CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Jaarverslag en Jaarrekening 2025

commissie Bestuur 11 juni 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:20 Jaarverslag & Jaarrekening 2025 (FR)39.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Bestemming rekening resultaat Het rekeningresultaat 2025 bedraagt € 29,1 miljoen voordelig. Er zijn vier voorstellen tot bestemming van het rekeningresultaat opgenomen. Bestemmingsvoorstel Jaarrekening 2025 Resultaat

-29.093 v

Voorstellen: Impulsbudget arbeidsmarktregio Startbanen statushouders Regionale middelen arbeidsmarktregio Rijksbijdrage realisatiestimulans woningen

200 300 888 2.300 3.688 n

Resterend saldo

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

-25.405 v

23

Voorstellen bestemming rekeningresultaat: DU Impulsbudget arbeidsmarktregio - € 0,2 miljoen Deze middelen zijn in de Decembercirculaire 2025 door het Rijk beschikbaar gesteld voor 2025. De middelen worden ingezet in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland & IJmond en zijn dus niet alleen voor Haarlem, maar voor de hele regio. Deze middelen zijn een plus op al eerder dit jaar ontvangen middelen impulsbudget voor de arbeidsmarktregio. Ze kunnen worden ingezet voor kosten die te maken hebben met ontwikkelingen rondom het Werkcentrum of andere projecten binnen de arbeidsmarktregio. Hierbij kan gedacht worden aan benodigde extra inzet voor communicatie vanuit het Werkcentrum, nu het WSP erin is opgegaan, of voor het ontwikkelen van een aanpak voor de implementatie van VUM of de aanschaf van ondersteunende software voor matching en talentontwikkeling. DU Startbanen statushouders - € 0,3 miljoen Deze middelen zijn in de Decembercirculaire 2025 door het Rijk beschikbaar gesteld voor 2025. De middelen worden ingezet in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland & IJmond en zijn dus niet alleen voor Haarlem, maar voor de hele regio. In 2026 start een pilot Startbanen voor statushouders in de arbeidsmarktregio, het plan wordt nog ontwikkeld. De pilot heeft als doel om de arbeidsparticipatie van vrouwelijke statushouders te verbeteren.

Gemeenten vervullen een belangrijke rol in de begeleiding (inclusief inburgering) naar werk van werkzoekende statushouders. De pilot is aanvullend op en in afstemming met de reeds lopende inburgeringscontracten en is een nieuwe aanpak specifiek gericht op de begeleiding van vrouwelijke statushouders naar betaald werk. Regionale middelen arbeidsmarkt - € 0,9 miljoen De Arbeidsmarkt Regio Zuid Kennemerland en IJmond laat in 2025 een onderbesteding op de kosten zien ten opzichte van de begroting, doordat enkele projecten later zijn gestart en sommigen doorgeschoven naar 2026. Vertraagde besluitvorming over beschikkingen, vertraagde projectbeschrijvingen, langere voorbereidingstijd door contractpartners zijn de voornaamste oorzaken van de vertragingen. De late en uitgesteld starts zorgen voor lagere personeelskosten en ook de partnerkosten zijn lager. Naast vertraging in de projecten en lagere werkkosten zijn er abusievelijk kosten in de begroting gekomen die uiteindelijk door partners zijn gedragen en tevens is er lopende het jaar alternatieve financiering gevonden. Rijksbijdrage Realisatiestimulans - € 2,3 miljoen November 2025 is Tijdelijke regeling realisatiestimulans in werking getreden. De minister van VRO heeft de regeling vastgesteld met als doel gemeenten te ondersteunen bij de bouw van betaalbare woningen.

Onderzoek leert namelijk dat realisatie van betaalbare woningen vaak gepaard gaan met een financieel tekort dat grotendeels bij gemeenten terecht komt. De gemeente ontvangt daarom voor elke woning waarvan de bouw in 2025 is gestart een bijdrage van € 7.000. In Haarlem is in 2025 de bouw van 329 betaalbare woningen gestart, welke aan de voorwaarden van de Realisatiestimulans voldoen, waarvoor Haarlem een bijdrage van € 2,3 miljoen tegemoet kan zien (projecten met woningbouwimplus of andere rijksbijdragen zijn uitgezonderd van de Realisatiestimulans). De regeling biedt vrijheid in de besteding van de bijdrage maar conform de toelichting op de regeling verwacht het Rijk wel dat de ontvangen bijdrage wordt geïnvesteerd in toekomstige woningbouw. De bijdrage voor 2025 komt ten gunste van het rekeningresultaat 2025 omdat het een prestatie in 2025 betreft; de start van woningbouw. Om de bijdrage van € 2,3 miljoen te reserveren voor toekomstige gebiedsontwikkeling- en woningbouwprojecten wordt de raad daarom voorgesteld de bijdrage over 2025, via resultaatbestemming, te storten in de Reserve Grondexploitatie. Daarmee wordt de Realisatiestimulans onderdeel van het surplus van deze reserve en kan vervolgens via reguliere P&C documenten de bijdrage worden ingezet ten gunste van de woningbouw in Haarlem.

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

24

1.3 Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn gelden die de gemeente vrij kan besteden met inachtneming van wet- en regelgeving. Deze gelden zijn voornamelijk afkomstig uit de algemene uitkering en belastingen. In de tabel hieronder zijn de algemene dekkingsmiddelen gespecificeerd. Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025 gewijzigd

Naheffing parkeren

2.272

2.199

2.276

Parkeerbelasting

14.525

14.726

14.692

Parkeeropbrengst Schalkwijk

439

583

297

Precariobelasting overig

802

785

853

18.038

18.293

18.118

Beleidsveld

43

Aantrekkelijke leefomgeving

Precariobelasting overig

1

Beleidsveld

1

45

Overige beheertaken

Precariobelasting overig

506

1.575

1.085

Beleidsveld

506

1.575

1.085

634

658

625

OZB niet woningen eigenaren

13.079

14.272

14.447

OZB niet woningen gebruikers

9.363

10.595

10.634

OZB woningen

28.521

29.328

29.359

Precariobelasting overig

668

711

735

Reclamebelasting Cronjéstraat

72

80

73

63

Openbare orde en veiligheid

Hondenbelasting

Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting Toeristenbelasting Beleidsveld

71

Lokale belastingen & heffingen

Algemene uitkering

65

53

65

3.159

3.512

2.989

55.561

59.209

58.927

451.419

479.495

482.893

Beleggingen

1.912

1.137

1.137

Financieringsfunctie

1.028

1.205

1.223

454.359

481.837

485.252

528.463

560.915

563.383

Beleidsveld

72

Algemene dekkingsmiddelen

Totaal

1.4 Taakstellingen In de Programmabegroting 2025 - 2029 is een drietal taakstellingen voor 2025 opgenomen (in hele euro's); • Taakstelling Cultuur € 350.000 • Taakstelling Tekort Uitvoer WSW € 1.092.000 • Taakstelling Jeugd Algemeen € 225.000 Taakstelling Cultuur De opgenomen taakstelling Cultuur is in 2025 vervallen.

Taakstelling WSW SpaarneWerkt stelt jaarlijks een realistische begroting op, waarbij al rekening wordt gehouden met de toename van de WSW-bijdrage van het Rijk (loon- en prijseffecten). De gemeentelijke begroting is Jaarverslag en Jaarrekening 2025

25

gebaseerd op de WSW-bijdrage uit laatst bekende circulaire van het Rijk. Daardoor is de begroting SpaarneWerkt hoger dan de gemeentelijke ramingen. Het verschil is opgenomen als taakstelling, bij elke circulaire wordt een hogere rijksbijdrage WSW verrekend met deze taakstelling (de begroting van SpaarneWerkt verandert niet), waardoor deze taakstelling steeds verder wordt verlaagd. Taakstelling Jeugd Algemeen Is ingevuld door verlaging van de uitgaven op het betreffende programma.

1.5 Investeringen In dit jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de realisatie van investeringen in 2025 in relatie tot de verwachte investeringen en de beschikbare kredieten. Verwachte en gerealiseerde investeringen De jaarschijf 2025 van het Investeringsplan is voor het laatst geactualiseerd bij het vaststellen van de Programmabegroting 2026-2030. Bij deze actualisatie is de jaarschijf vastgesteld op € 118 miljoen. Uiteindelijk is € 102 miljoen gerealiseerd, wat een realisatiepercentage van 86% is. In de Programmabegroting 2025-2029 waren de investeringen oorspronkelijk begroot op € 178 miljoen, ten opzichte hiervan komt de realisatie van € 102 miljoen neer op 57%. De besteding van € 102 miljoen is hoger dan de netto besteding van vorig jaar (€ 84 miljoen). Tegenover de € 102 miljoen aan bruto uitgaven stonden bijdragen van derden van € 16 miljoen. Realisatiepercentage investeringen per programma Programma

IP 2025 (PB25)

IP 2025 (PB26)

1. Maatschappelijke participatie 2. Ondersteuning en Zorg

39.706 16.014

14.086 8.233

15.630 6.195

39% 39%

111% 75%

4. Aantrekkelijke woon-werkstad 5. Gezonde en duurzame stad

95.738 14.991

77.316 9.665

63.375 10.411

66% 69%

82% 108%

6. Burger, bestuur en veiligheid 7. Algemene dekkingsmiddelen en overhead

0 11.051

92 8.420

81 6.002

0%% 54%

88% 71%

Eindtotaal

177.500

117.812

101.694

57%

86%

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

Realisatie Percentage Percentage 2025 tov PB25 tov PB26

26

Beschikbare kredieten Ultimo 2025 is er nog voor € 370 miljoen aan restant kredieten. Van de op dat moment vrijgegeven kredieten van € 672 miljoen is € 302 miljoen tot en met 2025 uitgegeven.

Prog nr Programma

Krediet Realisatie Realisatie t/m 2024 2025

Restant krediet

1 2

Maatschappelijke participatie Ondersteuning en Zorg

116.656 59.199

45.553 15.031

15.630 6.195

55.473 37.973

4 5

Aantrekkelijke woon-werkstad Gezonde en duurzame stad

420.743 56.751

116.589 20.410

63.375 10.411

240.839 25.930

6 7

Burger, bestuur en veiligheid Algemene dekkingsmiddelen

400 20.034

308 2.869

81 6.002

11 11.164

Totaal

673.783

200.759

101.694

371.391

De beschikbare kredieten betreffen de kredieten exclusief de geraamde inkomsten die, afhankelijk van hun status, zijn vrijgegeven door college of raad. In bijlage 6.4 van deze jaarrekening is een nadere specificatie hiervan opgenomen. In paragraaf 4.7 Begrotingsrechtmatigheid van deze jaarrekening worden overschrijdingen van kredieten nader toegelicht. Af te sluiten kredieten Kredieten kunnen worden afgesloten wanneer de investering is uitgevoerd of wanneer de kredieten niet langer nodig zijn. De volgende investeringen zijn afgerond, waardoor de kredieten per eind 2025 worden afgesloten. IP post

Investering Programma 1

Krediet

Uitgaven

77.01 77.01

Restant krediet

JOP 2019 Schoter college

8.337

8.221

116 (1)

JOP 2019 Stedelijk Gymnasium

9.773

9.757

16 (1)

77.01

JOP 2020 IBKC Wijzer, Huibersschool

3.516

3.478

37 (1)

77.01

JOP 2020 IBKC Wijzer, Huibersschool (bijdrage derden)

-40

-36

-4 (1)

77.01

JOP 2025 Spaarneschool

150

150

0 (1)

81.28

Atletiekbaan hellingbaan + LED

1.616

1.891

-275 (2)

81.28

HC Haarlem toplaag kunstgas waterveld

520

431

89 (2)

81.28

HKC en Rapid trainingsveld

392

670

-278 (2)

81.28

HKC Haarlem korfbalveld

322

351

-29 (2)

81.28

Onze Gezellen voetbalveld 2

500

339

161 (2)

81.28

RFC Haarlem rugbyveld 1 + warmte

270

264

6 (2)

81.28

rkvv DSS honkbalveld en LED

801

733

68 (2)

81.28

rkvv DSS voetbalveld 2

770

536

234 (2)

81.28

Sportcomplex Eindehout

203

236

-33 (2)

81.28

SV Geel-Wit kunstgras voetbalveld 2

81.29

Sporthal Sportweg, bouw hal Programma 2

MTS.05

Aanlegplaats maatschappelijke opvang

MTS.22

Schalkweide verbouwing

MTS.09

Woudplein (Laan van Decima II) opvang vluchtelingen

MTS.09

Woudplein (Laan van Decima II) opvang (subsidie)

MTS.02 64.04 b

980

882

98 (2)

10.435

10.517

-82 (2)

850

788

62

2.100

0

2.100

11.803

11.375

428

-5.564

-5.771

207

Anton Pieckhofje opvanglocatie Programma 4

2.275

2.131

144

Waterplan Schalkwijk: Aziëweg waterverbinding

2.320

2.175

145

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

27

IP post

Investering

Krediet

Uitgaven

Restant krediet

CLT.02

Stadsschouwburg gebruikersvoorzieningen

300

284

16

CLT.03

PHIL liften

364

284

80

CLT.04

PHIL geluid & techniek

285

300

-15

GOB.44

Haarlemmerhout

807

770

37

GOB.71

Industriehavenbrug

1.887

1.865

22

GOB.80

Schalkwijkerbrug vervanging

2.785

2.786

-1

HVD.04

Trailerhelling Mooie Nel

240

223

17

OBT.02

Begraafplaats st Jozef en Akendam, paden

393

361

32

OBT.03

Begraafplaats st Jozef, oprijlaan

481

471

10

OBT.03

Begraafplaats st Jozef, oprijlaan (bijdrage)

-109

-110

1

OR.000

Catharijnebrug renovatie

1.612

1.620

-8 (3)

OR.000

Generaal Spoorlaan

1.440

1.403

37 (3)

OR.000

Gravestenenbrug

2.505

2.463

42 (3)

OR.000

Haarlemmerhout

401

394

7 (3)

OR.000

Harmenjansweg

937

771

166 (3)

OR.000

Leidsevaart vervangen VRI's

252

242

10 (3)

OR.000

Nagtzaam- en Berkhoutstraat

1.208

1.210

-2 (3)

OR.000

Wagenweg vervangen VRI's

472

468

4 (3)

OR.000

Zomerkade, vervanging beschoeiing

2.334

2.334

0 (3)

OR.017

Professor Eijkmanlaan

3.827

3.391

436 (3)

OR.024

Reinaldapark verlichting

185

168

17 (3)

OR.037

Vijfhoek herinrichting

870

780

OR.062

Houtplein nutswerkzaamheden

1.350

1.053

297

OR.062

Houtplein nutswerkzaamheden (bijdragen derden)

-1.350

-1.030

-320

VG.04

Voorhelmstraat 23-25 aankoop

4.040

4.002

38

VG.IN

Stationsplein 4 renovatie trap fietsenkelder Programma 5

150

110

40

RIO.017

Professor Eijkmanlaan, riool Programma 7

516

516

0

ICT.01

Vervanging telefonie centrale

195

0

195 (4)

ICT.01

Mobiele communicatiemiddelen 2024 Totaal

655 81.360

646 76.893

9 (4) 4.467

90 (3)

De lagere uitgaven ten opzichte van de verleende kredieten leiden tot minder kapitaallasten dan was begroot. Dit wordt verwerkt in de Kaderbrief 2027. (1) Overschrijdingen en restanten worden verrekend met de stelpost onderwijshuisvesting (2) Overschrijdingen en restanten worden verrekend met de stelpost sportaccommodaties (3) Overschrijdingen en restanten worden verrekend met de stelpost openbare ruimte (4) Overschrijdingen en restanten worden verrekend met de stelpost vervanging en uitbreiding ICT

1.6 Onderzoeken vanuit verordening artikel 213a Zoals door de raad is vastgesteld in de Verordening Gemeentewet art.213a voert het college jaarlijks 213a-onderzoeken uit. Dit zijn onderzoeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het door het college gevoerde bestuur. In de begroting geeft het college aan welke onderwerpen zij voornemens is te onderzoeken, bij afronding van het onderzoek wordt de commissie Bestuur over de uitkomsten geïnformeerd.

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

28

De actuele stand van zaken van de lopende onderzoeken is als volgt: 1. Datagedreven werken in het sociaal domein (2024): het concept onderzoeksrapport is opgeleverd en de organisatie en het onderzoeksbureau zijn met elkaar in gesprek over de laatste aanscherpingen om het rapport definitief te maken. 2. Transitiepad mobiliteit uit de routekaart duurzaamheid (2025): begin 2026 is gestart met het 213aonderzoek en het startgesprek heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn in 2025 drie onderzoeken opgeleverd en in de commissies besproken: 1. Onderwijshuisvesting (2023) 2. De effecten van deregulering op de handhaving (2024) 3. Inhuur derden (2025)

1.7 Interbestuurlijk toezicht De provincie houdt toezicht op de volgende medebewindstaken voor Haarlem: 1. Financiën; 2. Omgevingsrecht; 3. Archiefbeheer (vastgelegd in de provinciale informatieverordening); 4. Huisvesting statushouders. Financieel Het Gemeenschappelijk financieel toezichtskader (GTK) vormt het kader voor het financieel toezicht van de provincie op de gemeente. Het GTK heeft onder meer als uitgangspunt geformuleerd dat goed toezicht alleen in dialoog kan worden uitgevoerd. Het gaat om een constructieve dialoog waarin betrokken partijen met behoud van ieders rol en verantwoordelijkheid elkaar aanspreken en kritisch bevragen. In de praktijk betekent dit dat er ambtelijk minimaal twee keer per jaar een overleg plaatsvindt over de financiële positie en de ontwikkeling daarvan. Op bestuurlijk niveau vindt overleg plaats indien van een van de betrokken partijen daar aanleiding voor heeft. Voor 2025 heeft de provincie aangegeven geen aanleiding te zien het toezicht aan te scherpen en het repressieve toezicht te handhaven. Omgevingsrecht De provincie heeft over de processen op toezicht- en handhaving binnen dit kader over 2024 aangegeven dat Haarlem haar taken op de onderzochte punten in het brede palet van het omgevingsrecht gemiddeld goed uitvoert.

Naast een aantal algemene punten van aandacht op basis van een steekproef van 10 gemeenten, werden als verbeterpunten aangegeven het ontbreken van een aantal documenten (vooral binnen het domein milieu) en het voorafgaand aan een kalenderjaar vaststellen van het uitvoeringsprogramma. In 2025 is gewerkt aan het oppakken van deze verbeterpunten, welke zijn meegenomen in het Evaluatie- en Uitvoeringsprogramma 2025/2026. De cijfermatige onderbouwing is daarbij verder aangescherpt, waardoor beschikbare data beter wordt geduid en doelgerichter kan worden ingezet. Dit versterkt de mogelijkheid om in het Uitvoeringsprogramma tijdig te anticiperen op de bevindingen uit het Evaluatieprogramma en om systematisch te toetsen aan de doelstellingen uit het VTH-Beleidsplan 2024–2028 (2024/455521). Daarnaast is het Evaluatie- en Uitvoeringsprogramma 2025/2026 in het eerste kwartaal van het jaar vastgesteld. Door vanaf het Evaluatie- en Uitvoeringsprogramma 2025/2026 uit te gaan van de periode van 1 december – 30 november voor het verzamelen en beschrijven van de relevante cijfers, is het mogelijk het programma vast te kunnen stellen in het eerste kwartaal van het jaar. Het Evaluatie- en Uitvoeringsprogramma 2025/2026 is vastgesteld door het college in de

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

29

collegevergadering van 20 januari 2026 en besproken in de commissie bestuur op 5 februari 2026. Archiefbeheer De uitvoering van het informatie- en archiefbeheer verloopt conform de gemaakte afspraken met de toezichthouder en archiefinspectie. Het verslag van het archieftoezicht over de periode 2023-2024 benoemt de noodzaak van structurele verbeteringen in de informatiehuishouding. Sinds 2023 worden er gerichte maatregelen genomen om de informatie beter te archiveren. Het betreft met name het beter in beheer krijgen van informatie die buiten het centrale archiefsysteem wordt opgeslagen. In de afgelopen jaren zijn er mede daarom verschillende verouderde applicaties vervangen door nieuwe applicaties. Daarnaast is in 2024 een procedure vastgesteld waarmee het informatiebeheer van alle nieuwe afdelingsapplicaties is geborgd. Sinds 2024 wordt er ook intensiever ingezet op het bewuster maken van medewerkers over hun rol in archivering. Verwacht wordt dat de vernieuwing van het applicatielandschap en de bijbehorende infrastructuur de komende drie jaar in beslag zal nemen. Taakstelling huisvesting statushouders De taakstelling over 2024 is niet volledig gerealiseerd. Er bleef een restant van 49 over. Dit restant is toegevoegd aan de taakstelling voor 2025, waardoor de totale opgave voor dat jaar uitkwam op 310 plaatsingen/huisvestingen.

In 2025 zijn uiteindelijk 228 plaatsingen gerealiseerd. De achterstand is daarmee in 2026 verder opgelopen. Het overgebleven restant van 82 is toegevoegd aan de taakstelling voor de eerste helft van 2026, waardoor deze uitkomt op 222. De taakstelling voor de tweede helft van 2026 wordt op 1 juli 2026 bekendgemaakt. Per 25 februari 2026 zijn er 23 plaatsingen gerealiseerd. Daarnaast zijn 51 statushouders gekoppeld aan een woning en wachten zij op het tekenen van de huurovereenkomst. Ook worden er op korte termijn 13 nareizigers in Haarlem verwacht. In totaal zullen hierdoor op korte termijn 87 plaatsingen gerealiseerd zijn. In het eerste kwartaal van 2026 opent een nieuwe opvanglocatie voor Alleenstaande Minderjarige Vluchtelingen (AMV’s). Hier worden 13 AMV’ers opgevangen die ook meetellen voor de taakstelling van 2026. Online De provincie Noord Holland publiceert zelf over de uitkomsten van het onderzoek online. Op een interactieve kaart kan op elke Noord Hollandse gemeente geklikt worden en komt de informatie naar boven voor de verschillende onderdelen van het Interbestuurlijk Toezicht. De gemeente Haarlem kan op deze manier ook vergeleken worden met andere gemeenten in Noord-Holland.

1.8 Duurzaamheidsverslag In het coalitieakkoord ‘Actie!’ 2022-2026 staat vermeld dat het doel is om aan het einde van deze periode duurzaamheid(sdoelstellingen) en brede welvaart volledig te integreren in de reguliere begroting. Om deze reden richt de duurzaamheidsbegroting zich op de drie Haarlemse duurzaamheidsdoelstellingen, in 2040 aardgasvrij en een circulaire stad, en in 2050 een klimaatbestendige stad, en brede welvaart. In het jaarverslag wordt inzicht gegeven in de realisatie gedurende 2025. Leeswijzer • Aardgasvrij 2040: de realisatie van de CO₂ uitstoot tot en met 2024 wordt gepresenteerd ten opzichte van de gestelde doelstellingen. De jaarlijkse CO₂-uitstoot in Haarlem is in 2024 ten opzichte van 2017 met 40% gereduceerd en daarmee 245 kton lager dan in 2017. • Circulaire stad 2040: Haarlem heeft ten opzichte van 2017 46% minder grondstoffen ingevoerd/doorgevoerd/uitgevoerd, hiermee benadert Haarlem de oude Jaarverslag en Jaarrekening 2025

30

• • •

halveringsdoelstelling, het Rijk heeft echter nieuwe doelstellingen gepresenteerd die meer recht doen aan het reduceren van milieu impact. Klimaatbestendige stad 2050: De gepresenteerde indicatoren geven inzicht in de mate van klimaatbestendigheid van de stad. Daarnaast wordt er een geactualiseerd inzicht gepresenteerd van de baten van bomen Inzicht in voortgang op het gebied van: Verbonden Partijen, de CO₂-Prestatieladder en Duurzaamheid van de investeringen Brede Welvaart: de geactualiseerde staat van brede welvaart van Haarlem wordt gepresenteerd.

Aardgasvrij 2040: verantwoording realisatie t.o.v. doelstellingen CO₂-uitstoot De CO₂ reductie doelstelling voor Haarlem is een vermindering van 60% van de CO₂-uitstoot in 2030 ten opzichte van 2017, waarbij wordt gestreefd naar 65% om eventuele tegenvallers op te vangen. Met het actualiseren van de Routekaart Duurzaamheid begin 2023 (2022/1782261) zijn de doelstelling in 2030 en de jaarlijkse tussendoelstellingen vastgesteld. In de Programmabegroting 2025 - 2030 zijn de doelstellingen gepresenteerd, in dit jaarverslag zal er verantwoord worden over de CO₂-uitstoot ten opzichte van deze doelstellingen. De duiding in deze paragraaf richt zich op de CO₂ uitstoot tot en met 2024. In de programmatekst (beleidsveld 5.2) over energie wordt er daarnaast ook gerapporteerd over acties in 2025. De resultaten van deze acties op CO₂ reductie doelstelling van Haarlem worden volgend jaar zichtbaar in het jaarverslag. Nu de doelstelling voor 2030 snel dichterbij komt, ontstaat er tegelijkertijd de behoefte om te actualiseren en verder vooruit te kijken. Bij de actualisatie zal het uitvoeringsprogramma van het warmteprogramma bijvoorbeeld een groot deel van de input vormen. Tegelijkertijd wordt er de komende periode nagedacht over de periode na 2030, richting 2040, en welke ambities en doelstellingen daarbij passend en haalbaar zijn.

Haarlem blijft de manier van monitoring van de duurzaamheid(sthema’s) verbeteren en actualiseren. Dit om de voortgang steeds scherper te kunnen volgen en om een beter sturingsinstrument te ontwikkelen. Nieuwe indicatoren worden te zijner tijd voorgesteld als onderdeel van de doelenboom, zodat zij structureel kunnen worden opgenomen in de planning- en controlcyclus. Technische informatie De peildatum voor de gegevens is: 11 februari 2026 De gebruikte data zijn afkomstig uit de Regionale Klimaatmonitor. In de Regionale Klimaatmonitor wordt veel informatie gepubliceerd over het historische energiegebruik en CO₂-uitstoot voor provincies en gemeente. De informatie in de Klimaatmonitor is nuttig omdat het als datafundament kan fungeren om beleid mee te ontwerpen en evalueren. Het voordeel van het gebruik van de informatie uit de Klimaatmonitor is dat zo aansluiting kan worden gezocht bij (inter)nationale afspraken. Niet alle gegevens zijn compleet voor de gepresenteerde jaren, hierdoor zijn er op onderdelen berekeningen gemaakt op basis van trends of is het gemiddelde genomen van omliggende jaren. De gegevens van gasverbruik zijn temperatuur gecorrigeerd, waardoor er geen schommelingen zijn door bijvoorbeeld een milde of juist koude winter.

Duiding CO₂-uitstoot De CO₂-uitstoot wordt uitgedrukt in kilogram of ton (1.000 kilogram) Ter illustratie: 1 ton CO₂ is de uitstoot van ongeveer 6.000 kilometer rijden in een dieselauto. De CO₂ opslag van alle bomen in Haarlem, conform I-tree met 2.371.000 kg CO₂ opslag per jaar, compenseert ongeveer 0,4% van de CO₂-uitstoot per jaar uitgaande van basisjaar 2017.

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

31

Onderstaande tabel presenteert de CO₂-uitstoot voor de periode 2017 tot en met 2024. In de laatste kolom wordt de doelstelling voor het jaar 2024 weergegeven. Per transitiepad zal in de volgende pagina’s een nadere duiding van de CO₂-uitstoot gegeven worden. 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Wonen

163

164

164

160

161

136

121

125

% wonen van totaal

27%

27%

29%

34%

33%

32%

32%

34%

Werken % werken van totaal

86

85

79

69

72

61

55

49

14%

14%

14%

14%

15%

14%

14%

13%

Mobiliteit

112

110

107

81

83

79

81

78

% mobiliteit van totaal

18%

18%

19%

17%

17%

18%

21%

21%

Elektriciteit & Opwek

251

244

214

164

174

154

125

115

% Elektriciteit & Opwek van totaal

41%

40%

38%

35%

36%

36%

33%

31%

Totale CO₂ uitstoot

612

602

565

474

490

430

382

367

2024 Doel 151 76 107 161 495

De jaarlijkse CO₂-uitstoot in Haarlem is in 2024 ten opzichte van 2017 met 40% gereduceerd en daarmee 245 kton lager dan in 2017. Ten opzichte van het tussendoel van 2023 is de CO₂-uitstoot in 2023 128 kton lager. Voor de helft komt dat doordat de elektriciteit uit het net veel schoner (lagere emissiefactor) is. Sinds 2022 is een sterke daling te zien in het (temperatuur gecorrigeerde) gasverbruik. Naast alle activiteiten die de gemeente hierop onderneemt, heeft de hoge gasprijs in 2022 en 2023 invloed op het verbruik en het animo bij huishoudens voor reducerende maatregelen. De onderstaande tabel laat zien dat de daling van CO₂-uitstoot door aardgas en elektriciteit voor circa 65% te verklaren is door een dalende CO₂-emissiefactor voor elektriciteit, en voor circa 35% door een lager energieverbruik volledig bestaande uit lager gasverbruik. Met andere woorden, in Jaarverslag en Jaarrekening 2025

32

recente jaren is de daling van CO₂-uitstoot zowel toe te schrijven aan het feit dat elektriciteit steeds schoner wordt geproduceerd, als aan een lager aardgasgebruik. Verklaring verschil uitstoot aardgas en elektriciteit 2024 t.o.v. 2017

Energieverbruik

CO₂-emissiefactor

Aardgas

-37%

-1%

Elektriciteit

2%

-64%

Wonen Het transitiepad Wonen omvat het aardgas- en warmteverbruik van woningen.

Transitiepad Wonen Huurwoningen aardgas (in kton CO₂) Gasverbruik per huurwoning (in m3) Koopwoningen aardgas (in kton CO₂) Gasverbruik per koopwoning (in m3) Woningen warmte (in kton CO₂) Totale CO₂-uitstoot Wonen

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

67

66

66

64

64

54

48

50

-25%

1.086 1.067 1.058 1.003

983

825

734

746

-31%

96

82

72

74

-22%

983 1.002

-27%

95

97

97

95

1.366 1.367 1.355 1.321 1.325 1.119

2024 Verschil tov 2017

1

1

1

1

1

1

1

1

0%

163

164

164

160

161

136

121

125

-23%

De CO₂-uitstoot door gasverbruik in woningen is met 23% gedaald ten opzichte van 2017. Er is een lichte stijging in de uitstoot van 2024 ten opzichte van 2023. Zowel het gasverbruik per huur- als koopwoning is gestegen. De verklaring hiervoor is dat de gasprijs lager is en gebruikers daar hun gedrag op hebben aangepast. De toepassing van isolatiemaatregelen is in het jaar 2024 gelijk aan die van 2023 en zou dus moeten leiden tot een daling van het gasverbruik en dus CO₂-uitstoot. Woningcorporaties maken bij renovatieprojecten op complexniveau de isolatie op orde. Daarnaast worden alle overige lage energielabels (E, F en G), uitgezonderd monumenten, voor eind 2028 geïsoleerd naar minimaal een label D. De gemeente Haarlem verstrekt subsidie aan woningcorporaties als deze een extra labelstap doen bij deze woningen. Werken Het transitiepad Werken omvat het aardgas- en warmteverbruik van utiliteitsbouw, industrie en landbouw. Utiliteitsbouw is de verzamelnaam voor gebouwen voor publieke dienstverlening (gemeentelijk vastgoed, scholen, zorginstellingen, sport en cultuur) en voor commerciële dienstverlening (zoals detailhandel, horeca en kantoren). Transitiepad Werken (CO₂-uitstoot in kton) 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Verschil tov 2017 Overheid

5

3

3

3

3

2

2

1

-71%

Onderwijs

6

6

5

4

6

4

4

4

-38%

Zorg

13

13

13

11

12

11

10

9

-31%

Cultuur

4

4

4

3

4

3

3

3

-41%

Overige publieke dienstverlening

3

3

2

2

2

2

2

2

-47%

Commerciële dienstverlening

38

38

35

29

27

22

19

18

-53%

Industrie

17

18

17

16

18

16

15

13

-22%

Landbouw

1

1

1

0

0

0

0

0

-59%

Totale CO₂-uitstoot Werken

86

85

79

69

72

61

55

49

-43%

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

33

De CO₂-uitstoot door gasverbruik door utiliteit is met 43% gedaald ten opzichte van 2017. In 2020 was een sterke daling, onder meer door invloed van de coronamaatregelen en de hoge gasprijzen. In de jaren erna blijft de daling gestaag doorzetten, met name bij de industrie, commerciële dienstverlening en de zorg. Landelijke regelingen dragen bij aan deze daling, zoals de energiebesparingsplicht, de label C verplichting voor kantoren en subsidieregelingen zoals de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) en Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA). Daarnaast dragen lokale acties bij zoals de scans voor bedrijven in de Waarderpolder die kansen voor verduurzaming, energiebesparing en optimalisatie in beeld brengen. Ook de start van het Duurzaam Ondernemersloket, de actieve ondersteuning van kantooreigenaren om naar label C of beter te gaan, en de subsidie duurzame energie voor laadpalen, zonnepanelen en batterijopslag, dragen bij aan de daling. Mobiliteit Het transitiepad Mobiliteit gaat over alle mobiliteit in de stad. Denk hierbij aan auto’s, vrachtauto’s, bestelbusjes en het openbaar vervoer. Transitiepad Mobiliteit (CO₂-uitstoot in kton) Autobus

2017

2018

2019 3,8

202 0 3,2

202 1 2,8

202 2 2,5

202 3 2,4

202 Verschil tov 4 2017 2,3 -44%

4,1

4

Bestelauto

9,8

10,1

10,2

9,3

9,6

8,8

8,7

8,5

-13%

Personenauto Tweewielers

63,6

63,2

61,9

47,5

49,3

46,5

47,8

46,3

-27%

1,5

1,4

1,4

1,2

1,2

1,1

1

0,9

-40%

Zware bedrijfsvoertuigen

9,8

9,4

9,4

9,3

9,4

9,1

9,1

8,8

-10%

Mobiele werktuigen

20,1

20,9

20,1

10,4

10

9,9

10,8

9,9

-51%

Binnen- en recreatievaart

0,6

0,6

0,6

0,5

0,6

1,5

1

1,1

83%

Railverkeer

0,1

0

0

0

0

0

0

0

-100%

Totale CO₂-uitstoot Mobiliteit

109, 6

109, 6

107, 4

81,4

82,9

79,4

80,8

77,8

-29%

Het aandeel CO₂ blijft dalen, maar minder hard dan de voorgaande jaren. Ook zijn er veel fluctuaties in de cijfers te zien. Die zijn niet eenduidig te verklaren. Een de ene kant wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd door gemeentelijke maatregelen (nul-emissie, laadinfrastructuur, deelauto's), aan de andere kant blijft het autobezit licht stijgen. Haarlem heeft in september 2021 het Mobiliteitsbeleid en de bijbehorende uitvoeringsagenda vastgesteld. Het doel van het mobiliteitsbeleid is om de groeiende stad leefbaar en bereikbaar te houden. Er is dan ook voor gekozen om voorrang te geven aan schone manieren van vervoer, die zo min mogelijk ruimte innemen. Hier wordt op verschillende manieren aan gewerkt: er wordt gewerkt aan extra fietsvoorzieningen zoals stallingen en fietspaden. Zo wordt er bijvoorbeeld dit jaar gewerkt Lodewijk van Deijssellaan, Paul Krugerstraat en Slaperdijkweg. Daarnaast is de fietsenstalling Houtplein geopend. Ook is per 1 juni 2025 de nul-emissiezone voor bestel- en vrachtauto's van kracht. Tot 1 maart 2026 worden er waarschuwingen uitgedeeld in plaats van boetes. De komende jaren wordt de nul-emissiezone gefaseerd steeds strenger. In 2030 moeten alle bestel- en vrachtauto's nagenoeg uitstootvrij zijn. De voorbereidingen voor de invoering van een nulemissiezone voor brom- en snorfietsen zijn ook in 2025 gestart.

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

34

Het aandeel elektrische auto's dat in Haarlem geregistreerd is, is in de programmatekst van beleidsveld 4.3 opgenomen. Uit de gegevens blijkt dat het aantal en aandeel elektrische auto’s in Haarlem stijgt en dat is conform de landelijke trend. Onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal publieke laadpunten en (semi) publieke snellaadpunten. Het plaatsen van publieke laadinfra gaat in Haarlem conform de vastgestelde beleidsregels laadinfra: iedereen die in Haarlem woont of werkt, over een elektrische auto beschikt, niet kan laden op eigen terrein en geen publieke laadvoorziening binnen 300 meter beschikbaar heeft, kan een publieke laadpaal aanvragen. De uitrol van publieke laadinfrastructuur vindt plaats door een samenwerking tussen de gemeente en Laadwerk (voormalige MRA-E). In 2026 worden naast de uitbreiding van het reguliere laadnetwerk extra laadpalen in parkeergarages Raaks en Cronjé geplaatst. Daarnaast worden er in 2026 vijf publieke snellaadlocaties aangelegd. Eind van het eerste kwartaal 2026 wordt de nieuwe Laadvisie met bijbehorende Uitvoeringsagenda vastgesteld in de gemeenteraad. Laadinfrastructuur

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Publieke laadpunten*

311

505

581

768

839

917

(semi) publieke snellaadpunten

8

8

8

14

37

41

*dit betreft de publieke laadpunten die in samenwerking met Laadwerk geplaatst zijn

Elektriciteit en opwek Het transitiepad Elektriciteit en opwek gaat over de emissies die gepaard gaan met Haarlems elektriciteitsverbruik en over lokale opwek van schone elektriciteit. Transitiepad Elektriciteit en opwek (CO₂-uitstoot in kton)

2017

2018 2019 2020 2021

2022 2023 2024

Wonen: Huur Wonen: Koop Werken: Publ. dienstv. en landbouw* Werken: Commerciële dienstv. Werken: Datacenters Werken: Industrie Totale CO₂-uitstoot Electriciteit en opwek

31 48 40 57 40 33 249

29 45 38 52 43 37 244

18 27 19 31 33 26 154

25 39 30 48 41 32 214

20 31 22 33 33 25 164

21 33 22 35 36 28 174

14 21 15 28 27 20 125

13 20 14 26 25 17 115

* ‘Werken: Publ dienstv. en landbouw’ bestaat uit de categorieën: overheid, onderwijs, zorg, cultuur, overige publieke dienstverlening en landbouw.

CO₂-uitstoot is 134 kton lager in 2024 in het transitiepad Elektriciteit en opwek ten opzichte van 2017. Een dalende emissiefactor is de voornaamste reden van de dalende CO₂-uitstoot. Ook daalt het verbruik – behalve datacenters, industrie en commerciële dienstverlening, van alle sectoren. Per transitiepad en sector is in onderstaande tabel te zien of de daling CO₂ ligt aan het verbruik of de emissiefactor. Verschil Elektriciteit uitgesplitst in verbruik en impact van de emissiefactor 2024 t.o.v. 2017 Wonen: Huur Wonen: Koop Werken: Overheid Werken: Onderwijs Werken: Zorg Werken: Cultuur Werken: Overige publieke dienstv. Werken: Commerciële dienstv. Werken: Datacenters

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

Verbruik CO₂emissiefactor -8% -92% -12% -88% -45% -55% -25% -75% -24% -76% -35%

-65%

-48% 4% 111%

-52% -104% -211%

35

Verschil Elektriciteit uitgesplitst in verbruik en impact van de emissiefactor 2024 t.o.v. 2017 Werken: Industrie Werken: Landbouw Totaal

Verbruik CO₂emissiefactor 34% -134% -66% -34% -68%

-32%

Haarlem heeft in 2024 een groei van 19,6% aan zonnestroom behaald, ten opzichte van 2023. Dat resulteert in totaal 225 Terajoule (TJ) aan schone lokaal opgewekte elektriciteit. Haarlem loopt lichtelijk achter met de tussendoelen van het Actieplan schone energie. De redenen hiervoor staan beschreven in de informatienota Voortgang actieplan schone energie (2024/1036795). Sinds 18 oktober 2023 is er in de regio Haarlem sprake van netcongestie. In het hoofdlijnenakkoord van het vorige kabinet (PVV, VVD, NSC en BBB) stond het voornemen om de salderingsregeling in 2027 per direct af te schaffen. Daarnaast was er onduidelijkheid over de terugleververgoeding. Deze ontwikkelingen hebben er waarschijnlijk voor gezorgd dat particulieren en bedrijven (tijdelijk) terughoudend zullen zijn geweest om zonnepanelen aan te schaffen.

Circulaire stad 2040 De transitie naar een circulaire economie kent meer doelen dan alleen de inzet op CO₂-reductie. Waar de energietransitie focust op broeikasgasemissies, draait de circulaire economie om het sluiten van kringlopen en het verlagen van de totale milieudruk. Deze indicatoren zijn in de Kadernota 2025, Programmabegroting 2025 en Kadernota 2026 geïntroduceerd. In de Programmabegroting 2026 is op basis van de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) 2025 een eerste nulmeting voor de regio Haarlem gepresenteerd. Het geactualiseerde Nationale Programma Circulaire Economie 2025 Tegelijkertijd met het samenstellen van de programmabegroting kwam het geactualiseerde Nationale programma Circulaire economie 2025 (NPCE) uit. In het nationaal programma worden zaken anders geformuleerd of georganiseerd, bijvoorbeeld transitieagenda’s worden nu opgepakt binnen ketentafels. Ten opzichte van de vorige versie van het nationale programma is de transitie van Voedsel en Biomassa geen onderdeel meer van het nationale Circulaire economie programma. Daarnaast zijn er drie nieuwe nationale doelen geformuleerd. De doelen zijn gericht op het behouden van grondstoffen in de economie, het vervangen van grondstoffen door biogrondstoffen en secundaire grondstoffen en het besparen van grondstoffen.

Met behulp van de vier knoppen vermindering van grondstoffen, substitutie van grondstoffen, levensduurverlenging en hoogwaardige verwerking kan de samenleving draaien om de transitie vorm te geven. 3.

Een enkel doel bleek niet voldoende In de afgelopen jaren is het besef ontstaan dat de circulaire economie meer is dan alleen het reduceren van het gebruik van primaire grondstoffen. Alleen sturen op de afname van grondstoffen Jaarverslag en Jaarrekening 2025

36

biedt geen garantie voor de uiteindelijke impact: kleinere leveringsrisico’s en een lagere milieudruk. Grondstoffen gaan door verschillende fasen (winning, verwerking, gebruik, afval) die elk een eigen circulaire strategie vereisen. Daarom zijn meerdere doelen nodig. Doelen die zich niet alleen richten op het behouden van grondstoffen, maar ook op het vervangen en besparen van grondstoffen. Deze doelen (behouden, vervangen en besparen) zijn onderling afhankelijk en versterken elkaar: zo worden bijvoorbeeld grondstoffen in de economie behouden door afval te verminderen en te zorgen voor hoogwaardige recycling. Door recycling ontstaat vervolgens nieuw aanbod van materiaal dat fossiele of primaire grondstoffen kan vervangen. Deze doelen voor 2035 vervangen de huidige doelstelling voor halvering van het primair abiotisch grondstoffengebruik in 2030. De doelen voor 2035 zijn vertaald in tussendoelen voor 2030. • Tussendoel 2030: in 2030 wordt minimaal 80% van het Nederlandse afval gerecycled en minimaal 11% op een hoogwaardige manier. • Tussendoel 2030: het aandeel duurzame biotische en secundaire grondstoffen binnen het totale grondstoffengebruik is in 2030 minimaal ongeveer 50%. Fossiele en biotische energiedragers zijn bij dit doel uitgesloten. • Tussendoel 2030: het grondstoffengebruik is in 2030 6% lager dan in 2016.

Fossiele en biotische energiedragers zijn uitgesloten bij dit doel. Betekenis nieuwe doelen voor Haarlem Uit de nulmeting en de beschikbare informatie was al naar voren gekomen dat de transitie naar een circulaire economie met minder milieu-impact niet enkel kan worden gemeten of bereikt worden door het reduceren van de kilotonnen gewicht die naar de regio komen. Op basis van de in de Programmabegroting 2026 gepresenteerde cijfers bleek de agglomeratie Haarlem al bijna 45,9% minder primaire en abiotische grondstoffen naar de regio te hebben gehaald sinds 2017. Een grote reductie in gewicht zou op basis van de oude doelstelling suggereren dat Haarlem al goed op weg was naar een circulaire economie. Haarlem sluit zich aan bij de opmerking van het Rijk dat “de richtinggevende halveringsdoelstelling voor 2030 mobiliserend en motiverend heeft gewerkt, zowel binnen Nederland als internationaal.” Naar verwachting in de Programmabegroting 2027 zal de betekenis van de nieuwe doelstellingen zijn omgezet naar de regio Haarlem. Motie Gezond en klimaatwaardig, meer inzet op de transitie naar plantaardig Ondanks dat het Rijk Biomassa en voedsel uit het Circulaire economie programma lijkt te hebben geschrapt blijft Haarlem aandacht houden voor een duurzame voedselomgeving. Voedsel en biomassa kent een grote milieuimpact in Haarlem.

Naar aanleiding van de aangenomen motie ‘gezond en klimaatwaardig, meer inzet op de transitie naar plantaardig’ tekent Haarlem op 29 januari 2026 de ‘Plantbased Treaty’ en sluit zich daarmee aan bij de wereldwijde beweging voor een duurzaam, plantaardig voedselsysteem. Aansluitend zet het college de reeds ingezette koers voort om de verhouding plantaardige eiwitten in het voedingspatroon te verschuiven van 40 procent naar 60 procent in 2030 en deze trend daarna doorzetten. Dit is ook opgenomen in de informatienota ‘’Actieprogramma circulaire economie: voortgang actielijn voedsel.’’ Besluit: De motie Gezond en klimaatwaardig, meer inzet op de transitie naar plantaardig als afgedaan te beschouwen, nu met bovenstaande maatregelen hier uitvoering aan is gegeven. Circulair inkopen Haarlem koopt duurzaam in op basis van de MRA-ambities voor circulair inkopen en opdrachtgeven. Binnen deze ambities worden ook klimaatbewust inkopen en maatschappelijk verantwoord inkopen Jaarverslag en Jaarrekening 2025

37

gerekend. Volgens de MRA-meetmethode behaalde de gemeentelijke organisatie in 2024 een score van 72,6%, een stijging ten opzichte van 37% in 2019. Haarlem voldoet hiermee sinds 2021 al aan de bestuurlijke MRA-doelstelling van 50% circulair inkopen in 2025. In 2026 wordt duidelijk of deze ambitie door de gehele Metropoolregio Amsterdam wordt gehaald. Voor verdere duiding bij deze indicator, wordt verwezen naar programma 7. Initiatiefvoorstel Duurzame initiatieven versterken In 2025 heeft de raad van Haarlem het initiatiefvoorstel Duurzame initiatieven versterken aangenomen. De hieraan verbonden middelen zijn over de jaarschijven verdeeld. Reeds in 2025 is de werving gestart voor een nieuwe initiatievenmakelaar, deze is begin 2026 begonnen. Wat betreft de overige geprioriteerde aanbevelingen zal in 2026 de initiatievenmakelaar aanvangen met het gevraagde onderzoek naar een complementaire economie. Over de inzet van de extra financiële ruimte voor de versterking van het subsidieprogramma Circulaire initiatieven komt begin 2026 een collegebesluit (2026/60909) naar de raad. Daarnaast wordt binnen de organisatie gekeken hoe de bestaande webpagina voor tijdelijk gebruik gemeentelijke panden of grond op een betere en transparantere manier beschikbaar gesteld wordt voor initiatieven in de gemeente.

Duurzaamheid van de investeringen Voor de periode 2023-2031 is in 2023 door de raamcontractpartners op civiele projecten een gezamenlijk duurzaamheidsmanagementplan opgesteld. Begin 2024 is dit plan overeengekomen. Het duurzaamheidsmanagementplan moet ervoor zorgen dat de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen een fysieke invulling krijgen in de projecten in de openbare ruimte. Binnen het duurzaamheidsmanagementplan vallen de volgende zes onderwerpen: 1) Circulaire grondstoffenhub, 2) Elektrisch materieel, 3) Duurzaamheidsdashboard, 4) Communicatie met stakeholders, 5) Kennisdeling, en 6) Biodiversiteit & klimaatadaptatie. Circulaire grondstoffenhub Op 27 november 2024 is de Haarlemse circulaire grondstoffenhub geopend. De circulaire grondstoffenhub is een fysieke locatie waar materialen en grondstoffen die uit de openbare ruimte van Haarlem komen tijdelijk worden opgeslagen. Deze worden getoetst op geschiktheid (kwaliteit en herbruikbaarheid), schoongemaakt, geregistreerd en zichtbaar gemaakt aan alle partners die in opdracht van gemeente Haarlem werken aan de openbare ruimte. De materialen en grondstoffen kunnen worden opgehaald en ingezet in Haarlem voor hergebruik. 2025 was het eerste volledige jaar dat de grondstoffenhub in werking is geweest. Begin 2026 is de balans opgemaakt. In het eerste jaar zijn ca.

8.300 m2 aan bestratingsmaterialen en 1.800 meter kantopsluitingen vanuit projecten naar de hub gebracht en daarvan zijn ca. 3.800 m2 aan bestratingsmaterialen en 800 meter kantopsluitingen weer in projecten hergebruikt. Door hergebruik van materialen zijn bijna 15.000 MKI-EUR en 144 ton CO₂-eq vermeden door de grondstoffenhub in 2025. Dit behaalde resultaat ligt lager dan de vooraf gestelde ambitie van 25.000 MKI-EUR en 400 ton CO₂-eq. Belangrijke oorzaken hiervan zijn: 1) De projecten in uitvoering zijn maar beperkt voorbereid op hergebruik van materialen. In 2025 zijn 8 herinrichtingsprojecten in uitvoering geweest, van deze projecten zijn 7 projecten opgestart onder de vorige raamcontracten (vóór 2023). Bij deze projecten is in de voorbereiding maar beperkt rekening gehouden met hergebruik van materialen. 2) Er zit een vertraging tussen binnenkomende materialen en uitgaande materialen op de grondstoffenhub. Materialen kunnen immers pas worden hergebruikt nadat deze beschikbaar zijn gemaakt, daardoor is de vraag ook wel eens groter geweest dan het aanbod. Jaarverslag en Jaarrekening 2025

38

Bij de opening was de grondstoffenhub nagenoeg leeg en geleidelijk aan raakt de grondstoffenhub steeds meer gevuld. Een aanzienlijk gedeelte van de materialen op de grondstoffenhub is reeds gereserveerd door projecten. Zo zijn de trottoirtegels op de grondstoffenhub op dit moment voor 100% gereserveerd voor hergebruik in projecten. 3) In 2025 zijn relatief weinig woonstraten (met elementenverharding) in uitvoering gegaan, daarnaast zijn een aantal projecten die in 2025 in uitvoering zouden starten om verschillende redenen vertraagd of op on-hold gezet. De projecten en beheerpartners weten ondertussen goed de weg te vinden naar de grondstoffenhub. In 2025 is door bijna 40 projecten/onderhoudslocaties gebruikgemaakt van de grondstoffenhub. Gedurende het jaar zijn veel stappen gezet om het werken met de grondstoffenhub te bevorderen.

Denk hierbij aan: 1) het verbeteren van het duurzaamheidsmanagement proces om de civiele projecten vroegtijdig voor te bereiden op hergebruik van materialen; 2) het inregelen van de CircuTool voor het managen van de grondstofstromen tussen projecten (onderling) en de grondstoffenhub en daarbij het doen van materiaalreserveringen; 3) het terrein en loods benutten vanuit meerdere initiatieven, denk hierbij aan opslagruimte voor ‘De Haarlemse Houtketen’, een werkplaats voor het opknappen van openbare verlichting en verkeersregelinstallaties, laadinfrastructuur en kantoorunits voor werkplekken; 4) Verbreding van de geaccepteerde materialen naar straatmeubilair en specials; 5) verdere uitwerking van het proces voor beoordeling en acceptatie van materialen; 6) Meer inzetten op kennisdeling. Zero Emissie materieel In 2024 heeft Haarlem het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) - basisniveau ondertekend. Door ondertekening van het convenant SEB mag Haarlem jaarlijks tot € 1 miljoen SPUK-SEB subsidieaanvragen bij het Rijk voor de inzet van Zero Emissie materieel. In 2025 zijn drie subsidiebeschikkingen verleend, voor een totaalbedrag van € 801.876. Vanaf 2026 mag meer dan € 1 miljoen per jaar worden aangevraagd, mits het totaal aangevraagde bedrag t/m 2030 binnen de € 5 miljoen blijft.

Ook is er vanaf 2026 een vergoeding beschikbaar voor de administratieve lasten van de subsidieaanvraag en verantwoording. Hierdoor kan het ook voor kleinere projecten interessant zijn om de SPUK-SEB subsidie aan te vragen. Duurzaamheid in 2025 bij raamcontractprojecten In 2024 is gestart met het monitoren van de KPI’s op een aantal GWW projecten. In 2025 is het aantal gemonitorde projecten meer dan verdubbeld. De projecten bevinden zich voornamelijk nog in de ontwerpfase van het Haarlems Civiel Planproces (HCPP). Omdat de meeste projecten nog niet in de uitvoeringsfase zitten, zijn er nog mogelijkheden om bij te sturen waar dat nodig is om de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen te behalen. Onderstaand een overzicht met de voorlopige ontwerpresultaten en (prognoses van) de realisatieresultaten. Dit betreft een gemiddelde van de projectresultaten. KPI

1. MKI reductie

Voorlopig ontwerp resultaat (2025) 42%

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

(prognose) realisatie

Doelstelling (2025)

Aantal projecten gemeten

Opmerking

60%

>50%

9

t.o.v. referentiejaar 2017

39

KPI

2. Aandeel primaire grondstoffen 3. Materialenpaspoort aanwezig 4. Bijdrage circulaire grondstoffenhub

5. CO₂ reductie 6. Inzet ZE materieel 7. Percentage groen

Voorlopig ontwerp resultaat (2025) 47%

(prognose) realisatie

Doelstelling (2025)

Aantal projecten gemeten

40%

<50%

5

-

100%

100%

5

van toepassing op oplevering

-

15.000 MKI-EUR 144 ton CO₂-eq 40% 37% 32%

25.000 MKIEUR 400 ton CO₂-eq 2024/1370323 23,4% 30%

-

Het resultaat betreft alleen de verhardings-materialen die reeds zijn hergebruikt in projecten t.o.v. referentiejaar 2017

30% 32%

6 4 16

Opmerking

Waarom varieert het aantal projecten dat is gemonitord? Per KPI varieert het aantal gemeten projecten. De reden daarvoor is hoofdzakelijk dat de projecten die zijn opgestart onder de oude raamcontracten nog geen verplichting hadden om op de KPI’s te rapporten. Echter heeft een aantal van die projecten er wel voor gekozen om bepaalde berekeningen toch wel uit te voeren, omdat deze informatie bijvoorbeeld nodig was voor het maken van ontwerpkeuzes. Kennisdeling Kennisbank Duurzame Maatregelen De kennisbank is onderdeel van het duurzaamheidsmanagementplan waarin is beschreven hoe de gemeente en ketenpartners gezamenlijk invulling zullen geven aan duurzaamheidsthema’s in projecten. Het doel hiervan was de toegepaste duurzame innovaties en maatregelen uit diverse projecten binnen Haarlem te verzamelen en kennisdeling te faciliteren om toepassing in nieuwe projecten mogelijk te maken. Deze kennisbank is toegankelijk voor de gemeente en raamcontractpartners en sluit aan op bestaande processen binnen het HCPP. Leerlijn Duurzame Grond- Weg- en Waterbouw (GWW) In 2025 is de Leerlijn Duurzame GWW ontwikkeld en op 28 januari 2026 is de leerlijn gelanceerd. De leerlijn bestaat uit zes video’s en één fysieke bijeenkomst. Elke video zoomt in op één specifieke fase van het Haarlems Civiel Planproces (HCCP).

En telkens staat de rol van het projectteam centraal: wat moet je doen, waar moet je op letten, en welke hulpmiddelen kan je gebruiken? Het is ontworpen door de projectteams die werken binnen het HCPP. De opdrachtgever, procesmanager en de ingenieursbureaus komen aan het woord en vertellen de collega’s hoe duurzaamheid kan worden toegepast in de Haarlemse Grond, Weg en Waterbouwprojecten. Klimaatbestendige stad 2050 Gemeente Haarlem heeft als doel gesteld om in 2050 een klimaatadaptieve stad te zijn, dit is in lijn met de landelijke doelstelling uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Met de doelstelling om een klimaatbestendige stad te zijn, beoogd Haarlem zich voor te bereiden en de stad zodanig in te richten dat effecten van klimaatveranderingen opgevangen kunnen worden. Er komt extremer weer: de kans op een hittegolf neemt toe, de kans op buien met een hogere intensiteit neemt toe, maar het kan ook langdurig droog zijn. Begin 2024 is het Plan Stedelijk Water 2024-2033 (2023/1554669) vastgesteld. Dit Plan Stedelijk Water beschrijft de maatregelen voor het kunnen beheren van het rioolsysteem, legt de basis voor het verbeteren van het grond- en oppervlaktewater en beschrijft hoe Haarlem klimaatbestendig wordt gemaakt. In Nederland worden de plannen geënt op de KNMIklimaatscenario’s.

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

40

Om erachter te komen of een gebied klimaatbestendiger wordt, moet de ontwikkeling van indicatoren over een langere tijd worden gevolgd. Het jaar 2024 is hiervoor het startpunt. Enkele indicatoren zijn ook voor voorgaande jaren beschikbaar. Zoals in het vorige jaarverslag opgenomen; betreft dit een proefopstelling van indicatoren voor het monitoren van de klimaatbestendige stad. De meeste relevante indicatoren worden op het eerstvolgende moment voorgelegd aan de gemeenteraad als voorstel voor indicatoren binnen de doelenboom. Daarna wordt het gebruikelijke ritme gevolgd: bij de begroting worden streefwaarden vastgesteld en in het jaarverslag wordt teruggekeken op de ontwikkeling van de indicatoren en de voortgang richting een klimaatadaptieve stad. Op deze manier ontstaat meer zicht op trends in de tijd en kan, indien nodig, tijdig worden bijgestuurd. Wateroverlast R/S

Aantal m1 vervangen, nieuwe aangelegde en gerelinede hemelwateriool 5.170 3.974 1.231 827 3.065 1.667 1.914 (2018) (2019) (2020) (2021) (2022) (2023) (2024)

4.000 S (2025)

29* R (2025)

Bron: Registratie Riool- en drainageleidingen, 16-01-2026 * Door vertraging in het verwerken van revisies geeft dit nog geen goed beeld.

In vergelijking met het vorige jaarverslag valt op dat veel revisies na 2021 zijn verwerkt in het beheerbestand. Alleen het jaar 2021 is ongewijzigd gebleven. Net als vorig jaar lopen de revisies voor het afgelopen jaar nog achter en geven daarom nog geen goed beeld.

R/S

Aantal kwetsbare panden bij bui 70mm/uur (1x per 100 jaar) 2.094 2024 S (2025)

-* R (2025)

Bron: BGT panden kaart.haarlem.nl, 10-02-2025 i.c.m. BGT++, 2023 * Deze indicator wordt eens in de 5 à 6 jaar bijgewerkt.

Het aantal kwetsbare panden (2.094 van de 52.229 hoofdgebouwen) is bepaald in het BRP++ op basis van een aantal aannames.

R/S

Percentage wegen waar > 10cm water blijft staan bij een neerslaggebeurtenis die 1x per 100 jaar voorkomt 20,90% -* -2024 S (2025) R (2025)

Bron: BGT wegdeel kaart.haarlem.nl, 10-02-2025 i.c.m. BGT++, 2023 * Deze indicator wordt eens in de 5 à 6 jaar bijgewerkt.

Om de totale kwetsbaarheid aan te geven is het percentage wegen waar meer dan 10 centimeter water op komt te staan ook belangrijk (20,9%). Bij 10 centimeter water op straat is de kans aanwezig dat de omliggende panden met een laag instroompunt ook water in het pand krijgen.

R/S

Aantal knelpunten met wateroverlast die zijn aangepakt 0 -2024 S (2025)

1 R (2025)

Bron: BBOR Water en Klimaat

In het Plan Stedelijk Water (vastgesteld februari 2024) zijn 20 wateroverlastknelpunten vastgesteld. In 2025 is wateroverlast in het Hof van Egmond aangepakt door de aanleg van een WADI. Aantal strekkende meter aangelegde watergangen (doelstelling Plan Stedelijk Water 2024 - 2050: 7.150m) R/S

400 -2023

80 -2024

S (2025)

250 R (2025)

Bron: BBOR Water en Klimaat

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

41

In 2025 is de verbinding gemaakt langs de Vergierdeweg tussen de watergang langs begraafplaats Akendam en het water langs de Vondelweg Grondwater: de meerjarige trend in de RHG (gemiddelde van alle jaargemiddelden in m-mv) 0,7 S (2025)

R/S

0,97 R (2025)

Bron: Grondwatermeetnet Haarlem

In 2024 is een geautomatiseerd grondwatermeetnet geïnstalleerd in heel Haarlem, dat het oude meetnet vervangt. 112 meetpunten zijn voorzien van telemetrische dataloggers die ieder uur telemetrisch bemeten en deze metingen ontsluiten via software. Er is volgens het gemeentelijk beleid sprake van een structureel hoge grondwaterstand indien die gedurende meer dan 10 procent van een jaar (36 dagen) hoger is dan de richtwaarde van 0,70 m beneden maaiveld (m -mv) in de openbare ruimte, de zogenaamde representatieve hoge grondwaterstand (RHG). De gemiddelde RHG’s van alle peilbuizen is 0,96 m -mv, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de norm. Om echt representatief te kunnen zijn moet de RHG berekend worden over 3 jaar. Maar de jaarlijks berekende waarde geeft ook aan wat de ontwikkeling is in de gemiddelde overlast per jaar.

R/S

Aantal meter vervangen of nieuwe aangelegde drainage (doelstelling Plan Stedelijk Water 2024 - 2050: ca. 80.000m) 4.737 5.331 1.080 508 2.929 1.271 1.148 3.000 351* (2018) (2019) (2020) (2021) (2022) (2023) (2024) S (2025) R (2025)

Bron: Registratie Riool- en drainageleidingen, 16-01-2026 * Door vertraging in het verwerken van revisies geeft dit nog geen goed beeld.

Net als bij het aantal m1 vervangen, nieuwe aangelegde en gerelinede hemelwaterriool valt op dat, in vergelijking met het vorige jaarverslag, veel revisies zijn verwerkt in het beheerbestand na 2021. Ook deze lopen voor het afgelopen jaar echter nog achter en geven daarom nog geen goed beeld voor 2025. Hittestress Aantal knelpunten met hittestress die zijn aangepakt R/S

0

-

1

-2024

S (2025)

R (2025)

Bron: BBOR Water en Klimaat

In het Plan Stedelijk Water (vastgesteld februari 2024) zijn 18 hittestress knelpunten vastgesteld. In 2025 is één project uitgevoerd: Basisschool Veronica Jenaplanschool: in de directe omgeving is verharding verminderd en groen en schaduw aangebracht.

R/S

Percentage panden met <300 m afstand tot koelte 64% -2021

-2022

-2023

-

Nnb

-*

-2024

S (2025)

R (2025)

Bron: Klimaateffectatlas, TAUW & Hogeschool Amsterdam, 2021) * Deze indicator wordt eens in de 5 à 6 jaar bijgewerkt.

Voor de indicator “Afstand tot koelte” wordt een kaart uit de landelijke Klimaateffectatlas als basis gebruikt. Ongeveer elke 6 jaar worden deze vernieuwd. Zodra er een update is wordt een nieuwe uitkomst van deze indicatoren gerapporteerd. Dit is gecombineerd met gegevens over koele plekken

Jaarverslag en Jaarrekening 2025

42

(een openbaar toegankelijke plek met ten minste 200 m2 schaduw bij de hoogste zonnestand). Meer uitleg over de indicator “Afstand tot koelte” is te vinden op: https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/afstand-tot-koeltekaart. In de kaart zitten een aantal onvolkomenheden die de komende jaren worden verbeterd, dit levert ook een hoger % op en tegelijk wordt gewerkt aan het creëren van meer koele plekken Gemiddelde % schaduw op langzaam verkeerroutes R/S

52%

40%

-*

-2024

S (2025)

R (2025)

Bron: Klimaateffectatlas, Cobra Groeninzicht, 2024) * Deze indicator wordt eens in de 5 à 6 jaar bijgewerkt.

De Schaduw op wandel- en fietspaden wordt bepaald in een schaduwberekening. Hierna wordt de schaduw gekoppeld aan de oppervlakken van de wandelpaden, fietspaden en voetgangersgebieden uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Hieruit wordt het schaduwpercentage bepaald. Meer uitleg over de indicator “Schaduw op wandel- en fietspaden” is te vinden op: https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/schaduw-op-wandel-en-fietspaden In 2024 bedraagt het gemiddelde schaduwpercentage 52%. Daarmee voldoet Haarlem ruimschoots aan de gehanteerde streefwaarde van 40%. % verhard oppervlak, inclusief erf R/S

58,50%

58,60%

58,60%

58,50%

-

58,60%

-2021

-2022

-2023

-2024

S (2025)

R (2025)

Bron: BGT

Deze indicator wordt ingevuld op basis van een bestaande registratie, namelijk de samenhangende objectenregistratie (SOR) “(on)verhard oppervlak/water”. De registratie geeft inzicht in het ruimtegebruik op basis van een indeling van SOR-categorieën voor de hoofdgroep klimaatadaptatie. Door de voortdurende ontwikkelingen in nieuwbouw wordt dit % vooralsnog niet lager. Droogte Grondwater: de meerjarige trend in de RLG (gemiddelde van alle peilbuizen per jaar in m-NAP) R/S

S (2025)

0,83 R (2025)

Bron: Grondwatermeetnet Haarlem

In 2024 is een geautomatiseerd grondwatermeetnet geïnstalleerd in heel Haarlem, dat het oude meetnet vervangt. 112 meetpunten zijn voorzien van telemetrische dataloggers die ieder uur telemetrisch bemeten en deze metingen ontsluiten via software. Om een trend in droogte te kunnen bepalen gebruiken we jaarlijks de berekende waarde van de zogenaamde Representatieve Lage Grondwaterstand (RLG). Dit geeft een beeld van hoe diep het grondwater zakt in droge perioden en is per definitie gedurende 10% van de tijd in een jaar, wat overeenkomt met 36 dagen per jaar. Om echt representatief te kunnen moet hij berekend worden over 8 jaar. Maar de jaarlijks berekende waarde geeft ook aan wat de ontwikkeling is in de droogte per jaar. Er kan nu pas 1 RLG-waarde worden berekend. Er is geen richtwaarde voor lage grondwaterstanden, omdat dat te veel verschilt per plek. Groene baten In het groenbeleidsplan ‘Haarlem gaat op groen!’ zijn verschillende doelen gesteld op het gebied van een groene en klimaatbestendige stad en biodiversiteit in de stad. Naast het aantal gemeentebomen Jaarverslag en Jaarrekening 2025

43

in de stad, is de kwaliteit van de gemeentebomen en daarmee de hoeveelheid ecosysteemdiensten die deze gemeentebomen leveren dus van groot belang in het beheer van het groen. Bij het stellen van doelen ontstaat de behoefte om te meten en te reflecteren. De gemeente Haarlem werkt daarom continue aan het verbeteren van de datakwaliteit van haar assets. Met data over het Haarlemse gemeentebomenbestand kunnen we steeds beter inzichtelijk maken wat de baten zijn van alle Haarlemse gemeentebomen voor de inwoners. Belangrijke baten zijn bijvoorbeeld, de opname van CO2 met de resulterende vastlegging van koolstof, de verkoeling die gemeentebomen leveren door onder andere beschaduwing en het afvangen van regenwater en luchtverontreinigende stoffen. Om de ecosysteemdiensten van de Haarlemse gemeentebomen inzichtelijk te maken en kwantitatief te kunnen uitdrukken, is er gebruik gemaakt van de rekentool i-Tree Eco en zijn er ruim 60.690 gemeentebomen geanalyseerd. Bij deze berekening ligt de focus op de volgende ecosysteemdiensten: 1) hoeveelheid vastgelegde koolstof (in kilogram), 2) jaarlijkse hoeveelheid extra opname van koolstof (kilogram per jaar), 3) jaarlijkse hoeveelheid afgevangen regenwater (liters per jaar) *, en 4) jaarlijkse hoeveelheid afgevangen luchtvervuiling (kilogram per jaar).

* De hoeveelheid regenwater afvang is sterk afhankelijk van de neerslag gegevens in het betreffende jaar.

In bovenstaande afbeelding is te zien dat van het gemeentelijk bomenareaal 60.690 bomen zijn geanalyseerd. Dit is het aantal bomen uit het gehele gemeentelijk bomenareaal dat op dit moment van een stamdiameter en soortnaam is voorzien. De geanalyseerde gemeentebomen hebben in totaal 29,88 miljoen kg aan koolstof opgeslagen. Daarbij nemen deze gemeentebomen in hun huidige staat jaarlijks nog 952 duizend kg koolstof op, welke ze vervolgens weer vastleggen. Daarnaast vangen de gemeentebomen elk jaar 33,4 miljoen liter regenwater op en vangen ze 60,5 duizend kg aan luchtvervuiling af per jaar. Voor de berekeningen zijn de variabele soortnaam en stamdiameter de minimale vereisten. Om de kwaliteit van deze data te verbeteren, is vanaf 2024 gestart met het inmeten van de stamdiameter standaard tijdens de Boom Veiligheid Controles die door onderhoudspartner Spaarnelanden wordt uitgevoerd. Hiermee wordt elke boom minimaal één keer in de drie jaar beoordeeld. Door deze actualisatie van de beschikbare data zullen de baten in de eerste jaren fluctueren. De toenames in koolstof opslag zullen voor nu dan ook voornamelijk te danken zijn aan het de toename van bomen die worden meegenomen in de berekeningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17011037/1