CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Verkenning beleidskader speeltuinverenigingen

commissie Samenleving 13 mei 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Verkenning beleidskader speeltuinverenigingen2.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota

Onderwerp Verkenning beleidskader speeltuinverenigingen Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2026/80231 Leeuwen, B. van 2.2 Voorzieningen Jeugd JOS Schoonebeek, M. 0642638265 mschoonebeek@haarlem.nl Op 30 juni 2025 is de motie ‘Structurele oplossing: speel geen spelletje met de speeltuinverenigingen’ aangenomen door de gemeenteraad. Deze motie roept op tot een vernieuwd beleidskader rondom de speeltuinverenigingen. Deze informatienota dient als verkenning met mogelijke beleidsvarianten. De zestien speeltuinverenigingen in Haarlem vormen al tientallen jaren een belangrijk onderdeel van de sociale basis in de stad. Zij bieden kinderen een veilige plek om te spelen en vervullen tegelijkertijd een belangrijke ontmoetingsfunctie voor buurtbewoners. In de stad en bij de speeltuinverenigingen veranderen de behoeften. Er is meer vraag naar inclusieve speelplekken, naar vervanging van speeltoestellen en naar het onderhoud of herstel van speeltuingebouwen. Ook is er bij een aantal verenigingen behoefte aan meer organisatorische en financiële ondersteuning. Daarnaast ziet de gemeente nieuwe opgaven. Het gaat daarbij onder meer om het waarborgen van veiligheid, het beheersen van onderhoudskosten en het maken van transparante en eenduidige afspraken over beheer, subsidie en verantwoordelijkheden. Op dit moment is er geen actueel beleid voor speeltuinverenigingen dat houvast biedt om met deze vragen om te gaan. Deze situatie is op termijn niet houdbaar.

Een structurele oplossing is nodig om de veiligheid, kwaliteit en continuïteit van de speeltuinen te kunnen blijven waarborgen. Daarom wordt gewerkt aan een nieuw speeltuinverenigingsbeleid, dat eenduidige en transparante afspraken over financiële kaders, subsidievoorwaarden en verantwoordelijkheden met betrekking tot het beheer van de speeltuinen moet geven. In deze informatienota worden verschillende richtingen beschreven die nader zullen worden onderzocht. Er wordt input opgehaald bij betrokkenen zoals

Kenmerk: 2026/80231

1/11

speeltuinverenigingen. Na de zomer van 2026 wordt een nieuw beleidskader voorgelegd aan de raad ter besluitvorming. Behandelvoorstel voor commissie

1. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Samenleving.

Relevante eerdere besluiten

Het college informeert de commissie Samenleving over de voortgang van het proces rondom het vernieuwen beleid speeltuinvereniging op verzoek van de commissie zelf. Informatienota Inventarisatie Speeltoestellen Speeltuinverenigingen (2025/647284) in commissie Samenleving 22 januari 2026 Informatienota Inclusieve Speeltuinen in Haarlem (2024/2188858) in commissie Samenleving 22 mei 2025 Kadernota 2023 en Voortgangsrapportage 2022 Zoals vastgesteld op 07 juni 2022

Besluit college d.d. 17 maart 2026

1. Het college van burgemeester en wethouders stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding Op 30 juni 2025 is de motie ‘Structurele oplossing: speel geen spelletje met de speeltuinverenigingen’ aangenomen door de gemeenteraad. Deze motie roept op om tot nieuw, eenduidig beleidskader voor speeltuinverenigingen te komen. Dit beleid moet voor alle speeltuinverenigingen en stakeholders duidelijke afspraken bevatten over de verdeling van verantwoordelijkheden, onder meer met betrekking tot de speeltoestellen en het organiseren van activiteiten. Hierbij is extra aandacht voor de veiligheid en het onderhoud van de speeltoestellen. Het vernieuwde beleidskader zal in de zomer 2026 worden voorgelegd aan de raad. De huidige werkwijze rondom het beheer en de organisatie van de speeltuinen staat onder druk. Taken en verantwoordelijkheden zijn versnipperd belegd, wat leidt tot onduidelijkheid voor zowel speeltuinverenigingen als de gemeente. Deze situatie is op termijn niet houdbaar. Een structurele oplossing is nodig om de veiligheid, kwaliteit en continuïteit van de speeltuinen te kunnen blijven waarborgen.

Kenmerk: 2026/80231

2/11

De informatie in deze nota vormt de basis voor verdere uitwerking. De uiteindelijke beleidskeuzes worden later gemaakt, in samenhang met het participatietraject, de financiële afwegingen en de uitvoerbaarheid. Op verschillende onderdelen in het beleidskader kan een keuze worden gemaakt: de verantwoordelijkheden voor het beheer, het vastgoed, de speeltoestellen, de speeltuinbeheer en ondersteuning aan de speeltuinverenigingen. De keuze die wordt gemaakt heeft gevolgen voor de structurele en incidentele investeringen die in de speeltuinen moeten worden gedaan. De voorbereidingen van het nieuwe beleidskader zijn gestart. De eerste analyses zijn uitgevoerd en verschillende beleidsrichtingen zijn verkend. Er zijn op dit moment nog geen keuzes gemaakt. Deze informatienota geeft een tussenstand. Het doel van deze nota is: - Het schetsen van een stand van zaken - Het presenteren van verschillende mogelijke varianten voor de toekomstige rolverdeling tussen speeltuinverenigingen, stakeholders en de gemeente - Het geven van een eerste inzicht in de financiële gevolgen van deze varianten - Het toelichten van de vervolgstappen richting het nieuwe beleidskader dat in de zomer van 2026 wordt opgeleverd. 2.

Toelichting 2.1 Huidige situatie Verdeling van verantwoordelijkheid Op dit moment zijn er verschillen tussen de manier waarop de verantwoordelijkheden tussen gemeente, speeltuinverenigingen en/of maatschappelijk partners zijn verdeeld. Dit ziet er grofweg als volgt uit: Taak Leveren toezichthouders, begeleiding en uitkeren van budget voor activiteiten Dagelijks bestuur, organisatie van (neven-)activiteiten en rol in de wijk Dagelijks beheer en onderhoud speeltuin, inclusief speeltoestellen Dagelijks beheer en onderhoud speeltuin, inclusief speeltoestellen Vervangen/ plaatsen nieuwe speeltoestellen Bezit speeltuingebouwen, opstellen MJOP Uitvoeren MJOP speeltuingebouwen

Kenmerk: 2026/80231

Hoeveelheid verenigingen 16

Verantwoordelijkheid

16

Speeltuinverenigingen

4

Buurts

12

Speeltuinverenigingen

16 16 16

Speeltuinverenigingen Gemeente (Vastgoed) SRO

Buurts

3/11

Opstellen MJIP 16 Gemeente (JOS) Uitvoeren MJIP 16 Gemeente (Niet belegd) Huidige financiën De kosten van de huidige afspraken en ondersteuning zijn jaarlijks voor 16 speeltuinen als volgt: Onderhoud speeltuingebouwen (gemiddeld)

€ 168.148

Personeelskosten speeltuintoezichthouders

€ 220.000

Subsidie voor activiteiten

€ 67.200

Huursubsidie verduurzaming

€ 25.000

Totaal

€ 480.348

2.2 Verschillende varianten voor speeltuinbeheer Voor de toekomst van de speeltuinverenigingen zijn drie mogelijke richtingen onderzocht. Deze varianten geven op hoofdlijnen weer hoe de verantwoordelijkheden kunnen worden verdeeld tussen de verenigingen en de gemeente. Het laat zien welke keuzes mogelijk zijn, welke effecten daarbij horen en hoe deze zich verhouden tot buurtkracht, gelijkheid tussen wijken en de uitvoerbaarheid voor de gemeente. Daarnaast bieden de varianten inzicht in de vraag of er in de toekomst moet worden uitgegaan van een gelijke investeringslijn voor alle speeltuinen, of dat ongelijk investeren nodig is om verschillen tussen wijken en behoeften te kunnen opvangen. Variant 1: Volledig gemeentelijk beheer In deze variant neemt de gemeente alle verantwoordelijkheden over. De gemeente wordt verantwoordelijk voor het onderhoud en de keuring van de speeltoestellen. De vereniging houdt zich enkel nog bezig met het organiseren van speeltuinactiviteiten. De speeltuinen worden daarmee onderdeel van de openbare ruimte. Dit geeft de gemeente volledige grip op kwaliteit en veiligheid. Een mogelijk effect is dat de rol van vrijwilligers en verenigingen kleiner wordt of verenigingen stil komen te liggen, omdat minder taken bij hen blijven. Hierdoor kan hun betrokkenheid afnemen en kan de toegang tot externe fondsen lastiger worden.

De gemeentelijke structurele lasten nemen in deze variant toe omdat de gemeente verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van de speeltuin. Het voordeel is dat er één uniforme werkwijze ontstaat, maar dit gaat ten koste van ruimte voor lokale initiatieven. Variant 2: Versterken – gedeelde verantwoordelijkheid met differentiatie Bij deze variant blijven de speeltuinverenigingen actief en houden zij een belangrijke rol in de dagelijkse organisatie van de speeltuin. De gemeente is verantwoordelijk voor de basiskwaliteit, waaronder veiligheid, continuïteit en toegankelijkheid. De uitvoering ligt bij de verenigingen, waardoor maatwerk mogelijk is en er verschillen ontstaan afhankelijk van de lokale situatie. De ondersteuning kan per speeltuin verschillen en varieert van geen extra hulp tot (tijdelijke) overname door de gemeente wanneer dat nodig is.

Kenmerk: 2026/80231

4/11

De gemeente investeert vooral op plekken waar de ondersteuningsbehoefte groter is. Het gaat daarbij om investeringen in speeltoestellen en in ondersteuning van de organisatie. Denk daarbij aan ondersteuning in vrijwilligersbeleid en activiteiten. Indien voor dit scenario wordt gekozen, moet in het beleidskader worden uitgewerkt hoe goed functionerende verenigingen op een zorgvuldige en gelijkwaardige manier kunnen worden gestimuleerd en hoe verenigingen met meer ondersteuningsbehoefte passend kunnen worden geholpen. Deze variant behoudt de buurtkracht en de inzet van vrijwilligers, terwijl de gemeente kan sturen op een basiskwaliteitsniveau. Wel vraagt het om duidelijke afspraken om een gelijkwaardige behandeling tussen speeltuinen te waarborgen. De kosten voor de gemeente zijn lager en beter beheersbaar dan in de volledig gemeentelijke variant (variant 1). Variant 3: Verzelfstandigen In deze variant worden verenigingen volledig zelfstandig en dragen zij het volledige beheer. De rollen van de gemeente zijn zeer beperkt. De belangrijkste overweging is dat deze variant maximale autonomie voor verenigingen geeft. Ook verlaagt het de kosten voor de gemeente sterk. Tegelijkertijd is het risico groot dat niet alle verenigingen in staat zijn deze verantwoordelijkheid te dragen.

Hierdoor kunnen grote verschillen tussen wijken ontstaan en kan de toegankelijkheid onder druk komen te staan. De gemeente heeft in deze variant weinig invloed op de kwaliteit, de continuïteit en de inclusieve speelwaarde. 2.3. Vastgoed De gemeente is eigenaar van al het speeltuinvastgoed en daarmee verantwoordelijk voor het eigenaarsbeheer en -onderhoud. De algemene staat van het speeltuinvastgoed verschilt sterk per gebouw en per vereniging. Voor het reguliere onderhoud wordt een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) uitgevoerd en heeft er recent een verduurzamingsslag plaatsgevonden. Aanvullend op het MJOP is een strategisch Meerjareninvesteringsplan (MJIP) noodzakelijk. Dit investeringsplan helpt om toekomstige investeringen tijdig, integraal en kostenbewust te kunnen plannen. In het MJIP worden keuzes opgenomen over de gewenste basisfunctionaliteiten van de gebouwen, maatregelen voor verduurzaming en uitgangspunten voor eventuele combinatiefuncties in de speeltuingebouwen. De financiële consequenties en beleidsopties die hieruit voortkomen worden op een later moment aan de raad voorgelegd. Omdat het vastgoed al onder verantwoordelijkheid van de gemeente valt en overdracht niet aan de orde is, is het financiële beeld voor alle varianten gelijk. Vooruitlopend op het MJIP zijn bij twee speeltuingebouwen al op korte termijn investeringen nodig.

De gebouwen van de speeltuinen Jeugdland (Theemsplein) en Elba (Lucas Meijerstraat) zijn inmiddels volledig afgeschreven. Daarom is grootschalige renovatie of sloop/nieuwbouw noodzakelijk. Voor alle renovatie- of vernieuwingstrajecten van speeltuingebouwen is de

Kenmerk: 2026/80231

5/11

participatieverordening (2024) van de gemeente Haarlem van toepassing. Een onderdeel hiervan is het uitdaagrecht (right to challenge). Uitgangspunt bij sloop/nieuwbouwtrajecten is het terugplaatsen van een gebouw met dezelfde functionaliteiten als het huidige, maar wel binnen de kaders van het gemeentelijke duurzaamheidsen bouwbeleid. Voor speeltuin Jeugdland is in de kadernota van 2023 € 550.000 aan krediet beschikbaar gesteld. Door onder andere het toevoegen van voorbereidings- en onderzoekskosten en de stijging van de bouwkosten, bedraagt de investering voor Jeugdland op basis van de huidige oppervlakte circa € 1.400.000. Daarom is voor de locatie Jeugdland aanvullend € 850.000 nodig. Deze wordt als voorstel ter afweging opgevoerd bij de kaderbrief 2027. Voor speeltuinvereniging Elba is nog geen investering opgenomen. Op basis van de huidige functionaliteiten en oppervlakte, inclusief benodigde voorbereidings- en onderzoekskosten, is de raming dat dit bouwtraject € 1.200.000 gaat kosten. Besluitvorming over deze investering moet nog volgen. Benodigde extra financiën Ophoging investering speeltuinvereniging Jeugdland (ter afweging in kaderbrief 2027) Investering speeltuinvereniging Elba

€ 850.000 € 1.200.000

2.4. Speeltoestellen Speeltuinverenigingen zijn op dit moment volledig verantwoordelijk voor onderhoud en investeringen van de speeltoestellen. Dit vormt voor een aantal verenigingen een uitdaging. Daarnaast is van belang om na te denken over aspecten als veiligheid, keuringen en inclusieve speeltoestellen. In dit onderdeel hangt de impact van beleidsmatige keuzes samen met de verschillende varianten. Daarom zijn verschillende financiële varianten uitgewerkt. Uit een eerdere enquête uitgevoerd onder de speeltuinverenigingen blijkt dat er in de komende 5 jaar minstens 40 speeltoestellen vervangen moeten worden. Ongeveer een derde van de verenigingen geeft aan hier niet voldoende financiële middelen voor te hebben. Variant 1: Volledig gemeentelijk beheer In deze variant neemt de gemeente alle verantwoordelijkheden van de speeltuinverenigingen over: vervanging van toestellen, keuringen en onderhoud. Op basis van het aantal toestellen in alle speeltuinverenigingen met een gemiddelde levensduur van 10 jaar, is in deze variant een investering van circa € 5 miljoen verspreid over 10 jaar geraamd. Onderstaande investering is enkel voor de vervanging van speeltoestellen. De lasten voor onderhoud en keuringen zijn niet meegenomen omdat deze momenteel niet bekend zijn. De gemeenteraad heeft al een krediet van € 525.000 toegezegd voor inclusieve speeltoestellen.

Dit bedrag is in mindering gebracht op het totaal.

Kenmerk: 2026/80231

6/11

Benodigde extra financiën Totale structurele investering (10 jaar)

€ 5.000.000

Variant 2: Versterken – de basis op orde met gedeelde verantwoordelijkheid en mogelijkheid tot differentiatie In deze variant blijven speeltuinverenigingen verantwoordelijk voor de speeltoestellen, maar heeft de gemeente samen met maatschappelijke partners een grote ondersteunende rol. Afhankelijk van de mate waarin de vereniging zelf in staat is om te investeren in nieuwe toestellen en onderhoud, kan de gemeente mede financieren. In deze variant is daarom ruimte voor maatwerk. Daarnaast moeten afspraken worden gemaakt over onder andere veiligheid en toegankelijkheid van toestellen. Een vorm hiervan kan zijn dat gemeente een basisniveau aan hoeveelheid speeltoestellen en kwaliteit hanteert bij alle speeltuinverenigingen. Er zijn twee vormen van financiële ondersteuning verder doorgerekend. Eén vorm waarbij de gemeente eenmalig een investering doet om alle verouderde speeltoestellen te vernieuwen. Hiermee komt de basis op orde. De verenigingen blijven vervolgens verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud (2A). De andere doorgerekende variant gaat uit van een gefaseerde hersteloperatie van de speeltoestellen. Vervolgens stellen de gemeente en de verenigingen samen een onderhoudsplan op voor de speeltoestellen, met de daarbij behorende investeringen. De gemeente en de verenigingen delen dan de verantwoordelijkheid (2B).

Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddelde prijs per speeltoestel (inclusief het verwijderen van oude toestellen) en een gemiddelde levensduur van 10 jaar. De gemeenteraad heeft al een bedrag van € 525.000 toegezegd voor inclusieve speeltoestellen. Dit bedrag is in mindering gebracht op het totaal. Benodigde extra financiën variant 2A Eenmalige investering verouderde toestellen

€ 675.000

Benodigde extra financiën variant 2B Totale structurele investering (10 jaar)

€ 2.050.000

Variant 3: verzelfstandigen In deze variant zouden speeltuinverenigingen volledig zelfstandig worden. Waar de gemeente nu al geen verantwoordelijkheden heeft op het gebied van speeltoestellen, trekt zij zich in algemene zin nog verder terug. Deze variant beschrijft een situatie waarin de gemeente de verantwoordelijkheid volledig overdraagt aan de speeltuinverenigingen. Dit betekent ook dat de kosten voor de ondersteuning van deze verenigingen wegvallen en dat er niet gestuurd kan worden op het type speeltoestel (wel/niet inclusief). Als een speeltuinvereniging stopt, kan de speeltuin openbaar

Kenmerk: 2026/80231

7/11

worden wanneer dit past binnen het beleid en wanneer er behoefte is aan een speelplek op die locatie. De kosten voor beheer en onderhoud komen dan bij de gemeente. 2.5. Speeltuintoezichthouders Speeltuinverenigingen kunnen momenteel gebruik maken van speeltuintoezichthouders. Deze toezichthouders ondersteunen de vrijwilligers bij het openen en sluiten van de speeltuin, het schoonhouden van de speeltuin en het gebouw, en het signaleren en doorgeven van bijzonderheden. Daarnaast fungeren zij als eerste aanspreekpunt voor vrijwilligers, ouders, kinderen en buurtbewoners. Elke speeltuin beschikt over een toezichthouder voor 12 uur per week. Als er behoefte is aan extra inzet, kan de speeltuinvereniging zelf aanvullende uren inkopen. De financiering voor deze toezichthouders maakt onderdeel uit van de opdracht ‘Gewoon in de Wijk’. Voor geen van de beleidsvarianten zijn extra middelen nodig binnen deze categorie van ondersteuning. 2.6. Verenigingsondersteuning De speeltuinverenigingen werken met vrijwilligers. Dit brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van bestuurlijke taken, vrijwilligersbeleid, maatschappelijke functie, subsidievraagstukken en de organisatie van activiteiten. Voor deze aspecten kan aanvullende ondersteuning voor de verenigingen wenselijk zijn. In het nieuwe beleidskader wordt bekeken op welke wijze deze ondersteuning het beste kan worden ingericht.

Daarnaast ontvangen de speeltuinverenigingen jaarlijks een activiteitenbudget. Dit budget wordt uitgekeerd via de jaarlijkse exploitatie Jeugd- en Jongerenwerk van Buurts. Er ontbreken vergoedingen als huursubsidie, verenigingsondersteuning en opleidingskosten voor toezichthouders. Daarom is het wenselijk de jaarlijkse exploitatie verder uit te breiden. Voor de verhoging van het activiteitenbudget, het toevoegen van huursubsidie en de verenigingsondersteuning gezamenlijk is een structurele verhoging van de jaarlijkse exploitatielasten met € 210.000 nodig. Deze verhoging geldt voor alle varianten, met uitzondering van variant 3, waarin de gemeente zich volledig terugtrekt. Het uitbreiden van de jaarlijkse exploitatielasten is ook ter overweging van de nieuwe coalitie. Benodigde extra financiën Jaarlijkse exploitatielasten

€ 210.000

Kenmerk: 2026/80231

8/11

2.7. Totaaloverzicht benodigde financiën per variant Variant 1

Investering

Vastgoed

€ 2.050.000

Exploitatie

Speeltoestellen

€ 5.000.000

Verenigingsondersteuning

€ 210.000

Totaal variant 1

€ 2.050.000

€ 5.210.000

Variant 2A

Investering

Exploitatie

Vastgoed

€ 2.050.000

Speeltoestellen

€ 675.000

Verenigingsondersteuning € 210.000 Totaal variant 2A

€ 2.725.000

Kenmerk: 2026/80231

€ 210.000

9/11

Variant 2B

Investering

Vastgoed

€ 2.050.000

Exploitatie

Speeltoestellen

€ 2.025.000

Verenigingsondersteuning

€ 210.000

Totaal variant 2B

€ 2.050.000

€ 2.235.000

3. Resultaten en/of consequenties De zestien speeltuinverenigingen in Haarlem vormen al tientallen jaren een belangrijk onderdeel van de sociale basis in de stad. Zij bieden kinderen een veilige plek om te spelen en vervullen tegelijkertijd een belangrijke ontmoetingsfunctie voor buurtbewoners. De diversiteit tussen de verenigingen wordt als waardevol gezien, en het is belangrijk dat het nieuwe beleid hier zo goed mogelijk op aansluit. Het nieuwe beleid heeft als doel om duidelijke en transparante afspraken te maken over de financiële kaders, subsidievoorwaarden en verantwoordelijkheden voor de speeltoestellen. Deze afspraken worden zo vormgegeven dat zij aansluiten bij de eigen situatie en kenmerken van de verschillende verenigingen. De in deze informatienota beschreven richtingen vormen input voor het participatietraject dat met de betrokken stakeholders wordt gestart. Op basis daarvan wordt in het nieuwe beleidskader de meest passende vorm van ondersteuning en de verdeling van verantwoordelijkheden uitgewerkt en aan de raad voorgelegd.

Kenmerk: 2026/80231

10/11

4. Uitvoering en vervolg De planning om te komen tot beleidskeuzes ziet er als volgt uit: Actie

Planning gereed

Uitwerking varianten financiering en ondersteuningstructuur opstellen

Februari - april 2026

Participatietraject voor het opstellen beleidskader

Mei 2026

Opleveren nieuw beleidskader

Q3 2026

MJIP Vastgoed alle speeltuinverenigingen

Eind 2026

5. Bijlagen NVT.

Kenmerk: 2026/80231

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16870464/1