11-24 transcript commissie Samenleving
Tekst van het document
17
melding nodig en dan gaan we eigenlijk het hele proces weer opnieuw doen. Dat is nou eenmaal ook gewoon hoe het werkt en de richtlijnen die we ook hebben. Op een gegeven moment moet je ook iets kunnen afsluiten. Ik snap uw zorg, want het gaat dan ook veel over mensen die zorg mijden of misschien wel sowieso heel veel hulp mijden of niet aannemen. Het is natuurlijk wel zo dat als we echt schulden zien oplopen, op een gegeven moment is het natuurlijk wel weer aan het sociaal wijkteam om aan te bellen en te kijken, hoe gaat het met iemand? Het is ook weer niet zo dat iemand dan helemaal verdwijnt, om het even zo te zeggen. Maar we hebben wel voor dit proces, dit is ook gewoon een proces natuurlijk wat we deze pilot hebben afgesproken, dan moet je echt weer een nieuwe melding hebben. Als je geen nieuwe melding hebt, dat wil ook zeggen dat er niet een nieuwe achterstand is. De voorzitter: Mevrouw Jacobsz, u heeft nog een nabrander? Mevrouw Jacobsz: Ik heb net een vraag die bij me opkwam, namelijk we hebben het de hele tijd over de huur en verhuurders en huurachterstanden. Maar wat ik in de praktijk veel heb gezien, is dat mensen ook in de problemen komen met de zorgverzekeraar, met het niet kunnen betalen van de zorgverzekering en de premies. Het loopt maar op en het loopt maar op.
Ik vroeg me af of daar ook speciaal naar gekeken wordt naar de rol van de zorgverzekeraar in het proces daarin, bij de schuldenproblematiek van mensen. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: We gaan wel even de diepte in, maar dat is vaker bij mevrouw Jacobsz. Kijk, er zijn natuurlijk ... Er moeten allemaal betalingsregelingen worden getroffen door die zorgverzekeraars. Maar u zegt eigenlijk, u heeft het idee dat dat dan niet goed gebeurt of ... Mevrouw Jacobsz: Wat ik heb gemerkt, dat het heel ingewikkeld is voor mensen die een zorgverzekeraar hebben, een betalingsachterstand hebben, een betalingsregeling hebben en dan ook heel moeilijk weer daar uitkomen en het dan ook weer lastig wordt om weer verzekerd te worden bij een andere zorgverzekeraar. Want je moet eerst het andere afbetaald hebben, voordat je weer bij een andere zorgverzekeraar aangemeld kan worden. Dan heb je ook dat CAK en dan word je weer afgemeld. Kortom, het is best ingewikkeld. Ik zou het best wat uitgelicht willen hebben in dit hele proces. De voorzitter: Dat lijkt me wel heel erg ingewikkeld en niet per se een vraag voor in het debat. Mocht u daar nog echt ... U kunt altijd een technische vraag stellen. Kijken of we dat op die manier kunnen behandelen, want voor in het debat lijkt dat niet helemaal handig. De heer El Aichi had ook nog een vraag.
De heer El Aichi: Ik heb nog geen antwoord op mijn vraag. Wethouder Van Loenen: De evaluatie. Die staat gepland dat we in januari, februari nog een keer gaan evalueren. Dan staat hij ook op de Raadsjaaragenda in mei. Dat was natuurlijk de vraag van, kan het eerder? Ik denk toch dat we voor de zekerheid mei moeten aanhouden. Ik bedoel, het zou kunnen zijn dat we april redden, maar er zitten ook altijd veel weken ergens in die april-, meicyclus, waar we niet vergaderen. Ik durf dat niet helemaal zo toe te zeggen. Maar in januari, februari doen we nog een keer een evaluatie. De voorzitter: Uitstekend. Dat betekent dat we in januari, februari hier een evaluatie van krijgen en dat we het in ieder geval in mei gaan bespreken en waar mogelijk nog eerder. Uitstekend. Helemaal goed. Dan hebben we in ieder geval het stuk zo voldoende behandeld.
18
11.2 Toezegging wethouder Roduner in de tweede helft van dit jaar met een informatienota te komen over de voortgang van de uitvoering van vroegsignalering. De voorzitter: Dan nog wel een dingetje, aangezien we ook met de behandeling van dit stuk een toezegging als afgedaan willen beschouwen. Dat gaat over de toezegging van wethouder Roduner, in de tweede helft van dit jaar met een informatienota te komen over de voortgang van de uitvoering van vroegsignalering. De vraag is of de commissie dit zo beschouwt als zijnde afgedaan? Ja. Uitstekend. Dan noteren we die als afgedaan. Het stuk gaat niet door naar de raad. Dan hebben we nu lunchpauze en zie ik u graag weer terug ... Of eetpauze, het is maar net hoe laat u op bent gestaan natuurlijk, dinerpauze. Het is maar net hoe laat u op bent gestaan. Om kwart voor zie ik u weer terug. Eetpauze. Ter advisering aan de raad. 9.
Vaststellen integrale herziening lokale regelgeving maatschappelijke ondersteuning (DL). De voorzitter: Goed, dames en heren, het is inmiddels kwart voor zeven. We gaan verder met het volgende agendapunt. Agendapunt 9, het vaststellen van de integrale herziening lokale regelgeving maatschappelijke ondersteuning. Op dit onderwerp hebben wij een inspreker, namelijk mevrouw Sepers, hier aanwezig. Zou ik de heer Drost en mevrouw Bastiaans mogen vragen om aan de kant te gaan voor de camera, zodat mevrouw Sepers goed in beeld kan komen. Mevrouw Sepers, het inspreken in deze commissie, welkom. U heeft zo meteen drie minuten de tijd, die timen we. Op het moment dat u op twee minuut dertig zit, ongeveer, dan zal ik u een klein seintje geven dat u nog dertig seconden heeft. Als uw tijd helemaal op is, laat ik het u weten. Dan mag u de zin afmaken. Dan is daarmee uw spreektijd om. De drie minuten gaan in op het moment dat u het knopje heeft ingedrukt en het rode lampje gaat branden. Succes. Mevrouw Sepers: Geachte commissie leden, u heeft besloten geen contract meer af te sluiten met een deel van de maatschappelijke ondersteuning van de Raphaëlstichting, locatie Rozemarijn in Haarlem. Mijns inziens is dat een vergissing en daar wil ik u voor waarschuwen. Ik ben mentor van één van de cliënten van deze ambulante begeleiding.
Ferm Rozemarijn biedt begeleiding aan een groep jongvolwassenen met verstandelijke beperkingen en psychiatrische kwetsbaarheden. Vanuit hun antroposofische wereldbeeld doen zij dit anders dan andere instellingen. De medewerkers van Rozemarijn werken meer vanuit een langdurige verbinding en minder vanuit criteria waar cliënten aan moeten voldoen. Ze zijn daar aanhoudend en volhardend in. De relatie wordt niet opgezegd, steeds wordt er naar mogelijkheden gezocht om toch contact te houden, ook als de mensen daartoe zelf geen initiatief nemen. Daarbij zoeken ze naar mogelijkheden buiten de gebaande paden. Mijn zorgen zijn dat als deze ambulante begeleiding voor zes cliënten wordt stopgezet die cliënten van de ambulante begeleiding niet aankomen bij het sociaal wijkteam, ook niet na een warme overdracht. Het sociaal wijkteam heeft het nu al te druk en de cliënten zullen niet zelf om hulp vragen. Bovendien zijn het cliënten die niet makkelijk een verbinding aan gaan met nieuwe hulpverleners. Deze cliënten zullen de gemeente en de woningbouwverenigingen veel overlast gaan bezorgen. Bovendien gaan ze de gemeente Haarlem waarschijnlijk meer geld kosten dan dat er nu aan hun begeleiding wordt uitgegeven.
Mijn laatste en belangrijkste zorg is dat mijn mentorkind en haar lotgenoten door problemen met buren en woningbouwvereniging uit hun huis gezet zullen worden, niet op tijd de zorg krijgen die ze nodig hebben, maatschappelijk teloor zullen gaan en bij overlijden niet gevonden zullen worden. Ter illustratie. Mijn mentorkind heeft in haar jeugd in meerdere GGZ-instellingen en pleeggezinnen gewoond. Bij geen van deze woonplekken heeft ze langer dan een jaar gewoond. Ze heeft nauwelijks scholing, geen werk, staat onder
19
curatele en heeft nooit langer dan drie weken dezelfde baan gehad. Bij de Raphaëlstichting is ze echter al vijf jaar in zorg. Hoewel ze geen initiatief neemt zelf om hulp te vragen, hebben de medewerkers van de Raphaelstichting een goede band met haar opgebouwd. Zij heeft hen haar sleutel gegeven, zodat ze binnen kunnen komen. Als ze op de afgesproken tijd toch de deur niet open doet, komen ze binnen en regelen ze medische hulp, als dat nodig is. Ze hebben, toen ze geluidsoverlast veroorzaakte, gesproken met haar, de buurman en de woningbouwvereniging, waardoor de geluidsoverlast afnam, maar vooral ook de buurman meer geluid voor lief nam en zij haar woning behield. De voorzitter: Wilt u afronden? Mevrouw Sepers: Dit is een voorbeeld van de mensen die de Raphaëlstichting begeleidt. Achter ieder van die mensen zit een ander verhaal. Maar voor allemaal geldt dat ze grote risico’s met zich meebrengen en nieuwe hulpverleners zullen vermijden. De huidige begeleiding voorkomt veel problemen. Behoud wat werkt. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Ik dank u ook namens de hele commissie. Dat scheelt u weer een paar seconden spreektijd zo meteen. Zijn er vragen vanuit de commissie ter verduidelijking aan mevrouw Sepers? De heer Amand namens Trots. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Dank voor het inspreken. Ik zal in de microfoon praten. Mevrouw Sepers: Dank voor de mogelijkheid.
De heer Amand: Heeft u al contact gehad, buiten alles om, met andere mensen ook die hetzelfde probleem hebben? Mevrouw Sepers: Het antwoord is nee, daar heb ik geen contact mee gehad. We hebben vorige week donderdag besloten, of ontdekt dat we vandaag konden inspreken over dit onderwerp. Ik heb wel gevraagd aan de Raphaëlstichting, geef mij de e-mailadressen van familieleden van de andere betrokken cliënten. Maar ik begrijp dat dat ook een deel het probleem van deze doelgroep is, de Raphaëlstichting had dat niet zomaar. Die kon dat niet zomaar ook aan mij overhandigen. Het zijn eenzame mensen, over het algemeen. De voorzitter: Als de insprekende microfoon even uitzet, dan kan de heer Amand goed in beeld komen. Als u in de microfoon spreekt, bent u goed te horen. De heer Amand: Ik wil die mevrouw ook aankijken. Voorzitter, het spijt me, dan zal het hier moeten veranderen, want dat kan natuurlijk zo niet. Trots heeft natuurlijk wel een vraag. De wet op de privacy, bent u daar ook mee in contact geweest, gehinderd in uw hele doen en laten om het uit te zoeken hoe het zit? Want dat is natuurlijk ook een beetje de weg tegenwoordig, dat alles geheim wordt verklaard. Of heeft u daar geen last van gehad? De voorzitter: Als u bij het antwoord weer de microfoon aan zet. Heel fijn. Mevrouw Sepers: U heeft gelijk. Dank u wel.
Ik heb uiteraard aan de stichting wel die e-mailadressen gevraagd, maar niet gekregen. Het is me niet helemaal duidelijk of die mensen die betrokken zijn ook niet bekend zijn bij de Raphaëlstichting, de familieleden van de cliënten om wie het gaat, of dat ik die uit privacyoverwegingen niet heb gekregen. De tijd was ook erg kort. We hadden een week de tijd. Maar we
20
spreken trouwens wel namens de cliënten zelf. Want dit is Daphne, mevrouw van de Raphaëlstichting. Zij is door twee cliënten, in die korte tijd ... Ze heeft telde die er zitten. Die hebben haar gezegd dat ze het ontzettend fijn vinden dat we ervoor gaan pleiten dat die ambulante begeleiding, maatschappelijke ondersteuning kan blijven. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er anders vanuit de commissie ... Mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Goedenavond. Hij doet het. Want even voor mijn gedachtevorming, ik ken de firma Rozemarijn ook op de Belgiëlaan. De mensen wonen toch daar bij ... Of wonen ze zelfstandig in ... Mevrouw Sepers: Die maatschappelijke ondersteuning gaat over mensen die zelfstandig wonen, maar daar kan Daphne meer over zeggen. Mevrouw ...: Het zijn inderdaad mensen die zelfstandig in een wijk wonen en die vanuit Ferm Rozemarijn, onder andere door mij en een aantal collega’s, ambulante ondersteuning krijgen in hun eigen woning. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel. Een aanvullende vraag, gaat uw gang. Mevrouw Jacobsz: Ik vroeg me af of er ook contact is geweest met wij VanHier van Gewoon in de Wijk? Mevrouw Sepers: Onze inspreek is wel als een reactie op de plannen rond wij VanHier, waarbij die voor een bepaalde groep cliënten de maatschappelijke ondersteuning van de Raphaëlstichting niet is ingekocht. Maar we hebben verder geen contact gehad.
Daar was de tijd verder ook te kort voor. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul heeft ook nog een verduidelijkende vraag. Mevrouw Özogul-Özen: Dat ging inderdaad ook over VanHier. Ik heb begrepen dat iedereen zich eventueel kan aansluiten bij VanHier om zorg te bieden. Ik was eigenlijk nieuwsgierig of het in deze niet mogelijk is en dat het dan inderdaad helemaal weg gaat. Maar misschien kan de wethouder zo ook iets zeggen. Maar weet u daar iets van? Mevrouw Sepers: Heel graag. Mevrouw ...: Dat is inderdaad het plan dat is voorgesteld, dat VanHier als organisatie die begeleiding gaat overnemen. Daarin zit onze zorg. De mensen geven ook zelf aan dat zij het heel ingewikkeld vinden om de stap te maken naar nieuwe begeleiding, nieuwe mensen, een band opbouwen. Dat is, denk ik, waar wij goed in zijn als organisatie, het opbouwen van een langdurige band. Het gaat om mensen met wie ik al vijf jaar of meer werk. In die relatie ontstaat iets, waardoor je aan het werk kunt met de bewoners. Dat is onze zorg, dat dat opnieuw opgebouwd moet worden of dat dat misschien niet opgebouwd wordt, doordat mensen die nu die zorg hebben niet de mogelijkheden hebben om daar opnieuw op in te stappen. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel. Anders nog vanuit de commissie ter verduidelijking vragen? Nee. Dan gaan wij beginnen aan de bespreking van dit onderwerp. Nogmaals dank.
U kunt lekker op de publieke tribune blijven zitten. Dan kunt u het mooi blijven bijwonen. Wie uit de commissie mag ik als eerste het woord geven? Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Dank u wel. Onze bijdrage sluit eigenlijk enigszins aan bij wat u net verteld heeft. Wij hebben een aantal vragen voor de wethouder over de regelgeving rondom de maatschappelijke
21
ondersteuning en ook een aantal complimenten. Laten we met de complimenten beginnen. Wat fijn dat er gratis cliëntondersteuning wordt geboden en dat cliënten en mantelzorgers ook expliciet op die mogelijkheid gewezen worden. Zeker voor mantelzorgers zal het helpend zijn als ondersteuning beschikbaar is, omdat ze vaak zoveel ballen in de lucht houden dat ze zichzelf vergeten. Jouw Haarlem is ook heel blij met de mogelijkheid voor tijdelijk maatwerk, om te voorkomen dat de situatie onnodig verslechtert tijdens het onderzoek naar de hulpvraag. Wij benadrukken wel echt het belang van aandacht voor zorgmijding, aangezien daar heel weinig situaties ontstaan, zowel voor cliënten als voor hun omgeving. Zeer goed ook dat expliciet in de verordening benoemd staat dat gemeenschappelijke ruimten kunnen worden aangepast, als dat noodzakelijk is, want anders dan kom je nog je huis niet in. Dan onze vragen. Geweldig dat het belang van communiceren in begrijpelijke taal benadrukt wordt. Dat duidelijk de keuze wordt gemaakt voor communicatie op B1-niveau. Mensen die overbelast zijn, hebben dat gewoon nodig. Mensen die minder taalvaardig zijn al helemaal. B1 kan soms nog te moeilijk zijn. Dat zullen cliënten uit zichzelf niet zo snel laten merken.
Het aanbieden van cliënt ondersteuning daarbij kan helpen, maar is dat een standaard aanbod en wordt daar ook een beetje op aangedrongen als men denkt dat het nodig is? Dat is één. Twee. Voor deze heel kwetsbare doelgroep is de relatie met de hulpverlener en het hebben van een, al is het maar minimaal, netwerk enorm belangrijk, misschien zelfs wel van levensbelang. Ik ken uit mijn eigen dagelijkse praktijk en die van collega’s in onderwijs en zorg wel echt veel voorbeelden van mensen die buiten beeld raken en niemand meer toelaten, ernstig vervuilen, vereenzamen en zo steeds verder afglijden. Eigenlijk de angst die jullie ook hebben. Regelmatig ook jonge mensen. Voor hen is levenslange en levensbrede hulp nodig, maar vooral, het duurt vaak jaren voordat je als hulpverlener, mantelzorger een voldoende goede band hebt opgebouwd om toegelaten te worden en iets te kunnen betekenen. Daar zien we een aantal mogelijkheden misschien wel in. In artikel 1.3 reikwijdte maatschappelijke ondersteuning en artikel 7.1 bij de criteria, waar staat dat een maatwerkvoorziening aanvullende ondersteuning beschikbaar is bij complexe ondersteuning vragen, waarvoor meer expertise of een zwaardere ondersteuningsvorm nodig is.
Betekent dit, dit is de vraag, voor cliënten met bestaande hulpverlening dat zij mogen rekenen op continuïteit, als hen nu al maatwerk wordt geleverd? Is het voor bestaande cliënten ... Hoe wordt die continuïteit van zorg voor hen gewaarborgd? Dan vooral, eigenlijk sluit het aan op wat u zegt, de echt kwetsbare cliënten. Dan heb ik nog een vraag. In artikel 12.4, klachtenregeling, staat dat het college een regeling vaststelt voor de afhandeling van klachten en dat aanbieders dat ook doen. Dat is ook wettelijk verplicht natuurlijk. Maar niet hoe die regelingen eruit gaan zien. Dat wordt in de toelichting expliciet aan de aanbieders gelaten. Kan de wethouder enigszins verhelderen hoe zo’n regeling vorm krijgt? Komt er een vertrouwenspersoon of een externe klachtencommissie? Dan als laatste, we krijgen regelmatig signalen dat er behoefte is aan ervaringsdeskundigen die meewerken in de sociale basis. Mensen kunnen via STAP een opleiding doen alsof tot ervaringsdeskundigen. Jouw Haarlem zou heel graag zien dat er van deze gelegenheid gebruik gemaakt wordt te komen tot de inzet van ervaringsdeskundigen bij de nieuw op te starten teams in de sociale basis van Gewoon in de Wijk. Dan misschien een beetje een verheldering nog. Ik denk dat mevrouw Özogul net vroeg naar de ... Nou ben ik hem kwijt. Zo, dit was een te lang verhaal zonder uh te zeggen. Sorry.
Ik dacht, die pak ik er ook nog even bij, maar het lukte me niet. Inderdaad, zouden de mensen van Rozemarijn kunnen aansluiten bij de mensen van VanHier? Want dat was eigenlijk de vraag. Dank u wel. De voorzitter: Geen probleem. U was aardig op dreef. Ik hoop dat de wethouder zo meteen op alles antwoord kan geven. Er zat best wel wat techniek in. Ik hoop dat dat goed komt. Mevrouw Van der Windt namens D66. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. Allereerst hartelijk dank voor het organiseren van een goede technische sessie over deze regelgeving. Dat was erg verhelderend. D66 denkt dat de regelgeving, die zo is aangepast, in grote lijnen helder en toereikend is. Het scheelt bijvoorbeeld dat alle afwijzingsgronden nu in
22
een artikel staan en niet meer verspreid door de regelgeving. Wij adviseren het college wel om in het vervolg te proberen om alle bepalingen in actieve vorm te schrijven, omdat dat de helderheid nog meer verbetert. Maar goed, dat kan misschien de volgende keer worden meegenomen. Ik vroeg me wel af, komt daar ook nog een beetje een begrijpelijke vertaling van deze regels voor de bewoners en met name voor de bewoners die misschien wat minder taalvaardig zijn dan wij als commissielid? Waar ik me verder nog wat zorgen over maakte, is artikel 2.1 lid 2, want daar wordt gesproken over eenvoudig melding doen. Dat roept voor mij de vraag op, is het voor bewoners, als zij bellen of een mailtje sturen of iets doen, duidelijk wanneer wat zij hebben gedaan gemarkeerd wordt als een melding en wat de verdere gang van zaken in werking zet of dat ze in limboland blijven drijven, omdat de gemeente heeft gedacht, dit is afgewikkeld en zijzelf toch de indruk hebben dat zij een heldere hulpvraag hebben gesteld? Daar ben ik nog wel benieuwd naar, wat we kunnen doen om te voorkomen dat mensen zo tussen wal en schip vallen. Verder viel het ons op dat het college geen woningaanpassingen doet bij kamerverhuur.
Dan vraag ik me af, gesteld dat er een student ongelukkig ten val komt en een traplift nodig heeft om naar zijn kamer te komen, of een student die van meet af aan een fysieke handicap heeft, betekent dat dat zij op straat komen te staan of dat ze een kamer moeten afslaan, omdat er geen traplift kan worden aangelegd? Ik vroeg me af, biedt het college ook maatwerk voor deze groep? Dat waren mijn vragen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bastiaans namens de PvdA. Mevrouw Bastiaans: Dank u wel. Goede en snelle hulp aan inwoners is van groot belang. Onder andere de vergrijzing en eenzaamheid zijn problemen die vaker voorkomen. Preventie en snelle inzet van hulpverlening is belangrijk om grotere problemen te voorkomen. Het doel van deze herziening is een meer toegankelijke verordening en uitvoeringsregels die hier goed bij aansluiten. In de praktijk moet het ervoor zorgen dat inwoners zo snel mogelijk antwoord krijgen of en in welke vorm zij ondersteuning krijgen. De participatieraad heeft een positief advies gegeven over de aangepaste regelgeving. Die had ook al volgens mij een verhelderende vraag gesteld over de doorlooptermijn en de, wat was de vraag ook weer, toegankelijkheid. Ik had het idee dat die ook al duidelijk beantwoord waren.
Ook de PvdA is positief over deze nieuwe verordening, maar uiteindelijk moet in de praktijk gaan blijken of er goed gewerkt kan worden met de verordening en de uitvoeringsregels. Monitoring van de afhandelingstermijn en monitoring met zorgaanbieders over de uitvoering van de regels, die staan al gepland. Wij zijn benieuwd naar de uitkomst van deze monitoring en vragen de wethouder om de commissie hiervan op de hoogte te houden. De werkwijze met stappenplannen en onderzoeksverslagen leidt als het goed is tot een integrale aanpak en snellere afwikkeling van aanvragen en niet tot een verhoogde administratieve druk op de medewerkers die de hulpvraag binnenkrijgen. Ook op dit punt graag terugkoppeling op termijn van de wethouder. Tenslotte is de PvdA blij met de aandacht ook voor laaggeletterdheid en anderstaligen bij de behandeling van de aanvragen. Zelf moest ik de eerste keer wel even heel goed lezen waar dit agendapunt over ging. De vaststelling van de integrale herziening lokale regelgeving maatschappelijke ondersteuning. Ik had echt zoiets van, poeh. Maar goed, ben er geloof ik toch wel uitgekomen. Maar als deze herziening is vastgesteld, krijgen inwoners hopelijk snel en in begrijpelijke taal antwoord op hun hulpvraag. Daar gaat het om. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter.
Ik ben het eigenlijk wel met de Partij van de Arbeid eens, ik moest ook tien keer lezen, waar gaan we het nu toch allemaal over hebben? Dan zoveel stukken erbij. Maar goed, we hebben de afgelopen vier jaar sprak gestuurd op de Wmo. Met name de wachttijden. Deze wachttijden zijn nog steeds niet weggewerkt. Met deze verordening gaat dat volgens mijn partij ook nog steeds niet lukken.
23
Het aantal aanvragen stijgt, de Haarlemmers worden ouder en hebben meer hulp nodig. Deze verordening geeft hier, in mijn beleving, geen oplossingen nog steeds voor. Mijn partij vindt wachtlijsten en wachttijden onhoudbaar en onwenselijk. De kwetsbare mensen in onze stad met kleine portemonnees staan hierdoor vaak in de kou. Ze hebben geen geld om de wachttijd te overbruggen door zelf hulp te regelen en te betalen. Mensen met een beter inkomen kunnen dit wel. Als mijn partij zit daar nu ook een groei in. Heeft de wethouder zicht op deze groep en hoe gaat ze daarmee om? Ook de drempel van het melden, ingewikkelde papieren, digitaal et cetera. Ik zie het in mijn directe omgeving. Ouders van 90 jaar waarmee gecommuniceerd wordt via Mijn Berichtenbox. Als je niet op tijd reageert, gaat je aanvraag weer voorbij. Het is jammer. Deze verordening voorziet niet in eenvoudig melden. Hoe gaat de wethouder dit oplossen? Kortom, gaan we met deze verordening de problemen oplossen? Zo ja, dan zijn we natuurlijk voor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Amand namens Trots. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Er is al een heleboel gezegd, ook over de Wmo natuurlijk. Het is eigenlijk een ramp nog steeds, vindt Trots Haarlem, dat de ouderen, waar ik ook zelf onder val, willen eigenlijk direct geholpen worden. Dat is eigenlijk niet zo vreemd natuurlijk. Iedereen wil aan de gang.
Maar als ze bellen, telefonisch, dan is het, ga maar bellen en dan moet je wachten totdat je een ons weegt. Als je niet digitaal vaardig bent, dan heb je echt een probleem. Wij willen toch wel dat er meer tempo gezet wordt in het hele verhaal. Ook de mensen die net ingesproken hebben en hadden en die nog gaan komen, willen we toch dat die ondersteund worden. Dat die mensen die daar zitten en die andere ouderen, die u nooit hoort, die ik wel spreek, dat die toch beter bereikbaar kunnen zijn, ook naar de Wmo, hier naar het stadhuis toe. Dat ze toch sneller geholpen worden. Niet dat we die mensen laten verpieteren. We hebben dan de vraag aan de wethouder, kan het allemaal sneller? Kan het doeltreffender? Kunnen de wachttijden bij de telefoon verkort worden? Dat zijn onze drie vragen. De voorzitter: Drie duidelijke vragen. Dank u wel, mijnheer Amand. Mevrouw Klazinga namens de VVD. Mevrouw Klazinga: Ook ik wil de wethouder bedanken voor de, wat mij betreft, heldere regelgeving. Dat het allemaal weer in lijn is met het beleid wat er gevoerd wordt en met de nieuwe jurisprudentie die er is. We hebben het over monitoren gehad. Sorry, eerst eventjes de meldingen inderdaad, want daar werd ik net ook wel door getriggerd. Ik las ook een eenvoudige melding en in de toelichting was een eenvoudige melding is. Dat is wat mij betreft inderdaad heel breed.
Maar ik wil me aansluiten bij wat er net gezegd werd, dat daar ook het risico is dat mensen denken dat ze een aanvraag eigenlijk hebben gedaan, terwijl het zover nog niet is gekomen. Ik zou willen vragen, zonder dat ik de bedoeling heb om de administratieve last weer enorm te vergroten, maar dat er met meldingen wel wat gedaan wordt op het moment dat ze niet omgezet worden in een aanvraag. Daarnaast, we hebben het over monitoring gehad, de insprekers van net triggerden mij daar wel in, of in het kader van de monitoring ook aandacht kan worden gegeven aan de mensen die uit beeld verdwijnen. Want we zien vaak in monitoring dat we het hebben over aantallen en hoeveel aantallen er ... Of er meer mensen geholpen worden ten opzichten van eerder. Maar dan zie je niet welke mensen er eigenlijk geholpen worden en of er mensen uit beeld zijn verdwenen en waarom ze eventueel uit beeld zijn. Kijk, als ze uit beeld zijn verdwenen, omdat ze geen hulp meer nodig hebben, is natuurlijk prachtig. Maar als ze uit beeld verdwenen zijn, omdat ze inderdaad de overstap niet hebben kunnen maken door allerlei andere omstandigheden, maar hem eigenlijk wel hadden moeten maken, dan moeten we daar denk ik wat op verzinnen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms namens ChristenUnie.
24
Mevrouw Booms-van der Meer: Dank u, voorzitter. De uitvoering van de Wmo is continu in beweging. De afgelopen jaren is steeds meer laagdrempelige zorg en ondersteuning verschoven naar Gewoon in de Wijk. Daarnaast hebben we te maken met normalisering en ambulantisering. Belangrijk is het dan ook dat de uitvoeringsregels up-to-date zijn. De burger moet immers op de hoogte zijn van wat er is, waar ze mogelijk recht op hebben en of ze er eventueel gebruik van willen maken. Ik heb al door verschillenden gehoord dat het nog steeds niet goed leesbaar is, de stukken, terwijl ik eigenlijk dacht van, de uitvoeringsregels vind ik eigenlijk een stuk beter begrijpelijker dan de vorige versie. Maar goed, dat kan nog beter. Wel een belangrijke vraag. Is het mogelijk om deze uitvoeringsregels beter up-to-date te houden? Want nu hebben we ook Gewoon in de Wijk, de ontwikkelingen gaan steeds verder, je hebt VanHier die nu allerlei nieuwe dingen weer gaat inzetten. Ik denk dat het gewoon belangrijk is dat deze stukken up-to-date zijn voor de burgers. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Dat ging even over nog wat zinnen hiervoor. Voor ons is het misschien begrijpelijk, maar we hebben een samenleving die vanuit lbo tot en met wo bestaat.
Is het ook voor die lagere groep nog steeds begrijpelijk en snappen zij wat hier in staat? Want dit wordt gepubliceerd en daar moeten zij het ook meedoen. Daar maak ik me zorgen over. U zegt van, het is voor mij wel begrijpelijk. Maar hoe vindt u het over die doelgroep? Mevrouw Booms-van der Meer: Dat is natuurlijk, voor een heleboel mensen is het misschien niet goed te lezen. Ik heb ook een beetje vanuit de ogen van zorgaanbieders gekeken. Voor die is het ook heel belangrijk. Ik vind het een stuk beter begrijpelijk dan de vorige versie, de vorige nota. Maar daarnaast denk ik wel, voor een hoop doelgroepen, daar hadden we het in de pauze over, zou een filmpje... Andere manieren van communicatie zijn natuurlijk veel beter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Drost namens GroenLinks. De heer Drost: Dank u, voorzitter. De Wmo is natuurlijk afgelopen jaren best wel in beweging. Een grote toename, zeker sinds 2019 bij de invoering van het abonnementstarief. Dat heeft inderdaad, wat Hart voor Haarlem ook memoreerde, voornamelijk ertoe geleid dat wat meer de hogere inkomens gebruik zijn gaan maken van huishoudelijke hulp onder andere. Nu meen ik wel dat daar verandering in gaat komen. Volgens mij wordt hij over een jaar of drie pas inkomensafhankelijk. Ik denk dat dat een goede ontwikkeling is, maar dat is nog wel even ver weg.
Daarnaast, ik denk dat het goed is inderdaad dat deze verordening wordt aangepast. We hebben het doorgenomen. Goed dat die veranderingen er zijn, of worden doorgevoerd. We hadden hetzelfde punt, ik ga die niet allemaal verder meer uitleggen, rond toegankelijkheid inderdaad. Zo’n stuk als dit mag best een beetje complex zijn, maar uiteindelijk de mensen die het willen aanvragen, daar is het natuurlijk belangrijk dat het overzichtelijk is en duidelijk hoe dat allemaal moet. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi. De heer El Aichi: Dank je wel, voorzitter. Wat het CDA betreft kan de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem worden vastgesteld. Ik zag dat de participatieraad vragen heeft gesteld over deze verordening. Onder anderen een vraag over dat een inwoner negen tot tien weken, als het niet langer is, nodig heeft om een melding af te melden. Het CDA zou graag een inventarisatie willen hebben van de wachtlijsten binnen de Wmo. Is de wethouder bereid de eventuele wachtlijsten naar ons toe te sturen? In de hulpverlening is het opbouwen van een vertrouwensrelatie erg belangrijk. De hulpverlening valt en staat met het opbouwen van een vertrouwensrelatie. De dames hebben het aangegeven dat zij al vijf jaar zes
25
mensen begeleiden. Ze hebben al een vertrouwensrelatie opgebouwd. Het zou jammer zijn als deze cliënten om wie het gaat een andere hulpverlener gaan krijgen. Kan de wethouder de inspreeksters van net in contact brengen met VanHier. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster. De heer Hulster: Heel goed. Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen ook zeker akkoord gaan met deze verordening. De maatschappelijke ondersteuning vinden we een belangrijk onderwerp. We willen daar een punt uitlichten. Dat is dat we wel aandacht willen vragen voor inzet van preventieve middelen, zodat je bijvoorbeeld eerst iemand een driewielerfiets aanbiedt, voordat je hem een scootmobiel aanbiedt, want de weg terug is vaak ingewikkeld. Dan willen we ook nog speciale aandacht vragen over de maatschappelijke opvang, want dat is ook een onderdeel van deze verordening. We zien dat mensen ook bij beschermd wonen kunnen worden geweigerd, als ze niet meewerken aan het traject. We hebben dat in de vorige periode ook meegemaakt dat dat gebeurde. Vaak leidde dat vervolgens buiten tot grote problemen. We missen eigenlijk een beetje in deze verordening van, wat doe je dan? Wat is een warme overdracht, als je mensen uit hun voorziening haalt, omdat die zich daar niet in kunnen handhaven? Zeker als mensen natuurlijk een beschikking hebben, is er namelijk ook een plicht om die mensen op te vangen.
Dat maakt het nog extra ingewikkeld. Tenslotte wil ik nog iets zeggen over de eigen bijdrage van de maatschappelijke opvang. We lezen hier dat het college daar zelf invulling aan kan geven. Wij hopen nog steeds op een gesprek waarin we dat op een zo laagdrempelig mogelijke manier kunnen doen, zodat mensen niet op straat geld hoeven te ronselen om een nachtje ergens te kunnen slapen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul namens de SP. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel. Een goede maatschappelijke begeleiding vanuit de gemeente is voor iedereen in Haarlem belangrijk. Daarbij speelt natuurlijk preventie ook een grote rol, wat net benoemd is. Maar ook passende begeleiding en hulp voor de Haarlemmers is heel belangrijk. Met passend bedoel ik ... Ga ik over naar het maatwerk. Ik lees dat dat tijdelijk is. Maar in sommige gevallen is het maatwerk niet alleen tijdelijk, maar blijvend, omdat niet ieder individu hetzelfde is. Soms past het niet in iets wat we aanbieden. Ik heb een vraag aan de wethouder. Hoe wij daarmee omgaan. Wat wij dan verstaan in de tijdelijkheid van dat maatwerkaanbod wat we hebben. Daarnaast heb ik een vraag over huishoudelijke ondersteuning. In een van die stukken lees ik iets over dat wij alleen de ruimte die de cliënt gebruikt zien als de ruimte die schoongemaakt wordt. Maar er zijn momenten, plekken bijvoorbeeld ...
Ik krijg klachten van mensen die een beademingsapparaten hebben of iets anders in een kamer die ze wel gebruiken, maar wat dan wordt gezien als iets zijnde gebruik. Dat wordt dan niet meegenomen in dat hele verhaal. Hoe voorziet de verordening of de uitvoering daarin? Wat ook belangrijk is, ik zei het net al tegen mijn collega hier, de verordening ziet er goed uit, alleen het gaat om de uitvoeringsregels. Hoe geven wij daaraan richting? Ik wil ook met de eigen bijdrage beginnen. Bij de vrouwenopvang lees ik dat er gelukkig, naar aanleiding van het rapport van de Ombudsman, Vrouwen in de knel, voor de vrouwenopvang in ieder geval van daaruit gewerkt wordt. Ik heb een vraag. In het verleden was het zo dat op het moment dat je in de opvang kwam in je uitkering was nog niet geregeld, dan was het soms dat het niet met terugwerkende kracht geregeld werd en vrouwen eigenlijk begonnen met een schuld gelijk bij binnenkomst. Is dat nu met deze verordening en de uitvoeringsregels wel zo geregeld dat wij dat voorkomen? De eigen bijdrage van de maatschappelijke opvang, de daklozenopvang in dit geval, daar heb ik ook het een en ander gelezen. Mijn vraag is, hoe wij daar richting aan geven. We wilden het een poosje geleden verhogen. Dat is toen voorkomen. Betekent het nu dat we het zo weer omhoog kunnen gooien? Juist in deze tijd waar iedereen het toch wel heel moeilijk heeft.
Dan wil ik het over
26
de maatschappelijke opvang hebben. Ik las een aantal dingen met betrekking tot bijvoorbeeld schorsing. Dat we een onderzoek doen. Dat er terugkeergesprekken zijn. Dat er schorsingen zijn, begrijpen we. Want als het inderdaad een gevaar is voor medebewoners en hun medewerkers, kan je niet anders als dat je sancties levert. Maar wij hebben ook in het verleden gezien dat die sancties soms op willekeur berust. Waarbij de dakloze niet iets tastbaars in zijn handen heeft, bijvoorbeeld geen brief heeft van, je bent om die in die reden geschorst, waardoor je in bezwaar kwam. Ik heb net vandaag wederom gebeld van, hoe is op dit moment de stand? Ik hoor dat er soms geen brieven nog steeds niet meegegeven wordt van, je bent om die en die redenen zoveel geschorst. Dan is het nog steeds een mondelinge mededeling. Hoe kunnen we zorgen dat daar wel verbetering in komt? Naast schorsing lees ik ook dat er een gesprek is en dat de gemeente een onderzoek doet. Dan is mijn vraag, als de gemeente een onderzoek doet, is dat door een onafhankelijk persoon. Een terugkeergesprek, een van de problemen was dat een terugkeergesprek, waar we het over hebben, een monoloog was in plaats van een dialoog. Dan kreeg de dakloze te horen van, je hebt dat en dat en dat fout gedaan en jammer dat en dat en dat verbeteren, dan ben je welkom. Dan was het klaar. Zonder dat hij ook kon zeggen waarom iets gebeurd was.
Dat zijn allemaal dingen die weliswaar met de uitvoering te maken hebben, maar wel heel belangrijk als we het hebben over goede Wmo en goede opvang of goed beleid. Daar ben ik benieuwd naar. Ik kom straks nog even terug op een aantal andere dingen. De voorzitter: Dank u wel. Anders nog? Mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: In ieder geval, OPHaarlem kan de brief van de participatieraad ondersteunen in de zorg over de weken wat het duurt voordat iemand een aanvraag indient en uiteindelijk komt tot een aanvraag voor bijvoorbeeld een pgb. Wat ons ook is opgevallen, is dat we hebben de angst-, schuld-, schaamtecultuur. Mensen die om hulp vragen, dat vragen ze natuurlijk niet zomaar. Daar gaat wel een heel proces overheen. Met de toewijzing naar de algemene voorziening, dan wordt de hoge druk op de sociale wijkteams groter en wordt er op meer zorg in natura afgegeven. Het is nu al lastig om personeel te vinden. Dat is een zorgpunt van OPHaarlem, hoe gaan we dat aanpakken en oplossen? Wat mij ook opviel, er is nu meer scheiding tussen de ... Bij een aanvraag van een persoonsgebonden budget bijvoorbeeld, meer scheiding tussen de aanbieder en degene die het aanvraagt.
Omdat er nogal wat wordt gevraagd van degene die dat wil aanvragen, wil OPHaarlem eigenlijk pleiten voor dat er bijna standaard een onafhankelijke cliënt ondersteunende bij wordt betrokken, of lid van het sociaal wijkteam om te helpen bij de formulering van de hulpvraag bijvoorbeeld. Want we kunnen ons voorstellen dat dat ook tijd en frustratie kan schelen, omdat er dan een goede begeleider, een goede deskundige erbij wordt ingeschakeld. Waardoor dan bijvoorbeeld ook die tijd, die weken die dit dan nodig heeft om iets in gang te brengen dat daarmee verkort zou kunnen worden. Dat viel ons op. Ik zag ook in artikel 14.2, de mantelzorgwaardering ... Er staat in ieder geval in dat er elk jaar een blijk van waardering wordt georganiseerd voor de mantelzorger. Ik vroeg me af, want het was altijd tot 2015 jaarlijks een geldbedrag, of dat ook een geldbedrag gaat worden? Daarnaast kan de jaarlijkse activiteit voor mantelzorgers georganiseerd worden. Dat is mijn vraag, of dat de bedoeling is van de mantelzorgwaardering, het mantelzorgcompliment, waar we het tot 2015 over gehad hebben. Dat was het even voorlopig. O nee, ik heb nog iets. Namelijk met betrekking tot de insprekers, of dat inderdaad bij VanHier ... Of daar op een of andere manier een oplossing voor gevonden kan worden, want dat vind ik ook een zorgelijk punt. De voorzitter: Dank u wel.
Anders nog leden van de commissie die graag op dit punt in eerste termijn het woord willen voeren? Wethouder, ik zou bijna willen zeggen, succes met deze vragen. Wethouder Van Loenen: Dank, voorzitter, voor uw succeswens. Precies. Want ik wil wel even beginnen met, het is een herziening van de verordening. Er komen nu naar aanleiding van heel veel vragen. Er waren volgens
27
mij drie mensen bij de technische sessie. Die hebben ook hier de kortste bijdrage gehad. Dat is denk ik niet voor niks. Ik ga proberen zoveel mogelijk vragen te beantwoorden, maar ik wil toch ook vragen om toch vrij technische gewoon anders even of van tevoren te stellen of na afloop. Want we kunnen altijd terugkomen op vragen. Daar ga ik hoor, jongens. Ik ga het proberen. Even kijken. Om even te beginnen met de Raphaëlstichting en VanHier. De inspreker is natuurlijk zorgverlener, in dit geval. Mevrouw Sepers: Ik ben geen zorgverlener. Ik ben familie, mentor. Sorry. De voorzitter: Dit is absoluut niet de bedoeling. U zit nu gewoon op de tribune om te luisteren, maar het is nu echt aan de wethouder. Wethouder Van Loenen: Wat ik wil zeggen is, VanHier is bezig met die contractering van de verschillende partijen en heeft inderdaad er niet voor gekozen om de Raphaëlstichting te contracteren. Heb ik ook begrepen. Maar het is inderdaad zo dat er wel wordt gekeken, er is natuurlijk een warme overdracht, dat is ook echt verplicht, er zijn ook niet zo heel veel cliënten bij de Raphaëlstichting, ik dacht een stuk of zeven ... Daar wordt wel gekeken van, de zorgverlener bijvoorbeeld, is dat iemand die meegaat naar VanHier, ja of nee? Dat staat even los van de precieze stichting of de organisatie die daarachter zit. Dat weet ik niet, in dit geval.
Maar de Raphaëlstichting heeft contact met VanHier. Zij maken afspraken over die warme overdracht. Daar kan ook inzitten, want dat gebeurt bij eigenlijk veel van de andere organisaties, dat de hulpverleners juist meegaan. Dat weet ik gewoon niet in dit specifieke geval nog, of dat het geval is. Maar dat is wel een mogelijkheid. Zeker uitgangspunt is dat er een warme overdracht is. Dat er echt wordt gekeken, wat heeft de cliënt nodig? Dan ga ik even naar de verordening, want dit was ook een beetje naar aanleiding van. Er wordt een aantal keer gezegd, dit stuk is al iets beter te begrijpen, maar hoe maken we echt begrijpelijk voor de eindgebruiker, de cliënt? Dat zijn inderdaad wel twee verschillende dingen. Ik heb dit ook wel een paar keer moeten lezen, moet ik eerlijk zeggen. Want ik ben ook geen jurist. Het is ook nog wel even ploeteren. Maar het is natuurlijk zo dat wat erin staat, dat dat inderdaad nog een begrijpelijke vertaalslag nodig heeft. Dat doen we op allerlei manieren. Bijvoorbeeld, voor de pgb’s, pgb-aanvragen is er een speciale folder, die in wat meer begrijpelijke taal is opgesteld. Maar we moeten ook met filmpjes en andere middelen ... Wordt ernaar gekeken, hoe kun je dat goed overbrengen? Dat is zeker een belangrijk aandachtspunt en daar is ook veel aandacht voor. Ging over de cliëntondersteuning, ook bij taal. Dat is inderdaad zeker het aanbod.
Er kan ook gebruik worden gemaakt van een telefonische tolk, bijvoorbeeld. Dat is er zeker. Er waren ook een aantal vragen, die gingen over het maatwerk. Er wordt maatwerk gecontinueerd. De vraag was ook, hoelang is dat dan? Dan ga ik een beetje een soort vage uitspraak doen, maar dat is eigenlijk zo lang als nodig, zo kort als mogelijk. Dat klinkt een beetje als een slogan van een verzekeraar of iets dergelijks, maar volgens mij begrijpt u wel wat er wordt bedoeld. Het is als het nodig is, ja, maar niet onnodig te lang. De voorzitter: Wethouder, u heeft een interruptie van de heer Amand. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Trots heeft al een vraag eigenlijk. U heeft het over telefonische tolken, maar ik krijg steeds de vraag, die zult u, denk ik, ook wel krijgen van Oekraïners in Haarlem, hoeveel tolken hebben we eigenlijk? Want als we natuurlijk ... De dokters willen tegenwoordig fysieke tolken of fysiek de patiënt zien en de mensen zien, maar hoeveel echte tolken hebben we in Haarlem? De voorzitter: Mijnheer Amand, ik weet niet of de wethouder de hoeveelheid tolken klaar heeft. Ik denk dat dat een hele technische vraag is. Als u die eventjes schriftelijk stelt, dan denk ik dat er iemand op het stadhuis gaat uitzoeken hoeveel Oekraïense tolken er zijn. Wethouder, gaat u verder.
28
Wethouder Van Loenen: Die cijfers heb ik niet paraat, helaas. Nog even over die vraag ook, want mensen hebben een beetje de zorg van, is die vraag dan helder? Kijk, die eerste hulpvraag gebeurt eigenlijk in dat eerste gesprek. Daarbij speelt ook het sociale wijkteam natuurlijk een hele belangrijke rol en eventueel ook cliëntondersteuning. Je ziet natuurlijk sowieso dat die sociale wijkteams steeds belangrijker worden. Dat geldt eigenlijk ook hiervoor. Hebben we het ook gehad over ... Een aantal mensen vroegen naar de wachtlijst. Zeker op de huishoudelijke ondersteuning, het abonnementstarief. Dat is natuurlijk ook echt wel een aandachtspunt. Want er is, zoals mijnheer Drost ook aankondigde ... Over drie jaar gaat er een herziening komen van het abonnementstarief. Dan gaat het weer inkomensafhankelijk worden. Maar wat we natuurlijk hebben gezien, is dat er behoorlijke wachtlijsten zijn ontstaan, ook door mensen die gewoon bijvoorbeeld al huishoudelijke hulp hadden en toch hebben aangevraagd, omdat het nu maar 19 euro kost per maand. Ik vind dat zelf heel jammer, moet ik heel eerlijk zeggen, want daardoor is het gewoon ingewikkelder geworden om dat te bieden. Ik wacht ook met smart op die aanpassing van het abonnementstarief. We zijn ook aan het kijken, ambtelijk, of we in de tussentijd nog andere dingen kunnen ondernemen, om daar wat eerder al op in te grijpen.
Daar overleg ik ook over met een aantal andere gemeenten. Overigens is het wel zo ... De voorzitter: Wethouder, u heeft nog een interruptie van mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Dank u wel, wethouder, voor deze. We weten ook wanneer ... Gaat dat lang duren of bent u daar echt actief mee bezig dat we dat binnen een half jaar of zo weten, want het is best belangrijk. Wethouder Van Loenen: Ik ben daar zeer actief mee bezig. Ik heb er alleen in de afgelopen twee weken al een paar overleggen over gehad. Het is alleen niet zo simpel. Dat is ook meestal zo. Maar zeker. Ik zal ook even kijken van, als ik daar meer over weet, hoe ik dat hier kan delen. Want we zijn ook echt op zoek. Als mensen creatieve oplossingen hebben, dan hoor ik dat ook overigens graag. Het is inderdaad zo dat alleen de noodzakelijke ruimten worden schoongemaakt. Die vraag kregen we ook nog. Dan, even kijken, de maatschappelijke opvang eigen bijdrage. De voorzitter: Wethouder, ik zie dat mevrouw Özogul een interruptie voor u heeft. Mevrouw Özogul-Özen: Met betrekking tot mijn vraag. Noodzakelijke ruimte, dat snap ik. Maar wat nou als daar beademingsapparatuur staat en dat wordt dan overgeslagen, omdat men vindt dat dat niet een noodzakelijke ruimte is. Wethouder Van Loenen: Dat is erg specifiek. Maar ik heb het idee dat u ook een concreet voorbeeld daar misschien van heeft.
Dat moeten we, denk ik, even naast deze vergadering even doen. Dat weet ik niet zo. Even kijken, dan maatschappelijke opvang, eigen bijdrage. We hebben ook in het coalitieakkoord staan dat we gaan kijken, wat is daarvoor mogelijk? Het is overigens niet zo dat mensen op dit moment worden geweigerd, omdat ze de eigen bijdrage niet kunnen voldoen. Ze worden eigenlijk alleen geweigerd als er echt aantoonbaar genoeg geld is om die eigen bijdrage te voldoen, maar dat geweigerd wordt. In allerlei andere omstandigheden zijn er mogelijkheden voor betalingsregelingen et cetera. Volgens mij, in praktijk valt dat mee. Maar we gaan kijken natuurlijk naar hoe we daar iets anders voor kunnen bedenken. Daar komen we op terug bij het programma waar we het net ook al over hadden, Opvang, Wonen en Herstel, in het voorjaar. Even kijken, dan de pgb’s. Heb ik ook nog gehoord. Kijk, het is wel zo dat bij allerlei ... Het concretiseren van hulpvragen, daar speelt het sociale wijkteam een belangrijke rol. Bij de pgb’s, je moet natuurlijk wel, daar hebben we vorige keer ook al een gesprek over gehad in deze commissie, pgb-vaardig zijn. Het is juist wel belangrijk dat die scheiding eigenlijk wat scherper nu is geformuleerd. Dat is wel belangrijk om altijd in gedachten te houden, dat je niet ... Als je dan te veel moet helpen, dan ben je eigenlijk niet echt pgb-vaardig.
29
Dat is juist wel belangrijk voor die onafhankelijkheid. Even kijken hoor. Mis ik dan nog ... Ik zit even ... De mantelzorg, mantelzorgers en het financiële compliment, of het financiële cadeau wat er was. Dat was een tijdelijk iets. Daar hebben we het ook even bij de begroting over gehad. Naar ik heb begrepen, is dat er zeker ook animo is, bij een aantal partijen, om daar richting de Kadernota nog te komen voor een andere suggestie. Dat was een tijdelijk budget, wat we daarvoor hadden, voor het mantelzorgcompliment. Dat budget wat er is voor mantelzorgers, dat wordt nu inderdaad ingezet, waar u het ook over had, voor de Dag voor de Mantelzorger, et cetera. Dat wordt samen met de klankbordgroep ook ingericht, voor mantelzorgers. Maar dat gaat ook naar VanHier. Dat betekent ook dat als er richting Kadernota een voorstel zou moeten worden gedaan, dan zouden we ook op een andere manier geld daarvoor moeten vinden. Maar goed, dat is volgens mij in goede handen bij de commissieleden die hier mee bezig zijn. Volgens mij in het verleden altijd CDA en ChristenUnie. De voorzitter: Dan heeft u opnieuw een interruptie van mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Een vraag. Want ik werd namelijk getriggerd door een amendement in 2018, of zo, wat wij hadden met OPHaarlem, met Actiepartij, over het mantelzorgcompliment. Is dat nu allemaal ...
Geldt dat niet meer of zo dan nu? Wethouder Van Loenen: Nee, want dat was een tijdelijke dekking, tijdelijke financiering. Dat is afgelopen. Daarom is het nodig, als dat gedaan wordt, dat dat ergens anders vandaan moet komen, qua dekking. Volgens mij is daar al op aangekondigd dat er een voorstel voor wordt gedaan. Even kijken, dan ging het ook even over monitoring en administratieve druk. Ik wil wel een beetje terughoudend zijn met wat we hier allemaal melden en in de gaten houden en wat we dan weer terugbrengen. Volgens mij haakte het wel aan bij de vraag, bij het vorige onderwerp, of een van de vorige onderwerpen, bij de Raadsjaaragenda, hoe houden we grip op wat er gebeurt met al dat geld wat er is en wordt dat op de juiste manier ingezet? Maar ik wil wel een beetje terughoudend zijn met allerlei verschillende monitoren. Overigens de Wmo-wachtlijst, die is volgens mij redelijk recent naar jullie toegegaan. Daarin hebben we gezegd dat er nog eentje volgt weer, volgend jaar. Die is eigenlijk regulier. Die kan ook altijd worden geagendeerd, als dat nodig is, om verder te kijken. Maar goed, die wachtlijsten zijn natuurlijk op dit moment, zeker bij huishoudelijke ondersteuning, ook echt terug te voeren administratief. De voorzitter: Dank u wel. Dan heeft u een interruptie van mevrouw Klazinga.
Mevrouw Klazinga: Ik had daarstraks inderdaad, bij dat eerdere onderwerp, begrepen dat er over een tijdje, een jaar of zo, een soort evaluatie monitoring komt van hoe het nu gaat met Gewoon in de Wijk en VanHier. Daar haakte ik op aan, om daar dan ook dit onderdeel in te betrekken. Klopt mijn aanname daarin of is daar sprake van een misverstand? Wethouder Van Loenen: Ik had eigenlijk uw vraag daar niet eens in die hoek geschaard, maar er komt inderdaad een evaluatie. Ik weet het niet meer uit mijn hoofd. Wij hebben dat eerder wel gecommuniceerd van, wat is een reële tijd om te kijken van, die doelstellingen bij VanHier, wanneer kunnen we daar echt iets over zeggen van, hoe gaat het daarmee? Maar al eerder is denk ik het idee om in het voorjaar, of in ieder geval zo rond denk ik de jaarrekening, jaarverslag, om dan eens even met elkaar te kijken van, hoe gaat het nu met Wmo? Kunnen we misschien ook wel dat abonnementstarief trouwens in betrekken. Om weer even breder te kijken, hoe staat het ervoor? Hoe wordt het geld uitgegeven? Krijgen we daarvoor wat we nodig hebben? Wat zijn de consequenties van wachtlijsten? Welke andere hot topics zijn er nog meer? Dat abonnementstarief is er één, maar zo zijn er nog wel een paar in het hele sociaal domein waarvan ik denk, het
30
is goed om het met elkaar over te hebben. U had het wel ook over mensen die uit beeld verdwijnen. Dat is natuurlijk echt wel een aandachtspunt. Nu proberen we dat te voorkomen of proberen we de mensen natuurlijk weer in beeld te krijgen of in beeld te houden via de nauwe contacten met onze aanbieders, maar ook het sociale wijkteam speelt daar natuurlijk een belangrijke rol in. Dat is, overigens ook bij het vorige onderwerp van vroegsignalering, eigenlijk wel een continu aandachtpunt. Maar daar proberen we ook steeds meer grip op te krijgen, ook via die aanbieders. Even kijken. Dan nog een ding over de vrouwenopvang. De voorzitter: U heeft eerst nog een interruptie van mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Met die mensen die uit beeld verdwijnen, kan dat dan in de evaluatie die t.z.t. plaatsvindt, naar aanleiding van de overstap naar VanHier, Gewoon in de Wijk ... Of dat ook een onderdeel kan zijn van die evaluatie? Dat is mijn hele concrete vraag. Wethouder Van Loenen: Die neem ik even mee terug. Dat is misschien wel een goede suggestie, om eens te kijken van, houden we zicht op iedereen? Moeten we even kijken hoe we dat precies doen. Maar ik denk wel dat dat een hele reële vraag is, zeker inderdaad na het eerste jaar na het transitiejaar. Die noteren we even. Vrouwenopvang. Tot slot, denk ik. Daar ging het eigenlijk over van, begin je dan in de min? Om het even zo te zeggen.
We maken eigenlijk nu mogelijk dat je kan afwijken daarvan. Inderdaad als je dat toepast, dat je dat niet hebt. Dat was voorheen, begreep ik, in de vorige verordening niet mogelijk, maar dat wordt juist nadrukkelijk een optie hiermee. Even kijken. Ik hoop dat ik ... Ik heb mijn best gedaan, voorzitter. O ja, de klachten misschien nog? Klachten. Eens even kijken. We hebben via de contracten van de aanbieders met elkaar vastgelegd hoe klachten moeten worden afgehandeld. Dat sloeg op artikel 12.4, uit mijn hoofd even. Dat is eigenlijk per contract apart vastgelegd. Natuurlijk wel een beetje dezelfde lijn, want dat moet via de aanbieders dan worden gereguleerd. Dan hoop ik dat ik er echt ben. De voorzitter: Ik zag al een aantal vingers de lucht in schieten, zodra u zei dat u klaar was. We gaan gewoon een tweede termijn doen. Herhaalt u daar nog even de vragen die u nog open heeft staan. Als ze niet technisch zijn, gaat de wethouder een poging doen in tweede termijn. Mevrouw Scholten als eerste. Mevrouw Scholten: Dat wordt wel heel erg. Sorry. Ik probeer hem nog heel eventjes iets te verduidelijken. In artikel 1.3 staat, dit is niet zo technisch als het lijkt, dat een aanvaardbaar niveau van zelfredzaamheid en participatie niet hetzelfde is als wat de persoon noodzakelijk vindt in het kader van smaak, gewoonte of wens.
Wat ik me dan echt afvraag, dat is niet zozeer technisch als wel inhoudelijk, mensen die rigide denkpatronen hebben door een spectrumstoornis of een verstandelijke beperking en die vanwege hun beperking voor hun functioneren volledig zijn aangewezen op hun gewoontes, worden die dan wel voldoende gezien en gehoord? Daar maak ik me echt zorgen om. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Windt namens D66. Mevrouw Van der Windt: Dank je wel. Ik was in het begin ... Ik had weinig vragen, maar voor mij zijn die allemaal niet beantwoord, tenzij ik die misschien in de enorme brij van antwoorden die u heeft gegeven niet heb gehoord. Maar mijn vraag, ook die van de VVD, was, er staat eenvoudig melding doen. Maar hoe wordt voor mensen duidelijk dat melding doen niet hetzelfde is als een aanvraag doen en dat ze een beetje tussen wal en schip raken? Hoe kunnen we dat zoveel mogelijk voorkomen? Ik had echt nog een specifieke vraag over de studenten, die wel heel erg worden uitgesloten van woningaanpassingen. Wat we kunnen doen om te voorkomen dat die op straat komen te staan als ze iets overkomt of geen kamer kunnen vinden? Dank u wel.
31
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Ik had een vraag gesteld over schorsingen en schorsingsgesprekken. Daarnaast was ik twee dingen vergeten. Even kijken. Ik lees iets over wachtlijsten MO. Volgens mij was er ooit een motie van het CDA aangenomen, dat niemand tegen zijn zin op straat slaapt. Zijn wij daar nu van afgeweken? Doen we dat niet meer? Het laatste, trajectbegeleiding eveneens in de opvang. Is daar controle op? Want er zijn natuurlijk heel veel problemen in het verleden geweest. Ik lees iets over trajectbegeleiding, dat dat aan de opvang vastzit. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel. Mevrouw Özogul, ik vraag me gewoon af, we zijn bezig met die lokale regelgeving maatschappelijke ondersteuning, wat is de relevantie van uw vraag voor deze specifieke vrij technische wijziging. Ik ben u daar een beetje kwijt mee. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Omdat ik iets in de Wmo-verordening hierover lees. Daar vraag ik over. De voorzitter: Gaat uw verder. Mevrouw Özogul-Özen: Het is niet technisch, want het is heel belangrijk dat het wel goed uitgevoerd wordt. De voorzitter: Belangrijk kan natuurlijk nog wel soms technisch zijn, maar dat ... Was u klaar met uw tweede termijn? Mevrouw Özogul-Özen: Ja.
Ik heb het over de trajectbegeleiding gehad, de controle daarop, dat het kwalitatief goed is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms. Mevrouw Booms-van der Meer: Mijn vraag was, is het mogelijk om de uitvoeringsregels up-to-date te houden? De voorzitter: Kijk, dat helpt. Kort maar krachtig. Anders nog commissieleden? Mijnheer Amand, gaat uw gang. De heer Amand: Voorzitter, ik had nog die vraag, die is eigenlijk niet beantwoord. Eigenlijk die mensen die telefonisch melding maken voor Wmo, dat ze lang in de wacht staan. Hoe staat het daarmee? Het is natuurlijk ook een beetje schandalig dat alle mensen die wat mankeren vandaag de dag, dat die afhankelijk zijn van derden. Dat willen we toch ook eens opgelost hebben. Waar zijn die mensen gebleven, waar de wethouder het net over heeft, waar de gegevens, denk ik, niet meer van zijn of die uit het zicht zijn. Hoeveel mensen zijn dat? Dat wil Trots Haarlem ook eens weten. Hoe kan dat, dat ze zomaar uit het beeldscherm verdwijnen? De voorzitter: Dank u wel. Anders nog commissieleden die in de tweede termijn het woord willen voeren? Nee. Dan gaan we naar de wethouder.
32
Wethouder Van Loenen: Even kijken. Jouw Haarlem, in de eerste termijn vroeg u trouwens ook naar meer ervaringsdeskundigen. Daar ben ik overigens zelf een grote voorstander van. Het is denk ik misschien wel breder dan dat. Niet alleen ervaringsdeskundigen, maar ook ervaringskennis. Ook, hoe zorg je ervoor dat mensen niet ... Je hoeft niet allemaal het helemaal zelf hebben meegemaakt. Maar hoe zorg je er wel voor dat er voldoende kennis is van hoe iets in de praktijk is? U gaf het voorbeeld aan van iemand met een stoornis, die misschien voorkeur beïnvloedde et cetera. Zou ze dan niet buiten de boot vallen in artikel 1.3? Daar wordt weldegelijk rekening mee gehouden als daar aanleiding toe is vanuit de diagnose van diegene. Dat blijft zo. Even kijken. Dan hebben we nog de studenten. Die vallen in principe niet buiten de boot. Er wordt echt naar gekeken, wat is er nodig? Daar is ook zeker maatwerk voor. Daar is ook geen zorg voor nodig of geen zorg over. Zorg voor wel, zorg over niet. Even kijken. Het ging ook over het verschil tussen inderdaad melden en echt de aanvraag. Een echte aanvraag moet je je handtekening onder zetten. Er zit echt wel een verschil tussen die melding. Daar is ook echt wel aandacht voor bij het eerste gesprek, et cetera, dat het duidelijk moet zijn dat daar sprake is van een aanvraag die getekend moet worden. Er zit echt wel een specifiek verschil in.
Dat is zeker ook wel een aandachtspunt, want ik snap wat u bedoelt. Voor je het weet, praat je eigenlijk langs elkaar heen. Je moet heel erg zeker zijn dat die vraag helder is. Daar kan het sociale wijkteam inderdaad bij helpen. Maar er moet ook worden opgelet, aan onze kant, om het even zo te zeggen, dat dat echt daadwerkelijk een aanvraag is met een handtekening. Dan de wachtlijst maatschappelijke opvang. We geven nog steeds enorm uitvoering aan Niemand slaapt op straat. Die is al best wel oud, die motie. Volgens mij 2015 of iets dergelijks. Ik zat zelf in de gemeenteraad. Dat weet ik nog heel goed. Het is wel zo, dat is ook eigenlijk wel een beetje de reden waarom de opvang heel erg vol zit, op dit moment, want het heeft een enorme aanzuigende werking. Want wij zijn de enige in de regio die dat doen, op deze manier. Wij krijgen ook gewoon mensen die letterlijk net aankomen uit het buitenland, die naar Haarlem komen om in onze opvang te komen. Ik wil daar ook wel ... We gaan in het voorjaar dat gesprek hebben over Opvang, Wonen en Herstel. Dan wil ik u ook wel daarin meenemen wat precies de consequenties zijn van dat Niemand slaapt op straat. Want wat ik zeg, de aanzuigende werking is wel heel reëel. Dat zet ook wel allerlei voorzieningen onder druk voor de Haarlemmers.
We doen dat nu wel met elkaar, maar ik ga u toch ook in het voorjaar, zal misschien niet iedereen even blij mee zijn ... Maar zal ik u wel willen meenemen in wat dat betekent, zodat we daar ook als raad nog eens even goed ons van bewust zijn, wat dat doet. De voorzitter: Mevrouw Jacobsz heeft een interruptie op dat punt. Mevrouw Jacobsz: Ik had begrepen dat er in de parkeergarages wat overlast is van mensen die daar verblijven en slapen. Wethouder Van Loenen: Ik principe kunnen ze zich echt melden bij de opvang en hebben we ook bijvoorbeeld afgelopen weekend, was het heel erg koud, de winteropvang eerder open gedaan. Hebben we ook echt mensen, ook die te laat waren et cetera, iedereen toegelaten. Het zou kunnen zijn. Sommige mensen kiezen er zelf voor om toch op straat ... Maar goed, u weet hoe het werkt. Eens even kijken. De uitvoeringsregels. U zegt ook van, kan dit eigenlijk up-to-date blijven, deze verordening, want we hebben natuurlijk in het verleden een aantal keer aangepast en toen werd het eigenlijk een grote brij. Nu hebben we eigenlijk gezegd, we gaan in een keer weer even naar een soort grote reset, we beginnen weer even opnieuw. Maar je kunt altijd via collegebesluiten hem eigenlijk weer up-to-date maken. Uiteindelijk komt dat inderdaad ... De uitvoering komt ... In die uitvoeringsregels wordt dat belegd. Maar die kunnen we eigenlijk altijd weer aanpassen.