1 Wijziging Referendumverordening gemeente Haarlem 2022
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp Wijziging Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer
2024/2140778 Wienen, J. 6.2 Gemeentelijk bestuur CC Westerink, A. 06-28 75 10 89
Email Kernboodschap
awesterink@haarlem.nl Het college heeft bij de bespreking van de evaluatie van het referendum over de ‘Nota Uitwerking parkeerregulering’ in de commissie Bestuur op 13 juni 2024 en 3 oktober 2024 toegezegd een voorstel te doen voor aanpassing van de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022. Met inachtneming van de evaluatie van het referendum, de collegereactie daarop, de besprekingen in de commissie Bestuur en de VNG Model Referendumverordening (2019) stelt het college de raad voor om de Referendumverordening op enkele punten te wijzigen.
Behandelvoorstel voor commissie
De commissie Bestuur wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering van 27 maart 2025.
Relevante eerdere besluiten
Toezegging in de commissie Bestuur van 13 juni 2024 dat het college de Referendumverordening kritisch zal beoordelen en aanpassing(en) van de verordening aan de commissie zal voorleggen.
Besluit college d.d. 11 februari 2025
1. Het college stelt het voorstel aan de raad vast. de secretaris,
Kenmerk: 2024/2140778
de burgemeester,
1/7
Ontwerp-besluit raad d.d. ………. (wordt ingevuld door de griffie)
De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. De Referendumverordening gemeente Haarlem 2022, die op 18 juli 2024 buiten werking is gesteld, weer in werking te stellen op de eerste dag na die van bekendmaking; 2. De Verordening tot wijziging van de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 vast te stellen. de griffier,
de voorzitter,
1. Inleiding Tijdens de besprekingen van de evaluatie van het referendum op 6 maart 2024 in de commissie Bestuur op 13 juni 2024 en op 3 oktober 2024 is geconstateerd dat de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 op enkele punten aanpassing behoeft. Het college heeft in reactie daarop toegezegd een voorstel te doen voor wijziging van de verordening. Om de Referendumverordening, die op 18 juli 2024 buiten werking is gesteld, te kunnen wijzigen, moet deze eerst weer in werking worden gesteld. In het voorstel tot wijziging van de Referendumverordening is niet alleen de evaluatie van het parkeerreferendum betrokken, maar ook de bespreking in de commissie Bestuur op 13 juni 2024 en 3 oktober 2024. Ook is in het voorstel rekening gehouden met de Modelverordening van de VNG, uitgebracht in december 2019 (Nieuwe VNG Model Referendumverordening). 2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1. De Referendumverordening gemeente Haarlem 2022, die op 18 juli 2024 buiten werking is gesteld, weer in werking te stellen op de eerste dag na die van bekendmaking; 2. De Verordening tot wijziging van de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 vast te stellen. 3.
Beoogd resultaat Het opnieuw beschikken over de mogelijkheid tot het organiseren van een gemeentelijk referendum op basis van een actuele Referendumverordening met goed toepasbare regels, die recht doet aan de keuzes van de raad met betrekking tot het instrument van een referendum.
Kenmerk: 2024/2140778
2/7
4. Argumenten Referendum op initiatief van kiesgerechtigden en de raad De VNG Modelverordening voorziet in artikel 2, eerste lid in drie referendumvarianten waaruit de raad kan kiezen: de mogelijkheid dat kiesgerechtigden het initiatief nemen voor een referendum, de mogelijkheid dat de raad het initiatief neemt en de variant waarbij beide opties mogelijk worden gemaakt. De raad heeft eerder aangegeven de mogelijkheid dat de raad het initiatief neemt voor een referendum te willen schrappen met als argument dat het referendum primair een instrument van en voor kiesgerechtigden is. Deze mogelijkheid is bij de vaststelling van de Referendumverordening in 2022 echter niet geschrapt. Beide opties zijn opgenomen in artikel 2, eerste lid en uitgewerkt in de artikelen 5 tot en met 7 Referendumverordening gemeente Haarlem 2022. De raad kan ervoor kiezen dat in de toekomst alleen nog kiesgerechtigden het initiatief kunnen nemen voor een referendum. Dit zou leiden tot aanpassing van artikel 2, eerste lid. Het huidige artikel 7, dat gaat over een referendum op initiatief van de raad, komt dan te vervallen net als de daaraan gekoppelde mogelijkheid dat de vraag bij een referendum kan bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen (zie artikel 9, derde en vierde lid).
Nadere toelichting op de uitzonderingsgronden Het college stelt voor om de uitzonderingsgronden om over bepaalde ontwerp raadsbesluiten geen referendum te kunnen houden, zoals genoemd in artikel 2, tweede lid Referendumverordening, ongewijzigd te laten. Wel worden deze uitzonderingsgronden nader toegelicht op basis van het voorstel daartoe van de referendumcommissie, opgenomen in bijlage 2 bij haar Tweede evaluatierapport van 4 juni 2024. Zij had in haar eerste evaluatie voorgesteld om hierover in de Referendumverordening een toelichting op te nemen, omdat een aantal uitzonderingsgronden de nodige vragen en discussie opriep. Met deze nadere toelichting beoogt het college meer duidelijkheid te creëren over (de uitleg van) deze uitzonderingsgronden. De raad kan er ook voor kiezen om de tekst van enkele uitzonderingsgronden te wijzigen, in het bijzonder de gronden genoemd in artikel 2, tweede lid onder i. en j. - Artikel 2, tweede lid onder i: ‘ die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden’. Een alternatief kan zijn ‘die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit over een onderwerp waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden’.
Dit biedt een nadere verduidelijking in situaties waarin al eerder over een bepaald onderwerp of kwestie is gesproken en besloten; - Artikel 2, tweede lid onder j. ‘waarvan de raad van mening is dat dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden’. De raad kan ervoor kiezen om deze (dringende) redenen nader te duiden of anders te verwoorden.
Kenmerk: 2024/2140778
3/7
Ook kan aansluiting worden gezocht bij (de tekst van de) Leidse Referendumverordening 2008 (Referendumverordening Leiden 2008), waarin in artikel 9, achtste lid het volgende bepaald is: ‘Indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, wijst de raad het verzoek af. De raad kan het verzoek eveneens, met redenen omkleed, afwijzen indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp waarvoor de primaire verantwoordelijkheid bij een andere overheid ligt, dat een bovenlokaal karakter heeft, of waarbij de raad vaststelt dat hij onvoldoende mogelijkheden ziet, dan wel niet bereid is, te handelen conform de mogelijke uitslag van het referendum.’ Samenstelling en vergoeding referendumcommissie en aftreedschema Met de wijziging van artikel 3, tweede lid wordt een flexibele omvang van de referendumcommissie beoogd, die uit drie of vijf leden kan bestaan, mede afhankelijk van de uitkomst van het proces van werven van een nieuwe referendumcommissie. Om te voorkomen dat leden gelijktijdig aftreden, wordt een aftreedschema gemaakt en bij de benoeming vastgesteld. Bij de benoeming wordt de benoemingstermijn vermeld. De benoemingstermijn kan dus per lid verschillen.
Het college stelt verder voor om de mogelijkheid te schrappen dat leden hun uren kunnen declareren voor benodigde werkzaamheden en taken die niet uitgeoefend kunnen worden tijdens vergaderingen (artikel 3, zevende lid). Behandeling inleidend verzoek en ontwerp raadsbesluit Waar het gaat om de inwilliging van het inleidend verzoek stelt het college voor om op dit punt de tekst van de VNG Modelverordening in artikel 5, zesde lid over te nemen, die als volgt luidt ‘De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd.’ Hierbij wordt getoetst aan de in artikel 2, tweede lid vermelde onderwerpenlijst, zoals ook in de toelichting bij de VNG Modelverordening wordt gesteld. In zijn eerdere reactie op het Tweede evaluatierapport gaf het college aan op een later moment advies te geven over de wijze van behandeling van het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek tot het houden van een referendum zich richt. Het college stelt voor om de eerste zin van artikel 5, zevende lid te wijzigen, in lijn met Aanbeveling 5 in het Evaluatierapport betreffende inhoudelijke behandeling in dezelfde raadsvergadering van het ontwerp raadbesluit waarop het verzoek zich richt.
Ook stelt het college voor om de tweede zin van dit artikel aan te vullen, conform Aanbeveling 11 betreffende het aanhouden van de stemming over het ontwerp raadsbesluit tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt. Deze voorgestelde wijzigingen leiden tot een verduidelijking van de procedure in de raad met betrekking tot de inwilliging van het inleidend verzoek. Controleren van en benodigde aantallen ondersteuningsverklaringen Het college stelt voor om de aantallen benodigde ondersteuningsverklaringen, zoals genoemd in artikel 5, eerste lid (inleidend verzoek) en artikel 6, eerste lid (definitief verzoek) in lijn te brengen
Kenmerk: 2024/2140778
4/7
met de percentages, zoals genoemd in de toelichting bij deze artikelen in de VNG Modelverordening, te weten 1% respectievelijk 5% van het aantal kiesgerechtigden, alsmede ingezetenen van zestien jaar en ouder. Dit betekent dat voor het inleidend verzoek ten minste 1300 ondersteuningsverklaringen nodig zijn en voor het definitieve verzoek ten minste 6.600. Het college vindt dat deze hogere aantallen een betere weergave vormen van de mate waarin het referenduminitiatief wordt gesteund door kiesgerechtigden. Het college heeft eerder al aangegeven dat, als het benodigde aantal ondersteuningsverklaringen is behaald, de overige verklaringen niet gecontroleerd hoeven te worden op geldigheid en stelt voor om dit ook in artikel 6, zesde lid van de aan te passen Referendumverordening op te nemen. Het college stelt verder voor om artikel 6, negende lid, dat gaat over de situatie dat het vereiste aantal kiezers het verzoek niet binnen de termijn ondersteunt, te laten vervallen. Deze bepaling is ook niet in de VNG Modelverordening opgenomen. Termijn waarbinnen de stemming (het referendum) plaatsvindt Met de keuze in artikel 8, tweede lid voor vier in plaats van zes maanden als termijn waarbinnen de stemming plaatsvindt na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum sluit het college aan bij de tekst van het daarover bepaalde in de VNG Modelverordening.
Het college vindt het belang om het referendum snel te organiseren nadat het besluit daartoe is genomen zwaar wegen. Een stemming binnen vier maanden na het besluit over het houden van een referendum draagt er bovendien aan bij dat de raad zo spoedig mogelijk een besluit kan nemen over het onderwerp ervan. Algemeen subsidieplafond; niet langer afzonderlijke deelplafonds Wat betreft de subsidieverlening had het college eerder voorgesteld om geen subsidie meer te verstrekken. Daarvoor bestond, zo bleek tijdens de bespreking op 3 oktober 2024, geen steun in de commissie Bestuur. Vanwege de onduidelijkheid bij de verlening en vaststelling van subsidies stelt het college voor de subsidieverlening wel te handhaven, maar ook om de deelplafonds te laten vervallen en daarvoor in de plaats te kiezen voor één subsidieplafond. Het college is van mening dat dit kan bijdragen aan vereenvoudiging van de beoordeling van aangevraagde subsidies. De te subsidiëren activiteiten moeten als doel hebben het debat over het onderwerp van het referendum te faciliteren en te stimuleren. Op het punt van de start van de aanvraagtermijn (artikel 10, derde lid) deelt het college de mening van de referendumcommissie dat deze niet eerder kan starten dan twee weken na de bekendmaking van de subsidiemogelijkheid.
Het college stelt voor (artikel 11, eerste lid onder b.) dat alleen aan rechtspersonen die gevestigd zijn in de gemeente Haarlem subsidie kan worden verstrekt. Een dergelijke nadere beperking stond nog niet in de Referendumverordening en wordt voorgesteld vanwege de recent opgedane ervaringen met de subsidieverlening.
Kenmerk: 2024/2140778
5/7
Waar het gaat om de beoordeling van de subsidieaanvragen stelt het college voor om daartoe een rangschikking aan te brengen en punten toe te kennen op basis van de criteria in de Referendumverordening. De desbetreffende aanpassing van artikel 11, in het bijzonder het zesde en zevende lid, is in lijn met de bepalingen daarover in de VNG Modelverordening. Handhaven opkomstdrempel In afwijking van de VNG Modelverordening stelt het college voor om de opkomstdrempel van 30% (artikel 14 Referendumverordening 2022) te handhaven. Het college is van mening dat de opkomstdrempel nuttig is en duidelijkheid biedt over de geldigheid van het referendum. De raad kan hierin echter ook een eigen keuze maken en besluiten om de opkomstdrempel te laten vervallen, overeenkomstig de VNG Modelverordening. Aansluiting zoeken bij de gewijzigde Kieswet Na de inwerkingtreding van de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 is de Kieswet op meerdere punten gewijzigd. Bij de voorgestelde wijzigingen in de Referendumverordening, in het bijzonder in artikel 15, is aansluiting gezocht bij de gewijzigde Kieswet. Voorts verduidelijkt artikel 1 onder c. wat in het kader van de Referendumverordening wordt verstaan onder het centraal stembureau. 5.
Risico’s en kanttekeningen • Het college is zich ervan bewust dat het verkorten van de termijn waarbinnen de stemming moet worden gehouden van zes naar vier maanden (artikel 8, tweede lid) druk kan leggen op het proces van voorbereiding van het referendum. • Het aansluiten bij de Modelverordening wat betreft de benodigde aantallen ondersteuningsverklaringen voor een referenduminitiatief van kiesgerechtigden in de artikelen 5 en 6, eerste lid betekent een aanzienlijke verhoging hiervan. Het college realiseert zich dat dit een hogere drempel voor kiesgerechtigden en een extra belasting van het gemeentelijk apparaat betekent. • Het college heeft het merendeel van de aanbevelingen, gedaan door de Referendumcommissie, overgenomen. Onder meer op het punt van het subsidieplafond en de toekenning van punten op basis van de criteria, genoemd in de te wijzigen Referendumverordening, maakt het college gemotiveerd een eigen keuze. 6. Uitvoering Het besluit tot inwerkingstelling van de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 wordt bekendgemaakt in het elektronisch Gemeenteblad, waarmee de Referendumverordening op de eerste dag na de datum van bekendmaking in werking treedt. Na vaststelling van de gewijzigde Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 wordt deze bekendgemaakt in het elektronisch Gemeenteblad, waarmee deze op de tweede dag na de datum van bekendmaking in werking treedt.
Kenmerk: 2024/2140778
6/7
7. Bijlagen 1. Verordening tot wijziging van de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 2. Was/wordt-lijst bij Verordening tot wijziging van de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 3. Concept Referendumverordening gemeente Haarlem 2022 na het doorvoeren van de voorgestelde wijzigingen. NB Dit betreft een document dat slechts ter informatie is bijgevoegd. 4. VNG Model Referendumverordening (december 2019)
Kenmerk: 2024/2140778
7/7