kijk, dan vallen mij een paar dingen. Bij het kopje thema’s is te lezen dat de thuissituatie van leerlingen vraagt soms meer dan alleen onderwijs. Mijn vraag is: hoe is het met de samenwerking tussen Spaarnesant en het sociaal … en een ‘sng’s’ of een schoolmaatschappelijk werk. In de wijken waar Spaarnesant actief is, zijn er veel organisaties die huiswerkbegeleiding aan leerlingen aanbieden. Kunt u iets vertellen over eventuele samenwerking tussen uw school en de organisaties die huiswerkbegeleiding geven? Laatste vraag is: in hoeverre wordt in uw gebouw van Spaarnesant geïnvesteerd in ventilatie? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Zoon namens Hart voor Haarlem.
6
Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ook mijn dank aan alle drie de bestuurders die een goede toelichting hebben gegeven over hun jaarverslag. Als we het nu over Spaarnesant hebben, heb ik zoiets van: u heeft 6830 leerlingen. We weten vaak demografisch hoe dat zich gaat verhouden in de toekomst. We hebben daar vorig jaar ook debat over gehad, hoe dat gaat met de instroom leraren en dergelijke. Heeft u ook een idee hoe dat de komende tijd in uw onderwijsorganisatie plaatsvindt? Gaan we meer leerlingen verwachten, moeten we misschien schoolgebouwen bijbouwen? Heeft u het demografisch op orde? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul namens SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook mijn dank aan alle schoolbesturen. Wat ons betreft is het ook voldoende gerealiseerd. Maar we hebben wel een aantal vragen. In de eerste instantie aan Spaarnesant. Ik las dat er in de jaren 2021 – 2024, in de meerjarenbegroting, inderdaad tekorten zijn. Van respectievelijk één miljoen, 570 duizend, 282 duizend. Die worden gedekt uit de NPO-middelen. Ik kan me voorstellen dat u dat ook deels aan de leerlingen uitgeeft. Maar worden die NPO-middelen ook voor het doel gebruikt waarbij u nu die tekorten zeg maar dekt? Ik heb een andere vraag. Ik las verderop ergens over de IKC in Boerhaven. Daar heeft u staan dat in 2022 pas heeft de gemeente capaciteit kunnen inhuren.
Terwijl dus eigenlijk het al een hele tijd klaarlag. Weet u hoe dat komt? Of wat heeft u gedaan om dat zo sneller te laten behandelen? Oh ja. Ik las ook iets over onderwijsachterstandsmiddelen. Dat dat per brn-, heet dat geloof ik, nummers wordt toegekend. En ik zag bij één van die scholen, in dit geval van de Erasmus, de Globe en de Piramide, dat zij een … Ik weet niet of dat nog steeds één school is of dat het nu drie verschillende scholen zijn. Dat dat op één brn-nummer wordt toegekend. En dat … En ik zie ook dat daar best wel een bedrag in mindering, dus steeds minder wordt. Is er een mogelijkheid om dat alsnog apart te doen? Of krijgen scholen … Laat ik het zo zeggen. Krijgen scholen het daardoor moeilijker? Daar ben ik benieuwd naar. Is er dan voldoende om achterstanden weg te werken? En voor de andere besturen een vraag. De voorzitter: We gaan eerst deze bestuurder doen, dan komen we strakjes bij de andere bestuurders. Mevrouw Hamzad, namens GroenLinks. Mevrouw Hamzad: Dank u wel, voorzitter. GroenLinks sluit ook aan bij andere collega’s, D66, VVD, CDA en SP. Mijn hartelijke dank aan alle schoolbestuurders. Wij kijken ook heel positief en concluderen ook heel positief naar de jaarverslagen. Vooral als ik vanuit mezelf spreek. Ik werk zelf vijf dagen in het onderwijs, sta vijf dagen voor de klas.
Ik weet hoe mooi het is in het onderwijs te werken, maar daarnaast het is ook keihard werken, vooral in deze tijd van lerarentekort. En beperkt tot de subsidieregeling. We hebben wel een klein vraagje. Betreft het VOG. VOG is een wettelijke eis. De opdracht voor het aanvragen van een VOG gebeurt momenteel via een verzoek, via een mail vanuit de afdeling administratie of het bestuur. Blijkbaar, deze opdracht wordt niet altijd op tijd gegeven. Onze vraag is: welke maatregelen heeft het schoolbestuur genomen om dit in de toekomst in goede orde te stellen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bastiaans, namens de PvdA. Mevrouw Bastiaans: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is al gezegd. Heel veel dank aan alle medewerkers voor de flexibiliteit die ze hebben getoond in de afgelopen jaren, tijdens de coronaperiode. En dan is het helemaal mooi om te lezen dat de enige school van Spaarnesant met een herstelopdracht een voldoende heeft ontvangen. Dus dat is ook een mooi resultaat. Voor wat betreft het lerarentekort, u zei er al iets over. Maar volgens mij sprak u vorig jaar over samenwerking met pabo’s en om als opleidingsschool te fungeren. Om via die kant het lerarentekort ook te kunnen ondervangen. En u sprak net over tekorten in het speciaal onderwijs ook, dus ik vroeg me af of daar ook speciale aandacht voor is. Dan heb ik nog … U zei ook iets over het
7
schoolontbijt al. We weten dat er een aantal scholen in Haarlem zijn die dat via het Jeugdeducatiefonds subsidie voor ontvangen. Maar ik vroeg me ook af hoe het Spaarnesant er zelf bij betrokken, en hoe kijkt u daarnaar? En ten slotte nog een vraag over de IKC’s. Werd net ook al genoemd. Er staat in het hele mooie Spaarnesant in Beeld, staat er ook, er staat dat er steeds meer scholen moeten worden ingericht als IKC. En ik vroeg me even af, gaat het dan om scholen van nul tot twaalf jaar, of van vier tot twaalf jaar? Want wij staan met de PvdA vinden IKC’s heel belangrijk, onder andere ook omdat de rol van ouders daarin ook belangrijk is. En dat is het laatste waar ik dan nog aandacht voor vraag, voor alle scholen. Om aandacht te hebben voor de oudercommunicatie. Het is per school wel verschillend nodig, die aandacht. Bij sommige scholen zijn ouders heel erg betrokken, terwijl je bij andere scholen juist wat meer zou willen dat ze betrokken zijn. Dus mijn vraag is ook hoe Spaarnsesant als organisatie daaraan kan werken. En als laatste nog de vraag aan u: welke steun heeft u nodig vanuit de gemeenteraad bij problemen als lerarentekort en andere zaken die spelen? Het schoolontbijt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden die vragen hebben aan de bestuurder van Spaarnesant? Nee? Dan ga ik naar u. Een hele hoop vragen gesteld.
Overlegt u verder zelf eventjes wie de meeste vragen beantwoordt. Maar in ieder geval, gaat uw gang. De heer Elkerbout: Komt goed. Een palet aan vragen. Dank u wel voor al die vragen. En voor de kennelijke interesse waarmee u ons jaarverslag heeft gelezen en alles wat u eruit haalt. Daar heb ik bewondering voor. Want nogmaals, het is een dik pak papier en het zou er makkelijk toe kunnen leiden dat u het laat bij de samenvatting. Maar dat is kennelijk niet gebeurd. Dus complimenten daarvoor. En ook een paar hele belangrijke thema’s die aan de orde worden gesteld. Ik denk dat het misschien goed is om toch te proberen een aantal dingen een beetje te clusteren, om te voorkomen dat ik dingen die van verschillende vragenstellers komen, dat ik die dubbel ga beantwoorden. Ik denk dat het goed is om even het thema NPO bijvoorbeeld eruit te lichten, waar veel over te doen is in het land. En ook waar financieel nogal wat over te zeggen valt. En een aantal van u vraagt ook naar de financiële doorkijk die we gegeven hebben in het plan naar de komende jaren. Ik wijs er overigens op, dat is geen begroting maar een raming. Dus wat we doen is dat we een doorkijkje geven bij gelijkblijvend beleid. En dan gaan er een aantal dingen gebeuren in de komende jaren. Ik kon even een glimlach niet onderdrukken bij het woord tekorten.
Want ons grootste probleem is niet zozeer dat we tekorten zien aankomen, maar is: hoe krijgen we het geld uitgegeven? Dus iedere keer als we plannen in de begroting om een tekort te realiseren, en dat is de enige manier om je reserve aan te spreken, dus een tekort zien wij niet als een probleem, maar als een technisch middel om uit onze reserve te kunnen putten. Dan zien we toch in de loop van het jaar weer opdoemen dat het ons weer niet gelukt is om die min te realiseren. Omdat wij natuurlijk bij de begroting erop rekenen dat als we personeel kunnen krijgen, dat we dat dan ook inboeken als … Dat moet betaald kunnen worden. Maar feitelijk zien we natuurlijk iedere keer dat de realisatie daar achterblijft op wat we begroten, omdat het doodeenvoudig niet lukt om alle vacatures die we hebben tijdig vervuld te krijgen. Dus dat is een belangrijke reden waarom het ook helemaal niet … We hebben ook echt de beleidslijn gekozen, in de afgelopen jaren, om het idee van voorzichtig begroten te verlaten. Dus we hebben eigenlijk bewust zetten we ruim in voor de begroting, zodat we in ieder geval een grotere kans hebben dat we uiteindelijk ook eens iets van die reserves gaan opgebruiken. Wat er met het NPO is gebeurd, dat is natuurlijk … Ook daar is veel discussie in het land over geweest.
En sowieso is het al zo dat het aanvankelijk was toegekend als een subsidie voor twee jaar, die ook in twee jaar op moest. Daarvan hebben wij eigenlijk direct al gezegd: dat gaan we niet doen. Dus we hebben al direct gezegd: we gaan dat over vier jaar uitspreiden. Ook omdat we dat met onze personele ontwikkeling mooi konden invlechten in ons natuurlijk verloop. Dus dat betekent dat we op deze incidentele middelen wel structureel personeel konden aannemen. Omdat we zagen dat we uiteindelijk door het verloop geen probleem zouden hebben om die personeelsleden
8
ook te kunnen blijven betalen. Verder is het zo dat het inderdaad in het leven geroepen is, die NPO, om vermeende achterstanden uit de coronaperiode in te lopen. Daar is ongelooflijk veel discussie over geweest in het land. Ik heb zelf nog een team voorgezeten van schoolbestuurders en wetenschappers, die zich bogen over de vraag: wat is er nou feitelijk aan de hand? En eigenlijk was de grote conclusie die ook onderstreept wordt door wat mijn collega’s links van mij daarnet hebben verteld, dat het eigenlijk met de cognitieve achterstanden best wel meeviel in die periode. Onder andere doordat we ook heel goed online onderwijs hebben gegeven. Maar dat de problematiek zich veel geschakeerder heeft voorgedaan, en met name op het welzijn van kinderen zit. En daar lopen we natuurlijk ook op tegen een ander vraagstuk. Namelijk, dat zijn de grote tekorten in de jeugdzorg en de wachtlijsten die daar oplopen, en het feit dat wij als onderwijs daar natuurlijk geen middelen op mogen inzetten. Dus dat is wel bijna treurig, dat je wel de middelen hebt maar dat je ze er eigenlijk niet aan kunt besteden. En verder is het zo dat … Er is voor dat NPO eigenlijk gekozen, ik weet niet of u die term kent, maar er was een soort van menukaart aan interventies door OCW bedacht.
Daarvan hebben wij ook gezegd: onderwijs is veel te complex om zich te verhouden tot een simpele gedachte van maak maar een scan en dan pak je een interventie uit de menukaart en dan komt het wel goed. Dus wij hebben gezegd: wij blijven aansluiten op de schoolplannen van de scholen en ons eigen plan. En we hebben eigenlijk voldoende ruimte in die menukaart gevonden, om gewoon het eigen beleid te kunnen voortzetten. En daarmee als het ware de financiering ook gebruiken voor wat meer ruimte in dat beleid. Dat even over het blokje NPO. En daarmee ook dus die voorspelde tekorten en ons financiële reilen en zeilen op dat punt. Dan was er een vraag over de overstap van po naar vo, omdat ik een opmerking maakte over de advisering en wat daarbij komt kijken. Ook dit is eigenlijk wel een complex vraagstuk. Dus … Maar laat ik even in hoofdlijnen schetsen waar wij tegen aankijken. In ons stelsel in Nederland, is eigenlijk het laatste stelsel van de beetje beschaafde landen, waar de advisering op zo’n jeugdige leeftijd plaatsvindt. Dus dat stelsel is eigenlijk verouderd. Voldoet al helemaal niet meer aan wat we aan empirische kennis hebben over wat goed is voor kinderen. En daar hebben we mee te dealen met elkaar. En één van de dingen die daar speelt, is dat het po de opdracht heeft om een advies te verstrekken. En dat is een eufemistische term, want het is helemaal geen advies.
Het is een besluit met verstrekkende gevolgen en een groot severe effect. Want het besluit wat wij eigenlijk nemen heeft dezelfde impact als het wel of niet halen van hun einddiploma. Het betekent namelijk dat je kinderen een ticket verstrekt op een bepaald type onderwijs. En dat kan hele grote gevolgen hebben voor de toekomst van die kinderen. Eigenlijk is het zo dat in alle redelijkheid van het po niet gevraagd kan worden om op die leeftijd een pertinente uitspraak te doen over het potentieel van kinderen over zes jaar. Dat is godsonmogelijk. En het feit dat het stelsel dat van ons vraagt is eigenlijk ook crimineel, ik kan het niet anders noemen. Daar worden grote fouten in gemaakt. Niet omdat wij dat niet kunnen of niet willen, maar omdat het systeem dat gewoon veroorzaakt. En daarbij is een grote druk gelegd ook op het gebruikmaken van toetsing. Ik raad u allemaal aan om eens een keer een podcast van Karen Heij te zien. De eindtoets, daar maakt ze gehakt van. Want daar wordt eigenlijk op een veel te smalle basis worden kinderen cognitief ingedeeld ten opzichte van een gemiddelde. Terwijl je natuurlijk eigenlijk naar ieder kind zou moeten kijken, en zou moeten kijken hoe zij zich verhouden tot de doelen die de overheid ons de opdracht geeft die kinderen te laten halen.
Ik zit er nogal strak in, zoals u hoort, maar ik vind dit ook echt een heel groot probleem van het stelsel. Een probleem dat door de landelijke politiek zou moeten worden aangepakt, en niet wordt aangepakt. Men loopt eromheen, omdat er natuurlijk onmiddellijk een hele ingewikkelde maatschappelijke discussie ontstaat over wat dat dan betekent voor bijvoorbeeld kinderen die heel blij zijn dat ze op twaalfjarige leeftijd naar mijn collega hier kunnen. En ja, dat stelsel wordt dus in stand gehouden door mensen die als het ware de succesvolle bewandelaars van dat stelsel zijn. Een weerbarstig probleem. Wij proberen kleinschalig, in samenwerking met het vo, te kijken of we toch anders om kunnen gaan met die overstap. Kijken of we met scholen die daarvoor belangstelling hebben een drempelloze overstap kunnen organiseren, zodat we kleinschalig toch een beetje ervaring gaan opdoen met hoe het werkt als je wat minder op jonge leeftijd al die
9
definitieve adviezen geeft. Verder is het zo dat we proberen waar mogelijk kinderen het voordeel van de twijfel te geven, respectievelijk wat bredere adviezen te geven als we het niet zeker weten. Dat is een breuk met het verleden. Want in het verleden werd er hier in Haarlem eigenlijk vooral enkelvoudig geadviseerd, en dat had ook weer te maken met de samenstelling van het vo in Haarlem. En wij proberen daar toch een wat andere koers in te gaan varen. En we zijn in goed gesprek ook met het vo over deze problematiek. Dus we hebben al vele malen daarover met elkaar van gedachten gewisseld. Maar daar ook word je gewoon geconfronteerd met het feit dat iedereen eigenlijk op een bepaalde manier een gevangene is van het stelsel waarin dit nu eenmaal het moment is waarop kinderen als het ware die belangrijke keuze maken. Even kijken. Er is iets gezegd over de Hildebrand. Laat ik dat ook maar eens even noemen. Dat komt volgens mij in twee vragen ook voor. Wij zitten nogal diep in het speciale onderwijs met Spaarnesant. Samen met TWijs zijn wij de twee schoolbesturen die het speciaal onderwijs in de stad organiseren. En wij hebben al een tijdje geleden met het samenwerkingsverband eigenlijk beleid gekozen om dat speciaal onderwijs wat anders te gaan organiseren. Wij kennen een aantal cluster drie-scholen, en we hebben een aantal EKC’s, noemen we dat inmiddels.
Dat zijn eigenlijk drie scholen waar we geïntegreerd onderwijs en zorg aanbieden. Samen met jeugdhulpaanbieders. Dat gebeurt allemaal onder de vlag van het samenwerkingsverband, en dat wordt als het ware gedragen door drie schoolbesturen. TWijs, Spaarnesant en Aloysius. En in die beweging wordt er eigenlijk geen onderscheid meer gemaakt in het basisonderwijs, tussen het zogenaamd speciaal basisonderwijs, dat is een unieke variant die alleen in het primair onderwijs bestaat, en het speciaal onderwijs. Wij kennen nu alleen nog maar specialistisch onderwijs. En de reden dat we die richting gekozen hebben, dat is dat door het succes van passend onderwijs in onze regio in de afgelopen jaren eigenlijk het aanbod op de reguliere scholen enorm is verbreed. En dat leidt ertoe dat de kinderen die momenteel nog op de Hildebrand zitten, in feite tegenwoordig in het reguliere basisonderwijs gewoon een goed en passend aanbod kunnen krijgen. En we zien ook dat heel veel van onze basisscholen deze kinderen met een vergelijkbaar profiel als de kinderen die nu op de Hildebrand zitten, gewoon een passend aanbod bieden. Laten we zeggen dus kinderen die uitsluitend eigenlijk wat extra ondersteuning nodig hebben op leervragen, en die niet te maken hebben met dubbele problematiek of gedragsproblemen, die kunnen gewoon in het reguliere onderwijs in het algemeen heel goed terecht.
Dus vandaar dat we deze ontwikkeling ook hebben ingezet, in goed overleg trouwens, met alle partijen. En wij garanderen, dat hebben we ook met de ouders gecommuniceerd, wij garanderen dat de kinderen die nu op de Hildebrand zitten, dat die hun carrière daar af kunnen maken. Met dezelfde bekostiging van het samenwerkingsverband. En we wachten nog even op de reactie van OCW daarop. Maar die gaat er ook vast komen. Oké. Even kijken. Door onderwijs achterstandsmiddelen. Het ging daar over met name de mindering waarvan sprake was bij bijvoorbeeld Erasmus, Globe en Piramide. Maar we kunnen ook in zijn algemeenheid wel zeggen dat de achterstandsmiddelen behoorlijk onder druk staan. Want wat er gebeurd is in het verleden, is dat de landelijke budgetten daarvoor, die zijn bevroren. Terwijl het aantal leerlingen dat ervoor in aanmerking zou moeten komen best wel is toegenomen. En daarmee werd als het ware de verdeling steeds dunner. Bij deze drie scholen is een nieuwe systematiek er de oorzaak van dat zij minder krijgen dan in het verleden. En dat heeft te maken met dat in de berekening van het verleden was er een soort van cumulatie van het postcodegebied waar de kinderen in woonden, als de weging waar de school mee te maken had. Dat is nu gereduceerd tot één regeling. Dat heet de onderwijsscore.
Dit zijn overigens de scholen die in Haarlem behoren tot de scholen met de allerhoogste onderwijsscores en die dus wel nog het maximale aan middelen ontvangen, zoals je dat zou kunnen krijgen in de huidige systematiek. Maar we zien inderdaad dat de organisatie van die scholen best wel onder druk staat. En dat geldt dan met name voor de kleinste van de drie, want de Globe is een vrij kleine school. En we zijn ook heel goed aan het nadenken over of we dat op deze manier kunnen blijven doen. Gelukkig, nogmaals, zit Spaarnesant niet naar een lege reserve te kijken. Dus we kunnen een heleboel fricties ook wel opvangen. Maar ons beleid is dat uiteindelijk scholen de eigen broek moeten ophouden, zoals dat zo fijn heet. Omdat we nu eenmaal niet willen dat er structureel
10
geld van de ene school naar de andere gaat. Er is een vraag gesteld over de toekomstige leerlingenaantallen. Ik zou bijna willen zeggen: voorspellen is heel moeilijk, vooral als het over de toekomst gaat. En dat blijkt zeker bij de leerlingprognoses. Mijn collega wil daar misschien eerst wat over zeggen, en ik meen dat de wethouder daar ook nog iets over wilde zeggen. Ik weet niet wie … Misschien Jan eerst, en dat jij even aanvult? De heer Alberts: Graag wil ik daar iets over melden. We houden al jaren, en dan baseren we ons enerzijds op de prognose die de gemeente laat maken, en anderzijds op de feitelijke cijfers vanuit onze scholen. Maar die prognoses worden niet voor niets elk jaar weer opnieuw gemaakt, omdat ze iedere keer anders uitkomen. En dat is een landelijk model, dus het ligt niet aan het model. Het ligt aan de ontwikkelingen in de woningbouw, het ligt aan de schommelende geboortecijfers in Nederland. Je ziet toch iedere keer, mede door corona, ook weer iedereen verrassen. En het ligt aan een aantal dingen waar prognoses simpelweg geen rekening mee kunnen houden, omdat ze voor een belangrijk deel gebaseerd zijn op ervaringen uit het verleden. Bevolkingsgegevens zitten erin, die goedgekeurde woningbouwplannen van de gemeente. Dus we moeten het voor de lange termijn altijd met die prognoses doen.
En wat we nu bijvoorbeeld zien, is dat we al voor het vierde jaar op rij in Haarlem, ondanks die voorgenomen groei, ik stel hem iedere keer bij in de prognose, weer met een daling te maken hebben. Even voor uw idee, voor ons was dat 1 oktober jongstleden honderd leerlingen. En honderdmaal zoveel duizend euro is best veel geld. Gelukkig was het bij de andere besturen net zo, dus het ligt niet aan ons, het zijn simpelweg minder kinderen die zich op dit moment aanbieden. Ik las in de laatste prognose, en die is anderhalf jaar geleden, dat na ’25, ’26 vooral, en dat zal ook mede door de woningbouw in Schalkwijk … Er wordt op dit moment al rond het winkelcentrum van alles gebouwd. Veel kleine appartementen. Maar er schijnen ook in Amsterdam kinderen in te komen. Natuurlijk, om de bekende oorzaak dat ouders niet op tijd vanwege de kosten naar een eengezinswoning kunnen verhuizen. Dus ook daar zullen kinderen komen. Maar de groei zal vooral na 2025 gaan plaatsvinden. Dus iedere keer worden we weer verrast door de werkelijkheid. Dat even over de demografische cijfers. Ik weet niet of u daar iets wil aanvullen? Wethouder Van Leeuwen: Ja, daar kan ik heel kort op aanvullen, voorzitter, als dat mag van u. Ja, dit is precies wat er is. En binnenkort krijgt u ook van ons als college langs het strategisch huisvestingsplan onderwijs. Waarbij wij dus ook gebruikmaken van die prognoses.
Ook in overleg met de schoolbesturen kijken: wat gebeurt er nu? En misschien altijd wel één van de mooiste voorbeelden vind ik persoonlijk in het plannen van scholen, is bij de oosterburen in Amsterdam. Daar was op het Java-eiland werden toen woningen gebouwd, waarvan iedereen dacht: daar gaan nooit mensen met kinderen wonen. En vandaar dat daar dus een aantal drijvende scholen zijn. En op de kop van Java-eiland een school staat, omdat daar was gewoon simpelweg niet voorzien van scholen. Want men dacht, in dat soort woningen gaan echt geen mensen met kinderen wonen. Dat is voor ons natuurlijk ook kijken. Wij gaan de komende jaren een aantal, heel veel woningen bouwen. Dat doet u met elkaar. Daar geeft u ons als college opdracht toe. Gaan daar ook mensen met kinderen wonen? Ja, wij hopen van wel natuurlijk. Want wij zijn een kinderrijke stad en dan is aan ons hier om samen met de schoolbesturen voor goed onderwijs te zorgen. Zeggen mensen: wij gaan liever buiten Haarlem wonen, op andere plekken. En komen daar meer mensen met zijn tweeën of alleenwonend, dan zijn er minder kinderen. Maar uiteindelijk houden we continu die prognose in de gaten. Dat nemen we op in het strategisch huisvestingsplan. En daar komen we ook altijd met de jaarlijkse update van het ‘SHO’ komen we weer bij u terug als er nog bijstelling nodig is.
Zal ik ook iets zeggen over Boerhaven? Want het ging natuurlijk over de rol van de gemeente. Wat u ook weet, en wellicht uw collega’s in de commissie Ontwikkeling nog beter, is dat wij natuurlijk … En dat is de plek van de Globe, dat is de Floris van Adrichemlaan. Daar wordt naar heel die strook gekeken van de Floris van Adrichemlaan voor herontwikkeling. Dat gaat over een sporthal. U ziet, het is voor mij niet een thuiswedstrijd, hè. Dat gaat over de Moeder van de Verlosserkerk, een mogelijke sporthal. En
11
daar wilt u, of wilt u als gemeenteraad, een mooi integraal plan om die wijk en die hele voorzieningenstrook eigenlijk toekomstbestendig te maken. Nu is het natuurlijk zo dat wij inderdaad op dit moment … Ook wij hebben een arbeidsmarktprobleem als gemeente. Dus we hebben bij procesmanagement en bij stedenbouw, zit ook een tekort aan mankracht, vrouwkracht. Aan mensen. Er zit nu een procesmanager op. Als wethouder Onderwijs zou ik natuurlijk willen dat het nog sneller gaat. Wil je eigenlijk dat er een prachtig nieuw gebouw gisteren staat, ongeveer. Maar er zit beweging in. Er zitten nu mensen op. Maar het is inderdaad precies de vraag die gesteld werd. Hoe zit dat nu? Nou, daar waren dus te weinig mensen voor om echt dat plan voortvarend op te pakken. Maar daar is nu een procesmanager. Maar dat is inderdaad echt een vraagstuk wat in de commissie Ontwikkeling vaker is langs geweest. De voorzitter: In principe doen we natuurlijk eigenlijk geen interrupties, maar aangezien het de wethouder is ga ik hem toch toestaan. Mevrouw Özogul. Laten we wel samen ook even letten op de tijd. Dat vraag ik ook aan de schoolbestuurders. Er is een harde deadline om acht uur. Ik weet, u heeft een heleboel vragen. Maar laten we in ieder geval even rekening mee houden. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Heel goed dat het nu zover is. Maar omdat ik las, er is een externe ingehuurd.
En ik dacht: kon dat nou niet eerder? Wethouder Van Leeuwen: Nee, hier zit helaas niet de wethouder Ruimtelijke ordening. Die had wellicht het feitelijke antwoord kunnen geven. Wat ik in algemeenheid weet, is dat ook zelfs daar een krapte zit. Dus dat we de mensen gewoon echt niet meer aangenomen krijgen. Nog wel qua procesinformatie. Dat in het begin van komend jaar, dus 2023, een startnotitie komt over deze strook. Dus dat weet u, als de startnotitie er is, dan meestal gaat het proces ook echt op gang komen. Dus dat komt nu naar u toe als raad. Zover, voorzitter. De voorzitter: De heer Elkerbout, gaat u verder. De heer Elkerbout: U heeft me wel aangespoord om nu in samenvattende zinnen te gaan antwoorden. Ik zal mijn best doen, met het risico dat u zich niet op uw vragen beantwoord voelt. Maar goed, ik doe mijn best. Misschien goed om nog iets te zeggen over de samenwerking met de pabo’s waar u ook aan refereert. Waar ik het vorig jaar over gehad heb. We zijn inderdaad nog steeds met het project Opleiden in de School bezig. Dat wordt ook landelijk verplicht gesteld, dat op enig moment, namelijk in 2030, moeten alle leraren in het basisonderwijs in zo’n construct worden opgeleid. Dus dan bestaan er eigenlijk alleen nog maar opleidingsscholen. Is het idee. Het is best wel een weerbarstig traject, zeg ik er ook meteen bij.
En dat heeft ook te maken met de manier waarop het hoger onderwijs georganiseerd en geaccrediteerd is. En de mate waarin daar flexibiliteit is, in de manier waarop die opleiding is opgebouwd. Wat ik een groot aandachtspunt blijf vinden, dat is de opleiding van leraren voor het speciaal onderwijs. We hebben daar eigenlijk hele venijnige personeelstekorten. En we kunnen ook niet mensen uit de reguliere vervangingspool daar zomaar inzetten, want dit zijn kinderen die speciale aandacht vragen en ook speciale expertise, om goed te kunnen begeleiden. En ik wil ook nog wel iets zeggen over de opmerking die gemaakt werd over de NPO-middelen inhoudelijk, dat die alleen besteed zouden mogen worden aan leerlingen. Dat is een veelgehoord misverstand. Omdat er ooit een berekening geweest is die wel gebaseerd was op zoveel euro per leerling. Maar een heel groot component in die NPO-middelen is professionalisering van leraren. Dus daar is een heel belangrijk deel ook in de menukaart voor bestemd. En het is natuurlijk ook evident dat, laten we zeggen, de beste investering die je kunt doen met die middelen is juist op de structurele professionalisering van leraren en de ontwikkeling van bijvoorbeeld nieuwe onderwijsorganisatiemodellen. Dus ik denk dat dat geld op die manier ook het meest duurzaam besteed is. Er was nog een vraag over de IKC’s.
En dan hoop ik dat in langzamerhand het woord kan geven aan u weer terug. IKC’s voor nul tot twaalf of vier tot twaalf. We kennen eigenlijk allebei de varianten.
12
Het begrip IKC is natuurlijk een paraplubegrip. Het heet Integraal Kind Centrum. Daar kun je van alles onder verstaan. Ons streven is uiteindelijk natuurlijk de optimale samenwerking met zowel de kinderopvang als de naschoolse opvang, als de voorschool. Dus laten we zeggen een totaalaanbod van nul tot twaalf zou ideaal zijn. Dus daar werken we met verschillende partners ook actief aan, om dat te bereiken. Daar werkt de gemeente ook aan mee, als we nieuwbouwtrajecten doen, in de zin van dat dat ook huisvestingstechnisch soms wel een uitdaging is. Want de kinderopvang heeft een ander soort huisvestingsbekostiging dan wij. Kortom, alles is er wel op gericht om ook bestaande scholen daar steeds meer naartoe om te bouwen. En wat natuurlijk interessant wordt is hoe het voornemen van dit kabinet om de kinderopvang gratis te maken voor werkenden althans, hoe dat gaat doorwerken in dit soort samenwerkingsconstructen. Dat kunnen we nog moeilijk overzien. Maar dat is wel een interessante ontwikkeling, waar we ook hopen het effect van te zien. Dat er steeds meer kinderen op een steeds vroegere leeftijd naar kinderopvang respectievelijk IKC’s kunnen. Als u het goed vindt, wilde ik het hier even bij laten. Met dank voor de vragen en de complimenten. De voorzitter: En uiteraard u dank voor de beantwoording. Als u de microfoon uit wil drukken, heel fijn.
Dan stel ik voor dat we, mocht u nog verdere vragen hebben of uw vraag is niet helemaal of niet volledig beantwoord, dat u die nog eventjes toestuurt. En dan kunnen we altijd nog even kijken of we daar nog de beantwoording op kunnen voorzien. En dat geldt voor alle schoolbestuurders. 4.
Realisatie instandhouding openbaar voortgezet (speciaal) onderwijs (Dunamare) 3 De voorzitter: En dan ga ik nu met u door naar het Dunamare. Heeft er iemand in de zaal die het woord wil, of om vragen te stellen aan de heer Post. Mevrouw Scholten, namens Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Goedenavond allemaal, en dank voor de jaarverslagen. Was een tijdje geleden dat ik er eentje helemaal had doorgepluisd, laat staan drie. Ze zien er natuurlijk keurig netjes uit. Wat ik me een klein beetje afvraag: hoe zien wij op scholen, ik ben zelf ook leraar, dat kinderen in armoede leven? Er zit veel verborgen armoede. Heeft Dunamare daar specifiek ideeën over? Dat is er één. Dan weten we dat er voor de ISK, en dat is ten slotte ook een taakstelling openbaar onderwijs, best een probleem is met de huisvesting. Wat is daar op dit moment de status van? Ook omdat de toestroom van vluchtelingen zo groot is. Dus hoe staat het er op dit moment voor? De zorgen in het voortgezet speciaal onderwijs, die delen wij enorm. Ik merk in mijn eigen praktijk ook dat leerlingen inderdaad vaak vastlopen en uiteindelijk doorstromen naar Daaf Geluk of naar de Gunning, en daar dan maar weer hun draai moeten zien te vinden. Maar kunnen we nou aan de voorkant daar iets proberen op in te zetten? En wat dan specifiek? Want dat is gewoon ontzettend taai, dat probleem.
Bij het strategisch huisvestingsplan vraag ik mij af: gaan we ook eens inzetten op kleinere klassen? Want daar hebben we het al jaren over. Ik kan me in mijn eigen tijd in de GMR van Dunamare deze discussie ook herinneren. Die hebben we lang en veel gevoerd. Als we op kleinere klassen gaan inzetten, wat best wel zou kunnen helpen ook om leerlingen meer gedifferentieerd te benaderen, hoe gaan we dat dan doen? En moet dat niet in het strategisch huisvestingsplan meegenomen worden? Denk dat dat hem even was. Dank u wel. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel. Anders, commissieleden? Ja, mevrouw Wegman, namens PvdA. Mevrouw Wegman: Dank u wel, voorzitter. Allereerst evenals vorig jaar, complimenten voor de flexibiliteit van uw medewerkers in coronatijd. Op verschillende scholen zijn er goede nieuwe ontwikkelingen, zoals nieuwe leerwegen op het Spaarnecollege. Financieel staat Dunamare er ook goed voor. De NPO-gelden zijn nog niet geheel besteed, maar we hopen in het jaarverslag 2022 te lezen hoe deze middelen wel geheel besteed zijn. We lezen in dit verslag, dan moet ik het even goed zeggen, high dosage tutoring succesvol is. Maar we lezen
13
niet dat dit voortgezet is. Wat is hiervoor nodig, wat is hier de reden voor? Dan de vrijwillige ouderbijdrage. Door de invoering hiervan lijken er verschillen te ontstaan tussen scholen bij het organiseren van werkweken en schoolreisjes. Als we het hebben over kansengelijkheid werkt deze maatregel dus negatief. Scholen met leerlingen van wie de ouders minder draagkrachtig zijn, kunnen ook minder organiseren. Kan Dunamare hier, waar nodig, een bijdrage leveren zodat er geen verschil tussen scholen binnen Dunamare ontstaat bij het organiseren van werkweken en dergelijke? Op het gebied van huisvesting en verduurzaming gebeurt er van alles. Maar een punt van zorg blijft de huisvesting van ISK. De aandacht van de leiding van ISK moet teveel uitgaan naar het organiseren van huisvesting, waardoor het onderwijs en het teamvorming onder druk komen te staan. De medewerkersenquête viel als uitzondering binnen Dunamare minder positief uit. Uiteindelijk is het niet goed voor de leerlingen. Graag horen wij uw ideeën voor een structurele oplossing voor de ISK qua huisvesting. Voor wat betreft het lerarentekort, is onze vraag hoe de gemeente kan ondersteunen. U gaf vorig jaar aan vooral via zelf opleiden het tekort te kunnen opvangen. Geldt dit nog steeds, of kan de gemeente misschien nog met een oplossing komen? Ten slotte vragen wij nog aandacht voor goede oudercommunicatie.
Juist op scholen waar ouders door bijvoorbeeld taalachterstand minder betrokken zijn, is het belangrijk om ouders te betrekken bij de ontwikkeling van hun kinderen. We zijn benieuwd hoe u het ziet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ja, mevrouw Hamzad namens GroenLinks. Mevrouw Hamzad: Dank u wel, voorzitter. Als we terugkijken naar afgelopen jaren, volledig afstandsonderwijs, droegen niet zoveel bij aan de continuïteit van het onderwijsproces dat voor leerlingen zo juist belangrijk is. Vooral klas één tot en met drie, die hun schoolloopbaan begonnen met pandemie. Die jongeren die na de overgang van basisschool naar middelbare school, zeker in coronatijd, veel executieve vaardigheden en sociale vaardigheden niet of onvoldoende ontwikkelt. Onze vraag is: zijn hier extra ondersteuning en huiswerkbegeleiding? Met de name van plannen, voorbereiden voor de toetsen vanuit NPOmiddelen voor deze leerlingen. Leerlingen met rijke, en goed opgeleide ouders komen vaak goed wel mee in deze traject. Maar kom je uit een gezin met minder mogelijkheden, dan sta je zeker op achterstand. Hoe wordt NPO-middelen geïnvesteerd in het welbevinden van deze leerlingen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazinga namens de VVD. Mevrouw Klazinga: Dank u wel, voorzitter. Dat is natuurlijk een beetje het nadeel van drie van deze verslagen.
Of het voordeel van drie van deze verslagen, dat ik er niet helemaal aan ontkom dat je toch een beetje gaat vergelijken tussen verslagen. En wat mij opviel, en dat geldt zo meteen ook voor het Stedelijk Gymnasium, is dat bij het verslag van Spaarnesant de accountantsverklaring zat en bij die van u twee niet. Nou hoef ik niet per se die accountantsverklaring te hebben, maar ik vroeg me af of er misschien nog opmerkingen door de accountant zijn gemaakt in de accountantsverklaring, die voor ons interessant zouden kunnen zijn om kennis van te nemen? Dan, we hebben het er net al even over gehad bij het Spaarnesant, de leerlingenaantal. Mij viel op dat Spaarnesant uitgaat van een toename in leerlingen, terwijl uw beide scholen … Ja, ik stap alvast een beetje over naar de volgende maar ik zal zo meteen de vragen nogmaals aan Stedelijk Gymnasium ook stellen hoor. Maar u gaat beiden uit van een afname in leerlingenaantal. Nu is het bij u natuurlijk wel verschillend dat u niet alleen in Haarlem zit, maar hoe ziet u dat in ieder geval dan voor Haarlem? En de laatste vraag. U had het net over het verduurzamen van scholen en wat daar voor nodig is, en dat u daarvoor ook naar het Rijk kijkt. Maar wat wordt er wel gedaan om scholen te verduurzamen? En heeft u daar de middelen voor? En zo nee, waar zou u van mening zijn dat die middelen dan vandaan zouden moeten komen? Dank u wel.