CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Richting geven aan gemeentelijke inzet woonwagencentra

commissie Ontwikkeling 23 januari 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.30 uur Richting geven aan gemeentelijke inzet woonwagencentra (FR)2.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opinienota

Onderwerp Richting geven aan gemeentelijke inzet woonwagencentra Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernvraag aan de commissie

2024/2119609 Roduner, F.J. 4.1 Wonen en woningbouw ECDW Joost Veldhoven (ECDW), Harold IJskes (ECDW) & Ramses van der Dussen (PCM) 06 48 52 86 85 Jveldhoven@haarlem.nl De gemeentelijke inzet op het woonwagendossier is tweeledig: enerzijds zetten wij in op het realiseren van nieuwe woonwagenstandplaatsen en anderzijds wordt gewerkt aan het verbeteren van de leefbaarheid en (brand-) veiligheid op bestaande woonwagenlocaties in Haarlem. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om woonwagens toe te voegen op of nabij bestaande woonwagenlocaties. De vraag vanuit de Haarlemse woonwagenbewoners om extra huisvesting te realiseren is groot. Anderzijds lopen we zowel in financiële als fysieke zin tegen de grenzen van onze gemeente aan. Er moeten keuzes worden gemaakt hoe om te gaan met de (beperkte) beschikbare ruimte voor nieuwe woonwagencentra, en de bijbehorende financiële middelen. Veel van de in 2021 en 2022 aangedragen potentiële locaties (43 locaties) zijn in een vroeg stadium onhaalbaar gebleken. Van de twee kansrijke en onderzochte locaties, de Schwannstraat & Amsterdamse Vaart, blijkt de Schwannstraat het meest haalbaar en kunnen mogelijk 3 á 4 traditionele standplaatsen (20x10m²) gerealiseerd worden. Daarnaast kunnen er op bestaande locaties standplaatsen toegevoegd worden, waar een potentiële opbrengst van circa 7 standplaatsen verwacht wordt.

Daar bovenop kunnen er mogelijk extra standplaatsen toegevoegd worden op bestaande locaties, maar alleen als ertoe besloten wordt om ruimte te zoeken in beleidsmatige en financiële kaders. Op basis van deze opinienota doen wij de raad een stand van zaken toekomen, schetsen wij uitdagingen en dilemma’s en hopen wij tot breed gedragen en passende route naar de toekomst te komen. Het college vraagt de commissie zijn voorkeur uit te spreken voor een of meer van de volgende varianten: Scenario een: geen verdere actie Scenario twee: verdichting bestaande woonwagenlocaties Scenario drie: zoeken naar nieuwe locaties

Kenmerk: 2024/2119609

1/7

Behandelvoorstel voor de commissie

Relevante eerdere besluiten

Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de commissie Ontwikkeling om richting te geven aan de gemeentelijke inzet voor de ontwikkeling van nieuwe woonwagenlocaties. -

Besluit college d.d. 17 december 2024

Raadsbesluit Onderzoek nieuwe woonwagenlocaties (gewijzigd besluit) (2021/253912) in raad op 1 juli 2021 Collegebesluit Vaststellen Actieplan woonwagens 2021-2022 (2021/133105, maart 2021) Informatienota Voortgang actieplan Woonwagenstandplaatsen, (2020/588561, juli 2020), in commissie Ontwikkeling 27 augustus 2020 Onderzoek nieuwe woonwagenlocaties in commissie Ontwikkeling van 3 juni en raad van 1 juli 2021; Uitbreidingsmogelijkheden woonwagenstandplaatsen Haarlem in commissie ontwikkeling van 9 juni 2022 en raad van 29 juni 2022; Informatienota Uitvoeringsprogramma Woonwagens 2023-2026 in commissie Ontwikkeling van 13 april 2023.

1. het college stelt de opinienota aan de commissie vast. de secretaris,

Kenmerk: 2024/2119609

de burgemeester,

2/7

1. Inleiding Om uitvoering te geven aan vastgestelde beleidskaders, zoals het Actieplan woonwagens 2021-2022 en het Uitvoeringsprogramma woonwagens 2023-2026, lopen er momenteel twee sporen. De eerste procesopdracht ziet toe op het realiseren van nieuwe woonwagenlocaties in Haarlem en de tweede procesopdracht draait om het opstellen en uitvoeren van verbeterplannen voor bestaande woonwagenlocaties. Aan beide opdrachten wordt momenteel uitvoeringen gegeven en er is regulier contact met woonwagenbewoners, vertegenwoordigd door Woonwagen Belangen Haarlem (WBH), in een doorlopende overlegstructuur van ambtelijke werkgroepen, projectgroep en een bestuurlijke stuurgroep. De stand van zaken van beide procesopdrachten is weergeven in de bijlage van deze notitie. De positie van de woonwagenbewoners is dat de gemeente te weinig doet om hun positie als inwoner van Haarlem te normaliseren en onvoldoende zorg draagt voor het realiseren van meer standplaatsen. De woningbehoefte van de Haarlemse woonwagenbewoner is groter dan het aanbod en wordt daarmee extra geraakt door de wooncrisis. Woonwagenbewoners wonen om die reden vaak met meerdere generaties in een woonwagen, omdat vinden van een binnen de woonwagencultuur passende huisvesting niet wenselijk is. Ook is er op dit moment alleen mogelijk om standplaatsen te huren van Kennemerland B.V. en in enkele gevallen van de gemeente Haarlem.

Als Gemeente merken wij dat de samenwerking met Haarlemse Woonwagenbewoners, vertegenwoordigd door WBH, kwetsbaar is. Op verschillende woonwagenlocaties staan illegale bouwsels en onvergunde objecten, wordt openbaar groen in gebruik genomen, is er sprake van vermoedelijke illegale bewoning en speelt afvalproblematiek een rol. Deze dynamiek zorgt er voor dat de realisatie van extra standplaatsen en het verbeteren van bestaande locaties, conform vastgesteld beleid, geen rechtlijnig proces is. Ook knelpunten in de schaarse openbare ruimte belemmerd de zoektocht naar nieuwe huisvesting voor woonwagenbewoners. Zo heeft de gemeente Haarlem de voorkeur om woonwagenlocaties te realiseren binnen het stedelijk gebied en niet in het groen. Dit maakt de keuze(s) voor potentiële nieuwe ontwikkelingen van locaties relatief beperkt. Tevens is het realiseren van nieuwe woonwagenlocaties een kostelijke aangelegenheid. De onderzochte locatie aan de Amsterdamse Vaart heeft wegens de hoge ontwikkelkosten een grote onrendabele top die ten laste komen van de gemeente (circa €1.4 mln. voor 6 traditionele standplaatsen). In het licht van de hoge investeringskosten voor relatief grote standplaatsen is gekeken naar het realiseren van kleinere en/of gestapelde woningen om hiermee de onrendabele top te verkleinen.

Tot dusver hebben de woonwagenbewoners vastgehouden aan de traditionele standplaats van 200m2 per wagen;

2. Kernvraag aan de commissie Het college vraagt de commissie zijn voorkeur uit te spreken voor een of meer van de volgende varianten:

Kenmerk: 2024/2119609

3/7

a. Scenario een: geen verdere actie b. Scenario twee: verdichting bestaande woonwagenlocaties c. Scenario drie: zoeken naar nieuwe locaties 3. Maatschappelijke context De Haarlemse woonwagenbewoners beroepen zich op vigerend beleid, landelijk gepubliceerde onderzoeken en gerechtelijke uitspraken om hun pleidooi kracht bij te zetten. Enkele door de woonwagenbewoners ingebrachte kaders waarop beroep gedaan wordt zijn: 1. Grondwet, met name het verbod op discriminatie wegens levensovertuiging en ras (art. 1), de Algemene Wet Gelijke Behandeling (art. 7a, lid 1) en het recht op eerbieding van privé-, familie- en gezinsleven (art. 8); 2. Opheffing Woonwagenwet (1968) van 1999, waaronder woonwagenbewoners gelijke behandeling genieten en woonwagenlocaties genormaliseerd worden. Deze verantwoordelijkheid ligt sinds bij de gemeente; 3. Woonwagencultuur op de lijst van immaterieel erfgoed (2014) 4. Handreiking gemeentelijke woonwagenstandplaatsenbeleid, Ministerie van Binnenlandse Zaken (2018), waarbij gemeenten niet langer een zogeheten ‘uitsterfbeleid’ of afbouwbeleid mogen voeren; 5. Uitspraak College Rechten voor de Mens (2018), waarbij o.a. wordt geconcludeerd dat gemeenten bij het huisvestingsbeleid voortaan rekening moeten houden met de woonbehoeften van woonwagenbewoners.

Daarnaast moeten de wachttijd voor een standplaats voor woonwagenbewoners gelijke tred houden met de wachttijd van mensen die op de wachtlijst staan voor een sociale huurwoning; 6. Rapport Nationaal Coördinator tegen Racisme en Discriminatie ‘Van Uitsterfbeleid, naar Uitstelbeleid (2024), waarin gesteld wordt dat er een duidelijke regierol moet komen voor de Rijksoverheid. Met die regierol moet toegezien worden dat alle gemeenten met woonwagenbewoners een behoefteonderzoek uitvoeren; de daadwerkelijke vraag vervullen; oog hebben voor toekomstige uitbreidingsmogelijkheden en zorgen voor eenduidige regels rond standplaatswachtlijsten; 7. Uitspraak rechtbank Den Haag (2024), waarbij wordt geconcludeerd dat de gemeente Den Haag handelt in strijd met het discriminatieverbod door het niet uitbreiden van het aantal woonwagenstandplaatsen. De rechtbank veroordeelde de gemeente om binnen vijf jaar de wachttijd voor een woonwagenstandplaats vergelijkbaar te hebben gemaakt met de wachttijd van een grondgebonden (niet-gestapelde) sociale huurwoning; De Haarlemse woonwagenbewoners gebruiken bovenstaande kaders niet alleen om te pleiten voor het toevoegen van extra standplaatsen binnen de gemeentegrenzen van Haarlem.

Naast extra standplaatsen zouden de Haarlemse woonwagenbewoners ook graag zien dat de gemeente bij iedere ruimtelijke gebiedsontwikkeling de mogelijkheid voor het realiseren van additionele standplaatsen meeneemt. De inzet van de WBH moet daarnaast leiden tot een normalisering van de Haarlemse woonwagenbewoners op het gebied van huisvesting, maar ook binnen gemeentelijke systemen. Zo bepleit de WBH dat woonwagenbewoners er bijvoorbeeld mee geholpen zouden zijn

Kenmerk: 2024/2119609

4/7

als zij de mogelijkheid zouden krijgen om duurzaamheidssubsidies voor hun woonwagens aan te kunnen vragen of hun woonwagen kunnen verzekeren tegen brand of schade. Als laatste stelt de WBH dat het eenvoudiger moet worden om binnen een woonwagencentrum te ruilen van standplaats, voor een betere balans tussen het aantal bewoners en de grootte van de standplaats. Verder zien de woonwagenbewoners dat het beheer van alle woonwagenlocaties, zoals momenteel vormgegeven in Kennemerland B.V. en beheerd door de drie Haarlemse corporaties, in het beheer van de gemeente komt. De woonwagenbewoners zijn als laatste van mening dat inzet van in woonwagenbewoners gespecialiseerde bedrijven als beheerders van woonwagenlocaties - die in eigendom van de corporaties zijn discriminerend is en niet bijdraagt aan het normaliseren van positie van woonwagenbewoners. 4. Risico’s en kansen De gemeente Haarlem zet in op twee sporen: het zoeken naar nieuwe woonwagenlocaties en het verbeteren van de leefbaarheid op de bestaande woonwagenlocaties. Deze twee sporen bieden zowel kansen als risico’s. Nieuwe woonwagenlocaties1 Binnen de huidige beleidsmatige, ruimtelijke en financiële kaders kunnen circa 3 à 4 standplaatsen worden gerealiseerd bij de uitbreiding aan de Schwannstraat.

Uitbreiding bestaande woonwagenlocaties2 Daarnaast kunnen potentieel 5 à 7 standplaatsen worden ingebreid op bestaande locaties, conform het bestemmingsplan. Indien er breder wordt gekeken naar aanpalende mogelijkheden, zoals in groenzones (buiten het bestemmingsplan), wordt het mogelijk om aanvullend 5 tot 10 extra standplaatsen te creëren. Dit gaat echter ten koste van groen en een aantal bomen. Kansen Het vergroten van het aantal Haarlemse standplaatsen biedt kansen om een aantal fundamentele onderwerpen gezamenlijk aan te pakken: • • •

Integraal opnemen van woonwagencentra in gebiedsplannen en subsidieregelingen, enz., biedt mogelijkheden om meer standplaatsen te realiseren; Door klein en groter onderhoud van de openbare ruimte van en rondom de woonwagencentra in de reguliere planning op te nemen, zijn er snel en eenvoudig winsten te boeken; Door snel en grondig te werken, in samenwerking met WBH, aan de wachtlijst en het huisvestingsprotocol, en door helder en begrijpelijk te communiceren, bouwen we vertrouwen op in een doortastende overheid die daadwerkelijk verandering wil bewerkstelligen in de huidige situatie;

1 Zie bijlage 1: voortgang procesopdracht nieuwe woonwagenlocaties 2 Zie bijlage 2: voortgang procesopdracht verbeterplannen bestaande woonwagenlocaties

Kenmerk: 2024/2119609

5/7

•

Er liggen kansen om de culturele identiteit te versterken. Bijvoorbeeld door fototentoonstellingen, zichtbaar en bespreekbaar maken de geschiedenis (o.a. WOII) en muziek. Mede hierdoor zorg je voor een betere integratie van woonwagencentra in de buurt.

Risico’s Ondanks de inspanningen om standplaatsen op nieuwe en bestaande locaties te realiseren, kunnen de volgende risico’s zich voordoen: • • • • •

Het tekort aan standplaatsen blijft bestaan en neemt met zelfs verder toe, waardoor het probleem naar de toekomst wordt doorgeschoven. Wellicht met hogere investeringskosten en juridische procedures als gevolg; Negatieve publiciteit en imagoverlies; Het lijkt in de ogen van de woonwagenbewoners op dat andere kleine woonvormen, zoals specifiek de Tiny Houses meer mogelijkheden krijgen en eenvoudiger toegang hebben tot de politiek. Op een bepaald moment zou er sprake kunnen zijn van rechtsongelijkheid; Bewoners geven aan gevoel van (rechts) ongelijkheid te ervaren; De uitslag van een rechtszaak tegen de gemeente Den Haag in 2024 kan leiden tot precedentwerking op de situatie van de gemeente Haarlem. Bij deze rechtszaak is aangegeven dat de gemeente Den Haag in strijd handelt met het discriminatieverbod door het niet uitbreiden van het aantal woonwagenstandplaatsen. Zij is veroordeeld om binnen vijf jaar de wachttijd voor een woonwagenstandplaats vergelijkbaar te hebben gemaakt met de wachttijd voor een grondgebonden (niet-gestapelde) sociale huurwoning.

5. scenario’s en discussiepunten Op basis van de huidige beleidsmatige en financiële kaders kunnen de komende twee jaar circa 10 nieuwe standplaatsen gerealiseerd worden. Maar, dan zijn we er nog niet. Om aan de behoefte te voldoen zijn er in de toekomst nog meer standplaatsen nodig. Indien de raad voornemens is om meer standplaatsen te realiseren, dan is een verruiming van beleid en kaders nodig. Deze verruiming heeft onder andere gevolgen voor staand beleid, zoals bouwen in groen en bestemmingsplannen én financiële implicaties. Er zijn verschillende scenario’s naar de toekomst toe, namelijk: Scenario een: geen verdere actie • Er wordt alleen ingezet op de realisatie van een tiental extra standplaatsen met een nieuwe locatie aan de Schwannstraat en inbreiding op bestaande locaties; • De kans bestaat dat dit tot onrust leidt onder de Haarlemse woonwagenbewoners en mogelijk juridische implicaties heeft; Scenario twee: verdichting bestaande woonwagenlocaties • Waar mogelijk worden 5 á 10 extra standplaatsen toegevoegd aan de bestaande woonwagencentra buiten de contouren van het bestemmingsplan; • Het realiseren van standplaatsen buiten de contouren van het bestemmingsplan gaat veelal ten koste van groen en vereist in sommige gevallen de kap van bomen;

Kenmerk: 2024/2119609

6/7

•

Indien de aanvraag via het Omgevingsloket ‘afwijken van de regels omgevingsplan’ voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) gedaan wordt is er mogelijkheid voor bezwaar en beroep door belanghebbenden;

Scenario drie: zoeken naar nieuwe locaties • De gemeente committeert zich aan het zoeken naar nieuwe locaties en standplaatsen voor Haarlemse woonwagenbewoners. Hierbij monitoren we kansrijke locaties en onderzoeken we de mogelijkheden om extra huisvesting te realiseren; • De raad wordt gevraagd om woningbouw, ten behoeve van woonwagenlocaties, in landelijk gebied toe te staan; • Er worden keuzes gemaakt ten nadele van andere bouwprojecten, die veelal een hoger rendement hebben (meer woningen per m2); • Er worden aanzienlijke financiële middelen vrij gemaakt om onrendabele locaties te ontwikkelen. Het is noodzakelijk dat er een route wordt gekozen die uitlegbaar is naar woonwagenbewoners van de gemeente Haarlem en recht doet aan normalisering van de situatie. Hierbij moet enerzijds rekening gehouden worden met de inzet die momenteel al gepleegd wordt en de financiële en ruimtelijke beperkingen die hieruit voortvloeien, terwijl anderzijds ook ruchtbaarheid gegeven wordt aan de (maatschappelijke) positie van woonwagenbewoners en het recht om hun cultuur te belijden. Het college zoekt naar een passende route voor de Haarlemse woonwagenbewoners. Welke route ziet de raad voor zich, met inachtneming van bovenstaande dilemma’s, knelpunten en scenario’s? 5. Duurzaamheidsparagraaf N.v.t. 6.

Vervolg Bijgesloten stand van zaken notities (bijlagen) laten zien dat de gemeente zich inzet om te komen tot nieuwe woonwagenlocaties en het verbeteren van bestaande locaties. Op basis van het gesprek met de raad zal de verdere inzet naar de toekomst toe worden bepaald. 7. Bijlagen Bijlage 1: voortgang procesopdracht nieuwe woonwagenlocaties Bijlage 2: voortgang procesopdracht verbeterplannen bestaande woonwagenlocaties

Kenmerk: 2024/2119609

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15020603/1