CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Uitvoering Hervormingsagenda Jeugd regionale aanpak Zuid-Kennemerland en IJmond

commissie Samenleving 4 december 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Uitvoering Hervormingsagenda Jeugd: regionale aanpak Zuid-Kennemerland en IJmond3.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota

Onderwerp Uitvoering Hervormingsagenda Jeugd: regionale aanpak Zuid-Kennemerland en IJmond Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten

2025/729680 Leeuwen, B. van 2.2 Voorzieningen Jeugd JOS Termorshuizen, S. 06-18610859 stermorshuizen@haarlem.nl De Hervormingsagenda Jeugd bevat landelijke maatregelen die moeten leiden tot een houdbaarder en doelmatiger jeugdstelsel. In de gemeente Haarlem, als onderdeel van de jeugdregio Zuid-Kennemerland en IJmond, zijn veel van deze maatregelen al in uitvoering. Hierdoor is een deel van het landelijke besparingspotentieel reeds bereikt, de resterende taakstelling van € 5 miljoen is uitgesteld tot 2028. Omdat de HAJ zelf slechts beperkt bijdraagt aan efficiëntere zorg, moeten gemeenten in de regio aanvullende oplossingen ontwikkelen om het stelsel financieel en inhoudelijk toekomstbestendig te maken. Haarlem en de regio zet daarom in op verdere doorontwikkeling van de jeugdhulp via de consortia, versterking van preventie en samenwerking, en betere sturing en monitoring. Op die manier kan de regio ZKIJ niet alleen de doelen van de HAJ waarmaken, maar ook zelf de regie nemen op een duurzaam en evenwichtig jeugdhulpsysteem. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Samenleving.

Informatienota- Hervormingsagenda Jeugd (2024/148683) in Commissie Samenleving van 10 juli 2024 Raadsbesluit-Kadernota 2026 (2025/445072) in Raad Kadernota van 30 juni 2025 Raadsbesluit-vaststelling Programmabegroting 2026-2030 (2025/659255) in Begrotingsraad van 6 november 2025

Besluit college d.d. 4 november 2025

Het college van burgemeester en wethouders stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,

Kenmerk: 2025/729680

de burgemeester,

1/11

1. Inleiding De Hervormingsagenda Jeugd (HAJ) vormt het landelijke kader voor de noodzakelijke herziening van de jeugdhulp in Nederland. Met deze agenda willen het Rijk, gemeenten en ketenpartners gezamenlijk toewerken naar een houdbaar en toekomstbestendig stelsel. De maatregelen uit de HAJ zijn erop gericht de kwaliteit van ondersteuning te verbeteren, de toegankelijkheid te waarborgen en tegelijkertijd de financiële druk op het jeugdstelsel terug te brengen. Gemeenten hebben hierin een centrale uitvoerings- en regierol: zij moeten de landelijke hervormingsdoelen vertalen naar regionale en lokale maatregelen die daadwerkelijk effect sorteren op de uitgaven en de organisatie van de zorg. De noodzaak tot hervorming is groot. De druk op de gemeentelijke begrotingen is daardoor fors en de houdbaarheid van het huidige stelsel staat onder spanning. Deze financiële kaders en de krappe arbeidsmarkt in de zorg dreigen het stelsel onhoudbaar te maken voor de toekomst. Hierdoor moeten keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld door er voor te kiezen dat voor sommige kinderen het beter is als de problemen meer thuis wordt opgelost. Door de toename van het aantal jeugdigen met een jeugdhulpvraag naar 1 op 7 jongeren, is het noodzakelijk te blijven inzetten op normaliseren. Niet alles is in de jeugdhulp op te lossen, de zorg staat onder druk.

Het Rijk is in de HAJ gepositioneerd als partner van gemeenten, maar de praktijk laat zien dat de ondersteuning vanuit het Rijk beperkt blijft. Tussen 2022 en 2024 is er daardoor weinig voortuitgang geboekt. Dat is ook door de Commissie Van Ark vastgesteld. Op basis van deze adviezen is de uitvoering van de HAJ naar achteren geschoven en zijn gemeenten tijdelijk financieel gecompenseerd. Het Rijk is eerdere beloftes, waaronder een toezegging van extra middelen en het aanscherpen van de wettelijke reikwijdte van de jeugdhulp, (nog) niet nagekomen. Dit betekent dat gemeenten, binnen bestaande financiële kaders, zelf oplossingen moeten ontwikkelen om de jeugdhulp houdbaar te organiseren. Vanuit deze context werken de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland en de IJmond (ZKIJ) aan verdere transformatie en kostenbeheersing van de jeugdhulp. In deze informatienota wordt uiteengezet hoe Haarlem en de regio de landelijke doelen uit de HAJ vertalen naar concrete maatregelen en waar nog besparingspotentieel aanwezig is voor de komende jaren.

Kenmerk: 2025/729680

2/11

2. Hervormingsagenda Jeugd: maatregelen en uitvoering in regio ZKIJ In de HAJ zijn diverse maatregelen opgenomen die op landelijk niveau moeten leiden tot een structurele besparing van € 1 miljard in 2028. Thema

Verantwoordelijk

Maatregel

1. Reikwijdte: jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen

Rijk en gemeenten

1. Versterken van het normale leven/veerkracht jeugdigen en hun omgeving. 2. Afbakening reikwijdte

Rijk

Door rijk gedachte aandeel taakstellende Haarlem besparing (mln. € ) (0,85%) totaal

2. Stevige lokale teams inclusief Gemeenten Jeugdhulp steviger verbinden Gemeenten aan aanpalende domeinen zoals onderwijs volwassenenggz en bestaanszekerheid. Gemeenten

3. Invoeren doorbraakmethode

3. Terugdringen residentiele Rijk (kaders en financiering), jeugdhulp: zo thuis mogelijk gemeenten (locaties)

6. Voorkomen en verkorten residentiele zorg

onzeker haalbaar 60 61

210 75

4. Brede invoering jeugdconsulenten bij de huisartsen 5. Beperking verwijzing naar ongecontracteerd aanbod 37

1,029

1,785 26

0,859

88

0,748

49

0,417

37

0,629

7. Normaliseren voogdijondersteuning 4. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren

Zorgaanbieders

Geen

5. Regionalisering, standaardisering en verbeteren stelsel en verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg

Rijk (wettelijke kaders regionalisering, inkoop en contractering) Gemeenten Rijk en gemeenten Rijk en gemeenten Gemeenten Rijk en gemeenten

0

8 Regionalisering

6

0,051

9. Selectie en contractering 10. Tariefdifferentiatie 11. Standaardisatie uitvoering 12. Vereenvoudiging 13. productcodes Investeringen kwaliteitsagenda en kwaliteitscyclus

73 24 224 7 0

0,621 0,204 1,904 0,060 0

Technische correctie

37

0,315

632 1.014

8,619 8,619

TOTAAL TOTAAL (IN MILJOEN)

382

Tabel 1: Maatregelen HAJ, inclusief besparingspotentieel en het aandeel van Haarlem

Kanttekeningen bij de financiële taakstelling Bij de publicatie van de HAJ werd duidelijk dat een aantal maatregelen in de regio ZKIJ al (gedeeltelijk) was geïmplementeerd. Hoewel de financiële baten van deze maatregelen in de

Kenmerk: 2025/729680

3/11

landelijke taakstelling worden meegenomen, betreft het in feite reeds gerealiseerde besparingen. Deze leveren dus geen additioneel voordeel meer op voor de toekomstige financiële opgave van Haarlem, daarom is de taakstelling verlaagd van €8,5 miljoen naar €5 miljoen. Concreet gaat het om: • Invoering jeugdconsulenten huisarts (POH): reeds ingevoerd in de regio en geïntegreerd in de eerstelijnsvoorzieningen. • Vermindering administratieve lasten: regionale werkafspraken hebben al geleid tot efficiëntere uitvoeringsprocessen tussen de gemeenten en zorgaanbieders. • Afbakening jeugdhulp: in de regio is reeds duidelijker afgebakend welke zorg wel en niet onder de Jeugdwet valt middels de verordening. Verder uitwerking is nodig van de beleidsregels, momenteel worden deze werkzaamheden afgerond. • Standaardisatie uitvoering en inkoop: met name via de gezamenlijke regionale aanbestedingen is dit reeds grotendeels gerealiseerd; de bestaande landelijke contractstandaarden, productomschrijvingen en verantwoordingseisen zijn gevolgd. Daarnaast dient kritisch te worden gekeken naar de veronderstelde besparingen op de residentiële jeugdhulp. Het landelijke uitgangspunt is een reductie van deze zorgvorm, maar in de praktijk blijkt dit (in de regio ZKIJ) vooralsnog niet haalbaar.

Het sluiten van de gesloten jeugdhulpvoorzieningen is inhoudelijk een juiste keuze, maar heeft juist geleid tot hogere kosten omdat de alternatieven kostbaarder zijn. 2.1 Maatregelen uit de HAJ De HAJ bevat een breed pakket aan maatregelen waarmee het Rijk en gemeenten gezamenlijk werken aan een beter functionerend, houdbaar jeugdstelsel. De doelen van de HAJ zijn drieledig: het verbeteren van de kwaliteit en toegankelijkheid van jeugdhulp, het versterken van de samenwerking in het sociaal domein en het terugbrengen van de totale uitgaven. De belangrijkste maatregelen die hieruit voortkomen, zoals hierboven weergegeven in tabel 1, worden hieronder nogmaals puntsgewijs uiteengezet. In het overzicht hieronder in tabel staan de maatregelen uit de HAJ die al zijn uitgevoerd of die nog (verder) moet worden geïmplementeerd vanuit Haarlems perspectief. Voor een aantal van de maatregelen is actie vanuit het Rijk nodig, dat is niet in onderstaande tabel opgenomen.

Kenmerk: 2025/729680

4/11

Maatregel 1. Versterken van het normale

leven/veerkracht jeugdigen en hun omgeving

Al opgepakt

Nog op te pakken

Versterken sociale basis en preventie zijn ingevoerd in Haarlem, inclusief eisen aan toegang en kwaliteit voor preventief aanbod.

Monitoring effecten; meer focus op voorveld/onderwijs in gezamenlijke afspraken; verder versterken sociale basis, regionale afstemming sociale basis en preventie

2. Afbakening reikwijdte

Gezamenlijke verordening is vastgesteld; focus Uitwerking beleidsregels/werkafspraken; op sociale basis en netwerksteun, inclusief implementatie in praktijk met eisen aan producten en toegang voor lichte verwijzers/professionals. Nadere afspraken hulp. over verantwoordelijkheden binnen onderwijs-jeugdhulp

3. Invoeren doorbraakmethode

Verbinding met domeinen zoals onderwijs en ggz is opgezet, inclusief eisen aan samenwerking.

Volledige implementatie innovatieprojecten; domeinoverstijgende triage.

4. Brede invoering jeugdconsulenten bij de

Impliciete verbinding met ggz en huisarts via toegang en CJG; wettelijke verwijzers zijn gedefinieerd. POH-dekking Haarlem > 95%.

Dekking POH in regio naar 100%; integratie in verwijzingsproces.

5. Beperking verwijzing naar

Contractmanagement is ingericht, inclusief eisen aan contractering en monitoring van ongecontracteerd aanbod.

Integratie maatwerk in lumpsum. Opzetten fonds (binnen lumpsum) voor excessieve casussen.

6. Voorkomen en verkorten residentiële zorg

Principe "zo thuis mogelijk" is ingevoerd, inclusief beschikbaarheid pleegzorg en producten voor verblijf.

Volledige afbouw; opbouw alternatieven, ook via innovatie. Verdere werving pleegouders.

7. Normaliseren voogdijondersteuning

Impliciete focus op veiligheid en netwerksteun, inclusief kwaliteitseisen.

Inzetten burgervoogdij; werkafspraken met GI; monitoring kostenvoordeel.

8. Regionalisering

Regionale governance en standaardisatie via consortia zijn opgezet, inclusief uniforme werkwijzen.

Verdieping monitoring; opzetten GR ZKIJ.

9. Selectie en contractering

Contractmanagement is ingericht, inclusief eisen aan contractering en monitoring.

Integratie in lumpsum van maatwerk.

10. Tariefdifferentiatie

Impliciete outputgerichte bekostiging is Aanpassing lumpsum voor differentiatie; ingevoerd, inclusief financiële sturing. monitoring tarieven. Tarieven instellingen/vrijgevestigden (perceel 2) gedifferentieerd.

11. Standaardisatie uitvoering

Regionale governance en standaardisatie via consortia zijn opgezet, inclusief uniforme werkwijzen en integraliteit.

12. Vereenvoudiging productcodes

Contractmanagement en vereenvoudiging zijn Landelijke standaardisatie integreren; ingericht, inclusief productomschrijvingen. monitoring adminlasten.

13. Investeringen kwaliteitsagenda en

Kwaliteit bedrijfsvoering is ingericht, inclusief Investeringen uitbreiden; kwaliteitsagenda PDCA-cyclus en innovatie. verdiepen. Regionale kwaliteitsfunctionaris aanstellen

huisartsen

ongecontracteerd aanbod

kwaliteitscyclus

Verdieping monitoring; landelijke standaardisatie integreren. Verdere regionale afstemming, op alle niveau's.

Tabel 2: Maatregelen HAJ en status van de uitvoering binnen gemeente Haarlem

Binnen de gemeente Haarlem zijn veel van de landelijke hervormingsmaatregelen al in uitvoering gebracht of structureel ingebed. Daarmee loopt Haarlem, als onderdeel van de regio, voor op de landelijke ontwikkeling. Door deze reeds gerealiseerde maatregelen is een belangrijk deel van de verwachte landelijke besparingen in de gemeente Haarlem al eerder behaald. Ze dragen bij aan een

Kenmerk: 2025/729680

5/11

stabieler zorglandschap, maar bieden daarmee geen nieuw financieel voordeel meer in het kader van de landelijke taakstelling. Naast de reeds gerealiseerde verbeteringen blijft verdere hervorming noodzakelijk. In de komende jaren ligt de focus op het verdiepen en bestendigen van de regionale transformatie, met nadruk op samenwerking, innovatie, preventie, structurele kostenbeheersing en een kanteling naar algemeen en/of collectief aanbod van jeugdhulp. Met deze vervolgstappen wordt de implementatie van de HAJ verdiept en geborgd. Daarmee wordt niet alleen invulling gegeven aan de landelijke doelstellingen, maar ook gewerkt aan een financieel houdbaar en inhoudelijk sterk stelsel van jeugdhulp in de gemeente Haarlem. Bestuurlijke implicatie Het Haarlemse aandeel in de taakstelling HAJ is ongeveer € 8,5 miljoen. Vanwege het feit dat Haarlem en de regio al een aantal maatregelen hadden ingevoerd, heeft de gemeente Haarlem in 2024 de taakstelling verlaagd naar € 5,0 miljoen. De commissie Van Ark heeft in 2025 geconstateerd dat de besparingen op dit moment nog niet realistisch zijn en daarom geadviseerd dit uit te stellen tot 2028 en in de tussentijd extra middelen aan gemeenten beschikbaar te stellen. De taakstelling schuift nu op naar 2028 en blijft € 5,0 miljoen (zie Begroting 2026, p.p. 15).

Begin 2027 zal de Commissie Van Ark opnieuw adviseren over de stand van zaken en haalbaarheid van de taakstellingen gekoppeld aan de HAJ. De verwachting is dat de HAJ gehandhaafd zal blijven. Daarbij heeft het Rijk de taakstelling van € 1,0 miljard overigens geïndexeerd (met € 500 miljoen); een verhoging voor Haarlem met € 4,0 miljoen. Daarnaast is een aanvullende taakstelling voor de invoering van een eigen bijdrage opgesteld a € 2,5 miljoen. Beide zijn niet door de gemeente Haarlem overgenomen. De indexatie is door het advies van de commissie Van Ark nog niet doorgevoerd en de eigen bijdrage is niet in de jeugdwet opgenomen. 3. Doorontwikkeling van het jeugdhulpsysteem De HAJ richt zich vooral op landelijke randvoorwaarden en uniformering, maar draagt niet vanzelf bij aan een efficiënter georganiseerde jeugdhulp. Gemeenten zullen daarom zélf oplossingen moeten ontwikkelen die leiden tot een houdbaar en toekomstbestendig stelsel, met een betere balans tussen inhoudelijke kwaliteit, financiële beheersing en de beschikbare middelen. Verbetering binnen het stelsel ligt met name in het voorkomen van escalatie door tijdige en lichtere interventies, het efficiënter organiseren van zorg, het sturen op kortere trajecten indien mogelijk en het structureel terugdringen van de groei van cliëntenstromen en zorgzwaarte. en.

In het voorjaar van 2025 heeft KPMG in opdracht van de regio ZKIJ een evaluatie uitgevoerd van perceel 1 (meervoudige, hoogspecialistische jeugdhulp). Uit deze evaluatie bleek dat de consortia op hoofdlijnen functioneren zoals beoogd: er is sprake van betere samenwerking tussen aanbieders, meer stabiliteit in de zorgcontinuïteit en meer inhoudelijke samenhang binnen de jeugdhulpketen.

Kenmerk: 2025/729680

6/11

Tegelijkertijd concludeerde KPMG dat verdere doorontwikkeling noodzakelijk is, onder meer op het gebied van transparantie in de besteding van middelen, het versterken van de lerende cyclus binnen de consortia en het verbeteren van de monitoring van resultaten op cliënt- en systeemniveau. De aanbevelingen van KPMG zijn meegenomen in de contractverlenging van perceel 1 voor een periode van drie jaar en zijn deels al opgenomen in het ambtelijk Programmaplan Jeugdhulp ZKIJ 2025–2028. Andere onderdelen worden de komende periode verder uitgewerkt in nauwe samenspraak met de consortia. Daarbij gaat het met name om versterking van de gezamenlijke sturing, verbetering van de data gedreven monitoring en de verdere concretisering van de regionale doelen uit de HAJ. De regionale samenwerking vormt daarmee opnieuw een cruciale factor in de doorontwikkeling van het stelsel. Door schaalvoordelen te benutten, kosten en risico’s te delen en gezamenlijk innovaties te ontwikkelen, kan de regio effectiever sturen op zowel inhoud als financiën. De consortia spelen hierin een centrale rol. Zij zijn verantwoordelijk voor het leveren van integrale en doelmatige jeugdhulp binnen de afgesproken lumpsumbudgetten. Daarmee worden prikkels ingebouwd om middelen efficiënt in te zetten, de inzet van maatwerk te beperken en innovaties te benutten die leiden tot lagere kosten en betere zorg.

3.1 Realistisch begroten In 2023 is met de nieuwe aanbesteding voor perceel 1 (meervoudige, hoogspecialistische jeugdhulp) gekozen voor een nieuw financieringsmodel: lumpsumfinanciering, ook wel taakgerichte bekostiging. Vier consortia ontvangen gezamenlijk een vast budget voor de uitvoering van alle benodigde zorg. Dit budget is tot nu toe jaarlijks aangepast om gestegen kosten van zorgaanbieders te compenseren; er is geen automatische ruimte voor volumegroei. De lumpsumfinanciering beoogt aanbieders te stimuleren tot samenwerking, innovatie en preventie. Voor de overige, enkelvoudige en lichtere jeugdhulp (perceel 2) wordt nog steeds gewerkt met een open-house-systematiek. Ook hier gelden vaste tarieven, declaratie op basis van productie en budgetplafonds per aanbieder. Het totaal beschikbare budget voor dit perceel wordt jaarlijks herverdeeld op basis van de feitelijk geleverde zorg. Landelijk is al jaren sprake van een structurele volumegroei in de jeugdhulp. Haarlem heeft deze groei in het verleden jaarlijks financieel vertaald in de Kadernota, op basis van de verwachte toename van het aantal jongeren in zorg. Hierdoor is het lokale budget meegegroeid en zijn financiële tegenvallers achteraf voorkomen, in tegenstelling tot veel andere gemeenten. Het Rijk heeft gemeenten echter niet, of slechts deels, gecompenseerd voor deze groei.

Haarlem heeft de volumegroei dus uit eigen middelen moeten dekken. De commissie Van Ark heeft dit

Kenmerk: 2025/729680

7/11

knelpunt onderkend en geadviseerd het macrobudget Jeugd jaarlijks met 4,7% te laten stijgen. Deze aanbeveling is door het Rijk niet overgenomen. Het beperken van de volumegroei blijft echter een belangrijke route om besparingen te realiseren. In de Kadernota 2025 (p. 43) is hiervoor een duidelijke richting opgenomen: “De trend laat nog steeds volumegroei zien, met als gevolg stijgende uitgaven. De wijze waarop deze verwachte groei wordt toegekend aan de zorgaanbieders, wordt in regionaal verband verder afgestemd. Het is van belang om daarin gelijk op te trekken. De richting van Haarlem daarin is als volgt: • • •

Ken (beperkte) groei gericht op onderdelen toe; Bestem een deel van het groeibudget voor de ontwikkeling van collectieve preventie; Bestem een deel van het groeibudget voor de besparingen vanuit de Hervormingsagenda (meerjarenreeks).

In regionaal verband is afgesproken om voor de zomer met een verdere uitwerking te komen.” Omdat het in 2025 niet is gelukt om regionale afstemming hierover volledig te realiseren, is door Haarlem geen groeiruimte toegekend aan consortia of overige zorgaanbieders. Het groeibudget is met name gericht ingezet op preventie, met als doel op termijn de instroom in zwaardere zorg te beperken. Een voorbeeld van deze inzet is de pilot gezinsadvocaat. Het is nadrukkelijk de wens van Haarlem om regionaal afstemming te zoeken over het mogelijk wel toekennen van groeiruimte in de toekomst. 3.2 Innovatie en doelmatige organisatie van zorg Binnen de consortia wordt nadrukkelijk ingezet op innovatie en transformatie van de jeugdhulp. Innovatievoorstellen die leiden tot een meer efficiënte en doelmatige organisatie van zorg worden actief ontwikkeld en gestimuleerd. De nadruk ligt op: • Vroegtijdige signalering van problemen bij jeugdigen en gezinnen; • Versterking van lichte, preventieve interventies binnen het CJG, onderwijs en de wijkteams en de sociale basis; • Effectievere organisatie van zorg in en rond scholen; • Gebruik van data en monitoring om effectiviteit en doorstroom te verbeteren. Door tijdig en laagdrempelig ondersteuning te bieden, kunnen zwaardere en duurdere vormen van zorg mogelijk worden voorkomen.

Dit komt zowel het welzijn van jeugdigen ten goede als de financiële houdbaarheid van het stelsel.

Kenmerk: 2025/729680

8/11

3.3 Financiële doorwerking en gezamenlijke beheersing De zeven gemeenten in de regionale samenwerking onderzoek momenteel hoe het maatwerk, dat voorheen via aparte contracten rechtstreeks door Haarlem werd ingekocht, gefaseerd onder te brengen bij de consortia. Hierdoor worden geen nieuwe open-eindecontracten meer afgesloten en komt de verantwoordelijkheid voor de beheersing van zowel taak als kosten nadrukkelijk bij de consortia te liggen. Het budget dat met deze contracten gepaard gaat is nog onderwerp van gesprek. De raad wordt na besluitvorming hierover direct geïnformeerd. Hier is besparingspotentieel als de consortia hier vanuit inhoudelijke expertise, samen met contractmanagement, op gaan sturen. Dit zal komende periode regionaal verder verkend en uitgewerkt worden. Er vinden regionaal gesprekken plaats op welke wijze maatwerkcontracten beter geraamd kunnen worden, zodat gemeenten niet voor verrassingen komen te staan. Tenslotte is er meer aandacht voor aanpalende domeinen of wetgeving, zoals de Wmo of de Wlz. Er wordt gestuurd op zo min mogelijk instroom in de jeugdwet van jongeren ouder dan 18 jaar als de Wmo voorliggend is. Daarnaast is er contact met het zorgkantoor wanneer cliënten een Wlz-indicatie ontvangen, aangezien de verantwoordelijkheid voor het organiseren en bekostigen van de zorg op dat moment buiten de jeugdwet valt. 4.

Sturing en monitoring Om de doelen van de lumpsumfinanciering (en de overige inkoop) waar te maken is een stevig apparaat van sturing en monitoring noodzakelijk. Het regionale contractmanagement, dat sinds 2015 operationeel is, vervult hierin een centrale rol; sinds 2023 is gewerkt om het contractmanagement en afgesproken sturingsmodel samen met de consortia goed in te richten. Dit contractmanagementteam wordt regionaal ingezet en valt onder de inhoudelijke sturing van de programmadirecteur jeugdhulp ZKIJ. Die inzet begint nu vruchten af te werpen. Op basis van systematische monitoring van cliëntenstromen en – waar van toepassing – declaraties (vanaf 2024 alleen nog relevant in perceel 2: enkelvoudige jeugdhulp), worden samen met jeugdhulpaanbieders ontwikkelingen gesignaleerd en besproken. Deze informatie vormt de basis voor gerichte sturing en gezamenlijke besluitvorming, onder andere in het regionaal programmateam jeugdhulp. De sturingsvisie Perceel 1 en (op onderdelen) Perceel 2 richt zich concreet op de volgende elementen: ▪ Concrete sturing op volume en inzet van zorg o Doorlopend inzicht in instroom, doorstroom en uitstroom van jeugdigen maakt het mogelijk tijdig bij te sturen wanneer zich volumegroei of verschuivingen naar zwaardere vormen van zorg voordoen.

Daarbij wordt gestuurd op een evenwichtige inzet tussen lichte, preventieve voorzieningen en specialistische vormen van hulp.

Kenmerk: 2025/729680

9/11

▪

▪

▪

▪

Keuzes maken met betrekking tot jeugdigen o Binnen de lumpsumafspraken worden met de aanbieders gezamenlijk keuzes gemaakt over de inzet van beschikbare middelen. Dit betekent het afwegen van welke zorg noodzakelijk en passend is voor welke doelgroep, en het voorkomen van over- of onderbehandeling. Hierbij staat het belang van het kind en het gezin centraal, binnen de randvoorwaarden van een beheersbaar budget. Knelpunten oplossen in de uitvoering o Signalering van knelpunten – zoals vertraging in zorgtoewijzing, mismatch tussen zorgvraag en -aanbod of onduidelijkheid in verantwoordelijkheden – wordt actief opgepakt in het overleg tussen gemeenten en consortia. Contractmanagement fungeert daarbij als regisseur die partijen bij elkaar brengt en oplossingsrichtingen afdwingt of faciliteert. Wachtlijstbeheer o Een belangrijk instrument binnen de sturing is gezamenlijk wachtlijstbeheer. Door regionaal inzicht in wachttijden en het organiseren van overlegtafels wordt gestuurd op doorstroom, prioritering van urgente casuïstiek en het benutten van beschikbare capaciteit bij verschillende aanbieders. Dit vraagt van alle betrokken partijen transparantie en bereidheid om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de toegankelijkheid van de jeugdhulp. Sturen op budgetten o In perceel 2 worden budgetplafonds toegepast.

Dit geeft inzicht in vraag en aanbod in de regio, waardoor hierop kan worden gestuurd en cliënten daar geholpen worden waar ook de vraag is. Door informatie uit contractgesprekken worden budgetten twee maal per jaar herverdeeld waar nodig. Hierdoor is nog geen extra budget nodig geweest in 2024 en 2025 (verwachting). o Excessieve winsten van alle aanbieders worden actief gemonitord. Indien sprake is van afwijkingen of winsten die niet in lijn zijn met de uitgangspunten van de samenwerking, wordt hierover het gesprek met de betreffende aanbieder gevoerd. Indien excessieve winsten blijven voorkomen kan worden over gegaan tot korting van (lumpsum)budgetten of uiteindelijk zelfs contractontbinding.

De resultaten van deze monitoring worden periodiek besproken in bestuurlijke overleggen tussen gemeenten en consortia, zodat beleidsmatige en financiële besluiten in samenhang kunnen worden genomen. Daarmee ontstaat een lerende cyclus waarin inhoud, beleid en financiën met elkaar in balans blijven. De evaluatie van perceel 1 door KPMG onderstreepte dat deze cyclus verder versterkt moet worden. De aanbevelingen om de transparantie in de besteding van middelen te vergroten en beter te sturen op outcome-indicatoren worden de komende periode uitgewerkt in samenwerking met de consortia. Daarnaast wordt gewerkt aan een vernieuwd dashboard voor sturing en monitoring, waarmee

Kenmerk: 2025/729680

10/11

gemeenten meer actuele en gedetailleerde informatie krijgen over de inzet en effectiviteit van de jeugdhulp. Op deze wijze wordt de regionale samenwerking steeds meer gebaseerd op gezamenlijke data, gedeelde verantwoordelijkheid en een continue verbetering van de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg. 5. Conclusie en vervolg De HAJ biedt richting aan de noodzakelijke veranderingen in het jeugdstelsel, maar vraagt van gemeenten een eigen, concrete uitwerking. De regio ZKIJ, waar Haarlem onderdeel van is, geeft hieraan invulling door gericht te sturen op samenwerking, doelmatigheid en preventie. De inzet van lumpsumfinanciering, het bundelen van krachten binnen consortia en de verdere professionalisering van sturing en monitoring vormen de pijlers onder een toekomstbestendig jeugdhulpsysteem. Hierdoor is een deel van het besparingspotentieel uit de HAJ reeds gerealiseerd binnen de regio ZKIJ, terwijl andere onderdelen, zoals het landelijk afbouwen van de gesloten jeugdhulp, juist leiden tot aanzienlijke meeruitgaven. De komende jaren ligt de nadruk op het verder versterken van deze basis: het benutten van de inzichten uit de KPMG-evaluatie, het vergroten van de transparantie en het daadwerkelijk realiseren van de beoogde beweging naar lichtere, effectievere en meer preventieve jeugdhulp.

Alleen door deze integrale aanpak kan de regio ZKIJ de kwaliteit van zorg behouden én de financiële houdbaarheid van het stelsel op de lange termijn waarborgen. De raad zal ook de komende jaren inhoudelijk op de hoogte gehouden worden over de uitvoering van de HAJ in de context van de voortgang in de jeugdhulp in ZKIJ. Daarnaast zal specifiek gerapporteerd worden middels de P&C-producten over de financiële impact van het doorvoeren van maatregelen vanuit de HAJ.

Kenmerk: 2025/729680

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16268032/1