CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Uitwerking reikwijdte doelgroepen maatschappelijke opvang

commissie Samenleving 23 mei 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22.00u Uitwerking reikwijdte doelgroepen maatschappelijke opvang (DL)3.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota

Onderwerp Uitwerking reikwijdte doelgroepen maatschappelijke opvang Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 23 april 2024

2024/391461 Loenen, D. van 2.3 Opvang, wonen en herstel MO Groosman, R. 06-42640250 rgroosman@haarlem.nl In het uitvoeringsprogramma Opvang Wonen en Herstel 2023-2027 is aangekondigd dat het college een juridisch kader met betrekking tot opvang voor dakloze personen buiten de Wet maatschappelijke opvang 2015 (Wmo 2015) opstelt. Tot op heden ontbreekt dit juridisch kader. Deze informatienota schetst de opvang die op basis van de Wmo 2015 geboden wordt en aan welke dakloze personen daarnaast op basis van eigen beleid opvang geboden zal worden. Met dit onderscheid wordt ingezet op het voorkomen van langdurige dakloosheid en langdurig verblijf in de opvang vanwege het ontbreken van een uitstroomperspectief. Ook wordt met de gemaakte keuzes aangesloten op wet en landelijk beleid. Het blijven opvangen van alle dakloze mensen leidt tot uitzichtloosheid voor verschillende dakloze doelgroepen die nu opgevangen worden. De feitelijke besluitvorming hierover vindt plaats in de vaststelling van de nieuwe verordening Wet maatschappelijke ondersteuning en de daarbij behorende uitvoeringsregels die 27 juni 2024 aan de raad wordt aangeboden. Het college biedt deze informatienota ter informatie aan de commissie Samenleving aan.

Opinienota Reikwijdte bepalen toegang tot de maatschappelijke opvang 2022/1809853 in commissie Samenleving 23 maart 2023 Uitvoeringsprogramma_Opvang_Wonen_en_Herstel_2023_2027 (notubiz.nl) 1. Het college stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,

Kenmerk: 2024/391461

de burgemeester,

1/10

Inleiding Eind juni 2024 wordt aan de gemeenteraad ter advisering de nieuwe Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 voorgelegd. Deze verordening heeft betrekking op het gehele spectrum van de Wmo 2015, waaronder opvang van dak- en thuisloze personen die niet zelfredzaam zijn. Het college heeft met een opinienota op 23 maart 2023 de zienswijze van de raad gevraagd over de reikwijdte en toegang tot maatschappelijke opvang, die verwerkt is in het uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel 2023-2027. Daarom informeert het college, vooruitlopend op de besluitvorming met betrekking tot de verordening en de uitvoeringsregels, de raad over de wijze waarop deze zienswijze in de conceptverordening is verwerkt. Het college zal in de verordening een duidelijkere afbakening voorleggen van de doelgroepen die op basis van de wet of eigen beleid in aanmerking komen voor opvang en introduceert een aantal algemene voorzieningen voor opvang. Deze wijzigingen zijn nodig omdat onbeperkte opvang, in samenhang met het direct toekennen van een maatwerkvoorziening opvang op basis van een te beperkt onderzoek, heeft geleid en nog steeds leidt tot extra druk op de opvang.

Er is daarbij voor verschillende doelgroepen weinig perspectief op uitstroom of er kan in de maatschappelijke opvang in (de regio) Haarlem niet de juiste opvang of ondersteuning geboden worden aan verschillende dakloze personen. Op 23 maart 2023 heeft de commissie Samenleving van gedachten gewisseld over de opinienota en de verschillende doelgroepen die hierin aan bod komen. Tijdens deze gedachtewisseling kwam er niet één scenario van voorkeur naar voren. Wel werd duidelijk dat er geen meerderheid was voor scenario 1 en 4, deze laten we om die reden buiten beschouwing. Met deze informatienota komen we tegemoet aan de uitkomsten van de eerdere behandeling in de commissie Samenleving. Daarnaast zet het college erop in om praktische ondersteuning aan dakloze personen die behoren tot de twee doelgroepen direct op te starten. Daarmee zijn mensen sneller geholpen en kan de belasting voor uitvoerende professionals en de druk op de opvang ook minder worden. Deze nota informeert u over: 1. De doelgroepen maatschappelijke opvang zoals opgenomen in de concept verordening maatschappelijke ondersteuning per 1 juli 2024; 2. De introductie van drie algemene voorzieningen ten behoeve van opvang; en 3. De kwaliteitsverbetering van het onderzoek.

Kenmerk: 2024/391461

2/10

2. Kernboodschap In het uitvoeringsprogramma Opvang Wonen en Herstel 2023-2027 is aangekondigd dat het college een juridisch kader met betrekking tot opvang voor dakloze personen buiten de Wet maatschappelijke opvang 2015 (Wmo 2015) opstelt. Tot op heden ontbreekt dit juridisch kader. Deze informatienota schetst de opvang die op basis van de Wmo 2015 geboden wordt en aan welke dakloze personen daarnaast op basis van eigen beleid opvang geboden zal worden. Met dit onderscheid wordt ingezet op het voorkomen van langdurige dakloosheid en langdurig verblijf in de opvang vanwege het ontbreken van een uitstroomperspectief. Ook wordt met de gemaakte keuzes aangesloten op wet en landelijk beleid. Het blijven opvangen van alle dakloze mensen leidt tot uitzichtloosheid bij verschillende dakloze doelgroepen die nu opgevangen worden. De feitelijke besluitvorming hierover vindt plaats in de vaststelling van de nieuwe verordening Wet maatschappelijke ondersteuning en de daarbij behorende uitvoeringsregels die 27 juni 2024 aan de raad wordt aangeboden. 3.

Doelgroepen opvang, algemene voorzieningen en kwaliteitsverbetering van het onderzoek 3.1 Doelgroepen opvang Door in de concept-verordening maatschappelijke ondersteuning per 1 juli 2024 duidelijk doelgroepen voor opvang te omschrijven en aan te geven wanneer opvang op grond van de Wmo 2015 aan de orde is en wanneer niet, is het college beter in staat de juiste opvang en ondersteuning te bieden. Daarmee wordt aangesloten bij de doelstelling van de Wmo 2015 en bij de voorgenomen wetswijziging van de Huisvestingswet 2014 (Wet versterking regie volkshuisvesting). Door aan de opvang in een juridisch kader ook voorwaarden te verbinden gericht op uitstroom verwacht het college dat de gemiddelde opvangduur verkort kan worden. Omdat de huidige indeling van doelgroepen niet aansluit bij de Wmo 2015 is het voorstel geen onderscheid meer te maken in de doelgroepen OGGZ en `economisch dakloos`. In plaats daarvan stelt het college het onderscheid in de volgende twee doelgroepen voor: 1. Personen die op grond van de Wmo 2015 in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang: “Onder de Wmo doelgroep wordt verstaan: personen die de thuissituatie hebben verlaten (..) en niet in staat zijn zich op eigen kracht met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk, te handhaven in de samenleving.” Iemand is dus feitelijk dakloos én verminderd(zelf)redzaam.

Rechthebbend zijn alleen rechtmatig ingezetenen van Nederland. Het gaat om personen die doordat zij zichzelf niet kunnen handhaven in de samenleving niet in staat zijn zelf in onderdak te kunnen voorzien. De opvang van deze dakloze mensen komt ten laste van het regionale budget voor maatschappelijke opvang dat Haarlem als centrumgemeente ontvangt. Op dit moment werkt het college aan een Regionaal plan van aanpak dakloosheid met als doel dat voorzieningen in de toekomst zoveel mogelijk (kleinschalig) gespreid in de regio geboden

Kenmerk: 2024/391461

3/10

worden en waarbij wonen eerst voorop staat. Dan kunnen dakloze mensen meer dan nu kan zoveel en zo thuis mogelijk in de buurt van bestaande netwerken opgevangen worden of wonen. Of een steunend netwerk kan eenvoudiger opgebouwd worden in de herkomstgemeente in de regio als daar de kans op herstel het grootst is. Dit regionale plan van aanpak is onderdeel van de uitwerking van het Nationaal Actieplan Dakloosheid Eerst een Thuis1. 2. De Haarlemmers die feitelijk dakloos zijn, maar die niet in aanmerking komen voor opvang op grond van de Wmo 2015, omdat zij alleen niet zelfredzaam zijn op het gebied van huisvesting, doordat zij tijdelijk niet kunnen voorzien in een verblijfsalternatief. Zij worden opgevangen op basis van buitenwettelijk begunstigend beleid. Het gaat om (volwassen) alleenstaande dakloze personen en dakloze gezinnen met minderjarige kinderen die de volgende binding met Haarlem hebben: - op het moment van melding minimaal drie jaar rechtmatig in Nederland; en - minimaal twee jaar ingeschreven als woonachtig in Haarlem2. Het gaat om personen die rechtmatig verblijf hebben in Nederland en die voorafgaand aan hun dakloosheid zelf in onderdak konden voorzien én werk hebben of aanspraak hebben op een uitkering waarmee zij geacht worden te kunnen voorzien in de noodzakelijke kosten voor het bestaan.

De kosten voor de opvang zijn voor rekening van de lokale gemeente Haarlem. De gemeente Haarlem ontvangt hiervoor geen middelen van het Rijk. De regiogemeenten zijn verantwoordelijk voor de opvang van de eigen ‘niet-Wmo-doelgroep’. NB: Bij extreme koude kan elke dakloze persoon in Haarlem opgevangen worden in de winternoodopvang. Of er op humanitaire gronden uitzonderingen nodig zijn voor niet Haarlemse dakloze gezinnen met minderjarige kinderen waarbij de huisvestingsvraag voorliggend is, beziet het college per unieke situatie. Hierbij is uitgangspunt te voorkomen dat beleidsregels meer kwaad dan goed doen. Ook handelt het college als er sprake is van een ernstige/levensbedreigende ziekte. Voor eventuele uitzonderingen worden echter geen aparte voorzieningen ingericht. Inzet is om in alle gevallen personen die zich melden voor opvang en die doelgroep voor opvang zijn, zo snel als mogelijk is praktisch te ondersteunen bij het vinden van (de juiste ondersteuning op) de juiste plek ongeacht hun (tijdelijke) verblijfsplek. En om mensen die geen recht hebben op opvang te 1

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (overheid.nl)

2

Hiermee wordt aangesloten op de gehanteerde termijn uit de Huisvestingsverordening en wordt meer aangesloten op eisen die omliggende centrumgemeenten als Amsterdam stellen.

Kenmerk: 2024/391461

4/10

verwijzen en indien nodig te begeleiden naar netwerk en/of de juiste instanties. Hiermee wordt zoveel mogelijk voorkomen dat mensen zonder uitstroomperspectief langdurig in de opvang verblijven. De volgende dakloze doelgroepen hebben geen recht op voorzieningen opvang in de gemeente Haarlem: 1. Ongedocumenteerde personen/uitgeprocedeerde asielzoekers zonder verblijfstatus: het Rijk heeft met de VNG afspraken gemaakt over de opvang van ongedocumenteerde personen. Een vijftal gemeentes in het land biedt een Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV), waaronder Amsterdam. Buiten deze locaties bieden overige gemeentes geen opvang (“bedbadbrood”) meer voor deze doelgroep. De LVV-gemeentes ontvangen in tegenstelling tot de gemeente Haarlem financiering van het Rijk om deze opvang te bieden. In Haarlem biedt Stem in de Stad juridische en maatschappelijke ondersteuning aan ongedocumenteerde personen vanuit een wekelijks spreekuur. Indien er sprake is van een opvangvraag verwijst de gemeente Haarlem ongedocumenteerde personen naar de LVV in Amsterdam, conform de landelijke afspraken. 2. EU-burgers die niet in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang (EU-burgers die niet langer dan drie maanden in Nederland verblijven én die niet langer dan drie maanden gewerkt hebben in Nederland, hebben geen recht op opvang): zij worden richting de juiste instanties geleid.

Bijvoorbeeld door een afspraak te maken met stichting Barka die hierin gespecialiseerd is. 3. Mensen die in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden wonen of hebben gewoond en op grond daarvan beschikken over een paspoort van het Koninkrijk en zich daarmee op Schiphol (Haarlemmermeer) of in Haarlem melden met een beroep op maatschappelijke opvang. Zij zijn geen inwoner en/of ingezetene van Nederland en komen daarom formeel niet in aanmerking voor opvang. 4. Nareizende partner van statushouders (referent) in kader van gezinshereniging die door de partner kort na aankomst geen toegang meer tot de woning krijgt. Een voorwaarde voor gezinshereniging is dat de referent over voldoende financiële middelen moet beschikken om zichzelf en zijn gezinsleden te onderhouden. Voor deze mensen zijn er geen landelijke instanties om naar door te verwijzen. 5. Remigranten die onvoorbereid naar Nederland teruggekeerd zijn. Remigranten hebben een (van hun kind of partner) afgeleid verblijfrecht of zijn Nederlandse staatsburgers die vertrokken zijn naar het buitenland (al dan niet een land van herkomst) en terugkeren naar Nederland. Bij terugkeer naar Nederland worden deze mensen geacht zelf in hun onderdak te voorzien. Als de gemeente geen opvang biedt, betekent zoals beschreven niet dat er niets gedaan wordt.

Deze mensen zijn echter op landelijke instanties, eigen netwerk of particulier initiatief aangewezen. Uiteraard zal de praktijk weerbarstig blijken. Het college wil met deze voorgenomen keuzes een grens aangeven, omdat het blijven opvangen van alle dakloze mensen die een beroep doen op onze

Kenmerk: 2024/391461

5/10

regio voor mensen die behoren tot bovenstaande doelgroepen in de praktijk leidt tot uitzichtloosheid vanwege het ontbreken van een uitstroomperspectief. 3.2. Introductie algemene voorzieningen In het kader van de Wmo 2015 is de opdracht aan het gemeentebestuur om inwoners zoveel mogelijk te ondersteunen met algemene voorzieningen die erop gericht zijn om haar inwoners zo snel als mogelijk is weer op eigen benen te laten staan. De gedachte daarbij is dat het in veel gevallen voor inwoners beter en prettiger is om gebruik te maken van algemene voorzieningen dan van maatwerkvoorzieningen, omdat inwoners die van algemene voorzieningen gebruik maken zich vaker minder afhankelijk voelen. Daarmee ervaren zij mogelijk meer regie over het eigen leven. Een algemene voorziening kan afgebakend worden voor een specifieke doelgroep (de algemene voorzieningen die het college introduceert zijn er voor de onder 3.1. beschreven rechthebbende doelgroepen. De onder 3.1. beschreven niet rechthebbende doelgroepen hebben hiertoe geen toegang, en ook niet tot een maatwerkvoorziening opvang). Om van een algemene voorziening gebruik te kunnen maken, is echter geen aanvraag en ook geen beslissing van het college noodzakelijk, waardoor inzet van algemene voorzieningen veelal doelmatiger georganiseerd kan worden dan maatwerkvoorzieningen.

De ondersteuning kan in een algemene voorziening direct starten, en de administratieve last van tijdelijk maatwerk en herbeoordelingen via beschikkingen kan achterwege gelaten worden. De afgelopen vijf jaar zijn er om bovenstaande redenen verschillende Wmo-voorzieningen gekanteld van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen zoals huishoudelijke ondersteuning, dagbesteding, kortdurend verblijf, en ambulante begeleiding. Op dit moment heeft de gemeente Haarlem geen algemene voorziening opvang, waardoor iedere dakloze persoon die nu opgevangen wordt een maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang ontvangt zonder onderscheid of iemand rechthebbende is op basis van de Wmo 2015. Op dat moment kan in feite nog niet zorgvuldig bepaald worden wat de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte is. Dus of iemand meer nodig heeft dan een algemene voorziening en zo ja, welke maatwerkvoorziening het beste bijdraagt aan het uitstroomperspectief. In het belang van degene die recht heeft op opvang, vindt het college het noodzakelijk dat wel direct gestart kan worden met praktische ondersteuning als iemand opgevangen wordt.

Om opvang op basis van de juiste grondslag te bieden, de hulp en het onderzoek naar iemands ondersteuningsbehoefte aan te laten sluiten op het uitstroomperspectief, en ter uitwerking van het buitenwettelijk begunstigend beleid, worden met ingang van 1 juli 2024 de volgende algemene voorzieningen opgenomen in de verordening: 1. Kortdurende opvang (nachtopvang of 24-uurs opvang) voor feitelijk dak- en thuisloze personen waarbij zorgvuldig de ondersteuningsbehoefte en het uitstroomperspectief onderzocht kunnen

Kenmerk: 2024/391461

6/10

worden. Er wordt direct praktische ondersteuning geboden. Bijvoorbeeld het organiseren van een briefadres, een inkomen, ziektekostenverzekering, dagbesteding, afspraken met een huisarts of voor een diagnose, inzet op een steunend sociaal netwerk. Hieraan moet degene die een beroep doet op de voorziening medewerking verlenen en ook meewerken aan alternatieve verblijf- of woonoplossingen. Bijvoorbeeld in eigen netwerk en meer dan nu ook buiten de regio indien mogelijk of passend. Bijvoorbeeld door zich in te schrijven in diverse woonservicegebieden en wekelijks te reageren op beschikbaar aanbod, en dit aanbod te accepteren. In de regio Haarlem is de woningmarkt dusdanig dat deze regio weinig perspectief biedt als iemand niet al lang staat ingeschreven voor een sociale huurwoning. Deze voorziening duurt in beginsel maximaal drie maanden. Als er een uitstroomperspectief is, en dit nog niet bereikt is ondanks inspanningen van de dakloze persoon, mag iemand langer gebruik maken van deze voorziening. Gedurende de periode december tot april wordt het aantal bedden kortdurende opvang uitgebreid (winternoodopvang Fase I). 2. Noodopvang (24-uurs opvang) voor Haarlemse alleenstaande dakloze personen en gezinnen die alleen op het gebied van huisvesting niet zelfredzaam zijn, omdat zij tijdelijk geen verblijfsalternatief hebben.

Deze noodopvang wordt in beginsel voor drie maanden geboden, uitgangspunt is dat deze opvang kortdurend is. Het doel van deze noodopvang is dat dakloze Haarlemse inwoners en hun minderjarige kinderen een plek hebben van waaruit zij een oplossing voor hun woonprobleem kunnen zoeken. Zij ontvangen praktische ondersteuning gericht op uitstroom en worden geacht hieraan zelf actief mee te werken en passende verblijf- of woonoplossingen te accepteren. Het college stelt vanwege de druk op woonruimte in de Haarlemse regio voor om voor deze noodopvang voorwaarden te stellen. Zoals dat er wordt meegewerkt aan het vinden van eigen onderdak, iemand in meerdere regio’s staat ingeschreven als woningzoekende en deze inschrijvingen op tijd verlengt, iemand wekelijks op woningen reageert en iemand een aangeboden woning niet mag weigeren. 3. Winternoodopvang (Fase II): bij extreem weer wordt opvang (bed, bad, brood) geboden aan alle daklozen in Haarlem. Gescheiden opvang Net als in de huidige situatie worden de volgende doelgroepen gescheiden opgevangen:  Jongvolwassen dakloze personen (18 tot en met 22 jaar)  Alleenstaande volwassen dakloze personen (vanaf 23 jaar)  Dakloze gezinnen

Kenmerk: 2024/391461

7/10

Eigen Bijdrage Voor algemene voorzieningen betalen mensen een eigen bijdrage. Uitgangspunt voor nu zijn de huidige eigen bijdragen die gelden voor de locaties waar opvang geboden wordt. Dit zijn bedragen die redelijk zijn voor wat geboden wordt en die betaalbaar zijn met een uitkering. Bovendien vraagt het van mensen een inspanningsverplichting die er ook is als mensen zelf in onderdak moeten voorzien (zoals het betalen van huur). De Haarlemmers die noodopvang aangeboden krijgen, krijgen hiermee ook het signaal dat zij geholpen worden in nood, maar dat zij ook gevraagd worden zich in te spannen om weer snel zonder hulp verder te kunnen. Individuen of gezinnen die nog geen inkomen hebben, betalen geen eigen bijdrage. Bij hen wordt met spoed ingezet op het organiseren van een inkomen, zodat zij de eigen bijdrage voor de algemene voorziening kunnen gaan betalen. Daarnaast start in 2024 een proef met vereenvoudiging van de inning van de eigen bijdragen, waarbij gestart wordt met dakloze personen met een Participatiewet-uitkering. Dakloze jongvolwassenen (18 t/m 22 jaar) betalen geen eigen bijdrage. 3.3 kwaliteitsverbetering onderzoek De inzet van het college is dat in het belang van personen die zich voor opvang bij de gemeente Haarlem melden zij de juiste ondersteuning krijgen bij het vinden van alternatief onderdak.

In dat kader is het van belang een zorgvuldig onderzoek uit te voeren om zo snel als mogelijk is een beeld te krijgen van iemands feitelijke situatie en een passend uitstroomperspectief in beeld te krijgen. Hiermee wordt ook ingezet op het voorkomen van langdurig verblijf in de opvang waardoor mensen na stabilisatie als herstel weer kunnen gaan verslechteren. Door met betrokken netwerkpartners en degene die zich meldt te onderzoeken welke alternatieve mogelijkheden er zijn, zoals bijvoorbeeld verblijf in eigen netwerk, Onder de Pannen, een woonoplossing buiten de regio, etc. De algemene voorziening kortdurende opvang voor dak- en thuisloze personen biedt de ruimte om dit onderzoek zorgvuldig te kunnen doen door direct bij binnenkomst ondersteuning te bieden op de meest basale levensdomeinen, zoals financiën, gezondheid, contact met netwerk en onderdak. Als iemand zich meldt met een opvangvraag is niet altijd snel duidelijk wat de precieze ondersteuningsvraag is. Deze algemene voorziening biedt bij feitelijke dakloosheid een opvangplek met praktische ondersteuning om de basis op orde te krijgen. Daarbij werken verschillende netwerkpartners samen om in kaart te brengen wat de juiste ondersteuning op de juiste plek is en de ondersteuning te bieden die daarbij nodig is. Daarmee wordt het onderzoek een middel om te werken aan het uitstroomperspectief.

Al in de onderzoeksfase kan bijvoorbeeld ontdekt worden dat het aanvragen van een beschermd wonen indicatie het beste perspectief biedt en dan kan daarnaar

Kenmerk: 2024/391461

8/10

snel bemiddeld worden. Het zou ook kunnen dat juist Housing First of Kamers met Aandacht de best passende oplossing is3. Door verschillende netwerkpartners en reeds bij de persoon bekende instanties bij het onderzoek te betrekken en aan degene die zich meldt praktische ondersteuning te bieden, wordt ook voorkomen dat iemand meerdere keren zijn verhaal bij verschillende professionals moet doen. Dit zorgt er tevens voor dat er integraal gekeken wordt naar de ondersteuningsbehoefte (de wat is er nodig vraag). En dat iemand zo snel als mogelijk is weer onder dak is als er geen maatwerkvoorziening nodig is. De ondersteuning gedurende het onderzoek is er dus op gericht, in lijn met de gedachte van de wetgever, om iemand zo snel als mogelijk is weer op eigen benen te kunnen laten staan, al dan niet met de vaststelling dat hiervoor een Wmo-maatwerkvoorziening nodig is. Dit houdt in dat na een melding van dakloosheid direct intensief ingezet wordt op alternatieven voor maatschappelijke opvang. NB: waar dat mogelijk is, heeft het nadrukkelijk de voorkeur om iemand die in netwerk kan verblijven vanuit die situatie een beeld te vormen en te onderzoeken of vanuit verblijf in eigen netwerk naar een oplossing toegewerkt kan worden. Dit vraagt nadere samenwerking en bij voorkeur warme overdracht(en) tussen de professionals van de toegang, aanbieders, maar bijvoorbeeld ook lokale teams.

Met de regionale aanbesteding Maatschappelijke opvang en beschermd wonen ‘Zo thuis mogelijk’, kunnen aanbieders vanaf 1 juli 2024 ook trajectbegeleiding bieden op de plek waar iemand verblijft. Hiermee is de inzet het behoud of opbouw van een steunend netwerk en een verblijfsalternatief in een zo vroeg mogelijk stadium. Dat geldt overigens ook in de situatie waarin wel iemand gebruik maakt van een opvangplek. 4. Ten slotte Vanuit de gedachte dat mensen thuis het beste herstellen, zet het college maximaal in op de beweging naar eerst een thuis, zodat de verblijfsduur in de opvang zo kort mogelijk kan blijven. Gezien de situatie op de woningmarkt is dit een grote uitdaging, maar één die we volop aanpakken. Langdurig verblijf in de opvang heeft vaak tot gevolg dat mensen na stabilisatie en herstel weer kunnen gaan verslechteren. Daarom spreken we mensen die gebruik maken van een voorziening ook aan op de eigen inzet voor huisvesting, hoe complex ook in de huidige situatie. Hierbij krijgen zij praktische ondersteuning, maar we verwachten ook dat mensen hieraan meewerken, net als de inzet om hun eigen zelfredzaamheid te vergroten, bijvoorbeeld door zich in te schrijven in verschillende

3

Vanuit de visie op dakloosheid zet het college überhaupt steeds meer in op wonen eerst als beste oplossing voor herstel. Alleen als er geen passende ondersteuning geboden kan worden bij zelfstandig wonen, is een intramurale oplossing wenselijk.

Kenmerk: 2024/391461

9/10

woonservicegebieden en in te zetten op activering en dagbesteding. Hieraan meewerken is een voorwaarde voor verblijf, en is ook onderdeel van de praktische ondersteuning in de maatschappelijke opvang. Het college werkt ten slotte, ook in regionaal verband, voortdurend aan preventie (voorkomen dat mensen hun woonplek kwijtraken), aan het uitbreiden van uitstroommogelijkheden en het versnellen van de uitstroom voor die inwoners die dakloos geraakt zijn. Bijvoorbeeld door een krachtige sociale basis Gewoon in de wijk ,vroegsignalering van schulden of dreigende overlast, het PACT voor uitstroom, Actieplan Housing First, realiseren van Skaeve Huse en Domus+, de inkoop Zo thuis mogelijk, een regionale woonzorgvisie, en een Regionaal Actieplan Dakloosheid. Ook is er inzet op alternatieven als Kamers met Aandacht, Onder de Pannen, Tijdelijk Onder Dak. In de jaarlijkse voortgangsrapportage van het uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel zal het college uw raad hierover voor de zomer 2024 informeren, waarbij ook uitgebreid ingegaan wordt op de acties op uitstroom. 5. Consequenties 1.

Mensen die een beroep doen op maatschappelijke opvang krijgen sneller de juiste ondersteuning op de juiste plek door direct praktische ondersteuning in te zetten om de ondersteuningsbehoefte en het uitstroomperspectief nader in kaart te brengen, waarbij nadrukkelijk gekeken wordt naar alternatieven voor maatschappelijke opvang. De verwachting is dat naast een verbetering in de ondersteuning, hierdoor op termijn de kosten voor maatschappelijke opvang zullen afnemen. Dit beleid wordt in de tweede helft van 2024 geïmplementeerd met de nieuwe partners voor MO en de GGD (Brede Centrale Toegang). 2. De algemene voorzieningen kunnen uitgevoerd worden in de huidige locaties, waardoor dit nu geen extra investeringen vraagt in locaties. 3. Mensen die we nu wel opvangen en die na vaststelling van de verordening niet meer tot onze doelgroepen behoren, hoeven de opvang niet verlaten, en blijven ondersteuning richting uitstroom ontvangen. Van hen wordt wel nadrukkelijker medewerking gevraagd voor een oplossing van hun huisvestingsproblematiek. 6. Vervolg - Bovenstaande beleidsuitgangspunten worden verwerkt in de verordening die op 27 juni 2024 aan de raad ter advisering voorgelegd wordt. 7. Bijlagen - nvt

Kenmerk: 2024/391461

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14140123/1