1 Uitvoeringsprogramma Continuering Afvalscheiding (CAS) Maatregel 14 Maximeren klepopeningen
Tekst van het document
Opinienota
Onderwerp Uitvoeringsprogramma Continuering Afvalscheiding (CAS) Maatregel 14: Maximeren klepopeningen Nummer 2023/1871615 Portefeuillehouder Berkhout, R.A.H. Programma/beleidsveld 5.3 Circulariteit Afdeling BBOR Auteur Starreveld, D. Telefoonnummer 023-5114187 Email dstarreveld@haarlem.nl Kernvraag aan de Er wordt gewerkt aan de verbetering van de afvalscheiding in Haarlem. En dat commissie werpt zijn vruchten af. In de periode 2016-2023 is het scheidingspercentage toegenomen van 36 naar 51 procent. Met het Uitvoeringsprogramma CAS is vorig jaar de volgende stap gezet met onder andere maatregelen zoals de Recycletas en de Recyclewagen die het de Haarlemmers makkelijker maken afval goed te scheiden. Met als doel minder (rest)afval. Hiermee wordt bijgedragen aan een betere milieuprestatie en houdt Haarlem meer grip op de afvalverwerkingskosten die de komende jaren bij gelijkblijvende hoeveelheden naar verwachting alleen maar zullen stijgen. De verbeterde afvalscheiding is inmiddels ook zichtbaar in een beter resultaat op de grondstoffenbalans, maar dat kan nog beter. Vorig jaar tijdens de bespreking van CAS is verzocht om met betrekking tot maatregel 14 (maximeren klepopeningen) een opinienota met verschillende alternatieve uitwerkingen aan de commissie voor te leggen.
Met het maximeren van klepopeningen wordt beoogd het oneigenlijk gebruik van de restafvalcontainers aan te pakken. Uit analyse van cijfers blijkt dat een kleine groep grootgebruikers een onevenredig groot aantal klepopeningen gebruikt voor het aanbieden van restafval. Ten opzichte van gemiddelde huishoudens is dat 2x zoveel klepopeningen en worden deze extra klepopeningen gebruikt voor het oneigenlijk aanbieden van bedrijfsafval en bouw- en sloopafval. Hier zijn de restafvalcontainers niet voor bedoeld. Met onderliggende opinienota worden varianten voorgesteld, waarmee dit oneigenlijk gebruik kan worden aangepakt. Tegelijkertijd kan hiermee ook een (extra) prikkel worden gegeven tot betere afvalscheiding. En het kan mogelijk bijdragen aan een eerlijkere verdeling van de afvalstoffenheffing op basis van het principe “de vervuiler betaalt”. De commissie wordt gevraagd een voorkeur voor een variant aan te geven. De voorkeuren, wensen en bedenkingen vanuit de commissie zullen worden meegenomen in de verdere uitwerking. Behandelvoorstel voor Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de commissie Beheer. de commissie De wethouder heeft bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Continuering Afval Scheiding (CAS) toegezegd dat maatregel 14, betreffende het
Kenmerk: 2023/1871615
1/8
Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 19 maart 2024
maximeren van klepopeningen, aan de commissie zal worden voorgelegd middels een opinienota waarin verschillende varianten verder zijn uitgewerkt. Vanwege de complexiteit van de technische aspecten is tevens een technische sessie toegezegd. Raadsstuk Uitvoeringsprogramma CAS (2023/181996) besproken in commissie Beheer op 6 april 2023 en vastgesteld in raadsvergadering op 20 april 2023 met als bijlage Uitvoeringsprogramma CAS (2023/181996) 1. het college stelt de opinienota aan de commissie vast. de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding Met het Uitvoeringsprogramma CAS wordt aan de hand van 14 maatregelen een volgende stap gezet in het realiseren van de Haarlemse ambities met betrekking tot een hoger scheidingspercentage en minder huishoudelijk restafval. Maatregel 14 betreft het maximeren van het aantal klepopeningen van de restafvalcontainer. Door een maximum te stellen kunnen bewoners niet meer ongelimiteerd en/of zonder extra kosten restafval ter inzameling aanbieden. De memo Klepopeningen die als bijlage bij deze opinienota is gevoegd geeft een uitgebreide (technische) toelichting en kan zelfstandig worden gelezen. 2. Kernvraag aan de commissie Het college vraagt de commissie zijn voorkeur uit te spreken voor een van de volgende varianten: Variant 0: geen beperking van het aantal klepopeningen. Bij deze variant blijft alles bij het oude. Er worden geen maatregelen en middelen ingezet om Haarlemmers te bewegen tot minder klepopeningen te komen, Variant 1: alle huishoudens krijgen een maximum van 156 klepopeningen. Bij deze variant wordt er geen onderscheid gemaakt in bijvoorbeeld het aantal personen in een huishouden. Op basis van dit maximumaantal zullen een aantal huishoudens met hun huidige aanbiedgedrag niet uitkomen. Maar als zij hun aanbiedgedrag aanpassen dan zullen de bijna alle huishoudens uitkomen. Zij die klepopeningen te kort komen kunnen bijkopen.
De afvalstoffenheffing blijft zoals die is met een tarief gebaseerd op het aantal personen per huishouden, Variant 2: huishoudens krijgen een maximum van 104 klepopeningen en als ze daar niet mee uitkomen 156 klepopeningen. Bij aanvang krijgen alle huishoudens het lage maximumaantal van 104 klepopeningen. Wanneer dit niet genoeg blijkt te zijn, worden huishoudens naar het hoge maximumaantal van 156 klepopeningen overgezet (gelijk aan variant 1). De afvalstoffenheffing
Kenmerk: 2023/1871615
2/8
blijft zoals die is met een tarief gebaseerd op het aantal personen per huishouden. Er wordt een tweede onderscheid in tarief aan toegevoegd. Wanneer gebruik wordt gemaakt van het hogere maximumaantal klepopeningen (156) geldt een hoger tarief. Als dit hoge maximumaantal klepopeningen niet voldoende blijkt, is er een mogelijkheid tot bijkopen van klepopeningen, Variant 3: huishoudens betalen voor iedere klepopening die zij gebruiken voor het aanbieden van restafval. Het huidige onderscheid in de afvalstoffenheffing op basis van het aantal personen per huishouden komt te vervallen. Naast een vast basistarief (voor elk huishouden gelijk) wordt het aantal klepopeningen verrekend op basis van een tarief per klepopening.
3. Overeenkomsten Met maximeren klepopeningen wordt oneigenlijk aangepakt en afval scheiden gestimuleerd De varianten (met uitzondering van variant 0) zijn erop gericht oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Met oneigenlijk gebruik wordt met name het aanbieden van bedrijfsafval en bouw- en sloopafval in de ondergrondse containers met huishoudelijke afvalpassen bedoeld. De mate waarin wordt bijgedragen aan het voorkomen oneigenlijk gebruik en het stimuleren van afval scheiden is echter per variant verschillend. Maximeren klepopeningen levert een bijdrage aan minder restafval De varianten (met uitzondering van variant 0) zijn gericht op minder restafval (hoofddoel van CAS). Minder restafval levert minder milieubelasting op en tevens wordt bespaard op de verwerkingskosten. Maximeren klepopeningen levert een bijdrage aan eerlijkere verdeling van de kosten De varianten (met uitzondering van variant 0) zijn gericht op een eerlijkere verdeling van kosten overeenkomstig het principe de vervuiler betaald. De mate waarin de varianten daaraan bijdragen verschilt. De maximumaantallen klepopeningen zijn zo bepaald dat met goed scheiden ieder huishouden ongeacht het aantal personen uit kan komen zonder extra kosten. De hoeveelheid restafval per huishouden wordt dus voor het grootste deel bepaald door het scheidingsgedrag en in minder mate door de omvang van het huishouden.
Huishoudens hebben dus invloed op de hoogte van hun afvalstoffenheffing bij variant 2 en 3 door (nog) beter hun afval te scheiden en restafval te voorkomen. 4. Verschillen De varianten verschillen in de mate waarin de kosten per huishouden afhankelijk zijn van de hoeveelheid aangeboden restafval Uitgaande van het principe de vervuiler betaalt zal bij variant 3 een groot deel van de doorberekende kosten (afvalstoffenheffing) afhankelijk zijn van het aantal klepopeningen dat is gebruikt voor het aanbieden van restafval. Terwijl bij variant 1 alleen extra kosten worden gemaakt als het
Kenmerk: 2023/1871615
3/8
maximumaantal klepopeningen wordt overschreden en moet worden bijgekocht. Variant 2 is een variant tussen 1 en 3 in, waarbij een toeslag betaald wordt in de afvalstoffenheffing als de lage categorie klepopeningen wordt overschreden. Onderstaand afwegingskader geeft een overzicht van de vier varianten en de daarbij horende verschillen. De waarderingen in plussen en minnen zijn gebaseerd op de afgestemde inschatting van de betrokken deskundigen.
Afwegingskader
Variant 0 Niets doen (huidige situatie)
Variant 1 Vast aantal klepopeningen
Variant 2 Twee categorieën klepopeningen
Variant 3 Betalen voor iedere klepopening
Gedragsbeïnvloeding (verminderen restafval)
Geen effect
Alleen grootgebruik aangepakt
Iedereen heeft baat bij meedoen
Beter afval scheiden loont
Bewonerstevredenheid
Geen verandering
Grootgebruikers betalen extra
Geeft keuzevrijheid, autonomie.
Voor- en tegenstanders
Kans op oneigenlijk gebruik
Huidige realiteit
Eerlijker, maar blijft mogelijk
Eerlijker, maar blijft mogelijk
Kostenverschil maakt bewoners creatief
Bijzondere huishoudens*
Geen wijzigingen
Afhankelijk van keuze maximumaantal
Gaan mogelijk meer betalen
Gaan meer betalen
Geen kosten variant, maar hoge verwerking
€ 860K tot 2028 daarna € 67K per jaar
€ 914K tot 2028 daarna € 78K per j. +Cocensus
€ 1 miljoen project en € 5-10 miljoen invest.
Kosten
Opbrengsten bijkopen en hoger tarief
Kans op ontwijkgedrag**
Eerlijke(re) kostenverdeling
Geen
Opbrengst bijkopen is < € 1.000
Opbrengst bijkopen en hoger tarief is klein
Opbrengsten worden ingezet voor lagere tarieven
Geen effect
Zeer kleine kans
Kleine kans
Gerede kans
Beperkt: alleen omvang huishouden
Iets beter door aanpak excessen
Beter: relatie met hoeveelheid afval
Goed: relatie met hoeveelheid afval
Kenmerk: 2023/1871615
4/8
Variant 0 Niets doen (huidige situatie)
Afwegingskader
Realisatie beleidsambities
Variant 1 Vast aantal klepopeningen
Variant 2 Twee categorieën klepopeningen
Ambities worden naar beneden bijgesteld
Het beoogde CAS resultaat valt weg
Ambities zijn realiseerbaar
Variant 3 Betalen voor iedere klepopening
Ambities worden naar boven bijgesteld
* Bijzondere huishoudens zijn huishoudens die door niet te beïnvloeden omstandigheden meer klepopeningen nodig hebben. ** Ontwijkgedrag is bijvoorbeeld restafval in grondstofcontainers aanbieden en afval in buurgemeenten aanbieden.
Onderstaande tabel geeft inzicht in de effecten die verwacht worden bij de voorstelde maximumaantallen klepopeningen. Hoge maximumaantal 156 (= 3 per week)
Klepopeningen per jaar
Vergelijking met minicontainer
Lage maximumaantal
104 (= 2 per week)
240 liter minicontainer 1x per twee weken
140 liter minicontainer 1x per twee weken
11 kg per inwoner per jaar
20 kg per inwoner per jaar
Huishoudens die uitkomen op basis van huidig gedrag
85%
75%
Huishoudens die zullen bijkopen (schatting)
<1%
<1% (na de overstap naar 156 klepopeningen)
Standaard + € 104
Standaard
Potentiële milieuopbrengst (minder restafval) Vermindering oneigenlijk gebruik Aanzet tot afvalscheiding
Tarief afvalstoffenheffing bij variant 2
5. Duurzaamheidsparagraaf De varianten 1 t/m 3 leveren in toenemende mate een bijdrage aan het verminderen van de (ter inzameling aangeboden) hoeveelheid restafval (zie vorige paragraaf) door afvalpreventie (voorkomen van afval) en het beter afval scheiden. Het nu nog ruim aanwezige herbruikbare deel in het restafval
Kenmerk: 2023/1871615
5/8
zal er beter uit worden gehaald en dat levert grondstoffen op als compost, papierpulp en plastickorrels. Deze grondstoffen zijn circulair in te zetten in plaats van nieuw te delven grondstoffen. Het Haarlemse huishoudelijk restafval wordt verbrand in de ovens van HVC. Hierbij komt CO2 vrij. Door minder restafval aan te bieden komt er ook minder CO2 vrij. De reductie houdt gelijke tred met de vermindering van het restafval. Variant 0 levert geen bijdrage aan de toename van afvalscheiding en het verminderen van het restafval. De ambitie van CAS zakt hierdoor terug van 61,5% naar 56% afvalscheiding en de hoeveelheid restafval blijft steken op 173 kg per inwoner in plaats van 157 kg per inwoner. Variant 1 levert een bescheiden bijdrage aan de toename van afvalscheiding en het verminderen van het restafval. Ten opzichte van variant 0 (niets doen) zal dit maximaal 11 kilo per inwoner minder restafval opleveren. Door meer restafval in iedere klepopening te duwen wordt dit potentieel voor een deel weer te niet gedaan. Variant 2 levert de bijdrage in extra afvalscheiding en verminderen van het restafval overeenkomstig de CAS-ambitie. Dat betekent dus dat 61,5% afvalscheiding en 157 kg restafval per inwoner als doel in zicht blijft. Variant 3 levert naar verwachting de grootste bijdrage aan een verbetering van de afvalscheiding en het verminderen van het restafval.
Hierbij is het lastig een voorspelling te doen naar reële doelen, maar ervaringen bij gemeenten die een soortgelijke variant hebben ingevoerd zijn veelbelovend. 6. Financiën De varianten 0, 1 en 2 kunnen geheel binnen de CAS-begroting worden gerealiseerd. Er is in het Uitvoeringsplan CAS voldoende rekening gehouden met de consequenties voor de project- en exploitatiekosten. De afvalstoffenheffing hoeft als gevolg hiervan dus niet extra verhoogd te worden. Voor variant 3 dient een forse eenmalige investering worden gedaan en die zal op basis van het uitgangspunt dat de afvalstoffenheffing 100% dekkend is wel leiden tot een hogere afvalstoffenheffing dan in CAS is opgenomen. De potentiële hoeveelheid restafval die met de verschillende varianten wordt voorkomen is verschillend en zeer lastig in te schatten. Evenals de consequenties voor de hoeveelheden in te zamelen en te verwerken gescheiden stromen (met name groente- fruit en tuinafval, plastic verpakkingen, blik en drinkpakken, papier en karton). De daarmee potentieel te realiseren besparingen (verwerkingskosten en verbrandingsbelasting restafval) zijn daarom niet meegenomen in de financiële consequenties. Met de vaststelling van de programmabegroting vorig jaar is een verdere differentiatie aangebracht in de verdeling van de afvalstoffenheffing op basis van de omvang van huishoudens (aantal personen).
In de verdere uitwerking van maatregel 14 zal bij keuze voor variant 2 de samenhang
Kenmerk: 2023/1871615
6/8
tussen de twee tarief bepalende factoren (klepopeningen en aantal personen per huishouden) nader worden uitgewerkt. Voor variant 0 worden geen kosten gemaakt, maar als de vastgestelde ambitie met vervangende maatregelen moet worden gerealiseerd zijn de verwachte kosten aanzienlijk hoger dan begroot. De verwachting dat de verbrandingskosten en -belasting in de toekomst alleen maar zullen stijgen zorgt ervoor dat in de toekomst de verwerkingskosten van het restafval flink zullen stijgen. Alleen het drastisch verlagen van de hoeveelheid te verbranden restafval houdt deze verwachte kostenstijging in bedwang. Variant 0 biedt dus misschien wel een kostenvoordeel op korte termijn, maar zeker niet op lange termijn. Voor variant 1 bedragen de projectkosten € 860.000 en de exploitatiekosten € 67.000. Hiermee wordt een lichte besparing gerealiseerd ten opzichte van de CAS-begroting (gebaseerd op variant 2). Voor variant 2 bedragen de projectkosten € 914.000 en de exploitatiekosten € 78.000. Deze bedragen stemmen min of meer overeen met de CAS-begroting. Hiervoor hoeven dus geen aanvullende budgetten te worden gereserveerd. Voor variant 3 dient geïnvesteerd te worden in de benodigde systemen (€ 5-10 miljoen op basis van een kostenberekening in 2021). Daarnaast zijn er nog projectkosten (€ 1 miljoen).
Als deze kosten terugverdiend moeten worden uit de uitgespaarde verbrandingskosten van het restafval zal dit een lange terugverdientijd opleveren. In die periode betalen huishoudens min of meer dezelfde heffing, terwijl zij minder restafval aanbieden. Het is aannemelijk dat de afvalstoffenheffing door het uitvoeren van variant 3 ophoog zal gaan. Pas als de uitgespaarde verwerkingskosten van het restafval in evenwicht is met de toegenomen kosten (kapitaallasten van de investeringen en de exploitatielasten) is de weg open naar een lagere opbrengst van de afvalstoffenheffing en dus lagere tarieven. Gezien de hoge investeringen ligt dit moment naar verwachting niet in de nabije toekomst. Door de noodzakelijke project- en exploitatiekosten lijkt het vanuit het perspectief van de bewoners dat meer scheiden niet loont. Immers bewoners moeten (nog) beter hun afval gaan scheiden en moeten toch hetzelfde of meer betalen. Echter de huishoudens die zich inspannen en maximaal scheiden zullen wel een lagere heffing in hun bereik hebben bij variant 3. Maar de huishoudens die op dezelfde voet doorgaan en slecht hun afval (blijven) scheiden zullen meer gaan betalen. 7. Vervolg Met de voorkeuren, wensen en bedenkingen vanuit de commissie Beheer zullen de varianten zo nodig worden verrijkt en rekening houdende met de feedback zal een onderbouwde keuze voor een variant worden gemaakt.
Op basis van deze variant zal aan de hand van een plan van aanpak de invoering worden doorgevoerd. Afhankelijk van de gekozen variant zal er naar gestreefd worden de invoering in het eerstvolgende kalanderjaar te realiseren. Voor de invoering is het belangrijk dat de startdatum samenvalt met de eerste dag van een kalenderjaar.
Kenmerk: 2023/1871615
7/8
8. Bijlagen 1. Memo Maximeren Klepopeningen – uitwerking maatregel 14 uit CAS d.d. 19 maart 2024
Kenmerk: 2023/1871615
8/8