11-04 Transcript begrotingsraad
Tekst van het document
45
mensen beargumenteerd aan te laten geven waarom ze voor of waarom ze tegen een standpunt van het college zou zijn geweest? Mevrouw Hartman: Mooie interruptie, precies niet. Kijk bijvoorbeeld naar dat burgerberaad. Daar wordt een heel afgekaderd beeld, de vraagstelling is al afgekaderd in de zin, bijvoorbeeld met die CO2-vermindering. Als je daar überhaupt al niet mee eens bent, dan heeft het helemaal geen zin om daar naartoe te gaan. Daar wordt dan niet op die manier naar geluisterd. Het is op de manier waarop je het inzet. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Begrijp ik nu goed dat mevrouw Hartman was ingeloot voor dat burgerberaad, dat ze dat weet? Dat daar niet naar je werd geluisterd? Mevrouw Hartman: Ik weet dat die opvatting heerst. De voorzitter: Gaat u verder, mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Dank u wel, voorzitter. Participatie lijkt dus vooral een strategie om de indruk van betrokkenheid te wekken, terwijl in werkelijkheid het beleid al grotendeels vast ligt. Daarom ook een oprechte vraag aan de wethouder, als dat beleid toch al zo vast ligt, waarom vraagt u dan überhaupt nog om participatie? Tot slot, wanneer we de doelen van de gemeente naast de belangen van de Haarlemmers leggen, wordt duidelijk dat er een groeiende afstand bestaat tussen beiden.
Terwijl de gemeente miljoenen uitgeeft aan duurzame idealen en participatie-initiatieven, blijft de Haarlemmer achter met stijgende lasten, beperkte voorzieningen en een stad die steeds minder leefbaar wordt. Het beleid is erop gericht een beeld van vooruitgang te schetsen, maar in de praktijk komen veel meer inwoners meer in aanraking met de nadelen van deze vooruitgang dan de voordelen. Het is tijd dat Haarlem haar focus verschuift van de grote idealen naar de werkelijke behoeften van haar inwoners. Want zonder die verandering is het beleid is niets meer dan een dure façade die het echte welzijn van de Haarlemmers niet dient. Natuurlijk hebben wij over specifieke moties en onze stemming voor de begroting ook het een en ander te zeggen. Dat bewaren we nog even voor de tweede termijn op donderdag. Tot zover onze algemene beschouwing. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de bijdrage van de raad in eerste termijn. En wil ik vragen aan de vicevoorzitter om het voorzitterschap over te nemen, zodat het college in de gelegenheid is om antwoord te geven op gestelde vragen. De plaatsvervangend voorzitter: Oké, dan gaan we verder met de eerste termijn van het college en wil ik graag het woord geven aan wethouder Roduner. Gaat uw gang. Wethouder Roduner: Dank u wel, voorzitter.
Dan begin ik even met de huishoudelijke mededeling dat alle moties die zijn ingediend wij woensdag van preadvies zullen voorzien en dan kunnen we volgens mij, in de tweede termijn zullen we eventueel nog ingaan op moties, maar dan kunnen we ons nu beperken tot de vragen die vanavond zijn gesteld en krijgt u dus het advies op uw moties later. Het college staat hier wel met trots. Het is een beleidsarme begroting, omdat we een goed gesprek hadden over de kadernota. Maar het is ons toch weer gelukt om ook nog een aantal tegenvallers sinds de kadernota of beleidswensen, hoe u het wilt noemen, ten aanzien van het PIT, het aflopen van het PIT, de rattenoverlast, de taakstelling cultuur, de vervangstinvestering in de cultuur, om die nog ook in deze begroting in te passen. En ik denk dat we best trots mogen zijn als stad dat we een begroting en een kadernota hebben waarin niet hard bezuinigd hoeft te
46
worden, waarin we niet de OZB hoeven te verhogen. Want als ik met mijn collega's in Nederland praat, dan voel ik me soms ook wel een beetje eenzaam of een soort witte raaf, omdat ik zie dat heel veel gemeenten wel juist worstelen in deze begroting al met dat type vraagstukken, denk ik dat wij blij mogen zijn dat we in Haarlem het zo voor elkaar hebben dat dat niet het geval is. En ik denk wel dat het goed is om te memoreren dat dat ook geen toeval is of geluk of iets bijzonders aan Haarlem. Ik denk dat we, wat we de afgelopen jaren hebben gedaan, is gewoon goed degelijk financieel beleid voeren. Dat betekent dat je scherpe keuzes maakt over waar je je geld aan uitgeeft en ook dat je soms kijkt waar het misschien wat minder kan of waar het wat zuiniger kan. Ik denk dat dat wel de goede keuze zijn die we de afgelopen jaren met elkaar hebben gemaakt. En ook heel bewust hebben we natuurlijk gezegd dat we willen sparen in die afgelopen goede jaren, de vette jaren. Om juist in die magere jaren waarvan we weten dat ze nu gaan komen, het ravijn staat voor de deur, om dan een potje geld te hebben waarmee we dat ravijn gaan dichten. En dat is ook wat het college in deze begroting uiteindelijk al op anticipeert om bij de kadernota vorig jaar met elkaar, volgend jaar met elkaar, uiteindelijk dat ravijn ook te lijf te gaan.
Dus we hebben met elkaar gezegd, er is een behoorlijke reserve, een aantal van u heeft dat al gememoreerd. Dat biedt ons ruimte om de jaren ‘26, ’27, ‘28 misschien zelfs, goed door te komen. Zodat in de jaren ‘29, als er ook weer extra geld komt vanuit het Rijk, er ook weer perspectief is om gewoon tot goede structureel sluitende begrotingen te komen. Dus ik denk dat dat ook wel, het staat dan misschien op pagina 18 in deze begroting, niet voor iedereen misschien direct leesbaar, maar de strategie die het college voorstelt is dus om de reserve de komende jaren in te zetten om de tijdelijke tekort te dichten en dan in het laatste jaar, als de solvabiliteit het ook niet meer toelaat om dat te doen, het overschot wat we dan nog hebben om te zetten in de kapitaallastenreserve waarmee er structureel ruimte wordt gecreëerd en structurele uitgaven gedekt kan worden. Ik denk dat dat ook een antwoord is op de heer Van Leeuwen die vraagt over de kapitaallasten en of de schuld houdbaar is. Daarmee houden we natuurlijk ook de schuld laag en houden we de schuld houdbaar en vangen we die kapitaallasten op. Dus ik denk dat we goed voorbereid zijn op die moeilijke tijd. Het is dus ook zo dat we dus komende kadernota niet met elkaar een gesprek aan moeten gaan over bezuinigingen. Dat is fijn. Dat geeft ons tijd ook om andere dingen te doen.
Ik snap wel dat u zegt, voor een volgende periode willen wij toch ook daar weer een discussie met elkaar aangaan. Ik denk dat we in aanloop naar de verkiezingen moeten kijken hoe alle partijen goed geïnformeerd worden, ook door de ambtelijke organisatie, om daarin zelfstandig keuze te maken. Maar ik denk dat een volgende, na de verkiezingen mensen hier niet ongelukkig weg hoeven te lopen, want die komen uiteindelijk in een volgens mij een redelijk gespreid financieel bedje terecht. Dat denk ik ten aanzien van het financiële deel van de dag. ChristenUnie is er niet meer, maar die had ik daarmee graag willen overtuigen dat dit toch echt een betere koers is dan nu al het geld ‘…’. Dan ten aanzien van het woongedeelte. Aantal partijen hebben gevraagd, hoe zit het nou met die woningbouwprogrammering en die woningbouwplanning. Die hebben we al eerder met elkaar geconstateerd tijdens de woningbouwrapportage. Ik denk ook dat dat het goede moment is om jaarlijks het gesprek te voeren. Dat het vertraagt, dat weten we ook met elkaar. We hebben goede jaren gehad, maar we weten ook dat de marktomstandigheden behoorlijk tegen zitten. We hebben elkaar een doel gesteld om proberen juist die woningbouw op peil te houden, te versnellen zelfs met een subsidieregeling waarmee u ook een aanzet toe heeft gegeven.
En ik denk dat dat ook juist de kans biedt om die woningbouwproductie op de gewenste hoogte te houden. En te zorgen dat we de komende jaren ook voldoende woningen opleveren voor alle woningzoekenden. De plaatsvervangend voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Aynan. Mijnheer Aynan, gaat uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. De wethouder zegt, we weten dat het vertraagt, maar waarom zegt u dat niet eerlijk in uw begroting?
47
De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder. Wethouder Roduner: Ik heb niet het idee dat we iets niet eerlijk doen. We hebben volgens mij bij de woningbouwrapportage een duidelijk gesprek gehad over het feit dat de woningbouw tegen zit. We hebben daar scenario's geschetst over hoe die woningbouw zich zou kunnen ontwikkelen. We hebben toen ook met elkaar doelbewust de keuze gemaakt om te zeggen, laten we iets extra’s doen om te zorgen dat we ons door die ongunstige omstandigheden heen bouwen. Dus dat was uiteindelijk het doel daarvan. En het zal zich moeten bewijzen hoe die komende jaren zich zal ontwikkelen. De plaatsvervangend voorzitter: U heeft nogmaals een interruptie van de heer Aynan. Gaat uw gang. De heer Aynan: Ja, toch nog, kijk, het gaat om het hele verhaal en het eerlijke verhaal. U zegt in uw eigen midterm review, de woningbouw die is op stoom, met name in de ontwikkelzones, wordt een stevig tempo doorgebouwd om de ambitie van 10.000 nieuwe woningen in 2030 te realiseren. Geen woord over de vertraging, dat er inderdaad vanaf 2026 2.000 woningen tekort komen. Dat is waar ik naar vraag. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder. Wethouder Roduner: Ik weet niet waar u die tekort aan woningen vandaan haalt, we hebben al veel meer woningen tekort, al heel lang. En dat noemen we een wooncrisis in Nederland.
We hebben een groot tekort aan woningen in Nederland en volgens mij doet deze gemeente er alles aan om te zorgen dat we die woningnood zo snel mogelijk verlichten. En nogmaals, we hebben een goed gesprek gehad over de woningbouwrapportage, waarin we in detail ook over de cijfers en ontwikkelingen zijn ingegaan. En dat is het moment dat we met elkaar ook het gesprek hebben van, hoe ontwikkelt het zich, gaat het goed, liggen we op koers, moeten we iets extra’s doen? De plaatsvervangend voorzitter: Nogmaals een interruptie van de heer Aynan. Gaat uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Het tekort haal ik heel simpel uit uw eigen begrotingen. Die van vorig jaar gaf voor 2026 83.152 woningen aan. Die van dit jaar geeft voor hetzelfde jaar 2026 81.007 woningen aan. Dat is dus een verschil van ruim 2.000. Daar gaat het om. Die vertraging, die mis ik in uw begroting. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder. Wethouder Roduner: Ja, het is een prognose. Dus volgens mij is dat ook wat ik al nu een paar keer probeer uit te leggen. De begroting is erg op hoofdlijnen. We hebben een uitgebreide woningbouwrapportage waarin we uitgebreid met elkaar het gesprek voeren over jaarschijven, wat de plancapaciteit is. Dus daar kunt u ook de differentiatie zien van de woningbouwcategorieën.
We hebben met elkaar geconstateerd dat er verschillende scenario's zijn hoe de woningbouw zich zou kunnen ontwikkelen. En dan gaat het volgens mij ook om wat het gesprek is, hoe je dat gaat sturen, wat je dan gaat doen. En volgens mij hebben we daar wel de goede keuze met elkaar gemaakt. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Aynan, gaat het weer over cijfers, over het aantal woningen, of heeft u nog een inhoud… De heer Aynan: Voorzitter, de hele begroting gaat over cijfers. Voorzitter, iedere begroting gaat over een prognose, dus dat is niks nieuws. Waar het mij om gaat is dat u pagina 6, de loftrompet afsteekt zonder te
48
benoemen dat we inderdaad vanaf 2026 echt gewoon in de problemen komen, extra. Daar gaat het om. Ook qua prognoses. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder. Wethouder Roduner: Het is ook wel goed om met elkaar wel stil te staan met de dingen die je bereikt. Er ligt een woningbouw, we hebben een woningambitie van 10.000 woningen tot 2030. We weten dat daar goede jaren tussen zullen zitten en mindere jaren, dat weten we ook. Ook in de laatste woningbouwrapportage is nog steeds het perspectief, het zit tegen, maar er is nog steeds kans dat we het wel kunnen halen, met een aantal maatregelen. Ik denk als je twee jaar achter de rug hebt waar in ieder geval één recordjaar zit waarin we volgens mij het grootste aantal woningen in de afgelopen vijftig jaar hebben opgeleverd in Haarlem, dan kunt u daar heel zuur en negatief over gaan doen en zeggen dat dat niet het hele verhaal is. Maar dan denk ik, dan bent u toch echt wel een beetje uzelf voor de gek aan het houden. Het is een hartstikke goed jaar geweest, dus volgens mij, zo kijkt het college daar dan ook tegenaan. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Aynan, omwille van de tijd, ik gun u deze interruptie nog, maar ik hoop dat dit de laatste is. Gaat uw gang. De heer Aynan: Voorzitter, in alle eerlijkheid, het gaat helemaal niet om zuur of negatief. Het gaat om de realiteit, om de echte cijfers.
In deze begroting staat ook keihard dat de wachttijden niet afnemen voor de sociale huur. En uw topjaar met 1423 woningen die inderdaad afgeleverd zijn vorig jaar, daartussen zitten slechts 125 sociale huurwoningen. En we weten dat daar de nood het hoogst is. En dat mag u best benoemen in uw eigen begroting. Dat is de kritiek die wij u voor de voeten werpen. En verder, u weet ook dat we de versnellingsprojecten van uw eigen ‘…’projecten natuurlijk steunen. Dat, zo zijn wij ook. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder. Wethouder Roduner: Ik ben blij dat u de woningbouw wat meer steunt. Vorige periode heeft u zich ook wel eens een keer uitgesproken tegen veel woningbouwprojecten. Ik hoop dat uw samenwerking met de SP er toe leidt dat u ook inderdaad de sociale woningbouw in West gaat steunen. Want daar is ook een groot behoefte aan. Kijk, een hele hoop van de dingen die we doen heeft een lange aanlooptijd. En ik denk dat het goed is dat we nu langzaam die vruchten daarvan gaan plukken. De voorzitter: Mijnheer Aynan, u heeft nog steeds uw punt niet gemaakt, maak ik hieruit op. Gaat uw gang. De heer Aynan: Er worden hier nieuwe dingen voor mijn voeten geworpen, dus daar wil ik graag op reageren. Als je het hebt over Zuidwest, voorzitter, dan hebben we inderdaad tegen gestemd, omdat de bereikbaarheid niet op orde was. Omdat de participatie niet op orde was.
Maar we zien nu ook van de 22, in de risicoparagraaf, 8 van de risico's behoren bij Zuidwest, waarvan 1 structureel. Daarvoor hebben we gewaarschuwd en dat is waarom we tegen gestemd hebben. Het was niet op orde. De andere projecten hebben we wel degelijk gesteund. Wethouder Roduner: Het is fijn. Kijk, er is altijd iets. Het is niet makkelijk om woningen te bouwen in Haarlem. Het is een behoorlijk verdichte stad, dus het is altijd ingewikkeld en er is iets. Maar ik mocht vorige week het startschot geven voor de bouw van de Stephensonstraat woningen in Zuidwest. Dat zijn 75 procent sociaal huur. Daar was ik heel blij mee en ik denk dat we zulke soort projecten meer nodig hebben. Dank u wel. Ik ga door, voorzitter.
49
De plaatsvervangend voorzitter: Ja, gaat u door met uw betoog. Wethouder Roduner: Want VVD vraagt ook naar het volkshuisvestingsprogramma en hun motie. Die ben ik nog niet vergeten. We gaan het over het volkshuisvestingsprogramma hebben. Krijgen we binnenkort startnotitie. En ergens begin volgend jaar wil ik naar u toekomen met een opinienota waarbij we het niet alleen gaan hebben over wat de beleidsambities zijn vanuit wonen. Maar ook waar we wat meer invulling kunnen geven over niet alleen het wat we met wonen willen, maar ook hoe en in welke zones. En ondertussen staan we ook niet stil. Want morgen hebben we het masterplan van fase 3 en 4 en 5 van het winkelcentrum Schalkwijk in het college. Dat is eigenlijk een ontwikkelzone al op zich. Dus daar zult u zien dat we ook een aantal nieuwe dingen doen. De plaatsvervangend voorzitter: Ik geloof dat u een interruptie heeft van de heer Van den Raadt, maar ik weet het niet helemaal zeker. Klopt het? Ja, dat is beter. Mag ik u vragen om voortaan uw hand echt op te steken, want dit lijkt een beetje op een rustende pose. Dank u wel, mijnheer Van den Raadt. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Dat komt door uw voorganger. Maar kijk, als de wethouder zegt van, het is super moeilijk om huizen te bouwen in Haarlem en we hebben uiteindelijk maar 100 sociale huurwoningen erbij gekregen.
Waarom gaat u dan niet een keer helemaal over de andere boeg en volgt u gewoon de voorstellen van Trots Haarlem dat we geheel andere voorrangsregels nemen en gewoon stoppen met het volbouwen? De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder. Wethouder Roduner: Ik denk dat we gewoon moeten zorgen dat er voldoende woningen voor alle Haarlemmers zijn. En daar werken we aan. De Partij van de Arbeid vraagt om parallel te plannen. Ik denk dat we dat deels al doen. We zijn projecten waarin we fases overslaan. De stedenbouwkundig programma van eisen samenvoegen met het stedenbouwkundig plan. We hebben natuurlijk ook de corporatie projecten waarin we proberen de planning wat in te dikken. Dus we zijn al stappen aan het zetten. U vraagt ook naar de pilots die er landelijk lopen. We zullen via ons MRA-netwerk uitvragen wat daar speelt, wat we daarvan kunnen leren. En laat ik u toezeggen dat we dat een keer naar u toesturen, onze afdronk daarvan en of we daar in Haarlem nog verder les uit kunnen trekken. ChristenUnie heeft nog een vraag. Het is ook een vraag van ChristenUnie over korte gebouwprojecten. De Actiepartij heeft nog een vraag over Samen beter wonen. Een deel van de ambitie is gewoon generiek. Dus in dat masterplan voor winkelcentrum Schalkwijk zult u ook dingen terugzien over collectieve daktuinen, collectieve binnenhoven, meer gezamenlijke ruimtes.
Volgens mij heeft u in uw voorstel gevraagd om een drietal kavels waar we dan ook echt een coöperatie zouden kunnen starten. Zwemmerslaan loopt, Delftplein zit het ook in het programma van eisen van leefomgeving. En als die nog niet gevonden is ga ik ook op zoek naar kavel drie. Dus dat gaat volgens mij de goede kant op. En u vroeg ook nog van, hoe prioriteren we nou binnen bereikbare steden of in ieder geval dat IP-budget? Dat is niet zozeer gekoppeld aan de 10.000 woningen. We hebben dat budget in onze begroting opgenomen om ook flexibel in te kunnen spelen op cofinanciering van het Rijk. Er zijn ook momenten dat het Rijk geld beschikbaar heeft, dit nieuwe kabinet ook, maar dat ze wel 50 procent cofinanciering verwachten van de gemeente Haarlem. Dan is het fijn dat we een budget beschikbaar hebben wat we dan kunnen matchen. En natuurlijk kijken we wel aan waar dat dan de meest toegevoegde waarde oplevert voor Haarlem. Voor de bereikbaarheid van onze stad en onze gebiedsontwikkeling. Dus dat zijn een beetje op hoofdlijnen de criteria waar we naar kijken. Dat was hem, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, wethouder Roduner. Dan gaan wij door naar de burgemeester. Gaat uw gang.
50
Burgemeester Wienen: Dank u wel. Er zijn een aantal vragen gesteld. De dingen die samenhangen met moties, die komen zoals de wethouder al heeft aangekondigd woensdag. De VVD maakte zich zorgen van, hoe zit dat met de handhaving op het water? Wordt er wel genoeg gedaan aan veiligheid? Er wordt volgens mij heel hard aan gewerkt in Haarlem en ik kom er graag uitvoerig op terug als we over het veiligheidsplan weer praten. Maar op het water wordt door vier mensen, vier handhavers gehandhaafd. Het is lastig handhaven daar, want dat betekent dat je met bootjes te maken hebt. Dan kunt u zich voorstellen dat dat flink wat inzet vraagt om dat te doen en lang niet alles kan worden aangepakt. Maar ik vind het ook wel een beetje wonderlijk als u aan de ene kant zegt van, waar blijft de handhaving? En aan de andere kant van, die handhaving dat is vooral ondernemers die het leven zuur gemaakt worden. Ik denk dat dat toch niet helemaal correct is. Wat we doen is proberen om op een correcte manier misstanden aan te pakken, prioriteiten te stellen. En daarover kunnen we met elkaar zeker het gesprek hebben. We zullen ook volgend jaar of de komende maanden al met een plan komen van hoe we handhaving precies inzetten. Vroeger deden we dat samen met het veiligheidsplan. Nu gaan we ook apart het handhavingsplan aan u laten zien. Dus dat geeft ook een beeld van hoe de handhaving eruit ziet.
Bureau Halt, daar is door de Partij van de Arbeid geconstateerd van, daar doet Haarlem niet zo actief in mee als een aantal andere gemeenten. Dat klopt, ik snap dat Halt dat zegt. Haarlem is wel heel actief op die thema's, maar Halt is niet de enige organisatie die daar dan bij betrokken is. Wel als het gaat om alternatieve straffen. Daar werken we wel in principe via Halt, maar als het bijvoorbeeld gaat om onderwijsprojecten zijn er andere organisaties. We zijn wel in gesprek met Halt om te kijken of Halt daar misschien een grotere rol bij kan spelen. Het is niet per definitie zo dat Halt de organisatie is die dat het beste kan invullen. De plaatsvervangend voorzitter: Er is een interruptie van de heer Wiedemeijer. Gaat uw gang. De heer Wiedemeijer: Dank u wel, voorzitter. Nog even over het vorige punt. Dus u zegt, in andere gemeenten doen ze dat wel, dat bureau Halt aanschuift bij individuele casus. Maar wat is dan de afweging dat we dat in Haarlem niet doen? De plaatsvervangend voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Wienen: Omdat een aantal organisaties beschikbaar zijn die op een heel effectieve manier, als het gaat om die extra inzet, want als uw vraag is waarom in het casusoverleg, dat heeft te maken met het feit dat de gemeentelijke inzet, van zowel de afdeling Jos als de afdeling Veiligheid en Handhaving, die is heel actief als het gaat om jeugd.
Maar dan is Halt niet altijd de organisatie waar dan de meeste inzet op gezet wordt, omdat het idee is dat met andere organisaties het effectiever werkt. Maar we zijn wel bezig om te kijken of we in gesprek met Halt dat weer dichter bij elkaar kunnen krijgen, zodat we meer met Halt ook gaan doen. Maar het verbaast me niet dat u dat signaal krijgt, want dat heeft te maken met de situatie zoals die nu is. Maar we zijn in gesprek om te kijken of we ze ook weer meer kunnen betrekken. Nachtleven, daar komen we volgens mij nog, en het evenementenbeleid komen we nog uitvoerig over te spreken. Er zijn door een paar partijen wordt er uitgekeken naar dat evenementenbeleid en ik heb al aangegeven dat de bedoeling is dat we in december als college in ieder geval met het voorstel komen. Daar is dan ook nog inspraak over, maar dan komt het ook richting raad. De PIT, die aanpak die gericht is op preventie van jeugdcriminaliteit, daar wordt door de gemeente echt zwaar op ingezet. Investeren we ook in, gaan we ook extra in investeren, zit in deze begroting, heeft u gezien, extra middelen. Extra middelen ook vanuit het Rijk die daarvoor gebruikt worden. En we zijn op dat punt zeker zeer gemotiveerd. Dat geldt ook, zeg ik in de richting van D66, op het punt van veiligheid van vrouwen en meisjes.
Ik denk dat het op zich prachtig is als u een voorbeeld uit een andere gemeente noemt waar daar veel gesprekken over gevoerd worden en men daar ook actief over nadenkt. Ik
51
denk niet dat het terecht is om daaruit te concluderen, dan zal dat in Haarlem wel niet gebeuren. Alleen al in de afgelopen weken is dit onderwerp bij mij drie keer apart onderwerp van gesprek geweest met individuele en soms gezamenlijk een aantal vrouwen. Alleen dat staat niet in de krant. Misschien is het wel goed en daarom is het ook wel goed dat, ik ga ook wel nadenken over wat u zegt. Want ja, als die zichtbaarheid toch belangrijk is, omdat het misschien een eigen bijdrage kan leveren aan de perceptie en het gevoel van betrokkenheid, dan moet ik daar misschien ook meer mee doen. Maar het gaat vaak ook om kwetsbare mensen die ervaringen delen en die er niet op zitten te wachten dat dat met naam en toenaam wordt gedeeld. Maar ik herken wel uw, in ieder geval uw grote betrokkenheid. Ik denk als er gezegd wordt, de raad is dan telkens als eerste aan zet. Ik weet niet of dat helemaal waar is. Er zijn echt thema's waar we ook vanuit het college meermalen aandacht voor gevraagd hebben en mee bezig zijn. Maar uw eigen inzet is in ieder geval op dit punt ook heel erg groot en ik ben blij dat er zoveel draagvlak is in de raad voor aanpak. Waar ook echt nog veel te doen valt. Handhaving, er wordt wel gehandhaafd op parkeren. Alleen dat gebeurt nu bij excessen en als er klachten zijn. Er wordt in het college nog een discussie gevoerd over hoe we dat kunnen aantrekken.
Dus zeg maar kunnen komen tot een verdere uitvoering van de motie. Maar dat zal ook capaciteit vergen en die discussie is niet zo simpel. Maar daar komen we zeker op terug. Ik kan voor de zoveelste keer nog eens uitleggen hoe het zit met die referendumcommissie. Wij hebben geen referendumcommissie weg laten gaan. Die is zelf opgestapt en we hebben geconstateerd, we zorgen ervoor dat er weer een referendumcommissie is als ook de referendumverordening door deze raad wordt vastgesteld. Volgens mij hebben we het daar uitgebreid over gehad. En het heeft niet zo heel veel zin om dat weer nu te gaan herhalen. Hart voor Haarlem heeft twee forse kritiekpunten. Eén, de volgorde van de Woo-stukken leiden wij uit af dat de gemeente zijn zaken niet op orde heeft. Dat vind ik eerlijk gezegd nogal een makkelijke conclusie. En ik deel hem ook niet. De vraag is of de documenten worden opgeleverd. En die worden opgeleverd, die komen uit de systemen. Dat zijn tegenwoordig geautomatiseerde systemen. En die kun je inderdaad op datum weergeven. Maar als ze uit verschillende bronnen komen kunnen ze ook inderdaad qua datum door elkaar heen zitten. Dus ik wil best nog eens kijken of we daar wat anders mee om zouden moeten gaan. Maar in ieder geval is het denk ik niet terecht om te zeggen van, dan klopt er dus niks van het systeem.
De plaatsvervangend voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Van Zetten. Gaat uw gang, mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Dan raad ik de burgemeester aan om nog even naar te kijken naar de vragen van Hart voor Haarlem. Donderdag voor de vakantie, u was er toen niet. En de antwoorden die ik kreeg van het college. En wat betreft dat u kritiek, het gaat gewoon om hoe de wet de voorwaarden stelt, hoe zaken bewaard moeten worden. En dat betekent dan ook, als het goed bewaard is en toegankelijk, dat u met een druk op de knop, hupsakee, in ieder geval die documenten chronologisch kan vinden. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder. Of wethouder, burgemeester gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Dat laatste is in ieder geval, het lijkt me leuk om met mevrouw Van Zetten daar nog eens over van gedachten te wisselen, want die is in ieder geval expert op dit terrein als het gaat om gemeentelijke archieven. Maar als het gaat om lopende processen, dus dat zijn nog niet afgesloten dossiers, maar dat loopt gewoon. En daar zijn allerlei verschillende betrokkenen waar documenten bij worden opgevraagd en allerlei verschillende soorten documenten, variërend van appjes tot brieven, noem maar op. Dan is het denk ik een beetje een simpele voorstelling van zaken om te veronderstellen dat dat allemaal in chronologische volgorde in de gemeentelijke archieven zit.
Dat is zeker niet het geval. Ten aanzien van de asielzoekers, u zegt van, ik las in het provinciale verslag niet de specifieke locatie. Dat klopt. Daar zijn we mee
52
bezig en die is daar dus niet in genoemd. Maar uw veronderstelling, dat gaat dus niet door, dus we laten mensen in de kou staan, is onterecht. U heeft daar twee weken geleden vragen over gesteld en de antwoorden die ik toen gegeven heb, die zijn nog volledig actueel. De plaatsvervangend voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Van Zetten. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Dus die cijfers die niet zijn ingevuld, dat is een fout van de provincie? En dat klopt niet? Is dat nu het antwoord? Wij lezen in de begroting verschillende cijfers. We hebben naar aanleiding van de vragen allemaal antwoorden gekregen en nu krijgen we het provinciaal verslag. In het kader van de Spreidingswet zijn die AMV’s verdwenen uit Haarlem. En dat klopt dus niet. U zegt, nee, de provincie is fout… Burgemeester Wienen: Nee, de provincie geeft door wat wij hebben doorgegeven en dat zijn de locaties waar ondertussen de zaak voor rond is. En deze locatie zijn we mee bezig en die hoort gewoon bij datgene wat wij voorbereiden. En zit inderdaad niet in dat provinciale verslag. Hoeft trouwens ook niet, want de jeugdlocaties zijn onderdeel van de totale taakstelling. Dus onze taakstelling is een bepaald aantal. Daar hebben we van aangegeven dat we dat in ieder geval gaan invullen. En de jeugdtaakstelling is een onderdeel van die taakstelling.
Dus het is niet zo dat als wij die niet apart benoemen, dat we dan onze taakstelling niet zouden kunnen halen. En dan de, ik denk dat het weinig zin heeft om een uitvoerige discussie te gaan voeren met het BVNL. Maar ik kan u één ding wel zeggen. Als u zegt, we hebben geen grote en geen kleine AZC's nodig. We hebben AZC’s om de opvang van mensen die in dit land zijn. En als we geen grote AZC's hebben en geen kleine AZC's hebben, als we gewoon geen opvang hebben, dan zijn het mensen die zwerven op straat. En dan krijgen we inderdaad een heleboel narigheid, voor die mensen in de eerste plaats. Maar vervolgens ook voor de burgers in Nederland die niet blij zijn met mensen die op straat rond zwerven, die de overheid aan hun lot overlaat en waar we vervolgens heel veel last dan inderdaad van zouden hebben. Omdat ze in hun ellende dan zelf maar moeten uitzoeken hoe ze de nacht doorbrengen en hoe ze aan eten en drinken komen. Als dat de keuze is die u maakt, dan laat ik dat bij u. Maar het is niet de keuze van dit gemeentebestuur. De plaatsvervangend voorzitter: Dat leidt tot een interruptie van de heer Rademaker. Gaat uw gang. De heer Rademaker: Dank u wel, voorzitter. Dat over die kleine en grote AZC's, dat was een antwoord op een interruptie hoe ik dacht over het landelijk beleid. Dit gaat natuurlijk over in Haarlem. De plaatsvervangend voorzitter: Burgemeester.
Burgemeester Wienen: Juist. En op precies die reden zeg ik ook dat wij in Haarlem, omdat wij zien dat mensen die hier zijn, dat wij daar opvang voor moeten hebben. Om ervoor te zorgen dat a, die mensen de opvang krijgen waar ze dan recht op hebben op grond van internationale verdragen. Maar b, omdat dat voor iedereen, voor en die mensen en voor de burgers van Haarlem beter is dat ze gewoon ergens worden opgevangen als dat ze op straat rondzwerven. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Rademaker. De heer Rademaker: Dus ik kan uit het antwoord van de burgemeester begrijpen dat wij gewoon doorgaan met doen alsof de Spreidingswet er is? Burgemeester Wienen: De Spreidingswet is er op dit moment gewoon nog, dat is één. Maar voordat de Spreidingswet er was, leverde Haarlem zijn bijdrage aan de opvang van vluchtelingen. En ook als er geen
53
Spreidingswet meer zal zijn, dan ben ik ervan overtuigd dat ook deze raad dan zal zeggen, wij nemen onze verantwoordelijkheid en ook dan vangen wij mensen op. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, burgemeester. Dit was uw bijdrage? Het is bijna elf uur en ik wil voorstellen aan de raad om de eerste termijn van het college af te maken voordat wij naar huis gaan. Ik hoop dat het op uw instemming kan rekenen. Prima. Dan gaan wij snel door naar de volgende wethouder, mevrouw Van Loenen. En dan wil ik ook graag vragen aan de wethouders die nog moeten spreken om het geserreerd vorm te geven. Dank u wel. Wethouder Van Loenen: Oké, nou, we doen ons best. Precies, ik word nu al helemaal hier ingekaderd. Ik ga toch iets zeggen over cultuur. Daar kwamen in ieder geval twee vragen over. En ik wil ook nog wel iets meegeven daarover. Het werd net al gememoreerd dat we de Kunstlijn in de stad hebben. En ik raad u allen aan om hier in de Refter te gaan kijken naar het kunstwerk van Michele Baudet, wat over tegenstrijdige opvattingen gaat. En misschien een mooie beschouwing om daar even te gaan kijken als u tijd heeft deze week. Er kwam een vraag over de btw-verhoging van Partij voor de Dieren. We hebben daar in juni of juli artikel 32 vragen van de Partij van de Arbeid over gekregen.
Toen hebben we ook gezegd van, we zijn aan het kijken wat de mogelijke consequenties zijn van btw-verhogingen voor onze culturele instellingen. Dat hebben we gedaan bij de uitvraag die we doen over de subsidieaanvragen voor 2025 en verder. En wat we eigenlijk nu zien is dat er eigenlijk een beetje een gemengd beeld is. Er zijn instellingen die zeggen, wij kunnen dat op zich opvangen met meer gedifferentieerde prijzen. Dus dat je zegt van, de meer commerciële of de hele populaire voorstellingen of optredens die worden wat duurder en anderen blijven wat goedkoper. Maar er zijn ook instellingen die nog aan het bedenken zijn hoe ze dit gaan doen. We gaan een totaalbeeld daarvan maken. Ik heb afgesproken dat we begin 2025 de instellingen bij elkaar roepen hier op het stadhuis. Om met elkaar in ieder geval te gaan kijken, wat betekent dit nou voor de culturele sector in Haarlem. En dan weten we ook wat meer waar het heen gaat met het kabinet. Want dat kan natuurlijk ook nogal, er zijn nogal dagkoersen, zoals u allen weet. Ook de vraag nog over de trui van mijn zus of broer was het volgens mij van de Actiepartij. Daar werd nog even naar gevraagd. De heer van Leeuwen schrikt op. Daar werd nog even naar gevraagd van, hopelijk wordt daar de uitvoering aan gegeven. We hebben het daar binnenkort over in de commissie. Bij de vervangingsinvesteringen van de cultuurpodia.
Maar ik kan al wel zeggen dat in ieder geval bijvoorbeeld het meubilair van de Schuur naar Theater De Liefde en naar Jansstraat 33 gaat. Dus ja, er is progressie. En dat komt op een goede plek terecht in onze culturele sector in de volle breedte. Er werd ook gevraagd, dan ga ik even door naar een vraag van Jouw Haarlem, of in ieder geval een motie. Ik ga het hier dus niet inderdaad over de moties hebben. Zoals mijn collega wethouder al aangaf in het begin. Maar ik kan wel zeggen over die 100 procent, 150 procent verhoging. Het verhogen van de minimaregeling naar 150 procent. Dat zou u, even een tip, zou het ook gewoon technisch kunnen uitvragen, eerlijk gezegd. Want er zijn meerdere partijen geweest die het afgelopen jaar hebben uitgevraagd. Volgens mij uw eigen partij ook. Maar in ieder geval meerdere partijen. We kunnen dat u leveren en dat is dan echt wel eerder dan de kadernota. Dus misschien is dat wel gewoon een praktische oplossing. De plaatsvervangend voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Aynan. Gaat uw gang. De heer Aynan: Als dat voor donderdag kan, dan is het helemaal goed, want dan maken we er een amendement van. Wethouder Van Loenen: Daarom zeg ik, het is eerder dan de kadernota, maar ik denk niet dat het voor donderdag is. Maar het is wel een stuk sneller dan dat. En dan weet u ook meteen waar u aan toe bent. Het is
54
ook al meerdere keren uitgevraagd. En we hebben wel natuurlijk nieuwe gegevens met het 213a-onderzoek. Dus we moeten wel nog even opnieuw gaan rekenen. Maar dat kan makkelijk technisch. Dat waren de vragen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Lekker geserreerd. Dan gaan we naar de volgende wethouder en dat is de heer Van Leeuwen. Gaat uw gang. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank en ook dank, raad, voor uw bijdrage over deze begroting van 2025, over 758 miljoen. Er zit hier een college en er zit ook een wethouder die trots op alles wat in gang is gezet en ook alles wat een vervolg krijgt met deze begroting. En dan kom ik gelijk even op iets wat gewoon echt niet klopte wat de heer Van Leeuwen van de Actiepartij aanhaalde, voorzitter. Dat gaat over de bouw van scholen. U wist allemaal al bij het strategisch huisvestingsplan onderwijs dat we eigenlijk in de eerste vier jaar 130 miljoen nodig hadden. En daarvan heeft u met elkaar toen opgehoogd van 50 naar 82,5 miljoen. Dus anders dan bepaalde nieuwsmedia deden vermoeden, was dat geen nieuwtje, was dat geen tegenvaller. Dit was gewoon al wat u met elkaar eerder heeft vastgesteld en wat u ook weer bestendigd hiermee. Dus dat kwam helaas in de media anders over, maar dat was echt niet het geval. Tegelijkertijd zijn er wel hele grote uitdagingen.
En al die uitdagingen waren niet compleet opgenomen in eerdere besluitvorming. En een aantal van u haalt het ook aan. In de jeugdzorg, en dat is ook niet alleen in Haarlem, maar dat is eigenlijk ook in heel het land, zien we dat er meer zorg nodig is. En hebben we dus ook met elkaar in deze raad noodmaatregelen genomen al voor het zomerreces. Waar sommige van de andere zes gemeenten met wie wij samen inkopen, dat op dit moment nog gaan doen of hebben gedaan. Ik ga in op de paar vragen. Inderdaad ook ik zal niet ingaan op de moties, om u ook allen nog wat nachtrust te gunnen. Laat ik beginnen met heel duidelijk te zijn. Fraude met overheidsmiddelen is niet gewenst. Dus fraude in jeugdzorg is niet gewenst. Dat heb ik hier eerder gezegd, daar hebben we ook uitgebreid debat over gehad. Daarom zijn de tarieven in het zogenaamde perceel 2 in de jeugdzorg ook marktconform. Waarmee exorbitante winsten eigenlijk uitgesloten zouden moeten zijn. En alle signalen van fraude neemt de gemeente, en wij als gemeenten, want we kopen natuurlijk samen in, bijzonder serieus. Ook in de aanbestedingsdocumenten is dus inderdaad excessieve winsten opgenomen dat dat onwenselijk is. En we hebben ook een protocol zorgfraude als er echt blijk zou zijn van zorgfraude. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel zo dat winst niet hetzelfde is als fraude. Dus vandaar dat er ook zorgvuldig naar gekeken moet worden.
De motie Excessieve winsten in de zorg, daar komen we in het eerste kwartaal op 2025 op terug. Omdat dat natuurlijk ook zorgvuldig onderzoek vraagt. Voorzitter, de PvdA stelt een aantal vragen over verrijkte schooldag, daar hebben we het ook eerder met elkaar over gehad. Er komt nog meer informatie uit Den Haag, want op welke wijze deze regeling terugkomt, dat is nog de vraag. D66 vroeg dat ook nog. Ja, we stimuleren schoolbesturen om dit in te zetten. En ja, als daar inderdaad blijkt dat de Rijksoverheid er helemaal mee gaat stoppen, want het komende schooljaar gaan ze nog door, dan zullen we kijken op welke wijze dat een vervolg kan en gegeven moet worden. Ja, de heer Visser is er helaas niet meer door persoonlijke omstandigheden. Maar ja, ik denk dat zijn persoonlijke verhaal en ook wat hij zei over hoe wij met elkaar politiek bedrijven. Dat we elkaar ook in de ogen moeten kijken in deze raadszaal met 39 raadsleden, met de 6 collegeleden, hoe we hier aan tafel zitten. En ik denk dat voor velen, ieder voor zich, op zijn of haar onderwerp, de passie en ook de compassie waarmee de heer Visser sprak, voorzitter, over dit dossier, velen aan het hart gaat. En dat is ook een passie die ik zelf in deze sector gelukkig ook zie. Dus ik zie eigenlijk bij iedereen in het onderwijsdomein, en dat weten velen van u wellicht ook, mijn vader is recent overleden. Die was onderwijzer.
En een van de voordelen van het feit dat hij overleden is dat er ook tal van mooie verhalen van hem loskomen van oud-leerlingen, wat hij voor hen heeft betekend. En dat zie ik bij mezelf als wethouder onderwijs en dat zie ik bij eigenlijk alle mensen in dit domein, die zetten zich echt dagelijks in voor deze kinderen om hen een passende weg naar de toekomst te geven. Helaas is dat soms kafkaësk. Helaas is dat soms kafkaësk. Want het is zo dat wij als gemeente mogen wij de geoorloofde thuiszitters mogen wij niet
55
weten van de wet. Dus de wetgever heeft hier een situatie gemaakt waarbij de samenwerkingsverbanden passend onderwijs dat mogen weten. En alleen als gemeente mogen wij dat op geaggregeerd niveau weten. Dus daar is een hele rare situatie aan de hand waar wij dus ook met elkaar, met een thuiszitterspact, met een convenant kijken, hoe kunnen wij nou inderdaad met elkaar de handen ineens slaan om het verschil te maken. Want soms is het inderdaad zo, en ook dat weet u, dit college maakt zich ook bij de Rijksoverheid hard voor dit soort kafkaëske situaties. Dat het wettelijk hier zo raar is geregeld st we niet van alle kinderen mogen zitten qat er nou aan de hand is. Terwijl wij wel de jeugdhulp inkopen. Maar als ze dan geoorloofd, met instemming van school thuis zitten, weten we dat niet. Ook is het zo dat dit college er voor u is. Als er initiatieven zijn, dus er zijn op VO leeftijd een aantal initiatieven die wellicht ook nog investeringen vergen. Dan komen wij ook nog bij u naar u toe. Want het is niet allemaal ideaal hoe het in de wet is geregeld. Maar dit progressieve college staat ervoor om dit zo goed als mogelijk te regelen met al die mensen die elke dag voor onze kinderen in Haarlem zorgen. Gaat dan gelijk allemaal goed? Nee. Is daar alle inzet op nodig en heeft iedereen de bereidheid om dat goed te doen? Ja. Ik gebruik net het woord kafkaësk, voorzitter.
Want er is ook een kafkaëske situatie waar de VVD vragen over stelden. Het is namelijk zo dat al tien jaar lang gewerkt wordt aan nul-emissiezones. Nul-emissiezones om Haarlemmers en ook mensen in dertig andere steden langer te laten leven. Want hier gaan gewoon mensen aan dood. Dat is voorbereid samen met vele brancheverenigingen. En u hoeft alleen maar op LinkedIn of op de website van Transport en Logistiek Nederland te lezen wat zij vinden van dit kabinet en de stellingname van dit kabinet, die eigenlijk onrust zaait en een nieuwe kafkaëske situatie maakt. Want er zijn tal van bedrijven, ondernemers, MKB’ers die hebben geïnvesteerd in gedeeltelijk vervangen van het wagenpark. En wat doet de Rijksoverheid nu, voorzitter? Die zorgt voor onrust. Dus er is nu een kafkaëske situatie dat de MKB’ers misschien al met tien auto's hebben geïnvesteerd in twee of drie schonere auto's om Amsterdam, Haarlem, Leiden, later ook Schiphol binnen te rijden. En de Rijksoverheid zaait nu onrust. Dus zoals ik ook al in het vragenuur heb gezegd en ook in de raadscommissie, de milieuzone, de nul-emissiezone gaat wat Haarlem betreft door. Ook wat de brancheverenigingen gaat die door. En dat is een heel goed ding, want wij willen met elkaar Haarlemmers langer laten leven. En het is ook gezegd, daar kijken wij bijzonder goed naar ontheffingen. Ik ga snel door.
De SP had ook nog een vraag over het gesprek met de stad. Daar is een prachtige nota over gekomen die bespreken we deze maand in de raadscommissie Beheer. Dat lijkt me ook de juiste plek om daar heel uitgebreid op in te gaan. En dan waren dat volgens mij alle vragen die heel concreet aan mij zijn gesteld. En de rest komt terug in de moties. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, wethouder. Gaan wij door naar de volgende wethouder. Wethouder Berkhout, gaat uw gang. Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. Ik zal even de vragen afgaan. Eerst de VVD, had een vraag over de uitvoeringskracht van ons investeringsprogramma en specifiek over de voorbereidingskredieten. Dat is een van de verstellingsmaatregelen die we al eerder hebben genomen, twee jaar geleden. Dus eigenlijk wat u daar vroeg, doen we al twee jaar. Namelijk gewoon voorbereidingskredieten vrijgeven per project. Naast de termijn oprekken van drie naar vijf jaar voor langere projecten en het opstellen van een tienjarig IP. Maar u heeft ook kunnen zien in deze begroting dat we weer een stap verder willen gaan en ook dat samen met u willen doen de komende tijd. Om uiteindelijk echt te werken aan die realisatie van dat volledige investeringsprogramma. U vroeg over de Cronjé. Ik zou willen zeggen, heb nog een week geduld, want dan ligt er een nota met een voorstel in het college om hiermee aan de slag te gaan.
Niet per se toevallig, voorzitter. Wordt echt hard aan gewerkt. Dan uw vraag over de Zuidstrook. Laat duidelijk zijn, naast de het behoud van werkgelegenheid in deze stad en het creëren van werkplekken rondom OV-knooppunten zoals Stationsplein, Nieuw Zuid en ook bij Oostpoort, is vooral de intensivering bij de Zuidstrook de manier om deze arbeidsplaats te gaan realiseren. En hier hebben we het natuurlijk ook recent uitgebreid over gehad in de commissie. En u had ook nog een vraag
56
over het accountmanagement. Wat levert dat nu precies op? Daar komt nog een nota naar u toe. Eigenlijk is dat ook op verzoek van D66 geweest bij de kadernota om daar wat meer inzicht in te bieden. Dus voor het eind van het jaar gaan we dat dan… De plaatsvervangend voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Blokpoel. Gaat uw gang. De heer Blokpoel: Dank u wel, voorzitter. We horen de wethouder zeggen van, de Zuidstrook is er, maar ook station en andere plekken. Maar de Zuidstrook, en daar komt het weer, de Zuidstrook, daar gaan we inzetten. Maar wethouder, als we 10.000 woningen bouwen en daar komen, zeg, 15.000 mensen te wonen. Waar gaan die werken? Niet allemaal op de Zuidstrook. Waar gaat u de werkgelegenheid in de stad realiseren? Wethouder Berkhout: We hebben hier echt een commissiebespreking over gehad, dus ik zoek even waarom u deze vraag nu stelt. Daar hebben we ook een antwoord op gegeven en een van de plekken, dus behoud van werkgelegenheid, intensiveren rond bepaalde plekken en hier als je de hoogte ingaat, stapelbare werkfuncties creëert, kan je behoorlijk wat toevoegen op toch een niet altijd even compact bedrijventerrein of nog niet even hoog bedrijventerrein zoals we dat willen.
Maar daar komt een kwartiermaker, komt een proces, komt een startnotitie naar u toe en volgens mij gaan we zelfs de Zuidstrook bezichtigen om even meer beeld te geven hoe we dat de komende jaren, misschien wel decennia met elkaar moeten gaan doen. Oké, ga ik eventjes door. De Partij van de Arbeid vroeg ook eventjes van, hoe moeten we dat nou doen? De plaatsvervangend voorzitter: Sorry, u heeft toch nog een interruptie van de heer Blokpoel, gaat uw gang. De heer Blokpoel: We horen de wethouder weer inzoomen op die Zuidstrook. Maar wethouder, het gaat er juist om dat de breedte van de stad opgezocht moet worden. Omdat alles naar de Zuidstrook sturen, dat wordt ook een beetje onmogelijk natuurlijk. Dus we zoeken om naar de breedte van de stad, de werkgelegenheid te bewerkstelligen. En niet alleen maar te focussen op bepaalde thema's. En dat missen we in de begroting en vandaar dat we u daarnaar vragen. Wethouder Berkhout: Ik zie het voorstel van de VVD tegemoet in dat geval. Dan ga ik door naar de Partij van de Arbeid. En u zei van, hou de vaart erin als het kabinet dat niet doet als het gaat om de energietransitie. Dat lijkt me een goede oproep, want inderdaad de salderingsregeling wordt afgeschaft. De verplichting op de warmtepomp wordt afgeschaft. Wij kunnen dat niet meteen 1, 2, 3 repareren in Haarlem, maar we kunnen wel zeker daar stappen in zetten.
Dus ik neem uw oproep ter harte en dat kunnen we ook de komende maanden doen in de nota's die ook naar u toekomen. Denk aan de actualisatie van het actieplan Schone Opwek, waar we het over de zonnepanelenopgave gaan hebben en hoe we dat kunnen gaan doen. Maar ook voor het uitvoeringsprogramma voor de warmtetransitie waar we over de warmtepomp kunnen spreken. Dus ja, dat gaan we doen. GroenLinks vroeg nog eventjes hoe het staat met de herplant van, denk ik dan met name de bomen die vorig jaar omgingen bij de zomerstorm, storm Poly. Het goede nieuws is, de volledige herplant van de 566 bomen gaat dit plantseizoen van start. En ik kan u ook meegeven dat u ook bent uitgenodigd, mijnheer Baars, om echt met ons samen een boom te planten. Niet alleen de heer Baars, ook anderen. Maar goed, hij was al ‘…’. Nee, laten we dat met elkaar gaan doen, maar dit plantseizoen gaan we flink wat bomen herplanten. Een raadsinformatiebrief daarover volgt ook nog woensdag. En D66 had een vraag over de Bubble Barrier. Daar stelt u vaker vragen over natuurlijk. Het eerlijke verhaal is dat we hier nog op dit moment naar kijken. U weet ook net als wij, denk ik, dat we hier dit proberen met meerdere partijen te realiseren. Niet alleen de gemeente heeft hierin een wens. Maar ook de provincie en ook het waterschap dienen hierin een rol te pakken. Dat loopt nog, zou ik eventjes op dit moment willen zeggen.
Maar ik wil u eigenlijk wel toezeggen om voor het eind van het jaar u hier over bij te praten waar we staan en hoe we daar
57
stappen in gezamenlijkheid in kunnen zetten. En dan kort in reactie op het CDA, als het gaat over het Bottemanneplein. Volgens mij hebben we het hier ook uitgebreid over gehad tijdens de bespreking van de bestuursrapportage. Daar heb ik het u uitgelegd en ook in de technische beantwoording heeft u het kunnen zien. Helaas is het duurder dan gedacht en duurder dan gewenst. Maar de goedkoopste uitweg is wel de huidige. Afstel zijn we niet voornemens te doen. En het wijzigen, zoals u voorstelt, maakt het niet goedkoper, maar alleen maar duurder. Tot zover, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan gaan wij door naar de laatste wethouder van deze avond. Wethouder De Raadt, gaat uw gang. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Ik zal ook even de vragen afgaan. Als eerste de VVD, die vroeg naar de investeringen rondom de binnensport. Op 17 oktober is een informatienota naar de commissie gestuurd over dit hele proces om te komen tot die duurzame meerjarige investeringsplan voor de binnensportaccommodaties. Ik wil u dan ook verwijzen naar die informatienota. Wordt hard aan gewerkt. Het CDA stelde ook een vraag over sport. Namelijk, die wilde een update over de Urban Sport. In het volgende kwartaal wordt het uitvoeringsplan Beweegvriendelijke Omgeving aan uw commissie voorgelegd.
Maar we zijn wel ook al begonnen met een heel aantal projecten, zoals het skatepark ‘t Landje. Dat wordt in co-creatie vernieuwd en vergroot. Er komt een nieuwe Cruijff Court in Schalkwijk en een 3x3 basketbalveld bovenop de parkeergarage in winkelcentrum Schalkwijk. Dit alvast als een tipje van de sluier, waar u naar vroeg. Dan de externe inhuur. Daar vroeg ook de VVD naar. De wet DBA is inderdaad van kracht geworden in 2016. Maar vanwege onduidelijke wetgeving is de handhaving steeds maar weer uitgesteld. Met ingang van komende januari gaat de fiscus dus voor het eerst handhaven. Maar dit geldt wel als een overgangsjaar. Daarom gaan we ook de komende periode gebruiken om alle oude en alle toekomstige nieuwe contracten te toetsen. En ook te bezien of ze dus DBA-proof zijn. En daarnaast, en dat geeft volgens mij ook aan dat dit onderwerp hoge prioriteit heeft binnen onze organisatie, heeft het college ook besloten tot een 213a-onderzoek naar ditzelfde onderwerp.
En dan de Actiepartij die vroeg, wat betekent het? Volgens mij als ik uw vraag goed verstaan heb, dan zei u, wat betekent het als de, wat zijn de consequenties van de woningen die nu op de niet-strategische verkooplijst zijn en als we die zouden overhevelen naar de strategische lijst? Ze zijn eigenlijk allemaal op één of twee na, zijn ze in verhuurde staat en eerder heeft de raad ook besloten van, we gaan de panden pas verkopen als ze leeg zijn gekomen. En dit is voornamelijk natuurlijk ingegeven vanwege een hogere opbrengst. Koop breekt geen huur, maar de opbrengst is wel hoger als je het in onverhuurde staat verkoopt. En daarnaast willen we volgens mij ook gewoon vooral dat mensen die woningen zelf gaan bewonen en dat het niet aan beleggers wordt verkocht. De nadelen daarvan, op het moment dat je ze toch zou overhevelen, dat is ook weer conform ons eigen beleid, dan zijn we gehouden aan een hoger onderhoudsniveau en aan hogere duurzaamheidseisen. We zouden moeten onderzoeken om hoeveel geld het dan precies gaat, maar het zal zeker substantieel zijn. En nou ja, dat weet u als geen ander, daarnaast vinden er dan ook geen extra dotaties plaats aan de reserve vastgoed. Waardoor diezelfde reserve nog eerder uitgeput raakt. De plaatsvervangend voorzitter: Er is een interruptie van de heer Van Leeuwen, gaat uw gang.
De heer Van Leeuwen: Voorzitter, dank voor de informatie, maar u verwijst naar een vraag van de Actiepartij. Ik heb hier nul vragen over gesteld, dus ik weet niet wie u beantwoordt, maar ons niet. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen, voor deze onmisbare toevoeging. Ik stel voor dat u gewoon verder gaat en degene die zich aangesproken voelt zal zich wel herkennen. Gaat uw gang.
58
Wethouder De Raadt: Ik hoop dat u toch wat aan deze informatie heeft gehad. Voorzitter, volgens mij heb ik zo de vragen beantwoord. Ik kan alleen nog in navolging van de burgemeester, met betrekking tot de Woo, aangeven dat we daar ook vorige maand in september een informatienota jullie kant op hebben gestuurd. En het heugelijke nieuws is in ieder geval dat we wel al voldoen, dus op tijd voldoen aan alle wettelijke minimum eisen. Tot zover, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan zijn we aan het eind gekomen van deze eerste termijn van het college. Dank u wel voor uw komst en uw aandacht. We gaan verder met deze vergadering aanstaande donderdag, 7 november. En we beginnen dan om vier uur. Dus tot die tijd, tot dan. Tot donderdag. En tot dan schors ik deze vergadering.
59