1 Reactie van het college op initiatiefvoorstel CU Fietsenbergingen in voor- en zijtuinen faciliteren
Tekst van het document
Raadsfractie Christen Unie (F. Visser)
Ons kenmerk Datum Afdeling Contact Telefoon E-mail
OMB/2025/652137 16 september 2025 Omgevingsbeleid K.W. Glas 14023 kglas@haarlem.nl
Onderwerp: reactie op initiatiefvoorstel Fietsenbergingen in voor- en zijtuinen faciliteren
Geachte raadsleden, Op 10 juli 2025 is door de Christen Unie het initiatiefvoorstel ‘Fietsenbergingen in voor- en zijtuinen faciliteren’ ingediend. Met deze brief reageren wij op dit voorstel. In dit initiatiefvoorstel wordt voorgesteld een wijziging van het omgevingsplan voor te bereiden waarin de regels voor fietsenbergingen in voor- en zijtuinen worden verruimd. De eis van het ontbreken van een achterom komt te vervallen. De maatvoering en positioneringsmogelijkheden worden verruimd en fietsenbergingen die aan die regels voldoen worden vergunningvrij. Daarnaast wordt het college opgedragen bij het Rijk te lobbyen om bijbehorende bouwwerken waarvan de vloer beperkt onder het maaiveld ligt (1 meter) technisch vergunningvrij te maken. Het college kan zich niet vinden in het voorstel om de volgende redenen. 1. Er is geen sprake van een zorgvuldig proces; 2. Het voorstel is eenzijdig en onevenwichtig; een significante bijdrage aan het fietsgebruik is twijfelachtig, terwijl de negatieve effecten op de ruimtelijke kwaliteit onderbelicht blijven; 3. Het voorstel is op onderdelen onduidelijk, onjuist of weinig kansrijk. Ad 1
Geen zorgvuldig proces
Het college meent dat geen sprake is van een zorgvuldig doorlopen proces. Er heeft vooraf geen participatie plaatsgevonden. Het voorstel gaat uit van participatie, nadat de raad al besloten heeft over verruiming van de regels. Ook de Adviescommissie Omgevingskwaliteit is niet in de gelegenheid gesteld te adviseren op het voorstel. Het college acht uit oogpunt van zorgvuldigheid dat vanwege de invloed van het voorstel op onder meer de ruimtelijke kwaliteit participatie en advisering vooraf dient te gaan aan de besluitvorming. Dat roept tevens de vraag op of dit soort onderwerpen, in ieder geval in deze vorm, zich lenen voor een raadsinitiatiefvoorstel. Het college betwijfelt dat.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: OMB/2025/652137 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
1/4
Ad 2
Eenzijdig en onevenwichtig
a.
Bijdrage voorstel toename fietsgebruik twijfelachtig
Het college betwijfelt of het voorstel daadwerkelijk een significante bijdrage levert aan het fietsgebruik en aan een afname van fietsendiefstal uit voortuinen. In het voorstel zelf wordt aangegeven dat de effecten van het initiatiefvoorstel lastig te meten zijn. Er worden geen argumenten aangedragen waarom mensen meer gebruik van een fiets zouden maken, anders dan dat ze in het achtererfgebied geen of weinig ruimte zouden hebben voor het droog en veilig stallen van fietsen. Dit wordt geïllustreerd met foto’s gemaakt in het Vondelkwartier. Het Vondelkwartier is bij uitstek een wijk waar bewoners beschikken over relatief ruime achtertuinen, met een bereikbare achterom, waar fietsen veilig kunnen worden gestald. Het grootste deel van de Haarlemse grondgebonden woningen beschikt over een achterom waar fietsen in de achtertuin kunnen worden gestald. Voor de woningen zonder achterom worden fietsen aan de straat gestald of los in de tuin. De noodzaak om van voortuinen gebruik te maken ontbreekt. Het college verwacht daarbij dat mensen met dure (elektrische) (bak)fietsen sowieso gebruik maken van hun fietsen, ongeacht of ze in de voor- of achtertuin zijn gestald. Het college wijst er volledigheidshalve op dat in het Vondelkwartier bergingen ook voor andere zaken dan het stallen van fietsen worden gebruikt. Het is ondoenlijk het gebruik hiervan structureel te controleren.
Het risico bestaat dat met het voorstel in praktijk niet uitsluitend fietsenbergingen, maar ook schuurtjes voor opslag in voortuinen worden gefaciliteerd. b.
Afname ruimtelijke kwaliteit
In het initiatiefvoorstel wordt gesteld dat een balans wordt gezocht tussen het beschermen van het uiterlijk van de stad aan de ene kant en het bieden van ruimte voor een functionele fietsenberging aan de andere kant. In het voorstel ontbreekt een onderbouwing dat de gekozen maatvoering en positionering tot een aanvaardbare ruimtelijke kwaliteit leidt. Ook wordt verondersteld dat het aanzien van voor- en zijtuinen zal verbeteren omdat mensen zullen kiezen voor kwalitatief betere stallingen vanwege de nieuwe regelgeving. Voortuinen dragen bij aan de vergroening van de stad en vormen ruimtelijk een aantrekkelijke overgang tussen private en openbare ruimte. Daarmee dragen voortuinen bij aan de leefbare stad. Het groen houden en verder vergroenen van voortuinen krijgt met het oog op de klimaatverandering steeds meer waarde als het gaat om het tegengaan van hittestress en het deels opvangen van overtollig regenwater. Ook kunnen voortuinen een sociale rol vervullen als plek waar buren elkaar ontmoeten. Als een deel van een voortuin wordt bebouwd met een fietsenberging en extra verharding naar de fietsenberging moet worden aangelegd, daalt de waarde van een voortuin op voornoemde punten. Daarom is in het verleden altijd negatief geadviseerd op het bouwen van fietsenbergingen in de voortuin.
Het initiatiefvoorstel houdt geen rekening met de ruimtelijke kwaliteit van straten en voortuinen, noch met de waarden van de verschillende beschermde stadsen dorpsgezichten. Het voorstel zorgt voor verrommeling en een onevenredige aantasting van het
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: OMB/2025/652137 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
2/4
straatbeeld. De veronderstelling dat mensen vanzelf kwalitatief betere stallingen gaan bouwen, acht het college ook weinig aannemelijk. De aanname in het initiatiefvoorstel dat nu kwalitatief slechte stallingen worden gebouwd uit vrees voor handhaving is niet onderbouwd. Het college is van mening dat vanuit stedenbouwkundig oogpunt het voorstel negatief van invloed is op de ruimtelijke kwaliteit. c.
Conclusie
Enerzijds ontbreekt dus een onderbouwing dat het voorstel in belangrijke mate bijdraagt aan het fietsgebruik. Anderzijds heeft het voorstel onmiskenbaar een negatieve invloed op het straatbeeld en daarmee op de ruimtelijke kwaliteit van de stad, waar in het voorstel weinig tot geen aandacht aan wordt gegeven. Het college acht het voorstel daarmee eenzijdig, onevenwichtig en onevenredig doorslaan in het nadeel van de ruimtelijke kwaliteit. Ad 3
Onduidelijk, onjuist of weinig kansrijk
a.
Fietsenbergingen ook vergunningvrij in beschermd stads- en dorpsgezicht
Onder besluitpunt 2 wordt ten aanzien van vergunningvrij verklaren geen voorbehoud gemaakt voor fietsenbergingen in beschermd stadsgezicht. In de onderbouwing in het raadstuk onder 3b wordt gesteld dat fietsenbergingen op grond van artikel 4.35 van de ontwerpwijziging omgevingsplan Haarlem - Centrum in beschermd stadsgezicht niet vergunningvrij zijn. Op dat punt is het voorstel onduidelijk dan wel tegenstrijdig met de geformuleerde besluitvorming. Zonder nadere aanpassing van de regels in het ontwerpomgevingsplan is dit ook niet juist. In artikel 3.24, lid 5, is een uitzondering op de vergunningplicht gemaakt voor fietsenbergingen, ook in beschermd stadsgezicht. De vraag is ook wat een vergunningplicht in beschermd stadgezicht toevoegt ten opzichte van de voorgestelde vergunningvrije regeling? De vergunning dient immers te worden verleend als aan de maatvoering wordt voldaan vanwege het limitatief-imperatieve stelsel van de Omgevingswet. Het voorstel bevat ook geen (aanvullende) welstandscriteria voor in beschermd stadsgezicht waaraan dient te worden getoetst. Zoals al eerder aangegeven heeft het voorstel negatieve gevolgen voor het straatbeeld. Dit geldt ook in het beschermd stadsgezicht, zowel vergunningvrij als met vergunningplicht. b.
Beperkte kosten en ambtelijke capaciteit
Het college is er in beginsel voorstander van activiteiten waarvoor eenduidige beoordelingsregels zijn opgesteld vergunningvrij te maken. Dit bespaart zowel de initiatiefnemer als de gemeente tijd en geld. Daarbij wordt wel de kanttekening gemaakt dat in het initiatiefvoorstel een overtrokken beeld van de kosten wordt geschetst. Een eenvoudige situatietekening met foto’s en een productomschrijving van de berging kan volstaan. Ook is de gemeente in de huidige praktijk weinig ambtelijke capaciteit kwijt aan vergunningverlening en handhaving. Er worden immers weinig vergunningen aangevraagd en handhaving heeft tot op heden geen prioriteit gekregen.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: OMB/2025/652137 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
3/4
c.
Lobbyen voor technische vergunningvrij maken weinig kansrijk
Het Rijk heeft in principe alleen relatief eenvoudige (eenlaagse) bouwwerken op maaiveld technisch vergunningvrij gemaakt. Bouwwerken in meerdere bouwlagen en/of onder het maaiveld zijn dit niet. Hierbij speelt het veiligheidsaspect een rol. Het college acht het niet kansrijk dat het Rijk op dat vlak de regelgeving aanpast om bouwwerken zoals fietsenbergingen te faciliteren. In ieder geval geldt tot die tijd dat bijbehorende bouwwerken die deels onder het maaiveld zijn aangelegd vergunningplichtig blijven. Conclusie Het college meent dat het voorstel geen zorgvuldig proces heeft doorlopen, eenzijdig en onevenwichtig is en op onderdelen onduidelijk en onjuist. Verder acht het college een lobby bij het Rijk niet kansrijk. Het college ontraadt het initiatiefvoorstel. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
mr. C.M. Lenstra
drs. J. Wienen
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: OMB/2025/652137 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
4/4