1. Jaarverslag en Jaarrekening 2025
Tekst van het document
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
Jaarverslag en Jaarrekening 2025 gemeente Haarlem
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
1
Aanbieding aan gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders biedt de gemeenteraad met deze brief en bijkomende stukken het Jaarverslag en de Jaarrekening over 2025 aan. In haar laatste volledige jaar is de coalitie opnieuw volop in actie geweest met de uitvoering van het coalitieakkoord 2022-2026 “Actie! Aan de slag voor een sociale, groene en leefbare stad”. In deze aanbiedingsbrief wordt de financiële ontwikkeling op hoofdlijnen geschetst en een aantal behaalde resultaten uit 2025 uitgelicht. Financiële hoofdlijn Het boekjaar 2025 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 29,1 miljoen. Het positieve resultaat over 2025 wordt voor een groot deel (€ 23,7 miljoen) veroorzaakt door aanvullende uitkeringen van het Rijk. De extra uitkeringen vallen uiteen in Circulaires € 19,3 miljoen (waarvan nabetaling Jeugd € 6 miljoen over 2023 en 2024) en BUIG € 4,4 miljoen. De overige resultaten worden met name veroorzaakt door incidentele en autonome ontwikkelingen. Hier vallen bijvoorbeeld behaalde financieringsvoordelen (€ 2 miljoen), behaalde aanbestedingsvoordelen (€ 1,4 miljoen) onder, maar ook de extra lasten in verband met gewijzigde regelgeving rondom de wethouderspensioenen (€ 3,1 miljoen) en de kosten in verband met excessieve casuïstiek in de Jeugdhulp (€ 2 miljoen).
De gerealiseerde lasten over 2025 bedragen € 822,3 miljoen en zijn € 49,1 miljoen hoger dan in 2024. Voor investeringen geldt dat de uitvoeringskracht over 2025 wederom verhoogd is ten opzichte van 2024. Er is in 2025 voor € 102 miljoen geïnvesteerd (ten opzichte van € 84 miljoen in 2024). Daarmee is Haarlem door de € 100 miljoen grens aan investeringsvolume heen gebroken en is de begrote, gestage groei aan investeringen in 2025 waargemaakt. Binnen programma 1 Maatschappelijke Opvang in het Sociaal Domein en programma 5 Gezonde en duurzame stad binnen het Fysiek Domein, is de investeringsrealisatie hoger uitgekomen dan de laatst bijgestelde begroting.
Over een deel van eerder genoemde resultaten is de raad eerder geïnformeerd bij voortgangs-, bestuurs- en decemberrapportage. In voorliggende jaarrekening ligt de nadruk op de verantwoording Jaarverslag en Jaarrekening 2025
2
ten opzichte van de bij de Decemberrapportage 2025 vastgestelde geactualiseerde begroting. Het positieve resultaat zal na besluitvorming door de raad over het voorstel resultaatbestemming, bij de Kaderbrief 2027, gedoteerd worden aan de algemene reserve. De vaste schuld van de gemeente bedraagt eind 2025 € 370 miljoen is hiermee € 15 miljoen lager dan eind 2024 en € 126 miljoen lager dan de prognose tijdens de Programmabegroting 2025 – 2029 (€ 496 miljoen). De netto schuldquote bedraagt 51%, dit is 24 procentpunten lager dan de verwachting bij de Programmabegroting 2025 – 2029 (75%). De benodigde weerstandscapaciteit is gestegen van € 19,9 miljoen bij de Programmabegroting 2026 - 2030 naar € 21 miljoen nu bij deze Jaarstukken 2025. Dit komt voornamelijk door een stijging van financiële risico’s uit het domein Jeugdzorg en een forse toename van het ingeschatte maximale financiële gevolg van het risico ‘Uitvoering transitieplan Spaarne Werkt niet tijdig wordt gerealiseerd’. Het algemene beeld laat zien dat de financiële positie van Haarlem, ondanks de toename in het benodigd weerstandsvermogen in verband met de toename van risico’s is verbeterd. Het college sluit het laatste jaar van deze coalitieperiode wederom af met een positief rekeningresultaat en draagt een financieel gezonde stad over aan het nieuwe gemeentebestuur.
Stad om in te wonen Haarlem heeft het afgelopen jaar onverminderd gewerkt aan een stad waar het goed wonen, werken en leven is. Ondanks hoge bouwkosten, netcongestie, arbeidskrapte en de stikstofproblematiek is opnieuw voortgang geboekt op woningbouw, verduurzaming en voorzieningen. Op het gebied van wonen zijn belangrijke stappen gezet. De gemeente bleef vol inzetten op het realiseren van de afgesproken woningbouwopgave. Vorig jaar werd gestart met bouw van 1.388 woningen en werden 1.752 nieuwbouwwoningen vergund, waardoor we in 2026 een nieuwe piek verwachten in de toename van het aantal woningen. De realisatie bleef achter met 241 nieuw opgeleverde woningen en 160 woningen door overige toevoegingen zijn ontstaan. In de laatste rapportage woningbouw werd voor 2025 reeds een lage productie verwacht. Voor Oostpoort is het masterplan vrijgegeven voor inspraak, met ruimte voor wonen, werken en groen. Verder stelde de gemeenteraad het Volkshuisvestingsprogramma 2026 –2030 vast, met als doel voldoende, betaalbare en passende woningen voor verschillende doelgroepen, met oog voor leefbaarheid en zorg. Ook werd de Huisvestingsverordening vernieuwd. Door onder andere de ontwikkeling van ov-knooppunten, nieuwe afspraken voor de Waarderpolder en de uitvoering van de Economische Visie wordt gewerkt aan een sterke, duurzame economie, en aan een aantrekkelijke woon- en werkstad.
Ook op het gebied van cultuur en voorzieningen zijn belangrijke besluiten genomen, waaronder de aanwijzing van de Egelantier als nieuwe locatie voor het Frans Hals Museum en nieuw evenementenbeleid met zekerheid voor meerdere jaren. Sociale stad In 2025 is doorgewerkt aan een sterke sociale basis zodat inwoners kunnen blijven rekenen op bestaanszekerheid, gelijke kansen en een zo goed mogelijke gezondheid. De gemeente heeft ingezet op preventie én goede zorg, waarbij ondersteuning dichtbij en goed geregeld is. Er werd ook in 2025 gericht geïnvesteerd waar dat nodig was, zoals in de wijkaanpak Meerwijk en via de Haarlemse Alliantie Kinderarmoede, om gelijke kansen te bevorderen. Tegelijkertijd vragen onzekerheden over rijksmiddelen en de groeiende vraag naar intensieve ondersteuning om blijvende aandacht voor betaalbaarheid en beschikbaarheid van zorg. Haarlem ondertekende het Regionaal Actieplan Dakloosheid en startte met de verdere uitrol van Wonen Eerst. Met het plan Femicide staat nooit op zichzelf, werken we aan gerichter herkennen en voorkomen van geweld tegen vrouwen. Op het gebied van inclusie en sociale veiligheid is de Jaarverslag en Jaarrekening 2025
3
samenwerking versterkt en werd de zichtbaarheid van diverse groepen in de stad vergroot door activiteiten en initiatieven zoals Keti Koti, Paarse Vrijdag en Internationale Vrouwendag. In het onderwijs werden succesvolle interventies uit het Nationaal Programma Onderwijs structureel voortgezet; zo zijn extra ondersteuningsprogramma’s en verrijkte schooldagen behouden om leervertragingen terug te dringen en talentontwikkeling te stimuleren. Voor jeugd en minima lag de nadruk op preventie, mentale gezondheid en participatie. Haarlem werd geselecteerd als Leading Local-gemeente voor mentale gezondheid van jongeren. Regionale afspraken en een gezamenlijke verordening met aanvullende beleidsregels voor de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond, versterken de jeugdhulp. Tegelijkertijd is vorig jaar ingezet op het voorkomen van schulden bij jongeren, het vergroten van participatiekansen en re-integratie naar werk. Zo werkt Haarlem aan een sociale stad waarin iedereen kan meedoen en zich kan ontwikkelen. Duurzame stad Haarlem werkt al langere tijd aan een duurzame stad waarin brede welvaart centraal staat. Dat betekent dat bij besluiten steeds vaker wordt gekeken naar de samenhang tussen sociale en fysieke effecten, zoals gezondheid, leefbaarheid, mobiliteit en milieu. In 2025 werden concrete stappen gezet op het gebied van CO₂-reductie.
Ten opzichte van 2017 is de CO2 reductie 40%. Sinds 1 juni 2025 geldt in Haarlem een nul-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s, die de komende jaren stapsgewijs strenger wordt. Uiterlijk in 2030 moeten deze voertuigen uitstootvrij zijn. Voor het gemeentelijk vastgoed is tot doel gesteld om in 2030 49% CO₂reductie te realiseren ten opzichte van 2018. Dit komt neer op 8.800 ton CO₂ besparing. In 2025 werd een totale reductie van 2.052 ton CO₂ bereikt, waarmee de totale besparing nu 23% is. Haarlem heeft in 2024 72% circulair ingekocht. Het gebruikmaken van de gemeentelijke circulaire grondstoffenhub is een voorbeeld van circulaire inkoop. Met het Warmteprogramma is koers gezet naar een aardgasvrij Haarlem in 2040. Een belangrijke mijlpaal was de oprichting van het Warmtebedrijf Haarlem in 2025, een publiek warmtebedrijf van de gemeente en netwerkbedrijf Firan. Hiermee wordt gewerkt aan een betrouwbare, duurzame en betaalbare warmtetransitie. Ook in mobiliteit en gebiedsontwikkeling zijn stappen gezet. Het nieuwe ov-knooppunt aan de Schipholweg kreeg de naam Haarlem Spaarnepoort en het ontwerp werd vastgesteld. Daarnaast is ingezet op betere fietsroutes in de regio en is de nieuwe fietsenstalling bij het Houtplein geopend. Zo werkt Haarlem aan een bereikbare, leefbare en toekomstbestendige stad.
Gezonde stad Ook heeft Haarlem verdere stappen kunnen zetten richting een gezonde en veilige leefomgeving voor mens en dier. Op 132 wegen geldt sinds oktober een maximumsnelheid van 30 km per uur waardoor de verkeersveiligheid in woonstraten toeneemt. De invoering hiervan draagt bij aan een gezondere en duurzamere stad. Verbeteringen vonden niet alleen plaats op initiatief van de gemeente, ook door samenwerking met inwoners is de stad groener geworden: door middel van buurtinitiatieven en het vervangen van verharding door groen, kon ruim 5.400 m² extra groen worden toegevoegd, wat bijdraagt aan biodiversiteit, klimaatbestendigheid en gezondheid. Daarnaast is stevig ingezet op sport en bewegen. Via sportstimuleringsprojecten, combifunctionarissen en ondersteuning van verenigingen is gewerkt aan een sociaal veilig en inclusief sportklimaat, met extra aandacht voor inwoners voor wie sporten minder vanzelfsprekend is. Er is geïnvesteerd in de renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties, toekomstbestendige sportvelden en nieuwe plannen voor zwembaden. Met het vastgestelde beleidsplan Sporten en bewegen in de openbare ruimte is bovendien gewerkt aan een goede Jaarverslag en Jaarrekening 2025
4
spreiding van sport- en beweegplekken in de stad. Zo bouwt Haarlem verder aan een gezonde stad voor iedereen. Betrokken stad Het versterken van een betrokken stad, waarin vertrouwen, participatie en transparantie belangrijk zijn, stond ook in 2025 centraal. Haarlem staat voor grote opgaven, zoals klimaatverandering en economische ongelijkheid, en kiest daarbij voor een zorgvuldige balans tussen inwoners betrekken en slagvaardig besturen. Met initiatieven als Wijk aan Zet in Haarlem-Noord, het budget voor maatschappelijke initiatieven en de organisatie van Meet & Share-bijeenkomsten is de samenwerking tussen de gemeente en inwoners versterkt. Ook regionaal en landelijk heeft Haarlem actief samengewerkt en de belangen van de stad behartigd, onder meer via de Metropoolregio Amsterdam en het G40-netwerk. Veiligheid blijft een basisvoorwaarde voor een leefbare stad. Het aantal geregistreerde misdrijven liet een dalende trend zien, met een duidelijke afname van woninginbraken. Tegelijkertijd vroegen stijgende meldingen van overlast, onder andere rond parkeren en jeugd, om gerichte inzet in de wijken. De gemeentelijke organisatie bleef zich ontwikkelen om inwoners goed te bedienen, onder meer met een vernieuwd klantcontactsysteem en de succesvolle organisatie van vervroegde verkiezingen voor de Tweede Kamer.
Zo werkte Haarlem ook in 2025 aan een open, veilige en betrokken stad, waarin overheid en inwoners samen optrekken. Het college van burgemeester & wethouders, 19 mei 2026
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
5
Inhoudsopgave Aanbieding aan gemeenteraad ................................................................................................................2 Inhoudsopgave .........................................................................................................................................6 Leeswijzer .................................................................................................................................................8 1 Algemeen...............................................................................................................................................9 1.1 Beleidsmatige resultaten op hoofdlijnen .................................................................................... 10 1.2 Financiële resultaten op hoofdlijnen........................................................................................... 13 1.3 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................................... 25 1.4 Taakstellingen .............................................................................................................................. 25 1.5 Investeringen ...............................................................................................................................
26 1.6 Onderzoeken vanuit verordening artikel 213a ........................................................................... 28 1.7 Interbestuurlijk toezicht .............................................................................................................. 29 1.8 Duurzaamheidsverslag ................................................................................................................ 30 2 Programmaverantwoording ............................................................................................................... 48 2.1 Cluster Sociaal ............................................................................................................................. 49 Programma 1 Maatschappelijke participatie ................................................................................ 57 Programma 2 Ondersteuning en zorg ........................................................................................... 87 Programma 3 Werk, inkomen en schulden ................................................................................. 107 2.2 Cluster Fysiek ............................................................................................................................. 127 Programma 4 Aantrekkelijke woon-werkstad.............................................................................
134 Programma 5 Gezonde en duurzame stad .................................................................................. 170 2.3 Cluster Burger en bestuur ......................................................................................................... 195 Programma 6 Burger, bestuur en veiligheid ............................................................................... 200 Programma 7 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................... 217 2.4 Gebiedsgerichte vertaling ......................................................................................................... 250 3 Paragrafen ........................................................................................................................................ 251 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................... 252 3.2 Lokale heffingen ........................................................................................................................ 269 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................... 280 3.4 Financiering ...............................................................................................................................
289 3.5 Bedrijfsvoering .......................................................................................................................... 294 3.6 Verbonden partijen en subsidies............................................................................................... 307 3.7 Grondbeleid ............................................................................................................................... 310 3.8 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid .......................................................................... 320 Jaarverslag en Jaarrekening 2025
6
4 Jaarrekening ..................................................................................................................................... 322 4.1 Balans ........................................................................................................................................ 323 4.2 Overzicht baten en lasten.......................................................................................................... 325 4.3 Toelichting op de jaarrekening .................................................................................................. 330 4.4 Incidentele baten en lasten ....................................................................................................... 352 4.5 Reserves en voorzieningen ........................................................................................................ 355 4.6 Rechtmatigheidsverantwoording .............................................................................................. 360 4.7 Begrotingsrechtmatigheid ......................................................................................................... 360 4.8 Single informatie/single audit ...................................................................................................
364 4.9 Taakvelden ................................................................................................................................ 415 4.10 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant ........................................................... 417 5 Besluit ............................................................................................................................................... 426 5.1 Besluit ........................................................................................................................................ 427 6 Bijlagen ............................................................................................................................................. 428 6.1 Benchmarkindicatoren BZK ....................................................................................................... 429 6.2 Overzicht personeel................................................................................................................... 444 6.3 Analyse en toelichting per beleidsveld...................................................................................... 445 6.4 Investeringskredieten ................................................................................................................
466 6.5 Overzicht verworven subsidies.................................................................................................. 476 6.6 Overzicht Woo verzoeken en ingediende bezwaren................................................................. 478 6.7 Productenrealisatie ................................................................................................................... 480 6.8 Inhoudelijke informatie verbonden partijen ............................................................................. 489 6.9 Lijst van aan- en verkopen gemeente ....................................................................................... 529
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
7
Leeswijzer Het jaarverslag en de jaarrekening volgen de opzet van de programmabegroting van het jaar waar deze betrekking op hebben. Het Jaarverslag en Jaarrekening 2025 is als volgt opgebouwd: In deel 1 wordt ingegaan op het resultaat op hoofdlijnen. Deel 2 is de programmaverantwoording. Dit is onderverdeeld in drie clusters: Sociaal, Fysiek en Burger en bestuur. In de overkoepelende teksten wordt het hoofdresultaat van het cluster beschreven. In de onderliggende zeven programma’s wordt daar dieper op ingegaan. In deel 3 zijn de wettelijk voorgeschreven paragrafen opgenomen. Dit geeft een dwarsdoorsnede van de jaarrekening vanuit een bepaald perspectief, zoals risico’s, financiering, kapitaalgoederen, bedrijfsvoering en grondbeleid. Deel 4 bevat de jaarrekening, balans en toelichting hierop. Deel 5 bevat het besluit tot vaststellen van het Jaarverslag en Jaarrekening 2025. Deel 6 bevat de bijlagen. Deze zijn alleen digitaal te raadplegen. De bijlagen bestaan onder andere uit kerngegevens, samenstelling bestuur en personele informatie. Alle in de financiële tabellen vermelden bedragen zijn maal € 1.000, tenzij anders vermeld. Digitaal jaarverslag en jaarrekening Naast de papieren versie is er een digitale versie (pdf) van het Jaarverslag en Jaarrekening 2025 beschikbaar op de website. De begrippenlijst en afkortingenlijst is opgenomen in een online Lexicon.
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
8
1 Algemeen
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
9
1.1 Beleidsmatige resultaten op hoofdlijnen 1.1.1 Inleiding De gemeenteraad heeft zeven programma's (resultaatgebieden) vastgesteld om op hoofdlijnen te sturen, kaders te stellen en verantwoording af te leggen. Bij elk programma staat aangegeven welk maatschappelijk effect wordt nagestreefd met het programma. De programma's zijn onderverdeeld in meerdere beleidsvelden, waarbinnen de doelstellingen en prestaties zijn benoemd. Het Jaarverslag en de Jaarrekening 2025 is een verantwoording wat de gemeente gerealiseerd heeft van wat zij in de Programmabegroting 2025 - 2029 heeft aangekondigd. De begroting is opgesteld vanuit het coalitieprogramma Actie! Aan de slag voor een sociale, groene en leefbare stad 2022-2026. Dit coalitieprogramma vormde daarmee de basis voor de prestaties en doelstellingen die in dit jaarverslag worden verantwoord. Belangrijke onderdelen per programma zijn: 1. In de inleidende tekst wordt de programmadoelstelling (missie) benoemd en aangegeven in hoeverre de programmadoelstelling is bereikt. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de samenhang tussen de programmadoelstelling, de bereikte doelen en de verrichte prestaties. 2.
Een systematische verantwoording over de drie zogenaamde W-vragen: - Wat hebben we bereikt in 2025 (doelen)? - Wat hebben we gedaan in 2025 (prestaties)? - Wat heeft het gekost in 2025? De beantwoording van de eerste twee W-vragen wordt vormgegeven via drie categorieën. De aan deze categorieën gekoppelde kleuren hebben de volgende betekenis: Kleur
Betekenis doel of prestatie is volledig gerealiseerd
doel of prestatie is gedeeltelijk gerealiseerd
doel of prestatie is niet gerealiseerd
Vooruitlopend op advisering vanuit de commissie BBV aan het ministerie is in deze jaarstukken, in navolging op de Programmabegroting 2026 - 2030, de beantwoording van twee aanvullende Wvragen opgenomen: - Welke investeringsplannen en -kredieten horen bij dit programma? - Welke specifieke uitvoeringsrisico's horen bij dit programma? Beantwoording van deze vragen vindt plaats door het opnemen van twee aanvullende overzichten. Externe factoren Het bereiken van de beoogde maatschappelijke effecten wordt niet volledig door de gemeente zelf bepaald. De maatschappelijke effecten worden vaak mede beïnvloed door verschillende andere factoren, zowel in positieve als in negatieve zin. Regionale, landelijke en zelfs mondiale ontwikkelingen, die buiten de invloed van de gemeente liggen, spelen daarbij een rol. Het is lastig aan te geven hoe groot de invloed van die maatschappelijke ontwikkelingen is. Als externe factoren van invloed zijn geweest op het bereiken van de beoogde maatschappelijke effecten, wordt dat in de programmateksten vermeld.
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
10
Samen met de stad Veel van de prestaties die bijdragen aan de beleidsdoelen van de gemeente Haarlem worden niet door de gemeente zelf verricht, maar door partners in de stad, zoals woningcorporaties en gesubsidieerde instellingen. De gemeente heeft in dat geval meer een regisserende taak en voorwaardenstellende rol en levert de prestaties niet zelf. Als de gemeente samenwerkt met partners in de stad voor het bereiken van doelen en prestaties, wordt dat in de programmateksten vermeld. Indicatoren Er wordt systematisch verantwoording afgelegd over de effect- en prestatie-indicatoren (inclusief streefwaarden) die waren opgenomen in de Programmabegroting 2025-2029. Het streven is om indicatoren zo veel mogelijk te voorzien van de meest recente realisatiewaarden. In een aantal gevallen is dit niet haalbaar, omdat realisatiecijfers (voor 2025) bij het opstellen van het jaarverslag nog niet beschikbaar zijn. Dit is vooral van toepassing op indicatoren waarbij gebruik gemaakt wordt van een externe, niet gemeentelijke, bron. Een aantal van deze indicatoren is bijvoorbeeld afkomstig van partners van de gemeente. Zij hebben vaak een eigen informatie- en verantwoordingscyclus waarbij de onderbouwing met indicatoren een afwijkende planning heeft.
Voor andere indicatoren geldt dat waarden afkomstig zijn uit een ‘landelijk’ onderzoek, registratie of statistiek waarbij bij het opstellen van het jaarverslag (nog) geen cijfer voor 2025 is gepubliceerd. Dit geldt met name ook voor de 34 vanuit het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) verplichte indicatoren. Deze worden vanaf 2017 opgenomen in de programma's, daar waar zij het meest aansluiten bij de Haarlemse doelen en prestaties. Aan de markering 'BZK' (naar het ministerie dat de set BBV indicatoren heeft opgesteld) is te herkennen dat het een verplichte indicator is. Naast de originele bron waar het cijfer uit voortkomt, is een digitale link opgenomen naar het platform 'waar staat je gemeente' van de VNG. Hier zijn alle landelijk verplichte indicatoren te raadplegen. Via het dashboard BBV en de onderliggende database kunnen online allerlei vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten of landelijke cijfers. De belangrijkste vergelijkingen zijn daarnaast ook opgenomen in bijlage 6.1 Benchmarkindicatoren BZK. Voor vijf verplichte indicatoren geldt dat ze niet vergeleken kunnen worden met andere gemeenten omdat deze gegevens uit gemeentelijke registraties afkomstig zijn en niet op het dashboard worden gepubliceerd. Daarom hebben deze indicatoren geen link.
De BZK indicatoren worden met regelmaat geactualiseerd, aangevuld, aangepast of met terugwerkende kracht gecorrigeerd. Het is dus mogelijk dat deze indicatoren in dit jaarverslag afwijken van de actuele situatie op het dashboard. In dit jaarverslag zijn waar mogelijk jaarcijfers opgenomen, bij enkele indicatoren zijn alleen halfjaarlijkse cijfers beschikbaar, indien dit van toepassing is wordt dit vermeld. Doordat in het jaarverslag links worden opgenomen naar waarstaatjegemeente.nl, kan ook na publicatie van het definitieve jaarverslag langs deze weg altijd de meest recente, beschikbare cijfers worden opgezocht. Derde W-vraag over kosten Bij de beantwoording van de derde W-vraag (Wat heeft het gekost?) worden de financiële afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de werkelijke uitkomsten geanalyseerd. In de Financiële verordening (2025/668910) is vastgelegd dat alleen afwijkingen van meer dan € 250.000 op beleidsvelden kort worden toegelicht. Per programma worden de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves vermeld.
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
11
1.1.2 Realisatie doelen en prestaties In de Programmabegroting 2025-2029 zijn 61 doelen geformuleerd en 96 prestaties om deze doelen te bereiken. Onderstaande grafiek geeft een overzicht van de realisatie van alle doelen en prestaties van de gemeente.
Onderstaande twee grafieken geven een beeld van de realisatie van doelen per programma en de prestaties per programma. In deel 2 vindt u per programma een gedetailleerde uitleg per doel en per prestatie terug.
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
12
1.2 Financiële resultaten op hoofdlijnen Algemeen In dit hoofdstuk staan de uitkomsten van de jaarrekening op hoofdlijnen. Het hoofdstuk gaat in op de belangrijkste afwijkingen op de Programmabegroting 2025 - 2029. Ook is in dit hoofdstuk een toelichting op de ontwikkeling van de Algemene reserve opgenomen. Een uitgebreide opsomming van afwijkingen van de vastgestelde begroting staat vermeld bij de verantwoording van de programma's bij het onderdeel "Wat heeft het gekost" en bij de Analyse en toelichting per beleidsveld in bijlage 6.3. Het budgetbeheer en de rechtmatigheid van de bestede middelen wordt uitgelegd in paragraaf 4.6 Rechtmatigheid en paragraaf 4.7 Begrotingsrechtmatigheid.
Financiële hoofdlijn jaarrekening Gedurende het jaar is de begroting 2025 bijgesteld. De opbouw van het begrotingssaldo kan als volgt worden samengevat: Gemeenteprogramma
Primaire Begroting Begroting Begroting Saldo Verschil v/n Bestemmings begroting na na na rekeningbegroting voorstellen 2025 VoortgangsBestuurs- December- resultaat vs rekening per domein rapportage rapportage rapportage 2025 2025 2025 2025 2025
1 Maatschappelijke participatie
90.382
92.170
92.238
91.868
2 Ondersteuning en Zorg 3 Werk, Inkomen en Schulden
158.406 48.570
158.309 45.288
160.997 47.466
159.713 158.884 47.801 45.115
Subtotaal Sociaal Domein
297.358
295.766
300.701
299.382 294.525
-4.857 v
4 Aantrekkelijk woon-werkstad
79.640
90.295
90.974
92.557
91.017
5 Gezonde en duurzame stad
902
818
1.353
1.353
745
-1.540 v -608 v
Subtotaal Fysiek Domein
80.542
91.113
92.327
93.910
91.762
-2.148 v
6 Burger, Bestuur en Veiligheid
41.650
41.619
41.740
43.115
46.377
3.262 n
Subtotaal Burger en Bestuur
41.650
41.619
41.740
43.115
46.377
3.262 n
7 Alg. Dekkingsmiddelen&Overhead
-426.029
-433.413
-444.395
-456.223 -461.757
-5.534 v
Subtotaal Dekkingsmid.&Overhead
-426.029
-433.413
-444.395
-456.223 -461.757
-5.534 v
-6.478
-4.914
-9.627
-19.816 -29.093
-9.277 v
Totaal
90.526
-1.342 v -829 v -2.686 v
1.388
2.300
3.688
Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2025 - 2029 heeft het college een begroting aangeboden met een positief saldo van € 6,5 miljoen. Na verwerking van de aanvullende voorstellen 2025 is gestart met een begrotingssaldo van € 5,5 miljoen positief. Bij de Bestuursrapportage 2025 werd een positief begrotingssaldo van € 9,6 miljoen verwacht. Na verwerking van de vastgestelde Decemberrapportage 2025 bedroeg de begrotingsuitkomst € 19,8 miljoen voordelig. Het jaar is tenslotte afgesloten met een resultaat van € 29,1 miljoen, dit is € 9,3 miljoen hoger dan de laatste verwachting bij de decemberrapportage en € 22,6 miljoen hoger dan de primaire begroting. Voor een deel van deze voordelen geldt dat deze reeds bekend waren, maar niet meer tijdig verwerkt konden worden. Dit is het geval bij de Decembercirculaire 2025 voor een bedrag van per saldo € 1,6 miljoen, voor een gedetailleerde uitsplitsing van dit bedrag wordt verwezen naar de informatienota (2026/6282).
Belangrijke financiële afwijkingen De hieronder opgenomen toelichting betreft de belangrijkste financiële afwijkingen (boven de € 250.000) van de jaarrekening ten opzichte van de laatste bijgestelde begroting 2025, gespecificeerd per domein en programma. Het kan daarom voorkomen dat de in de toelichting opgenomen bedragen niet salderen tot het totale verschil binnen het beleidsveld. Voor een compleet overzicht Jaarverslag en Jaarrekening 2025
13
van de afwijkingen en verklaringen wordt verwezen naar bijlage 6.3 Analyse en toelichting per beleidsveld. Sociaal Domein Programma 1. Maatschappelijke participatie 2. Ondersteuning en zorg 3. Werk, inkomen en schulden Totaal Sociaal Domein Naar beleidsveld Programma 1 11 Onderwijs 12 Sport 13 Sociale Basis Programma 2 21 Voorzieningen volwassenen 22 Voorzieningen jeugd 23 Opvang, wonen en herstel Programma 3 31 Werk 32 Inkomen 33 Schulden
Begroting 2025 91.868 159.713 47.801 299.382
Realisatie 2025 90.526 158.884 45.115 294.525
Verschil 1.342 829 2.686 4.857
21.657 16.925 53.286 91.868
21.128 16.868 52.530 90.526
529 58 756 1.342
35.864 56.545 67.305 159.713
35.570 56.269 67.045 158.884
294 276 259 829
31.483 13.112 3.206 47.801
29.932 11.979 3.205 45.115
1.551 1.134 1 2.686
Binnen het Sociaal Domein is ten opzichte van de begroting een voordeel van € 4,9 miljoen inclusief reservemutaties gerealiseerd. Programma 1 onderbesteding € 1,3 miljoen Binnen programma Transformatie Sociaal Domein is een positief saldo van € 0,3 miljoen gerealiseerd. Dit heeft meerdere oorzaken, onder andere lagere kosten voor inzet rondom informatievoorzieningen, Wijkaanpak Meerwijk en de Doorbraakmethode. De overige aanpassingen blijven allen onder de toelichtingsgrens. Programma 2 onderbesteding € 0,8 miljoen Door een lagere benutting van het budget binnen het beleidsveld Voorzieningen volwassen in de laatste maanden van het jaar is er een positief saldo van € 0,3 miljoen ontstaan. Binnen de voorzieningen Jeugd wordt op maatwerk € 0,4 miljoen bespaard ten opzichte van de begroting die is bijgesteld tijdens de bestuursrapportage. Voor maatwerk is destijds voorzichtigheidshalve een inschatting gedaan hoeveel maatwerkcontracten er nog bij zouden komen, op basis van de trend tot dan toe. In de praktijk bleef het aantal afgesloten maatwerkcontracten achter op het gemiddelde van de maanden daarvoor. Programma 3 onderbesteding € 2,7 miljoen Bij het verwerken van de definitieve beschikking BUIG bij de Decemberrapportage 2025 is een administratieve fout gemaakt in de begroting. Dat leidt nu tot een positief saldo van € 1,4 miljoen op de baten.
Daarnaast is er iets minder aanspraak gemaakt op de bijstandsuitkering voor zelfstandigen dan verwacht (€ 0,2 miljoen), gesaldeerd met de extra dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren van € 0,4 miljoen leidt dit voor de BUIG tot een nadeel op de lasten van € 0,2 miljoen.
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
14
Het samenwerkingsverband Arbeidsmarktregio werkt vanuit de strategische arbeidsmarktagenda aan inclusiviteit, een duurzame arbeidsmarktpositie en de realisatie van maatschappelijke opgaven staan hierin centraal. Doordat sommige projecten later dan voorzien zijn gestart, sommige projecten door externe middelen in plaats van eigen middelen zijn gefinancierd en doordat er minder beroep is gedaan op een dienstverlengingsbudget leidt dit tot een onderbesteding op de lasten van € 0,6 miljoen. Samen met € 0,2 miljoen extra baten voor het Regionaal Mobiliteits Team door uitbetalingen door het Rijk en een uitbetaalde afrekening over het jaar 2024 door Interventie Budget Zuid Kennemerland en IJmond leidt dit tot een positief saldo van € 0,8 miljoen. Fysiek Domein Programma 4. Aantrekkelijke woon-werkstad 5. Gezonde en duurzame stad Totaal Fysiek Domein Naar beleidsveld Programma 4 41 Wonen en woningbouw 42 Economie, toerisme en cultuur 43 Aantrekkelijke leefomgeving 44 Ruimtegebruik 45 Overige beheertaken Programma 5 51 Milieu 52 Energie 53 Circulariteit 54 Klimaatbestendige stad
Begroting 2025 92.557 1.353 93.910
Realisatie 2025 91.017 745 91.762
Verschil 1.540 608 2.148
2.291 39.437 43.559 7.109 162 92.557
2.136 39.193 41.520 8.641 -475 91.017
154 243 2.039 -1.532 636 1.540
823 5.088 -1.082 -3.477 1.353
1.042 4.396 -1.417 -3.276 745
-218 692 335 -201 608
Binnen het Fysiek Domein is ten opzichte van de begroting een voordeel van € 2,1 miljoen inclusief reservemutaties gerealiseerd. Programma 4 onderbesteding € 1,5 miljoen Binnen beleidsveld Aantrekkelijke leefomgeving leidt de onderbesteding op fietsparkeren tot een positief saldo van € 0,6 miljoen. Daarnaast is er binnen het beleidsveld een onderbesteding van in totaal € 1,1 miljoen. Het gaat hierbij om vertraging in de projecten Uitbreiding gereguleerd parkeren € 0,3 miljoen, Deelmobiliteit € 0,5 miljoen, Nulemissiezone brom- en snorfietsers € 0,2 miljoen en Duurzaam goederenvervoer € 0,1 miljoen. De redenen voor vertraging zijn divers, voor parkeren en deelmobiliteit geldt dat deze later gestart zijn, duurzaam goederen vervoer bevat vooral projectmatig en jaaroverstijgend werk en laat zich daarom lastig begroten binnen een kalenderjaar. Binnen beleidsveld 4.4 Ruimtegebruik is er op de Ontwikkelzones € 1,5 miljoen meer besteed dan verwacht, voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 3.7 Grondbeleid. Op de lasten voor planmatig, preventief en dagelijks onderhoud ontstaat een positief saldo van € 0,3 miljoen, doordat deze kosten voor een deel afhankelijk zijn van incidenten of geconstateerde gebreken. Programma 5 onderbesteding € 0,6 miljoen In 2025 was meer capaciteit en expertise nodig om te komen tot een warmteprogramma.
Deze kosten vallen onder de doelstellingen van CDOKE, waardoor er een hogere subsidie aangevraagd kon worden dan vooraf begroot wat leidt tot een positief saldo van € 0,3 miljoen. Jaarverslag en Jaarrekening 2025
15
De afrekeningen voor verpakkingsafval van Verpact komt € 0,4 miljoen hoger uit, dit komt doordat er bij een aantal typen afval een hoger scheidingspercentage was of er hogere vergoedingen zijn ontvangen dan vooraf begroot. De SUP- en prullenbakkenvergoeding komen € 0,2 miljoen hoger uit, dit komt omdat lange tijd onduidelijk is geweest of Haarlem een vergoeding zou ontvangen en hoe hoog deze zou zijn. Er is nu een vergoeding ontvangen die overeenkomt met twee jaar SUPvergoedingen, terwijl er in de begroting rekening is gehouden met één jaar. Gesaldeerd met de lagere opbrengsten voor afvalstoffenheffing à € 0,2 miljoen leidt dit tot een positief saldo van € 0,4 miljoen. Voor de lagere opbrengsten van afvalstoffenheffing is geen eenduidige oorzaak aan te wijzen, de afwijking is slechts 0,48% van de begrote opbrengsten en wordt veroorzaak door combinatie van een aantal kleine afwijkingen. Burger & Bestuur Programma 6. Burger, bestuur en veiligheid Totaal Burger, bestuur & veiligheid Naar beleidsveld 61 Dienstverlening 62 Gemeentelijk bestuur 63 Openbare orde en veiligheid
Begroting 2025 43.115 43.115
Realisatie 2025 46.377 46.377
Verschil -3.262 -3.262
7.832 10.240 25.042 43.115
7.473 11.470 27.433 46.377
359 -1.230 -2.391 -3.262
Binnen het domein Burger & Bestuur is ten opzichte van de begroting een nadeel van € 3,3 miljoen inclusief reservemutaties gerealiseerd. Programma 6 overbesteding € 3,3 miljoen De overgang van de pensioen voor politieke ambtsdragers naar het ABP en het nieuwe pensioenstelsel zorgen voor een aanvullende dotatie aan de voorziening Wethouderspensioenen en daarmee een nadelig effect van € 2 miljoen. De inkomsten uit leges realiseren een nadelig verschil van € 1,6 miljoen (€ 1,3 miljoen omgevingsvergunningen en € 0,3 miljoen overige leges), samen met het nadeel vanuit precarioheffing à € 0,5 miljoen leidt dit tot een nadelig effect van in totaal € 2,1 miljoen. De inkomsten voor de Omgevingsvergunningen hangen sterk af van het moment waarop vergunningen voor grote projecten worden afgegeven: soms is dat nog net eind december en soms begin januari. Het nadeel in 2025 bestaat uit circa de helft lagere inkomsten uit leges en de helft teruggave leges (incidenteel) voorgaande jaren. Voor de inkomsten uit Precario geldt dat de in 2025 incidenteel doorgevoerde (optimistische) verhoging van de baten niet is gerealiseerd, de raming voor 2026 is lager en ligt in lijn met de realisatie van 2025.
Binnen beleidsveld Gemeentelijk bestuur leiden tijdelijke onderbezetting (€ 0,2 miljoen), voordelen op werkelijke loonlasten door lagere inschaling ten opzichte van de begroting (€ 0,1 miljoen) en een vergoeding voor personeelslasten vanuit de inzet voor regionale samenwerkingsverbanden (€ 0,1 miljoen) tot een positief effect van € 0,4 miljoen. Binnen beleidsveld Openbare orde en veiligheid zijn er openstaande vacatures ingevuld met inhuurkrachten en zijn er meer taken uitbesteed, samen met de stijging van de kosten voor de adviescommissie Omgevingskwaliteit en een hogere bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond leidt dit tot een nadeel van € 0,8 miljoen.
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
16
Algemene Dekkingsmiddelen & Overhead Programma 7. Algemene dekkingsmiddelen Totaal Algemene dekkingsmiddelen Naar beleidsveld 71 Lokale belastingen & heffingen 72 Algemene dekkingsmiddelen 73 Overhead
Begroting 2025 -456.223 -456.223
Realisatie 2025 -461.757 -461.757
Verschil 5.534 5.534
-54.175 -477.891 75.842 -456.223
-54.330 -481.710 74.284 -461.757
156 3.819 1.559 5.534
Binnen het domein Dekkingsmiddelen & Overhead is ten opzichte van de begroting een voordeel van € 5,5 miljoen inclusief reservemutaties gerealiseerd. Programma 7 onderbesteding € 5,5 miljoen Decembercirculaire en andere Rijksuitkeringen € 3,4 miljoen De extra resultaten vanuit de Decembercirculaire 2025 konden niet meer worden verwerkt in de begroting en leiden tot een positief effect van € 1,6 miljoen. Actualisaties van aantallen bij maatstaven door het Rijk leiden tot een positief verschil van € 1,3 miljoen. Tot slot is ook de uitkeringsfactor voor de algemene uitkering over het jaar 2023 gestegen, met een voor Haarlem positief effect van € 0,5 miljoen. IT middelen en mensen € 2,4 miljoen In 2025 is uitvoering gegeven aan een aantal zeer grote digitale transformatieprojecten, waaronder onder andere de vervanging van het zaaksysteem Verseon, de financiële administratie GFS en de personeelsadministratie BCS. Deze projecten hebben een ingrijpend effect op de systemen van de gemeente en hebben daardoor een zeer grote claim gelegd op de beschikbare capaciteit. Mede hierdoor is in het laatste kwartaal een projectenstop ingevoerd waarmee tijdelijk geen nieuwe projecten opgestart zijn maar ook andere (kleinere) projecten zijn afgeschaald. Bij de transformatieprojecten is hierdoor € 1,2 miljoen niet besteed.
Aanbestedingen van hard- en software en mobiele telefonie leiden tot lagere kosten, wat een positief effect van € 0,8 miljoen oplevert. Op de operationele kosten is een voordeel van € 0,4 miljoen ontstaan door lagere energietarieven (€ 0,2 miljoen) en door vergroot gebruik van het gemeentelijke operationele technologische (OT) netwerk (€ 0,2 miljoen). Personeel en overhead € 0,8 miljoen overschrijding De personele en overhead kosten zijn per saldo € 0,3 miljoen hoger dan verwacht. Dit komt onder andere door lagere doorbelasting van overheadkosten (€ 0,4 miljoen), het inzetten van inhuur op moeilijk te vervullen vacatures op managementniveau (€ 0,9 miljoen), maar ook door extra personele lasten binnen het besturende proces (€ 0,5 miljoen). Hier tegenover staan hogere opbrengsten in verband met detachering van eigen personeel naar andere gemeenten (€ 0,2 miljoen). Vertraging in de uitvoering van de arbeidsmarktcampagne heeft geleid tot een onderbesteding (€ 0,3 miljoen), er is hogere bijdrage van de gemeente Zandvoort ontvangen inzake de inzet voor projecten (€ 0,8 miljoen). De kosten voor onderhoud, schoonmaak en beveiliging van gemeentelijke locaties zijn € 0,4 hoger dan verwacht. Overig € 0,6 miljoen De kosten van kwijtscheldingen van belastingen en heffingen vallen lager uit dan de raming, wat een positief effect van € 0,2 miljoen oplevert.
De te betalen vennootschapsbelasting valt € 0,3 miljoen lager uit dan begroot.
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
17
In onderstaande tabel wordt het verloop van het rekeningresultaat per rapportagemoment uiteengezet, waarbij aanpassingen groter dan € 1 miljoen apart zijn opgenomen. Omschrijving a Begrotingssaldo 2025 na Kadernota 2026 b Verwerking Raadsbesluiten: Bijdrage aankoop Frans Hals schilderijen Subtotaal c Bestuursrapportage Excessieve casuïstiek Jeugdhulp Toevoeging aan Algemene reserve Bijstellen budgetten voorziening volwassenen Bijstelling verwachte precario inkomsten Meicirculaire 2025 Voordeel financiering en dividend Bijstelling begroting lokale belastingen en heffingen Aanpassen CAO Gemeenten en lokale arbeidsvoorwaarden Overige bijstellingen onder € 1 miljoen Subtotaal d Decemberrapportage Tekort Spaarne Werkt Correctie baten niet-doorgevoerde tariefsverhogingen Dotatie voorziening wethouderspensioen BUIG2025 Septembercirculaire 2025 Vrijval dubieuze debiteuren Overige bijstellingen onder € 1 miljoen Subtotaal e Jaarrekening 2025 Realisatiestimulans woningbouw Rijk Decembercirculaire 2025 BUIG2025 Algemene uitkering Aanbestedingen IT Transformatieprojecten IT Vertraging projecten beleidsveld Aantrekkelijke leefomgeving Ontwikkelzones Lagere inkomsten leges en precario Dotatie voorziening wethouderspensioen Overige bijstellingen onder € 1 miljoen Subtotaal Totaal resultaat jaarrekening 2025
2025 -4.914 v 200
1.985 5.000 -1.655 -1.200 -5.332 -2.000 -1.583 -3.213 3.085
2.792 1.833 1.165 -3.002 -10.991 -1.486 -500
-2.303 -1.623 -1.445 -1.253 -1.250 -1.184 -1.099 3.125 1.996 1.954 -8.498
n 200
n
-4.913
v
-10.189
v
-9.277 -29.093
v v
n n v v v v v v n
n n n v v v v
v v v v v v v n n n v
Het rekeningresultaat 2025 wordt voor een groot deel bepaald door het beschikbaar komen van extra uitkeringen vanuit het Rijk (€ 23,7 miljoen), hier heeft Haarlem geen invloed op. De extra uitkeringen vallen uiteen in Circulaires € 19,3 miljoen (waarvan nabetaling Jeugd € 6 miljoen over 2023 en 2024) en BUIG € 4,4 miljoen. Van de beschikbare gestelde extra middelen vanuit het Rijk ten bate van de algemene middelen in de Meicirculaire 2025 (2025/536150) was een groot deel het gevolg van bijstelling van de accres op basis van prijs bbp en overige rijksontwikkelingen (€ 2,3 miljoen). Ook zijn er middelen toegevoegd in verband met de tekorten in de Jeugdzorg (€ 3,5 miljoen). Er was ook sprake van enkele nadelen waarvan de relatieve waardemutatie WOZ (€ 1,1 miljoen) de grootste was. In de Septembercirculaire 2025 (2025/688245) waren de uitkering van € 6,2 miljoen ter compensatie van incidentele tekorten Jeugdzorg en de uitkering als gevolg van de ongebruikte ruimte onder het BCF-plafond (€ 4,1 miljoen) de grootste mutaties. Alle extra beschikbaar gestelde middelen in de Decembercirculaire (2026/6282) gaan per definitie eerst ten Jaarverslag en Jaarrekening 2025
18
bate van de algemene middelen omdat er geen tijd meer is voor het verwerken in de begroting, het gaat dit keer veelal om decentralisatie-uitkeringen (€ 1,3 miljoen) waarvan een gedeelte wordt ontvangen door Haarlem als centrumgemeente De overige resultaten worden hoofdzakelijk veroorzaakt door incidentele en autonome ontwikkelingen en laten zich lastig voorspellen. In het kader van reëel ramen zijn in de Programmabegroting 2026-2030 aanpassingen gedaan bij de baten. De doorgevoerde aanpassingen in de begroting van 2026 hebben tot gevolg dat de gedurende het jaar 2025 ontstane verschillen in financiering en dividend (€ 2 miljoen voordelig) en lokale belastingen en heffingen (€ 1,6 miljoen voordelig) niet langer moeten voorkomen. Tevens is de accresmethodiek vanuit het Rijk gewijzigd wat zal leiden tot een lager en stabieler accres. Tenslotte wordt het gemeentefonds herijkt, het effect hiervan is nog niet bekend. De herijking zal worden verwerkt in de Meicirculaire 2026. Deze aanpassingen bij elkaar leiden naar verwachting tot minder grote afwijkingen tussen primaire begroting en gerealiseerde rekeningcijfers.
Ontwikkeling in vermogen en resultaat De vermogenspositie is verbeterd Het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, maakt een duidelijk onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten over het boekjaar 2025 bedraagt € 39 miljoen voordelig. Per saldo is tussentijds € 10 miljoen aan de reserves toegevoegd, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2025 circa € 29 miljoen voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het overzicht hieronder is de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2025 circa 38% van het balanstotaal (ultimo 2024: 36% van het balanstotaal) en is verbeterd ten opzichte van 2024. Eigen vermogen (x 1 € miljoen)
2023
2024
2025
Eigen vermogen per 1 januari
263
293
337
Tussentijdse resultaatbestemming Gerealiseerd resultaat
2 28
13 31
10 29
Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten Eigen vermogen per 31 december
30 293
44 337
39 377
Saldo baten en lasten Het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten is het saldo van de daadwerkelijke baten en lasten in een jaar. Daarnaast kent de gemeente het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemming. Deze tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de onttrekkingen aan en stortingen in reserves gedurende het boekjaar. Deze mutaties in reserves vinden plaats op basis van door de gemeenteraad genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de eerdere bestuurlijke besluitvorming. Wat dit concreet betekent is in onderstaand overzicht weergegeven. Exploitatieresultaat (x € 1 miljoen)
2025
Totale baten
862
Totale lasten
822
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
19
Exploitatieresultaat (x € 1 miljoen)
2025
Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten Af: stortingen in reserves
39 -123
Bij: onttrekkingen aan reserves Saldo mutaties reserves
113 -10
Gerealiseerd resultaat
29
Ontwikkelingen van de algemene reserve in 2025 De algemene reserve eind 2025 doet dienst als buffer voor het opvangen van uitgaven die incidenteel en onvoorzien, maar wel noodzakelijk zijn. In paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt hier nader op ingegaan.
Algemene reserve De stand van de algemene reserve ultimo 2025 bedraagt € 93,7 miljoen positief. Dit is een afname van € 14,1 miljoen ten opzichte van de stand ultimo 2024. In 2025 is er € 36,1 miljoen toegevoegd aan de algemene reserve, waarvan het rekeningresultaat 2024 (€ 31,1 miljoen) de grootste toevoeging is. Daarnaast is er € 50,3 miljoen onttrokken aan de reserve, waarvan € 50 miljoen ten behoeve van de dekking kapitaallasten investeringen, zoals besloten bij de Kadernota 2026, de grootste onttrekking is. Een nadere specificatie van het verloop van het saldo van de algemene reserve en de dotaties en onttrekkingen staat weergegeven in onderstaande tabel. Algemene reserve
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Rekeningresultaat 2024 Verhogen weerstandsvermogen
v -93.658 v -34.825 v -34.825 v -34.825 v -34.825 v 107.821 -31.102 v -5.000 v
(Voorgenomen) dotaties
-36.102 v
0 v
Dekking kapitaallasten Investeringen Dekking afschrijvingslasten Kleverparkweg Voorstellen Coalitieakkoord 2022-2026 res. 2021 Bestemmingsvoorstellen jaarrekeningresultaat 2023
50.000 n
50.000 n 1.000 n
Internationale Taal- en Schakelklas en inzet Buurts
215 n
Stand per 1-1
(Voorgenomen) onttrekkingen Stand per 31-12
0 v
0 v
0 v
0 v
7.833 n 50 n 50.265 n 58.833 n 0 n 0 n 0 n 0 n -93.658 v -34.825 v -34.825 v -34.825 v -34.825 v -34.825 v
Beklemming in de algemene reserve De resterende forfaitaire middelen COA voor opvanglocaties asielzoekers 2023 (€ 3,9 miljoen) en 2024 (€ 2,5 miljoen) zijn eerder als onderdeel van het rekeningresultaat toegevoegd aan de algemene reserve en daarin beklemd voor toekomstige uitgaven opvanglocaties asielzoekers. De afgelopen jaren is door de raad een deel van deze beklemde middelen ingezet; • € 1 miljoen ten behoeve van de transitie van het pand Kleverparkweg 17 • € 0,5 miljoen voor de gedeeltelijke dekking van de kapitaallasten van de aankoop en verbouwing Kruisstraat 30-32 • In de Programmabegroting 2025 - 2029 is besloten om € 0,4 miljoen in te zetten voor een Oekraïense psycholoog, traumasensitief werken in het onderwijs, de stijging van de kosten ITK door instroom Oekraïners mee op te vangen en extra inzet Buurts rondom (start)
Jaarverslag en Jaarrekening 2025
20
opvanglocaties. In deze jaarrekening is aangegeven dat voor € 0,15 miljoen van de bij de begroting geclaimde middelen beroep wordt gedaan op de beklemde middelen. Het saldo van de beklemde middelen ‘opvanglocaties asielzoekers’ bedraagt per ultimo 2025 € 4,6 miljoen. Bij de Programmabegroting 2027 - 2031 zal een nadere afweging worden gemaakt over het doel en de besteding van deze beklemde middelen.
Mutaties bestemmingsreserves Dotaties en onttrekkingen aan bestemmingsreserves worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is geaccordeerd voor de specifieke bestemmingsreserve. Een uitzondering hierop vormen de raads(principe)besluiten waarbij geregeld is dat saldi altijd ten gunste of laste van een specifieke bestemmingsreserve komen. Hieronder staan de afwijkingen van zowel de begrote als gerealiseerde onttrekkingen en dotaties aan de reserves over alle programma's. Pr. Naam Reserve nr.
Omschrijving
Begroot Realisatie
Verschil realisatie begroot
219
219
1.711
1.711
250
65 852
-185 852
Dotatie reserves: 4
Reserve Kapitaallasten Reserve Beh.Ond. Openb. Ruimte Reserve Kapitaallasten Reserve Kapitaallasten
Aankoop grond
Reserve Grondexploitatie Reserve Vastgoed
Actualisatie MPG Verkoop panden en gronden
1.191 2.727
1.336 2.170
145 -557
Reserve Vastgoed Reserve Ontwikkelzones
Waardering gronden Ontwikkelzones 2025
1.300
1.812 5.064
512 5.064
5.468
13.229
7.761
-50
-32
18
-1.001
-1.001
-97
12
-2
-2
Strategisch beheerplan 2025 Transformatie projecten Ontwikkelzones 2025
Totaal dotaties Onttrekking reserves: 1 Reserve Duurz.Sportvoorziening Aanvragen sportverenigingen Reserve Gem. Org. Beschermd 2 Resultaat 2025 Wonen Reserve Opvang, wonen en Resultaat 2025 herstel Reserve Regio Aanpak Resultaat 2025 HuislkGew/VO 3 Reserve Minimagelden Resultaat 2025 Reserve KOT Reserve Beh.Ond. Openb. Ruimte Reserve Maatschappelijk initiatief Reserve Wonen
Kosten inhuur
Reserve Grondexploitatie Reserve Leefomgeving
Aanjagen Sociale Woningbouw25 Transformatie projecten
Reserve Grondexploitatie Reserve Vastgoed 5
Reserve Ontwikkelzones Reserve Bodemprogramma
6
Reserve Verbeteringen i-domein Verbeteringen i-domein 2025
4
Totaal onttrekkingen Eindtotaal Jaarverslag en Jaarrekening 2025
Strategisch beheerplan 2025
-109
-4 -160 -1.882
-4 160
-439
1.443
Spreiding middelen
-76
76
Volkshuisvestingprogramma
-270
-171
99
-4.900 -925
-1.485 -608
3.415 317
Liquidatie complexen Onderhoud en verkoopkosten
-2.451
-43 -2.889
-43 -438
Ontwikkelzones 2025 Bodemprogramma 2025
-1.028
-4.307 -892
-4.307 136
-150
-72
78
-12.001
-12.042
-41
-6.533
1.187
7.720 21
In 2025 zijn de dotaties aan de bestemmingsreserves € 7,8 miljoen hoger dan begroot, de onttrekkingen zijn per saldo nagenoeg gelijk aan de begroting. Dotaties De grootste afwijkingen ten opzichte van de begroting betreffen: Programma 4 Er is meer levensduur verlengd onderhoud (herinrichting) gepleegd wat ten laste komt van het investeringsbudget. Het hierdoor vrijgevallen onderhoudsbudget (€ 1,7 miljoen) wordt gereserveerd in de reserve Onderhoud openbare ruimte om de het onderhoud de komende jaren alsnog uit te voeren en wordt tevens budget gereserveerd ter dekking van de kapitaallasten van de extra investeringen. Dit hangt samen met de lagere onttrekking van € 1,4 miljoen. De reserve Kapitaallasten en de reserve Ontwikkelzones kennen beide een hogere dotatie dan begroot (€ 0,9 miljoen en € 5 miljoen), dit hangt samen met de hogere onttrekking van € 4,3 miljoen en wordt volledig toegelicht in paragraaf 3.7 Grondbeleid, onderdeel Ontwikkelzones. De reserve Vastgoed biedt in 2025 dekking voor de kosten van het onderhoud van gemeentelijk vastgoed, verkoopkosten en de projecten toegankelijkheid en Kleverlaan. De onttrekking voor de kosten van onderhoud wordt bepaald op basis van de werkelijke onderhoudslasten. Door onder andere de overschrijding op het incidenteel onderhoud wordt er in totaal € 0,6 miljoen meer onttrokken voor dekking van onderhoud.
Dit is in lijn met het principebesluit in de Nota Reserves en Voorzieningen (2025/694226). Onttrekkingen De grootste afwijken ten opzichte van de begroting betreffen: Programma 2 De onttrekking aan de reserve GO Beschermd wonen is hoger dan begroot als gevolg van een tekort op diverse kostenposten rondom de Wilhelminastraat en achterstallig onderhoud (€ 0,4 miljoen). Daarnaast is de afbouw van beveiliging van en op de MO locaties ingezet, maar is dit later van start gegaan dan aanvankelijk geprognosticeerd. Hierdoor is er € 0,2 miljoen meer uitgegeven dan begroot. Voor de Velserpoort was de aanname dat de begeleiding afgebouwd kon worden in de nacht, echter door de (toenemende) complexiteit van de doelgroep bleek dit in 2025 niet mogelijk te zijn. Daardoor is de beschikbaarheidsfinanciering van de Velserpoort € 0,1 miljoen hoger uitgevallen. Andere tegenvallers waren de onverwachte huurkosten van locatie Etta Palmstraat van circa € 0,1 miljoen en incidenteel onderhoud aan het Anton Pieckhofje (€ 0,1 miljoen). Programma 4 Er is meer levensduur verlengd onderhoud (herinrichting) gepleegd wat ten laste komt van het investeringsbudget. Hierdoor zijn de uitgaven voor regulier groot onderhoud € 1,4 lager en is een lagere onttrekking aan de reserve Onderhoud openbare ruimte nodig. Dit hangt samen met de hogere dotatie van € 1,7 miljoen.
In 2024 heeft in twee tranches de subsidieregeling "Aanjagen realisatie sociale woningbouw" opengestaan. Er zijn door de drie Haarlemse woningcorporaties (Préwonen, Ymere, ELAN) en Duwo in totaal 12 aanvragen ingediend. Hoewel de aanvragen zijn goedgekeurd en subsidies zijn verleend, hebben niet alle ontvangers in 2025 een voorschot aangevraagd of zijn tijdig gestart met de bouw en zijn de begrote lasten hiervoor ad. € 4,9 miljoen maar gedeeltelijk gerealiseerd (€ 1,5 miljoen). De onttrekking aan de Reserve Grondexploitaties in 2025 is daarom € 3,4 miljoen lager dan begroot. Het restant blijft beschikbaar in de reserve voor verdere uitvoering van de subsidieregeling. Jaarverslag en Jaarrekening 2025
22
De reserve Ontwikkelzones kent hogere onttrekking van € 4,3 miljoen, dit hangt samen met de hogere dotatie van € 5 miljoen en wordt volledig toegelicht in paragraaf 3.7 Grondbeleid, onderdeel Ontwikkelzones. De reserve Vastgoed biedt in 2025 dekking voor de kosten van het onderhoud van gemeentelijk vastgoed, verkoopkosten en de projecten toegankelijkheid en Kleverlaan. De lagere kosten voor verkopen, toegankelijkheid en Kleverlaan leiden tot een lagere onttrekking van € 0,2 miljoen. Gesaldeerd met de bij de dotaties genoemde hogere onttrekking Per saldo is de onttrekking aan de Reserve Vastgoed € 0,4 miljoen hoger dan begroot (zie ook de toelichting bij dotaties).
Analyse incidentele en structurele baten en lasten Het overzicht van incidentele lasten en baten wordt opgesteld om te kunnen bepalen of er sprake is van een structureel evenwicht. Als structurele lasten gedekt worden door structurele baten is er sprake van structureel evenwicht. Hiervoor is het van belang dat eenduidig en duidelijk uit de jaarrekening blijkt welke baten en lasten structureel van aard zijn en welke incidenteel. Het structurele exploitatiesaldo wordt bepaald door het exploitatiesaldo te zuiveren van incidentele baten en lasten. Het overzicht van de incidentele baten en lasten en van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves zijn hierbij belangrijke documenten. Op verzoek van zowel de provincie Noord-Holland (toezichthouder) als de rekenkamercommissie is een overzicht opgesteld waarin in één oogopslag de structurele baten en lasten per programma en per jaar zijn af te lezen. De basis wordt gevormd door de totale lasten en baten per programma. Vervolgens worden de incidentele lasten en baten, waaronder toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, hierop in mindering gebracht, waardoor de structurele lasten en baten resteren. De incidentele baten en lasten worden volgens een deugdelijk en consequente gedragslijn bepaald met in acht name van de voorschriften voor een aantal specifieke posten en voorbeelden vanuit het BBV.
Daarnaast vindt de bepaling plaats op basis van cijferbeoordelingen, analyses op de verschillen ten opzichte van begroting en voorgaande jaren en begrotingswijzigingen. De incidentele lasten en baten worden afzonderlijk per programma vermeld, hierbij is een materialiteitsgrens gehanteerd van € 250.000. Conclusie: Uit het overzicht Incidentele baten en lasten in paragraaf 4.4 blijkt dat in 2025 de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten (een minteken in het overzicht betekent meer baten dan lasten). In de Programmabegroting 2025-2029 zijn de begrote structurele baten € 14,7 miljoen lager dan de begrote structurele lasten. Voor 2025 zijn de gerealiseerde structurele baten € 48,5 miljoen hoger dan de gerealiseerde structurele lasten. Hiermee is sprake van structureel evenwicht in 2025.