CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Winsten in de jeugdhulp

commissie Samenleving 10 april 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Winsten in de Jeugdhulp2.651 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota

Onderwerp Winsten in de jeugdhulp Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2024/1702460 Leeuwen, B. van 2.2 Voorzieningen Jeugd JOS Meyjes, P. 06 18733249 pmeyjes@haarlem.nl Naar aanleiding van de motie ‘Geen excessieve winsten in de jeugdzorg’ zijn de winstpercentages van gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in kaart gebracht. Dit is gedaan aan de hand van door de jeugdhulpaanbieders gepubliceerde jaarverslagen 2023. Het is belangrijk om hierbij te vermelden dat een winstpercentage onvoldoende informatie geeft over een organisatie om hier een oordeel aan te verbinden. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of de winsten zijn gemaakt met jeughulpgelden uit de jeugdregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond. Een hoog winstpercentage is wel aanleiding voor een gesprek met een aanbieder en indien nodig een nader onderzoek. Voor perceel 1 is gebruik gemaakt van de landelijke norm van 5% en in perceel 2 is er een winstplafond vastgesteld van 8%. Uit analyse blijkt dat 11 van de 38 aanbieders die onderdeel zijn van Perceel 1 een winst hebben gerealiseerd van 5% of hoger. In Perceel 2 zijn er 2 van de 60 aanbieders met een winstpercentage van 8% of meer. De reacties van jeugdhulpaanbieders met hoge winsten zijn in deze informatienota verwerkt. De gemeente zal dit jaarlijks blijven onderzoeken.

Indien er ongewenste ontwikkelingen zijn met betrekking tot de winsten van onze gecontracteerde partners, zet de gemeente Haarlem in samenwerking met de regiogemeenten een proces in werking, dat begint met overleg met de aanbieder(s) en als uiterste consequentie het terugvorderen van te hoge winst en ontbinding van het contract heeft.

Behandelvoorstel voor commissie

Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Samenleving. Deze informatienota is opgesteld naar aanleiding van een aangenomen motie 10BIS ‘Geen excessieve winsten in de zorg’.

Kenmerk: 2024/1702460

1/7

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 25 maart 2025

geen 1. Het college stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,

de burgemeester,

1. Inleiding In november 2022 is de motie ‘Geen excessieve winsten in de zorg’ aangenomen, waarbij het college opgedragen is ‘Om per jaar inzicht te verkrijgen in de winsten van de jeugdzorg-aanbieders en de Commissie Samenleving daarover elk jaar te informeren en bij overschrijding van de winstplafonds in te grijpen.’ Deze nota komt tegemoet aan de motie. De gemeenten in de jeugdregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond (ZKIJ) hebben gezamenlijk jeugdhulp ingekocht in twee percelen. Voor meervoudige jeugdhulp zijn overeenkomsten afgesloten met vier consortia in Perceel 1. De vier consortia bevatten samenwerkingsverbanden van in totaal 38 jeugdhulpaanbieders. Voor enkelvoudige jeugdhulp is Perceel 2 ingericht. Perceel 2 bestaat uit 60 gecontracteerde partijen, waarvan 16 instellingen en 44 vrijgevestigden. Jeugdhulpaanbieders zijn wettelijk verplicht om voor 1 juni de jaarverslagen te publiceren van het voorafgaande kalenderjaar (de Wet marktordening gezondheidszorg (WMG)). De jaarverslagen worden gepubliceerd op: https://www.jaarverantwoordingzorg.nl/ . Alle cijfers en bedragen die in dit stuk worden weergegeven komen uit de jaarverslagen 2023 en zijn publiek toegankelijke data.

De Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) houdt toezicht op de aanlevering van de verantwoordingen, en samen met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houden ze toezicht op het hele stelsel (zorgkwaliteit, bestuur, financiën). Solistisch werkende jeugdhulpverleners zijn niet verantwoordingsplichtig, dus niet elke Perceel 2 jeugdhulpaanbieder heeft een jaarverslag gepubliceerd. Contractueel is het mogelijk om cijfers op te vragen. De winstpercentages uit de gepubliceerde jaarverslagen staan in bijlage 1. In deze nota wordt inzicht gegeven in jeugdhulpaanbieders uit Perceel 1 die meer dan 5 % winst hebben gemaakt. Er is voor dit percentage gekozen omdat dit overeenkomt met de landelijke norm van 3 tot 5 % als maximale winst. In Perceel 2 is vanwege jurisprudentie contractueel de grens van 8 % opgenomen. Alle consortia en 2 jeugdhulpaanbieders uit Perceel 2 hebben de mogelijkheid gehad om een reactie te geven op de winstpercentages die hoger zijn dan de norm. De binnengekomen reacties zijn meegenomen in deze nota.

Kenmerk: 2024/1702460

2/7

2. Kernboodschap Excessieve winsten binnen de jeugdhulp zijn onwenselijk en vragen om ingrijpen. De verschillende stappen die doorlopen worden bij dit ingrijpen begint bij monitoring en het voeren van gesprekken, en hebben als mogelijke uiteindelijke consequentie ontbinding van het contract. Echter, een winstpercentage uit een jaarrekening zegt niet alles over een organisatie. Het is daarom noodzakelijk dat gemeenten en jeugdhulpaanbieders een goede samenwerking opbouwen (strategisch partnerschap) waarin ook het bespreken van al dan niet gemaakte winsten een plek heeft. Transparantie in gegevens en aanpak geven de cijfers meer kleur en zorgt voor de nuance die nodig is bij het bespreken van financiële resultaten. Sturen op financiële resultaten Gemeenten hebben voor het sturen en monitoren binnen de jeugdhulp contractmanagers in dienst. In de voortgangsgesprekken met de jeugdhulpaanbieders en consortia zijn de financiële ontwikkelingen een vast agendapunt. Jaarlijks worden de jaarverslagen beoordeeld en indien nodig wordt er nader onderzoek gedaan. Daarnaast worden signalen uit data-analyse programma’s gebruikt om verdere acties te ondernemen en het gesprek aan te gaan met de jeugdhulpaanbieders. Bovendien is er een kwaliteitsmedewerker die steekproefsgewijs onderzoek doet naar de rechtmatigheid van declaraties. Bij onrechtmatigheden wordt er verder onderzoek gedaan.

Er kunnen formele fraudeonderzoeken en BIBOB-onderzoeken (Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur) ingezet worden indien signalen hiertoe wijzen. Contractueel is vastgesteld (in artikel 15) dat afwijkingen aangepakt kunnen worden. Er is vastgesteld dat naar aanleiding van controles en onderzoeken de gemeente kan overgaan tot terugvorderen van de te veel ontvangen zorggelden of ontbinding van de overeenkomst. Als er tijdens het beoordelen van de jaarverslagen opvallende winsten geconstateerd worden, wordt dit ten eerste besproken in de voortgangsgesprekken tussen de gemeente en jeugdhulpaanbieder. In de regel zal dit ter sprake komen na het publiceren van de jaarcijfers. In dit gesprek kan een jeugdhulpaanbieder een toelichting geven op de cijfers om deze te duiden. Als er vanuit gesprekken onbevredigende antwoorden komen op de geconstateerde cijfers dan worden vervolgstappen ondernomen. Doorgaans blijkt dat jeugdhulpaanbieders een goede verklaring hebben voor de afwijkende cijfers, waardoor vervolgstappen niet nodig zijn. Indien vervolgstappen ondernomen worden, wordt ten eerste een formeel schrijven gestuurd. Daarin wordt de aanbieder gesommeerd in te gaan op de gepubliceerde cijfers en antwoord te geven op de vragen die er zijn. De cijfers en de reacties van aanbieders worden door financieel en juridische experts verder beoordeeld.

Vervolgens wordt een gesprek georganiseerd tussen contractmanagement en de jeugdhulpaanbieder. Indien er na dit gesprek nog vragen onbeantwoord blijven, wordt er een tweede gesprek georganiseerd met de programmadirecteur jeugdhulp en de aanbieder. Daarnaast kan het zijn dat er een bestuurlijk gesprek georganiseerd wordt, bijvoorbeeld indien is vastgesteld dat de jeugdhulpaanbieder te veel winst heeft gemaakt. Indien uit alle

Kenmerk: 2024/1702460

3/7

gesprekken en de verklaringen blijkt dat de gemaakte winst in strijd is met de overeenkomst, wordt er overgegaan tot terugvordering van het bedrag en eventueel ontbinding van de overeenkomst. Een besluit om tot ontbinding van het contract over te gaan zal alleen worden genomen nadat alle andere opties zijn uitgeput. Concreet betekent dit dus, dat het beleid van de gemeente Haarlem met betrekking tot het tegengaan van winsten in de jeugdhulp is: 1) 2) 3) 4)

De analyse van beschikbare gegevens uit de jaarrekeningen (vanaf juni). Op basis van analyse aanbieders aanschrijven met afwijkende resultaten. In gesprek gaan met aanbieders en afspraken maken over behaalde resultaten. Bij onvoldoende verbetering een schriftelijke waarschuwing richting de jeugdhulpaanbieder, waarna overgegaan kan worden tot: a) Het budgetplafond in het volgende jaar lager vaststellen. b) Terugvorderen van te veel ontvangen zorggelden. c) Opzeggen van de overeenkomst. 5) Bij landelijk opererende aanbieders in overleg treden met VNG of het Rijk om de strategie te bepalen en acties uit te zetten. Bovenstaande stappen worden in regionale context opgepakt. Alhoewel Haarlem kan besluiten individueel een contract op te zeggen, is het passend en wenselijk dit in regionaal verband te doen gezien de gezamenlijke aanbestedingen jeugdhulp met de zeven gemeenten in Zuid-Kennemerland en IJmond. Context bij de winstpercentages Er is een aantal invloeden op het winstpercentage die meegenomen worden in de beoordeling. Hieronder worden de invloeden en de reacties van de betrokken zorgaanbieders besproken. 1. Correctie van eenmanszaak, VOF of Maatschap Ten eerste is zichtbaar in de tabellen in de bijlage dat er een correctie heeft plaatsgevonden van het winstpercentage bij een aantal organisaties.

Het winstpercentage van een eenmanszaak, VOF of Maatschap dient gecorrigeerd te worden, omdat winsten voor dit type organisaties tevens het inkomen zijn van de ondernemers. De correctie is gemaakt met het normbedrag van € 100.000,- bij een eenmanszaak en € 200.000,- bij een VOF of Maatschap. In werkelijkheid kan het zijn dat de ondernemer van de winst een ander bedrag aan zichtzelf uitkeert als salaris of loon. In tabel 2 van bijlage 1 is zichtbaar dat een winstpercentage van een aanbieder uit het consortium Hyperionhelpt is gecorrigeerd. Bij de andere consortia zijn geen correcties doorgevoerd. In tabel 1 tot en met 4 is na correctie zichtbaar dat er 11 van de 38 jeugdhulpaanbieders van Perceel 1 een winst hebben gerealiseerd van 5 % of hoger. In tabel 5 is zichtbaar dat er 6 jeugdhulpaanbieders uit Perceel

Kenmerk: 2024/1702460

4/7

2 zijn die na correctie binnen de norm vallen, of zelfs een negatief winstpercentage maken. Na de correctie blijven er 2 aanbieders over met een winst hoger dan 8 %. 2. Uitkering van beheers- of managementvergoedingen of dividend Daarnaast kunnen organisaties beheersvergoedingen, managementvergoedingen en dividend uitkeren die het winstpercentage naar beneden bijstellen. Op het eerste gezicht lijkt een organisatie binnen de gehanteerde norm te vallen, maar na verdere analyse kan het zijn dat er meerdere vergoedingen zijn uitgekeerd. Dit vraagt dus om een verdere verdieping van de jaarrekeningen. De toetsing of jeugdhulpaanbieders voldoen aan onder andere de WNT-normen (Wet Normering Topinkomens) en daarmee de contractvoorwaarden vindt regionaal plaats. 3. Winst in andere regio’s of wetgeving Er zijn veel organisaties die naast jeugdhulp ook contracten hebben om Wmo- of Wlz-hulp te verlenen of onderwijsgelden ontvangen. Daarnaast zijn de meeste organisaties werkzaam in meerdere jeugdregio’s. Het kan dus zijn dat de winst gemaakt wordt in een andere jeugdregio of via een andere wetgeving. Het is aan de jaarrekeningen niet te zien of de winsten die gemaakt zijn afkomstig zijn uit de jeugdhulpgelden van de jeugdregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond. Om toelichting op de cijfers te krijgen hebben contractmanagers met consortia en jeugdhulpaanbieders uit perceel 2 gesproken.

Vanwege het bovengenoemde zijn de winsten in veel gevallen niet te herleiden tot de regio ZKIJ. Combikracht geeft in een reactie op tabel 1 aan dat elke zorgaanbieder actief is in meerdere regio’s en hulp verleent op verschillende gebieden, zoals onderwijsondersteuning en Wmo. Zij stellen dat ingezoomd op de ‘kostenplaats’ Haarlem, blijkt dat het resultaat voor enkele organisaties nadrukkelijk lager ligt dan 5%. Ook Sparq laat weten dat het gecombineerde bedrijven zijn, waarbij ZKIJ als regio maar een klein onderdeel is. In Perceel 2 laat Stroër Psychotherapie weten dat de jaarcijfers gecombineerd zijn met de volwassenpraktijk. De kinderpraktijk heeft volgens Stroër een veel lagere omzet, waarbij er nauwelijks sprake is van winst. 4. Tarief of kostprijsonderzoek Voorafgaande aan de contractering in de regio ZKIJ hebben er markt- of kostprijsonderzoeken plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in marktconforme tarieven in Perceel 2 en marktconforme kostprijzen in Perceel 1. Met het hanteren van marktconforme tarieven en kostprijzen maken de gemeenten uit ZKIJ het praktisch onmogelijk om excessief winsten te maken als de omzet alleen jeugdhulp uit onze regio’s betreft. 5. Winst noodzakelijk voor innovatie Het is belangrijk om te vermelden dat het behalen van winst niet een negatief gegeven is.

Sterker nog, organisaties die winst behalen zijn beter in staat om te anticiperen op omstandigheden, hebben

Kenmerk: 2024/1702460

5/7

mogelijkheden om te innoveren en kunnen zorgen voor een goede werkomgeving omdat de resultaten positief zijn. Het zijn alleen de excessieve winsten waarop gestuurd moet worden. Combikracht geeft in een reactie aan dat een winstmarge van 5 % over meerdere jaren minimaal noodzakelijk is om financiële risico’s op te vangen en te investeren in kwaliteit en innovatie. Zij geven aan dat het handhaven van deze marge niet alleen wenselijk is, maar ook essentieel voor de continuïteit van de organisatie en de zorg die zij levert. Op basis van een eenjarig hoger uitvallende winst kunnen volgens Combikracht geen conclusies getrokken worden. 6. Overige reacties In een reactie op tabel 2 heeft Hyperionhelpt aangegeven dat er contractueel een maximaal winstpercentage van 8% is vastgesteld voor de onderaannemers of samenwerkingspartners. Hyperionhelpt heeft met alle consortialeden contractueel een jaarlijkse finale kwijting afgesproken, waarin elke jeugdhulpaanbieder aangeeft hoeveel winst er gemaakt wordt. Jaarlijks worden middels een steekproef partijen geselecteerd voor additionele audits door externe accountants. Bij overschrijding van de 8% winstmarge wordt de lumpsum van de samenwerkingspartner voor het opvolgende jaar overeenkomstig aangepast.

Dokter Bosman geeft in een reactie aan dat de marges erg klein en/of negatief zijn: ‘… hetgeen jullie zien is het gevolg van een boekhoudkundig resultaat als gevolg van een sanering die we samen met de VNG, de Jeugdautoriteit, Inspectie, verzekeraars, gemeenten, fiscus, bank en aandeelhouders hebben vormgegeven.’ Daarnaast zijn er reacties van jeugdhulpaanbieders die aangeven dat de winstcijfers uit de bijlage, zoals in de door hun gepubliceerde jaarrekeningen staat, onjuist is. Dit kan komen door de definitie van winst en de berekeningen die er is gemaakt. De winstpercentages uit de bijlage zijn berekend met de resultaten voor belastingen, omdat het per organisatie onduidelijk is hoeveel er naar de belastingen gaat. Hyperionhelpt laat weten dat er in de berekening van Nuhoff-Psychotherapie een fout is gemaakt. Zij geven aan dat in de berekening de enkelvoudige omzet van Nuhoff-Psychotherapie is gebruikt en de geconsolideerde winst van Nuhoff-Psychotherapie en Hyperionhelpt samen. De juridische structuur is aangepast, waardoor de rapportage voor 2024 transparanter wordt. Ook laat Hyperionhelpt weten dat het winstpercentage van Youthcare zoals opgenomen in tabel 2 niet juist lijkt te zijn. Hyperionhelpt zegt dat in de analyse die de gemeente gebruikt de winst voor aftrek van loon-en arbeidskosten van de drie vennoten als uitgangspunt genomen is.

‘Hierdoor lijkt de winst hoger dan deze in werkelijkheid is.’ Ook Stroër Psychotherapie geeft in de reactie aan dat de winst/omzetverhouding onjuist is en dat na overleg met hun accountant het percentage 7,2 % hoort te zijn.

Kenmerk: 2024/1702460

6/7

Conclusie van analyse: Uit de hierboven beschreven 6 invloeden op de winsten en de reacties van de jeugdhulpaanbieders, blijkt dat het moeilijk is om eenduidige conclusies te trekken uit de gegevens zoals gepresenteerd in de jaarrekeningen en dat de informatie genuanceerd moet worden behandeld. Op dit moment is er geen aanleiding om verdere stappen te ondernemen richting een van de aanbieders met een hoger winstpercentage dan de regio wenselijk acht. 3. Consequenties In Perceel 1 is de bepaling opgenomen dat in het geval van hoge winsten, het lumpsum budget voor dat consortium in een opvolgend jaar eenzijdig lager kan worden vastgesteld. Hiervoor is nog geen aanleiding geweest, gelet op bovenstaande invloeden op de winst. In Perceel 2 is een soortgelijke bepaling opgenomen, namelijk een beperkend budgetplafond in het jaar volgend op een jaar met hoge winst. Omdat Perceel 2 momenteel in het eerste contractjaar zit, kan deze bepaling pas volgend jaar geeffectueerd worden. 4. Vervolg Zoals in de aangenomen motie is gevraagd zal dit onderzoek jaarlijks worden uitgevoerd en wordt de commissie Samenleving van de uitkomsten op de hoogte gesteld. Uiterlijk 1 juni 2025 dienen de jeugdhulpaanbieders de jaarverslagen te publiceren van 2024. Zodra deze gepubliceerd zijn, zal het winstpercentage van elke gecontracteerde jeugdhulpaanbieder in kaart gebracht worden.

Partijen die niet hebben gepubliceerd worden aangeschreven. De trends en veranderingen tussen 2023 en 2024 zullen onderzocht worden. Er zal een toetsing plaatsvinden van de WNT-norm. Vervolgens zal vanuit de regio ZKIJ het gesprek gevoerd worden met jeugdhulpaanbieders die niet voldoen aan de norm of de contractvoorwaarden. De verklaringen zullen door juridische en financiële experts beoordeeld worden en zoals hierboven beschreven staat, zullen er vervolgstappen genomen worden indien dit nodig blijkt te zijn. 5. Bijlagen 1. Tabellen per consortium en perceel 2 2. Reactie Combikracht

Kenmerk: 2024/1702460

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15332163/1