10-14 Transcript extra raad mbt uitspraken wethouder Rog
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD 1 VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 14 oktober 2021
1.
Opening en mededelingen De voorzitter: Damen en heren, wilt u gaan zitten, de onderlinge gesprekken staken? Dames en heren, leden van de raad, het lijkt een beetje onrustig. We zitten dicht op elkaar. Voor het eerst sinds lang weer dat de gemeenteraad weer in de eigen raadzaal vergadert. Welkom terug. Afwezig zijn mevrouw Leitner van D66 en mevrouw Özogul van de SP, die ik overigens op deze wijze van harte feliciteren met haar verjaardag, want ze is jarig. Ik wijs erop dat er een agenda … Ja, de heer Dreijer. De heer Dreijer: De heer El Aichi is ook niet aanwezig vandaag. De voorzitter: De heer El Aichi is ook afwezig. Dan wijs ik u erop dat per 21 juli er een algeheel rookverbod bij wet is ingesteld, ook voor overkapte en niet overkapte buitenruimtes. U bent daar ook over geïnformeerd in de raadzaal. Ik weet dat sommigen van u een gewoonte hadden om in de buitenruimte te roken, maar wilt u rekening houden met de aangepaste wetgeving op dat punt? En dan hebben wij in deze vergadering, dit is een extra vergadering, daar is één uur voor uitgetrokken, dus uw spreektijd is beperkt. Houd u daar alstublieft rekening mee.
2.
Vaststellen van de agenda -
Interpellatieverzoek VVD Frans Hals Museum
De voorzitter: Dan ga ik naar het vaststellen van de agenda en dan moet ik eerst constateren dat er een interpellatieverzoek van de VVD legt over het Frans Hals Museum. Die is hier terechtgekomen tot verbazing van sommigen van u, omdat de wet zegt, een interpellatie van moet op de eerstvolgende raadsvergadering worden geagendeerd en dat is deze. Maar het was natuurlijk helemaal niet de bedoeling om dat op deze vergadering te doen. Ik weet niet, mijnheer Blokpoel, wilt u daar nog iets over zeggen? De heer Blokpoel: Ja voorzitter, wat mij betreft schuiven we het naar de volgende vergadering, oftewel over een uurtje. De voorzitter: Dan stel ik voor dat we dat doen, want deze vergadering was met een andere inzet extra aangevraagd. Dus dat komt straks terug met uw instemming. 3.
Bekrachtigen/ opheffen geheimhouding De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 3. Dat is bekrachtigen opheffen van geheimhouding. Het gaat om nieuwe leden voor de commissie voor bezwaarschriften en de nadere uitwerking voor de mobiliteitshub Haarlem Nieuw-Zuid. Ten aanzien van die, voor de benoeming voor nieuwe leden van de commissie van bezwaarschriften. Sommigen van u hebben mij daar ook op geattendeerd. Daar is het cv, wordt voorgesteld dat geheim te verklaren, omdat daar allerlei persoonsgegevens in zitten. Maar de afspraak die in de commissie gemaakt is, dat is dat de lijst van functies en nevenfuncties wel op de website vermeld zal worden. Dus dat meld ik hier nog maar eventjes. Dat is de bedoeling. Kunt u instemmen met het bekrachtigen van de geheimhouding? Ja, dan is dat bij deze besloten. Ik hoor dat de heer Gün verlaat is, maar nog wel komt.
1
4.
Standpunt coronabeleid college van B&W n.a.v. uitspraken wethouder Rog m.b.t. invoering Coronapas De voorzitter: Goed, dan kom ik nu bij agendapunt 4 en dat is het standpunt rond het coronabeleid van het college van B&W en de uitspraken van wethouder Rog. Er is verzocht om een extra raadsvergadering door de fracties Actiepartij, de SP, Hart voor Haarlem, Jouw Haarlem en Open Haarlem en dat verzoek is dus ook gehonoreerd. Ik heb met mevrouw Van Zetten even contact gehad, of althans, er is contact geweest via de griffie, en die is als eerste aanvragen van deze extraraad, stelt ze het op prijs om deze vergadering in ieder geval niet voor te zitten en om als eerste het woord te mogen voeren. Dus ik wil u het woord geven. Ik denk … Voor de rest is het de bedoeling dat in eerste termijn gewoon uw raad aan het worden is, dat daarna geantwoord wordt vanuit de zijde van het college en daarna is uw raad weer aanzet. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, dank u wel voorzitter. Hart voor Haarlem is erkentelijk dat wethouder Rog in deze vergadering verantwoording aflegt voordat hij aftreedt, want aftreden is het enige wat hem als principieel man rest. Dat wethouder Rog principieel is, lazen we in een bericht op 23 september waarin hij via zijn secretariaat laat weten dat hij principieel tegen de test- en QR-samenleving is.
Hij vraagt ook om als wethouder verschoond te worden van het tonen van de QR-code. In zijn tweet van maandag 27 september jongstleden deelde hij ook de mening van de gewezen CDA staatssecretaris. Het huidige coronabeleid beperkt onze vrijheidsrechten en dus op delen ongrondwettelijk. Of de wethouder dit op persoonlijke titel twitterde of als wethouder is niet meer relevant gezien de tekst van zijn secretariaat. Uit deze berichten blijkt duidelijk hoe slecht de principes van deze wethouder zich verhouden tot het zogenaamd ongrondwettelijk beleid van dit college, dat het wordt geacht te handhaven. Voorzitter, de statement van de wethouder is relevant. Hij spuugt immers niet alleen zijn college in het gezicht, maar maakt ook zijn plaats in het college onhoudbaar. Aan blijven en daarmee verantwoordelijk vragen voor ongrondwettelijk beleid tast niet alleen de geloofwaardigheid aan van ons college, maar ook de gehele Haarlemse politiek. Ook relevant is de persverklaring van het college van 28 september, waarin we lezen dat het weer van wethouder Rog op persoonlijke titel was en dat hij het corona collegebeleid volledig onderschrijft. Voorzitter, deze verklaring blijkt onjuist en daarmee is de raad onjuist geïnformeerd door de burgemeester.
Mijn fractie tilt hier zeer zwaar gaan en ik verwacht ook op dit punt eerste verklaring van de burgemeester af en ik kom erop terug in mijn tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie wenst nog meer het woord? Niemand? Je wel, de heer Aynan. De heer Aynan: Ja voorzitter, voordat we conclusies gaan trekken, een aantal vragen. Wanneer heeft de wethouder zijn principiële bezwaren tegen de test- en QR-samenleving bij het college of bij u als burgemeester bekendgemaakt? Twee, op 23 september heeft de medewerker van wethouder Rog de wijkraad laten weten dat hij best bij de jaarvergadering aanwezig wil zijn, maar dat hij dus vanwege die principiële bezwaren tegen de test en QR-samenleving, of hij daarom niet zonder QR-code naar binnen kan, naar binnen mag. Is er toen op persoonlijke titel met de wijkraad gecommuniceerd? En hoe beoordeelt de wethouder zijn verzoek om zonder QR naar binnen te mogen in relatie tot zijn functie als wethouder? Oftewel, vindt hij dat hij zo’n voorstel gezien zijn voorbeeldfunctie en machtspositie had mogen doen? Tenslotte, als de wethouder principiële bezwaren heeft tegen de test- en QR-samenleving, waarom heeft de wethouder ervoor gekozen om dit niet in de extra raadsvergadering op 24 september, die daar expliciet over ging, met ons te delen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even verder. De heer Bloem.
2
De heer Bloem: Voorzitter, de SP is het met de wethouder eens. Wij zijn ook tegen de QR-codesamenleving. Ik als volksvertegenwoordiger dan tegen de QR-codesamenleving. Maar wethouder Rog is geen volksvertegenwoordiger meer. Wethouder Rog is een wethouder en dat maakt zijn uitingen best wel problematisch. Want in plaats van wethouder is hij als hij vraagt aanwezig te zijn bij de wijkraad de Krim een wilt u zich alstublieft niet aan de wethouder geworden. Het oordeel stellen we uit, maar we zijn echt heel benieuwd hoe een principieel man met de principes die wij delen als de heer Rog door kan gaan, zijn integriteit kan bewaren en toch als wethouder kan functioneren. Want ook gezien de uitingen en gezien de principes lijkt ons dat een hele moeilijke kaart. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken. De heer Hulster. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, niet zo lang voordat de voorkeur van de tweet van de heer Rog naar buiten kwam, hadden we hier in de raad een debat over de corona, de QR-codes. En het is des te prangender dat er echt zo kort daarop de heer Rog met deze tweet naar buiten kwam. En eigenlijk is het een beetje ingewikkeld, want ik bedoel, persoonlijk denk ik het is heel mooi en nobel als een wethouder ook een beetje een eigen mening erop na houdt, maar in dit geval kwam de tweet naar voren als wethouder van de gemeente Haarlem.
En we hebben hier natuurlijk eerder een casus gehad waarbij een stadsdichter uit zijn ambt gevraagd werd om zijn ambt op te geven, omdat hij ongelukkige tweet had gedaan die nog als kunst zouden kunnen worden opgevat. Maar wethouder is geen kunstenaar, een wethouder is een wethouder. En persoonlijk vind ik het erg jammer en vervelend dat we nu dit gesprek met elkaar voeren, want eigenlijk zou ik een gesprek willen voeren met u over uw functioneren als wethouder. Maar ik vind het ook belangrijk om u te vragen hoe u dat nu ziet, want u neemt deze positie in, maar dat bemoeilijkt uw contact met de samenleving en dat is een van de belangrijkste rollen. U heeft een voorbeeldfunctie in de stad en de stad moet deze over zover erg ingewikkelde maatregel uitdragen en verkopen aan bijvoorbeeld de middenstand of aan de horeca. En hoe ziet u dat dan dat u daar strijdig mee handelt? Ja, dat zijn de belangrijkste vragen voor nu. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Voorzitter, wethouder Rog is duidelijk. Wethouder Rog sluit aan bij de mening van zijn collega Mona Keizer, dat het coronabeleid ongrondwettelijk is. Als persoon kan dat en mag dat ook en ik bewonder het standpunt zelfs. Maar de heer Rog is geen politicus, hij is een wethouder en gehouden aan de wet.
En ik ben dan ook oprecht verbaasd waarom de heer Rog op deze wijze heeft gehandeld en heel erg benieuwd naar zijn verklaring zo meteen. De voorzitter: Dank u wel. Eens even kijken. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel. Ja, D66 is verontrust door de uitlating en e-mail van de wethouder. Politici leven van het poneren van standpunten, maar wat D66 betreft zit er wel een verschil tussen volksvertegenwoordigende politici die feitelijk alle standpunten kunnen innemen die ze willen en uitvoerende politici die rekening moeten houden met de gevolgen voor beleid en de uitvoering daarvan. Natuurlijk mag een wethouder een eigen mening hebben, maar wanneer je een publieke functie hebt moet je je altijd afvragen of het ook passend is dat je die mening uit en of het passend is dat je je naar die mening gedraagt. En in onze beleving is in wethouder ook iemand die zich letterlijk aan de wethouder. De vraag is ook of dat nog van wethouder Rog gezegd kan worden. Ik heb daarover een aantal vragen. Heeft u nagedacht over de consequenties van uw tweet en uw mail voor onze boa’s die het coronabeleid moeten handhaven? Heeft u nagedacht over de consequenties van mail en tweet voor de ambtenaren van de gemeente Haarlem die wellicht ook bezwaren hebben tegen het coronabeleid en voor de mensen in de stad die het coronabeleid
3
moeten handhaven, bijvoorbeeld omdat ze een kroeg hebben? Heeft u nagedacht over het feit dat de ontvanger van de mail de indruk heeft gekregen dat u zocht naar een mogelijkheid om de wet- en regelgeving te ontduiken? En wat heeft u gedaan toen inderdaad bleek dat ontvanger u tegemoet wilde komen? In uw ‘…’ moet optreden als ‘…’ burgemeester de komende tijd. Wat betekent uw standpunt dan voor uw handelen, de handhaving en uw werkbezoeken? En wat heeft uw standpunt voor gevolgen voor de werkzaamheden de komende maanden? Ik ben benieuwd naar uw antwoorden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Geachte … Ja, zo staat het. Ja, dat is waar. Ja, dat is waar. Van afstand. Ik werd gecorrigeerd door mevrouw … Het college wist niet van uw mail van uw secretariaat. Daar ga ik even vanuit. Dat is aan de burgemeester ook gevraagd.
Heeft u, geachte wethouder, zich gerealiseerd dat een mail van uw secretariaat niet geheim kon blijven? Heeft u het afwijkende karakter van uw vraag u van tevoren niet gerealiseerd? En zo ja, wist u dan dat u een storm van kritiek zou losmaken? Als je naïef bent, bent u daar dan niet te ver ingegaan in uw naïviteit? En als u niet naïef bent, geachte wethouder, hebt u zich dan gerealiseerd dat er een zeer afwijkend standpunt door u ingenomen is dat niet accorderen met dat van de andere leden van het college? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere? Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Ja, dank u wel. De PvdA is eigenlijk wel geschrokken over wat hier gebeurd is. Ik moet eerlijk zeggen dat zelf, toen ik de tweet, de retweet, het is maar hoe je het noemt, naar buiten kwam, waar Mona Keizer werd ondersteund, toen dacht ik nou, dit is in de verkeerde appgroep of in de verkeerde tweet gezet. Even los van dat het in de tweet gebeurde waar ook namens de wethouder activiteiten plaatsvinden. Maar het was niet zo. Er kwam ook niks terug van ja, dit was niet de bedoeling. De voorzitter: Een moment. Ik begrijp dat het niet overal goed te volgen is. Misschien … Ja. Mevrouw Verhoeff: Helpt dat? Ik eindigde dus met van, wij waren verbaasd dat er gewoon geen herstel kwam.
Er ging even tijd overheen en dan komt het bericht van het niet bijwonen van de jaarvergadering, of het niet hadden willen bijwonen van de jaarvergadering, omdat het een test was, tenzij die test kon worden opgeheven, niet van toepassing zou worden verklaard. Dan nog denk je, dit kan ook niet kloppen. Ik heb zelfs in bepaalde apps gewoon proberen te weerleggen dat dit natuurlijk niet zo kan. Dit is een interpretatie van een interpretatie. Dat schetst kort en nader verbazing. Het kon dus wel. Het staat gewoon zwart op wit. Is er een mogelijkheid dat de wethouder kan deelnemen als hij niet zijn code toont? De wethouder is een ervaren politicus en wethouder, vindt u het vreemd dat wij van een ervaren politicus zal wachten dat hij goed inschatten welk medium hij gebruikt op welk moment, want het moment kort na de raad waarin wij hier in meerderheid een bepaald standpunt hebben ingenomen ten aanzien van handhaving, dat dat ons verrast en dat het ons pijn doet als dat soort discussies worden gevoerd. En in opmerking onderschrijven als het beleid niet proportioneel is. Snapt u dat een horecaondernemer onze mondige bevolking dan wel tien keer mag uitleggen waarom hij toch die coronapas moet tonen, dat ook een boa daarop aangesproken wordt, dat dat gewoon effect heeft.
Eigenlijk hebben wij het gevoel dat u net als in raadslid dat wel mag en een tweede kamerlid dat ook kan, gewoon ook een dissident kan zijn. Gewoon actie kan voeren voor een punt die hem na aan het hart gaat. Dat kan helaas niet voor een bestuur. Die kan wel natuurlijk in het college een standpunt innemen waarin hij zegt: dit vind ik heel belangrijk en mijn geweten zegt dat ik zo moet handelen, dus ik breng dat in. En dan zijn er twee opties, twee smaken. Je gaat of mee met het college en draagt ook dat beleid goed uit, of je houdt de eer aan jezelf en je treedt weg. En hier zijn wij gewoon verbaast, is dat niet gebeurd. En ik
4
hoop dat u met een goed verhaal komt, maar wij hebben, op dit moment hebben wij het gevoel van dit kan gewoon niet. Wat is hier gebeurd? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Drost. De heer Drost: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het heeft ons verbaasd. De vorm, de timing die de wethouder heeft gekozen, de vorm in de tweetjes, van principieel een punt via een tweet naar buiten brengen. Ook een duidelijk waardeoordeel, de proportionaliteit. Ook dat men via mail er achter komen dat de wethouder niet mee wenst te doen met de QR-codes en het scannen daarvan. Maar ook de timing net na die coronaraad, drie dagen nadat we urenlang over dit onderwerp hebben gepraat. Ja, waarom heeft de wethouder ervoor gekozen om zo’n principieel punt in een enkel tweetje naar voren te brengen? En het is al een paar keer genoemd, ziet u ook in dat wat voor een bestuurder ontzettend lastig is om dat op deze manier te doen? Het noemen van de proportionaliteit waar u het over had. Ik heb ook wat over getweet. Ja, wat zegt dit voor bijvoorbeeld alle sportkantines die … U bent wethouder sport, die moet je die QR-codes ook scannen. Ja, wat hebben die aan dit tweetje overgehouden? We zijn ook benieuwd waarom u uw eigen positie met die context niet gedeeld heeft met de raad. U heeft dat via een mail die naar buiten kwam, hebben we daarvan gehoord. En we zouden ook wel wat reflectie willen horen.
Hoe kijkt u nu terug naar die afgelopen, wat is het, drie weken? Wat heeft u ervan geleerd? En dat misschien tot zover. De voorzitter: De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja voorzitter, mogen we ook interrumperen, of is dit een eenrichtingsweg? De voorzitter: Nee, u mag interrumperen. De heer Van den Raadt: Oké nou, dan wil ik graag weten van GroenLinks, over welke tweet gaat het nu precies? Want volgens mij is er een tweet waarbij de heer Rog zegt dat hij het jammer vindt dat Mona Keizer weg gaat. Volgens mij is er niet een tweet waarbij die zegt van, ik wil graag zonder QR-code naar de wijkraadvergadering. De heer Drost: Nee klopt, daarvoor zijn twee dingen. Het is een tweet waarin wordt gezegd dat de maatregel niet proportioneel is. Die vorm heb ik het over. En ook dat er een mail wordt gestuurd met daarin de positie over dat scannen van QR-codes vanuit het wethouderschap. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere? De heer Dreijer. De heer Dreijer: Ja, dank u voorzitter. Ja, het is natuurlijk een beetje vreemd dat we hier als CDA, dat we hier ook het woord voor over onze eigen wethouder. Kan ik beter staan? Oh ja, ik kan beter staan. De voorzitter: De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, deze zin verbaast me wel. We hebben toch dualisme. Het CDA kan het best over deze wethouder hebben, het maakt niet uit van welke club hij is.
De heer Dreijer: Sorry, mijnheer Van den Raadt. Ik was nog bezig met uitleggen. Kijk, u snapt natuurlijk best wel dat wij veel intenser contact hebben dan menig raadslid hier in de raad. Ik hoop dat u dat snapt. Dat is nu ook. Maar goed, dus wij zijn wat meer op de hoogte wellicht van de zaken die rondom onze wethouder spelen. Maar het heeft ons ook wel verrast, dus dat moeten wij ook gewoon erkennen. De tweet als eerste. Ja,
5
daar kan je van vinden van wat je vindt. Het is een mening. Het is als een wethouder, kan je interpreteren dat de wethouder het getweet heeft. Persoonlijk, spreek ik geheel namens mijzelf, denk ik dat het niet zoveel uit dat gemaakt als er had gestaan, de heer Rog privé en die geeft deze mening. Ik denk dat het allemaal niet uitmaakt voor hoe dat geïnterpreteerd wordt door wie dan ook. Nou goed, wij willen dus ook natuurlijk zoals iedereen hier in de raad daar een uitleg over hebben, een duiding van wat hij daar precies mee bedoelt, met die tweet. En dat is natuurlijk ook met de mail die gestuurd is naar de wijkraad. Ik kan me niet voorstellen dat u gevraagd heeft om als enige daar naar binnen te komen zonder QR-code, dus daar willen we denk ik wel een goede uitleg hebben hoe deze mail tot stand gekomen is, waarom dat zo opgeschreven is en wat u in het vervolg gaat doen. Ik denk dat iedereen dat wel wil weten. Dank u wel. De voorzitter: Er is nog een interruptie van mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, u zegt dat u intensief contact heeft gehad en met uw wethouder veel zaken heeft besproken. Heeft u met de wethouder over zijn standpunt, over de QR-samenleving gesproken voordat de raadsvergadering, deze raadsvergadering over dit onderwerp op 24 september plaatsvond? Wist u van de mening van de wethouder? De heer Dreijer: U zegt dat ze intensief met elkaar spreekt.
Dat is niet zo, want we spreken elkaar regelmatig. En op dit punt zijn we niet op de hoogte gesteld, nee. De voorzitter: De heer Rutten. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, na de tweet van wethouder Rog ging het over de vraag of de wethouder de uitvoering van het coronabeleid wel of niet steunde. Maar daar hoeven we niet aan te twijfelen, bezweert het college, want de tweet was op persoonlijke titel gedaan en ging over landelijk beleid. Kous af, persoonlijke titel, landelijk beleid. Die persoonlijke titel is leuk verzonnen, maar goed, het fitte profiel van wethouder Rog presenteert hem als wethouder.
Wethouder Rog, toen hij besloot om openlijk afstand te nemen van het coronabeleid met deze tweet, realiseerde u zich toen zelf dat mensen niet het verschil zien tussen Michel Rog en wethouder Rog? Realiseert u zich dat een wethouder die openlijk afstand neemt van het coronabeleid de uitvoering ervan door de gemeente ondermijnt? Bent u zich er wel van bewust dat u met dit profiel ten alle tijden ambassadeur van de gemeente bent? En welk voorbeeld denkt u nou eigenlijk te geven aan onze ambtenaren die gehouden zijn aan de regels in het personeelshandboek, ook als het gaat om die persoonlijke titels, regels die u openlijk heeft overtreden? Dat het over landelijk beleid ging en daarmee geen collegezaak was, is ook leuk verzonnen, maar roept bij ons weer vragen op over het functioneren van het college.
Wethouder Rog, heeft u de tweet vooraf afgestemd met de burgemeester en wat was zijn reactie? En hoe kijkt u zelf naar uw taakopvatting? Vindt u het überhaupt uw taak als wethouder en ambassadeur van de gemeente Haarlem om uitspraak te doen over landelijk beleid? En hoe weet u dan in het algemeen uw persoonlijke opvattingen al dan niet principieel als het gaat om uw werk als wethouder? Zijn er meer dingen die je niet doet, omdat u er principiële bezwaren tegen heeft? En burgemeester, voorzitter van het college, was u op de hoogte van het voornemen van de wethouder om zich publiekelijk uit te spreken tegen de coronapas? Is die tweet vooraf met u afgestemd? Voorzitter, er zijn al heel veel vragen gesteld. Wij voegen er nog een paar aan toe en sommige dubbele. Er is duidelijk dat er veel onrust is een veel vragen leven en vragen waar we ook zonder meer antwoord op willen hebben. Wij nodigen, ik hoor het de heer Drost ook zeggen, de wethouder ook nadrukkelijk uit om te reflecteren op de situatie. Hoe kijkt u nu zelf tegen die Twitteractie aan en tegen die mail die u stuurde aan de wijkraad? En wat gaat u in het vervolg anders doen? En hoe gaat u uw principiële bezwaren tegen wat dan ook voortaan inpassen in uw werk? Mag deze raad ervan uitgaan dat u ten alle tijden uw werk als wethouder doet?
6
De voorzitter: Dank u wel. Dat was het. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja voorzitter, nou, wij feliciteren Michel Rog met zijn goeie standpunten over de tweet. Daar is niks op aan te merken. Dat zijn prima argumenten. En dank ook aan de collega Jacques Amand die bij de wijkraad aanwezig was en dit eigenlijk ontdekt heeft, want als daar niemand was geweest van Trots Haarlem was dit helemaal niet ter sprake gekomen en waar we gewoon vrolijk doorgefietst. Ik zou wel graag niet van u uw standpunt willen horen, wethouder Rog, maar graag van de burgemeester zijn visie en zijn bijdrage, want doordat de burgemeester zich vaak op krachtige wijze uitspreekt over het handhaven van coronabeleid en dat soort zaken en eigenlijk dagelijks ondertussen op de tv is waar hij over dat soort onderwerpen praat, is dat wel een verergerende factor geweest. Dus kunt u daar wat op toelichten? De voorzitter: Aan wie vraagt u dat? De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik vraag het aan de voorzitter en die heet Jos Wienen. De voorzitter: Dank. Dan is het helder. De heer Visser. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie waardeert het eigenlijk dat de wethouder zich heeft uitgesproken. We moeten gewoon zo snel mogelijk af van die QR-samenleving. Daar hebben we vorige week of de week geleden debat over gehad.
Maar het college heeft gezegd, het was een persoonlijke titel, ging over landelijk beleid. Oké, was het handig? Nee. De rol van de wethouder is anders dan van een raadslid. Maar nu hoor ik partijen zeggen dat tweets van tevoren moeten worden afgestemd met de burgemeester. Voorzitter, het lijkt me toch echt dat u daar niet op zit te wachten? Dan komt u niet meer toe aan uw werk als burgemeester. Stel een gemiddelde wethouder stuurt vier tweets per dag maal vijf wethouders, dan komt er twintig keer per dag een wethouder aan uw bureau om te vragen of die tweet wel verstuurd mag worden. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Smit. De heer Smit: Mijnheer Visser, als je zo telt is het onbegonnen werk voor onze voorzitter. Maar ik kan me toch voorstellen dat je een rangorde in tweets kunnen maken waarvan je beseft dat het een tweet kan zijn met een heel verstrekkende tekst die anders is als de tweet van, zullen we samen koffie gaan drinken? Dus ik vind deze constatering van u niet helemaal relevant. U ook hopelijk niet. De heer Visser: Nee, maar net weg die suggestie wel gewekt en ik probeer dus een beetje te relativeren. De tweet was niet handig, laat dat duidelijk zijn. Want de rol van een wethouder is wat anders dan de rol als raadslid.
Maar ik vind toch ook wel dat we onze wethouders de ruimte moeten geven om enigszins een mening te kunnen uiten, dat ze niet voor elke tweet naar de burgemeester moeten en dat werd wel degelijk net gesuggereerd. Maar voorzitter, dan de vraag over de QR-code die aan de wijkraad is gesteld. En ik ben heel benieuwd na de verklaring van de wethouder, want die is wat lastiger. Daarom dachten, ik ga het nog een keer lezen wat er staat. En wat er in die mail staat, is van, er is een vergadering in de NH-hal. Er staat niks over QR-code. Dus ik kan me voorstellen dat het secretariaat van de griffie wetende dat de wethouder moeite heeft met de QR-code navraag doet van, is er eigenlijk een QR-code nodig? Probleem is alleen dat dat er niet staat. Er staat niet, belangstellend is er eigenlijk een QR-code nodig? Nee, de wethouder heeft problemen met de QR-code, anders komt hij niet. Dus mijn vraag is eigenlijk van, is die mail en opdracht van de wethouder stuurt of heeft het secretariaat gehandeld en wist de wethouder niet de letterlijke tekst van de mail? De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Verhoeff.
7
Mevrouw Verhoeff: Mijnheer Visser, u maakt één vergissing. De uitnodiging die naar iedereen gestuurd is, ook de wethouder, daar staat in dat je een QR-code verplicht is nadat bij de ingang van de hal zal worden gecontroleerd en kom je later, dan wordt het gecontroleerd boven aan een tafeltje. Dus ja, er was wel degelijk van tevoren bekend, QR-code verplicht. De heer Visser: Oké, dank u wel. Dan heb ik daar overheen gelezen. Ik heb me inderdaad gewoon op die mail gebaseerd. Maar ik wacht de reactie van de wethouder af en dan is nog steeds de vraag van, in opdracht van wie is die mail precies zo gestuurd? Ja, als de wethouder geacht wordt daar te zijn in het hoofd van zijn functie, dan was er volgens mij maar één keuze en dat is inderdaad die laten testen. Maar de ChristenUnie blijft van mening dat we van deze testsamenleving af moeten, want deze QR-code neigt naar dwang en drang voor vaccineren. Dat moeten we in deze samenleving niet willen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het van de zijde van de raad. Ik zal heel kort eerst even ingaan op een paar punten die aan mij gevraagd zijn. Ah, ja. Ik zal heel kort even ingaan op een paar punten die aan mij gevraagd zijn. Ja, ik snap dat we nu een beeldprobleem hebben, maar het is niet anders. Maar het is in ieder geval de burgemeester die spreekt en ook namens het college.
Ik denk dat het goed is om heel kort even de gang van zaken waar een paar mensen naar gevraagd hebben te schetsen. In het college is al voordat de landelijke QRmaatregel werd uitgevaardigd door wethouder Rog aangegeven van, ik heb heel veel moeite met die regel. Nou, we hebben wel vaker discussies in het college, dus het college was bekend met het feit dat wethouder Rog die moeite had en die discussie kunnen we ook gewoon met elkaar hebben. Mijnheer Aynan? De heer Aynan: Oh, het was bekend dus voor de raadsvergadering ook? U zegt dat de heer Rog heel veel moeite met die maatregel heeft. Om welke maatregel betreft dit? De voorzitter: Dat voor de toegang bij een aantal gelegenheden, restaurants, horeca en sportkantines, noem maar op, die middels een pas toegang krijgt. En als je die pas niet hebt, als je de QR-code niet hebt, dan kun je er niet in. Ik denk dat de wethouder zelf het beste kan uitleggen als hij dat wil hoe hij dat ziet, maar in ieder geval, dat was in het college bekend dat de wethouder daar moeite mee had. Mevrouw …: Mag ik even een punt van orde maken? U praat heel onduidelijk. Ik kan u moeilijk volgen. En misschien kan mijn spreektijd ook opgeplust worden, want die gaat nu doorlopen. De voorzitter: Ik denk ook dat het het handigst is om deze microfoon te gebruiken. Wij dachten, we doen het zo zuiver mogelijk, maar dit gaat toch beter. Goed, de heer Aynan.
De heer Aynan: Kunt u wat preciezer zijn over het bekendmaken van die datum? De voorzitter: Ja, daar hebben we in het college over gesproken, in ieder geval op 21 september en ik kijk nog heel eventjes, en op 14 september. Op 14 september is de eerste keer dat we er in het college even over gehad hebben en daarna nog een keer op 21 september. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, de wethouder heeft principiële bezwaren. Ik neem aan dat dat is omdat hij niet gevaccineerd is. Kunt u vertellen wie van het college wel of niet gevaccineerd zijn? De voorzitter: Nee, dat kan ik niet vertellen. En ik heb ook verder helemaal geen behoefte aan. Het gaat erom dat de wethouder, dat was uw vraag en die geef ik antwoord op, in het college heeft aangegeven hoe hij in deze discussie stond. En, en dat is denk ik ook erg belangrijk, dat de wethouder overigens van mening is dat
8
het logisch is dat de burgemeester is geroepen om het landelijk beleid en de wetgeving te handhaven, dat hij daar ook achter staat en dat het hele college daarachter staat. Dat is ook wat u in de verklaring van het college heeft gehoord. De wethouder heeft gezegd, ik heb een persoonlijke opvatting, maar ik sta achter de uitvoering van het beleid wat hier in deze gemeente gevoerd wordt als wethouder. De heer Smit. De heer Smit: Ja, ik stak mijn hand op en toen zei u heel duidelijk, ik sta achter het uitvoeren van het beleid, de verantwoordelijkheid die u hebt. Dus op dat moment heeft de wethouder gezegd, ik sta achter de wijze waarop die hem uitvoert. U voert uit dat je bij de entree van gesloten panden, sporthallen enzovoorts, je QRcode moet laten zien. Dus dat heeft de wethouder op dat moment erkent en beaamt dat het bij de uitvoering hoorde. Klopt dat, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Ja, daarover hebben we in het college nooit verschil van mening gehad en dat is ook de reden waarom het college dat een verklaring waaraan gerefereerd werd ook aan uw raad heeft laten weten. Ja? De heer Smit: Maar sorry voorzitter, maar er was dus blijkbaar wel verschil van mening, want drie dagen later laat de wethouder vragen of hij in afwijking van wat u uit moet voeren zonder QR-code of zonder een negatief testresultaat binnen mag komen in de sporthal.
Dat klopt toch, mijnheer de burgemeester? De voorzitter: Nee. Ik denk dat sowieso de volgorde wat anders is, maar laat mij eventjes neerzetten zeg maar hoe het gelopen is. Voor het college was daarmee de zaak helder. De uitvoering van het beleid ligt bij de burgemeester. Die heeft het handhavingsbeleid. Het college steunt de burgemeester daarin. Heeft er geen eigen besluitvorming overigens op gepleegd en dat is zeg maar een deel van de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dus wij hebben in persoonlijke opvatting van de wethouder die die ook kenbaar gemaakt heeft en we hebben te maken met het feit dat wij als college geroepen zijn om de wet uit te voeren zoals wij dat trouwens allemaal zijn, daar hebben we zelfs een eed op afgelegd en daar is ook geen misverstand over. Vervolgens … Ik zie dat er nog een interruptie is. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Nou ja, u schetst een beeld dat het vrij duidelijk was voor het college, maar u heeft wethouder Rog is niet alleen wethouder van financiën, maag natuurlijk ook van sport, om daardoor veel in sportkantines en dan zal hij toch met u hebben besproken hoe we dat varkentje gaan wassen. Of hij kan gewoon niet gaan, wat ook uiteindelijk blijkt, of hij moet een ontheffing krijgen. De voorzitter: Zeker.
Dat is waar de wethouder zelf zo meteen, daar is hij uitvoerig op bevraagd en daar zal hij ook zelf op reageren? Mevrouw Van Zetten: Nou, ik wil van u een antwoord, want u bent voorzitter van het college. U stelt vast, ja, maar ik doe de uitvoering en handhaving. De wethouder die gewoon zich moet houden aan de wet zoals alle mensen hier in Haarlem die ergens naartoe gaan aan de kantine in willen, die moeten die code laten zien. U weet op dat moment dat de wethouder dat dus niet gaat doen. De voorzitter: Nee, wat ik weet, dat is dat wij in het college met elkaar geconstateerd hebben dat de wet wordt gevolgd en de landelijke regelgeving gebaseerd op die wet. En dat geldt voor alle collegeleden. En de wethouder gaat zo meteen zelf uitleggen hoe hij met die spanning omgaat, want dat dat voor hem zelf inspanning oplevert, is helder. Maar voor het college is de zaak eenduidig. En ik zie dat er nog een aantal reacties zijn. Nou, ik ga je gewoon de gelegenheid geven. Houdt u trouwens wel rekening met het feit dat wij vanavond nog een hele volle agenda hebben en dat sommige zo door hun tijd heen zijn? Dus ik benoem dat mag eventjes. De heer Hulster.
9
De heer Hulster: Kunt u uitleggen wat het verschil is tussen de persoonlijke tweet van de heer Rog en de persoonlijke tweet van de stadsdichter? De voorzitter: Ik kom op de tweet zo. De heer Aynan. De heer Aynan: Het was bekend, de principiële bezwaren. En die zijn nogal scherp neergezet. Mijnheer de wethouder heeft op 14 en op 21 september laten weten dat hij dus ook principiële bezwaren heeft. Waarom heeft hij dat op het scherpe debat op 24 september niet aan ons medegedeeld? De voorzitter: Om de hele simpele reden dat het daar ging over de uitvoering van het beleid, het landelijke beleid, en daar staat het college achter. Er is dus geen reden om dan te zeggen van ja, wat voor persoonlijke opvattingen er verder zijn of wat voor discussies we verder hebben in het college. U hebt te maken met een college wat eenduidig aangeeft wat er aan de hand is. De heer Aynan. De heer Aynan: Voorzitter, hoe verklaart u dan hoe in dat licht bezien dat we hier te maken hebben niet met een wethouder, maar met een wetontduiker qua QR-code richting de wijkraad? Want daar gaat het om. Dat is de uitvoering en daar schuurt het.
Waarom heeft u de raad toe niet meegenomen in het feit dat we hier te maken hebben met een principiële weigeraar qua QR- en testsamenleving? De voorzitter: Dat wacht u nou voordat u nu allerlei uitspraken doet die nog maar de vraag zijn of ze kloppen, wacht even op wat de wethouder daarover zegt en daar ben ik graag bereid in een tweede termijn te reageren als u die vraag dan nog heeft. De heer Smit. De heer Smit: Voorzitter, heeft u vanuit uw functie en het functioneren van het college met de wethouder gesproken over de beperkingen die konden en kunnen ontstaan in zijn functioneren? De voorzitter: Wij hebben zeker gesproken over van, hoe verhoudt zich nou zo’n persoonlijk standpunt met de verantwoordelijkheden die wij hebben als bestuurder? En daar heb ik net al van gezegd dat daar wat ons betreft ruimte voor is. Dat kan. En de wethouder gaat zo meteen nog in op hoe hij daar zelf mee omgaat, hoe dat bij hem persoonlijk ligt. En ik denk dat het goed is als u nog vragen op dat punt heeft, dat ik daar daarna een tweede termijn op ingaan dat ik nu niet allerlei uitspraken gaat doen over dingen waar de wethouder zo meteen nog mee gaat komen. De heer Aynan. De heer Aynan: Heeft u de mailwisseling met de wijkraad gelezen? De voorzitter: Of ik die gelezen heb? Jazeker.
De heer Aynan: Hoe beoordeelt u de wethouder daarin? De voorzitter: Ik wil daar zo meteen wat van zeggen, nadat de wethouder er zelf wat over gezegd is. Ik heb er wel behoefte aan om nog één ding te zeggen, want dat is ook gevraagd, van als u op de hoogte van het Twitterbericht? Dat was ik niet, dus daar was ik even verrast door sommige van u. Overigens heeft de wethouder dat wel gedeeld met het college van joh, deze Twitterberichten heb ik gestuurd, maar dat was nadat het verstuurd was. En dat lag in het verlengde van zijn persoonlijke opvatting. Hij zal daar zo meteen nog een toelichting op geven. En als u aan mij vraagt aan het werd gevraagd, van hoe kijkt u daar naar? Nou, ik vind het ongemakkelijk. Ik denk dat het kan. Ik denk dat ook mensen die een ambt bekleden, dat die iets van hun persoonlijke afwegingen en opvattingen kunnen delen. Maar tegelijkertijd is het problematisch, is het ook
10
ongemakkelijk. En waarom is het ongemakkelijk? Omdat het aan de ene kant thuishoort in het maatschappelijk debat waar alle plaats voor moet zijn, maar aan de andere kant bij mensen ook vragen kan oproepen over van, hoe zit dat nou precies met de overheid als aan de ene kant het gezegd woord en aan de andere kant dat? En dan maak ik een onderscheid. Je hebt de positie van de staatssecretaris, die deel is van de regering en die zich distantieert van het besluit van diezelfde regering waar ze deel van uitmaakt. Daarvan heb ik gezegd, dat vind ik onverstandig. Dat heeft ook vrij zware consequenties gehad. In dit geval ging het niet om een besluit van het college waar afstand van genomen werd, maar om een landelijk besluit. En dan blijft het ongemakkelijk. Dus dat is de kwalificatie die ik eraan verbind. De heer Hulster? De heer Hulster: Ik lees even een quote van u voor uit het programma Buitenhof. Nou ja, het gaat om draagvlak. We moeten met elkaar ook deze laatste fase door en dan is het gewoon slecht wanneer het draagvlak wordt ondermijnd en dat is wat er gebeurt. Die discussie vind ik uitstekend, politici doen dat, dat zijn uitstekend Kamerleden. Allemaal eigen opvatting. Prima. Maar nu zou je moeten zeggen, jongens, hier staan we voor en dit is wat er nu moet gebeuren, ook al heb je misschien binnenskamers gezegd van, is dit wel verstandig? De voorzitter: Ja, mooie uitspraak.
Dus daar is volgens mij helemaal niks mis mee. Dat is hoe ik er naar kijk. Daarom heb ik ook gezegd dat ik, wat de staatssecretaris deed, vind ik ook staatsrechtelijk problematisch, omdat ze deel uitmaakt van de regering. Dus dat is een wat ernstiger zaak nog. Maar ook in zijn algemeenheid, ik heb dat geloof ik ook in die uitzending gezegd, ik heb ook collega’s gehad, zeer gerespecteerde collega’s, vrienden van me, die publiekelijk afstand namen van sommige van de maatregelen die genomen werden en waarvan ik gezegd heb, ik vind dat onverstandig, ik vind dat je dat niet moet doen, want je hebt een rol in de handhaving van deze maatregelen en ik vind dat je niet helpt met het draagvlak als je nu publiekelijk uitspreekt dat je daar moeite mee hebt. Maar dat gebeurt een enkele keer wel en ik heb gezegd hoe ik daar naar kijk. Ja, mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Dus u stelt nu met dat programma in Buitenhof, waar u toch flinke woorden heeft gesproken over uw CDA fractie, hoe noem je dat, partijgenoot Mona Keizer. Heeft u toen ook niet via dat optreden uw eigen wethouder willen disciplineren? Want in feite is er natuurlijk helemaal niet zo heel veel licht tussen landelijk beleid en hier, wat wij hier moeten uitvoeren.
Want het gaat uiteindelijk om, mevrouw Keizer vond het ongrondwettelijk, dat coronabeleid, had ze moeite mee en dat werd onderschreven door de heer Rog in zijn tweet. En ik denk dat u als CDA burgemeester met ook opvattingen hoe de wereld in elkaar zit hier toch wel enigszins vreemd van heeft opgekeken. En ik wil nogmaals vragen, bedoelde hij u ook niet met Mona Keizer, ook de heer Rog van, zo gaan we toch uiteindelijk hier niet met elkaar om? De voorzitter: Dank u wel. Nee, dat was in de verste verte zat dat niet in mijn achterhoofd en ook niet aan de voorkant. Ik heb de opvatting die ik heb. Die heb ik net nog even toegelicht. Ik denk dat degene die een directe rol spelen of die zelf verantwoordelijk zijn voor maatregelen, dat die des te meer terughoudend moeten zijn in het debat. Dat is mijn opvatting. Dat vond ik en dat vind ik en dat heb ik bij alle gelegenheden, niet alleen bij die uitzending, ook daarvoor en daarna, uitgedragen. Dan neemt niet weg dat ik ook buitengewoon hecht aan ruimte voor persoonlijk geweten. Ik vind dat echt een van de grootste dingen die wij hebben in onze samenleving, dat mensen die ruimte ook hebben. En als ik zeg dat ik dingen onverstandig vind of dat ik dingen ongemakkelijk vind, is nog wat anders dan te zeggen dat mensen hun mond zouden moeten houden.
Ik heb een duidelijke opvatting over wat ik verstandig vind en wat ik een juiste bestuurlijke benadering vind, maar het is absoluut niet zo dat ik mensen wil disciplineren op dit terrein. Mevrouw Otten.
11
Mevrouw Otten: Voorzitter, u kent mij als een redelijk kalm persoon, maar ik zit echt te koken van woede. Hoe kunt u zo bagatelliseren, een wethouder die ook voor zijn ambtenaren moet staan? Voor de handhavers, die de stad ingestuurd worden in de nacht die uitgescholden worden? Voor alle ondernemers in Haarlem die zich eraan moeten houden? U draait eromheen, u zit maar te bagatelliseren en door te praten. Ik vind dit heel vervelend en heel ongemakkelijk. En ik zou graag van u horen hoe u dit ook verdedigd ten opzichte van de boa’s die de straat opgaan en die nu ook op straat lopen en dit beleid uitvoert. De voorzitter: Ja, ik denk dat u nou toch echt iets te snel uw conclusies trekt. Wat ik doe, is uitleggen het college staat voor het beleid en het college steunt de uitvoering. En ook heb ik aangegeven dat ik van mening ben dat het ongewenst is dat het maatschappelijk debat vanuit bestuurlijk en verantwoordelijkheid gevoerd wordt. Ik denk dat de andere dat wat beter kunnen voeren. Dat is mijn opvatting. Daar heeft u mij naar gevraagd en daar heeft u antwoord op gekregen. En ik denk dat voordat we nu allerlei tussen conclusies trekken of emoties laten doorlopen het goed is om juist eens even eerst te luisteren naar de wethouder hoe hij aankijkt tegen de vragen die hem gesteld zijn. Ik zie dat er nog twee interrupties zijn op mij.
Die gelegenheid geef ik u, maar daarna zou ik echt willen zeggen van, laten we nu eerst eens even luisteren naar wat de wethouder zelf te melden heeft. Eerst de heer Rutten. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. Uw opvatting, die uiteenzetting is helder. Dan is de vraag, want u zegt, we hebben in het college en u heeft ook met de wethouder gesproken over zijn eigen opvattingen en principiële problemen die er lagen, heeft u toen er ook over gesproken van, is het wenselijk of niet wenselijk of ben je van plan om je daar ook publiekelijk over uit te spreken? Zonder dat u daar had kunnen zeggen dat ik u vraag of u zegt heeft dat het niet mag, maar heeft u daar vragen over gesteld? Of heeft u gezegd, dat zou ik liever niet hebben? Of ga je gang als je je daarover uit wil spreken? Was dat bekend? De voorzitter: Nee, ik heb volgens mij net ook al gezegd dat ik niet wist dat er een Twitterbericht zou komen, dus dat … De heer Rutten: In zijn algemeenheid, want u heeft een uitvoerig gesprek gehad. De voorzitter: Ja, maar over de opvatting gesproken, niet over de discussie naar buiten. Dat was het? Ja, de heer Aynan nog. De heer Aynan: U zegt, het college steunt de uitvoering van het beleid. Dan wil ik uw interpretatie weten van quote uit de mail: de wethouder is echt principieel tegen de test- en QR-samenleving en heeft aangegeven hier niet aan mee te doen.
Dus hoe kan het college, het gehele college dan de uitvoering van het beleid nog steunen? De voorzitter: Ik denk dat dit een hele mooie vraag is om de overgang te maken naar wethouder Rog. Nou, gelet op … Ik denk dat je beter zichtbaar bent als je gaat staan. Ja. Wethouder Rog: Voorzitter, dank u wel. En geachte raad, excuses ook van mijn kant dat het langer heeft geduurd. U wilde hierover al eerder met mij het debat aangaan en dat had ik ook graag gedaan. Daar was ik toen niet toe instaat wegens enkele onderzoeken. Vanavond ben ik er wel en ik ben ook graag bereid om verantwoording aan u af te leggen en u mee te nemen ook in de gewetensstrijd die ik voor mijzelf gevoerd heb rond het coronabeleid. Voor mij persoonlijk en velen van u hebben daar vragen over gesteld, was de coronapas toch echt een nieuwe fase in dat coronabeleid die inderdaad leidt tot tweedeling en aantasting van
12
vrijheidsrechten, waar ik persoonlijk heel veel moeite mee had. En dat betekent dat ik in gewetensnood zat en ook daar mijn collega’s over heb geïnformeerd in het college en ook de fractie van het CDA. Ik heb mij … De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ik heb gevraagd aan het CDA of ze door u waren ingelicht en ik hoorde het CDA nee zeggen. De voorzitter: Die vraag richtte zich op de e-mail rond de QR-code en dat klopt. Mevrouw Van Zetten: Nee, ik heb gevraagd voorafgaand aan het debat op 24 september. U heeft intensief contact gehad met de wethouder. Hebben jullie hierover gesproken? Toen was het antwoord nee. En u zegt nu, we hebben het wel besproken en de fractie wist ervan. De heer Dreijer: Voorzitter, mag ik hem beantwoorden? De voorzitter: Ja, want ik denk ook van, mijnheer Dreijer, geeft u even toelichten, dan is dit punt uit de wereld. De heer Dreijer: Waar ik op reageerde, was inderdaad of ik wist van de brief en van de tweet, waar we wel van op de hoogte waren. Het is ook wat wethouder Rog zegt, is dat wij tegen dit coronabeleid is en een gewetenswaarde heeft. Dat heeft hij gemeld, maar hoe dat verder in de uitvoering gegaan is, daar zijn we niet van op de hoogte gesteld. Mevrouw Van Zetten: Daar ging inderdaad mijn vraag niet over. Het ging erom, wist u van dit standpunt voorafgaand aan het debat op 24 september? En de wethouder knikt ja.
De heer Dreijer: Dus het is nu duidelijk, ja? Ik heb gereageerd op de brief en de tweet, maar we wisten dat hij … De voorzitter: Goed, er is dus geen verschil van mening tussen u en de wethouder op dit punt. Overigens heeft u ook geen spreektijd meer, mevrouw Van Zetten. Wethouder Rog. Wethouder Rog: Voorzitter, mijn bezwaar zit erin dat we mensen als een groen vinkje of een rood kruis gaan behandelen en met name gericht op jongeren die een belangrijk deel van hun dagelijkse sociale leven ontnomen wordt. En dat doet mij pijn en ik heb daar echt principieel inderdaad moeite mee. Tegelijkertijd was, ja goed. De voorzitter: Mijnheer Bloem, ik ga zo meteen overigens de wethouder de gelegenheid geven om zijn verhaal gewoon eerst te houden, want anders dan krijg je constant vragen waardoor het verhaal uiteindelijk ook niet helder wordt. Ik geef u nu de gelegenheid om de vraag te stellen, maar daarna wil ik de wethouder de gelegenheid geven om zijn verhaal te houden en daarna komt u om uw vragen te stellen. De heer Bloem: Nou voorzitter, ik wou een vraag stellen of de wethouder het verstandig vond om hier weer mee te beginnen, weer met die boodschap die de boa’s en alle horeca ondernemers ondermijnd? Ik vind dat geen verstandig begin, maar laten we inderdaad het verhaal afluisteren.
Wethouder Rog: Ik wil graag straks ook inderdaad terugkomen op de gevolgen inderdaad voor ambtenaren en ook voor de mensen die het werk in de stad doen. Ik was niet van plan om mij publiekelijk uit te laten, ook al
13
had ik die principiële bezwaren. En dat lag inderdaad in het feit van dat ik besef dat wij als lokale overheid aan de lat staan van de uitvoering van het beleid hier lokaal. Ligt bij de burgemeester en zowel ik als overige wethouders steunen de burgemeester in die uitvoering en dat geldt onverkort dus ook voor mij. Tegelijkertijd kun je het toch principieel ergens mee oneens zijn dat een wet is ingevoerd. En voor mij gold en geldt dat wat deze wet betreft. En dat zit hem onder andere juist in inderdaad bijvoorbeeld op mijn portefeuille wat er gebeurt in sportkantines. Het doet me pijn aan het hart als ik zie dat kinderen niet de limonade mogen halen in de pauze van een wedstrijd of even kunnen schuilen voor de regen. En tegelijkertijd besef ik dat ik als wethouder sport aanwezig ben op de sportvelden en in de sportkantines en dat heb ik tot op heden ook altijd gedaan. Ik wil in ieder geval kort even wat aangeven over de tweet en de gevolgen daarvan voor het beleid en daarna over de e-mail die ik heb gestuurd of die ik heb laten sturen. Voor wat betreft de tweet, ik was niet van plan om mij te mengen in het publieke debat, hoewel ik van mening ben dat een genuanceerd debat over zoiets wezenlijks als de invoering van de coronapas meer gevoerd zou moeten worden, zeker ook in mijn eigen partij.
En ik heb alsmede CDA’er mijn oud-collega waarmee ik 8,5 jaar heel fijn heb samengewerkt een hart onder de riem willen steken met deze tweet. Is dat handig geweest? Heb ik daarmee alleen maar goed gedaan? Nee, zeker niet. Ik heb de emotie hier ook inderdaad gezien, de boosheid gezien. Ik heb gezien welke effecten dat heeft gehad in de samenleving en het heeft me ook, ik vind het erg jammer dat het zo lang heeft geduurd voordat wij daar nu met elkaar over in debat kunnen zijn. Tegelijkertijd, het is een mening over de invoering van dat beleid. Het staat voor mij echt los van de uitvoering die ik volledig toevertrouwen aan de burgemeester en waar ik onverkort ook steun aan geef. Ik merk dat de heer … Ja, ik … Oké, ook goed. Ik wil … Misschien moet ik meteen door naar die e-mail aan de wijkraad. Ik wil daar een paar dingen over zeggen. Het allereerste wat ik daarover ga zeggen is, die had ik nooit moeten versturen. Ik heb aangegeven mijn principiële bezwaren en ik heb daarin een worsteling doorgemaakt voor mij persoonlijk over hoe ik mij moest verhouden tot de consequenties van deze wet. Voor mij was glashelder dat het betekent dat de uitvoering ter hand wordt genomen van de handhaving.
Voor mij was niet helder op dat moment dat ik deze e-mail stuurde of liet sturen, het effect van mijn vraag en het besef dat ik als wethouder geacht ben gewoon naar mijn taken uit te voeren en naar de uitnodiging te gaan die paste binnen mijn portefeuille. Ik heb deze mail gestuurd op het moment in die worsteling, en die gewetensstrijd die ik zelf heb gehad over, wat wil ik? Hoe wil ik hier privé, hoe wil ik hier als publiekambtenaar mee omgaan? En waarom was dat? Was voor mij omdat ik het moeilijk vond om ergens als publiekfiguur te zijn terwijl andere mensen buitengesloten worden. Ik heb daar moeite mee. En tegelijkertijd zie ik dat dat de consequentie is van deze wet en dat ik met deze e-mail die echt verkeerd geïnterpreteerd is en dat verwijt ik anderen niet, maar die verkeerd gelezen is dat mijn eigen intentie bij de mail, want die was, hoe kunnen we zoeken naar hoe een evenement inclusief voor iedereen toegankelijk gerealiseerd kan worden? Dat was mijn wens, datgene wat ik wilde bereiken, wat ik beoogde te doen. Juist omdat ik niet wil dat mensen niet mee kunnen doen in de samenleving, waarvan veel mensen nu het gevoel hebben dat dat voor hen geldt en wat mij heel veel verdriet doet.
Daarom stuurde ik deze mail en a, ik had hem niet moeten versturen, b, hij is volstrekt onhandig geformuleerd en c, ik heb daarmee zowel ambtenaren, maar ook mijn collega’s in een lastig parket gebracht, omdat het gevoel kon ontstaan, sterker nog, daar heb ik nog aan bijgedragen toen, dat wethouders hier verschillen mee omgaan. En dat is niet goed en dat spijt mij ook. Dat had ik niet moeten doen. En ik heb dat naar die ene mail in die worsteling rond mijn geweten ook nooit meer gedaan en ik zal dat ook niet meer doen. Ik weet niet of ik door kan, of … Vervolgens is dan nu de vraag, hoe gaat de wethouder daar mee om en hoe wil die dat in de toekomst doen? Die vraag hebben een aantal mensen gesteld en dat is denk ik ook heel terecht. Ik heb aangegeven dat ik met die worsteling voor mijzelf zat en die heb ik ook wel tot een einde gebracht. Dus ik heb ook echt duidelijk voor mezelf dat ik er inderdaad inclusief voor de hele stad wil zijn, ongeacht of een uitnodiging vraagt om het tonen van een QRcode, ongeacht of een uitnodiging in een gelegenheid is waar dat niet hoeft. Ik zal er altijd voor alle Haarlemmers zijn, of zij wel of niet gevaccineerd zijn, of zij wel of geen QR-code kunnen of willen tonen. Ik wil
14
er voor iedereen zijn en ik zal in mijn uitvoering van mijn wethouderschap ook gewoon naar alle bijeenkomsten gaan en dat niet laten afhangen van dit soort vragen, dus ook dit soort mails niet meer sturen. Ik denk dat ik het daar voor nu even bij laat. De voorzitter: Dank u wel. Ik begrijp dat er zeker nog allerlei vragen zijn. Ik weet ook dat u zich heeft moeten inhouden, omdat u nog tussendoor vragen had willen stellen. Toch wil ik voor dit moment even de vergadering schorsen en daarna de gelegenheid geven voor het tweede termijn en de vragen stellen. Dus ik schors. Ik denk dat vijf minuten, dat dat goed moet zijn. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering en ik verzoek u om de onderlinge gesprekken te staken. Dan gaan wij naar de tweede termijn. Mevrouw Van Zetten: Mag ik een punt van orde maken? De voorzitter: Ik wil in ieder geval afspreken dat de spreektijden die heel erg beperkt waren, het gaat om een heel principieel debat, dat we daar met enige terughoudendheid verder mee omgaan. In die zin, ik ga niet afkappen omdat de spreektijd voorbij is. Ik zal wel regelmatig manen om niet te veel te herhalen en geconcentreerd het debat te voeren. Ik wil even weten wie in tweede termijn het woord wenst. Ja? Mevrouw Van Zetten: Mag ik een punt van orde maken? De voorzitter: Zeker, ja.
Mevrouw Van Zetten: U heeft geschorst als college, dat is niet voor niks en dan verwacht ik van het college dat u even vertelt waarom u geschorst heeft en dan wil ik graag een reactie horen van u. De voorzitter: Zeker, dat kan. Het college vindt het belangrijk dat we met elkaar even de vragen die gesteld zijn door u heel zorgvuldig doornemen om ervoor te zorgen dat we met zijn allen een helder beeld hebben van hoe het precies zit. Dat hebben we met elkaar nog even op een rij gezet. De heer Rutten. De heer Rutten: Dan heb ik daar meteen een vraag bij. Heeft dat tot andere inzichten geleid en gaat u die nu met ons delen, als er andere antwoorden zijn gekomen dan in de eerste termijn door u en de wethouder gezegd? De voorzitter: Wat mij betreft zijn er geen redenen om op iets terug te komen, maar wij hebben met het college nog eventjes de gang van zaken goed besproken. Ik ga naar de raad voor de tweede termijn. Wie wenst daarover het woord? Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Het is eigenlijk geen tweede termijn, maar gewoon een punt van orde, want ik heb best wel wat vragen gesteld en die zijn allemaal niet beantwoord. Daar ben ik gewoon erg benieuwd naar, naar die antwoorden. De voorzitter: Ja.
Ik kan mij voorstellen, want we kunnen natuurlijk zeggen: we gaan nog eens een keertje kijken ‘wat zijn er dan nog precies voor vragen die blijven liggen?’ Maar eigenlijk denk ik dat het goed is dat u de vragen dan, na wat de wethouder gezegd heeft en eventueel na wat ik gezegd heb, maar dat u kijkt: wat zijn voor u de punten die dan overblijven en waar u inderdaad echt behoefte hebt aan nadere toelichting?
15
Omdat ik denk dat wij anders met elkaar, dan zijn we nog een hele tijd bezig met allerlei vragen langslopen uit de eerste termijn, terwijl de essentie is: de wethouder heeft zijn positie geëxpliciteerd, heeft gezegd hoe hij erin zit en ik denk dat het aan u is om in de tweede termijn aan te geven welke vragen u dan overhoudt en hoe u daar tegenaan kijkt. Mijn voorstel is dat we het op die wijze nu in tweede termijn oppakken. De heer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik raad dat de collega’s van de raad af, om op die manier in uw ‘…’ stijl mee te gaan. Er zijn vragen gesteld, die vragen moeten nu beantwoord worden. Zo is het spel, zo zijn de regels en zo wordt het ook gespeeld. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Nou, het gebeurt zelden dat alle vragen beantwoord zijn en soms worden alle vragen beantwoord en dan zijn de raadsleden … De heer Smit: Sinds u burgemeester bent lijkt dat een soort usance, maar ik wil het toch even zuiver houden. De voorzitter: Nee, nee, nee. Ik hecht eraan, want ik vind het ook niet erg als u zegt: we willen het zo doen. Dan krijgen we een heel warrig debat waarin mensen zeggen: maar ik had ook nog een vraag, daar heb ik ook nog geen antwoord gehoord. Ik vind het best, als u het zo wilt, dan gaan we het zo doen.
Ik hecht er wel aan dat u regelmatig ook te maken hebt met een situatie waarin in het algemene betoog antwoorden zijn gegeven en dat in tweede instantie gevraagd wordt om scherper het antwoord te formuleren. Ik kijk even, er is een ordevoorstel van mevrouw Van der Windt en nu door de heer Smit nog een keer: we willen eigenlijk voordat we naar een tweede termijn gaan eerst antwoorden hebben op vragen die volgens ons nog niet beantwoord zijn. Als u dat wil denk ik dat we eerst eens gaan inventariseren welke vragen er nog liggen en daarna de antwoorden aanhoren en dan naar de tweede termijn gaan. Maar ik zou u, het heeft niks met ´…´ te maken, ik raad u echt aan: concentreer dit nou op de hoofdzaken. U bent in tweede termijn volgens mij heel goed in staat om te zeggen: deze vragen, daar draait het om en ik heb daar niet het goede antwoord op gehoord en ik wil dat antwoord wel hebben. Maar als u zegt ‘ik kies voor die andere lijn’, dan doen we dat. Ik kijk even, er is een voorstel van mevrouw Van der Windt, u handhaaft het voorstel: eerst het langslopen van de vragen. De heer Smit ook. Is dat een gesteund voorstel? Dan stel ik voor dat we nog even gaan schorsen om te gaan inventariseren welke vragen er nog liggen.
U kunt het … O, dat wilt u ook niet? Nou, dan … Ik raad u … De heer …: Voorzitter, voorzitter, u zegt net … De voorzitter: Als voorzitter wil ik nu toch echt even aangeven: wij voeren met elkaar een serieus debat, u wilt graag antwoorden hebben, daar heeft u ook recht op. Dan moet u de wethouder ook de gelegenheid geven om even op een rijtje te zetten: welke vragen heb ik nu wel beantwoord en welke nog niet? Als dat tijdens zijn betoog moet gebeuren, dan wordt dat een door uzelf denk ik veroorzaakt warrig gebeuren. Ik denk dat niemand daarbij gebaat is. De heer Smit. De heer Smit: Ik meende dat u net zei dat u de vragen doorgenomen hebt en dat u dat deed om met zijn allen te weten in het college hoe u er tegenaan keek, in ieder geval hoe u de zaken op dit moment inschatte. Dus u heeft blijkbaar alle vragen doorgenomen en dan verbaast mij dat u zegt: ik wil de vragen nog een keer door gaan nemen met het college. De voorzitter: Nee, want dat was niet de vraag: welke vragen zijn er wel of niet beantwoord? U zegt nu: er zijn vragen niet beantwoord en daar willen we antwoord op hebben. Dus dat moet even geïnventariseerd worden. Als de wethouder zegt ‘ik heb dat hier op een rij staan’ mag het ook, dan zou ik zeggen: gaat uw gang. Als u zegt ‘ik wil daar even gelegenheid hebben om dat te sorteren’, dan kan dat ook. Zegt u het maar.
16
Wethouder Rog: Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk van de vragen mee te nemen in een algemeen betoog. Ik wil best een aantal elementen langs die ik nog genoteerd heb, hè? Hart voor Haarlem bijvoorbeeld concreet, dat gaat over dat ik heb gezegd dat het ongrondwettelijk is. Volgens mij heb ik in mijn tweet het heel concreet genoemd, over de spanning met vrijheidsrechten. De voorzitter: Even, nou gaat u een voorbeeld geven. Begrijp ik hieruit dat u zegt ‘ik heb het genoteerd, dus ik kan ze langslopen’? Wethouder Rog: Ik wil een aantal vragen die ik heb genoteerd natuurlijk langslopen en ongetwijfeld zijn er … De voorzitter: Dan horen we vanzelf wie u dan nog vergeet. Dan heeft u het woord. Wethouder Rog: Ja, dus … Mevrouw Van Zetten: Even nog een punt van de orde. Misschien kunt u gaan staan, want uw kop is niet in beeld. Wethouder Rog: Er zijn een aantal concrete vragen gesteld. Jouw Haarlem: wanneer het bekendgemaakt? 14 en 21 heb ik in het college mijn … Mevrouw Van Zetten: Ik wil niet vervelend zijn, maar ik versta u echt niet. Misschien moet uw microfoon ook een beetje omhoog. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, u was degene die wilde dat hij ging staan en hij staat. Wilt u hard praten, dan kan ze het hopelijk horen? Mevrouw Van Zetten: … gaan, voorzitter.