1 Uitvoering regelgeving nota Ruimte voor mensen en mobiliteit
Tekst van het document
Collegebesluit
Onderwerp Uitvoering regelgeving nota Ruimte voor mensen en mobiliteit Nummer 2025/685757 Portefeuillehouder Berkhout, R.A.H. en Leeuwen, B van Programma/beleidsveld 4.3 Aantrekkelijke leefomgeving Afdeling BBOR Auteur Heteren, J. van Telefoonnummer 06-14231645 Email jvanheteren@haarlem.nl Kernboodschap Met het vaststellen van de nota ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit’ heeft de gemeenteraad de kaders voor het parkeerbeleid vastgesteld. Dit betekent dat de komende jaren in 7 wijken gereguleerd parkeren wordt ingevoerd. Wijk voor wijk zal dit steeds aan de hand van een wijkplan worden georganiseerd. Om deze uitvoering per wijk zo transparant, redelijk en uitvoerbaar mogelijk te maken is de beleidsnota nu technisch uitgewerkt in een aantal specifieke regels. Hierin is onder andere geregeld hoe wordt omgegaan met parkeren op eigen terrein, vergunningen voor werknemers en vrijwilligers, en het legaliseren van parkeren met twee wielen op de stoep. Op deze wijze wordt tijdig duidelijkheid verschaft aan alle betrokkenen. Tegelijkertijd wordt voor bestaand gereguleerd gebied de voorbereiding voor de uitvoering van de nieuwe of aangepaste regels gestart. Uitvoering hiervan vindt plaats vanaf 1 januari 2027, dit op de uitbreiding van de werknemersparkeervergunning en de maatschappelijke parkeervergunning na. Deze vergunningen komen vanaf het eerste kwartaal 2026 in uitvoering.
In dit besluit wordt tenslotte ook duidelijk gemaakt hoe het college omgaat met diverse moties van de raad. Behandelvoorstel voor commissie
1. Het college stuurt het collegebesluit ter bespreking naar de commissie Beheer. 2. Het college geeft aan hoe zij de volgende moties uitvoert: “Minimaal anderhalve meter stoep, voor elke voetgangersgroep” (2025/434467), “Stop & Care plekken” (2025/434522), “Alle sportverenigingen zijn belangrijk” (2025/434623), “Die indeling sp(o)ort niet” (2025/434486), Voorkom parkeeroverlast Te Zaanenkwartier (2025/434587), “In gesprek met de stad – het vervolg”(2025/434606) en stelt voor deze af te doen, zie punt 3.10 op pagina 11 t/m 13 van dit collegebesluit.
Kenmerk: 2025/685757
1/15
Relevante eerdere besluiten
-
Besluit college d.d. 14 oktober 2025
Raadsbesluit Ruimte voor mensen en mobiliteit: parkeren in Haarlem (2025/34230), vastgesteld 28 mei 2025. Informatienota vervolgproces Ruimte voor mensen en mobiliteit (2025/535703), 1 juli 2025.
Het college van burgemeester en wethouders besluit vast te stellen: 1. De Beleidsregels parkeren op eigen terrein Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem; 2. Het Wijzigingsbesluit Nadere regels Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem; 3. De Nadere regels vergunningenplafond Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem; 4. Het Wijzigingsbesluit Aanwijzingsbesluit Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Op 28 mei 2025 heeft de gemeenteraad met de nota ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit’ (2025/34230) de kaders voor het nieuwe parkeerbeleid in Haarlem vastgesteld. Dit beleid is tot stand gekomen met input van de inwoners en bedrijven via het participatietraject ‘in gesprek met de stad’. Zoals aangekondigd in de informatienota Vervolgproces Ruimte voor mensen en mobiliteit van 1 juli 2025 (2025/535703) is de beleidsnota nu technisch uitgewerkt, gericht op doelmatigheid, redelijkheid, werkbaarheid en praktische uitvoerbaarheid. Dit besluit zet de beleidsnota om in uitwerkingen, beleidsregels, (gewijzigde) nadere regels op de parkeerverordening en gewijzigd aanwijzingsbesluit op de parkeerverordening en stelt deze vast. Naast deze wijzigingen is nog een aanpassing in twee verordeningen nodig. De wijziging op de parkeerverordening en de nieuwe parkeerbelastingverordening worden in december aan de raad voorgelegd. Daarnaast is ook (jaarlijks) een nieuw aanwijzingsbesluit op de parkeerbelastingverordening nodig, dit betreft een collegebesluit en gaat mee in de besluitvormingsprocedure van de gemeentelijke belastingen.
Kenmerk: 2025/685757
2/15
Dit besluit bevat de concrete regels en beleidsuitwerking voor de volgende onderwerpen: • Parkeren op eigen terrein (POET) • Parkeren bij sportfaciliteiten, volkstuinen, begraafplaatsen en crematoria • Stop & Shop zones • Vergunningenplafond • Werknemersparkeervergunning • Hernoemen van parkeerzones D en E • Tijdelijke derde parkeervergunning voor bewoners • Extra garage-abonnement voor bewoners met een vergunning • Legaliseren van stoepparkeren De bij dit collegebesluit behorende Beleidsregels parkeren op eigen terrein, het Wijzigingsbesluit Nadere regels Parkeerverordening, de Nadere regels vergunningenplafond en het Wijzigingsbesluit Aanwijzingsbesluit Parkeerverordening worden in december 2025 officieel gepubliceerd op overheid.nl. Deze zijn vanaf 1 januari 2026 van kracht. Deze datum is dan gelijktijdig aan de geplande ingangsdatum van de nieuwe parkeerbelastingverordening 2026 en wijzigingen aan de parkeerverordening. Deze gelijktijdige ingangsdatum is zo gekozen dat aanpassingen in alle regelgeving overeen blijven komen. Verder wordt aangegeven hoe onderstaande zestal moties worden uitgevoerd: 1. Minimaal anderhalve meter stoep, voor elke voetgangersgroep 2. Stop & Care plekken 3. Alle sportverenigingen zijn belangrijk 4. Die indeling sp(o)ort niet 5. Voorkom parkeeroverlast Te Zaanenkwartier 6. In gesprek met de stad, het vervolg
2. Beoogd resultaat Het beoogd resultaat is de formele vaststelling van uitgewerkte regelgeving van de in mei 2025 vastgestelde nota, zodat de volgende stap richting implementatie en uitvoering wijk voor wijk kan worden gedaan.
3. Onderbouwing voorstel
Kenmerk: 2025/685757
3/15
3.1 Duidelijke criteria voor het toewijzen van Parkeren Op Eigen Terrein (POET). Deze beleidsregel biedt duidelijke criteria voor het toewijzen van plekken als parkeren op eigen terrein (POET). Hiermee wordt bepaald welke parkeerplekken meetellen als POET en hoe deze zich verhouden tot het aantal te verkrijgen parkeervergunningen. Parkeren op eigen terrein is al geregeld in de parkeerverordening. De verordening beschrijft echter niet hoe de gemeente de aanwezigheid van POET-plekken vaststelt. De bijgevoegde beleidsregels (bijlage 1) bieden een eenduidig kader en maakt dit proces transparant voor iedereen. Belangrijkste punten en overwegingen: - Er is een tabel met een heldere definitie van POET-plekken in de beleidsregel opgenomen. - De regel gaat uit van minimale maten voor een POET-plek, gebaseerd op de gangbare afmetingen van auto's. Dit voorkomt dat onbruikbare te kleine plekken meetellen. - Voor woningen van vóór 10 oktober 1993 geld een speciale regeling als de inrit of garage niet meer in gebruik is voor autoparkeren. Bijvoorbeeld wanneer de garage is omgebouwd tot woonruimte, of de oprit bij de tuin is getrokken. Wanneer bij de inventarisatie van POETplekken blijkt dat een woonadres een POET-plek heeft, kunnen bewoners deze laten vervallen. Door de inrit te (laten) verwijderen, komen zij in aanmerking voor een parkeervergunning(en) op straat.
Deze mogelijkheid geldt niet voor gemeenschappelijke parkeerterreinen of gemeenschappelijke parkeergarages bij bijvoorbeeld appartementengebouwen. - Deze keuzemogelijkheid is een overgangsregeling en kan beëindigd worden zodra alle POETplekken in heel Haarlem zijn geïnventariseerd en vastgesteld, én alle eigenaren van een woning van voor 10 oktober 1993 de gelegenheid hebben gehad om hun keuze te maken. De uitvoering start in de uitbreidingswijken met een inventarisatie van POET-plekken per adres. Deze uitkomst wordt gedeeld met de betrokken bewoners, waar deze ook op kunnen reageren. De beleidsregel biedt tevens de basis voor een actualisatie van de POET-registratie in bestaand gereguleerd gebied. Deze inventarisatie start in januari 2027 en het streven is dit in 2027 af te ronden. 3.2 Een regeling voor vrijwilligers van sportverenigingen en een voor bezoekers van sportcomplexen. De nota 'Ruimte voor mensen en mobiliteit' schetst uitzonderingen voor parkeren bij grotere sportcomplexen, volkstuinen, begraafplaatsen en crematoria. Dit beleidskader is per doelgroep bekeken en waar nodig uitgewerkt in nadere regels (bijlage 2). -
Parkeervergunning voor vrijwilligers sport- en scoutingverenigingen
Kenmerk: 2025/685757
4/15
Vrijwilligers van sport- en scoutingverenigingen worden gefaciliteerd door de huidige maatschappelijke parkeervergunning uit te breiden. Deze uitbreidingscriteria zijn opgenomen in het Wijzigingsbesluit Nadere regels Parkeerverordening. Daarnaast is voor deze verbreding nog een aanpassing in de parkeerverordening zelf nodig. Een vereniging krijgt net als andere maatschappelijke instellingen dan recht op maximaal vier vergunningen. Momenteel wordt onderzocht of later in plaats van een vast aantal van vier vergunningen een staffel praktisch uitvoerbaar is, zodat grotere verenigingen meer vergunningen kunnen aanvragen. Dit wordt dan meegenomen bij een volgende actualisatie van de nadere regels. Voor het kunnen aanvragen van de maatschappelijke parkeervergunning door sportverenigingen en scouting zijn systeem- en procesveranderingen nodig. Deze aanpassingen zijn in het eerste kwartaal van 2026 gerealiseerd, waarna de vergunning ook door deze doelgroepen aangevraagd kan worden. -
Gereduceerd tarief voor bezoekers sportcomplexen Voor bezoekers van grote sportcomplexen komt voor de eerste acht uur per bezoek een lager uurtarief. Dit verlaagt de drempel voor sporters, maar het niet gratis maken voorkomt tegelijkertijd dat parkeerplekken onnodig bezet worden gehouden door niet-sporters.
-
Begraafplaatsen en crematoria Voor deze locaties zijn vooralsnog geen beleidsaanpassingen uitgewerkt. Bij de uitrol van betaald parkeren wordt per locatie die in gereguleerd gebied komt te liggen, contact opgenomen om maatwerkoplossingen te bespreken. Het aantal locaties in de zeven uitbreidingswijken is beperkt en de kenmerken variëren sterk, van locaties met eigen parkeerplaatsen tot een locatie die buiten het reguleerde gebied kan vallen. Een enkele generieke regel biedt hierdoor geen passende oplossing.
-
Volkstuinen Voor deze groep is geen nieuwe uitwerking nodig. De bestaande volkstuinparkeervergunning voorziet al in de parkeerbehoefte en is van kracht zodra een volkstuin in een gereguleerd gebied komt te liggen.
3.3 Vastlegging voorwaarden voor Stop & Shop zones In het huidige gereguleerde parkeergebied zijn al Stop & Shop zones. Dit zijn parkeerplekken waar bezoekers het eerste half uur tegen een laag tarief kunnen parkeren, wat met name gunstig is voor kort winkelbezoek. Om invoering van deze zones in uitbreidingswijken consistent en helder toe te passen zijn voorwaarden opgesteld: - Het gebied moet een cluster van minimaal tien winkels omvatten.
Kenmerk: 2025/685757
5/15
-
Het moet een duidelijk af te bakenen parkeergebied betreffen dat overdag voornamelijk door winkelend publiek wordt gebruikt. De winkels in het gebied hebben geen eigen parkeergelegenheid voor klanten. Het gebied is onderdeel van de hoofdwinkelstructuur of een ander winkelgebied, zoals gedefinieerd in de Detailhandelsvisie Haarlem (2016). De locatie ligt niet in parkeerzone B (binnenstad), waar andere parkeerregimes van kracht zijn.
De belangrijkste wijziging van de het bestaand beleid is het criterium dat er minimaal tien winkels in een cluster aanwezig moeten zijn en dat er een duidelijk af te bakenen parkeergebied moet zijn dat hoofdzakelijk door winkelbezoekers wordt gebruikt. 3.4 Invoering van een tijdelijke derde bewonersparkeervergunning De nota 'Ruimte voor mensen en mobiliteit' biedt voor de uitbreidingsgebieden de mogelijkheid om een tijdelijke derde bewonersparkeervergunning aan te vragen. Om dit mogelijk te maken worden de Nader regels van de parkeerverordening aangepast (zie bijlage 2) en wordt deze vergunning toegevoegd aan de tarieventabel van de parkeerbelastingverordening. Deze vergunning is bedoeld als overgangsregeling voor huidige bewoners om hen meer flexibiliteit te bieden in de eerste jaren na de invoering van gereguleerd parkeren. - De vergunning kan alleen worden aangevraagd als overgangsregeling in nieuwe uitbreidingsgebieden. De regeling geldt niet voor bestaande gereguleerde parkeergebieden. - Bij de invoering van betaald parkeren wordt een tijdelijke overschrijding van het vastgestelde vergunningenplafond geaccepteerd om deze vergunningen te kunnen verstrekken. - De derde vergunning is geldig tot en met 31 december 2031 en vervalt daarna.
- Bij iedere verhuizing binnen Haarlem vervallen de bewonersparkeervergunningen omdat deze gekoppeld zijn aan het adres en dienen bij verhuizing opnieuw aangevraagd te worden. Deze aanvraag wordt dan getoetst op de (in het gebied) geldende regels. De tijdelijke derde vergunning kan uitsluitend worden aangevraagd tijdens de start van de invoering van betaald parkeren in de wijk tot maximaal drie maanden na de inwerkingtreding. Bewoners die na deze periode een derde vergunning aanvragen of nieuwe bewoners die na deze periode in het gebied komen wonen, kunnen geen aanspraak maken op deze overgangsregeling. Deze overgangsregeling vervalt op 1 januari 2032. 3.5 Invoering van een vergunningenplafond voor bewoners en bedrijven Het doel van een vergunningenplafond is een betere balans creëren tussen het aantal uitgegeven vergunningen en de beschikbare parkeerplekken. Om de plafonds daadwerkelijk te kunnen invoeren
Kenmerk: 2025/685757
6/15
en hanteren, is het nu nodig om de Nadere regels vergunningenplafond vast te stellen (zie bijlage 3). Twee vergunningenplafonds Er worden twee afzonderlijke plafonds ingesteld: één voor bewoners- en één voor bedrijfs- en werknemersvergunningen. 1) Plafond voor bewonersparkeervergunning: De eerste ververgunning wordt – indien er geen sprake is van POET (zie 3.1) of geen recht op parkeren (GROP) – altijd uitgegeven, ook als het plafond is bereikt. Het plafond geldt alleen een tweede vergunning, wanneer men geen aanspraak meer kan maken op de overgangsregeling. Aanvragen voor een tweede vergunning worden op de wachtlijst geplaatst, zodra het plafond is bereikt en in werking is. 2) Plafond voor bedrijfsparkeervergunningen (bedrijfsvoertuigen) en werknemersparkeervergunning (eigen auto): Voor deze vergunningen wordt een wachtlijst ingesteld, zodra het plafond is bereikt. De positie op de wachtlijst voor alle vergunningstypen wordt bepaald op basis van de aanvraagdatum. Overgangsperiode in de uitbreidingswijken We beginnen in de uitbreidingswijken met een overgangsperiode waarin de parkeerdruk niet direct daalt. Dit komt door overgangsregelingen voor huidige bewoners, zoals de tijdelijke bewonersparkeervergunning voor een derde auto. Bij de start van betaald parkeren in een wijk worden alle aanvragen die voldoen aan de regelgeving gehonoreerd.
Het plafond wordt pas effectief na deze overgangsperiode. Dit kan per wijk verschillen en gebeurt geleidelijk, bijvoorbeeld door natuurlijk verloop (verhuizingen of mensen die hun auto wegdoen) en aanvullende maatregelen, zoals de bouw van gemeentelijke parkeergarages en het gebruik van private parkeerterreinen. Invoering vergunningenplafonds Voor de invoering van het vergunningenplafond dient een apart collegebesluit genomen te worden waarin de exacte hoogte van het plafond per vergunninggebied wordt vastgelegd. Het voornemen is het vergunningenplafond in bestaand gebied op 1 januari 2027 in te laten gaan. Voor de uitbreidingswijken wordt dit meegenomen in de uitvoering wijk voor wijk. Zoals opgenomen in de nota is het vergunningenplafond gericht op tweede bewonersparkeervergunningen. In parkeerzone B is een vergunningenplafond nu niet voorzien omdat hier geen tweede parkeervergunning of werknemersparkeervergunning wordt uitgegeven. Daarnaast is de uitgifte van bedrijfsparkeervergunningen in parkeerzone B restrictief. Rekenregel Om de plafonds te bepalen, hanteert de gemeente een rekenregel die rekening houdt met de mogelijkheid dat een parkeerplaats overdag gebruikt wordt door een bedrijfsauto of een auto van
Kenmerk: 2025/685757
7/15
een werknemer en in de avond door bewoners. Per parkeerplek kan maximaal één bewonersvergunning en 0,3 bedrijfs- of werknemersvergunning worden uitgegeven. Deze rekenregel is in lijn met wat andere gemeenten hanteren. Eerst per vergunninggebied, onderzoek of per wijk ook mogelijk is. Om de plafonds in werking te laten treden worden de vergunningenplafonds in eerste instantie per vergunninggebied ingesteld. Bestaande vergunningen zijn nu namelijk gekoppeld aan een vergunninggebied en niet aan een wijk. Gelijktijdig wordt onderzocht of het mogelijk is om de plafonds later alsnog per wijk in te stellen, zodat plafonds straks direct gerelateerd kunnen worden aan de parkeerdrukmetingen per wijk. Als dit mogelijk is wordt op dat moment de regelgeving hierop aangepast. 3.6 Van specifieke naar een algemene werknemersparkeervergunning De bestaande werknemersparkeervergunning voor de eigen auto van werknemers wordt uitgebreid naar alle bedrijven en instellingen in parkeerzone C en D. Eerder konden alleen scholen en kinderopvangorganisaties deze vergunning aanvragen. Belangrijkste punten en overwegingen: - Het parkeren van werknemers gebeurt voornamelijk overdag, wanneer de parkeerdruk in woonwijken doorgaans lager is. Dit biedt de mogelijkheid om beschikbare parkeercapaciteit efficiënter te benutten.
- De vergunning is gelding in het vergunninggebied waar de werkgever gevestigd is, binnen de zones C en D. De bestaande uitzonderingsregeling voor onderwijs en kinderopvang in zone B blijft bestaan, met geldigheid in zone C. - Het maximaal aantal te verkrijgen vergunningen wordt afhankelijk van het aantal fte’s van de organisatie. Hiermee wordt rekening gehouden met de verschillen in personeelsomvang. Een grote middelbare school heeft bijvoorbeeld meer vergunningen nodig dan een klein kantoor. - De huidige tarieven van de werknemersvergunning blijven behouden. De vergunningsgeldigheid wordt aangepast. Deze was van maandag tot en met vrijdag en wordt nu geldig tijdens de geldende betaaltijden van de betreffende parkeerzone. Er worden geen werknemersvergunningen uitgegeven voor de binnenstad (zone B). In de binnenstad zijn voldoende parkeermogelijkheden in garages en zijn er goede OV-verbindingen. Planning uitvoering Voordat de algemene werknemersvergunning voor de verbrede doelgroep kan worden aangevraagd en uitgegeven, moet eerst het parkeervergunningensysteem worden aangepast en de bijbehorende werkwijze worden geïmplementeerd. In bestaand gereguleerd gebied kunnen deze in het eerste kwartaal van 2026 worden aangevraagd.
Kenmerk: 2025/685757
8/15
Voor de zeven uitbreidingswijken is dat vanaf het moment dat het betaald parkeren wordt ingevoerd in de betreffende wijk. 3.7 Hernoemen van parkeerzones D en E en wijziging aanwijzingsbesluit parkeerverordening In de nota 'Ruimte voor Mensen en Mobiliteit' wordt de nieuwe zone D geïntroduceerd. Omdat nu al een kleine zone D in het huidige gereguleerde gebied bestaat, moet deze hernoemd worden. Deze zone omvat het Emmaplein en een aantal plaatsen in de Van Oosten de Bruijnstraat. Vanwege het karakter van de huidige zone D, waar bezoekers kunnen parkeren met een dagkaart, wordt voorgesteld om deze te hernoemen naar zone L (langer parkeren). In het huidige parkeerbeleid is al een zone E opgenomen, ter voorbereiding op de uitbreiding in Entree Oost. Aangezien hier dezelfde voorwaarden als in de nieuwe zone D gaan gelden, wordt de naam van zone E gewijzigd naar zone D. De bovengenoemde wijzigingen zijn technisch van aard en komen terug in meerdere documenten van de regelgeving, zoals in bijlage 4 het Wijzigingsbesluit Aanwijzingsbesluit Parkeerverordening en later in de tarieventabel van de Parkeerbelastingverordening 2026. 3.8 Extra garageabonnement voor bewoners met een parkeervergunning.
De nota 'Ruimte voor mensen en mobiliteit' kondigt een 'parkeervergunning met garagesupplement' aan om de beschikbare ruimte in gemeentelijke parkeergarages ’s avonds en ’s nachts beter te benutten. Dit supplement wordt als een extra abonnement aangeboden via Spaarnelanden, vergelijkbaar met andere parkeerproducten van de gemeente. Dit nieuwe abonnement biedt bewoners die 's avonds thuiskomen meer parkeermogelijkheden. Het ontlast parkeren op straat, wat bijdraagt aan een lagere parkeerdruk op piekmomenten. Het abonnement is gekoppeld aan een bewonersvergunning in een specifiek vergunninggebied. Vergunninghouders kunnen ermee parkeren in de gekoppelde garage van maandag tot en met zaterdag van 16.00 tot 9.00 uur, en op zondag de hele dag. De garage-abonnementen zijn beschikbaar bij de volgende parkeergarages en voor bewoners van de volgende vergunninggebieden: • Parkeergarage Raaks: B en C West • Parkeergarage De Kamp: B • Parkeergarages Houtplein en Dreef: B en C Zuid • Parkeergarage Cronjé: C Noord
Kenmerk: 2025/685757
9/15
Parkeergarage de Appelaar is uitgesloten van dit abonnement, omdat deze over het algemeen vol staat. Het tarief van dit extra abonnement wordt circa € 15 per maand. Deze komen boven op de kosten van een bewonersparkeerverguning. Het is een extra parkeeroptie voor bewoners, los van de bewonersvergunning. De kosten zijn in lijn met andere goedkope abonnementen in de garages. Het tarief is zo gekozen dat bewoners die het abonnement afsluiten ook daadwerkelijk gebruik gaan maken van deze optie. Bij een heel laag tarief bestaat de kans dat de mogelijkheid in de garage minder gebruikt wordt. Het aantal beschikbare abonnementen per garage is niet onbeperkt en wordt bij in de uitvoering bepaald aan hand van de restcapaciteit van de avond en nacht in samenhang met de beheerder van de garage. Bewoners met een bewonersparkeervergunning worden geïnformeerd over de mogelijkheid om een extra garage abonnement aan te vragen. Als het maximum is bereikt, wordt de aanvrager op een wachtlijst geplaatst. De positie op deze wachtlijst wordt bepaald op basis van de aanvraagdatum. De toekomstige garages op het Sonnebornterrein, aan de Oudeweg en in de verdere toekomst Haarlem Zuidwest en Noord worden ook meegenomen in de plannen. Op termijn geldt dit dan dus ook voor de twee garages in Haarlem Zuidwest en Noord, waarvan de locaties nog niet bekend zijn.
Verder wordt gekeken naar de behoefte aan en de mogelijkheden voor extra fietsenstallingen bij deze parkeervoorzieningen. 3.9 Legaliseren van stoepparkeren (parkeren met twee wielen op de stoep) De nota 'Ruimte voor mensen en mobiliteit' benoemt het onder voorwaarden legaliseren van stoepparkeren - als een mogelijke oplossing voor wijken met een hoge parkeerdruk (hoger dan 90%). Om te bepalen waar stoepparkeren veilig en toegankelijk gelegaliseerd kan worden zijn beleidsuitgangspunten opgesteld, gebaseerd op het HIOR, bestaand beleid en regelgeving. De uitgangspunten die in de leidraad zijn beschreven zijn: -
-
-
In een straat moet minimaal aan één zijde een stoep breed genoeg blijven voor voetgangers, rolstoelgebruikers, rollators en kinderwagens. Ook moet er een vrije doorgang van minimaal 3,50 meter op de weg overblijven voor onder andere de brandweer. Parkeren is bij wet niet toegestaan op of binnen 5 meter van kruispunten, rotondes, Tsplitsingen, oversteekplaatsen en fietsstroken. Hier kan geen uitzondering voor worden gemaakt bij stoepparkeren. Op plekken waar stoepparkeren wordt gelegaliseerd worden geen permanente functies zoals laadpalen of scootmobielstallingen gerealiseerd.
Kenmerk: 2025/685757
10/15
-
Het legaliseren van een stoepplek wordt gedaan met een verkeersbesluit. Een gelegaliseerde stoepplek wordt voorzien van markering en/of bebording.
Voorafgaand aan de invoering in een wijk, wordt een inventarisatie gemaakt van de plekken waar legalisering mogelijk is. Om de parkeersituatie te optimaliseren kan incidenteel eenrichtingsverkeer worden ingevoerd om zo meer ruimte te maken voor parkeren. In wijken met een zeer hoge parkeerdruk kan het tijdelijk noodzakelijk zijn om stoepparkeren toe te staan op locaties die niet volledig voldoen aan de uitgangspunten van de leidraad in HIOR. Dit voorkomt dat er in één keer te veel parkeerruimte verdwijnt. Per wijk wordt gezocht naar de optimale balans tussen toegankelijkheid, verkeersveiligheid en beschikbare parkeerruimte. De inventarisatie van het legaliseren van stoepparkeren en in beeld brengen van de effecten in bestaand gebied start op 1 januari 2027. Voor de nieuwe gebieden wordt dit meegenomen in de planning van de uitbreiding van het betaald parkeren in de zeven wijken. 3.10 Uitwerking van de aangenomen moties Motie 1) Minimaal anderhalve meter stoep, voor elke voetgangersgroep De raad vroeg het college bij het legaliseren van stoepparkeren uit te gaan van minimaal 1,50 meter doorgangsruimte. In de praktijk gaat dit betekenen dat een groot deel van de stoepparkeerplekken daardoor zouden verdwijnen. In de uitbreiding per wijk kijkt wordt bepaald wat mogelijk en nodig is. Uitgangspunt hierbij is dat legalisering altijd verkeersveilig moet zijn.
Motie 2) Stop & Care plekken Deze motie vroeg het college om een parkeerregeling te ontwikkelen die de bereikbaarheid en betaalbaarheid van zorglocaties verbetert. De motie stelt een regeling voor die vergelijkbaar is met de bestaande stop-&-shop-regeling voor winkelstraten. Na onderzoek hiernaar wordt geen mogelijkheid gezien om dit in te vullen met een nieuw parkeerproduct. De afwegingen hiervoor zijn: - Zorgfuncties liggen verspreid in de stad, vaak solitair in woonwijken, waardoor het aanwijzen van specifieke parkeerplekken slechts zeer lokaal effect heeft en moeilijk te rechtvaardigen is. - Het is juridisch en praktisch niet uitvoerbaar om vast te stellen of een parkerende automobilist daadwerkelijk voor een zorgbezoek komt. Dit maakt de regeling gevoelig voor oneigenlijk gebruik en handhaving te complex. - Er bestaan al diverse vergunningen en kaarten voor hulpverleners, gehandicapten en mantelzorgers, die in de praktijk de meeste situaties afdekken.
Kenmerk: 2025/685757
11/15
-
Ook de bezoekersregeling kan een deel van de situaties afdekken.
Motie 3) Alle sportverenigingen zijn belangrijk De raad vroeg te onderzoeken of een gereduceerd parkeertarief ook mogelijk is voor bezoekers van kleinere sportverenigingen in de wijk. Het gereduceerde parkeertarief wordt toegepast bij grote sportcomplexen waar in de openbare ruimte parkeervoorzieningen zijn aangebracht, gericht op parkeren voor de bezoekers van de sportcomplexen. Kleine sportverenigingen liggen verspreid door de buurt waardoor in het algemeen bezoekers gebruik maken van de algemene openbare parkeervoorzieningen in de buurt. Hierdoor is het lastig om te bepalen hoeveel en welke parkeerplaatsen een gereduceerd tarief krijgen, zeker in wijken waar de parkeerdruk al heel hoog is. Om deze reden ziet het college geen mogelijkheid om ook voor kleine sportverenigingen in de wijk een gereduceerd tarief voor bezoekers in te voeren. Verenigingen komen wel in aanmerking voor de maatschappelijke parkeervergunning voor vrijwilligers als zij aan de voorwaarden voldoen. Hiervoor worden de categorieën die de maatschappelijk parkeervergunning kunnen verkrijgen verbreed. Motie 4) Die indeling sp(o)ort niet De raad vroeg het college om de Sportheldenbuurt als een afzonderlijke wijk te zien voor de parkeerdrukmeting en om maatregelen in treffen als de gemiddelde parkeerdruk boven de 95% uitkomt.
In 2021 (2021/214302) is op verzoek van de buurt een draagvlakonderzoek uitgevoerd, waarna in 2023 betaald parkeren is ingevoerd. De invoering leidde echter tot bezwaren, omdat een deel van de bewoners niet was geïnformeerd over het feit dat zij geen recht hadden op een parkeervergunning. Als gevolg hiervan is het betaald parkeren teruggedraaid. Voorgesteld wordt om de motie op de volgende wijze uit te voeren: - Er zal opnieuw een draagvlakonderzoek worden uitgevoerd als de buurt hierom vraagt. - Bij dit onderzoek zal zorgvuldig worden gecommuniceerd over wie wel en niet in aanmerking komt voor een parkeervergunning en hoe de invoering van betaald parkeren middels het nieuwe beleid in zijn werk gaat. Motie 5) Voorkom parkeeroverlast Te Zaanenkwartier De raad vroeg het college om de wijk Te Zaanenkwartier te beschouwen zonder de buurt De Krim en om zo spoedig mogelijk parkeerregulering in te voeren als de parkeerdruk boven de 95% komt. Voorgesteld wordt om de motie op de volgende wijze uit te voeren: - Het Te Zaanenkwartier zal in het stoplichtenmodel en voor de parkeerdrukmeting worden beschouwd exclusief de buurt De Krim. Dit wordt gerechtvaardigd door geografische ligging
Kenmerk: 2025/685757
12/15
-
-
en de hoge parkeerdruk (meer dan 95%) in de buurten grenzend aan de Zaanenlaan en de Rijksstraatweg. Conform de nota wordt tot invoering van betaald parkeren overgegaan als het gemiddelde van drie metingen (2024, 2026 en 2028) boven de 95% ligt. Het college wil hier in het kader van de betrouwbaarheid en transparantie niet van afwijken. Het besluit hierover kan dus pas na 2028 worden genomen als de cijfers dit aantonen. De buurt wordt daarbij conform de werkwijze in alle stappen meegenomen. De invoering van betaald parkeren kan hier hoe dan ook vanuit praktische overwegingen niet eerder plaatsvinden dan na de invoering in de zeven wijken die in de nota zijn benoemd.
Motie 6) In gesprek met de stad, het vervolg Deze motie vroeg het college om de deelnemers van het burgerberaad en de digitale enquête te informeren over het raadsbesluit en een Q&A op de gemeentelijke website te plaatsen. De motie is binnen de mogelijkheden uitgevoerd: - Op 27 augustus heeft een bijeenkomst plaatsgevonden met het burgerberaad, waarin het participatieproces en de verwerking van hun adviezen in de nota zijn toegelicht. - Het is niet mogelijk om de deelnemers van de digitale enquête direct te informeren, omdat de AVG het gebruik van het adresbestand voor een ander doel dan het oorspronkelijke niet toestaat. De gemeente heeft wel via gebruikelijke kanalen gecommuniceerd. - Er wordt geen Q&A op de website gepubliceerd. Dit omdat de informatie op de site antwoord geeft of gaat geven op de belangrijkste vragen en het beleid uitgaat van maatwerk per wijk, wat generieke antwoorden lastig maakt. De informatie op de website wordt na het collegebesluit uitgebreid en geactualiseerd. Overigens komen via het Klant Contact Centrum weinig tot geen vragen binnen over het raadsbesluit.
4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 De invoering is een complexe operatie De nieuwe regels gelden zowel voor bestaand gereguleerd gebied als voor de zeven uitbreidingswijken. De complexiteit en onderlinge afhankelijkheid van de planning voor systeemaanpassingen, de introductie van nieuwe werkwijzen en de wijkgerichte aanpak zijn doorlopende aandachtspunten. Zorgvuldigheid in de uitvoering en communicatie is essentieel voor een succesvolle implementatie. 4.2 Personeel met ervaring op het gebied van parkeren is lastig te vinden. Er zijn weinig mensen op de arbeidsmarkt beschikbaar met kennis op het gebied van parkeerbeleid en de invoering van betaald parkeren. Dit is een doorlopend aandachtspunt.
Kenmerk: 2025/685757
13/15
5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Bij de besluitvorming van de nota Ruimte voor mensen en mobiliteit is een businesscase opgenomen die is verwerkt in de begroting. De businesscase is geactualiseerd en op basis van de huidige gegevens en inschattingen kan de uitvoering binnen de kaders van de Programmabegroting 20262029 gestart worden. 5.2 Communicatie Voor de communicatie over het collegebesluit worden verschillende kanalen gebruikt. Er verschijnt een nieuwsbericht op de website van de gemeente en in de gemeentelijke nieuwsbrief. Dit nieuws wordt ook gedeeld via social media. De projectpagina op de website wordt aangevuld met gedetailleerde informatie over de aangepaste en nieuwe regels. Uitbreidingswijken De bewoners van de wijken waar betaald parkeren wordt ingevoerd, ontvangen bij de wijkaanpak uitgebreide informatie. Hierbij wordt ook uitgelegd hoe zij vergunningen kunnen aanvragen en hoe bezoekersparkeren werkt. Bestaand gereguleerd gebied Afhankelijk van het onderwerp ontvangen inwoners en bedrijven apart informatie over de impact van de nieuwe regels op hun situatie. Dit gebeurt per doelgroep en servicegericht. Denk aan bewoners die in aanmerking komen voor het extra garageabonnement en bedrijven die een werknemersparkeervergunning kunnen aanvragen. Waar mogelijk gebeurt dit via reguliere contactmomenten en kanalen.
De met dit besluit vastgestelde en gewijzigde regelgeving (bijlagen 1 t/m 4) wordt officieel gepubliceerd op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/. De (gewijzigde) regelgeving treedt in werking na deze publicatie, de beoogde ingangsdatum is 1 januari 2026. 5.3 Participatie De gemeente heeft een uitgebreid participatieproces georganiseerd bij het opstellen van het mobiliteitsbeleid (vastgesteld in 2021, met een visie op 2040). De nota is hier een uitwerking van. Destijds zijn hiervoor belangengroepen en wijkraden uitgenodigd. Bij de totstandkoming van de nota ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit’ heeft vervolgens participatie plaats gevonden middels ‘het gesprek met de stad’. Dit collegebesluit is de technische uitwerking van het reeds vastgestelde beleid en het omzetten ervan in concrete regels. Participatie is bij deze stap, die in lijn is met mobiliteitsbeleid en de nota,
Kenmerk: 2025/685757
14/15
niet aan de orde. Vooraf aan de invoering van betaald parkeren in de uitbreidingswijken worden belanghebbenden ruim van tevoren geïnformeerd. 5.4 Juridisch In de Algemene Wet Bestuursrecht (artikel 4:81) is geregeld dat de gemeente bevoegd is beleidsregels vast te stellen. Voor het vaststellen (en wijzigen) van nadere regels is dit geregeld in de parkeerverordening (artikel 16). Dit zijn algemeen verbindende voorschriften die gelden voor alle inwoners (in vergunninggebied). Tegen beleidsregels zoals de beleidsregels parkeren op eigen terrein en (de wijziging van) nadere regels staat geen bezwaar en beroep open. Voor het (wijzigen van het) aanwijzingsbesluit ligt de basis in artikel 2 van de parkeerverordening. Tegen de wijziging van dit aanwijzingsbesluit staat wel bezwaar en beroep open. 5.5 Planning Naast dit collegebesluit is voor een aantal punten een wijziging in de parkeerverordening, (tarieventabel van) de parkeerbelastingverordening en het aanwijzingsbesluit van de parkeerbelastingverordening nodig. De wijziging op de parkeerverordening en de nieuwe parkeerbelastingverordening met tarieventabel worden in december aan de raad voorgelegd. Het aanwijzingsbesluit bij de parkeerbelastingverordening is een collegebevoegdheid en zal meegaan met het besluitvormingsproces van de gemeentelijke belastingen.
Tegelijkertijd lopen de voorbereidingen voor de invoering van betaald parkeren in de zeven wijken die in de nota zijn genoemd. Deze voorbereidingen worden in de periode tot eind december 2025 verder uitgewerkt. De raad wordt in het eerste kwartaal van 2026 geïnformeerd over de aanpak en planning voor de eerste uitbreidingswijk; het Ter Kleefkwartier. 6. Bijlagen 1. Beleidsregels parkeren op eigen terrein Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem 2. Wijzigingsbesluit Nadere regels Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem 3. Nadere regels vergunningenplafond Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem 4. Wijzigingsbesluit Aanwijzingsbesluit Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem 5. Was-wordt tabel bij Wijzigingsbesluit Nadere regels Parkeerverordening 6. Was-wordt tabel wijzigingen Aanwijzingsbesluit Parkeerverordening
Kenmerk: 2025/685757
15/15