1 Rapport Rekenkamer - onderzoek naar overlast in de openbare ruimte
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp Rapport Rekenkamer - onderzoek naar overlast in de openbare ruimte Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Email Kernboodschap Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten Ontwerp-besluit raad d.d. ………. (wordt ingevuld door de griffie)
2025/607591 Wienen, J. 6.3 Openbare orde en veiligheid GRIFFIE Looze, L.C. de ldelooze@haarlem.nl De rekenkamer Haarlem heeft onderzoek gedaan naar ‘overlast in de openbare ruimte’. De raad wordt gevraagd de aanbevelingen in het rapport over te nemen. De commissie Bestuur wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel en over de wijze van agendering van het raadsvoorstel in de raadsvergadering. N.v.t. De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van de rekenkamer Haarlem, Besluit: 1. Kennis te nemen van het rapport “Weinig concreet beleid, veel resultaat” en daarbij de conclusies en aanbevelingen aan de gemeenteraad te onderschrijven. 2. De volgende aanbevelingen aan het college over te nemen en het college opdracht te geven deze uit te voeren. 1. Communicatie en afhandeling bij overlastmeldingen kunnen beter: a) Verbeter het afhandelingsproces door bij de melder na iedere melding actief en tijdig te informeren over voortgang en uitkomst. Dit kan zowel via een digitaal volgsysteem als via een persoonlijke terugkoppeling. Een ontvangstbevestiging alleen blijkt onvoldoende. Geef feedback over resultaten terug aan de gemeenschap, zodat inwoners merken dat hun inspanningen verschil maken. Transparantie naar melders vergroot de tevredenheid en betrokkenheid van inwoners. 2. Integrale gebiedsgerichte aanpak kan versterkt worden:
Kenmerk: 2025/607591
1/8
a) Investeer in de ondersteuning en uitbreiding van succesvolle initiatieven zoals buurtouders en ‘susteams’, bijvoorbeeld door aandacht, faciliteiten, training, subsidies of andere vormen van waardering aan te bieden. b) Zorg binnen het college voor goede coördinatie tussen verschillende domeinen (veiligheid, jeugd, welzijn, openbare ruimte) zodat maatwerk per wijk geleverd kan worden en lokale partners effectief samenwerken. Zo kan een centrale coördinator overlastbestrijding worden benoemd die integraal werkt. Ook kan een escalatieprotocol voor meldingen die meerdere afdelingen raken worden ontwikkeld om te voorkomen dat meldingen tussen afdelingen gaan ‘zweven’. c) Verbeter de arbeidsethos zodanig dat meldingen worden gezien als een probleem voor elke afdeling en niet van een andere afdeling: allen voor Haarlem, Haarlem voor allen. 3. Ambtelijke en bestuurlijke partijen geven de voorkeur aan preventie, terwijl inwoners en raad vooral pleiten voor strengere handhaving: a) Zorg voor voldoende handhavingscapaciteit om direct op acute overlast te kunnen reageren, zodat aan de wens van inwoners voor zichtbare ordehandhaving wordt voldaan. Investeer tegelijkertijd in preventie, zoals jongerenvoorzieningen en voorlichting, en communiceer duidelijk aan de inwoners over de inzet op preventie en wat het belang van deze inzet is.
Zorg voor goede communicatie, zodat preventie wordt beschermd tegen druk uit inwoners, raad en bevolking tegen overmatige nadruk op het vergroten van handhavingscapaciteit naar aanleiding van incidenten. 4. Jeugdoverlast vraagt om specifieke aanpak: a) Zorg voor voldoende capaciteit en middelen om een integrale jeugdaanpak te faciliteren via preventie en handhaving. Investeer in preventie bij de bron (bijvoorbeeld vroeg signalering op scholen en laagdrempelige jeugdactiviteiten in de wijk) om escalatie te voorkomen. Rapporteer expliciet over de voortgang en resultaten van de aanpak.
Kenmerk: 2025/607591
2/8
1. de griffier,
de voorzitter,
1. Aanleiding De rekenkamer (RK) heeft in 2024/2025 een onderzoek laten uitvoeren naar overlast in de openbare ruimte. Dit onderzoek is uitgevoerd door de bureaus Enneüs en StiBaBo in opdracht van de RK. Op basis van de bevindingen is een rapportage geschreven, welke nu voor u ligt. De RK heeft naar aanleiding van de rapportage aanbevelingen aan de gemeenteraad geformuleerd. De concept rapportage is aan het college voorgelegd en het college heeft zijn bestuurlijke reactie op 16 september aan de RK gestuurd. Deze bestuurlijke reactie is als bijlage toegevoegd. 2. Beoogd resultaat De RK beoogd dat er doormiddel van deze aanbevelingen een positieve en constructieve bijdrage wordt geleverd aan het stroomlijnen van het gemeentelijk proces rondom overlast in de openbare ruimte. 3. Onderbouwing voorstel Conclusie 1: Doelmatige en doeltreffende uitvoering is onvoldoende verankerd in beleid De uitvoering van overlastbestrijding door eerstelijnsmedewerkers (boa's, wijkagenten, coördinatoren) functioneert goed. Successen in de praktijk zijn vooral te danken aan de inzet van betrokken medewerkers. Het gemeentelijk beleid bevat weinig concreet geformuleerde ambities zonder meetbare doelen, waardoor de effectiviteit moeilijk is vast te stellen. Het is van belang voor de raad om zich de vraag te stellen of dit de door zijn gewenste keuze is.
Het ontbreken van concreet beleid maakt de aanpak kwetsbaar: bij personeelswisseling, reorganisaties of bezuinigingen kunnen effectieve werkwijzen verloren gaan omdat ze niet zijn geborgd. Concreet beleid kan weer leiden tot beperkte mogelijkheden voor college en ambtelijke organisaties om te reageren op nieuwe ontwikkelingen.
Kenmerk: 2025/607591
3/8
Aanbevelingen aan de gemeenteraad • Bepaal welke informatie u als raadslid echt nodig hebt om uw kaderstellende en controlerende rol goed te kunnen vervullen. Houd daarbij expliciet in gedachten dat meer data niet automatisch tot meer inzicht leidt: monitoring heeft pas waarde als duidelijk is wát en waarom er gemeten wordt. Daarnaast heeft een monitor alleen meerwaarde wanneer zij systematisch en regelmatig wordt opgesteld. Door vooraf de informatiebehoefte scherp te definiëren voorkomt de raad dat hij wordt overspoeld met data, met als risico dat sturing geschiedt op anekdotisch bewijs. • Overweeg of u een concreter beleidskader wenst. Als dat het geval is vraag dan het volgende aan het college: formuleer een concreter beleidskader voor de aanpak van overlast, inclusief duidelijke doelstellingen en resultaatindicatoren. Overweeg om voor zwaarwegende overlastvormen vast te stellen aan welke criteria een effectieve aanpak moet voldoen. Dit maakt de huidige uitvoering beter geborgd voor de toekomst. • Zie, als u een concreter beleidskader wenst, toe op het opstellen van duidelijk en meetbaar beleid en stel kaders waarbinnen het college moet opereren om overlast structureel aan te pakken. Blijf daarbij op genoeg afstand om uitvoerders ruimte te geven: te gedetailleerd beleid kan averechts werken door de uitvoeringsflexibiliteit te beperken.
Conclusie 2: Communicatie en afhandeling bij overlastmeldingen kunnen beter Inwoners ervaren het melden van overlast als laagdrempelig en goed geregeld. Echter, er blijkt ruimte voor verbetering in de afhandeling van meldingen en communicatie over de afhandeling. Na de automatische ontvangstbevestiging blijft verdere communicatie vaak uit, waardoor overlastmelders niet altijd weten of en hoe de gemeente hun melding oppakt. Ten aanzien van de door de gemeente geboden oplossingen en verdere afhandeling van de meldingen geeft slechts de helft van de melders aan positief te zijn. Het is mogelijk dat dit heeft geleid tot een verschil in ervaren en gemelde overlast: het aantal officiële meldingen per overlastvorm komt vaak niet overeen met de mate waarin inwoners aangeven bepaalde overlastvormen te ervaren. Dit duidt erop dat inwoners terughoudend zijn om overlast te melden. Vooral ‘dynamische’ vormen van overlast (te hard rijdende fietsen/fatbikes) zijn ondervertegenwoordigd in de meldstatistieken. Het risico van deze discrepantie is dat de omvang van bepaalde overlastvormen onbekend of onderbelicht blijft en de aanpak daarvan op termijn tekortschiet doordat de ernst ervan onvoldoende in beeld is. Aanbeveling aan het college Besluit 2.1.a Verbeter het afhandelingsproces door bij de melder na iedere melding actief en tijdig te informeren over voortgang en uitkomst.
Dit kan zowel via een digitaal volgsysteem als via een persoonlijke terugkoppeling. Een ontvangstbevestiging alleen blijkt onvoldoende. Geef feedback over resultaten terug aan de gemeenschap, zodat inwoners merken dat hun inspanningen verschil maken. Transparantie naar melders vergroot de tevredenheid en betrokkenheid van inwoners.
Kenmerk: 2025/607591
4/8
Aanbevelingen aan de gemeenteraad • Stimuleer een cultuur waarin inwoners worden aangemoedigd om actief mee te doen in het signaleren en aanpakken van overlast. In de kaderstellende rol kan de raad het college opdragen om concrete doelen te stellen voor het vergroten van de meldingsbereidheid. Overweeg om als raadslid met de achterban het gesprek aan te gaan over ervaringen en drempels bij het melden. Ook kan de raad succesverhalen uitlichten waar bewonersparticipatie tot vermindering van overlast heeft geleid, om zo anderen te inspireren en het belang van melden en meedoen te benadrukken. Conclusie 3: Integrale gebiedsgerichte aanpak kan versterkt worden De verdeling van overlastbestrijding over meerdere gemeentelijke afdelingen belemmert een effectieve integrale aanpak. Tegelijkertijd kan het potentieel van lokale partners, zoals buurtouders, mogelijk beter worden benut. Deze vrijwilligers beschikken over waardevolle gebiedskennis en preventieve kracht, maar ervaren onvoldoende erkenning van de gemeente. Voorbeelden uit andere gemeenten laten zien dat juist gebiedsgerichte samenwerking met sterke lokale verankering belangrijk is voor een succesvolle aanpak van overlast.
Aanbevelingen aan het college Besluit 2.2.a Investeer in de ondersteuning en uitbreiding van succesvolle initiatieven zoals buurtouders en ‘susteams’, bijvoorbeeld door aandacht, faciliteiten, training, subsidies of andere vormen van waardering aan te bieden. Besluit 2.2.b Zorg binnen het college voor goede coördinatie tussen verschillende domeinen (veiligheid, jeugd, welzijn, openbare ruimte) zodat maatwerk per wijk geleverd kan worden en lokale partners effectief samenwerken. Zo kan een centrale coördinator overlastbestrijding worden benoemd die integraal werkt. Ook kan een escalatieprotocol voor meldingen die meerdere afdelingen raken worden ontwikkeld om te voorkomen dat meldingen tussen afdelingen gaan ‘zweven’. Besluit 2.2.c Verbeter de arbeidsethos zodanig dat meldingen worden gezien als een probleem voor elke afdeling en niet van een andere afdeling: allen voor Haarlem, Haarlem voor allen. Aanbeveling aan de gemeenteraad • Erken en steun de waarde van integrale gebiedsgerichte initiatieven in het gemeentelijk veiligheidsbeleid. Reserveer waar nodig middelen in de begroting om deze preventieve aanpak te faciliteren en verzoek het college om regelmatig te rapporteren over de voortgang in de wijken. Conclusie 4: Ambtelijke en bestuurlijke partijen geven de voorkeur aan preventie, terwijl inwoners en raad vooral pleiten voor strengere handhaving
Kenmerk: 2025/607591
5/8
Er bestaat een zeker spanningsveld tussen de roep om strengere handhaving vanuit inwoners en de politiek enerzijds, en de voorkeur van de ambtelijke organisatie voor preventieve maatregelen anderzijds. Inwoners en raadsleden zien extra handhaving vaak als oplossing voor overlast, terwijl de ambtelijke organisatie wil inzetten op preventie en het betrekken van inwoners bij oplossingen. Beleidsmedewerkers en bestuurders benadrukken dat handhaving alleen onvoldoende is bij de aanpak van overlast en altijd gepaard moet gaan met andere interventies en betrokkenheid van de gemeenschap. Aanbeveling aan het college Besluit 2.3.a Zorg voor voldoende handhavingscapaciteit om direct op acute overlast te kunnen reageren, zodat aan de wens van inwoners voor zichtbare ordehandhaving wordt voldaan. Investeer tegelijkertijd in preventie, zoals jongerenvoorzieningen en voorlichting, en communiceer duidelijk aan de inwoners over de inzet op preventie en wat het belang van deze inzet is. Zorg voor goede communicatie, zodat preventie wordt beschermd tegen druk uit inwoners, raad en bevolking tegen overmatige nadruk op het vergroten van handhavingscapaciteit naar aanleiding van incidenten. Aanbeveling aan college en gemeenteraad • Zorg voor een duidelijke en consequente communicatie over de keuze voor een preventieve aanpak van overlast.
Incidenten roepen begrijpelijke emoties op, maar vragen niet altijd om directe handhavingsmaatregelen. Het is van belang dat de gemeente inwoners actief uitlegt waarom er wordt ingezet op langdurige oplossingen in plaats van zichtbare acties op de korte termijn. De gemeenteraad kan hier een verbindende rol in spelen door het publieke debat hierover te voeren, verwachtingen te managen en het college te ondersteunen bij het toelichten van beleidskeuzes. Zo wordt voorkomen dat het beleid onnodig onder druk komt te staan door reacties die door incidenten gedreven zijn. Aanbevelingen aan de gemeenteraad • Hanteer een brede blik op overlastbestrijding bij kaderstelling en controle zonder uitsluitend te sturen op ‘harde’ monitoringsdata over handhaving, maar ook op preventieve resultaten. Verzoek het college hierbij om indicatoren over handhaving, zoals aantal uitgevoerde controles of opgelegde sancties, en indicatoren over preventie, zoals het aantal buurtprojecten, het bereik van voorlichting en trends in jeugdoverlast, inzichtelijk te maken. • Ondersteun initiatieven die de betrokkenheid van bewoners vergroten, zoals buurtouders, en wees terughoudend met het direct oproepen tot meer handhaving bij overlast. Door als raad te benadrukken dat preventie tijd kost maar uiteindelijk overlast voorkomt, draagt u bij aan een beter begrip bij inwoners en een duurzamere aanpak.
Conclusie 5: Jeugdoverlast vraagt om specifieke aanpak
Kenmerk: 2025/607591
6/8
Jeugdoverlast is een hardnekkige overlastvorm die door veel gesprekspartners als problematisch wordt beschouwd. De aanpak blijkt ingewikkeld doordat handhaving slechts leidt tot verplaatsing van de problematiek zonder structurele oplossing. Complexe overlastvormen als jeugdoverlast vragen om een tijdige en integrale aanpak, waarbij handhaving wordt aangevuld met andere interventies als jeugdactiviteiten, inzet van buurtouders of zogenaamde ‘susteams’. In de praktijk wordt deze aanpak bemoeilijkt door beperkte capaciteit en middelen. Aanbeveling aan het college Besluit 2.4.a Zorg voor voldoende capaciteit en middelen om een integrale jeugdaanpak te faciliteren via preventie en handhaving. Investeer in preventie bij de bron (bijvoorbeeld vroeg signalering op scholen en laagdrempelige jeugdactiviteiten in de wijk) om escalatie te voorkomen. Rapporteer expliciet over de voortgang en resultaten van de aanpak. Aanbeveling aan de gemeenteraad • Controleer of er voldoende middelen worden vrijgemaakt voor jeugdpreventie en handhaving in de begroting. Daarnaast, indien gewenst door de raad, kan de raad het college verzoeken om periodiek een beeld te schetsen van de ontwikkeling van jeugdoverlast in de stad en de effectiviteit van de ingezette instrumenten, zodat tijdig kan worden bijgestuurd.
4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s N.v.t. 4.2 Kanttekeningen N.v.t. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën N.v.t. 5.2 Communicatie N.v.t. 5.3 Participatie N.v.t.
Kenmerk: 2025/607591
7/8
5.4 Juridisch N.v.t. 5.5 Planning De aanbevelingen uit het rapport die worden overgenomen, worden op de actielijst met aanbevelingen, waar het college aan werkt, geplaatst. Indien het college de aanbeveling als opgevolgd beschouwd, dan beoordeeld de RK dit en zal vervolgens een voorstel tot afdoening doen aan de gemeenteraad. De RK monitort de lijst met aanbevelingen en meldt jaarlijks bij de jaarstukken van de RK de stand van zaken hierover. 5. Bijlagen a) Rapportage RK-onderzoek ‘Overlast’ b) Bestuurlijke reactie op onderzoeksrapport
Kenmerk: 2025/607591
8/8