CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Toekomst huisvesting Frans Hals Museum - vaststellen voorkeursvariant

commissie Ontwikkeling 25 september 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.30 uur Toekomst huisvesting Frans Hals Museum - vervolg op onderzoek unilocatie (DL)4.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp Toekomst huisvesting Frans Hals Museum – vaststellen voorkeursvariant Nummer

2025/457907

Portefeuillehouder

Loenen, D. van

Programma/beleidsveld

4.2 Economie, toerisme en cultuur

Afdeling

ECDW

Auteur

Böhne, B. en Van Beers, G.

Telefoonnummer

06 53686630

Email

gvanbeers@haarlem.nl, bbohne@haarlem.nl

Kernboodschap

Het Frans Hals Museum (hierna: FHM) beheert en presenteert de waardevolle collectie van de gemeente Haarlem, een verzameling met een grote nationale en internationale betekenis. De gemeente en het FHM werken al enige jaren aan het toekomstbestendig maken van het museum inclusief het verbeteren van de huisvesting. In de raadscommissie Ontwikkeling van 20 juni 2024 is afgesproken om een ondergrondse uitbreiding van het FHM op locatie Groot Heiligland verder te onderzoeken. Er zijn uiteindelijk drie varianten onderzocht als mogelijke toekomstige locatie(s) voor het FHM: • • •

Variant duolocatie: huidige twee gebouwen: Groot Heiligland en Grote Markt Variant unilocatie: Groot Heiligland met ondergrondse uitbreiding Variant unilocatie: de Egelantier - het gehele pand - als museum

Deze varianten zijn getoetst en vergeleken op zowel technisch inhoudelijke, kwalitatieve en financiële aspecten, maar ook op risico’s. Het college vraagt de raad om een voorkeursvariant vast te stellen waarbij de voorkeur van het college uitgaat naar de variant Unilocatie Egelantier. Dit omdat uit het haalbaarheidsonderzoek blijkt dat alle varianten haalbaar zijn, maar de variant Egelantier het beste scoort op een groot aantal van de vooraf geformuleerde beoordelingscriteria. Daarbij wordt gevraagd om een voorbereidingskrediet van € 1 miljoen te verstrekken voor de verdere uitwerking (definitiefase). De uitwerking bestaat uit het opstellen van een Programma van Eisen in samenwerking met het museum. Op basis van het Programma van Eisen wordt vervolgens een architect geselecteerd voor de verdere uitwerking van het ontwerp. Onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek was het in beeld brengen van het benodigde investeringsbudget. In deze haalbaarheidsfase is voor de realisatie van de variant unilocatie Egelantier een bruto all-in investeringsbudget van € 77 mln. bepaald. Er is bij het

Kenmerk: 2025/457907

1/12

realiseren van de unilocatie een goede kans op cofinanciering (fondsen, subsidies, sponsoring) van € 10,0 miljoen. De netto-investering bedraagt dan € 67 miljoen. Het voorstel is om het totaalbedrag van € 77 miljoen op te nemen in het Investeringsplan bij de Programmabegroting 2026. Met de realisatie van een nieuw gebouw kan het FHM de toekomst in. Met een betere presentatie van onze waardevolle collectie in een publieksgebouw dat voldoet aan de eisen van nu. Nadat er jarenlang niet is geïnvesteerd in het museum is dit de kans om het FHM als hét visitekaartje van Haarlem neer te zetten. Het museum wordt ondergebracht in een geheel verduurzaamd, toekomstbestendig rijksmonument met een rijke historie dat goed zichtbaar in de stad én goed toegankelijk is. Na een positief besluit over de voorkeursvariant zal in een paralleltraject naar de herbestemming van de daarbij leegkomende panden worden gekeken. De conclusies daarvan worden op een later moment separaat aan de raad voorgelegd. Behandelvoorstel voor commissie

De commissie Ontwikkeling wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college en over de wijze van agendering van het raadsvoorstel in de raadsvergadering.

Relevante eerdere besluiten

-

Besluit college d.d. 9 september 2025

1.

Informatienota ‘Exploitatie, onderhoud en collectiebeheer Frans Hals Museum plan van aanpak 2022 (2022/32483) in commissie ontwikkeling 3 februari 2022 Informatienota ‘Exploitatie en huisvesting Frans Hals Museum’ (2022/1311888) in commissie ontwikkeling 27 oktober 2022 Opinienota ‘Uitkomsten onderzoek depotgebouw Haarlem’ (2022/1397822) in commissie ontwikkeling 22 juni 2023 Collegebesluit ‘Huuroptie depot voor collectie Frans Hals Museum’ (2024/448947) in commissie ontwikkeling 18 april 2024 Informatienota ‘Huisvesting Frans Hals Museum – uitkomsten onderzoek unilocatie’ (2024/338010) in commissie ontwikkeling 20 juni 2024 Informatienota ‘Haalbaarheidsonderzoek huisvesting Frans Hals Museum uitbreiden met variant unilocatie in Egelantier’ 2025/488218 (2025/488218)) Het college van burgemeester en wethouders stelt het voorstel aan de raad vast.

de secretaris,

de burgemeester,

Kenmerk: 2025/457907

2/12

Ontwerp-besluit raad d.d. ………. (wordt ingevuld door de griffie)

De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

1.

Besluit: 1. De variant unilocatie Egelantier vast te stellen als voorkeursvariant en de financiële consequenties te betrekken in de Programmabegroting 2026 zijnde: € 1 miljoen aan voorbereidingskrediet in 2026. Ophoging bestaand IP CLT15. Huisvesting Frans Hals Museum met € 57 miljoen.

2. de griffier,

de voorzitter,

1. Aanleiding Sinds 2022 werken gemeente en het FHM samen aan het verbeteren van de exploitatie, het beheer van de collectie en de gebouwen. In de Informatienota ‘Exploitatie, onderhoud en collectiebeheer Frans Hals Museum’ (2022/32483) is een plan van aanpak met de raad besproken en zijn de verschillende trajecten ingezet. Aan de hand van de Informatienota ‘Exploitatie en huisvesting Frans Hals Museum’ (2022/1311888) is met de gemeenteraad van gedachten gewisseld over de voortgang van het traject huisvesting. Op dat moment was het onderzoek naar een nieuw depot de eerstvolgende stap in de verbetering van de huisvesting van het FHM. De besluitvorming over het depot heeft plaatsgevonden met het Collegebesluit ‘Huuroptie depot voor collectie Frans Hals Museum’ (2024/448947). Voor de gemeente is het vooropgestelde belang een museum dat onze waardevolle collectie optimaal kan laten zien. Conclusie van voorgaande onderzoeken is dat de kwaliteit van zowel het huidige pand als museum onvoldoende is. Daardoor voldoet het museum niet aan gestelde eisen voor het tentoonstellen van de eigen waardevolle collectie en van bruiklenen. Het FHM is daarnaast nu gehuisvest op twee locaties. Dit brengt een dubbele exploitatie met zich mee. Ook geeft twee locaties onduidelijkheid voor bezoekers en leidt het tot onnodig veel ruimtegebruik.

Bovendien zijn de twee locaties niet ingericht voor optimale programmering vanwege het ontbreken van de juiste klimatologische omstandigheden. Een hogere exploitatielast en het mislopen van bezoekersinkomsten, en dus lagere inkomsten, zijn het gevolg. Voorafgaand aan dit haalbaarheidsonderzoek is in diverse onderzoeken aangetoond dat de toekomst en het voortbestaan van het FHM samenhangt met de aanwezigheid van voldoende (wissel)tentoonstellingsruimte. Deze is cruciaal voor een succesvolle programmering en geeft meer mogelijkheden om de vaste collectie te tonen aan het publiek. Het ontbreken van een wisseltentoonstellingsruimte heeft bovendien een negatieve impact op veiligheid van de collectie. Dit omdat delen van de huidige collectie steeds verhuisd moeten worden. Met het in 2024 genomen besluit om de collectie te verhuizen uit de zolders van Groot Heiligland naar een nieuw depot, ontstaat ruimte voor een nieuwe invulling van het huidige gebouw. Bovendien is er de wens van

Kenmerk: 2025/457907

3/12

de museumdirectie voor een unilocatie. Bovengenoemde gaf de aanleiding voor een studie naar de mogelijkheden voor het gebouwencomplex aan het Groot Heiligland. In opdracht van de gemeente en in samenwerking met het FHM heeft architectenbureau BiermanHenket een haalbaarheidsonderzoek gedaan. Het resultaat is een variant waarbij een wisseltentoonstellingsruimte wordt toegevoegd onder de binnentuin van locatie Groot Heiligland met een ondergrondse uitbreiding. Met de Informatienota ‘Huisvesting Frans Hals Museum – uitkomsten onderzoek unilocatie’(2024/338010) is de gemeenteraad om input gevraagd voor het vervolg op het onderzoek. Het college heeft de haalbaarheid van de unilocatie Groot Heiligland met een ondergrondse tentoonstellingsruimte verder onderzocht op het gebied van uitvoeringsrisico’s, exploitatie, techniek en logistiek en deze afgezet tegen de huidige variant. Gaandeweg het onderzoek naar de haalbaarheid bleken in een parallel project, de herontwikkeling van de Egelantier, de kansen voor de herontwikkeling van de Egelantier steeds kleiner. Toen is een eerste verkenning gedaan te kijken of het FHM (in zijn geheel) zou passen in de Egelantier en of daarmee de Egelantier een variant zou kunnen zijn voor het FHM resulterend in een quickscan. Nadat in mei 2025 de koopovereenkomst inzake de Egelantier is ontbonden werd deze als 3e variant toegevoegd aan het onderzoek.

Hierover is de gemeenteraad geïnformeerd met de Informatienota ‘Haalbaarheidsonderzoek huisvesting Frans Hals Museum uitbreiden met variant unilocatie in Egelantier’ (2025/488218). De huidige gebouwen aan de Grote Markt en het Groot Heiligland zijn verouderd, minder toegankelijk en klimatologisch ongeschikt voor de museale functie. Beide gebouwen verkeren in min of meer de oorspronkelijke bouwkundige staat en zijn geruime tijd (30-50 jaar) niet grootschalig gerenoveerd en dus ook niet verduurzaamd. Ditzelfde geldt ook voor de Egelantier. Inmiddels is de gemeente Haarlem als overheidsorganisatie verplicht haar gebouwen voor 2050 CO2-arm te maken. Haarlem heeft de ambitie om al in 2040 aardgasvrij te zijn. Grootschalig verbouwen voor de toekomst is nu echt nodig. Om als museum relevant te blijven en daarvoor tentoonstellingen met de gehele collectie én met bruiklenen te kunnen maken. Vergelijkbare steden als Zwolle (museum de Fundatie), Leiden (museum de Lakenhal), Dordrecht (Dordrechts Museum), Den Haag (Mauritshuis) en Delft (het Prinsenhof) investeerden de afgelopen jaren ook om diezelfde redenen in hun musea. 2. Beoogd resultaat Het beoogde resultaat is duurzame en goed toegankelijke huisvesting voor het FHM. Huisvesting waarmee het FHM de toekomst in kan en haar activiteiten naar behoren kan uitvoeren.

Met het realiseren van deze nieuwe en duurzame huisvesting is zowel beoogd een goed huis te bewerkstelligen voor onze waardevolle Haarlemse collectie als ook de basis te creëren voor een verbeterde museale exploitatie. 3. Onderbouwing voorstel Met de voorgestelde variant Egelantier is het mogelijk een nieuw icoon in de stad te realiseren. Een vernieuwd museum met een wisseltentoonstellingsruimte versterkt het FHM als museaal, toeristisch en cultureel hoogtepunt van en voor de stad. Het geeft de mogelijkheid aan het museum om meer van haar huidige collectie te tonen en ook andere belangrijke nationale en internationale bruiklenen tentoon te stellen. Met de

Kenmerk: 2025/457907

4/12

realisatie van deze variant zal in het gebouw een substantiële C02-reductie (ca. 50%) gehaald worden en is het museum voor 2040 aardgasvrij. Het gebouw wordt aardgasvrij en all-electric. In het haalbaarheidsonderzoek (bijlage 1) is een brede afweging gemaakt op diverse technische, kwalitatieve en financiële criteria. De conclusie is dat weliswaar alle varianten haalbaar zijn, maar de uitkomsten uiteraard op alle aspecten verschillend zijn. Criteria

DUO

UNI GH

UNI E

De technische haalbaarheid (complexiteit) grondmechanica constructief veiligheid en bereikbaarheid installatie en verduurzaming flora en fauna cultuurhistorie i.r.t. ingreep Draagvlak omgeving. Draagvlak Kwalitatieve aspecten museum (routing, uitstraling) en vastgoed toekomstvast aantrekkingskracht programmering consequenties portefeuille Financieel Investeringskosten. Financieringsmogelijkheden. Exploitatie- en beheerlasten. Impact op de stadse economie externe dekking Risicoprofiel risicoscore

*DUO = Duolocatie variant: Groot Heiligland en Grote Markt *UNI GH= Unilocatie variant Groot Heiligland met ondergrondse uitbreiding *UNI E= Unilocatie variant Egelantier

Hieronder zijn de totale investeringskosten van de verschillende varianten weergegeven. De duolocatie scoort met name financieel het minst. De uitkomsten van de unilocatie-varianten liggen dicht bij elkaar, waarbij de variant Egelantier de laagste investering vraagt. Netto investeringskostenraming bedragen in € miljoen

Duolocatie

Totale bruto Investeringskosten in € miljoen Verwachte co-financiering Totale netto investeringskostenraming in € miljoen

Unilocatie Groot Heiligland

83,2 -8,5 74,7

80,1 -10,0 70,1

Unilocatie Egelantier

76,7 -10,0 66,7

De Egelantier biedt zowel vanuit financieel oogpunt als qua bouwoverlast en draagvlak de meeste voordelen. Ook is de variant Egelantier voor de museale functie het meest ideaal. De andere varianten liggen qua investeringsbudget wel dicht tegen deze variant aan. In de exploitatiekosten zijn de verschillen wel duidelijk en is ook de Egelantier het gunstigst zoals in onderstaande tabel is weergegeven.

Kenmerk: 2025/457907

5/12

Gemiddelde huisvestingslast over een periode van 30 jaar (zonder inflatie)

Duolocatie

Unilocatie Groot Heiligland

Unilocatie Egelantier

Bedragen in € miljoen Component: Kapitaallasten Onderhoud en vervanging OZB Beheer, verzekering, overige heffingen Totaal nieuwe huisvestinglast Nutsvoorzieningen (GWE) en Schoonmaak Te subsidiëren nieuwe huisvestinglast Huidige subsidiëring huisvestingslasten (exclusief depot) Per saldo effect op de gemeentebegroting Waarvan kapitaallasten Huisvestingslast zonder kapitaallast

2,8 1,2 0,4 0,1 4,5 0,2 4,7

2,6 0,9 0,4 0,1 4,0 0,2 4,2

2,4 0,9 0,4 0,1 3,8 0,2 4,0

1,1 3,6 2,8 0,8

1,1 3,1 2,6 0,5

1,1 2,9 2,4 0,5

Voor de beide unilocatie varianten wordt in tegenstelling tot de duolocatie een flinke stijging van het bezoekersaantal verwacht. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat een unilocatie met meer bezoekers, meer inkomsten genereert en minder personeelskosten vergt door de efficiëntie van een enkele locatie. De Unilocatie Egelantier geeft met de huidige gemeentelijke exploitatiesubsidie in het 1e jaar naar verwachting van het FHM een sterk positief resultaat, de jaren daarna wordt een neutraal resultaat verwacht. Hiermee kan het museum hogere kosten voor marketing en programmering (zoals tentoonstellingen) financieren en daarmee kan het hogere bezoekersaantal potentieel verder groeien. Bij een unilocatie in de Egelantier verwacht het FHM in alle opzichten en in verhouding een sterker opwaarts potentieel. De duolocatie met de verbouwing van de huidige twee locaties is het duurst. Voor wat bouwoverlast betreft is duidelijk dat de bouw van een ondergrondse uitbreiding op de unilocatie Groot Heiligland grote impact heeft op de omgeving. Voor de optie Egelantier is er meer draagvlak in de buurt, net als voor de duolocatie. Op het punt van de kwalitatieve aspecten voor het museum geldt dat beide unilocaties goed scoren. Waarbij de Egelantier qua ruimtelijke structuur beter aansluit op een museale functie.

Ook de logistiek is voor het museum beter te regelen aan de Gasthuisvest en in en rondom de Egelantier. Op de andere onderzochte punten ontlopen de varianten elkaar niet wezenlijk. De variant unilocatie Egelantier komt als voorkeursvariant naar voren. Deze variant presteert optimaal op: 1.

2.

Technisch vlak: er is voor deze variant geen complexe ondergrondse bouw noodzakelijk. Het huidige complex is weliswaar slecht onderhouden, maar is in de basis geschikt voor de inrichting van de museale functie. Er is ook minder zorg bij de benodigde ingrepen in relatie tot de monumentale status dan met een ondergrondse uitbreiding op het Groot Heiligland. Op het gebied van toegankelijkheid van de bouwplaats scoort de Egelantier veel beter dan de unilocatie Groot Heiligland. Financieel vlak: deze variant kent de laagste investeringskosten en dito exploitatielast (gelijk aan de andere unilocatie) daarnaast heeft deze variant de beste kansen voor externe cofinanciering. Cofinanciering voor de duolocatie-variant wordt voor financiers minder aantrekkelijk ingeschat (een nieuw icoon is aantrekkelijker dan een renovatie) en dus lager dan unilocatie.

Kenmerk: 2025/457907

6/12

3.

4.

Draagvlak: op dit vlak biedt deze variant voordeel omdat er minder verkeersoverlast verwacht wordt en er minder fysieke ingrepen noodzakelijk zijn dan bijvoorbeeld bij de andere unilocatie. De (onvermijdelijke) impact op de omgeving is lager dan in de andere varianten. Omwonenden hebben bij de unilocatie aan het Groot Heiligland meer zorgen over de consequenties voor hun leefomgeving (fundering en grondwater) tijdens en na de bouw. Het FHM zelf geeft de voorkeur aan de Egelantier vanwege de ruimtelijke mogelijkheden en uitstraling maar ook omdat het Museum een langere sluiting bespaard blijft. Risico’s: deze variant kent in de uitvoering relatief gezien minder risico’s dan de variant met een ondergrondse uitbreiding. Bovendien is er minder risico bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (hierna: RCE) op het ontbreken van draagvlak dan bij de andere unilocatie met de ondergrondse uitbreiding.

Daarnaast betekent een realisatie van de voorgestelde variant: 5.

6.

Een positieve impact op de duurzaamheidsdoelstellingen: De unilocatie Egelantier heeft een positieve impact op de doelstelling Haarlem Aardgasvrij 2040, Circulaire stad 2040 en de Klimaatbestendige stad 2050. Komend jaar gaan we de verschillende opties verder uitwerken. Het gebouw wordt aardgasvrij en allelectric. Eenduidigheid richting bezoekers: deze variant is niet verwarrend voor het publiek en er is geen extra communicatie voor bezoekers nodig. Een keuze voor de Egelantier betekent wél een cross-over tussen tentoonstellingen en collectiepresentatie (door een in huis wisseltentoonstellingsruimte), het openblijven van het hele museum bij op- en afbouw tentoonstellingen en een efficiëntere bedrijfsvoering, waarmee een duurzaam businessmodel kan worden gerealiseerd. 4.

Risico’s en kanttekeningen

4.1 Risico’s Een ingreep in een monumentaal gebouw brengt in alle onderzochte varianten logischerwijs risico’s met zich mee. In het haalbaarheidsonderzoek zijn vanuit verschillende invalshoeken (technisch, erfgoed, museaal, installatie, ontwerp, financieel etc.) de belangrijkste risico’s geïnventariseerd en is gestart met de aanleg van het risicodossier. Verschillende risico’s spelen in alle varianten, sommige risico’s zijn meer specifiek voor één variant. Generieke risico’s zijn: • Monumentinstanties geven geen goedkeuring op plannen vanuit erfgoedperspectief. • Grondstoffen worden duurder of andere zaken zoals asbest valt tegen. • Cofinanciering zoals wordt aangenomen blijkt in de praktijk niet haalbaar. • Achteraf blijken de aannames van de museale toekomstvisie niet te realiseren. • Bouwkundige status blijkt slechter dan aanname. • Bepaalde installatie uitgangspunten blijken tijdens de bouw niet te kunnen of er zijn mankementen aanwezig bij bijvoorbeeld leidingen/riolering onder het gebouw, brandscheidingen etc. • Het beoogde binnenklimaat binnen de gestelde parameters wordt niet gehaald. • Verlies architectuurbeleving als gevolg van voorgenomen verduurzaming. Binnen de drie varianten is de unilocatie Egelantier de variant met een gemiddeld risicoprofiel.

Bij de variant met het laagste risicoprofiel, de duolocatie speelt naast de generieke risico’s, onder andere ook het risico dat de andere eigenaar binnen de VVE Verweyhal aanpassingen tegenhoudt. Het grootste risico bij de variant

Kenmerk: 2025/457907

7/12

unilocatie Groot Heiligland zit in de toestemming voor de ondergrondse uitbreiding en benodigde maatregelen om de uitvoering mogelijk te maken. De belangrijkste risico’s gekoppeld aan dit besluit en de keuze voor de variant unilocatie Egelantier zijn: 1.

2.

Financieel: in deze fase is gewerkt met aannames en kengetallen op basis van de museale toekomstvisie. In elke vervolgfase wordt dit financiële beeld scherper en gaat het “tekenen en rekenen” hand in hand. Het risico bestaat dat bij nadere uitwerking blijkt dat het ontwerp niet past in de bandbreedte van het in deze fase berekende investeringsbudget of het effect op de exploitatie. Ook kunnen later financiële tegenvallers ontstaan doordat de cofinanciering tegenvalt of door onvoorziene kostenstijgingen tijdens de bouw. Dit risico is in alle varianten en elk project aanwezig. Er is in deze fase zorgvuldig geraamd en er zal ook in de vervolgfasen nadrukkelijk ‘budget gestuurd’ worden ontworpen. Bij een keuze voor de variant Unilocatie Egelantier zijn er zowel kansen (opbrengsten) als risico’s (tijdelijke leegstand en duurzaamheidsingrepen). Dit door het vrijkomen van de huidige panden. Monumentale waarde: in grote lijnen is het perspectief vanuit erfgoed dat het haalbaarheidsonderzoek kansen biedt voor FHM. Kader is dat het programma zoals BiermanHenket schetst verenigbaar is met de monumentale waarde van het gebouw. Daarom betrekken we in de volgende fase de RCE en de ARK goed.

In een later stadium zal het college na vaststelling van dit besluit de raad voorstellen het project op te nemen in de ‘Regeling grote en risicovolle projecten’. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Het haalbaarheidsonderzoek maakt inzichtelijk wat de bouwkosten zijn van de verschillende varianten. Voor het eerst is ook inzichtelijk gemaakt wat er naast enkel de bouwkosten nog meer nodig is. De integrale investeringsbedragen, inclusief prijsontwikkeling tot einde werk, liggen daarom hoger dan de bedragen die in het verleden voor de bouwkosten zijn genoemd (€ 41- 45 miljoen). Naast bouwkosten gaat het om onder meer: inrichting en inventaris, honoraria bouw en inrichting, aansluitkosten, leges, gemeentelijk projectteam en verhuiskosten. De gemeente Haarlem heeft in het verleden geen middelen gereserveerd voor de vervangingen of vernieuwingen van de gebouwen en de museumfunctie. In het investeringsplan bij de programmabegroting 2025 is destijds rekening gehouden met een minimum van € 20 miljoen in afwachting van het haalbaarheidsonderzoek. Dit bedrag was gebaseerd op de duolocatie variant waarbij niet tot nauwelijks rekening was gehouden met de museale vereisten voor de gebouwen, met name op het gebied van installaties. Op basis van de huidige begroting dient dat bedrag met de keuze te worden aangepast van €20 naar €77 miljoen. De aanpassing in het IP is als volgt:

Kenmerk: 2025/457907

8/12

Het haalbaarheidsonderzoek (zie bijlage I) laat zien dat in alle varianten een hogere investering nodig is, minimaal € 77 miljoen. Er is daarbij een goede kans op cofinanciering (fondsen, subsidies, sponsoring) van € 10 miljoen. De netto-investering bedraagt dan € 67 miljoen. Het enkel en alleen verbeteren en verduurzamen van het Groot Heiligland (“0-variant”), zonder een wisseltentoonstellingsruimte, is weliswaar goedkoper (circa € 60 miljoen ook mede door het naar verwachting vervallen van de cofinancieringsmogelijkheid) maar zal niet leiden tot een toekomstbestendig museum. Wisseltentoonstellingen leiden tot herhaalbezoek en dat is essentieel voor de exploitatie. Bovendien kan met een wisseltentoonstellingsruimte de collectie in de volle breedte worden getoond. Het museum zal haar aantrekkingskracht verliezen en daardoor zullen de bezoekersaantallen waarschijnlijk dalen met een negatief effect op de exploitatie van het museum. Beide bedragen, de investeringsraming (€ 76,7 miljoen) en de raming van de cofinanciering (€ 10 miljoen) zullen betrokken worden bij de integrale afweging over het investeringsplan in de programmabegroting 2026. Gegeven het positieve financiële beeld uit de kadernota en de meicirculaire, is het kansrijk dat dit ingepast kan worden in de komende begroting. De raad besluit daar in de komende periode over.

In deze bedragen is rekening gehouden met prijsontwikkeling tot 2032, uitgaande van besluitvorming nu. Als besluitvorming naar de toekomst wordt verschoven leidt dit tot een indexatie van de genoemde investeringsbedragen. Een keuze voor de voorgestelde variant vertaalt zich in de laagste toename van de exploitatielasten (toekomstig onderhoud, vervangingen van nieuwe installaties), een efficiëntere bedrijfsvoering voor het museum en een besparing van circa 40% op de energielast. Dat laatste mede afhankelijk van de keuzen die worden gemaakt in de verdere uitwerking. Ook is de kans op een (blijvend) hoger bezoekersaantal en aandeel eigen inkomsten het grootst. De impact op de exploitatie speelt zoals nu wordt voorzien vanaf 2033 en valt daardoor buiten het bereik van de huidige meerjarenraming. Na een keuze voor de voorkeursvariant kunnen verdere voorbereidende stappen gezet worden om het doel te bereiken. Na de besluitvorming bij de programmabegroting 2026 over het verhogen van het investeringsbedrag in het investeringsplan kan de volgende fase, de definitiefase, gestart worden. Een fase waarin een heldere (financiële en programmatische) scope bepaald wordt en een architect en adviseurs voor het ontwerp van het nieuwe museum gecontracteerd kunnen worden. Deze fase zal een doorlooptijd hebben van circa een jaar.

Het budget voor deze definitiefase zal worden aangevraagd bij de programmabegroting 2026. We starten direct na de besluitvorming over de voorkeursvariant met de voorbereidingen om vaart in het proces te houden. Na afronding van en besluitvorming over deze definitiefase kan gestart worden met de ontwerpfase.

5.2 Vastgoedportefeuille Door te kiezen voor een unilocatie komen er één of meerdere monumentale complexen vrij. De mogelijke invullingen zijn per complex/gebouwdeel globaal verkend: Grote Markt- Vleeshal & Vissershuisje

Kenmerk: 2025/457907

9/12

De locatie Grote Markt is door het FHM niet meer goed te gebruiken. De oorzaak is zowel de situatie rondom de vloer van de Verweyhal, waardoor deze beperkt gebruikt kan worden als tentoonstellingsruimte. Daarnaast is ook de tentoonstellingsruimte in de Vleeshal niet meer geschikt. In het afgelopen jaar is bij metingen gebleken dat de tentoonstellingsruimte in de Vleeshal klimaat technisch onvoldoende op orde is om (hoogwaardige) kunst tentoon te stellen. Het FHM heeft voor de Grote Markt derhalve geen programmering voor 2026. Daarmee heeft de gemeente de handen vrij om alternatieve invulling te geven aan de gebouwdelen van het complex. Het FHM ziet zich hoe dan ook genoodzaakt het gebruik op de locatie Grote Markt na de huidige tentoonstelling eind 2025 te stoppen. Met het zicht op een unilocatie is het museum genegen de huurovereenkomst voor het gehele complex aan de Grote Markt met de gemeente te beëindigen per 2026. Hiermee vervalt een essentiële mogelijkheid voor de presentatie van een wisseltentoonstelling. Vooruitlopend op het realiseren van een unilocatie voor het FHM is er onderzoek gedaan naar mogelijke alternatieve invullingen voor de Vleeshal, het Vissershuisje en de Verweyhal. Het Vissershuisje is weliswaar een apart bouwdeel, maar niet af te scheiden van de Vleeshal.

De functies in het Visserhuisje zijn onlosmakelijk verbonden met de Vleeshal en bevatten de entree, garderobe, toiletten, trappenhuis, technische ruimten en kantoor. Bij eventuele afsplitsing van de Verweyhal blijft dit bouwdeel over en kan een alternatieve invulling krijgen. Conform het proces van ’grote ruimtevragers’ is gekeken naar mogelijke functies. Daaruit zijn onder meer de opties van Archeologisch museum / Erfgoed Haarlem en Foodhal (overdekte markthal) als meest passend naar voren gekomen. Er zal nader moeten worden bezien of dit haalbaar is. Het archeologisch museum zoekt momenteel vervangende ruimte aangezien de kelder van de Vleeshal wegens vochtproblemen ongeschikt is geworden. Er wordt onderzocht of en met welke consequenties het archeologisch museum (tijdelijk) de Vleeshal & Visserhuisje kan gebruiken. Voor de eerste verdieping van de Verweyhal is er solitair geen voor de hand liggende invulling gevonden. Daarmee is nu dit appartementsrecht voor de gemeente van minder strategische waarde. Door te kiezen voor een unilocatie wordt een afstoot van ons deel van de Verweyhal voor de hand liggend. Een optie zou kunnen zijn een verkoop van het appartementsrecht waarbij mogelijk ook de eenheid van de Verweyhal hersteld kan worden en ander commercieel gebruik als retail en horeca mogelijk wordt.

Door te kiezen voor de variant Unilocatie Egelantier komt ook het monumentale complex Groot Heiligland 62 vrij. Complex Groot Heiligland 62 Voor het complex Groot Heiligland 62 zal een nieuwe invulling gezocht moeten worden. Op voorhand is hier nog geen verder gaande verkenning ingezet omdat het beschikbaar komen nog wel enige jaren zal duren. Het vinden van een passende alternatieve invulling voor dit monumentale en bijzondere complex kan in de aankomende tijd (van circa 3 - 5 jaar) worden onderzocht. Tot die tijd is het FHM aan het Groot Heiligland geopend voor het publiek. Voor de huidige studie naar de ondergrondse uitbreiding is een bouwhistorisch onderzoek gedaan. Vrijwel alle bouwdelen zijn hoog monumentaal. Dat kan flinke beperkingen hebben bij transformatie. Bij het bepalen van herbestemming zal het advies vanuit erfgoedoptiek een bepalende rol spelen. Voor alternatieve invulling van dit complex zal de gemeente een separate haalbaarheidsstudie uitvoeren waarin behoud of verkoop zal worden afgewogen. Het ligt daarbij voor de hand om ook te kijken naar een gedeeltelijke invulling van het complex met het nabijgelegen Verwey museum en het ABC architectuurcentrum. Na een positief besluit over de voorkeursvariant zal in een paralleltraject naar de herbestemming van de daarbij leegkomende panden worden gekeken.

De conclusies daarvan worden op een later moment separaat aan de raad voorgelegd.

Kenmerk: 2025/457907

10/12

5.3 Communicatie De omgeving van het FHM (Groot Heiligland) en de Egelantier worden op verschillende manier op de hoogte gehouden van het traject rond de toekomst van het FHM. Er zijn twee informatiebijeenkomsten georganiseerd over de stand van zaken van het haalbaarheidsonderzoek. Omwonenden hebben zich in kunnen schrijven voor nieuwsbrieven om op de hoogte gehouden te worden van het traject. Daarnaast is er een projectpagina Onderzoek toekomst Frans Hals Museum | Gemeente Haarlem op de gemeentelijke website actief. Verder is er nauw contact met, onder andere de Werkgroep Huisvesting FHM (van het wijkplatform) waarin enkele bewoners zich georganiseerd hebben. Ook in het komende traject worden deze middelen ingezet. Zo is er in september – voorafgaand aan de commissie vergadering - een derde informatiebijeenkomst. 5.4 Participatie In de vervolgfase wordt onder meer aan de hand van een participatieplan met een klankbordgroep verder gewerkt aan het meedenken over de uitwerking. Een verdergaand participatieplan zal in de vervolgfase worden uitgewerkt. Voorafgaand aan dit besluit is er aan een eerste klankbordgroep al een reactie op de onderzochte varianten gevraagd. In deze klankbordgroep neemt vanuit ondernemersperspectief de Centrum Manager deel en vanuit cultureel perspectief de directeur van het nabijgelegen ABC Museum.

Daarnaast heeft de werkgroep FHM van het wijkplatform drie omwonenden gevraagd mee te denken. Daarbij is ook de al bestaande werkgroep rondom de Egelantier betrokken. De klankbordgroep geeft op basis van het haalbaarheidsonderzoek een advies over de varianten en de voorgestelde voorkeursvariant. Dit advies ontvangt de gemeenteraad in de week voorafgaand aan de commissievergadering over dit besluit. Het beoogd resultaat van meedenken is het verbeteren van de manier waarop de (vernieuwde) huisvesting van het museum tot stand wordt gebracht. Participatie op dit niveau beoogt omwonenden en belanghebbenden betrokken te houden in de diverse fases van het proces. Met een klankbordgroep kunnen de belanghebbenden geconsulteerd worden, onder meer met het oog op de reductie van overlast, maar ook om hun kennis van de buurt te benutten en in te zetten. 5.5 Juridisch De gemeente heeft de koopovereenkomst met Villa Egelantier B.V. ontbonden. Villa Egelantier B.V. heeft aangegeven zich hiertegen te willen verzetten en leveringsbeslag te zullen leggen. Bij een succesvol leveringsbeslag behoudt de gemeente de feitelijke beschikking over het pand, maar zijn we zo lang het beslag duurt belemmerd om het aan derden te verkopen. Nu dit niet aan de orde is, acht de gemeente dit risico zeer klein.

Mocht Villa Egelantier daarna nog een bodemprocedure starten, dan ziet de gemeente deze met vertrouwen tegemoet. Het afdwingen om alsnog uitvoering te geven aan het verkoopcontract is immers hetgeen Villa Egelantier al meerdere jaren zegt niet te kunnen. Daarom heeft Villa Egelantier de gemeente al in 2023 om een stevige financiële impuls verzocht, maar deze is niet verleend. 5.6 Planning Voor het project is de in de bijlage opgenomen planning opgesteld. Op korte termijn is de definitiefase voorzien. In die fase zal een Specifiek Programma van Eisen (hierna: SPvE) worden geformuleerd op basis

Kenmerk: 2025/457907

11/12

waarvan de ontwerpfase kan worden ingezet. Parallel kan de voorselectie van de adviseurs ingezet worden. De eerstvolgende stap is het vaststellen van dit SPvE. Voor de daaropvolgende toekomstige mijlpalen en de besluitvorming zie onderstaande planning. Naast formele informatiemomenten bij besluitvorming wordt de raad geïnformeerd over de voortgang middels een informatienota of raadsinformatiebrief. Al naar gelang de behoefte kan een technische sessie met de commissie ontwikkeling worden georganiseerd. De planning voor het project en mijlpalen voor de raad zijn hieronder nog eens weergegeven:

Fase Initiatief fase Definitiefase

Ontwerpfase Voorbereidingsfase Realisatiefase

Product Vaststellen voorkeursvariant Vaststellen programmabegroting 2026 Vaststellen Specifiek Programma Van Eisen voorkeursvariant Selectie architect en adviseurs Selectie aannemer Start realisatiefase Ingebruikname

Bevoegdheid planning Gemeenteraad 16-okt-25 Gemeenteraad nov-26 1e kwrt 2027 Gemeenteraad 2e kwrt 2027-2029 eind 2029 begin 2030 2033

6. Bijlagen 1a. Haalbaarheidsonderzoek naar de toekomst van het Frans Hals Museum. 1b. Bijlagen bij Haalbaarheidsonderzoek naar de toekomst van het Frans Hals Museum. 2. Toekomstvisie Frans Hals Museum.

Kenmerk: 2025/457907

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15960641/1