CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

10-27 transcript commissie Ontwikkeling

commissie Ontwikkeling 27 oktober 2022, gemeente Haarlem44.430 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Toezegging wethouder Meijs over realisatie van goedkopere koopwoningen/sociale koop 9.3. Toezegging van wethouder Meijs in overleg te blijven met het Rijk over regelgeving ten aanzien van sociale koop De voorzitter: Tegelijkertijd zullen we nog even checken bij u, want 9.2 en 9.3, agendapunten, die stonden de toezeggingen van de wethouder Meijs over de realisatie van goedkopere koopwoningen en de toezegging van de wethouder Meijs in overleg te blijven met het Rijk over regelgeving ten aanzien van sociale koop. Naar mijn idee zijn die allebei voorbijgekomen hier in de bespreking en staan ze in de stukken, maar dat wil ik even checken bij u als commissie. Ik zie knikkende gezichten, dus kunnen we dat daarmee afdoen en zijn die twee toezeggingen voldaan. En dan noteren we het als bespreekpunt in de raad en dan zien we het op 17 november terug. De heer Roduner heeft nog twee toezeggingen gedaan over het lijstje met spelregels en over de 50/50verduidelijking. Daarover komt hij nog bij u terug met het aangepaste stuk voor de raad van 17 oktober voor half acht ’s avonds. Dus dat zal ongetwijfeld goedkomen. Voor dat dit agendapunt. Overige punten ter bespreking 10. Nota parkeernormen: concept vrijgeven voor inspraak (FR) De voorzitter: Dan gaan we snel door naar agendapunt 10, de Nota parkeernormen.

Dat is ter bespreking, gaat niet naar de raad toe, het is hier dat u daar een reflectie op geeft want het college heeft hierover besloten. Het gaat de inspraak in, dus uw bijdrage nu is de inspraak op het stuk en dat komt daarna nog een keer terug ter besluitvorming. Op dit stuk zijn nu vier insprekers, waarvan er een schriftelijke de bijdrage gekoppeld zou zijn aan het agendapunt, de heer Stolp. Maar dan hebben we hier wel de heer Hooft, de heer Duppen en mevrouw Grutte als insprekers. Neemt u plaats alstublieft, tegenover mij in de stoelen zodat uw bijdrage daar gedaan kan worden. Welkom in de commissie Ontwikkeling, volgens mij bent u alle drie eerder geweest dus hoef ik u vrij weinig meer uit te leggen hoe het werkt. Rechterknop op uw zwarte kastje is de aanknop voor uw microfoon, als u klaar bent graag uw microfoon uitzetten. Zodra u uw microfoon aanzet gaan er drie minuten spreektijd lopen en daarna wil ik u toch vriendelijk verzoeken af te ronden zodat het niet langer wordt. En de

34

commissieleden kunnen u nog vragen stellen naar aanleiding van uw inspreekbijdrage. Dan wil ik mevrouw Grutte vragen te beginnen. Mevrouw Grutte: Dank u wel. Geachte dames en heren, leden van de commissie, ik ben bewoner van Land in Zicht, voor degene die dat nog niet weten. Deze nota is aanleiding om in te spreken. Ik betrek daarbij ook de ontwikkelingen rond het project Spaarndamseweg 1828 en het voornemen om parkeerregulering toe te passen in onder meer de Indische Buurt. Allemaal zaken die met elkaar verbonden zijn en niet los van elkaar gezien kunnen worden. Allereerst heb ik een drietal vragen aan u. Waarom geen integraal beleid parkeren inclusief parkeerregulering in relatie tot de omgevingsvergunningen? Valt het project Spaarndamseweg 1828 onder de overgangsregeling? Dat wil ik graag van u horen. Worden de ontwikkelingen binnen het project Spaarndamseweg 1828 uitgesloten van parkeerrechten binnen Land in Zicht? Waarom deze vragen? We hebben een mobiliteitsplan 2030, we hebben nu een nota parkeernormen, er zijn voorwaarden voor het verlenen van een omgevingsvergunning van bouwen, oh ja, we krijgen ook nog parkeerregulering. In alle stukken staat het uitgangspunt dat parkeren in ontwikkelingen op eigen terrein moeten worden opgelost.

Parkeerregulering is voor de gemeente een sturingsmiddel om te voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot een ongewenste parkeerdruk in de openbare ruimte. En met parkeerregulering moet voorkomen worden dat een ontwikkeling leidt tot een stijging van de parkeerdruk. In de parkeernota staat dat alle huisadressen binnen ruimtelijke ontwikkelingen worden uitgesloten van openbare parkeerrechten. Met andere woorden: op deze adressen geen parkeervergunningen. Maar ondertussen stellen we de parkeernormen neerwaarts bij. Snapt u het nog? Hoe valt het een en ander met elkaar te rijmen? Zoals bij bijna alles wordt veel, zo niet bijna alle verantwoordelijkheid neergelegd bij de initiatiefnemer. De rol van de gemeente is een controlerende, de initiatiefnemer is een belanghebbende partij. Waar is de onafhankelijke beoordeling? Die hoort toch bij de gemeente? Het project Spaarndamseweg is als het gaat om parkeren op eigen terrein een schoolvoorbeeld van waar de uitgangspunten met voeten worden betreden. Daar worden de parkeernormen toegeschreven naar de initiatiefnemer, er worden verkeerde berekeningen gemaakt, twaalf plaatsen te kort en de oplossing, aldus initiatiefnemer en gemeente, die zoeken we in de openbare ruimte. Hoezo parkeernormen? Hoezo parkeerregulering? De regels kunnen gewoon uitgelegd worden zoals het initiatiefnemer en gemeente het het beste uitkomt.

Concluderend, ik verzoek de commissie zich uit te spreken over de door mij gestelde vragen. Daarnaast het advies om te komen tot een integraal parkeerbeleid waarvan parkeernormen en parkeerregulering onderdeel uitmaken, zonder allerlei uitsluitings- en ontsnappingsclausules. Dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Perfect getimed, mevrouw Grutte, precies binnen de drie minuten. Dank u vriendelijk. Dan wil ik doorgaan naar de heer Hooft. De heer Hooft: Dank u wel, commissieleden. Net sprak ik even alleen namens Pré Wonen in, maar nu vertegenwoordig ik ook Elan Wonen en Ymere. Namens de drie corporaties zou ik u onze zienswijzen over de nota graag duiden. We zijn positief, en dat mag ook gezegd worden, en we spreken de waardering uit voor de ambtenaren binnen de gemeente die er ook aan gewerkt hebben. En waarom zijn we positief? We hebben in samenspraak met de gemeente in 2016 en in 2020 onderzoek gedaan naar het feitelijk autobezit van onze sociale huurders. Want wat we eigenlijk al verwachtten, was dat de norm die we altijd bij elk project voorgeschoteld kregen, ruimschoots te hoog lag ten opzichte van wat wij al dachten. Het feitelijke autobezit bij sociale huurders ligt echt lager. De onderzoeken zijn in een tweetal sessies eigenlijk uitgevoerd, dat is nog in een periode dat het passend toewijzen nog niet eigenlijk wettelijk vertegenwoordigd was en de periode daarna.

Met passend toewijzen zie je heel duidelijk dat, hoe lager het inkomen van de huurder, hoe feitelijk hoe lager ook het autobezit eigenlijk is. En dan kijk je heel snel, iemand die woning duurt tot ongeveer 630

35

euro, dus de eerste aftoppingsgrens, heeft een auto voor 0,4. En dat correspondeert zo meteen, dat zullen we ook zien, met de nota die nu ook voorligt. En wij krijgen tot op heden nog steeds te maken met die parkeernorm van 0,9. En wat je dan ziet, dat je ook nog eens een keer het bezoekersparkeren moet oplossen, dan creëer je eigenlijk bij het verdichtingsvraagstuk, wat we ook als gezamenlijke uitdaging hebben, wat we ook hebben gezien bij de Staalstraat, creëer je wellicht een probleem. Anders verwoord eigenlijk, als je eigenlijk de theoretische norm bepalend laat zijn, dan bepaal je daarmee ook het aantal woningen wat je terug kan bouwen. En dan vragen wij ons af: is het stallen van blik dan de oplossing voor de woningnood voor de sociale huurders? Ik denk het niet. Dat laatste onderzoek laat dus duidelijk een lagere parkeernorm zien en we zijn dus ook wel verheugd om te zien dat dat ook netjes in dat nieuwe beleidsstuk is opgenomen. Er is meer realiteitsgehalte en er is ook zelfs gewoon maatwerk mogelijk. Onderscheid in zones en er wordt gekeken natuurlijk of er enerzijds op eigen terrein geparkeerd kan worden en voor sociale woningbouw is er dan nog een uitzondering om toch in het openbaar gebied, als daar capaciteit voor is, om daar parkeren te faciliteren.

Misschien wel belangrijker ook in deze nota is dat de gemeente stimuleert de transitie in de mobiliteit van auto naar fiets, meer focus op het fietsparkeren om het fietsen te stimuleren. En daar zijn wij als corporaties ook voorstander van. De voorgestelde normen vormen voor ons een goed vertrekpunt om enerzijds te streven naar extra sociale huurwoningen en anderzijds naar leefbare en aantrekkelijke wijken. Een klein aandachtspunt, en dat kan misschien wel een inspraakreactie gaan worden namens de corporaties. Wat we lazen, was dat de fietsparkeernormen voor bezoekers op 0,5 is gesteld. Dat vinden wij wel aan de hoge kant. Per twee huishoudens één fietsparkeerplek. Dat betekent dat als ik zo meteen het gebouw van 103 woningen in Parkwijk zou realiseren, dat ik of op eigen terrein ruim 51 bezoekersparkeerplekken zou moeten organiseren, dan wel dat die in het openbaar gebied zouden moeten komen. Dan vinden we ook weer dat de kwaliteit van de openbare ruimte wellicht achteruit zou gaan. De voorzitter: Rondt u af, mijnheer Hooft? De heer Hooft: Pardon? De voorzitter: Rondt u af? De heer Hooft: Ja, ik rond af, is de laatste zin, oké. Wij hopen ook dat de commissie vanavond positief gestemd is over deze nota en deze nota ook vrij zal geven voor de inspraak en ik dank u voor de aandacht. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Dan gaan we door naar de heer Duppen.

De heer Duppen: Dank u wel voorzitter, raadsleden. De stad hoopt over enkele jaren veel woningen te kunnen opleveren, maar helaas dit is een glazenboltheorie. De ambitie moet zeker worden bijgesteld omdat vele projectontwikkelaars al jaren op vergunningen zitten te wachten omdat de Omgevingswet als stoorzender werkt en er niets van terecht komt. Ook heeft de gemeente een tekort aan ambtenaren om de vergunningen af te geven dus ontstaat er een ruis en hierdoor zal er voorlopig geen sprake zijn van nieuwbouwplannen. In de Nota parkeernormen geeft de gemeente aan welke eisen tot doel worden gesteld om ruimtelijke ontwikkeling waar mobiliteitstransitie als uitgangspunt zou gelden. Bij de aanleg van vele fietsparkeerplaatsen wordt geen rekening gehouden met de doelgroep die zich alleen kunnen verplaatsen met de auto in verband met leeftijd of lichamelijke beperking. De coalitie heeft alleen voor ogen het zo snel mogelijk weren van alle auto’s in wijken en de stad en heeft het voornemen om dit besluit zonder overleg met bewoners uit te voeren. Dus van participatie en meedenken is totaal geen sprake, maar wel zeggen dat dit in democratisch overleg is besloten. Dus vele bewoners worden nu met een groot probleem opgezadeld om bepaalde keuzes te maken zonder dat ze hun mening kunnen geven. Helaas wordt bij het vrijgeven van de inspraak alleen Haarlemse

36

wooncorporaties en projectontwikkelaars die actief zijn in Haarlem geïnformeerd. Dus bewoners worden op dit punt buitenspel gezet. Dit is politiek niet correct en zo dien je niet met de bewoners om te gaan. Op punt 6 wordt duidelijk aangegeven dat mobiliteitsbeleid voor een breed participatieproces is georganiseerd, heeft geresulteerd dat er geen apart participatieproces is opgezet voor deze Nota parkeernormen. Wat ook vreemd is aan dit stuk, is dat de verplichting aan nieuwe bewoners van Haarlem wordt opgelegd om geen auto meer te hebben maar alleen nog gebruik te maken van een fiets of ov, die helaas niet altijd rijdt, of wordt gestolen. Dus de vraag is aan de gemeente: kan je deze verplichting wel aan deze bewoners opleggen? Wat het meest verbaast, is dat daar tijdens de verkiezingen geen woord over parkeernormen is gesproken en nu de stemmen binnen zijn zet je gewoon simpelweg de bewoners aan de kant en zet je slecht onderbouwd beleid gewoon door. Het vertrouwen van de Haarlemse bewoners zal nog verder dalen en de protesten tegen deze plannen alleen maar heviger worden. Dus dankzij de slechte politieke communicatie richting bewoners zal de onrust erg toenemen. Dank u. De voorzitter: Dank u, alle drie voor het inspreken en uw inspreekbijdragen. Zijn er vanuit de commissie vragen aan de insprekers? Mevrouw Oudshoorn, D66.

Mevrouw Oudshoorn: Ja, ik heb een vraag aan de heer Duppen want het verbaast mij eigenlijk dat u aangeeft dat bij de verkiezingen parkeren geen thema geweest is. Ik herinner mij dat anders, maar eigenlijk de vraag is, heeft u ons, van D66, het verkiezingsprogramma gelezen? De heer Duppen: Mevrouw, ik heb 39 pagina’s door zitten lezen in simpele taal. Het is voor mij te begrijpen, maar voor een simpele bewoner is het niet te begrijpen. Het is onbegrijpelijk. Waarvoor is het niet simpele taal, vijf pagina’s, dat is voor mij voldoende. Mevrouw Oudshoorn: Ik denk dat wij geprobeerd hebben in simpele taal iets te schrijven wat iedereen begrijpt, maar ik ga daar graag over in gesprek. Wat ik probeer aan te halen is dat wij volgens mij bij de verkiezingstijd echt een hele brede discussie hebben gevoerd over hoe we omgaan met het parkeren in deze stad. Dus ik vind het jammer dat u het gevoel heeft dat dat onderwerp nooit op tafel gelegen heeft. De heer Duppen: Als ik u vertel dat tijdens de verkiezingen, zijn ze niet eens langs de deuren geweest om mensen te vragen: waar kiest u zo direct voor? Wat is uw kieswijzer? Dat is helemaal niet gebeurd. Dus hoe kunnen mensen dan, die hele partij van D66 en allemaal lezen, die stukken? Het is niet te doen. Dus ga het me maar vertellen, mensen weten het niet.

Haarlemse burgers zijn niet op de hoogte wat hij hier binnen de politiek allemaal gebeurt. Dat zeg ik u eerlijk. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Andere vraag, mevrouw Klazes, D66, GroenLinks. Mevrouw …: Bijna goed. De voorzitter: Nou, het ligt mijlen ver uit elkaar. Mevrouw Klazes: Dank u wel voorzitter. Mijnheer Duppen, ik ben wel getriggerd door wat u zegt. Want ik heb natuurlijk ook gelijk even gekeken, klopt dat wel wat u zegt, staat dat niet in het coalitieprogramma? Het staat er vaak in. Vervolgens zegt u, ja maar dat is te ingewikkeld voor ons, wij kunnen dat niet lezen, wij begrijpen het niet, u bent niet langs de deur gekomen om het uit te leggen. Hoe ziet u, gewoon even in zijn algemeenheid, hoe ziet u uw eigen verantwoordelijkheid als burger hier in Haarlem, in dat hele democratische

37

proces? En wat heeft u nodig om wel goed op de hoogte gehouden te kunnen worden en mee te kunnen doen met dat democratische proces? Waarin u ook een rol in heeft. De heer Duppen: Ik zal u vertellen, ik ben zeer betrokken sinds 2008, als betrokken burger binnen de gemeente Haarlem. Ik zet continu me eigen in, met allerlei projecten die er allemaal zijn en alles wat er gebeurt in deze stad. Dus ik weet het. Maar ik kan het mensen niet altijd uitleggen. Als ik mensen zeg, ga op de gemeentesite kijken wat daar allemaal staat, ze begrijpen het niet. Ze kunnen het ook niet opvatten, ze zeggen waar hebben we het allemaal over. Nu ook, nu is er van alles en nog wat gaande, het Haarlems Dagblad moet ons berichten wat er allemaal gaat gebeuren in deze stad. Waarom komt de gemeente zelf niet met een brief richting de bewoners waar alles in vermeld staat? Het is niet alleen met de verkiezingen. Met de verkiezingen moet je ook naar buiten treden, moet je tonen, want ik heb het toevallig de wethouder die liep dan ook met rozen halverwege. Hij is bij mij niet in de straat geweest. Dus waarom niet? Omdat wij achterin de Indische Buurt wonen? Had daar ook langsgekomen, dan had je de bewoners kunnen bevragen, dit zijn onze plannen, wat vindt u daar zo direct van? En dan had je een mening gehad en die heb je nu niet. Er is geen referendum geweest, er is helemaal niks geweest voor ons.

Dus daarom. De voorzitter: Zullen we heel even waken dat we hier een soort verhoorsessie gaan doen van de insprekers? Mevrouw Klazes, kort. Mevrouw Klazes: Mijn vraag is eigenlijk, want die had ik ook gesteld, wat heeft u nodig van de gemeente om het idee te hebben dat u wel goed geïnformeerd bent? Wilt u van elk project wat er gebeurt in de gemeente, het kan hé, wilt u daar een brief van hebben proactief? Wat wilt u precies van de gemeente zodat u het idee heeft dat u goed bent meegenomen? De heer Duppen: Ik hoef ik niet te weten, want ik ben op de hoogte. Ik zit continu op de site. Mevrouw Klazes: U als vertegenwoordiger van alle burgers, zeg ik nu even. De heer Duppen: Ik ben niet de vertegenwoordiger van alle burgers … Mevrouw Klazes: Dat weet ik, dat zijn wij … De heer Duppen: De vertegenwoordiger van alle burgers zit hier op dit moment. Mevrouw Klazes: Mijn vraag is even, u heeft een hele duidelijke mening over dat het allemaal niet klopt, hoe het gebeurt, dat mensen niet goed. Dan vraag ik aan u, want u zit hier in te spreken, hoe ziet u het dan voor zich? Wat heeft u nodig, wat denkt u dat burgers nodig hebben om wel goed geïnformeerd te zijn? Dat is een hele serieuze vraag. De heer Duppen: Een simpele nieuwsbrief, of een simpele iets anders waar ze in ieder geval kunnen lezen wat gebeurt er in deze stad. Ze weten niet wat er gebeurt in deze stad.

Dat zie je aan alle kanten hoor je dat. Ik loop in de straat als ambassadeur van Spaarnelanden, mensen klampen me aan, weet jij toevallig wat hier gebeurt? Weet je toevallig wat daar gebeurt? Er worden rioolprojecten in Haarlem-Noord gedaan, mensen worden niet geïnformeerd daarover. Er wordt een fietspad aangelegd, mensen worden niet geïnformeerd daarover. Want ze hebben geen Facebook, ze hebben geen laptops dus ze weten het niet. Ze zitten niet op Twitter, wij zitten op Twitter, wij hebben contacten met de mensen, maar de mensen zelf die hebben dat niet.

38

De voorzitter: Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Dank u wel, even een kleine geruststelling voor mijnheer Duppen, want we stellen vandaag de nota gelukkig niet vast. We besluiten alleen maar dat die vrijgegeven wordt voor inspraak, dus spreek vooral in, wij gaan straks zo vertellen wat de VVD ervan vindt. Maar ik heb een vraag aan mijnheer Hooft, u zei u heeft een onderzoek gedaan naar het autobezit en ik miste, volgens mij zei u dat in het begin, wanneer heeft u dat onderzoek gedaan? De heer Hooft: Het is op een tweetal tijdstippen heeft dat plaatsgevonden. In 2016, voordat het wettelijk passend toewijzen van kracht werd en in 2020 hebben we dat herhaald. De voorzitter: Dank u allen. Dat waren de vragen voor de insprekers. Ja mijnheer Van den Raadt, gaat u nu alsnog? Vooruit, stel uw vraag. De heer Van den Raadt: Dank u wel voorzitter. Mijnheer Duppen, ik doe het nog maar even bij u. U krijgt daarnet te horen, het staat allemaal in het coalitieakkoord, maar uw punt was dat u het graag voor de verkiezingen had willen weten. Dus ik neem aan dat u dat een onterecht punt vindt. Maar in deze parkeernota, en de vraag is dus eigenlijk heeft het überhaupt wel zin dat u hier zit, want in dit parkeernormenplan staat: in 2030 is overal in Haarlem gereguleerd parkeren.

We hadden altijd nog de illusie dat Schalkwijk erbuiten zou vallen, maar hier staat nu zwart op wit, overal gereguleerd parkeren in 2030. Heeft u enig idee of het nog nut heeft dat u eigenlijk iets komt zeggen, want het staat hier al zwart op wit. De heer Duppen: Ik zal u vertellen, 2030 hebben we misschien een hele andere raad en een heel ander college. Dus dan dat kan het anders zijn. Ik vertel u, ik heb stukken vanuit 2012, heb ik hier ook ingesproken. Toen hebben wij voor mekaar gekregen dat het hele parkeerverhaal naar de prullenbak is gegaan. Wethouder Van Doorn. Dus zegt u het maar, ik heb de bewijzen bij me, ik kan het u zo tonen. Dus toen kon het ook. Dus waarom zou het nu niet kunnen? En dan kan je wel zeggen de coalitie bepaalt, maar de coalitie die heeft ook naar zijn bewoners te luisteren. En de coalitie heeft totaal niet naar zijn bewoners geluisterd. En dat blijven ze zo doen. En daarom blijf ik ook elke keer inspreken omdat ik voor mijn bewoners onder andere ook opkom, want die hebben niet altijd de mogelijkheid om dat te doen. En daar doe ik het voor. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Dat was het qua vragen aan de insprekers. Nogmaals insprekers, hartelijk dank voor uw inspreekbijdrage.

De raadsleden, commissieleden gaan nu de nota behandelen, althans de inspreekbijdrage van de verschillende partijen hier weergeven zodat die ook meegenomen worden in het uiteindelijke stuk wat uiteindelijk later wordt vastgesteld. Ook dan heeft u uiteraard weer de mogelijkheid om in te spreken. Wie mag ik over dit stuk het woord geven? Mevrouw Verhoeff, PvdA. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel voorzitter. Hij staat nu weer naar mij toe gericht, dank u wel. Wij spreken hier nu over de parkeernormen terwijl volgende week in de commissie Beheer wordt gesproken over het in inspraak brengen van het parkeerbeleid. Eigenlijk is dat een deel waar deze mijnheer het over had. De voorzitter: Mijnheer Duppen, ik hoor u hier en dat verzorgt een beetje roezemoes. Als u dat wellicht in het rechter, in het zaaltje hiernaast voort wilt zetten, heel graag. Mevrouw Verhoeff: Ik ga weer verder. Wij realiseren ons heel goed dat het hier gaat over verdelen van zeer schaarse ruimte waarbij een groot probleem speelt ten aanzien van het aantal woningen in de verschillende categorieën en zeker in sociale huur. Ik geef eerst even een paar complimenten en dan heb ik ook wel twee

39

zorgpunten. Oké, dan gaan we het zo doen, wij hebben gewoon een te grote laptop. Wij zijn heel blij dat deze nota nu het voor het eerst over parkeernormen gaat, heel uitgebreid ingaat over hoe gaan wij om met fietsparkeernormen. Daar is nu eindelijk ook echt ook zodanig aandacht aan, dat we zeker weten dat de verrommeling in ieder geval beperkt blijft, zo niet voorkomen wordt. Want op zich, als je wil dat mensen meer met de fiets gaan, dan moet die fiets natuurlijk niet alleen een goed plekje kunnen krijgen maar ook eigenlijk makkelijker te pakken zijn dan die auto die voor de deur staat bij grote complexen. Dus misschien moet er nog wel heel creatief gekeken worden of het ook niet, ik noem maar wat, bij hoogbouw gewoon op dezelfde verdieping je fiets staat, zodat je ‘m meeneemt en zo uit de lift weg kunt fietsen. Neemt niet weg dat het best een belangrijk onderwerp is waarbij nog veel uit te werken valt en ook heel goed is dat de voorwaarden in ieder geval geschapen worden om nu ook gelijk te kijken naar de elektrificering omdat er steeds meer elektrische fietsen komen. Wij vinden het ook positief omdat nu eigenlijk allerlei regeltjes worden opgesteld waardoor problemen voor de zittende bewoners in ieder geval niet groter worden. Dit komt eigenlijk volgens mij al voort uit dat wat in het stuk staat, dat volgende week in Beheer wordt behandeld.

Maar door parkeerregulering in te voeren krijgen we in ieder geval de mogelijkheid om de mensen die er nu al wonen en ook de bedrijven in de omgeving te vrijwaren van de problemen die anders veroorzaakt worden omdat er nog meer auto’s bijkomen. Salderen van de parkeerbalans bij herontwikkeling, het meenemen van de huidige parkeerplaatsen daarbuiten, dat is denk ik een hele verstandige. Net zo goed dat je kijkt of je het bij sociale huren nog enigszins betaalbaar te houden. En ook omdat niet iedereen een parkeervergunning kan afnemen omdat, je kan het sociale huurders niet verplichten, maar als ze wel een auto hebben moeten ze hem toch ergens kwijt kunnen. Dat ze niet allemaal in de buurt komen, maar dat het wel een mogelijkheid wordt om te kijken daar waar het wel kan. Een zorg hebben wij wel als het gaat over, omdat je bij die sociale huur niet kan verplichten bij de ontwikkelzones als Schalkwijk en de Orionzone, omdat beide in de omgeving liggen waar in de omgeving geen gereguleerd parkeren is, wij hebben er ook vragen over gesteld.

Het is dus in principe de bedoeling om dan te kijken, waar zou je die parkeerregulering nabij die gebouwen in ontwikkelzone die je gaat toevoegen, hoe zou je daarmee om moeten gaan met parkeerregulering? Ik denk wel dat ik een oproep moet plegen om, niet alleen aan de wethouder om te zorgen dat zijn ambtenaren met voorstellen in de startnotities komen, maar wij, collega raadsleden, zullen ook heel secuur moeten kijken in die startnotities of die randvoorwaarden in onze ogen, hoe ga je het parkeren regelen zodat niet in de hele omgeving mensen met een overmaat aan parkeerdruk, zeker als er 50 procent zit zoals in de Orionzone, maar toch altijd over het algemeen nog 20 tot 40 procent ook in Schalkwijk, dat het fijn wonen blijft voor de mensen die daar omheen zitten. Eens zal het ook daar wel gereguleerd parkeren in de hele wijk worden, maar vooralsnog in ieder geval in deze bestuursperiode niet. Wat hier naar voren komt, en dank aan de mevrouw van Land in Zicht, is wel iets, en dat ga ik aan mijn collega van Beheer meegeven, let op, er zitten nu een aantal projecten in de pijplijn waar in principe gekeken is naar parkeernormering op eigen grond. Of naar allerlei andere faciliteiten waardoor er minder parkeerplaatsen nodig zijn, hoe gaan wij nou borgen dat die mensen dus niet in de openbare ruimte een parkeervergunning krijgen.

Dat is denk ik een uitwerking die hoort bij het totaal parkeerbeleid, maar hier alvast een voorwaarschuwing. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Verhoeff. Mijnheer Van den Raadt, interruptie. De heer Van den Raadt: Ja, nog even interruptie De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, nog even Reglement van Orde, interrupties die in de termijn van iemand plaatsvinden, ben ik niet zo heel streng op zoals u merkt, maar als u daar voortaan iets eerder op zou willen reageren, heel graag. Gaat uw gang.

40

De heer Van den Raadt: Het ging precies over de laatste zin, voorzitter, dus ik moet ook nog heel even nadenken. Maar excuses daarvoor. U zegt, uiteindelijk komt er wel overal betaald parkeren, dat staat ook in het stuk. U bent de grootste coalitiepartij, maar u zegt in ieder geval in deze periode gaat dat niet gebeuren dat dat overal ingevoerd wordt. Ik ben blij daarom, dat u dat zegt, maar kunt u dan verklaren waarom dit in dat stuk staat. Dan kunt u het er net zo goed uithalen. Dan gaat u een amendement indienen. Mevrouw Verhoeff: In dit stuk sowieso niet, want dit hoort bij het andere stuk. Er gaan twee stukken tegelijk naar buiten en daarin kunt u lezen dat nu Schalkwijk en Te Zanen zijn uitgesloten in deze periode. En daar hou ik me aan. De voorzitter: Mijnheer Bruch, termijn, VVD. De heer Bruch: Dank u wel voorzitter. We praten weer toch over een verlaging van de parkeernormen en het zal niemand in deze zaal verbazen dat de VVD daar niet blij van wordt. Deze coalitie wil ruimte creëren voor onder andere klimaatadaptatie en dat gaat ten koste van de auto en ik geef eerlijk toe, dat is best een makkelijke oplossing. Vraagt weinig creativiteit, weinig investering, we hebben een hekel aan auto’s dus mogen anderen er ook geen hebben. Tekenend is het feit dat de parkeernorm ook als maximum wordt gehanteerd. Het benodigd aantal plaatsen is dus meteen het maximum.

Niet eentje voor de reserve of zo. Dat terwijl het openbaar vervoer minder wordt, de mensen na corona meer kiezen voor een eigen auto en jongeren tegenwoordig eerder een baan en een auto van de zaak hebben dan een zelfstandige woning. En wat ik eerder vanavond al zei, sinds 2019 zijn er in Nederland 410.000 auto’s bijgekomen. En natuurlijk kan er ook ruimte voor de auto worden gemaakt, maar duidelijk is dat de wil daartoe in deze coalitie toch wel een beetje ontbreekt. Dat heet dan mobiliteitstransitie. Het probleem is daarbij dat de mens best bereid is om te veranderen, maar geen verandering opgedrongen wil krijgen. Op technische vragen van D66 kwam er een antwoord dat er geen cijfers beschikbaar zijn dat deelscooters autoritten vervangen, maar ik heb wel een onderzoek gevonden van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, het KiM, waar wordt geconstateerd: de deelfiets vervangt vooral het plaatselijk openbaar vervoer, bus, tram, metro, lopen of het gebruik van de eigen fiets, maar niet de auto. Maar goed, de enige vraag die voorligt is of deze nota ter inzage kan worden gelegd. En dat kan natuurlijk. Maar doe dan ook wat met de reacties die binnenkomen, want ik krijg toch de indruk dat de mening heerst in Haarlem dat deze coalitie denkt alles beter te weten en dat de mening van de Haarlemmers slechts bijzaak is. En hier heeft u een kans om het tegendeel te bewijzen.

Zit er nou niks goeds aan? Ja, ik sluit me aan bij de PvdA, de fietsparkeernorm, dat is absoluut een vooruitgang dat hopelijk niet in de toekomst bij iedere geplante boom er meteen een fiets aan vastgemaakt hoeft te worden. De voorzitter: Mijnheer Bruch, u had een interruptie van mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, mijnheer Bruch, vindt u het spannend? De vraag is namelijk de volgende: bent u het met deze coalitie eens dat er echt wel iets zal moeten gebeuren wat betreft de klimaatmaatregelen en klimaatadaptatie en dat er misschien uiteindelijk wel minder auto’s een verstandige keuze zou zijn? De Heer Bruch: Ik ben het helemaal met u eens dat er wat gedaan moet worden aan de klimaatadaptatie. Ik ben er niet van overtuigd dat het verminderen van een aantal auto’s dan de noodzakelijke oplossing is. De voorzitter: Kleine vervolgvraag, mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Oké, prima, ga ik even een stukje mee. Stel dat we dat niet doen. Waar ligt dan voor u de oplossing waar we dan misschien naartoe moeten, die hetzelfde effect zou hebben?

41

De heer Bruch: Ik kan niet precies de effecten berekenen, maar er zijn natuurlijk al eerder suggesties gekomen om parkeerplaatsen aan te leggen met open tegels waar gras doorheen kan groeien, je kan auto’s in parkeerhubs onderbrengen zodat de buurt vrijkomt. Er zijn mogelijkheden zat. Als er een wil is, is er een weg. De voorzitter: Anderen op dit stuk? Mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Dank u wel voorzitter, het reguleren van parkeren is een onmisbaar instrument om de stad leefbaar te houden en wij zijn dus ook heel blij dat dit voorstel nu ter inzage ligt. Heel kort twee aandachtspunten in deze fase vanuit D66. Ten eerste het idee van het college om het oplossen van de vraag naar autoparkeerplaatsen bij sociale woningen in de openbare ruimte te doen. Dat betekent dat meer sociale woningen meer parkeerdruk betekent. Wij denken dat dat niet heel goed is voor het draagvlak in de buurt. Dus we zouden de wethouder toch oproepen hier zeer terughoudend mee te zijn. En ten tweede, we hebben het woord al gehoord, de mobiliteitstransitie. Wij denken dat er heel veel mensen in Haarlem willen wonen die een huis zoeken voor zichzelf en voor hun gezin, maar niet per se een huis voor hun auto en met het oog op de mobiliteitstransitie denken we dat dit stuk wel wat vooruitstrevender zou kunnen.

Er zijn nu allerlei mogelijkheden opgenomen om korting te krijgen op het aantal parkeerplaatsen dat je moet bouwen, de zogenaamde mobiliteitscorrectie, daar zitten wat rare dingen in zodat, bijvoorbeeld 10 minuten fietsen van Haarlem station, dat levert je geen korting op. Nou woon ik op 8 minuten fietsen van Haarlem station en ik ga daar iedere dag met veel plezier heen. Dus we zouden de wethouder toch aanraden om daar wat ambitieuzer te zijn in die mobiliteitscorrectie. En om het ook niet onnodig complex te maken, want zoals de heer Bruch al opmerkte, er staat nu dat je korting op het aantal parkeerplaatsen kan krijgen als je een paar deelfietsen in de kelder zet. Nou kunnen wij ons niet voorstellen dat deelfietsen auto’s vervangen, want mensen die fietsen hebben gewoon een fiets. Dus het lijkt ons dat je daarmee het leven voor de ontwikkelaars onwaarschijnlijk ingewikkeld maakt en dat dat allemaal niet nodig is. Dus iets meer oog voor die mobiliteitscorrectie en dan zijn wij erg blij met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Oudshoorn. Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Ik wou eigenlijk wel even aansluiten op die mobiliteitscorrectie, want dat had ik er ook namelijk uitgepikt. Wat ik me afvraag, want ik vind inderdaad goed dat er die mogelijkheden zijn.

Die mogen wat ons betreft ook wat ambitieuzer, maar wat ik dan soms mis denk ik, wordt er dan ook in de ruimtelijke ontwikkeling ook echt ingezet op die plannen. Want we hebben laatst bij Ivorem gezien dat er nog geen, dat deelauto’s nog geen onderdeel uitmaakten. We zagen bij het Noordersportpark, dat er wel HOV werd genoemd maar vervolgens het aantal parkeerplaatsen nog steeds naar boven werd bij geschroefd. Dus, hartstikke goed dat deze correcties erin staan, maar zorg ook dan dat het daadwerkelijk onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke plannen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel. Ja, goed dat deze nota er nu ligt. In tegenstelling tot onze collega’s van de VVD vinden wij een verlaging van de parkeernorm een logisch gevolg van de ontwikkelingen van deze tijd. De tijd dat iedereen gewoon twee auto’s voor de deur had is wat ons betreft, ligt achter ons. En dat we dan met andere oplossingen moeten komen in de vorm van deelmobiliteit en een dekkend ov-netwerk dat staat absoluut buiten kijf. Daar wordt ook aan gewerkt. Haarlem heeft ervoor gekozen om de stad leefbaarder te maken en gericht op de toekomst en dat betekent meer ruimte voor groen, meer aandacht voor voetgangers en fietsers. En dat betekent automatisch dat er minder ruimte zal zijn voor parkeren van blik en meer ruimte voor parkeren van de fiets.

De normen die staan genoemd in deze nota zijn wat ons betreft een goede

42

gebalanceerde weerspiegeling van deze keuzes en deze uitwerking laat geen ruimte voor juridische onduidelijkheid. En dat is ook winst. Overigens kan een deel van de keuzes die in deze nota gemaakt wordt pas uitgevoerd worden wanneer parkeren wordt gereguleerd, want de parkeernorm is niet handhaafbaar wanneer er vrij geparkeerd kan worden. En ik ben heel erg benieuwd naar de visie van de wethouder op dit punt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Klazes. De heer Moore van Forum voor Democratie. De heer Moore: Het fijne van de FvD is dat je af en toe lekker tegendraads en rebels mag zijn. In ieder geval, zo komt het bij mij nu een beetje over omdat ik volgens mij de enige ben die er ook anders over denkt qua automobilisten in de stad dan menig andere partijen. FvD heeft zich altijd uitgesproken voor de automobilist en tegen die mobiliteitstransitie, investeren in voldoende parkeergelegenheid bij nieuw te ontwerpen gebouwen moet de oplossing zijn. En investeren in extra parkeergarages om die wijkcentra goed bereikbaar te houden en de woonwijken leefbaar te maken. Fijn dat deze nota daar, zoals die er nu ligt, wordt vrijgegeven voor inspraak. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Moore, u heeft nog een interruptie van mevrouw Oudshoorn, D66.

Mevrouw Oudshoorn: Ik hoorde u iets zeggen over dat u een groot voorstander bent van autobereikbaarheid en daarna hoorde ik u iets zeggen over leefbaarheid en als hij nu in de Bomenbuurt of de Indische Buurt waar de heer Duppen woont, rondkijkt, vindt u dat dan leefbaar met al die auto’s op de stoep? De heer Moore: Ik denk dat er zeker een grote transitie kan plaatsvinden, maar dat wil niet zeggen dat de automobilist uit de wijk wordt verwijderd. Ik zou alleen de plekken waar de automobilisten gaan staan concentreren in een aantal parkeergarages waardoor uiteindelijk ruimte overblijft voor de voetganger. Mevrouw Oudshoorn: Volgens mij hoorde ik de wethouder zeggen dat hij kijkt naar het bouwen van een parkeergarage. Dus misschien zijn we het allemaal dan toch nog eens vandaag. De heer Moore: Dat hebben ik even niet gehoord, meegekregen. Ik was druk in mijn stukje, maar dat is dan fijn om te horen. De voorzitter: Dat moet dan een flinke garage worden, voor heel Haarlem-Noord, maar goed, dat gaan we wel zien. De heer Moore: Dan bedoel ik per wijk, dus Rozenprieel eentje en dan Indische buurt eentje. De voorzitter: Mijnheer Moore, dat was uw termijn? Perfect, hartstikke goed. Anderen nog? Mevrouw Oppenhuis, CDA.

Mevrouw Oppenhuis: Het CDA wil eigenlijk alleen een kanttekening maken, dat het apart is om te lezen dat een deel van de parkeerbehoefte opgelost kan worden in de openbare ruimte door een uitzondering te maken van de sociale woningbouw. Ik heb ook net wel gehoord dat er een onderzoek geweest is, dat staat zelfs ook in het stuk. Daaruit blijkt dat er minder autobezitters onder sociale huurders, maar zou het niet meer dan billijk zijn dat het maatwerk niet wordt toegepast op sociale klasse, de sociale huur, maar meer op daadwerkelijke parkeerbehoefte van de bewoners? Als het niet wordt genoemd, komt het prettiger over. Dank u wel.

43

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oppenhuis. De heer Kuin. SP. De heer Kuin: Dank u wel. Ik denk niet dat Forum voor Democratie de enige is die tegen is. Wij hebben grote bezwaren tegen dit plan en zit er vooral in denk ik wat de inspreker zei, twee van de insprekers. Dit wordt toch redelijk stevig als voldongen feit neergelegd en ik vond het een aardig debatje over verkiezingen. Ik heb niet alle debatten kunnen volgen, maar volgens mij was dit niet prominent punt. Ten tweede zou ik willen zeggen dat niet alle partijen daar zo scherp en zo duidelijk over waren in hun verkiezingsprogramma. En ten derde zou ik willen zeggen dat de opkomst dramatisch laag was, dus in die zin zouden we ook wel even een toontje lager mogen zingen. Er hebben maar 50 procent van de Haarlemmers ons gekozen en de andere helft niet. En bij belangrijke besluiten, en dit zijn belangrijke besluiten die in ieder geval veel mensen bezighouden, is het van groot belang om mensen daar goed bij te betrekken. Ik ben het met de VVD eens dat de mensen in principe heel redelijk zijn en ook best zien dat er misschien oplossingen moeten worden gevonden, maar dat er niet één oplossing is en dat het van groot belang is om de Haarlemmers te betrekken bij wat we hierbij gaan doen. Wij overwegen, als anderen het niet doen, om een referendum te organiseren.

De voorzitter: Mevrouw Klazes, een interruptie was dat? Mevrouw Klazes: Gewoon even om op het thema voort te borduren, want ik heb gewoon nog even wat spreektijd. Waar bent u een voorstander van? U heeft gezegd, de op komst was inderdaad bij de verkiezingen heel laag. Doen we er dan niet beter aan om te zorgen dat mensen bij de verkiezingen wel op komen dagen en zullen we het dan ook aantrekkelijker maken voor mensen om te komen kiezen daadwerkelijk, dan aan de achterkant de boel te gaan repareren met referenda en andersoortige oplossingen? De heer Kuin: Ik ben voor beide. Met de verkiezingen maken jullie allemaal een heel mooi programma. Ik zeg even jullie, wij ook. Maar uiteindelijk komt er een college van vier, vijf, zes partijen, misschien straks zeven en er worden compromissen in gesloten en daar hebben de burgers niks over kunnen zeggen. Dus dat ten eerste. Grote opkomst, van groot belang, maar wij blijven voorstander van een referendum over belangrijke besluiten die heel veel mensen raken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kuin. Wie verder? Mijnheer Procee zag ik, OPHaarlem. De heer Procee: Dank u wel voorzitter. Ik moet nu bijna denken of de stembureaus wel voldoende bereikbaar zijn per auto, maar laten we daar maar niet over hebben. Wij van OPHaarlem kunnen onze redelijk aansluiten bij de VVD.

Wij vinden dit stuk, het is goed dat het verspreid wordt, goed dat het voor inspraak beschikbaar is. En tegelijkertijd, er staan in de nota zo ontzettend veel geretireerde cijfers erbij gekalibreerd wordt naar de laagste, de minimale bandbreedte. Dit lijkt ons te zeer op een doelredenering. Wat wij zouden willen is, uiteraard is het wenselijk dat er minder auto’s in de stad komen. Maar auto’s zijn geen hobby, over het algemeen. De meeste mensen hebben een auto omdat ze hem gewoon nodig hebben en door alleen de parkeernormen te verlagen doe je daar nog niet zoveel aan. En dat moet beter en in samenhang gebeuren en dit stuk helpt daar niet direct bij. Tenslotte, naast de inspraak, bijdrage van de heer Duppen, denk ik ook het stuk van de heer Stolp dat schriftelijk is ingediend. Daar hebben we het eigenlijk niet over gehad, maar dat lijkt ons ook bijzonder behartenswaardig om dat mee te nemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Procee. Anderen nog? Mijnheer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, goedendag, dank voorzitter. Het is mooi te zien dat het hier nu helemaal duidelijk is. De vorige keer, bij de vorige verkiezingen, toen zei ik al het parkeerplan van 2018, toen zei ik al de wens is

44

om overal betaald parkeren in te voeren. Maar toen werd het nog hardnekkig ontkend, terwijl als je toen in de begroting keek dat er stond, er wordt gerekend op zeven ton meer inkomsten door het uitbreiden van betaald parkeren. Dus daar is toen iedereen met het referendum eigenlijk op het verkeerde been gezet, dat het zogenaamde niet in al die andere wijken zou gaan gelden, waardoor de opkomst laag was en dat referendum niet telde. Wij hebben vorig jaar als Trots Haarlem nog voorgesteld om een referendum over dit onderwerp te houden. Toen was iedereen faliekant tegen, ook VVD en de SP. Ik vind het leuk dat we dat nu nog een keer horen, maar dat was ook precies wat ik wilde gaan zeggen als Trots Haarlem. We moeten hier gewoon een referendum over houden. Dus ik begrijp dat Trots Haarlem en SP dit nu sowieso proberen voor mekaar te krijgen. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, u heeft een interruptie van mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Het was voor mijn tijd, dus ik laat me graag onderwijzen door de heer Van den Raadt, maar als ik het goed begrijp dan was de opkomst bij het vorige referendum over parkeren nog veel lager dan bij de verkiezingen. Namelijk minder dan een op de vijf Haarlemmers kwam opdagen.

Hoe ziet u dat dan? De heer Van den Raadt: Dat is precies wat ik zeg, toen werd er geschetst dat het voor al die buurten van Schalkwijk en andere gedeeltes, allemaal niet ter sprake was. Dat het alleen maar over die binnenstadring ging en er omheen. Daar waren die opkomsten 90, 95 procent. Al die andere wijken, waarvan gezegd werd daar gaat het niet over, jullie kunnen gewoon rustig doorslapen, die hebben ook gewoon rustig doorgeslapen. Dus dat is het probleem, die zijn misgeïnformeerd. Dus als het nu duidelijk is dat iedereen het krijgt, dat staat nu eindelijk zwart op wit, ik heb het natuurlijk al veel eerder van de wethouder gehoord als we gezellig een biertje stonden te drinken. Maar nu staat het zwart op wit dus ik hoop dat nu iedereen alert is en niet meer in het geintje trapt dat zogenaamd bepaalde delen wel buiten schot zullen blijven. Voorzitter, ga ik verder. Wat mij ook verbaast als Trots Haarlem zijnde aan dit stuk is dat er net wordt gedaan alsof de auto helemaal fout is. In 2035 wordt de brandstofauto verboden, daarna hebben we dus alleen nog maar elektrische auto’s. Maar dat is dus kennelijk volgens deze coalitie is dat gewoon ook een pijnpunt van hier tot Tokio. Dat je dus al je geld spaart om zo’n elektrische auto te kopen en duurzaam te doen en dan mag je hem niet parkeren in Haarlem. Ik vind dat totaal bezopen.

Wat je vaak ook ziet bij dit onderwerp is dat er hele mooie woorden gebruikt van transitie, we gaan naar de overgang, maar je ziet nooit dat er een alternatief goed gegeven wordt. We hebben laatst weer gehoord dat het ov 30 tot 40 procent verschraalt. Sinds 2019 zijn er 300.000 extra tweedehandsauto’s verkocht, mensen moeten toch ergens naartoe en in deze crisistijd zijn de mensen met een tweede, derde en vierde baan gekomen. Kinderen die bij hun ouders inwonen, die wonen er steeds langer maar die hebben ondertussen ook een baan. En dan wordt er gezegd je mag maar per huishouden één auto hebben. Ik vraag me af, werkelijk waar, waar deze mensen in welke realiteit die leven, maar dat kan toch niet de bedoeling zijn. Of dan is het de wens misschien, en dat is dan een vraag aan de wethouder, wilt u eigenlijk dat iedereen werkeloos wordt, want dan heb je ook niet een auto nodig om ergens naartoe te gaan. Dan zou je kunnen zeggen, ik fiets alleen door de buurt. Is dat dan de bedoeling? En graag, laaiend enthousiast, reactie van de wethouder om hier een referendum over te houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van den Raadt. Anderen? Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer F. Visser: Dank u wel voorzitter. De ChristenUnie steunt het principe van de nieuwe parkeernormen.

Wij hebben de mobiliteitstransitie nodig, niet alleen voor de duurzaamheid, maar vooral ook om de stad leefbaar te houden. Als elk Haarlems huishouden twee of zelfs meer auto’s zou hebben, dan slibt de stad dicht. Maar over de uitwerking hebben we nog wel enkele kritische opmerkingen. Namelijk over bezoekersparkeren, het salderen, de fietsparkeernorm en de regels rond sociale woningbouw, theaters en

45

religieuze gebouwen. Allereerst het bezoekersparkeren. Het stuk stelt dat het op eigen terrein moet bij nieuwe ontwikkelingen. Maar hoe gaat dat praktisch werken? Dat wordt gedoe bij gelijktijdige feestjes bij kleine bouwprojecten. In de openbare ruimte is dat makkelijker, want dan middelt zich uit over een hele wijk. Maar als je een klein bouwproject hebt en er zijn twee feestjes, ik zou niet weten hoe je het bezoekersparkeren moet regelen. Voorzitter, in het uitgangspunt staat dat de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein wordt gefaciliteerd. Op zich is dat prima, maar tegelijkertijd is het salderen mogelijk met bestaande plekken in de openbare ruimte die al werden gebruikt voor een functie op dezelfde locatie. Dat klinkt op zich logisch, maar dan krijgt dus de ene woning in een nieuwbouwproject een vergunning op straat en die krijgt dan dus ook een bezoekersvergunning en de ander krijgt alleen maar een vergunning op eigen terrein. Hoe gaat dit ooit werken? En het stuk is op dit punt echt niet duidelijk, dus graag een uitleg van de wethouder. Want wij vrezen met name dus dat het bij bezoekersparkeren fout gaat. En hoe is dat in het verleden gegaan bij de binnenstad? Daar werd gezegd, het is oneerlijk als mensen in de binnenstad geen bezoekersvergunning parkeer kunnen doen.

Dus toen we het hele referendum hadden, was een van de maatregelen dat we bezoekersparkeren hebben geïntroduceerd in de binnenstad. En nu gaan we ineens zeggen, buiten de binnenstad hebben mensen ineens geen recht meer op bezoekersparkeren als het op eigen terrein is geregeld. Kortom, alles rond het bezoekersparkeren hebben wij echt nog veel vragen over. Voorzitter, dan de sociale woningbouw. Op zich prima dat daar dan een uitzondering mag worden gemaakt op straat. Maar op een gegeven moment worden die woningen geliberaliseerd. Dus in hoeverre wordt daar rekening mee gehouden, met name als er grotere sociale huurwoningen worden gebouwd. Moet je dan niet toch wat meer parkeerplekken realiseren? En voorzitter, dan kom ik op een rekensommetje. Nee, eerst de fietsparkeernorm. Daar kiezen we ineens voor de laagste norm bij bezoekers, 0,5. Terwijl er marges zijn van 0,5 tot 1. De ChristenUnie zou graag in het midden zitten, dus de fietsparkeernormen voor bezoekers verhogen naar 0,75. En dan tot slot, voorzitter, mijn rekensom. Ik dacht ik ga eens een vergelijking maken tussen een religieus gebouw en theaters. En dan zie je echt opmerkelijke dingen. Bij religieuze gebouwen, dus kerken, moskeeën, per 100 bezoekers 41 fietsplekken en maar 10 auto’s. Dan moeten die auto’s dus echt stampvol zitten of iedereen moet te voet komen of iedereen moet achterop op de fiets zitten of zo.

Ik krijg het plaatje niet rond. Vervolgens theaters, daar is een compleet andere verhouding. Als ik nou de Stadsschouwburg in Haarlem neem, 7.000 vierkante meter BVO, dan kom ik op 425 autoparkeerplekken voor de Stadsschouwburg, met 150 fietsplekken. Als ik nou een kerk zou hebben die even groot is, dan zijn het geen 425 auto’s, maar slechts 63 auto’s en 240 fietsplekken. Vroeger kwamen heel veel mensen lopend naar de kerk. Ik kan u zeggen, fietsers zijn er bovengemiddeld veel, dus dat klopt wel redelijk. Maar volgens mij, die autoberekening klopt niet en dat er 425 mensen met de auto naar de Stadsschouwburg komen. Kan de wethouder deze verschillen tussen kerk en Stadsschouwburg uitleggen? Tegenwoordig komen mensen ook voor de kerk in Haarlem bijvoorbeeld helemaal uit Heemskerk, die komen echt niet allemaal met de fiets. Dus die normen, volgens mij moeten die wat gemoderniseerd worden. Dank u wel. De voorzitter: Leuk verhaal, mijnheer Visser. Volgens mij hebben we dan iedereen van de commissie gehad. Dan vraag ik de heer Roduner te reageren. Wethouder Roduner: Dank u wel, voorzitter. Ik heb niet heel veel te reageren, misschien nog even, want alles wat u heeft ingebracht dat beschouwen we even als onderdeel van de inspraak en dan kunnen we daar uiteindelijk bij het definitieve voorstel nog wat uitgebreider op reflecteren. Misschien nog even kort de hoofdpunten van deze nota.

Er worden fietsparkeernormen geïntroduceerd, daar hoor ik veel positieve geluiden over. De parkeernorm wordt stevig verlaagd, daar hoor ik een klassiek ideologisch debat hoor ik hier daarover en ik denk wel dat in de uitvoering van de parkeervraag, dan zeggen we wel dan gaan we wel wat strakker handhaven op dat parkeren op eigen terrein. Dus dit is wel een aanscherping ten opzichte van de

46

regels die we nu hebben. En daar proberen we wel een beetje praktisch mee om te gaan. Dus als je ergens gaat salderen, dan lijkt het mij logisch om de parkeerplekken die nog buiten waren bijvoorbeeld voor bezoekers te bestemmen. Dat is makkelijk en dan degene die dan echt op eigen terrein gaat realiseren, dat dat dan de parkeerplekken zijn die voor bewoners zijn. Dus dat zijn wel de manieren waarmee je dat probeert op te lossen. Dus dit is een stevige aanscherping ten opzichte van die regels. Twee aandachtspunten daarbij, volgens mij als je de hele parkeerlader afloopt en bijvoorbeeld voor sociale huurwoningen die toch echt lastiger, die financieel echt een stuk lastiger zitten en soms ook te maken hebben met sloop-nieuwbouw op bestaande locaties. Wij hebben de Staal- Bazellaan vandaag gehad, dan zeggen we bij uitzondering, als er voldoende ruimte is staan we maaiveldparkeren toe, dan hoeft de corporatie dan niet een volledige parkeerbak voor te realiseren. Maar, zoals ook benadrukt, dat is inderdaad de uitzondering. En het tweede is dat we ook wat strenger weer gaan zijn op het afzien van parkeerrechten.

Nu is het eigenlijk toch wel bon ton geworden om bij een splitsing van een woning of het optoppen van een woning of het transformeren van iets kleins, maar even af te zien van parkeerrechten voor een van de appartementen die dan wordt toegevoegd en dat moet zich dan maar een weg vinden in de straat. En ik denk ook, om de leefbaarheid te beschermen, om de bestaande bewoners te beschermen, dat we zeggen, nee daar willen we echt wel wat strakker op gaan zitten. Dat betekent dat we in principe nee zeggen. Een paar uitzonderingen, denk bijvoorbeeld aan monumenten waaronder het heel lastig is om een parkeerbak te graven of denk aan projecten die anders echt niet financieel haalbaar zijn. Dan zeggen we, dan kan het zo zijn dat het college uiteindelijk de afweging maakt om die parkeerrechten niet te verlenen. Dus dat betekent dat wordt uitgezonderd van parkeerrecht in de openbare ruimte. De voorzitter: Dat levert u een interruptie op van de heer Visser, ChristenUnie. Uw laatste seconden van deze avond. Toch niet, ter besparing van de dure seconden. Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Dank u wel voorzitter. Ik hoorde de wethouder zeggen dat er sprake was van ideologieverschil en ik wil toch wel even zeggen, ik praat hier niet alleen namens een ideologie, maar ook namens een heleboel Haarlemmers.

Wethouder Roduner: Zeker, die Haarlemmers hebben van deze ideologische standpunten ook in heel veel verschillende verkiezingsprogramma’s en in de stemwijzer kennis kunnen nemen en daarop ook hun uiteindelijke keus in het stemhokje kunnen bepalen. Dus op die manier geven we ook ruimte volgens mij aan het democratisch proces. Dat hier uiteindelijk ook een sluitstuk vindt. Kerk versus theater, ik denk dat het wel heel technisch is, dat we daar gewoon op terugkomen in de reactie. Het CDA heeft inderdaad iets gezegd over maatwerk, daar zijn we terughoudend in ook, maar inderdaad er moeten uitzonderingen zijn denk inderdaad aan herstructureringsprojecten bij sociale woningen. Partij voor de Dieren, we passen deelauto’s toe in de ruimtelijke concepten, er worden volgens mij nu, het Fluor-terrein wordt herbouwd, Elements heet het tegenwoordig, volgens mij wordt in die mobiliteitshub worden gelijk twintig deelauto’s gestald. Dus op die manier wordt er een flinke slinger gegeven ook aan dat deelautoconcept. D66, ik ga daar even naar kijken of dat een haalbare kaart is. Want u zegt eigenlijk maak die afstand voor die mobiliteitscorrectie groter en zou je dat dan niet moeten afwegen tegenover het deelfietsen. Zou je dat dan misschien moeten wegstrepen? Misschien moet je het allebei houden, maar daar gaan we naar kijken.

PvdA vraagt over die vergunning borgen, wij hebben best wel een grote lijst van adressen die dus geen recht hebben op een parkeervergunning in de openbare ruimte. Dat hangt er heel erg van af. Ik heb ook in de binnenstad gewoond, in het Raakscomplex, toen had ik ook geen, ondanks wat de hier gemeenteraad had besloten, heb ik ook geen bezoekersvergunning gekregen. Dat is namelijk het hele idee van dat concept, dat voor die panden toen geen parkeergelegenheden, publieke parkeergelegenheden werden gemaakt en ook geen bezoekersparkeren werd

47

geregeld. Dus dan krijg je dat, alleen in sommige delen van de stad niet, dus dat hebben we ook in de binnenstad, en dat zul je denk ik in de toekomst wat vaker ook gaan zien in de wat grotere gebiedsontwikkeling. De voorzitter: Dank u wel voor uw reflectie op de inspreekbijdrages van de commissieleden op dit stuk. Daarmee heeft ieder zijn inspreekbijdrage gedaan. 10.1. Toezegging op suggestie CU parkeerloos bouwen Dan zijn er nog twee checkvragen, althans een checkvraag met twee punten. Er was een toezegging op een suggestie van de ChristenUnie over parkeerloos bouwen. Is die hiermee afgedaan? Ik zie een knik. 10.2. Motie 24.07 Volgende New Harlem met mobiliteit De voorzitter: En ik zie een motie 24.07 volgende New Harlem met mobiliteit. Acht de commissie dat afgedaan? Ik zie ook geknik, want dat zit voldoende ingebakken. Maar ik zie ook eentje nee, mijnheer Van den Raadt. Wat had u dan nog willen zien? De heer Van den Raadt: Dat, dan gaat het van mijn spreektijd af geloof ik. De voorzitter: Ik zet even uw spreektijd op pauze en dan mag u even kort erop reageren. De heer Van den Raadt: Ik vraag me af hoe ze dat gaan oplossen in gebieden waar geen gereguleerd parkeren is.

De voorzitter: Kunt u daar nu op reageren, wethouder? Of is dat iets voor een nadere duiding als we het stuk gaan vaststellen, dat die nog even blijft staan en dat wij hem dan beantwoorden? Excuus? ‘…’ (Buiten microfoon) De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, ik hoor dat er een technische vraag over is gesteld en dat u het antwoord daarover kunt lezen, dus dat daarmee ook de motie is afgedaan. Want dat antwoord is gegeven en daarmee kunnen we door. Dus dan gaan we ook door met deze vergadering. Want dan hebben we deze twee punten gehad. Het stuk gaat hiermee de inspraak in, of ligt al in de inspraak, en daar kunnen mensen op reageren. En dan komt het vanzelf een keer bij ons terug. Dat voor dit agendapunt. De heer Van den Raadt: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ik had nog wat vragen gesteld, maar ik heb daar geen antwoord op gekregen. De voorzitter: Dat is rijkelijk laat en we hebben … De heer Van den Raadt: Dat weet u toch ook als voorzitter. U houdt dat toch ook bij dat meestal de oppositiepartijen geen antwoord krijgen De voorzitter: Ik ga niet al uw vragen noteren, mijnheer Van den Raadt. Dan mag ik hier twee secretariaten naast zetten als we al uw vragen moeten beantwoorden. U heeft uw inspraakbijdrage gegeven op dit stuk. Dat

48

is meegeschreven door de wethouder en de ambtenaren die meekijken. Die kijken ook deze band terug, dus die zullen al uw vragen meenemen. Dat komt uiteindelijk in het stuk terug wat hier voor wordt gelegd er besluitvorming. Dit was uw inspreekbijdrage en daar, net zoals alle inwoners die ook een inspreekbijdrage doen. Dus die leveren heel veel vragen aan, die leveren heel veel opmerkingen op het stuk en die krijgen daar reactie op. Dus u ook. 11. Spreektijd voor belangstellenden (over niet op agenda staande onderwerpen) De voorzitter: We gaan door. De raadsgriffier is even checken of er spreektijd voor belangstellenden. De heer Duppen had ook een punt voor dat agendablok, maar we zagen … ‘…’ (Buiten microfoon) De voorzitter: Mijnheer Duppen heeft net al het geheel van zijn verhaal gebruikt in de eerdere inspreekbijdrage en daarmee hebben we geen inspreker meer voor dat agendapunt. Agendapunt 11 komt daarmee te vervallen. Ter advisering aan de raad 12. Verkoop uitgeefbare grond aan de Minckelersweg – zware voorhangprocedure (ER) De voorzitter: Dan gaan we razendsnel door, want inmiddels lopen we 35 minuten achter op de agenda door al deze waardevolle inspreekbijdragen et cetera. Ik zie een inspreker, meneer, ik ben uw naam kwijt. De heer Musulin: Mijnheer Musulin, ik heb mij in ieder geval aangemeld. De voorzitter: Klopt, maar u staat bij de commissie Samenleving aangemeld.

Dus dat is boven. Excuus, ik dacht dat u daar al klaar was en daar. Goed, commotie alom. Nee, dat valt mee, maar we gaan wel door met de agenda. Agendapunt 12, verkoop uitgeefbare grond Minckelersweg, zware voorhangprocedure. En wat is dat dan? Ja, omdat het om veel geld gaat, plat gezegd. Het college stuurt dit voorgenomen besluit ter advisering aan de commissie Ontwikkeling en vervolgens naar de gemeenteraad met het verzoek binnen zes weken zijn zienswijze te geven. Dus dat gaan we ook doen. U geeft uw zienswijze en daarmee stelt u het daarna vast in de gemeenteraad. Wie kan ik hierover als eerste het woord geven? Mijnheer Moore, Forum voor Democratie. De heer Moore: Ja, voorzitter dank u wel. U zei eigenlijk al de spijker op zijn kop, want wat is het eigenlijk? Het is een onduidelijk project, maar als ik het in de stukken bekijk, het ziet er prachtig uit, maar de inhoud, wat er binnen gaat gebeuren is mij volstrekt onduidelijk. De nieuwe zone in oost zou verrijkt kunnen worden met een prachtig project, maar de vraag staat open wat het precies gaat worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Moore. Zeg ik even twijfelend want ik heb het stuk ook gezien ik vond het vrij helder, eerlijk gezegd. Maar goed, laten we daar buiten de vergadering even over praten. Iemand anders over dit verkoop van de grond, meneer Van Leeuwen, Actiepartij.

De heer Van Leeuwen: Ja, twee dingen daarover. We vinden het op zich begrijpelijk dat de gemeente de waterberging naar zich toe trekt, maar het heeft wel een financiële consequentie en ik zou het mooier vinden als we dat iets duidelijker in de besluitvorming neerleggen. Want als wij waterberging gaan doen zelf, dan mogen we ook vind ik duidelijk maken dat we daar de rekening dan kennelijk voor nemen, in plaats van dat we die wij de ontwikkelaar leggen. Dat was niet duidelijk, moesten we een aantal keer technisch uitvragen. En als

49

ik eerlijk ben vraag ik me af wat deze functie daadwerkelijk bijdraagt aan het concept van het C-District. Het is een voorziening, gebaseerd op parkeren op een bedrijf, het heeft geen daadwerkelijke hubfunctie voor de omgeving. Ik zou, als je echt een C-District wil hebben wel iets concreter willen zijn in welke randvoorwaarden vraag je van een bedrijf om bij te dragen aan het economisch concept. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Ik sluit me aan bij de Actiepartij over de kaders voor het C-District. De intentie op zich voor een duurzaam gebouw die lijken hier wel aanwezig te zijn. Het is mooi dat er aan biodiversiteit wordt gedacht en er wordt in het plan gesproken van een ecologische tuin, maar die kon ik niet terugvinden in de tekening en zonder een ecologische tuin schiet je niet zo heel veel op met insectenhotels en vleermuizenkassen. Dat is dan meer een beetje voor de show. En ten aanzien van de watercompensatie voor de verharding, we maken ons wel een beetje zorgen of dit niet een beetje toch de boel voor je uitschuiven is. Ik kreeg er zelfs een beetje een soort PAS-associaties bij. Eerst bouwen en de rest regelen we later wel. Dus toch twee vragen inderdaad, hadden we dit niet op voorhand beter kunnen regelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12370339/1