CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Bijlage 8 (Bijlagen bij anterieure overeenkomst) HIOR Noord richtlijnen deel 1

commissie Ontwikkeling 11 januari 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Anterieure overeenkomst Sonneborn (FR)14.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Versie januari 2016

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

HANDBOEK INRICHTING OPENBARE RUIMTE Haarlem Noord

Deel 1: Visie

Deel 1: Visie

Versie: 15 januari 2016

2

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

INHOUDSOPGAVE DEEL I: VISIE 1: Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Doelgroep 1.3 Status en reikwijdte 1.4 Opzet en leeswijzer 1.5 Looptijd en actualisering

4 4 4 4 6 6

2: Analyse 2.1. Uitgangspunten 2.2. Terugblik 2.3. Opgaven 2.4. Beheer 2.5. Kernkwaliteiten

7 7 7 9 10 10

3: Keuzes 3.1. Inleiding 3.2. Hoofdstructuur 3.3. Materiaalkeuze Vloer 3.4. Maatvoering en Ruimte 3.5. Groen en water 3.6. Straatmeubilair 3.7. Spelen 3.8. Duurzaamheid

12 12 12 13 15 17 19 20 21

4: Financiën

22

5: Uitwerking structuur 5.1. Inleiding 5.2. Vlakken: buurten 5.3. Vlakken: groengebieden 5.4. Lijnen 5.5. Punten

24 24 24 31 34 37

Bronnen

38

3

HOOFDSTUK 1: INLEIDING 1.1. Aanleiding en Doel Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) Noord beschrijft de keuzes voor de inrichting van de straten, pleinen, plantsoenen en parken (de openbare ruimte) in Noord. De inrichting van de openbare ruimte vindt meestal projectgewijs per straat of plein plaats. Plaatselijke overwegingen staan dan meestal aan de basis van de inrichtingskeuzes. Het ontbreekt daarbij tot op heden aan een visie en een afweging op het niveau van de hele wijk. Het gevolg is dat vergelijkbare buurten verschillende oplossingen en dus inrichting krijgen. Daardoor komt de kwaliteit van de openbare ruimte onder druk en ontstaat een onsamenhangend beeld. De gemeente Haarlem heeft de ambitie om de samenhang in de aanpak en inrichting van de openbare ruimte te vergroten. Er is behoefte aan een beter te bewaken kwaliteit van de openbare ruimte, gebaseerd op een stadsdeelvisie die is uitgewerkt in concrete richtlijnen voor de inrichting. Daarbij vraagt het nieuwe werken 'in regie' om heldere uitgangspunten voor inrichting van de openbare ruimte: externe partijen kunnen met dit document inrichtingsplannen leveren die voldoen aan de Haarlemse standaard. Doel van het Handboek is richtlijnen te geven voor een uniform ontwerp van de openbare ruimte, zodat de kwaliteit verbetert. In 2012 heeft de gemeenteraad van Haarlem

de nota Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld, als basis voor de inrichting van de openbare ruimte. Omdat er voor ruimtelijke kwaliteit geen algemene objectieve regels of oplossingen gelden, is het aan de stad om transformaties op vloeiende en gebiedseigen wijze te kunnen opnemen. Zo blijft de stad herkenbaar. Daarom is een gebiedsspecifieke uitwerking naar richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte aan de orde. Er is dus behoefte aan handboeken voor de inrichting van de openbare ruimte. In navolging van het in 2007 vastgestelde handboek voor de binnenstad, presenteren wij hierbij het handboek voor Noord. De handboeken zijn mede bepalend voor het efficiënt en toekomstgericht kunnen onderhouden en inrichten van de openbare ruimte.

1.2. Doelgroep Dit HIOR is bedoeld als integrale handleiding voor inrichting en ontwerp, en heeft consequenties voor uitvoering, onderhoud en gebruik van de openbare ruimte. Het handboek is daarom relevant voor verschillende partijen: • Het gemeentebestuur ten behoeve van keuzes op hoofdlijnen voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte om op termijn het wensbeeld te realiseren; • De ambtelijk betrokkenen, zowel intern (ontwerpers, technische werkvoorbereiders, opdrachtgevers en projectleiders, uitvoerders, beheerders en handhavers), als ‘extern’ ambtelijk deskundigen (kabel- en leidingbedrijven, vervoerbedrijven, nood- en hulpdiensten, contractaannemers, ingenieursbureaus, regiepartijen e.d.); • Het maatschappelijk veld, omdat elke bewoner, bezoeker en ondernemer gebruiker is van de openbare ruimte en daarom te maken krijgt met de keuzes die in dit handboek zijn gemaakt. Het Handboek moet dan ook toegankelijk zijn voor al deze betrokkenen.

1.3. Status en reikwijdte Foto 1.1.1.: Fraaie openbare ruimte Noord

De inrichting van de openbare ruimte wordt voor de ontwerper, de beheerder, de bewoner, de insprekende belanghebbende en de bestuurder, zowel op hoofdlijnen als in principedetails vastgelegd in het Handboek.

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

Hiervan kan niet vrijblijvend worden afgeweken: elke eventuele afwijking zal – gemotiveerd – aan het bestuur ter goedkeuring moeten worden voorgelegd en worden voorzien van 1 een advies van de ARK 3 De reikwijdte van het Handboek is de gehele openbare ruimte in Noord op het gebied van profielindeling, detaillering, verharding, groen, water en straatmeubilair. Uitzondering vormen de “Bijzondere plekken”. Dat zijn in het Handboek aangewezen gebieden die als afzonderlijke ontwerp-opgave kunnen worden benaderd. Voor de inrichting van bijzondere plekken worden in het Handboek wel algemene uitgangspunten meegegeven, maar is een verdere inventarisatie van de specifieke omstandigheden nodig en houdt de ontwerper speelruimte om de inrichting op deze situatie toe te spitsen. Grofweg kan worden gesteld dat het Handboek voor circa 80% van de openbare ruimte in Noord volledig van toepassing is, en voor de overige 20% op onderdelen voorschriften meegeeft. Gebiedsbegrenzing Het HIOR voor Haarlem Noord heeft betrekking op het gemeentelijk grondgebied ten noorden van de Kloppersingel en ten westen van het Spaarne. Op bijgaande kaart is de gebiedsbegrenzing aangegeven.

1

ARK 3: besloten vergadering van deskundigen, waarin plannen voor de openbare ruimte worden getoetst, met name op de Visie Ruimtelijke Kwaliteit.

geraadpleegd. Het Handboek is veelal in overeenstemming met bestaand beleid. Soms is het aanvullend op bestaand beleid, in het geval van ‘witte vlekken’. Deze aanvullingen zijn in de geest van bestaand beleid en betreffen niet-controversiële onderwerpen. In die laatste gevallen is de nota Ruimtelijke Kwaliteit leidend. Wanneer nodig wordt een gemotiveerd advies aan het bestuur voorgelegd.

Kaart 1.3.1.: Gebiedsbegrenzing HIOR Haarlem Noord Relatie met bestaand en overig beleid In 2012 is de nota Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. Het handboek is een uitwerking op stadsdeelniveau van deze stadsbrede beleidsvisie. Daarnaast is er veel stadsbreed sectoraal beleid, zoals het HVVP of het Ecologisch Beleidsplan. Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte vertaalt deze stukken op stadsdeelniveau, om zo de integrale kwaliteit van de inrichting te versterken. Het Handboek heeft daarmee een belangrijke eigen positie in de planontwikkeling. Hoe moet hier in de praktijk mee worden omgegaan? In de praktijk dient het Handboek altijd naast het relevante beleid te worden

Kwaliteitsambities Ruimtelijke kwaliteit kan worden omschreven als de balans tussen gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. Gebruikswaarde gaat over de functionele kwaliteiten van een ruimtelijk initiatief: de geschiktheid van een functie op een plek, een doelmatig gebruik, een doelmatige aanleg en doelmatig beheer, bereikbaarheid en efficiëntie. Belevingswaarde gaat over wat de gebruiker aangenaam en vertrouwd vindt, de beeldkwaliteit, en omvat begrippen als diversiteit, vorm, compositie, herkenbaarheid, attractiviteit en schoonheid. Toekomstwaarde gaat over duurzaamheid, tijd, uitbreidbaarheid, aanpasbaarheid en flexibiliteit. Met andere woorden: een ruimtelijk initiatief dat bestand is tegen de tand des tijds. Voor ruimtelijke kwaliteit gelden geen algemene objectieve regels of oplossingen. De ambitie in de Nota Ruimtelijke kwaliteit is: “voorbeeldige kwaliteit van de openbare ruimte”. Er zijn daarom in de nota Ruimtelijke kwaliteit gouden regels opgesteld. Het handboek geeft hier per stadsdeel voor de inrichtingskwaliteit van de openbare ruimte invulling. Het handboek geeft geen richtlijnen voor het onderhoudsniveau. Dat is in andere

5

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

beleidsstukken, zoals de Nota Visie en Gouden Regels: • Kiezen voor toekomstbestendigheid • Synergie tussen toekomst-, gebruiks-, en belevingswaarde staat centraal • De bestaande kwaliteit is vertrekpunt • Gebouwen en buitenruimtes vormen samen de stad • De lange lijnen maken de stad herkenbaar • Beeldbepalende plekken bepalen de identiteit van de stad • Gedeelde weelde en gedeelde verantwoordelijkheid • De gebiedstypologie moet meegenomen worden in afwegingen • De gemeente volgt haar uitgezette koers • Durf te kiezen en doe dat vooraf Strategie beheer en onderhoud, vastgelegd.

1.4. Opzet en leeswijzer De keuzes in het Handboek zijn allereerst gebaseerd op een visie op de openbare ruimte en vervolgens uitgewerkt in concrete richtlijnen en voorschriften voor de openbare ruimte. Het HIOR bestaat daarom uit twee delen: het visiedeel en het richtlijnendeel. In Deel 1 Visie wordt het handboek ingeleid en de visie op de kwaliteit van de openbare ruimte beschreven en uitgewerkt. Allereerst wordt in de inleiding de status, reikwijdte en doelgroep van het Handboek besproken. Vervolgens is beschreven hoe en

door wie het Handboek actueel gehouden wordt. In hoofdstuk 2 wordt een aantal uitgangspunten benoemd die gelden voor de inrichting van de openbare ruimte. In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten nader uitgewerkt in keuzes. In paragraaf ‘Vloer’ wordt het gewenste bestratingsmateriaal uiteengezet. Door middel van een vloerkaart wordt beschreven waar welk bestratingsmateriaal toegepast dient te worden. Vervolgens worden de ambities t.a.v. het groen toegelicht. Daarna is de visie omtrent straatmeubilair opgenomen, wordt ingegaan op de financiële gevolgen en wordt de structuur verder toegelicht. In Deel 2 Richtlijnen wordt de visie uitgewerkt in concrete richtlijnen voor de inrichting. Voor de wegindeling staan die in deel A. in de vorm van profieltekeningen. In deel B. zijn de richtlijnen opgenomen voor standaard-details zoals hoekoplossingen en snelheidsremmers. In deel C. wordt vervolgens stilgestaan bij de richtlijnen voor groen. Deel D. tot slot staat stil bij de objecten in de openbare ruimte: het straatmeubilair. Alfabetisch worden de toe te passen objecten in categorieën onderverdeeld en beschreven en zijn richtlijnen voor plaatsing en beheer opgesteld.

verder naar toe wordt gewerkt. De snelheid van realisatie is afhankelijk van de meerjarenprogrammering en bestuurlijke afwegingen rond de gemeentebegroting. Het Handboek doet daarover geen uitspraken. Het visiedeel van het Handboek kent daarom een verre planhorizon van zeker 15 tot 20 jaar. Om veroudering van het Deel 2 Richtlijnen van het Handboek te voorkomen, zullen nieuwe (technische) inzichten en ontwikkelingen, maar ook nieuwe wensen en ervaringen in de praktijk, met een periodieke actualisering moeten worden verwerkt. Het Deel 2 Richtlijnen is in dat opzicht dus een groeidocument. Voorstellen tot uitbreidingen, wijzigingen en actualisering worden verzameld door de ambtelijk verantwoordelijke voor het HIOR. Periodiek worden deze - na afweging door de ARK 3 - aan B&W ter vaststelling voorgelegd. Na vaststelling worden de wijzigingen en uitbreidingen verwerkt en richting alle gebruikers van het Handboek verspreid.

1.5. Looptijd en actualisering Openbare ruimte wordt aangelegd voor vele jaren Aangezien de vervanging en vernieuwing van de openbare ruimte een zaak van lange adem is, zet het Handboek een toekomstig wensbeeld voor de inrichting neer, waar met iedere herinrichting of wegverbetering steeds

6

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

HOOFDSTUK 2: ANALYSE In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie van de openbare ruimte geanalyseerd. Daartoe wordt eerst teruggeblikt op de ontstaansgeschiedenis als oorsprong van de structuur van de openbare ruimte. Vervolgens komen de sterkten en zwakten van de openbare ruimte aan bod. Het geheel wordt geconfronteerd met het gemeentelijk beleid op het gebied van de openbare ruimte. Afgesloten wordt met de kernkwaliteiten van de openbare ruimte in Noord. Op basis van dit geheel kunnen in de volgende hoofdstukken keuzes worden gemaakt.

2.1. Uitgangspunten Voor een openbare ruimte van goede kwaliteit geldt een viertal uitgangspunten voor ontwerp, uitvoering en beheer: Ingetogen inrichting De inrichting van de openbare ruimte dient afgestemd te worden op het karakter van het gebied. Een eenvoudige, overzichtelijke inrichting van de openbare ruimte met toepassing van passende elementen is in Noord op zijn plaats. Daardoor wordt ook in een wijk die al wordt gewaardeerd de leefbaarheid verbeterd. Weloverwogen plaatsing Door terughoudend en afgewogen om te gaan met het plaatsen van objecten in de openbare

ruimte, zal de ruimtelijke kwaliteit van Noord verbeteren en uiteindelijk beter te beheren zijn, op meer manieren te gebruiken zijn en leefbaarder worden. Ook is de openbare ruimte daarmee beter toegankelijk voor blinden en slechtzienden.

Foto 2.1.1.: Schotersingel als mooi voorbeeld van een geslaagde herinrichting.

Eenheid, samenhang en continuïteit Met op zichzelf staande ontwerpen en een veelheid aan materialen en objecten, verliest het totaalbeeld aan herkenbaarheid. Het beeld kan zelfs chaotisch overkomen. Door te kiezen voor een beperkt aantal goed te beheren standaardprofielen, -materialen en –objecten, gaat Noord zich meer als een samenhangend geheel presenteren. Juist ook door de vele herstructureringen is het nodig de oorspronkelijke, sterke structuur van de wijk weer beter herkenbaar te maken. Drie-eenheid ontwerp, uitvoering en beheer. Indien een goed ontwerp niet deskundig wordt uitgevoerd met bijvoorbeeld een gebrekkige detaillering, valt dit niet te beheren en dat leidt

mogelijk tot verloedering bij het intensieve gebruik van de openbare ruimte in Noord. Een echt goed ontwerp is dus goed uit te voeren en goed te beheren.

2.2. Terugblik Haarlem Noord (voorheen Schoten) ligt zoals grote delen van Haarlem op een langgerekte strandwal. Daardoor zijn de belangrijke wegen die als het ware de ruggengraat van het gebied vormen veelal noord-zuid gericht. Alleen ter hoogte van de Kleverlaan is deze strandwal onderbroken en heeft het gat zich gevuld met veen (Kleverpark). Hier moet ook de plaats gelegen hebben waar de belangrijkste doorgangsroutes elkaar kruisten: de Kruisweg uit het centrum van Haarlem, voortgezet naar het noorden in de tegenwoordige Kennemerstraat, de Schoterweg en de latere Rijksstraatweg en de Jansstraat en de Jansweg als achterweg in het centrum van Haarlem, voortgezet in wat eens de Achterweg van Schoten was en nu Middenweg heet. Beide wegen, de Schoterweg en de Middenweg liepen over de zanderige rug waarop Schoten zich bevond. Buiten deze zandrug waren er nog andere verhogingen in het veen, waarop o.a. Huis te Kleef en Huis te Zaanen lagen. Dit waren de droge plekken in het vaak ondergelopen landschap. Oost-west verbindingen zijn groener, kleinschaliger en onopvallender van aard en danken hun oorsprong mede aan het duinwater dat richting de stad liep in de vorm van duinrellen/beken (Schotervliet, Schoterbeek, Brederoosbeek, Grote beek) en vaarten (Jan

7

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

Gijzenvaart, Delft, Heussensvaart). Voor een betere afwatering in het gebied en voor het vervoeren van zand werden de bijvoorbeeld vaarten gegraven als de Delft (14 de eeuw) en de Jan Gijzenvaart (16 eeuw).

Afbeelding 2.2.1: Het Zegepralent Kennemerlant ,18e eeuw. de

Tot het eind van de 19 eeuw was het nog een agrarisch gebied van ruim 600 hectare met een inwoneraantal van nog geen duizend mensen. Weilanden met vee en boerderijen bepaalden het gezicht, de grondsamenstelling maakte het

niet geschikt voor akkerbouw. Op verschillende plekken op de strandwal waren heerlijkheden gevestigd zoals ZuidAkendam, Hoogerwoerd, Schoterbos, Zaanen, Schoten, Schotervlieland en Noord Akendam. Uit het samengaan van die zeven heerlijkheden is omstreeks 1798 Schoten ontstaan. Buurgemeente Haarlem was in dezelfde periode een handelsstad aan de rivier het Spaarne, met volop bedrijvigheid in vele fabriekjes en ondernemingen. Door de grote behoefte aan bouwgrond (met name arbeiderswoningen) werd er over de grenzen naar uitbreiding gezocht. Met goede bouwgrond in overvloed werd de gemeente Schoten al spoedig de plaats waar de groei van Haarlem kon voortgaan. Uiteindelijk leidde dit in 1927 tot de annexatie van Schoten door de gemeente Haarlem.

heerlijkheden en buitenplaatsen zijn woonwijken verrezen. De wijken verschillen qua structuur en uitstraling al naar gelang de periode waarin ze tot stand kwamen. Zo vertonen wijken uit 1880-1920; wijken uit de jaren ’30 en naoorlogse wijken onderlinge karakterverschillen, zij het op een enigszins glijdende schaal. De scheidslijn tussen de verschillend tijdsvakken is niet strak te trekken maar gaan qua kenmerken en ruimtelijke opbouw in elkaar over.

Foto 2.2.2. Santpoorterstraat bij oplevering

Tegenwoordig is er van de vroegere heerlijkheden weinig meer over dan wat oude wegenstructuren en herinneren vooral talloze straatnamen en wijknamen naar de plek die het in vroeger tijden geweest is. Op de plek van de

Afbeelding 2.2.3: Haarlem Noord in 1927.

8

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

2.3. Opgaven Haarlem Noord wordt als een fijne woonplek ervaren. Bewoners voelen zich verbonden met de plek en blijven er lang wonen. De vele buurten hebben elk een sterke eigen identiteit en zijn homogene/herkenbare eenheden met een menselijke, overzichtelijke maat. Daardoor is Haarlem Noord meer dan de som der delen: een afwisselend geheel met een heldere (historische en geomorfologische) structuur. Foto 2.3.2.: Brede en groene woonstraten met een authentieke indeling (voorbeeld Santpoorterweg).

Foto 2.3.1.: Originele straatinrichting Patrimoniumbuurt (begin 20e eeuw).

Kenmerkend voor de openbare ruimte in Haarlem Noord is dat de indeling van met name de woonstraten overwegend authentiek is. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke wegindeling veelal behouden is gebleven en niet is aangetast door bijvoorbeeld ‘oren’ en ‘neuzen’ aan trottoirs, geen apart aangegeven parkeervakken of asfalt fietsstroken, maar enkel een trottoir van betonnen 30x30 tegels met daartussen een geklinkerde rijweg. Dit geeft een rustig beeld zonder overregulering.

Daarnaast is de openbare ruimte in Haarlem Noord over het algemeen vrij krap. Veel woonstraten puilen uit van de (half op de stoep)geparkeerde auto’s en hebben daardoor nauwelijks trottoirruimte over. En daarin staan dan ook nog eens de lichtmasten en soms ook bomen. Woekeren met de ruimte dus. Veel bomen zijn vlak na de oorlog zonder aandacht voor een goed plantgat geplant en zijn nog steeds dunne, kwarrige exemplaren. Dit komt vooral voor in woonstraten, maar ook langs hoofdstructuren zoals de Vondelweg en Spaarndamseweg.

Foto 2.3.3.: Hoge parkeerdruk leidt in de smalle straatjes tot parkeren half op het trottoir, in grote delen van Noord (voorbeeld Marsstraat).

Opvallend is de grote voorraad oude gebakken klinkers van waal- en dikformaat in veel straten. Maar ook de bonte lappendeken van 30x30 betontegels. Alle varianten afgestrooide exemplaren jong en oud, tot een oogverblindend lichtgrijze (goedkope) variant.

Foto 2.3.4.: Grote voorraad aan oude gebakken klinkers in verschillende formaten.

9

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

Positief • Afwisselende buurten in een sterke, herkenbare structuur; • Veel woonstraten met een authentieke indeling/uitstraling; • Veel natuurlijk toezicht op de openbare ruimte, waardoor verkeerd gebruik achterwege blijft. • Grote voorraad aan oude gebakken klinkers in waal en dikformaat • Geleding van Noord met doorsnijding van groene parken en zones.

• •

bovengrondse inrichting met bijvoorbeeld bomen belemmeren; Onderhoudsachterstand openbare ruimte; Lappendeken aan soorten 30x30 tegels en straatmeubilair.

heel en veilig te houden. Dit is mede bepalend voor de ontwerpkeuzes. Kortom: beheerbewust ontwerpen! Tot slot: goed beheer houdt rekening met de in het ontwerp gemaakte keuzes. Straatprofielen en materiaalkeuzes voor verharding en objecten mogen in de beheerfase niet “verrommelen” door verkeerde onderhoudsmaatregelen, zoals het vervangen en repareren met afwijkende materialen. Kortom: ontwerpbewust beheren!

2.5. Kernkwaliteiten

Foto 2.3.6.: Veel kwijnende bomen in de woonstraten.

2.4. Beheer Foto 2.3.5.: Jan Gijzenvaart: groene geleding in Noord.

Negatief • Grote parkeerdruk (vaak half op de stoep parkeren en veelvuldig gebruik van paaltjes); • Sommige buurten hebben weinig (groene) verblijfsruimte; • Bomenbestand van wisselende kwaliteit. Mooie structuur langs Rijksstraatweg en Orionweg, maar veel kwijnende bomen in woonstraten; • Overmaat aan ondergrondse leidingen die

Het ambitieniveau in beheer en onderhoud van de openbare ruimte wordt vastgesteld door de raad. Het gewenste onderhoudsniveau van de wijk is hierbij omschreven in CROW criteria. De wijze van onderhouden is omschreven in strategische beheerplannen. Zie hiervoor de nota Visie en Strategie Beheer en Onderhoud en onderliggende Strategische Beheerplannen. Voor een goede openbare ruimte mag er weinig sprake zijn van achterstallig onderhoud. Bovendien moeten er geen fysiek onveilige verharding, beplanting, meubilair of andere voorzieningen te vinden zijn. De wijk is schoon,

Hoewel er in de openbare ruimte nog heel wat te verbeteren valt, kent Noord vele uitdrukkelijk te koesteren kernkwaliteiten. De verdere keuzes en uitwerkingen moeten zijn gericht op het behoud en versterken van deze kernkwaliteiten:

•

•

Heldere structuur van de openbare ruimte: de indeling in woonstraten en ontsluitingswegen is in Noord meestal helder; de woonstraten zijn daardoor autoluw met een prima woonklimaat. Menselijke maat in de stedenbouw en de profielen: de meeste straatprofielen in Noord zijn weliswaar krap, maar de kwaliteit van de veelal authentieke klinkers, de heldere wegstructuur en de samenhang in architectuur van de bebouwing geeft een gevoel van geborgenheid en kwaliteit. Kleine plantsoenen versterken die kwaliteit nog verder.

10

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

Foto 2.5.2.: Rand van de stad is altijd dichtbij: de Hekslootpolder. Foto 2.5.1.: Het Spaarne als een van de kernkwaliteiten van Noord.

•

•

Rand van de stad is altijd dichtbij: door de langgerekte vorm van Noord, in combinatie met enkele groene oost-west onderbrekingen, geeft Noord nergens het gevoel opgesloten te zitten in de stad, terwijl er vaak hoge dichtheden in buurten worden gehaald. Spaarne-oever: de zich Noordwaarts steeds verder verbredende rivier biedt goede kansen voor de aanpalende oever en wijk. Dat geldt ook voor de recreatiemogelijkheden van de polders, zoals de Hekslootpolder.

Deze kernkwaliteiten zijn soms wel verborgen en moeten weer veel meer zichtbaar gemaakt worden.

Afbeelding 2.5.3. Het karakter van Haarlem (uit: de nota RK).

11

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

HOOFDSTUK 3: KEUZES 3.1. Inleiding In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten en analyse uit het vorige hoofdstuk uitgewerkt in keuzes. Naar aanleiding daarvan en van de besproken ruimtelijke en functionele structuur wordt in de paragraaf ‘Vloer’ het gewenste bestratingsmateriaal beschreven. Daarvoor wordt ingegaan op de gebieden waaruit Noord is opgebouwd. In de paragraaf “Maatvoering en ruimte” wordt ingegaan op de keuzes en prioriteiten ten aanzien van het verdelen van de beschikbare ruimte in de straatprofielen. Vervolgens worden in de paragraaf “Groen” de ambities voor het groen toegelicht. Tot slot wordt in de paragrafen erna ingegaan op de keuzes en ambities ten aanzien van het straatmeubilair, spelen en duurzaamheid.

3.2. Hoofdstructuur Openbare ruimte hoeft niet op te vallen, laat staan om aandacht vragen. Juist door terughoudendheid bij inrichting komt het ruimtelijk en stedenbouwkundig karakter van een plek het meest tot zijn recht. Het accent moet liggen op het bereiken van meer samenhang en kwaliteit. Dit kan worden bereikt door maatregelen binnen de straatprofielen en materialen enerzijds en door het behoud van buurtspecifieke kenmerken anderzijds.

Meer samenhang en ruimtelijke kwaliteit Om meer samenhang en ruimtelijke kwaliteit in de openbare ruimte te realiseren, wordt de volgende insteek gekozen: • Bestaande kwaliteiten behouden en versterken (denk aan de eenvoudige en authentieke wegindelingen in woonstraten); • Parkeren helder, doch terughoudend regelen (onderscheid van parkeerstroken met rijweg in de vorm van een ander verband, niet door lijnmarkering, andere kleur klinkers o.i.d.).; • Bandenlijn zo min mogelijk onderbreken door neuzen en oren. Alleen daar toepassen waar de straatbreedte c.q. de positie van bestaande bomen geen keus laat; • Bij snelheidsremmende maatregelen: vanuit ruimtelijk oogpunt hebben losse drempels de voorkeur. Vanuit verkeersopzicht heeft juist het verhoogde kruisvlak vaak de voorkeur omdat daar op de kruisingen de ongevalskans het kleinst is. De keuze voor drempels of verhoogde kruisingsvlakken blijft situatie-afhankelijk, maar dient zoveel in samenhang met de gehele buurt of wijk te worden gemaakt. Het streven is zo min mogelijk remmers toe te passen.

De uiteindelijke keuze wordt gemaakt naar aanleiding van een afweging tussen ruimtelijke kwaliteit en verkeer; • Drempels en kruisingsvlakken goed detailleren en uitvoeren in het materiaal van het omringende straatwerk; • Drempels horen niet thuis op busroutes, met plateaus wordt spaarzaam omgegaan op busroutes; • Vervolgens bij snelheidsremmende

• • •

maatregelen de volgende voorkeursvolgorde van maatregelen toepassen: eerst de rijbaan versmallen, dan drempels of verhoogde kruisingsvlakken toepassen. Asverspringingen dienen geheel vermeden te worden; Voorraad oude gebakken klinkers behouden/ hergebruiken; Weer een Haarlemse 30x30 betontegel (met toplaag) invoeren; Plant- en groeiplaatsomstandigheden voor bomen verbeteren en beter borgen; Verwijderen en achterwege laten overdadige bewegwijzering en hinderlijk straatmeubilair; Handhaafbaarheid bij inrichting als belangrijk uitgangspunt meenemen.

Geleding/opbouw van het gebied Naast het feit dat er in dit Handboek gestreefd wordt naar meer eenheid en samenhang in de openbare ruimte is het belangrijk de verschillende onderdelen waaruit Noord bestaat te bekijken op eigenzinnige of unieke karaktertrekken, dan wel op overeenkomsten met andere gebieden of elementen. Daartoe is Haarlem Noord onderverdeeld in vlakken (buurten en groengebieden), lijnen (belangrijke wegen en waterlopen) en punten (bijzondere plekken). Dit is in hoofdstuk 5 nader onderbouwd en uitgewerkt.

12

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

De schaal en maat van de profielen bepalen voor een belangrijk deel de fijnmazigheid van de bestrating. Zo vragen de woonstraten om een fijnmaziger materiaal, de wijkontsluitingswegen en vooral de hoofdontsluitingswegen vragen om een grootschaliger materiaal.

Afbeelding 3.2.1: Bijzondere regiekaart uit Nota RK

3.3. Materiaalkeuze Vloer Bij de inrichting van de openbare ruimte speelt de materiaalkeuze van de bestrating, de vloer, een belangrijke rol. Om de uitgangspunten ten aanzien van de openbare ruimte te realiseren is de inzet om Noord op een samenhangende wijze te bestraten. Op de bijzondere plekken zijn afwijkingen of combinaties met andere materialen mogelijk, mits passend in de overige uitgangspunten van het Handboek. Bij de keuze van het bestratingsmateriaal en het profiel voor een bepaalde plek moet men met de volgende aspecten rekening houden: de schaal, de maat, de functie en de materiaaleigenschappen (kleur en textuur). Dit alles moet worden gecombineerd in een goede materiaalkeuze.

De functie, bepaald door het gebruik van de openbare ruimte, stelt belangrijke technische voorwaarden aan het toe te passen materiaal. Hoge intensiteiten autoverkeer bijvoorbeeld, al dan niet in combinatie met zwaar (bus)verkeer, zorgen op klinkerbestrating soms voor te hoge geluidsniveaus of slijtage. Bovendien zijn plaatselijke reparaties in klinkerbestrating moeilijker vlak te herstellen dan in asfalt. Om die reden is het gepast om op gebiedsontsluitingswegen voor de rijbaan een stabieler materiaal als asfalt toe te passen.

Afbeelding en legenda 3.3.1.: Vloerkaart uit Nota RK

Belangrijk onderwerp bij de vloer is en blijft de detaillering: aansluitingen en hoekoplossingen moeten kwalitatief goed worden opgelost. Daarvoor is de uitwerking van standaard details en een goede uitvoering nodig. Bovendien moeten materiaalkeuzes voor de vloer meer uniformiteit teweeg brengen. Dan zijn lastige materiaalscheidingen of aansluitingen minder aan de orde. In Noord is behoefte aan robuuste, goed te onderhouden bestratingsmaterialen, universeel toepasbaar en passend bij de ambiance. Gekozen wordt voor klinkers (veelal authentiek), asfalt en betontegels.

13

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

•

Foto 3.3.3: Voorbeeld gebakken klinkers in een woonstraat in Noord Foto 3.3.2.: Voorbeeld gebrekkige detaillering.

(Gebakken) klinkers Klinkers zijn in Noord een goed bestratingsmateriaal voor de rijweg van de meeste woonstraten. Het materiaal is duurzaam (zowel qua levensduur als qua hergebruik), goed te onderhouden en behoudt gedurende zijn levensduur voldoende kwaliteit. Het past bij het karakter van woongebieden en is goed plaatselijk te repareren. Klinkers in Noord zijn standaard gemêleerd rood-bruin, in dik- of keiformaat. Er liggen echter in veel woonstraten nog authentieke klinkers van een ander formaat. Deze moeten indien mogelijk worden hergebruikt. In veel gevallen is dit ook mogelijk, omdat er door het verkeersluwe karakter van de woonstraten relatief weinig beschadigingen zijn. Uitdrukkelijk wordt niet gekozen voor betonsteen. Betonstraatsteen verliest namelijk snel door verwering zijn kwaliteit en kent bovendien een kortere levensduur.

Asfalt De toepassing van asfalt is vooral ingegeven door de verkeersfunctie. Asfalt is comfortabel, vlak en stevig voor het verkeer, daardoor veroorzaakt het verkeer minder geluid en trillingen. Ook de logica van het verkeersbeeld en de herkenbaarheid voor de weggebruiker pleiten er voor om op de doorgaande wegen asfalt verharding toe te passen. Nadeel ervan is dat verkeer hierdoor ‘wordt uitgenodigd’ harder te rijden. Afgewogen toegepast is het materiaal acceptabel. Asfalt dient daarom te worden toegepast op het 50 km/u netwerk, zoals aangegeven op foto 3.3.4. Door het gebruik van dit materiaal te koppelen aan deze functionele en verkeerskundige structuren zorgt het voor een herkenbare afwikkeling van het autoverkeer met zo min mogelijk geluidsoverlast. Buiten de hoofdwegen is asfalt in principe niet aan de orde. Er zijn echter wel uitzonderingen denkbaar: • Straten met 30 km/u, maar met bus en met druk autoverkeer. Als de maat van de

straat het toelaat en ook de stedenbouwkundige ambiance (de nieuwere woonwijken van Noord), is asfalt op de rijweg denkbaar; Straten waar van oudsher asfalt ligt, nog uit de tijd dat de weg een oude uitvalsweg was. Dit geldt voor de Vergierdeweg.Voor wijkontsluitingswegen wordt uitgegaan van “asfalt, tenzij”. Het “tenzij” is bijvoorbeeld aan de orde in beschermde en consolidatie regie volgens nota Ruimtelijke Kwaliteit. Dan is nadere afweging vereist.

Voor fietspaden wordt op 50 km/u straten gekozen voor asfalt. Dit ten behoeve van het rijcomfort, de veiligheid en de herkenbaarheid. Fietsroutes door 30 km/u straten bestaan in principe uit de (klinker)verharding van de gecombineerde rijweg. Op belangrijke fietsverbindingen zijn aanpassingen aan het soort en het bestratingsverband van de klinkerverharding denkbaar. .

Foto 3.3.4: asfalt straat Noord (Ostadestraat.)

Recreatieve fiets/voetpaden in parken en buiten de bebouwde kom kunnen in zwart asfalt worden uitgevoerd. Voor fietsstroken en

14

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

vrijliggende fietspaden buiten de bebouwde kom en buiten de recreatieve routes is bijpassende kleurtoevoeging (rood) aan het asfalt wel wenselijk. Tot slot worden ook de ‘plattelandswegen’ uitgevoerd in (zwart) asfalt. Dit zijn authentieke, landelijke weggetjes, die nadat ze werden verhard van oudsher in zwart asfalt werden uitgevoerd. Dit materiaal is voor deze weggetjes passend en comfortabel (denk aan fietsers, skaters etc). Betontegels en betonstraatstenen Bijna overal in Noord liggen momenteel trottoirs van betontegels2. Keuze is dat zo te houden. Dit materiaal past goed bij het tijdsbeeld van de wijk. Noord kent nauwelijks betonstraatstenen. Betonstraatstenen hebben de afgelopen decennia overal bewezen weinig duurzaam te zijn. Ze verweren en verkleuren relatief snel en hebben geen of zelfs een negatieve restwaarde aan het einde van hun levensduur. De keuze is in de toekomst betonstraatstenen in principe niet toe te passen in Noord. Hooguit is hergebruik aan de orde op plaatsen waar de betonsteen nog voldoet. In de vorm van (gebakken) klinkers is er een alternatief dat mooier, duurzamer en passender is. Bijzonder materiaal Specifieke gebruikseisen en specifieke ruimtelijke voorwaarden vragen om bijzonder Betontegels in het formaat 30x30 cm zijn een “uitvinding” voor het plan Zuid van Berlage, in de twintiger jaren van de vorige eeuw. 2

materiaal en/of bestrating gelegd in een eigen patroon. Zo hebben enkele pleinen en plekken in Noord hun eigen sfeer, karakter en gebruik. Deze zijn als accentplek aangegeven. Uitgangspunt is behoud en versterking van deze bijzondere inrichting, geënt op de specifieke plek en het gebruik van de plek.

Foto 3.3.5.: Bijzonder materiaal: Plesmanplein.

Markeringen: Markeringsverf of Thermoplast wordt alleen toegepast op asfalt. Bij overige noodzakelijke markeringen dienen markeringsstenen te worden toegepast. Het markeren van trottoirbanden (met bijvoorbeeld gele verf) en het gebruiken van markeringsverf op klinkerbestrating dient te worden vermeden. Uitzondering zijn: geleide- en attentiemarkering voor slechtzienden: hiervoor is ook op klinkerbestrating Thermoplast een geëigend middel. Schampstroken, middengeleiders e.d. Ter wille van een visueel rustig beeld van de straat worden schampstroken, en middengeleiders, uitgevoerd in tegels (normale situatie) of afgestrooid asfalt (bij grote kans op onkruid).

3.4. Maatvoering en Ruimte De ruimte in de meeste straten is beperkt, vooral in de woonstraten. Bij het toedelen van ruimte aan verschillende functies, zoals verblijf, autoverkeer, parkeren en fietsverkeer moeten dus telkens afwegingen en keuzes worden gemaakt. In de toch al beperkte ruimte moeten ook groen, spelen en straatmeubilair worden ingepast. Om de ruimte zoveel mogelijk te benutten, maar ook om zoveel mogelijk ruimtelijke kwaliteit in de openbare ruimte te creëren, is het zaak weloverwogen afwegingen te maken tussen verschillende verkeersclaims en ingetogen om te gaan met het plaatsen van objecten ( meubilair). Doel is om in te zetten op het zoveel mogelijk integraal en flexibel gebruik van de ruimte. De verkeerskundige keuzes die hieraan ten grondslag liggen, worden of zijn gemaakt in het verkeersbeleid als het HVVP. Daarnaast biedt de (toekomstige) Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) handvatten bij het maken van keuzes. Dwarsprofiel Qua verkeersfuncties die in een straat kunnen worden ingepast, geldt allereerst dat de situatie verkeersveilig moet zijn. Is de ruimte echt beperkt, dan kan alleen voetgangersverkeer worden ingepast. Bij meer ruimte is plaats voor ander verkeersgebruik. In het Deel 2 Richtlijnen van het Handboek zal de toedeling van de ruimte aan verschillende (verkeers)functies per straatbreedte worden vastgelegd, door middel van profieltekeningen.

15

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

Bovendien geldt dat nood- en hulpdiensten en huisvuilinzameling eisen stellen aan de bereikbaarheid en vrije ruimte. Met deze eisen moet bij elke profielkeuze rekening worden gehouden. Veel woonstraten in Noord zijn tussen de 10 en 12 meter breed. Het is daar woekeren met ruimte, vooral door de toegenomen parkeerdruk. In de praktijk worden auto’s vaak aan beide zijden van de straat half (met 2 wielen) op de stoep geparkeerd. Dit gaat ten koste van de trottoirruimte, maar voordeel is dat het trottoir als de parkeerdruk lager is (meestal overdag) weer beschikbaar is voor verblijven en spelen. Dit ‘rabatparkeren’ is geen goede structurele oplossing, omdat niet goed duidelijk wordt gemaakt hoe ver auto’s op de stoep mogen staan. Er ontstaan hierdoor rommelige verschillen per individuele auto. Bovendien is deze wijze van parkeren formeel ook onjuist. Het versmallen van trottoirs is vaak geen optie, omdat er dan onvoldoende ruimte over blijft voor voetgangers, bomen en vuilcontainers. Het verbieden van parkeren aan een zijde van de straat zal op veel weerstand stuiten door de hoge parkeerdruk. Het versmallen van de rijloper zou een oplossing kunnen bieden, temeer omdat het snelheidsremmend werkt. Effect is echter wel dat elkaar tegemoetkomende auto’s even op elkaar moeten wachten.

Daarom is voor Noord gekozen voor de volgende benadering (voor woonstraten): • Bestaande profielen: rabatparkeren gedogen, omdat anders trottoirs moeten worden versmald, bomen moeten worden gekapt etc. om voldoende parkeerruimte

•

op de rijweg te realiseren; Nieuwe profielen (bij herprofileringen dus): rijloper versmallen naar 3 meter (ook bij tweerichtingsverkeer), met aan beide zijden parkeerstroken op de rijweg (naast de rijloper). Trottoirs verhoogd uitvoeren, parkeren in de parkeerstroken en niet meer deels op het trottoir; oorspronkelijke trottoirbreedte zoveel mogelijk behouden, waar noodzakelijk licht versmallen (maar breder dan 1,5 m houden). Waar nodig (nieuwe) bomen meer naar de zijkant van het profiel aanbrengen en waar dat niet past op neuzen en oren.

In woonstraten breder dan 12 meter is doorgaans voldoende ruimte aanwezig om alle functies goed in te passen. In straten smaller dan 10 meter zal doorgaans geen ruimte beschikbaar zijn voor parkeren aan twee zijden. Een en ander wordt in de profieltekeningen nader uitgewerkt. Lengteprofiel Ook in de lengte van een straat zijn afwegingen over de ruimteverdeling te maken. Bijvoorbeeld: hoeveel ruimte wordt ingepast voor parkeren en hoeveel voor groen? Waar wordt het straatmeubilair ingepast en waar kan het afval worden aangeboden? Dit zijn afwegingen in het lengteprofiel van een straat. Belangrijk bij afwegingen in het lengteprofiel is het streven naar continuïteit: vanwege de ruimtelijke kwaliteit en de herkenbaarheid dient een straatprofiel niet zomaar te verspringen, maar alleen dan als er stedenbouwkundig aanleiding voor is. Dat wil zeggen dat gekeken in de zichtas van de straat alleen een profielsprong plaats vindt als de architectuur

(ligging rooilijn, hoogte bebouwing) ook verspringt. Asverspringingen ten behoeve van het remmen van de verkeerssnelheid zijn niet (meer) aan de orde. Op het gebied van ‘oren’ en ‘neuzen’ geldt het volgende: • Oren en neuzen alleen als ze echt nodig zijn, dus in de smallere straten of de bestaande bomen te dicht op de rijweg; • Eventueel enkele paaltjes op hoeken denkbaar; • bomen in neuzen in plaats van rabatparkeren aanvaardbaar mits neus fraai wordt uitgedetailleerd met doorlopende rechte band achterlangs. Geldt ook voor containers; • Kies buurtgewijs voor een principeoplossing.

Foto 3.4.1.: Fraai lengteprofiel

Hoogteprofiel Hoogteverschillen in een straat zijn soms nodig uit oogpunt van verkeerseisen, maar verkleinen de visuele ruimte. Omdat sommige straatprofielen krap zijn, is het zaak de ruimte visuele zo min mogelijk op te delen. Voor Noord

16

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

geldt dat elke straat in principe een geleding van trottoir – rijweg – trottoir heeft. Streven is ook om zo dicht mogelijk bij dit prototype te blijven en hoogteverschillen te beperken tot twee. Uitzondering geldt voor de brede hoofdwegen, die gelet op het breedte profiel meerdere hoogte verschillen kennen voor vrijliggende fietspaden. Hoogteverschillen ten behoeve van het remmen van de snelheid van autoverkeer (drempels, verhoogde kruisingsvlakken) zijn ook in Noord soms noodzakelijk. Primair wordt gekozen voor snelheidsremming door het versmallen van de rijloper. Als toch drempels nodig zijn moeten ze dan worden uitgevoerd in het materiaal en het bestratingsverband van de omringende bestrating. Versmallingen en asverspringingen zijn niet aan de orde vanwege het verstoren van de zichtas in de lengte van de straat. Drempels hebben de voorkeur boven verhoogde kruisingsvlakken. Voor drempels en verhoogde kruisingsvlakken zijn uniforme oplossingen uitgewerkt. De veelheid aan ontwerp-oplossingen wordt dus teruggedrongen. Keuze: • Snelheid in principe remmen met smalle rijlopers; • drempels voorkeur boven verhoogd kruisingsvlak; • materialisering drempels en verhoogd kruisingsvlak gelijk aan aansluitende straten. Het hoogteprofiel van een straat is in toenemende mate relevant voor de waterberging. Profielen dienen geschikt te zijn

voor het bergen van piekregenbuien, om overlast in gebouwen en woningen te voorkomen. Ondergrondse ruimte De ondergrondse openbare ruimte wordt aangelegd om 60-80 jaar mee te gaan. Tussentijdse aanpassingen zijn buitengewoon kostbaar. Houd hiermee dus rekening bij het ontwerpen van het bovengrondse profiel.

3.5. Groen en water Haarlem staat bekend als een stad met een goed woonklimaat. Een stad in een mooie, bijzondere, groene context van binnenduinrand aan de westkant en veenlandschap aan de oostkant. Door haar langgerekte vorm is dat buitengebied ook altijd dichtbij. Daartegenover staat dat de hoeveelheid m2 openbaar groen dat elke bewoner in zijn directe omgeving binnen de stadsgrenzen tot zijn beschikking heeft, niet ruim bemeten is. Het groen wat er is, is dus van grote waarde en staat doorgaans onder hoge (gebruiks) druk. Groene geleding In de tijd dat L.C. Dumont als stadsarchitect werkzaam was bij de gemeente Haarlem ontstond het idee om in Schoten twee oostwest lopende groene zones aan te leggen als landschappelijke dwarsgeleding op de noord/zuid structuur van de stad. Eén daarvan bestond al grotendeels: de groenzone Kleverlaan, de andere zou vorm krijgen in een 30 ha groot park ten zuiden van de Jan Gijzenvaart: het Schoterbos. Oorspronkelijk

was het de bedoeling om dit park door te trekken tot aan het Spaarne, maar dat is er niet van gekomen. Mooi aan Haarlem Noord is dat deze groene geleding nog goed te zien en te beleven is. Buitengebied In Haarlem Noord zijn nog enkele groene polders te vinden: de Hekslootpolder tussen Vondelweg en Spaarndam, en de Schoterveenpolder (onderdeel van de groenzone Kleverlaan). Beide polders ademen nog de open, authentieke, agrarische sfeer en beide polders zijn niet tot beperkt toegankelijk. Een betere toegankelijkheid zou vanuit recreatief oogpunt zeer welkom zijn. Bomenstructuur Inzet is om langs alle hoofdwegen grote bomen e (1 orde) in een laanstructuur te realiseren: de hoofdbomenstructuur. Het is van groot belang dat bomen in de hoofdstructuur kunnen uitgroeien tot grote, volwassen exemplaren. Groeiomstandigheden spelen hierbij een cruciale rol. Hier dus geen standaard, minimaal gedimensioneerde boomspiegels toepassen maar ruime, groene boomkransen, of liever nog brede plantstroken, inpassen en dimensioneren op basis van de beschikbare ruimte in het profiel. Dit verhoogt de kans op een volgroeide en hopelijk zelfs monumentale bomenlaan in de toekomst. In de wijken en in de woonstraten is de bomenstructuur afhankelijk van de stedenbouw. Smalle woonstraten vragen om kleinere bomen dan brede woonstraten.

In smalle woonstraten wordt daarbij gekozen voor de kwalitatieve benadering: bomen op tactische plaatsen planten waar er voldoende groeiruimte is zoals

17

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

bij plaatselijke verbredingen, tegen blinde gevels of op hoeken, in plaats van een bomenrij in een te krappe ruimte waar ze niet kunnen uitgroeien. Ook kan hier gekozen worden voor een ander soort groen zoals verticaal groen. Betere groeiplaats omstandigheden voor bomen komt ook ten goede aan de kwaliteit van het wegdek (voorkomen van wortelopdruk). Parkgebieden vragen om losgeplaatste solitairen. Inzet is dat er voldoende groeiruimte (bovengronds en ondergronds) is om de bomen tot volle wasdom te laten uitgroeien. De waardevolle solitaire bomen in Haarlem Noord worden gekoesterd. Parken De parken in Haarlem zijn verschillend in maat, sfeer en (historische) betekenis. Het is van belang dat deze karaktertrekken worden gerespecteerd en tot uitdrukking komen bij herinrichting van het park. Dit heeft als resultaat dat ieder park in de toekomst met een eigen ‘Handschrift’ wordt ingericht. Het is niet de bedoeling om door middel van standaard profielen en richtlijnen een eenduidig beeld van alle parken in Haarlem Noord te bewerkstelligen. Om de parken van elkaar te onderscheiden zijn thema’s per park benoemd in paragraaf 3.3. Plantsoenen De plantsoenen in Haarlem Noord maken meestal een belangrijk onderdeel uit van de stedenbouwkundige structuur.

Doordat ze schaars zijn in aantal en maat en de gebruiksdruk hoog, mag er meer nadruk liggen op de inrichting en het onderhoud ervan: ze zijn door hun schaarsheid van grote waarde voor de buurt.

Bermen en gazons Bermen en gazons kunnen bestaan uit gazon (wordt vaak gemaaid) en ruw gras (wordt weinig gemaaid). Beide verschijningsvormen roepen hun eigen beeld en gebruik op. Het is van belang dat er vanuit beeldoogpunt bewust wordt gekozen voor een bepaald type. In dichte woonbuurten met weinig groen heeft een goed onderhouden gazon meer waarde dan ruw gras. Ruw gras kan op ecologisch waardevolle plekken juist een goede aanvulling zijn. Groene parels Groen kan kwaliteit in de wijk brengen als het groen ook daadwerkelijk kwaliteit heeft. Maar ook de bewoners zelf kunnen bijdragen. Zelfbeheer of medebeheer wordt gestimuleerd en gefaciliteerd. Het vergroot de betrokkenheid bij de openbare ruimte en de sociale cohesie. Succesvolle zelfbeheerprojecten zijn een aanwinst voor de kwaliteit van de openbare ruimte. Mocht een zelfbeheerinitiatief onverhoopt inzakken, dan laat de gemeente de boel niet op zijn beloop, maar neemt het onderhoud na aanpassing terug in beheer. Water en oevers Oevers zijn er in drie categorieën: de strakke harde oever; de groene, verzorgde oever (talud) en de ruige, natuurvriendelijke oever. Strakke oevers worden toegepast waar de ruimte en het beeld hierom vragen, bijvoorbeeld in dichte stedelijke gebieden met weinig ruimte. De Spaarneoever vanaf de binnenstad tot aan de Jan Gijzenvaart behoort tot deze categorie.

Groene, verzorgde oevers worden toegepast waar ruimte en beeld hierom vragen. Dit is een oever met een flauw tot steil groen talud, maar met een strakke oeverlijn (beschoeiing). Dit kan

zowel in een dichte stedelijke omgeving waar de maten royaal genoeg zijn als meer daarbuiten en in parken. Oevers als de Kloppersingel, Schotersingel en deels de Delft behoren tot deze categorie. Een ruige, natuurvriendelijke oever wordt toegepast op doorgaande structuren die onderdeel zijn van de ecologische hoofdstructuur. De noordelijke Spaarne-oever behoort tot deze categorie. Maar ook de oevers van de Jan Gijzenvaart en deels de Delft (zolang de belijning van de oevers strak blijft). De gegraven vaarten, zoals de Jan Gijzenvaart en de Delft, hebben namelijk van oorsprong een strakke oeverlijn zonder inkepingen. Ecologische hoofdstructuur De ecologische hoofdstructuur ligt buiten het plangebied Haarlem Noord. Wel heeft de gemeente Haarlem zelf ook een visie op ecologie in de stad. Deze visie benadrukt vooral dat ecologie overal is. De stad dient in zijn geheel ecologisch benaderd en behandeld te worden. Denk aan het afschaffen van chemische onkruidbestrijding of het toepassen van inheemse soorten, niet alleen in bepaalde aangewezen gebieden maar in al het openbare groen. Wel worden er bepaalde waardevolle gebieden onderscheiden. Het gaat in Haarlem Noord om gebieden met natte en/of droge ecologische (verbindings)waarde.

Zoals de Jan Gijzenvaart, de groenstrook langs de Delftlaan, de grasbermen langs de Slaperdijk, het gebied Hekslootpolder, de Spaarne-oever ter hoogte van de Hekslootpolder en het Schoterbos. Belangrijk voor deze gebieden is dat het groen op een ecologische manier wordt ingericht en beheerd en zo mogelijk in verbinding staat met andere ecologisch waardevolle gebieden.

18

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

Richtlijnen voor verbetering groen en water • Versterken en beter herkenbaar maken van groene dwarsgeledingen (groenzone Kleverlaan, Schoterbos/Jan Gijzenvaart) door verbeteren van de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid, en aanleggen van langzaam verkeersroutes (naar buitengebied); • Bereikbaarheid van het buitengebied verbeteren; • Optimaal beheer van stedelijk groen (parken, plantsoenen, groene plekken) om grote gebruiksdruk te ondervangen; • De leefbaarheid in groenarme buurten verbeteren door toepassing van boombehoud en meer groene elementen (zoals verticaal groen); • Betere toegankelijkheid polders; • Bomen in smalle straten op tactische plaatsen toepassen; • Versterken ecologische waarde van bovengenoemde gebieden.

3.6. Straatmeubilair De huidige situatie van de toegepaste objecten in Noord doet op veel plaatsen afbreuk aan de uitstraling die de wijk kan hebben. De afgelopen decennia is de openbare ruimte in de wijk ingevuld met teveel verschillende typen objecten die ook lang niet altijd op elkaar zijn afgestemd en vaak slecht zijn onderhouden. Het gevolg is dat er in de openbare ruimte veel en verschillend straatmeubilair voorkomt. Dit kost veel ruimte, veroorzaakt een rommelig beeld en zorgt bovendien voor hoge

onderhoudskosten. Er is daarom behoefte aan uniforme regels voor straatmeubilair en een actueel en duidelijk overzicht van het toe te passen straatmeubilair. Dit levert de volgende keuzes voor straatmeubilair op: Ingetogen inrichting: Gekozen wordt voor neutraal vormgegeven straatmeubilair, passend bij de plek en de tijdgeest. Weloverwogen plaatsing: Het straatmeubilair moet een onderdeel zijn van de totale openbare ruimte. Het moet zodanig geplaatst zijn dat het lijkt alsof het altijd al een deel van de ruimte heeft uitgemaakt. Straatmeubilair moet alleen in de openbare ruimte worden neergezet, als het daar ook daadwerkelijk een functie kan vervullen. Ook de plaatsing van de objecten in het profiel (de situering) is belangrijk. Daarbij is het van belang zichtlijnen en looplijnen zo min mogelijk te blokkeren. Dat betekent het zoveel mogelijk plaatsen van objecten in één lijn met elkaar en met bomen óf geclusterde plaatsing. Combineren van mastgebruik en plaatsing op, of aan gevels verdient de voorkeur. Speciale aandacht verdient het foutparkeren. In het verleden is steeds meer straatmeubilair in het straatbeeld verschenen om foutparkeren fysiek tegen te gaan (paaltjes, banden, ruggen etc.). De keuze is in plaats hiervan in te zetten op een helder straatbeeld, heldere regels en goede handhaving. Eenheid, samenhang, continuïteit: Straatmeubilair moet bijdragen aan een

aangename en verzorgde inrichting van de buitenruimte in de stad. De toepassing van straatmeubilair moet ertoe bijdragen, dat niet achter elke straathoek een nieuwe wereld wordt aangetroffen. Het assortiment moet sterk worden verminderd en goed aansluiten op stedenbouw en omgeving. Het nog aanwezige karakteristieke meubilair moet worden behouden en aangevuld.

Foto 3.6.1.: Ondoordacht geplaatst meubilair

Afstemming ontwerp, uitvoering en beheer: Allereerst vraagt dit om het terugdringen van het assortiment. Een groot assortiment is namelijk niet op voorraad te houden en daardoor niet goed te beheren. Ook belangrijk zijn eisen aan de objecten zelf. De volgende eisen voor straatmeubilair zijn van toepassing: • Functioneel; • Straalt kwaliteit uit; • Passend bij overig meubilair; • Makkelijk te onderhouden; • Vandalismebestendig / niet vandalismeuitnodigend; • Weerbestendig; • Niet aandachtvragend.

19

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

Uitwerking: familie straatmeubilair Een zeer effectieve manier om invulling te geven aan de doelstellingen ten aanzien van straatmeubilair, is het streven naar een “familie” van straatmeubilair. Deze familie stelt een aantal eisen aan vormgeving, materiaal en kleur. Daarmee wordt bereikt dat het straatmeubilair beter bij het straatbeeld en bij elkaar past en bovendien eenvoudiger is te onderhouden. De keuze voor de familie straatmeubilair in Schalkwijk is: • Vorm: eenvoudige, niet overheersende vormgeving, passend bij de tijdgeest; • Materiaal en kleur: keuze voor een neutrale, antraciet kleur / ongekleurde afwerking. Deze familievoorschriften worden in het Deel 2 Richtlijnen nader uitgewerkt. Voor de meest frequent toegepaste objecten is de volgende keuze aan de orde: • Woongebieden: standaard zitbank (model 1960) Groengebieden / parken: canapé zitbank met antraciet afvalbak; • Paaltjes (waar strikt nodig): model standaard Haarlem; • Verlichting: in woonstraten past de heel goed bij de tijdgeest horende standaardmast, zie beleid OV.

3.7. Spelen

Foto 3.6.2.: Passend in Noord: Kio lantaarn.

In 2013 is het ‘Speelruimtebeleid 2013-2020’ vastgesteld. Hierin is integraal naar de speelruimte gekeken. Niet alleen de openbare speelplekken bepalen of de speelruimte op orde is, maar de totale ruimte waar kinderen in hun vrije tijd in potentie kunnen spelen. Immers kinderen kunnen naast openbare speelplekken ook spelen op sportvelden, op stoepen, in parken, in speeltuinen en schoolpleinen. Nog niet al deze ruimten zijn openbaar. Een van de opgave van het speelruimtebeleid is om, waar mogelijk potentiële speelruimte (ook na schooltijd) openbaar te maken. Hierdoor neemt het speelareaal voor kinderen toe. De opgaven van het speelruimtebeleid liggen in het volgende: • Het openbaar toegankelijk maken van sportvelden, schoolpleinen en speeltuinen; • Bij de inrichting van de openbare ruimte de informele speelruimte meeontwerpen; brede stoepen, pleintjes, parken en groenvoorzieningen zo inrichten dat het kinderen uitdaagt om in te spelen; • Braakliggende terreinen ‘inrichten’ als tijdelijke speelruimte; • Het speelweefsel verbeteren: Bij de inrichting van de openbare ruimte rekening houden met de routing tussen speelvoorzieningen; • Wijkgerichte aanpak in de prioriteitwijken (Vogelenbuurt, Indische buurt, Transvaalbuurt, Patrimoniumbuurt); in deze wijken waar de speelruimte onvoldoende

20

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

•

• •

aansluit op de doelgroep, samen met de buurt een verbeterplan opstellen. En hieraan gekoppeld een uitwerkingsplan; De plekken waarvan uit de analyse blijkt dat deze overbodig zijn, in overleg met de doelgroep heroverwegen. Dit betekent mogelijk verwijderen van het toestel en de vrijgevallen plek omvormen naar groen of een informele speelplek. De speelplek omvormen naar een speelplek voor een andere doelgroep door bv toestellen uit te wisselen met een andere speelplek of in te richten voor ‘spel en ontmoeting’; Het creëren van nog een paar voorzieningen voor oudere jongeren zoals voetbalkooien; Het natuurlijk spelen stimuleren; struinen, hutten bouwen, bloemen plukken, vies worden, planten en dieren leren kennen, spelen met lossen materialen en klimmen in klimbomen.

Bij het plaatsen van speeltoestellen wordt rekening gehouden met samenhang met de omgeving, de ruimtelijke context en zichtassen.

3.8. Duurzaamheid Ambities in de openbare ruimte: Duurzaamheid heeft een directe relatie met stedelijk beheer en/of stedelijke ontwikkelingen. Het gaat om de verantwoordelijkheid die wordt genomen om te werken aan een duurzame ontwikkeling voor onze omgeving. Inzet is om te voorzien in de behoefte van de huidige generatie (zowel van mensen, planten en dieren) zonder daarmee voor de toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Zie ook de Kadernota Duurzaamheid.

Foto 3.8.1.: Mooie her te gebruiken materialen in Noord.

Concrete uitwerkingen duurzaamheid: Voor dit handboek zijn met name de volgende aanbevelingen van toepassing: • tijdloos ontwerp van de inrichting van de openbare ruimte; • klimaatbestendig ontwerpen (waterbergend vermogen versterken, hittestress tegengaan); • voorkeur voor duurzame verharding met een lange levensduur; • zoveel mogelijk hergebruik van bestaande materialen; • onkruidwerend ontwerpen; • in alle planvorming afwegen waar meer groen en minder verharding kan.

21

Handboek inrichting openbare ruimte Haarlem Noord versie januari 2016

HOOFDSTUK 4: FINANCIËN In het Handboek inrichting openbare ruimte worden principe- keuzes gemaakt voor de inrichting van de openbare ruimte. De realisering van deze keuzes wordt uitgevoerd per project indien daartoe een aanleiding is. Dit is meestal het geval als bijvoorbeeld de riolering of het wegdek vervangen moet worden of het profiel in verband met een functiewijziging aangepast moet worden. Het al dan niet honoreren van kwaliteitsverhoging van het bestaande areaal maakt deel uit van de bestuurlijke besluitvorming van het betrokken project, waarin bij het vaststellen van het definitief ontwerp ook een beheerkostenberekening onderdeel is van de afweging. De financiële consequenties worden jaarlijks middels een opsomming van de areaaluitbreiding of kwaliteitsverhoging zichtbaar gemaakt waarbij in het traject van de kadernota een afweging wordt gemaakt tussen de toekenning van de benodigde extra middelen voor beheer en onderhoud en andere prioriteiten. De keuzes in het HIOR Noord die worden voorgesteld, hebben beperkte gevolgen voor de inrichtings- en onderhoudskosten voor de openbare ruimte. Hoewel een betere kwaliteit van de openbare ruimte wordt nagestreefd, zijn bij het toepassen van het HIOR ook besparingen aan de orde. De belangrijkste financiële gevolgen zijn puntsgewijs:

Verhardingskeuzes: • Trottoir blijft uitgevoerd in standaard tegels; budget-neutraal effect; • Asfalt hoofdwegen blijven uitgevoerd in asfalt: budget-neutraal; • Rijwegen: elementen rijwegen altijd in gebakken klinkers, niet in betonstraatsteen (wat nu al niet voorkomt in Noord). Gevolg: investeringskosten zullen ten opzichte van beton hoger zijn omdat klinkers duurder zijn in aanschaf dan betonstenen (ca 20% op projectbasis), afschrijvingskosten zullen echter afnemen, omdat klinkers veel langer mee gaan (ca. 2x langer), herbruikbaar zijn in parkeerstroken en een restwaarde houden in plaats van stortkosten opleveren. Ingeschat wordt dat de keuze voor gebakken klinkers over de gehele levensduur budget-neutraal of licht gunstig zal uitwerken. Daar komt bij dat in veel straten in Noord sprake is van hergebruik van bestaande klinkers. Dit bespaart behoorlijk in de aanschafkosten en is bovendien duurzaam beleid. Wegindeling / profielindeling: • De voorgestelde profielen zijn qua grootte / materiaalgebruik vergelijkbaar met de huidige wegprofielen. Het toepassen ervan zal daardoor budgetneutraal of licht gunstig uitwerken; • Het standaardiseren van profielen zal bij toekomstige projecten leiden tot snellere voorbereiding en minder maatschappelijke discussie. Dit zal gunstig uitwerken op de projectkosten.

Groenkeuzes: • Verbeteren groeiplaats-omstandigheden bomen / juiste bomen op de juiste plaats: op de korte termijn vraagt dit om een projectgewijze aanpak van en investering in gebieden met knelpunten ten aanzien van bomen. Denk aan kappen, heraanplanten, groeiplaatsverbetering. Deze investeringen kunnen waar mogelijk worden gecombineerd met projectgewijs onderhoud aan straten en riolering. Op termijn leveren deze investeringen juist grote besparingen ten aanzien van onderhoud op; • het plaatsen van de juiste boom op de juiste plek zorgt voor een langere levensduur. Dit zal licht gunstig zijn voor het budget; • minder bomenonderhoud en minder schade aan bestrating door boomwortels. Ook deze investering zal op termijn budgetneutraal of licht gunstig uitwerken. Straatmeubilair: • Het standaardiseren van het assortiment straatmeubilair betekent op een aantal onderdelen het vervangen en omvormen van het huidige areaal. Voorstel is dit geleidelijk te doen, per project en als straatmeubilair aan vervanging toe is. Op deze wijze is hiermee geen extra budget gemoeid. Projectgewijze vervangingen zijn wel aan de orde (zoals bij straatnaamborden), maar dan zal daarvoor projectgewijs een financieel onderbouwd voorstel worden gedaan; • Voorts zal het standaardiseren op termijn leiden tot een versmald assortiment, wat licht gunstig uit zal werken op de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13657714/1