CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Resultaat en vervolg restafvalsaldo 2025-2026

commissie Beheer 30 oktober 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 18.40 uur Resultaat en vervolg restafvalsaldo 2025-2026 (RB)3.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegebesluit

Onderwerp Resultaat en vervolg restafvalsaldo 2025-2026 Nummer 2025/621587 Portefeuillehouder Berkhout, R.A.H. Programma/beleidsveld 5.1 Milieu Afdeling BBOR Auteur Westerhoven, M. van Telefoonnummer 14023 Email mvanwesterhoven@haarlem.nl Kernboodschap Op 1 januari 2025 is het restafval-saldo in Haarlem ingevoerd. Met de afvalpas kan elk huishouden sindsdien maximaal 365 keer per jaar restafval in de verzamelcontainer aanbieden. Het doel van deze maatregel is het terugdringen van oneigenlijk gebruik in de vorm van het aanbieden van bedrijfsafval en bouwen sloopafval, terwijl het ook de Haarlemmers bewuster maakt van de hoeveelheid restafval die zij ter inzameling aanbieden. Zo worden zij gestimuleerd tot beter afval scheiden. Na het eerste halfjaar blijkt dat het restafval-saldo een duidelijk positief effect heeft: in deze periode werd 1 miljoen kg minder huishoudelijk restafval ingezameld dan in dezelfde periode in 2024, wat neerkomt op 14 kg minder restafval (van 205 naar 191 kg) per inwoner gemiddeld over heel 2025. Uit de cijfers blijkt dat dit voor een groot deel komt doordat minder bedrijfsafval oneigenlijk wordt aangeboden. Uit een bewonerspeiling (Digipanel) blijkt daarnaast dat een derde van de bewoners aangeeft nu bewuster te zijn van het belang van afvalscheiding.

Geen enkele andere maatregel heeft tot op heden zo’n grote reductie van het restafval in zo’n korte tijd teweeggebracht. Uit de aanbiedcijfers blijkt dat bij een restafval-saldo van 260 (gemiddeld 5 keer per week) 99% van de huishoudens uitkomt, zonder aanpassingen te hoeven doen. Hiermee worden de mogelijkheden voor oneigenlijk gebruik en dumpen van bedrijfsafval wel verder teruggedrongen en wordt bewustwording verder vergroot bij inwoners om afval te scheiden. Dit vindt het college daarmee een passende volgende stap richting het behalen van de Haarlemse ambitie van maximaal 157 kg restafval per inwoner per jaar. Door de gerealiseerde reductie bereiken we samen ook besparing op de verbrandingskosten. Die zal in 2026 naar verwachting liggen tussen de €300.000 en de €430.000. Deze verwachte besparing wordt meegenomen als voordeel in de berekening van de afvalstoffenheffing 2027.

Kenmerk: 2025/621587

1/9

Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten

Besluit college d.d. 14 oktober 2025

Het college stuurt het collegebesluit ter bespreking naar de commissie Beheer. Hiermee geeft het college uitvoering aan de motie van 25 april 2024 om de uitkomsten van een Digipanel te gebruiken bij het ontwikkelen van nieuw beleid inzake afvalscheiding, naast de presentatie van de uitkomsten zelf. • Raadsstuk Uitvoeringsprogramma CAS (2023/181996) besproken in commissie Beheer op 6 april 2023 en vastgesteld in raadsvergadering op 20 april 2023 met als bijlage Uitvoeringsprogramma CAS (2023/181996). • Opinienota klepopeningen (2023/1871688), besproken in commissie Beheer van 18 april 2024. • Motie 17.09 “Betrek Haarlemmers bij discussie over afval scheiden”, aangenomen in de raadsvergadering van 25 april 2024. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Voor 2026 het restafval-saldo terug te brengen naar maximaal 260 keer per jaar (gemiddeld 5 keer per week). de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding Met het Uitvoeringsprogramma Continuering Afval Scheiding (CAS) wordt aan de hand van 14 maatregelen een volgende stap gezet in het realiseren van de Haarlemse ambities met betrekking tot een hoger scheidingspercentage en minder huishoudelijk restafval. Maatregel 14 uit het Uitvoeringsprogramma betreft het maximeren van het aantal klepopeningen van de restafvalcontainer. Door een maximum te stellen kan niet meer ongelimiteerd restafval ter inzameling worden aangeboden, met als doel dat oneigenlijk gebruik, zoals door bedrijven, wordt teruggedrongen en dat bewoners meer gescheiden gaan aanbieden. Op 1 januari 2025 is het restafval-saldo in Haarlem ingevoerd. Met de afvalpas kan elk huishouden maximaal 365 keer restafval in de verzamelcontainer aanbieden. Een klein half jaar na invoering van het restafval-saldo is een representatieve1 bewonerspeiling gehouden onder Haarlemmers via het Digipanel van de gemeente Haarlem, om daarmee het draagvlak ten aanzien van het restafval-saldo te meten en te inventariseren wat er nog meer kan worden ingezet om de scheidingsresultaten te 1 In het panel zitten Haarlemmers van 16 jaar en ouder. Er wordt jaarlijks een gerichte werving gedaan, maar

toch zijn bepaalde groepen ondervertegenwoordigd in het panel (voornamelijk jongeren en lager opgeleiden). Door het wegen van de respondenten naar geslacht, leeftijd en stadsdeel wordt ervoor gezorgd dat de onderzoeksresultaten representatief zijn voor de Haarlemse bevolking van 16 jaar en ouder voor deze achtergrondkenmerken.

Kenmerk: 2025/621587

2/9

verbeteren (zie bijlage 2, Rapport Digipanel “Restafvalsaldo, gedrag en voorkeuren van inwoners”). Daarnaast zijn de resultaten van onder andere het aantal aanbiedingen en het percentage afvalscheiding over het eerste halfjaar geanalyseerd (zie het Informatiedocument in bijlage 1). De resultaten van het eerste half jaar en de bewonerspeiling zijn als basis genomen voor het bepalen van een geschikt vervolg van het restafval-saldo in 2026. 2. Beoogd resultaat Op basis van de positieve bevindingen uit de analyse van de verzamelde gegevens en uit de bewonerspeiling besluit het college om voor 2026 het restafval-saldo terug te brengen naar maximaal 260 keer per jaar (gemiddeld 5 keer per week). Daarmee wordt een passende volgende stap gezet richting het behalen van de doelen voor afvalscheiding in Haarlem. Geen enkele andere maatregel die tot nu toe is ingezet heeft zoveel effect in zo’n korte tijd gehad. In de eerst helft van 2025 is het restafval met 6% afgenomen, wat tot gevolg heeft dat over 2025 14 kg (prognose) minder restafval wordt aangeboden dan in 2024. De ambitie is om in 2026 met maximaal 260 klepopeningen richting 20 kg minder restafval uit te komen ten opzichte van 2024. De uitgangspunten daarbij zijn: • •

•

•

•

continueren van het restafval-saldo; het restafval-saldo terugbrengen om de beoogde 20 kg reductie van restafval te kunnen behalen en daarmee een bijdrage te leveren aan het behalen van de doelstelling van CAS (61,5% scheiding); minder restafval levert minder milieubelasting op en ook wordt bespaard op de verwerkingskosten; het restafval-saldo is zo bepaald dat ieder huishouden ongeacht het aantal personen uit kan komen, zonder extra kosten; de afvalstoffenheffing blijft zoals die is, met tarieven die afhankelijk zijn van het aantal personen per huishouden; mogelijkheid om tegen betaling extra saldo bij te kopen voor degenen die niet uitkomen met het standaard saldo; om een goede financiële prikkel in te bouwen en oneigenlijk gebruik door het aanbieden van bedrijfsafval te voorkomen, wordt voor het bijkopen per bijvoorbeeld 10 klepopeningen €45 in rekening gebracht (€4,50 per klepopening, iets hoger dan het bedrag voor bedrijfsafval); als aanvullende maatregel zou ook een maximum aan het bij te kopen saldo kunnen worden gesteld in combinatie met een lager tarief, gericht op bewoners en om misbruik door bedrijven te voorkomen; huishoudens die aantoonbaar door niet te beïnvloeden omstandigheden meer restafval-saldo nodig hebben worden daarvoor gecompenseerd; zij krijgen zonder betaling extra klepopeningen passend bij hun situatie.

Met het nieuwe restafval-saldo van 260 zal 99% van de huishoudens uitkomen zonder aanpassingen te hoeven doen, zo blijkt uit de huidige aanbiedcijfers. De resultaten blijven gemonitord worden. Het gaat met name om de hoeveelheden restafval en gescheiden grondstoffen en het daaruit berekende scheidingspercentage.

Kenmerk: 2025/621587

3/9

Om tijdig te informeren ontvangen in november 2025 alle huishoudens een brief over het nieuwe restafval-saldo van 260 in 2026. De boodschap in de brief is dat er dankzij de bewoners een mooie stap is gezet en dat we in 2026 een volgende stap gaan zetten om met zijn allen tot minder restafval en meer grondstoffen te komen. Dat is goed voor het milieu en het streven naar een circulaire economie. 3. Onderbouwing voorstel Het restafval-saldo van 260 leidt tot minder restafval en betere afvalscheiding De invoering van het restafval-saldo heeft een goede eerste beweging ingezet naar minder restafval. Het leidt tot 14 kg minder restafval per inwoner in 2025 (prognose). Een belangrijke oorzaak voor het resultaat is de afname van oneigenlijk gebruik door veel-gebruikers zoals bedrijfsafval-stortingen. De resultaten duiden er verder op dat een deel van de inwoners door de introductie van het restafvalsaldo bewuster met afval omgaan, zonder dat ze door het restafval-saldo worden beperkt. Zo kunnen ze bij aanbieden op het display van de containers zien hoeveel restafval-saldo ze nog hebben. Hierdoor wordt het bewustzijn rondom weggooien van restafval vergroot.

Dit ligt in lijn met 5% van de bewoners die in de enquête hebben aangegeven na invoering van het restafval-saldo het afval beter en/of vaker te scheiden en de 33% van de bewoners die aangeven bewuster te zijn van het belang van afvalscheiding. Deze laatste groep is waarschijnlijk onbewust ook beter aan het scheiden. Het nieuwe restafval-saldo van 260 per jaar zal het aandeel bedrijfsafval mogelijk verder verlagen en een extra impuls geven tot betere scheiding van het afval door inwoners. Het wordt mogelijk geacht om met de extra impuls die uitgaat van het omlaag brengen van het restafval-saldo, plus de nodige aandacht daarvoor via communicatie, met een restafval-saldo van 260 richting 20 kg minder restafval per inwoner uit te komen. Daarmee wordt de beoogde reductie uit CAS gehaald door het implementeren van het restafval-saldo en levert dit een bijdrage aan het behalen van de ambitie van 61,5% afvalscheiding. Het restafval-saldo van 260 heeft nagenoeg geen negatieve impact op huishoudens Voor het nieuwe restafval-saldo van 260 klepopeningen per jaar geldt dat nagenoeg elk huishouden in Haarlem uit kan komen. Op basis van de geregistreerde klepopeningen komt met het huidig restafval-saldo 0,2% van de huishoudens niet uit met een saldo van 365, terwijl in de bewonerspeiling 2% zegt niet uit te kunnen komen.

Bij toepassing van het nieuwe saldo van 260 wordt van 1% van de bewoners gevergd dat ze hun afval beter scheiden of ze anders saldo bijkopen. Binnen deze groep bevinden zich ook nog inwoners die oneigenlijk gebruik maken van de containers, zoals voor het aanbieden van bedrijfsafval.

Kenmerk: 2025/621587

4/9

4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 4.1.1 Het restafval-saldo van 260 kan impact hebben op bijzondere huishoudens Onder bijzondere huishoudens worden huishoudens verstaan die door niet te beïnvloeden omstandigheden meer klepopeningen nodig hebben. In eerste lijn betreft het bewoners die om medische redenen meer restafval produceren, zoals stoma’s en incontinentieluiers. Of mensen die om medische redenen niet in staat zijn om een gemiddeld gevulde zak met restafval naar de container te brengen. Voor deze bewoners met een aantoonbare medische indicatie wil de gemeente een uitzondering maken en na bereiken van het maximum en op aanvraag voldoende gratis saldo verstrekken. Dat kan ook gelden voor geregistreerde containeradoptanten en zwerfvuilrapers, die een belangrijke rol spelen bij het schoonhouden van de openbare ruimte. Een ander bijzondere geval betreft voordeurdelers, waarop hieronder apart wordt ingegaan. In de bewonerspeiling geeft in totaal 14% van de bewoners aan een uitzondering nodig te hebben als het saldo verder omlaag zou gaan, onderverdeeld in: • • • •

medische redenen: 3% containeradoptant/zwerfvuilraper: 0,7% (momenteel) kinderen in de luiers: 5%; andere redenen: 5%

Andere redenen die worden genoemd zijn onder andere tuinafval, huisdieren, verhuizingen en verbouwingen. Voor deze situaties zal de gemeente geen uitzondering maken.2 4.1.2 Het restafval-saldo van 260 kan meer impact hebben op voordeurdelers Alleen woningen die zijn geregistreerd in de gemeentelijke Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) hebben de beschikking over de afvalpas. Na de invoering van het restafval-saldo meldden zich tot nu toe een beperkt aantal bewoners verhuurders van gedeelde woningen met meerdere huishoudens, die niet uitkomen met de ene afvalpas die ze tot hun beschikking hebben. Het verder terugbrengen van het restafval-saldo naar 260 zal op meer van dit soort huishoudens impact hebben.

2 Het hebben van huisdieren valt onder de eigen verantwoordelijkheid van de eigenaar. Tuinafval kan men in

de gft-container doen of wegbrengen naar het milieuplein. Veel afval bij verhuizing of verbouwing is op te vangen door daar een ophaalafspraak huisraad of grofvuil voor te maken of naar de kringloopwinkel of het milieuplein te brengen.

Kenmerk: 2025/621587

5/9

Waar het gaat om huishoudens die wel apart via Cocensus3 afvalstoffenheffing betalen en dat bij de gemeente kunnen aantonen, zal Spaarnelanden aan deze huishoudens een eigen afvalpas verstrekken. In alle andere gevallen zullen zij saldo bij moeten kopen. De richtlijn is dat er per adres dat afvalstoffenheffing betaalt een afvalpas dient te zijn. 4.1.3 Het restafval-saldo van 260 kan leiden tot ontwijkgedrag Met de invoering van het restafval-saldo neemt de kans op ontwijkgedrag toe. Bij ontwijkgedrag moet worden gedacht aan bijplaatsen van restafval naast de containers door bewoners en bedrijven, aan vervuiling van grondstoffen (met name PBD, textiel en GFT) met restafval en aan weggooien van restafval in openbare prullenbakjes en via de zwerfvuilklepjes die in sommige ondergrondse containers zitten4. Daarom zijn bij de invoering van het restafval-saldo in 2025 gemeentelijke handhavers hier extra alert op. Inzamelaar Spaarnelanden geeft aan dat tot nu toe geen toename in te verwijderen bijplaatsingen zijn te zien en ook niet meer vervuiling van grondstoffen. Vanuit handhaving zijn er signalen dat op de plekken waar bijplaatsingen zich al voordeden deze zijn toegenomen. Zij voeren meer sancties op bijplaatsingen uit.

De verwachting is dat met het invoeren het aangepaste restafval-saldo de kans op ontwijkgedrag iets toeneemt, maar met voldoende inzet van handhaving binnen de perken blijft. De ervaring die andere gemeenten hebben met het toepassen van maximering van klepopeningen leert dat er eerst een toename is, maar bij het goed inzetten van handhaving en communicatie er daarna een afname is tot een acceptabel niveau. 4.1.4 Het restafval-saldo van 260 heeft impact op bewoners die kleine zakjes aanbieden Er zijn bewoners die dagelijks restafval aanbieden in kleine zakjes en dat ook in de toekomst willen blijven doen. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn dat ze snel van geurig afval (zoals visresten) af willen, geen afval in of bij huis willen hebben of dat ze fysiek niet in staat zijn zware zakken naar de container te brengen. Deze laatste groep kan op basis van medische indicatie een uitzondering krijgen. In alle andere gevallen vragen we van bewoners om meer afval te scheiden en restafval meer op te sparen.5

3 Cocensus is de instantie die namens de gemeente de afvalstoffenheffing bij huishoudens int en kan op basis

van eigen waarneming afvalstoffenheffing opleggen aan een adres, ook als dat niet in de BAG voorkomt. Het kan gaan om situaties waarbij een woning is gesplitst zonder daarvan de gemeente in kennis te stellen. 4 In een deel van de ondergrondse containers bevindt zich een zwerfvuilklepje: een kleine opening met klepje

aan de achterkant van de container, bedoeld om op straat klein afval in weg te werpen, als aanvulling op de bestaande prullenbakjes. 5 Uitbreiding van het aantal zwerfvuilklepjes in ondergrondse containers om bewoners die vaak in kleine zakjes

willen aanbieden een uitkomst te bieden is geen optie. Zwerfvuilklepjes kunnen dan voor oneigenlijke gebruikers en niet-scheiders te veel een route worden om het restafvalsaldo te omzeilen, wat juist tegen het doel ingaat om minder restafval te hebben. Dit blijkt ook uit negatieve ervaringen die andere gemeenten

Kenmerk: 2025/621587

6/9

4.2 Kanttekeningen 4.2.1 Bewoners noemen ook andere maatregelen die ze tot meer afvalscheiding kunnen bewegen Van de bewoners is 70% er voorstander van dat de gemeente verdere maatregelen treft om tot minder restafval te kunnen komen. Bewoners hebben in de bewonerspeiling verbeterpunten voor afvalscheiding aangedragen: • kortere loopafstanden naar containers voor grondstofstromen, voor glas en textiel bij de laag- en de hoogbouw en voor papier en PBD bij de hoogbouw; • grondstofcontainers zo veel mogelijk bij elkaar in brengparkjes plaatsen; • vaker ledigen van de brengvoorzieningen, zodat men niet meer volle containers aantreft; • meer informatie vanuit de gemeente over wat precies waar in moet, over wat er met de ingezamelde grondstofstromen gebeurt en over de resultaten van de gescheiden inzameling. We nemen deze verbeterpunten voor zover mogelijk mee in de aanpak in het kader van CAS. De ervaring leert dat dit soort aanpassingen zonder andere interventies niet direct leiden tot de benodigde daling van restafval en stijging van afvalscheiding, ook in vergelijking met de aanzienlijke reductie van restafval die het restafval-saldo oplevert. Maar toepassing van deze aandachtspunten in combinatie met het restafval-saldo versterkt die impact wel.

4.2.2 Landelijke ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor toekomstig afvalbeleid Ontwikkelingen in het landelijk afvalbeleid kan de gemeente in de toekomst dwingen tot aanpassingen in de gemeentelijke strategie ten aanzien van afvalscheiding. Zo kan het zijn dat de inzamelvergoeding voor PBD dat met ondergrondse containers wordt ingezameld komt te vervallen of vermindert. Een en ander wordt pas in de loop van 2026 duidelijk. Ook ziet het ernaar uit dat de belasting op de verbranding van restafval in de toekomst aanzienlijk omhoog zal gaan, wat het belang van minder restafval benadrukt. Dit kan ertoe leiden dat de gemeente in de toekomst moet kiezen voor een andere inzamelstrategie met betrekking tot bron- en nascheiding. Het saldo zal dan naar rato worden aangepast als de gemeente klaar is voor een volgende stap, of niet verder omlaag worden gebracht. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën hiermee hebben. Haarlem gaat daarom terughoudend om met het realiseren van extra zwerfvuilklepjes. Het moet dan samenhang hebben met het Beleidsplan Schoon.

Kenmerk: 2025/621587

7/9

Aanpassing van het restafval-saldo naar 260 kan geheel binnen de CAS-begroting worden gerealiseerd. Er is in het Uitvoeringsplan CAS voldoende rekening gehouden met de consequenties voor de project- en exploitatiekosten. De afvalstoffenheffing hoeft als gevolg hiervan dus niet extra verhoogd te worden. Wel komen er, zij het in beperkte mate, extra kosten voor handhaving op bijplaatsingen bij. Door de reductie in restafval zal besparing op de verbrandingskosten worden bereikt. Die zal naar verwachting liggen tussen de €300.000 en de €430.000. Deze verwachte besparing wordt meegenomen als voordeel in de berekening van het tarief voor de afvalstoffenheffing 2027. Dit zal bijdragen aan het beheersbaar houden van de kosten. Spaanelanden voert de toepassing van het restafval-saldo in opdracht van de gemeente uit.

Dat houdt in: • inregelen van het maximum restafval-saldo op de afvalpassen; • beheer van de displays op de containers waarop het beschikbare restafval-saldo zichtbaar is; • het aanpassen van het saldo voor huishoudens die saldo bij willen kopen of waarvoor volgens de gemeente een uitzondering geldt en die zonder extra kosten extra saldo krijgen; • monitoring van de kleptellingen en andere parameters rond het restafval-saldo; • elk kwartaal veel-gebruikers die over het saldo dreigen te gaan per brief te informeren; • afhandeling van vragen, meldingen en klachten van bewoners. 5.2 Communicatie De volgende stappen worden de komende periode gezet tot aan de aanpassing op 1 januari 2026: •

•

Er wordt in november 2025 een bewonersbrief gestuurd aan alle huishoudens met informatie over het nieuwe restafval-saldo van 260 in 2026, met een positieve boodschap dat het de goede kant op gaat en dat we gezamenlijk weer een extra stapje gaan zetten. Resterende saldo’s van 2025 kunnen niet naar 2026 worden meegenomen. Het bijkopen van extra restafval-saldo wordt uitgewerkt.

De volgende stappen worden na de aanpassing van het restafval-saldo op 1 januari 2026 gezet: • •

Per kwartaal veel-gebruikers informeren. Voordeurdelers die zich melden en apart afvalstoffenheffing blijken te betalen ontvangen een eigen afvalpas.

5.3 Participatie Om bij bewoners op te halen wat zij nu en voor de toekomst vinden van het restafval-saldo, is in juni 2025 een bewonerspeiling door middel van een enquête via het Haarlems Digipanel uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn meegenomen in de overwegingen voor dit collegebesluit.

Kenmerk: 2025/621587

8/9

5.4 Juridisch Er dient voldaan te worden aan de AVG. In 2024 is dit voor de invoering van het restafval-saldo in 2025 geregeld, waarbij de privacy-officer van de gemeente en die van Spaarnelanden nauw waren betrokken. Dit is in de betreffende besluiten en overeenkomsten destijds opgenomen. De afspraken hierover zijn gerespecteerd in de uitgevoerde analyse van aanbiedgegevens door Spaarnelanden. 5.5 Vervolg Dit collegebesluit zal in de commissie Beheer van 30 oktober 2026 worden besproken. Richting bewoners zal over het aangepaste saldo per brief worden gecommuniceerd. Een brief voor bewoners, met daarin het restafval-saldo voor 2026 met uitleg, wordt uiterlijk in november 2025 verstuurd. De aanpassing van het restafval-saldo van 365 naar 260 zal aan de hand van een plan van aanpak worden doorgevoerd. De invoering wordt dan vanaf ingang 2026 gerealiseerd. Voor de invoering is het noodzakelijk dat de startdatum samenvalt met de eerste dag van een kalenderjaar. Vanaf 1 januari 2026 wordt het nieuwe restafval-saldo van 260 getoond op het display van de ondergrondse restafvalcontainer bij aanbieden van de afvalpas. 6. Bijlagen Bijlage 1 Informatiedocument “Een half jaar restafval-saldo: bewonerspeiling en analyse inzamelgegevens” Bijlage 2 Rapport Digipanel “Restafval-saldo, gedrag en voorkeuren van inwoners”

Kenmerk: 2025/621587

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16100251/1