10-14 Transcript extra raad mbt uitspraken wethouder Rog
Tekst van het document
De voorzitter: Nee, maar ik vind het ook echt vervelend dat de wethouder op deze manier niet de gelegenheid krijgt om in zijn verhaal te komen. Laat hem gewoon antwoord geven en praat zoveel mogelijk in de microfoon. De heer Aynan: Voorzitter, weet u wat ook vervelend is? Dat de mensen op de tribune en de mensen thuis het niet kunnen volgen vanwege belabberde geluidskwaliteit. Dus laten we daar ook serieus mee omgaan. De voorzitter: Daarom was ik ook van mening dat het goed was als iemand zat, maar daar was ook bezwaar tegen. Zo kan het misschien wel. U gaat het proberen. Wethouder Rog: Ik ga mijn best doen voor u. Hart voor Haarlem had aangegeven: ongrondwettelijk. Een aantal andere fracties zeiden dat ook. Dat is weer een vertaling van wat ik heb gezegd, hè? Ik heb gezegd dat het op gespannen voet staat met vrijheidsrechten en daarmee bedoel ik dus inderdaad de indirecte vaccinatiedwang zoals die kan worden ervaren bijvoorbeeld voor jeugdigen, wanneer zij niet kunnen deelnemen aan het normale, dagelijkse sociale leven. Jouw Haarlem: wanneer bekendgemaakt? 14 en 21 september heb ik hier in het college over gesproken, 20 september heb ik de CDA-fractie van de gemeente Haarlem daarover geïnformeerd. Ik heb daarbij dus in die zoektocht naar ‘hoe wil ik daarmee omgaan?’, dat onvoldoende doordachte mailtje wat ik niet had moeten sturen op de 23 e inderdaad gestuurd.
Met de SP ben ik het ook eens dat ik dus die uitlatingen in dat mailtje niet had moeten doen. Ik stel ook vast – en dat heb ik volgens mij net ook in mijn betoog gedaan – dat ik dus ook in mijn functioneren dat niet meer zal doen. De
17
tweet, vroeg de Actiepartij, als wethouder. Kijk, de heer Dreijer zei dat ook al: ik denk dat als ik een Twitteraccount had gehad met alleen maar kinderfoto’s, maar ik zou deze tweet precies op dat account hebben geplaatst, dan zou u mij denk ik terecht op dezelfde manier aangesproken hebben. Ik voel me daar dus ook op aangesproken. Ik heb het gedaan over het landelijke beleid en tegelijkertijd altijd steun gegeven aan de uitvoering van het lokale beleid. Daar sta ik ook nog steeds voor en ik besef inderdaad dat dat element misschien onvoldoende uit de verf kwam in die tweet en dat had misschien beter gekund. De voorzitter: De heer Hulster. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik hoor u heel goed, mijnheer Rog, maar ik begrijp niet zo goed waarom u zegt ‘nou ja, het was nu eenmaal gewoon een persoonlijke tweet’, maar u laat vervolgens de reactie door een persbericht van de gemeente schrijven. Dus nu reageert niet zelf, ‘oe, jammer, dat was niet de bedoeling’, maar u laat het door een persbericht. Dat is toch zo officieel als het maar kan, daar is toch helemaal niks meer persoonlijk aan? Wethouder Rog: Nou, mijn tweet was een persoonlijke tweet als mede-CDA’er en oud-college van mevrouw Mona Keijzer en het persbericht later, daarin stond nog een keer duidelijk gemaakt wat mijn persoonlijke standpunt was.
Maar was evident en belangrijk om naar buiten te laten gaan, omdat er terecht persvragen waren, vragen vanuit uw raad over wat dit betekende voor de eenheid van het collegebeleid. Die twijfel hebben we geprobeerd weg te nemen met dat persbericht namens het college vanuit de gemeente Haarlem. De voorzitter: Een aantal vragen daarover. Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Wethouder, u gaat niet in op mijn vraag hoe u er tegenover staat dat de ambtenaren en ook de boa’s uitvoering moeten geven aan het beleid. Ik vind nogmaals dat u bagatelliseert. Het gaat hier om een enorm zwaar maatschappelijk onderwerp, waar mensen echt enorm onder hebben geleden en onder lijden. Het is niet zomaar een onderwerp en ik bewonder uw standpunt, maar als wethouder kan dit niet. Ik hoor niet dat verschil wat u maakt en ik begrijp ook niet dat u maar doorgaat met praten, praten, praten. Come to the point, zou ik zeggen. Wethouder Rog: Mevrouw Otten, ik probeerde de lijst met vragen langs te lopen en na de Actiepartij kwam u, als Liberaal Haarlem, dus ik was van plan op uw vraag nu ook antwoord te geven. Met alle respect, u wilt mijn antwoord en ik probeer u mee te nemen en ik probeer u serieus te nemen. Dus uw vraag over de boa’s, daar ben ik nu aan toe, dat is één van de groepen waar ik mij net over heb geprobeerd te uiten, namelijk de ambtenaren, de uitvoerenden in onze organisatie.
Ik begrijp heel goed dat die inderdaad door dit gedrag in een lastig parket zijn gebracht. Dat betreur ik enorm en dat heb ik zelf veroorzaakt en dat is niet goed en dat zal ik dus ook niet meer doen. Ik heb een standpunt landelijk, maar ik heb dat te onbesuisd op die manier de wereld ingegooid en dat leidt inderdaad tot ingewikkeldheden en dat erken ik ook ten volle. De voorzitter: Even kijken. Er waren eerst interrupties. De heer Aynan. Ik kom zo bij de Rutten. De heer Aynan: Over uw principiële bezwaren heeft u op 14 september het college ingelicht, op 20 september het CDA en op 24 september hebben wij hier een scherp debat over gehad. U heeft als wethouder een actieve informatieplicht richting de raad. Waarom heeft u ons niet ingelicht? Wethouder Rog: Volgens mij heb ik een actieve informatieplicht als het gaat om de uitoefening van mijn wethouderstaken. Dit was een privémening over een landelijk thema, de landelijke invoering en ik zal u eerlijk
18
zeggen: dit had natuurlijk inderdaad gekund. In mijn persoonlijke afweging gold dat wat aan de orde was in uw raad, dat dat was de uitvoering van dat landelijke beleid op lokaal niveau, waar ik de burgemeester – die ik zeer bewonder en die ik zeer respecteer – ten volle steun. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Was de mailwisseling met de wijkraad ook een persoonlijke mailwisseling? Wethouder Rog: Nee, dat was die niet, want die is vanuit het emailaccount van de gemeente Haarlem gedaan. Ik heb daarmee inderdaad één van onze medewerkers die afspraken maakt belast en zij heeft dit voor mij gedaan, namens mij. Ik ben ook ten volle verantwoordelijk … De heer Aynan: Voorzitter … Wethouder Rog: … ten volle verantwoordelijk dus inderdaad voor die … De voorzitter: Laat hem de zin afmaken en dan krijgt u het woord. Wethouder Rog: … ten volle verantwoordelijk voor die inhoud en ik heb u ook aangegeven dat dit is gebeurd in het moment van mijn zoektocht waarin ik op dat moment zocht naar een mogelijkheid om inderdaad te kijken of ik niet op die manier met die QR-samenleving, maar dat ik op andere manieren kon deelnemen aan bijeenkomsten en daar ben ik op teruggekomen, zoals u duidelijk heeft gehoord. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: U heeft de wijkraad op zeer duidelijke wijze op de hoogte gebracht van uw principiële bezwaren.
Het hoogste orgaan waar u verantwoording aan verschuldigd bent, daar bent u aan voorbijgegaan. Beseft u dat? Wethouder Rog: Dat klopt. Ja, dat klopt. Dat is inderdaad waar, als u het zo zegt. Ik heb dat inderdaad wel naar de wijkraad gedaan en inderdaad niet aan uw gemeenteraad. Ik herhaal dan inderdaad: dit was uiteindelijk een uitnodiging waar ik ook niet op in kon gaan, waar ik ook zelf op terug ben gekomen om op die manier te handelen. Maar ik heb inderdaad op het moment dat ik zocht naar een oplossing om aanwezig te zijn in een setting waar iedereen aanwezig kon zijn, heb ik niet inderdaad uw raad daarover geïnformeerd, dat klopt. De voorzitter: De heer Smit. De heer Smit: Dank u. U zegt: ik heb altijd steun gegeven aan de uitvoering van het plaatselijk beleid. Volgens mij zit u omstandig uit te leggen dat de e-mail contrair staat op het plaatselijk beleid en dat u wat dat betreft het beleid op dat moment ook ondergroef door iets voor te stellen wat niet een steun gaf aan de uitvoering van plaatselijk beleid. Klopt dat, mijnheer de wethouder? Wethouder Rog: Nee, dat is in ieder geval zeker niet wat ik beoogd heb of wat mijn intentie was.
Wat mijn intentie was, was: is het mogelijk, kunnen we zoeken naar een vorm om zo’n bijeenkomst te hebben, waarbij ook mensen die niet een QR-code kunnen of willen tonen, dat kunnen? Ik heb ook in de krant gelezen dat er dus mensen waren die dat niet wilden of konden en ik betreur dat zij dan niet aanwezig kunnen zijn. Iedereen die zich wil verplaatsen in mijn redenen van bezwaar, zou …
19
Mevrouw Verhoeff: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Wethouder, ik wil u vragen te blijven bij het probleem en niet over uw inhoudelijke mening. Want niemand zegt hier dat u die mening niet mag hebben. Het gaat erom: u heeft hem geuit op een manier waar wij grote vraagtekens bij stellen en ik denk dat we daar ook bij moeten blijven. Want u mag een persoonlijke mening hebben, het gaat er alleen om: op welk moment heeft u hem op welke wijze laten merken? De voorzitter: Wethouder. Ja, maar goed. U interrumpeert niet op elkaar als het goed is, maar u heeft ook nog een vraag. Ja, dat snap ik. Maar voor dat de wethouder antwoordt wil iemand anders ook weer een interruptie plegen. Ja? Ik weet het, ik weet het. Gaat uw gang. De heer Smit: Dank u, voorzitter. Heeft u kennis gehad van tevoren, voordat u de mail stuurde naar De Krim, kennis gehad van de regelgevende uitvoeringsregels van ons plaatselijk beleid? Wethouder Rog: Zeker. En ik erken dus ook dat ik in die zin ook mijn collega’s in een lastig parket heb gebracht, omdat deze wethouder dus inderdaad zoekt naar alternatieven … De heer Smit: Nee, niet steunt, bedoelt u. Wethouder Rog: … in de vorm van de aanwezigheid. Ik heb u ook toegezegd – en dat zeg ik ook nog een keer richting de Partij van de Arbeid – ik kom daarop terug. Ik doe dat ook niet meer, heb dat ook maar één gedaan.
Dat is niet goed te keuren, maar ik doe dat ook niet meer. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rutten. De heer Rutten: Wethouder, u noemde de tweet onbesuisd. Dat vind ik een prachtig woord. Mag ik daaruit concluderen dat u hem ook terugneemt, wat u daar heeft gezegd? Want hij staat nog steeds online. Maar u noemt hem onbesuisd en u zegt eigenlijk: had ik niet moeten doen. Nou, neemt u hem terug, neemt u er afstand van. Wethouder Rog: Nee, ik neem geen afstand van de inhoud van die tweet. Mijn kritiek op het landelijke beleid staat. Die heb ik en wat ik aangeef is dat de relatie met wel staan voor de uitvoering lokaal, dat die ten onrechte ontbrak. De voorzitter: De heer Rutten. De heer Rutten: Dus u vindt dat eerste punt belangrijker dan uw positie als wethouder. Want u had ook aan de hand van de verklaring die u het college heeft laten uitgaan daar ook op diezelfde Twitter nog voor uit kunnen komen en kunnen zeggen: dit was mijn privémening, ik sta achter het beleid. Heeft u ook niet gedaan. Dus u vindt op dit moment, sinds het plaatsen van die tweet, sinds alle kritiek die daarover is geweest, vindt u dus nog steeds het uiten van uw mening over landelijk beleid, uw persoonlijke mailing over het landelijk beleid op een account gelieerd aan uw wethouderschap, belangrijker dan het uitdragen van het standpunt dat u de uitvoering van het beleid in Haarlem steunt?
20
Wethouder Rog: Dit zou niet de conclusie zijn die ik trek. Er zijn heel veel momenten dat ik wel twitter, ook heel veel momenten over hele belangrijke dingen dat ik niet twitter. Dit is echt een conclusie die te kort door de bocht is en die ik gewoon niet deel. De voorzitter: Een interruptie van de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Eén ding snap ik nog steeds niet. Want u twittert, dat doe ik ook, ik gooi ook gewoon alles erop, pech gehad. Maar hiervan wordt nog gezegd door een nette collegebrief dat het een persoonlijke mening is. Maar u zit toch in die eerste termijn te zeggen: mea culpa, wat heb ik dat verkeerd gedaan, ik zal het nooit meer doen. Maar het is toch uw persoonlijke mening? U kunt toch gewoon doorgaan met uw persoonlijke mening blijven geven? U wordt zelfs gesteund door het hele college met persoonlijke meningen blijven geven. Waarom wilt u daar dan toch mee stoppen? Wethouder Rog: Mijnheer Van den Raadt, ik heb het twitterbericht inderdaad op persoonlijke titel gedaan. Dat is helaas niet voor iedereen duidelijk. Ik meende dat duidelijk te maken doordat ik als mede-CDA’er mezelf bekendmaakte en het had over een oud-collega. Maar dit is gewoon een privébericht geweest en that’s it. De voorzitter: De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, maar dan krijg ik geen antwoord op mijn vraag.
Kijk, ik vind het heel goed dat de wethouder persoonlijke meningen op Twitter gooit, dat zou eigenlijk iedereen moeten doen. Hij wordt nog gesteund door het college door te zeggen: dit is de persoonlijke mening van de wethouder, dus dat is prima in orde. Maar u zegt toch daarnet: o, ik heb mea culpa, ik zal het nooit meer doen. Ga er nou gewoon mee door, of – en dat is dan mijn tweede vraag, want dat idee kreeg ik daarnet al – heeft u zoveel met het college zitten bespreken dat er een soortement voorstel uw richting opgegaan is? Dat u zegt: als u nou maar dit, dat en dat zegt. Misschien is u wel tekst ingefluisterd: zeg nou maar dit, dat en dat. Misschien staat u er niet helemaal honderd procent achter, maar werd er gezegd: zeg nou maar dit, dat en dat, bied ook een keer je excuses aan, als je het niet weet bied je nog een keer je excuses aan en dan komen we er samen wel uit. Is het zo gegaan? Wethouder Rog: Nee, in het geheel niet, kan ik u zeggen. Overigens gaat het college daar ook niet over, maar uw raad. Voor wat betreft het standpunt van het college, het college heeft maar één collegestandpunt naar buiten gebracht in dat persbericht en dat is dat we onverkort achter de uitvoering staan die in handen ligt van onze burgemeester. De voorzitter: De heer Van den Raadt, laatste keer. De heer Van den Raadt: Ja, laatste keer. Ik hoop dat ik nou antwoord krijg.
Is er debat geweest tussen u en het college, waarbij bijvoorbeeld door de burgemeester, kan ik me zo voorstellen, die zal veel ervaring hebben, gezegd is ‘laten we dit zo en zo oplossen, dan komen we er wel uit’? Of zit u hier nu alles uit uw eigen ik en goede wil te vertellen of is dit deel tekstvoorbereiding door het college? Wethouder Rog: Het antwoord is: er is geen tekstvoorbereiding door het college. De voorzitter: Dank u wel. De heer Aynan en dan stel ik voor dat we toch de wethouder vragen om weer vragen te beantwoorden van de eerste termijn. Maar gaat uw gang.
21
De heer Aynan: U zei in uw eerste termijn: ik ga voortaan naar alle bijeenkomsten, ook waar een QR-code wordt gevraagd, ik ben wethouder voor alle Haarlemmers. U laat uw principiële bezwaren dus varen? Dat is de eerste vraag. Tegelijkertijd, wat mij dan verbaasd is: u neemt tegelijkertijd geen afstand van de inhoud van de tweet. Hoe moet ik dat als raadslid met elkaar rijmen? Wethouder Rog: Ik denk dat een aantal van uw leden ook heel prangend heeft neergezet dat bij deze publieke openbare functie bepaald gedrag mag verwacht worden en een bepaald voorspelbaar gedrag van een heel college waar het gaat om bijvoorbeeld uitnodigingenbeleid. Daar hebben velen van u een vinger bij gelegd en ik erken dat ook ik me daar vanzelfsprekend gewoon aan moet houden, onverkort, om op een goede manier invulling te geven aan het wethouderschap. Dat zal ik dus doen. De heer Aynan: Dus u laat die principiële bezwaren nu vanavond vallen? Wethouder Rog: Ik heb gezegd wat ik vind over het landelijke beleid of de invoering van deze wet, die ik betreur en tegelijkertijd is dit de wet en daar hebben we naar te handelen en dat doet ook deze wethouder. De heer Aynan: U laat uw principiële bezwaren varen? De voorzitter: Volgens mij heeft de wethouder duidelijk gezegd hoe hij het ziet. De heer Aynan: Dat is essentieel voor … De voorzitter: Ja, maar het antwoord is wat hij gegeven heeft.
Kan hij halen, maar dat schiet niet zoveel op. De heer Aynan: Maar nogmaals even onderstreept: u neemt geen afstand van de tweet? De voorzitter: Ja, oké. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Voor mijn helderheid en misschien ook voor de luisteraars thuis: het betekent wat u nu zegt dat u gewoon uw QR-code toont als u ergens naartoe gaat, laten we zeggen als wethouder, want u gaat blijkbaar niet naar het café, maar in ieder geval naar de sportkantine van een wijkraad en laat u een QR-code zien? Dat is nu geen probleem meer? Snap ik dat goed? Wethouder Rog: Ja. Mevrouw Van Zetten: Dus straks gaan we daarnaartoe, met die code? De voorzitter: Oké, het antwoord was dus duidelijk ja. Wethouder, gaat u verder met de vragen die er nog lagen. Wethouder Rog: Veel is natuurlijk nu weer in nieuwe interrupties besproken. Het ambassadeurschap van de gemeente zat hier natuurlijk in, hoe ik hier in mijn werk als wethouder mee omga. Ik hoop ook de reflectie te hebben gegeven waar GroenLinks om vroeg. De vraag die ik heb genoteerd, voorzitter, heb ik beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de tweede termijn en wie wil daar een het woord? De heer Bloem.
22
De heer Bloem: Voorzitter, de wethouder toont berouw. Hij wordt vanavond van Saulus Paulus, om het Bijbels te zeggen. Maar het is niet geloofwaardig. Het is niet geloofwaardig, omdat op 14 september, zo horen wij juist, in het college indringend hierover is gesproken, op 21 september hierover is gesproken, zo hoor ik, en twee dagen later de wethouder een mail laat versturen dat hij niet meedoet. Twee dagen later een mail stuurt waarbij hij absoluut niet luistert naar zijn college. Hij geeft toe dat dat fout was, maar dat getuigt echt van een enorm gebrek aan collegialiteit. Het is ook ongeloofwaardig, omdat hij op geen enkele wijze afstand doet van de tweet, hij wil hem niet eens nuanceren, niet in openbaarheid. Het is niet geloofwaardig, omdat de fout, die foute mail waar de wethouder nu erkenning voor geeft – nu eindelijk erkent, nu eindelijk verontschuldiging voor aanbiedt – pas aan de orde was toen hij toevallig openbaar was, niet proactief, geen eigen inzicht: goh, dat was handig. Het stond al in de krant, er bestaat zoiets als een brief die je kunt sturen aan de raad. Het is niet ongebruikelijk dat de wethouders, zeker als er zoiets speelt, een brief sturen. Maar ook daarvoor al, er is geen enkele reflectie geweest waardoor de wethouder zegt: ik heb een fout gemaakt. Proactief, naar de raad toe.
Nu puntje bij paaltje komt, nu het bijltjesdag lijkt, ja: tegen heug en meug. De wethouder staat hier dan om goede excuses aan te bieden, maar waar – en daar verbeet ik mij over – waar besteedt hij al zijn tijd aan? Hij besteedt al zijn tijd aan nogmaals uitgebreid het podium te nemen voor zijn gewetensbezwaren. Ik heb diezelfde gewetensbezwaren en als u een podium zoekt om dat soort dingen te bespreken, dan nodig ik u van harte uit om weer een verdomd goede volksvertegenwoordiger te worden. Want daarvoor bent u geen lid van het college, dat ligt anders. U heeft ook overigens de burgemeester pijnlijk in de problemen gebracht. Trots stelde mondelinge vragen en de interpretatie over die mail was wel anders dan dat de wethouder die nu geeft. Ik zeg niet dat de burgemeester hem verkeerd heeft geïnformeerd, maar het is in ieder geval niet helemaal hetzelfde. Voorzitter, dan het allerbelangrijkste punt waar de SP nu echt heel erg mee zit, en de burgemeester doet er overigens wel aan mee, is het fictieve onderscheid tussen: we hebben de burgemeester die de coronaregels doet en de rest van het college heeft daar niks mee te maken. Voorzitter, die coronamaatregelen zijn voor al onze kantines en – dat ben ik met de wethouder eens en dat mag ik zeggen als volksvertegenwoordiger – dat is klote.
Maar ze hebben juist, juist dan een wethouder nodig die ze daarbij ondersteunt, die daar niet op het spreekgestoelte gaat staan en ook gaat zeggen hoe vervelend hij het vindt, maar die ze ondersteund hoe het wel te laten zijn. Dat is wat deze mensen nodig hebben en geen wethouder die nogmaals benadrukt hoe vervelend hij het zelf persoonlijk wel niet vindt. Ik vraag me echt af hoe de wethouder denkt geloofwaardig te zijn na al die optredens, maar ook na het optreden hier. Want het getuigt echt van weinig reflectie. Het standpunt ondersteunen wij volledig, maar deze stad heeft een wethouder nodig die beter begrijpt wat die nodig heeft. De voorzitter: Dank u wel. Wie wenst het woord? De heer Hulster. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter gaat voor de wethouder staan en dat is heel nobel, maar het is wel een beetje wrang. We hebben hier een half jaar geleden een discussie gevoerd over een stadsdichter, die verkeerde tweets had gemaakt, die ondermijnend zouden zijn voor het aangezicht en de positie van deze stad. Dat was nog niet eens de stadsdichter, overigens. Heeft zijn excuses aangeboden en ook in een Twitterbericht zijn excuses aangeboden en hij moest zijn ambt verlaten. Hier hebben we een wethouder die een onverstandige tweet heeft gemaakt, hij komt daar niet op terug, hij wenst daar niet op terug te komen.
Het enige dat hij laat doen is een algemeen persbericht uitschrijven waarin hij de algemene excuses van de hele wereld laat maken, maar persoonlijk komt hij er niet op terug, heeft hij ook niet uitgelegd in een tweet of in een verklaring dat dit een onverstandige mail was, behalve dan hier, omdat we hem het vuur aan de schenen leggen. Wij vinden het getuigen van slecht gedrag. Nu lijkt het nog een beetje een onduidelijk geval, maar stel dat er nou een veel duidelijker geval was geweest, bijvoorbeeld rijden zonder rijbewijs. Dan hadden we ineens een hele andere discussie gehad. Net zo goed ondermijnend als publieke
23
figuur om te doen. Hier is het ondermijnende: er is een wet, u houdt zich daar niet aan en daar tweet u over. Dat is ondermijnend, zoals de burgemeester heeft gezegd. Ondermijning, dat is een zware term, dat is wat de burgemeester heeft gezegd. Hier zegt u: ach, iedereen mag zijn persoonlijke mening hebben, want als je hier in mijn college zit, dan is het geen bezwaar. Als het een stadsdichter is die hier komt solliciteren, dan is het wel een bezwaar. Kunt u dat even uitleggen, burgemeester? Wat ik begrijp er niets meer van. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit. De heer Smit: Mijnheer de wethouder, u heeft met de mail aan de wijkraad bewust geprobeerd de regels te omzeilen en u suggereert hier toch vind ik te veel een vorm van vergaande naïviteit die u in de problemen heeft gebracht en u zult uw leven beteren. OPHaarlem kan die twee beelden niet aan elkaar koppelen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik vroeg al in de eerste termijn of u wat meer op uw rol in dit proces kon terugkomen. Vind ik een beetje onderbelicht. U heeft het over dat debat bij Buitenhof, dat daar Mona Keijzer verkeerde dingen heeft gezegd. Dat klopt ook, want zij zat in het kabinet en zij heeft het zelf bedacht. Zij had dat niet mogen doen.
Maar wat u ook in Buitenhof heeft gedaan is zwaar afvallen op mevrouw Halsema, de burgemeester die zei: wij gaan niet zo heel strikt handhaven. Dat heeft u ook gedaan. Ja, kijkt u de band maar terug. En zij maakt deel uit van een college. Wethouder Rog maakt ook deel uit van een college, maar dan krijgt hij back-up van het college door te zeggen in het persbericht: het is zijn persoonlijke mening. Nou, dan was de mening van mevrouw Halsema ook een persoonlijke mening en dan had u daar niet zoveel ophef over hoeven te maken op tv. Dat is precies het probleem wat eigenlijk voor Trots Haarlem hier aan de hand is, dat u elke keer maar, als iemand belt of misschien niet belt, misschien staat u er wel dag en nacht voor de deur, elke keer maar op tv wenst te komen om uw mening te vertellen als een BN’er, terwijl dat helemaal niks meer met de gemeente Haarlem te maken heeft. Daarom zullen wij in ieder geval een motie indienen die verzoekt om de schoenmaker, blijf bij uw leest, dat u als burgemeester gewoon weer eens focust op Haarlem en niet elke keer elke avond wel in een talkshow te vinden is, hetzij over statushouders, hetzij over tweets van CDA’ers en andere mensen, want daar zitten wij niet op te wachten en dat schept ook verwarring. Want wat u daar zegt, dan gaan wij toch denken: ja, dat geldt dan ook voor onze wethouder hier.
Als u Halsema zo verschrikkelijk vond, dan zou u de wethouder ook zo verschrikkelijk moeten vinden. Maar dat doet u niet en daarom bent u eigenlijk heel ongeloofwaardig geworden. Wat mij verder opvalt is dat u dan een schorsing aanvraagt om te zeggen: we gaan eens goed nadenken over de vragen. Dat blijkt helemaal niet gedaan te zijn, want daarna worden er wat vragen gesteld: waar blijven mijn vragen? En dan gaat u nog een keertje schorsen. Wat mij helemaal beklijft is dat er gewoon hier een soortement instructie aan de hand is gaande bij wethouder Rog: vertel precies dit en dat, dan kom je er wel goed uit. Terwijl ik het juist zo waardeer dat wethouder Rog persoonlijke tweets eruit gooit en zijn mening vertelt en tegen het coronabeleid is, net zoals Trots Haarlem. We zouden hem eigenlijk erelid bij Trots Haarlem moeten maken. Maar dan krijgt hij een paar instructies, je ziet dat hij er ook ongemakkelijk mee is. U probeert elk debat altijd dood te laten bloeden door gewoon eindeloos lang te praten en geen antwoorden te geven en dan te concluderen: o, er zijn nog vijftig vragen over, goh, zou je dat nog eens kunnen halen, want dan ben je ieder geval door je spreektijd heen. Het zijn altijd dezelfde tactieken en dat moet ook maar eens een keertje stoppen.
Dus laten we eerst de motie aannemen dat u niet meer zoveel op TV komt en wij willen nog een stapje verder gaan, dat het eigenlijk mede uw schuld is dat we nu bij dit onderwerp zo lang stil moeten staan. Want als het een persoonlijke tweet was, was er niks aan de hand geweest. Wat was het andere probleem? Nou, dat hij tegen het coronabeleid is.
24
Helemaal prima. We hebben altijd de mond vol van diversiteit in Haarlem. Nou, dan hebben we hier iemand in het college die divers een andere mening heeft en dan is het plotseling allemaal mea culpa, we zijn het allemaal met elkaar eens. Nee, dat gelooft toch niemand meer? Dus ons vertrouwen in de burgemeester houdt hier op. De voorzitter: Dank u wel. Wie? Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk de wethouder zegt: ik betreur het dat ik de boa’s en ambtenaren en iedereen die die QR-code moet handhaven in een lastig parket heb gebracht. Maar gelijktijdig merk ik op dat vrijwel zijn gehele eerste termijn een vlammend betoog tegen de coronapas is en een herhaling van zijn standpunt. Wat voor signaal denkt de wethouder daar nu af te geven? Het zijn weinig excuses en door het wrijven lijkt de vlek eigenlijk alleen maar groter te zijn geworden. D66 blijft het heel lastig vinden dat de wethouder vasthoudt aan zijn standpunt en heel weinig reflectie geeft wat zijn wederom uitgebreid verwoorde standpunt betekent voor die anderen, die het moeten handhaven. Kroegeigenaren die zo meteen een QR-code moeten vragen, de sportkantines die dat ook moeten doen. We horen heel veel over zijn eigen zoektocht en eigen ongemak, maar vrijwel niets wat zijn woorden betekenen voor de rest.
Hoe denkt de wethouder daar de komende maanden, waarin die QR-code naar ik vrees zeker zal blijven bestaan, daarmee om te gaan? Dat zou ik nog wel graag willen horen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rutten. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. We hebben net ook al even een vraag gesteld over dat onbesuisde, maar ik kan toch niet zo heel erg veel anders dan vaststellen dat het vertrouwen wel een deuk heeft opgelopen en dat de wethouder ook geen enkele poging onderneemt om dat te herstellen. Wij krijgen een exposé over waarom de wethouder tegen de coronamaatregelen is, maar het gaat hier over het functioneren van de wethouder in de rol van wethouder. Mevrouw Verhoeff gaf dat ook al aan. Daar zijn wij gewoon niet gerustgesteld, want we hebben ook gevraagd: hoe gaat u nu in de toekomst met dit soort vraagstukken om? Hoe gaat u principiële bezwaren tegen wat dan ook inpassen in uw werk? Als u principiële bezwaren hebt tegen prostitutie, betekent dat dat u niet met sekswerkers praat? Als u principiële bezwaren heeft tegen abortus, gaat u dan niet in gesprek met de directeur van de abortuskliniek? Het is allemaal volstrekt onduidelijk en het gaat inderdaad, mevrouw Van der Windt geeft dat ook al aan, over de zoektocht.
Nou, ik wens u er heel veel plezier mee, maar dat is niet waar we op dit moment op zitten te wachten, we willen daar gewoon hele duidelijke uitspraken en daar van u ook die reflectie toch steviger. De voorzitter: Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk worden wij er wel een beetje stil van. Wij hadden eigenlijk hier een wethouder verwacht die deemoedig zou zeggen: dit had ik nooit mogen doen, dit is dom geweest, ik had het anders moeten doen. Niet alleen omdat u een worsteling doormaakt, want als een doorgewinterd politicus hoort u die worsteling te doen voordat u er een tweet uitstuurt, voordat u er een mail uitstuurt. Anderen hebben het ook al gezegd: als je een keer iets verkeerd doet – ik ben ook slordig met apps, ik zit wel eens in de verkeerde appgroep – herstel het dan zelf, binnen de kortste keren. Bied ook – ook in de coalitie overigens, voor de mensen die daar niet bij horen – gewoon je excuses aan. Want u heeft ons allemaal in de problemen gebracht. Wij worden door onze achterban, waarschijnlijk iedereen hier zo’n beetje, aangesproken: die man gaat toch zeker niet blijven zitten? Dit kan echt niet. U kijkt mij nu ook weer vriendelijk lachend aan, maar ik bedoel, ik verwacht geen tranen op uw gezicht, maar als het nog de tijd was voor janmet-de-pet had ik u wel met de pet in de hand verwacht.
Er is hier echt iets niet goed gegaan en woorden als
25
‘onhandig’, ‘ik besef nu de beeldvorming’, ‘onvoldoende uit de verf gekomen’, ‘ondoordacht’. Maar dat zijn allemaal dingen die een wethouder zich niet kan veroorloven. Ik wil gewoon van u horen: het was fout, ik had niet mogen uitlokken – dat is tenminste het beeld wat uit die mail komt – dat iemand anders de wet overtreedt door niet te controleren. U heeft wel gezegd: ik zal het niet meer doen, ik heb er spijt van. Maar wees helder, wees duidelijk. U heeft gewoon niet onhandige, maar foute inschattingen gedaan waardoor onhandige communicatie of zelfs foute communicatie heeft opgetreden en daar heeft gewoon iedereen in deze raad last van gehad, daar hebben een aantal ambtenaren last van en de geloofwaardigheid van ons allemaal is gewoon weg. Persoonlijk vinden wij het hier als PvdA jammer dat de focus ook richting de burgemeester gaat, want wij willen niet u bashen, maar we willen vooral weten van wethouder Rog: hoe heeft dit nou zo ver kunnen komen en voelt u zich nou niet echt schuldig aan dit verhaal? Ik ben blij dat ik geen boa ben of in de horeca werk, maar ik voel me ook als raadslid redelijk geschoffeerd. Help me. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, voorzitter. We hebben deze avond de worsteling gezien van een wethouder die moet kiezen tussen zijn rol als vrijheidsstrijder en als wethouder.
In die zin bent u eigenlijk behoorlijk gezakt voor het examen, als ik het zo tuttig mag zeggen. Want inderdaad was ik het helemaal eens met mevrouw Verhoeff van de Partij van de Arbeid: het is niet alleen een schoffering van de raad, maar eigenlijk ook van uw CDA-fractie. Want eerlijk gezegd, wij gaan hier altijd open en transparant, dat zijn toch eigenlijk wel de kernwoorden van dit college, al jaar en dag. Het verbaast mij zeer dat u wel contact heeft gehad met een wijkraad, met een secretariaat, ook met uw fractie en dat wij hier op 24 september zitten, een soort toneelstukje op zitten te voeren met zijn allen, omdat wij allemaal tegen onze wil het Rijksbeleid moeten volgen. Maar wij zijn loyaal met Den Haag wel, wij hebben gedacht: wij zijn hier niet direct de vrijheidsstrijders in de hoofdstad van Haarlem, dus wij gaan dit gewoon uitvoeren. Onder ons zit dan een soort mol zijn eigen beleid uit te voeren en dan denk ik, als u persoonlijk dit zo belangrijk vindt, dan vind ik eerlijk gezegd – dat vindt Hart voor Haarlem – dat u nu al als gedoodverfde lijsttrekker van het CDA maar in een marktkraampje op de markt moet gaan staan om een boodschap te verkondigen. En niet in de raad een schuttige vertoning te geven, het college in problemen brengt. Want inderdaad, het straalt ook af op onze CDA-burgemeester en dat is gewoon een kwalijke zaak.
Ik begon mijn betoog al: het zou mooi zijn, het leek mij onvermijdelijk dat u de eer aan uzelf zou houden. Ik roep u nogmaals op, misschien kunt u nog even schorsen, om daar nog eens even goed over na te denken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? Mevrouw Otten: Voorzitter, dank u dat u nog even het woord geeft. Ik hou niet van herhaling, maar ik wil toch aansluiten bij mevrouw Van Zetten van Hart voor Haarlem. U heeft mij ook nog steeds niet duidelijk kunnen maken hoe u, mevrouw Van der Windt noemde het ook al, reflecteert op uw eigen handelen en hoe dat gaat uitstralen op de boa’s. Dat is niet meer goed te maken. Ik zou echt niet weten hoe dat nog goed te maken is en ik zou nog één keer aan u willen vragen of u daar wel nog een antwoord op heeft, mogelijk is dat wel zo, en anders de eer aan uzelf te willen houden. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Drost. De heer Drost: Dank u, voorzitter. In de eerste termijn hebben wij u vooral gehoord over uw gewetensbezwaren en zoektocht, dat is ook veelvuldig langsgekomen. Mevrouw Van der Windt refereerde er ook al aan … O, ik moet gaan … Is dit dan de houding die ik dan moet gaan aannemen? Jongens, deze zaal heeft anderhalf jaar stilgestaan en dan is dit de techniek waarmee we gaan vergaderen. Echt, fantastisch. Om
26
woest op te worden. Maar goed, ik ga zo staan, dan kan Haarlem het ook zien. Het staat voor de rest belachelijk, maar prima. Wat ik zou willen zeggen, in de tweede termijn, ik zou echt een reflectie willen zien op de vorm, op de processen waar we ook om gevraagd hebben. Ik heb nog één vraag die ik eraan toe zou willen voegen. U zei dat uw persoonlijke mening, de vorm waarin u dat goot, onbesuisd was. Zegt u daar nou mee ‘als dat nou minder onbesuisd was geweest, dan had dat prima samen gekund met de uitvoering van beleid’? Of zegt u ‘misschien hoort mijn persoonlijke mening gewoon niet echt hier in het publieke debat thuis, hou ik me gewoon bezig met de uitvoering en hou ik die gewoon goed strikt gescheiden’? De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen die het woord willen voeren? Niemand? Dan was dat de tweede termijn van de kant van de raad. Dan zijn er een aantal vragen gesteld waar antwoord op gegeven wordt, of reactie. Doen we dat direct of wilt u nog … Even schorsen, ja? Goed, dan schorsen wij deze vergadering opnieuw voor enkele momenten. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik denk dat duidelijk is dat met name iedereen wil horen de reactie van wethouder Rog op wat er in tweede termijn vanuit de raad gezegd is. Toch nog even heel kort, omdat een aantal dingen ook naar mij gezegd zijn.
Mijnheer Hulster, ik kom graag bij u persoonlijk terug, want ik hecht echt enorm aan integriteit en het feit dat u het gevoel hebt dat er met twee maten gemeten wordt, ik kan u verzekeren dat het niet zo is. Ik ga er nu niet uitgebreid op in, maar ik kom daarop terug, want dat mag niet en dat wil ik ook niet. Ten aanzien van de heer Van den Raadt, die over burgemeester Halsema dingen gehoord denkt te hebben: dat is niet het geval. Ik heb geen enkel verschil van mening met burgemeester Halsema over de handhaving van de QR-code. We hebben daar voor die uitzending trouwens uitvoerig over gesproken met elkaar, persoonlijk, en wij denken daar precies hetzelfde over. Ik heb in die uitzending niets gezegd over burgemeester Halsema. Is ook geen enkele reden voor, want wij hebben dezelfde opvatting erover. Ik denk dat u zich mee laat slepen door wat uzelf denkt. Maar hoe dan ook, hoe dan ook, hoe dan ook, neem van mij aan: het is niet waar wat u hebt gezegd. De heer Van den Raadt: Nou, wat ik heb gezegd, want u heeft het persoonlijk tegen mij en wat u zegt vind ik nog wel een beetje ver gaan.
Want ik heb om 15:30 uur die uitzending van Buitenhof zitten bekijken en ik raad u echt aan om dat ook terug te kijken, want u heeft het en over Mona Keijzer en over burgemeesters die, ja, dat zou mevrouw Halsema kunnen zijn … De voorzitter: Nee, want met mevrouw Halsema … De heer Van den Raadt: Dan niet mevrouw Halsema, dan laat ik dat woord weg. Maar u heeft het over burgemeesters waarvan u ook vindt dat dat dan ondermijnend is. De voorzitter: Exact, en dat ging niet over burgemeester Halsema, maar over andere collega’s. Ik vind eerlijk gezegd, u roept hier dingen die niet waar zijn ik zeg u dat het niet klopt en voor de rest laat ik het bij u. Ik denk dat we nu dit punt, want dit is niet waar dit debat volgens mij over gaat, dit debat ging over de opvattingen en de uitspraken, de tweets, de mails van de wethouder en daar zijn een aantal vragen ook in tweede termijn over gesteld. Ik wil het woord geven aan wethouder Rog. Wethouder Rog: Dank u wel voor het woord, voorzitter. Dank voor de scherpe tweede termijn die uw raad heeft uitgesproken en waar volgens mij met name werd gezocht bij mijn houding naar de balans tussen mijn opvatting en datgene hoe ik reflecteer op het geheel, hoe ik u in positie heb gebracht of onvoldoende over
27
mijn standpunten en naar mijn collega’s en de ambtenaren en de boa’s heb gehandeld. Ik wil echt aangeven, nog één keer, de Partij van de Arbeid en OPH hebben daar vragen over gesteld: heb ik de wet willen overtreden of regels willen omzeilen? Dat is echt nadrukkelijk niet de situatie. Ik heb echt gezocht, dat is echt de intentie geweest, om binnen de mogelijkheid te handelen. Ik heb heel duidelijk gezegd, en dat wil ik hier herhalen: dat had ik niet moeten doen. Ik betreur ook dat ik uiteindelijk mijn collega’s zowel in het college, maar ook u als raad, daar niet van op de hoogte heb gesteld. Ik was bezig met persoonlijk te zoeken: wat kan ik doen, hoe wil ik ermee omgaan? Er is één mail geweest en ik ben daar niet geweest om andere redenen. Het is stom geweest, ik had die mail gewoon nooit moeten sturen en dat betreur ik, dat spijt me, dat had ik gewoon niet moeten doen. Ik zie ook waar u in uw worsteling – en sommige gaven het ook aan, dat ze hetzelfde in het beleid staan, of misschien juist anders – voelen dat we in het bestuur wat we samen vormen allemaal een eigen rol hebben en een verantwoordelijkheid voelen voor een goede uitvoering en dat het daarbij dan niet behulpzaam is als de wethouder daar nadrukkelijk openlijk in de publiciteit een andere opvatting over ventileert. Ik erken dat dat ook niet handig is.
Ik denk dat het goed is dat er debat gevoerd wordt, maar tegelijkertijd mag er nooit discussie zijn over de eenheid van beleid. Mijn handeling heeft ertoe geleid dat daar licht tussen kon komen of het gevoel kon zijn dat dat beleid niet in de breedte werd gesteund en er verschil zat tussen wethouders. Ik begrijp dat uw raad geïnformeerd had willen zijn over het moment dat ik niet wilde deelnemen aan de QR-samenleving en ik wil toch nog één keer zeggen: het is voor mij dus een fase geweest in dat denken en ik heb ook aangegeven hier – en dat herhaal ik – dat ik er voor alle Haarlemmers ben, voor iedereen en bij bijeenkomsten zal zijn met en zonder QR-code. Dat is de keuze die ik wil maken, dat is ook wat ik nadrukkelijk aan u aangeef. Ik wil gewoon handelen binnen de kaders van de wetten die er zijn en wat ook verwacht mag worden van een wethouder. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat dat is waar we met elkaar staan en ik kan me voorstellen dat u een moment wilt hebben om dat te overwegen, voordat we dit afronden. Mijnheer Aynan nog. De heer Aynan: Ik heb na deze woorden behoefte aan een schorsing. De voorzitter: … bedoelde. Ik denk dat het goed is om even een schorsing te hebben waarop u zich kunt beraden. Ik schors de vergadering. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering.
Wij hebben de vergadering geschorst na twee termijnen om de fracties de gelegenheid te geven de mind op te maken. Ik denk er is gelegenheid om daarvan hier mededeling te doen en dan zullen we zien, er zijn ook moties ingediend, dus daar zullen we dan in ieder geval over stemmen en wellicht komen er nog bij. Ik kijk eventjes wie ik nu als eerste het woord zal geven. Misschien de fractievoorzitter van de grootste partij, de heer Drost. Dan krijgt u de gelegenheid om dat te doen. Mevrouw Van Zetten: Voorzitter, de schorsing … De voorzitter: Nee, nee, nee. Ik had een schorsing aangekondigd om – en de heer Aynan noemde het vervolgens ook nog een keer – maar alle fracties hadden behoefte aan reflectie. De heer Drost. De heer Drost: Dank u, voorzitter. Nu ‘…’, echt waardeloos dit. Maar goed, we gaan lekker staan. We hebben lang gewikt en gewogen, we hebben de wethouder gehoord in zijn hele verhaal. Ik heb ook net een motie ingediend bij de griffie, dat is misschien wel goed om even voor te lezen. Ik kan me voorstellen dat die net naar het griffiebureau is gegaan. We hebben een aantal constateringen, ik hoef niet die hele termijn door te
28
noemen, maar ik denk voornamelijk even bij overwegende. Dat is dat de wethouder 24 uur per dag verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur van de gemeente. De boa’s van de gemeente Haarlem zijn belast met de handhaving van het landelijke coronabeleid en wethouder Rog in zijn tweet door de toevoeging niet proportioneel een stevig waardeoordeel uitte over de coronapas, wethouder Rog zich daarmee onvoldoende rekenschap heeft gegeven van het effect van zijn tweet op het werk van de boa’s, terwijl hij als wethouder wel verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Hij evenmin heeft nagedacht wat zijn standpunt betekent voor ambtenaren van de gemeente Haarlem die mogelijk ook bezwaren hebben tegen de coronapas. Ook twee keer blijk heeft gegeven dat hij als wethouder niet aanwezig wil zijn bij bijeenkomsten waar een coronapas getoond moet worden, daar ook niet altijd transparant over is geweest en daarmee de indruk gewekt is dat de heer Rog zonder verplichte QR-code probeerde aanwezig te zijn bij de vergadering van de wijkraad, hij zich natuurlijk ook aan die QR-code-wet moet houden. Heeft tijdens de vergadering zijn excuses aangeboden voor zijn tweet in zijn handelen, nogmaals heeft herhaald de uitvoering van het coronabeleid te steunen.
Heeft toegezegd vanaf nu wel aanwezig te zijn bij bijeenkomsten waarvoor een QR-code nodig is en ervoor te zorgen dat hij ervoor zal zorgen dat hij een QR-code kan tonen. Spreken we afkeurend uit over het handelen van wethouder Rog inzake de coronapas. Dat wordt ondertekend, mede-ingediend met D66, PvdA, GroenLinks natuurlijk en het CDA. De voorzitter: Wie nog meer? De heer Aynan. De heer Aynan: Ik wil eerlijk gezegd weer een schorsing aanvragen. De voorzitter: Wat zegt u? U wilt weer een schorsing? Nou, als u daar behoefte aan hebt. De heer Aynan: Daar heb ik zeker behoefte aan en ik denk ook meer fracties. De voorzitter: Oké. Dan schorsen we opnieuw en dan kunt u het beraad met elkaar voeren. Schorsing De voorzitter: Ik zie dat iedereen weer in de zaal is. Als u wilt gaan zitten, dan hervatten we de vergadering. Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Ik geloof dat mevrouw Van Zetten iets wil zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ik wil even een motie indienen, als u het goed vindt, voorzitter. De voorzitter: Zeker. Mevrouw Van Zetten: Nou, jongens, eerlijk gezegd ben ik toch wel een beetje geschrokken over hoe wij hier omgaan met een wethouder die de hele avond heeft staan bungelen in feite.
Ik zie een wethouder die zich vastklampt aan het pluche en dat vind ik treurig, want ik had eerlijk gezegd gedacht dat u de moed zou hebben om de eer aan uzelf te houden. Maar nu blijkt dat het niet gebeurt dient Hart voor Haarlem helemaal in haar eentje een motie van wantrouwen in, want dat lijkt me de beste uitkomst van deze avond. Ik zal even de overwegingen oplezen. Een wethouder gehouden is aan de wet, een wethouder gehouden is aan de eenheid van het college, de wethouder niet de coronaregels kan omzeilen door voor zichzelf een eigen positie te bedingen, een principieel man, zoals wethouder Rog, geen beleid kan uitvoeren wat in zijn eigen ogen
29
ongrondwettelijk is. Daarmee vind ik eerlijk gezegd dat uw positie onhoudbaar is geworden en wij zeggen ook het vertrouwen in u op. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wij waren net met de eerste fractie die reageerde en die een motie heeft ingediend. We hebben een tweede motie. Zijn er nog anderen die, voordat wij tot stemming overgaan, behoefte hebben om zich uit te spreken? Ja, de heer Smit. De heer Smit: Doen we nu een stemverklaring of komt die straks pas? De voorzitter: Die stemverklaring, dat kan u er deel van uit laten maken, maar het gaat me er nu om dat u in de situatie zoals die is, we hebben twee termijnen gehad, twee termijnen van de zijde ook van de wethouder. Er is een schorsing geweest en ik kan me voorstellen dat u behoefte hebt om te melden waar uw fractie nu staat en die gelegenheid hebt u. De heer Smit: Nee, dank u, maar voor mij volstaat straks een stemverklaring. De voorzitter: Helemaal goed, helemaal goed. Zijn er nog anderen die op dit moment wel behoefte hebben? Ja, de heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. De wethouder heeft helder geantwoord: de tweet was niet verstandig en onhandig, omdat onduidelijk was dat de wethouder de uitvoering van het lokale beleid wel steunde. De mail, die had gewoon nooit gestuurd mogen worden.
De ChristenUnie-fractie vindt echter een motie van afkeuring te ver gaan, temeer omdat een belangrijk argument in de motie van afkeuring de betekenis van de uitspraak van de wethouder zijn voor de boa’s. Nogmaals, dat was niet handig en ook mijn fractie betreurt dit, maar het is de boa’s ook lastig gemaakt dat de coronapas überhaupt is ingevoerd. In die zin kun je net zo goed beargumenteren dat de wethouder voor de boa’s is opgekomen. Kortom, mijn fractie had een motie van treurnis wel gesteund, want ik denk dat de wethouder het ook betreurt hoe het allemaal is gegaan, maar een motie van afkeuring niet. De voorzitter: Dank u wel. Dat is ook al een stemverklaring, maar dat kan. We maken even de balans op waar we staan. De heer Aynan. De heer Aynan: Ik doe een soort derde termijn met stemverklaring erbij. Voorzitter, iedereen heeft het moeilijk met de uitvoering van de coronamaatregelen en niet alleen de wethouder. De wethouder vergeet dat die maatregelen bedoeld zijn omdat we een virus aan het bestrijden zijn en niet omdat we het leuk vinden. Niemand vindt het leuk, ook u niet. Dat virus is helaas onzichtbaar, maar voor veel mensen dodelijk. Dat maakt het zo eng en dat maakt die tweet eigenlijk ook zo eng.
U zegt dat u de uitvoering van het coronabeleid blijft steunen, maar tegelijkertijd haalt u de uitvoering van hetzelfde beleid keihard onderuit met die tweet, waar u vanavond geen afstand van neemt. U zegt in die tweet keihard de boodschap: #ikdoenietmeermee. Die boodschap zet u vanavond gewoon keihard door. In die tweet zegt u dat het coronabeleid tot tweedeling in de samenleving leidt. Nou, met die tweet heeft u de tweedeling alleen maar aangewakkerd. Het werken van vaccinatieteams is op sommige plekken – zoals we twee weken geleden hebben gezien – zelfs onmogelijk gemaakt. Met uw tweet ondersteunt u dat soort acties. U bent, wat Jouw Haarlem betreft, niet alleen ongeloofwaardig, blijkbaar zijn uw principes zelfs goedkoop. Want als het u te heet onder de voeten wordt, dan zet u vanavond die principes zo overboord. Wat zijn principes waard, mijnheer Rog, zonder rechte rug? Daarom zullen wij een motie van wantrouwen keihard steunen.
30
De voorzitter: Nog anderen? De heer Bloem. De heer Bloem: Voorzitter, dit is in alle opzichten een trieste avond. Het is een trieste avond, omdat ik daadwerkelijk een mens zie, een wethouder zie, die heeft geworsteld. Maar ik zit hier niet om de mens Rog te beoordelen, ik zit hier om wethouder Rog te beoordelen. Ik zit hier om te beoordelen of wij in deze moeilijke coronatijd, die nog niet voorbij is, of wethouder Rog de persoon is die zij aan zij staat, waarschijnlijk tot en met mei – hopelijk eerder, maar het zou zomaar mei kunnen zijn – bij die moeilijke coronamaatregelen. Is hij degene die ervoor zorgt dat, ook al is hij tegen die maatregelen, net als de SP, dat hij degene is die ervoor kan zorgen dat het draaglijk is? De wethouder heeft de SP daar niet van overtuigd. In al zijn termijnen heeft hij vooral benadrukt hoe hij tot die worsteling is gekomen en nou is er natuurlijk met heel veel druk nog een derde termijn gekomen, waar nog alleen maar excuses kwamen, maar ook dat kwam niet overtuigend over. Het kwam ook niet overtuigend over voor de coalitiepartij. Zij kiezen er misschien voor om geen motie van wantrouwen in te dienen, maar ik denk dat de wethouder eens een keer na mag denken over wat de nieuwe bestuurscultuur betekent en wat een motie van afkeuring betekent.
Of de wethouder deze stad een plezier zou willen doen door de conclusie eruit te trekken dat zelfs de coalitie afkeurt wat er gebeurd is, het handelen afkeurt en niet met een motie van treurnis komt, nee. Specifiek in deze moeilijke tijd heeft de wethouder niet gedaan wat van hem verwacht mag worden. Dus ik hoop ook dat de wethouder toch nog de enige juiste conclusie gaat trekken, want dat is helaas wat de stad nodig heeft. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? De heer Smit, OPH. De heer Smit: Dan moet ik nu maar het moment nemen, mijnheer de voorzitter. Als je bewust het beleid en de uitvoering tracht te omzeilen en feitelijk tracht te torpederen, dan ben je – zoals ik begon, met het woord ‘bewust’ – bewust bezig obstructie te plegen. U heeft, geachte wethouder, zich boven de wet willen plaatsen. U bent daarmee voor OPHaarlem onherstelbaar beschadigd en wij steunen ook de motie van wantrouwen. De voorzitter: De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Er is nu wel heel vaak gezegd wat er gezegd moet worden. De wethouder heeft een ongelukkige tweet gemaakt en hij heeft hem niet herroepen. Dat was echt de kans om dit goed te maken. Hij heeft het met een persbericht afgedaan. Dat is echt onvoldoende, dat was echt onvoldoende.
Het was natuurlijk heel erg onvoldoende dat u bij een vergadering naar binnen wilde komen zonder een QR-code te laten zien, dat is echt heel onvoldoende. Daarom zullen wij de motie van wantrouwen steunen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Dan toch ook maar een stemverklaring. Liberaal Haarlem steunt de motie van wantrouwen. Wethouder, ik vertrouw u niet meer. Wel als mens, maar niet als wethouder. U heeft vanavond een aantal keer uw principes wederom uitgesproken. U heeft onherstelbare schade opgelopen en ik vind het echt niet verkoopbaar aan Haarlemmers, aan ondernemers, aan boa’s, aan ambtenaren die het beleid moeten uitvoeren en ik begrijp werkelijk niet dat u niet de eer aan uzelf houdt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik ben maar aan de drank gegaan, want het is natuurlijk hopeloos. Het is net een natte tosti of dat je met je sokken in een verse hondendrol trapt. Het is natuurlijk weer een vertoning van hier tot Tokio, ik hoop dat er mensen zijn die er wel van hebben genoten. Ik niet. Het eindigt ook weer
31
bedroevend. Maar wij zijn ook hoopvol, want wethouder Rog blijkt toch heel goed alle kanten op mee te kunnen waaien. Je ziet dat hij zijn excuses aanbiedt, Trots Haarlem heeft er helemaal geen vertrouwen in dat dat oprecht is. Daarom is het volgens ons de perfecte man om in het college te blijven zitten. Dus wij gaan niet de motie van wantrouwen steunen. Wij hopen dat Rog precies dat wik in het college wordt, waardoor uiteindelijk het juk – laten we hem Jos Wienen noemen – misschien nog eens een keer ergens anders naartoe gaat en dan al die mensen daar opbloeien en weer gelukkig worden. Dus wij zijn dankbaar voor de heer Rog, voor zijn tweet, waar hij gewoon zijn persoonlijke mening in geeft. Ik zou iedereen aanraden op Twitter altijd je persoonlijke mening te blijven zeggen, wat er ook gebeurt, welke dreigementen je ook krijgt om je oren. Wij zijn ook heel blij dat er geen motie van wantrouwen is gekomen vanuit de coalitie. Hadden we natuurlijk ook nooit verwacht, want dat is meestal ook maar treurnis. Dan hebben ze nu een hele grote stap gezet, dus chapeau dat ze nu eindelijk eens een stap verder zijn gegaan dan treurnis, maar we zijn blij dat u blijft zitten. Wij steunen u van harte en wij hopen dat u ooit nog eens een keertje burgemeester van Haarlem wordt. Dank u wel. De voorzitter: De heer Dreijer, CDA. De heer Dreijer: Dank u wel, voorzitter.
Wij zullen ook niet de motie van wantrouwen steunen. We hebben wel de motie van afkeuring gesteund, mede-ingediend. Wij vinden dat wethouder Rog meermalen heeft toegegeven dat hij fout zat met bepaalde zaken, zoals toegelicht, excuses heeft aangeboden, ook meerdere malen. Hij heeft ook uitgelegd dat het niet zijn bedoeling was om een uitzonderingspositie te krijgen om bij een bepaalde vergadering naar binnen te gaan zonder de coronapas. Tot in den treure heeft hij dat gemeld en wij hebben nog steeds wel vertrouwen in de wethouder om deze functie aan te houden en wij geloven echt wel dat hij weet hoe het wel verder gaat. Hij heeft ook gezegd dat hij aan andere bijeenkomsten gaat deelnemen, ook met of zonder QR-code-vereisten. Natuurlijk zal er gewerkt moeten worden aan het herstel van vertrouwen richting de raad, richting de burgers, ook richting het college. Maar de wethouder kennende hebben wij daar alle vertrouwen in. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rutten. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. In mijn tweede termijn heb ik aangegeven dat wat ons betreft het vertrouwen een deuk had opgelopen en dat ook de wethouder geen enkele poging had gedaan om dat te herstellen. Nou, we zijn een avond verder en we zien nog steeds dat die deuk in het vertrouwen er is, maar hij is niet zo groot dat we de wethouder wantrouwen en de motie van wantrouwen zullen steunen.
Maar u heeft het ons niet makkelijk gemaakt, wethouder. Want hoeveel woorden u besteed aan de dingen die er niet ter zake deden. Nog steeds over uw mening, en die mag u hebben, want wij kijken daar liberaal naar. Grote zorgen over de prioriteiten die u geeft. Maar goed, dat heb ik ook in de termijn al aangegeven. Dus wij steunen de motie van afkeuring en niet de motie van wantrouwen. Maar mijnheer Boer wil zelf een stemverklaring geven. De voorzitter: De heer Boer, gaat uw gang. De heer Boer: Dank u wel, voorzitter. Als ik in het vliegtuig sta waar een plicht geldt om een mondkapje te dragen, wat landelijk beleid is, en ik ga daar in het gangpad staan en ik zeg tegen die mensen: u dient met zijn allen een mondkapje te dragen, maar persoonlijk ben ik het niet met die maatregel eens, persoonlijk vind ik dat buitenproportioneel, maar ik ga het beleid wel uitvoeren, hoor. Wat denkt u wat er in het vliegtuig gaat gebeuren? Daar breekt chaos uit. Mensen krijgen onenigheid over het dragen van een mondkapje, wel of niet. Ik moet mijn collega’s het gangpad insturen om die mondkapjesplicht te handhaven, die collega’s heb ik het
32
ongelooflijk moeilijk gemaakt en ik als leidinggevende heb mezelf totaal ongeloofwaardig gemaakt. Dat is precies de situatie, wethouder Rog, die u hier heeft gecreëerd. Het spijt me oprecht dat u niet die tweet heeft teruggenomen. U had heel makkelijk kunnen zeggen: die tweet is een vergissing geweest, u kent nu allemaal mijn persoonlijke mening, maar ik als wethouder Rog had niet die tweet moeten versturen, ik trek hem terug. Dat heeft u niet gedaan en dat spijt mij ongelooflijk en dat vind ik ongeloofwaardig en daarmee heeft u mijn vertrouwen verloren. Ik zal dus wel de motie van wantrouwen steunen en als die het niet haalt zal ik de motie van afkeuring steunen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Verhoeff, PvdA. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een treurige avond. Dan doel ik niet dat er verkeerde dingen hier door de mensen aan tafel zijn gezegd, maar dat deze discussie zo lang heeft moeten duren en gewoon pijnlijk voor alles en iedereen. Veel mensen zijn beschadigd. Wij steunen – en hebben er lang over nagedacht – dienen ook mee de motie van treurnis in … Sorry, afkeuring in. Het is zo’n zware avond geweest dat ik daar nu over twijfel.
Ja, afkeuring indienen, waarbij – en dat gesteund door mijn fractie – echt overeind blijft dat als ik in de schoenen stond van de heer Rog, anderen steunen mij daarin, dan zou ik de eer aan mezelf houden bij deze afkeurende zaken. Maar dat is aan de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, het is een lange avond geweest, waarin we ook lang hebben moeten wachten op antwoorden die in de tweede termijn van de heer Rog eigenlijk ergens op begonnen te lijken. Ik denk dat er best stevige dingen zijn gezegd door eigenlijk iedereen uit de raad. Dus daar ligt echt wel, D66 steunt de motie van afkeuring. Maar ik denk wel, wethouder Rog, dat er behoorlijk wat werk aan de winkel is om dit allemaal recht te gaan breien. Zowel binnen het college, maar ook binnen de raad. Dank u wel. De voorzitter: De heer Bloem wil reageren? Gaat uw gang. De heer Bloem: Voorzitter, de SP is nieuwsgierig wat D66 Haarlem vindt wat voor conclusies een wethouder zou moeten trekken uit een motie van afkeuring. Mevrouw Van der Windt: Dat is helemaal aan de wethouder zelf. De voorzitter: Goed, ik denk dat iedereen de gelegenheid gehad heeft. Mijnheer Van den Raadt wil nog … De heer Van den Raadt: Ja, ik wil nog even een punt van de orde, want ik moet nog even namens de griffie de motie aankondigen.
Dus dan moet ik dat even doen, de motie van wantrouwen tegen u. Het goede nieuws, we hebben ook nog goed nieuws op de avond, ik heb gelukkig wel een ander programma gevonden waar u uw afschuw over mevrouw Halsema heeft geuit, dus dat hebben we toch weer in de motie van wantrouwen kunnen toevoegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij over tot stemming. De heer Aynan: Procedureel, voorzitter. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Ik wil graag een hoofdelijke stemming bij de motie van wantrouwen.
33
De voorzitter: Ook bij de motie van mevrouw Van Zetten? Dan denk ik dat … Ik aarzel even. Je begint meestal met het meest verstrekkende, maar ik denk dat nu het debat heeft zich toegespitst rond wethouder Rog, dus ik stel voor dat we die moties … Nee, ik denk toch dat het verstandig is, laten we zeggen, we hebben twee moties van wantrouwen, die brengen we in stemming en daarna komt de motie van afkeuring. Laten we maar beginnen met de motie van wantrouwen tegen de burgemeester. Ja, mijnheer Smit? De heer Smit: Ik neem aan dat ik een stemverklaring kan geven op de motie van afkeuring straks. De voorzitter: Ja, ik heb gezegd dat, daar heeft u nadrukkelijk zelf naar gevraagd. Toen heb ik gezegd: dat kan. Dus die mogelijkheid is er, dus dan gaan we eerst stemmen over de motie van afkeuring die zojuist door de heer Van den Raadt is ingediend, daarna over … Van wantrouwen, sorry. Dan over de motie van wantrouwen tegen de wethouder, die door mevrouw Van Zetten is ingediend, en daarna over de motie van afkeuring die door de heer Drost is ingediend. Dan is er nog een vierde motie, hoor ik. Nog één? O, ja. Juist. Maar dat is dan de minst verstrekkende, zullen we maar zeggen, dus dat is de laatste. De heer Van den Raadt: ‘Focus je eens op Haarlem, je hebt het al druk genoeg.’ De voorzitter: Ja, goed.
Wij gaan over tot de eerste motie en dat is de motie van wantrouwen, ingediend door mevrouw Van Zetten. Wie wil daar nu nog een stemverklaring over afleggen, na alles wat er gezegd is? Is die behoefte aanwezig? Niet? Dan gaan we over tot stemming. Wie is voor die motie? De heer Aynan: Hoofdelijke stemming, voorzitter. De voorzitter: Ja, u heeft helemaal gelijk. Hoofdelijke stemming. De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Zeven. De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Ja. Goed, de namen worden voorgelezen en daarna zegt u voor of tegen. De heer De Groot. De heer De Groot: U zegt net de motie van wantrouwen ingediend door mevrouw Van Zetten, maar u bedoelt diegene die ingediend is door de heer Aynan, of door de heer Van den Raadt, toch, in de eerste instantie? De voorzitter: Het gaat nu over de motie van mevrouw Van Zetten. O, nee. Sorry. Sorry, hoor. Ik moet eerlijk zeggen, dat is ook niet mijn topavond. Ik heb net gezegd inderdaad dat we met die motie zouden beginnen, die van de heer Van den Raadt, dus dan moet ik wel consequent zijn. Dank, de heer De Groot. De heer De Groot: Die hoeft niet hoofdelijk, denk ik, voorzitter. De voorzitter: Die hoeft niet hoofdelijk, nee. Daar kunt u, die motie dus, daar mag u ook een stemverklaring voor afleggen als u wilt. Is er iemand die dat wil? De heer Smit.