1. Informatienota woonwagenbeleid
Tekst van het document
Informatienota
Onderwerp Informatienota woonwagenbeleid Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2026/49973 Roduner, F.J. & Wienen, J. 4.1 Wonen en woningbouw en 6.3 Openbare Orde en Veiligheid ECDW Veldhoven, J. jveldhoven@haarlem.nl Het Haarlemse woonwagenbeleid wordt uitgevoerd langs twee sporen, namelijk het toevoegen van standplaatsen op nieuwe locaties én het uitvoeren van verbeterplannen op bestaande locaties, waarbij ook de mogelijkheid tot inbreiding onderzocht wordt. Deze inzet heeft geleid tot concrete stappen en investeringen, maar laat ook zien dat de opgave meerjarig en complex van aard is. Daarmee overstijgt de opgave de huidige inrichting. De woonwagenopgave betreft niet alleen een fysieke ontwikkeling, maar sterk verweven sociale (cultureel), financiële, politiek-bestuurlijke en participatieve componenten. Om tempo te maken, uitvoering meerjarig te borgen en positieve doorbraken te forceren, zowel in het verbeteren van bestaande locaties als in het realiseren van nieuwe standplaatsen, is een andere aanpak noodzakelijk. Het college heeft drie scenario’s verkend: het stoppen met de huidige aanpak, het voortzetten van de huidige aanpak en het intensiveren van de aanpak via een stevigere programmatische inrichting. Het college geeft in de overweging mee dat continueren van de huidige aanpak onvoldoende resultaat oplevert. Het college biedt deze informatienota met mogelijke scenario’s aan in een uitzonderlijke bestuurlijke context.
De komende periode wordt gekenmerkt door gemeenteraadsverkiezingen, een daaropvolgende bestuurswissel en een beleidsarme Kaderbrief. Daarmee ontbreekt in deze fase het gebruikelijke moment om richtinggevende keuzes en bijbehorende financiële consequenties formeel ter besluitvorming te agenderen. Met deze informatienota informeert het college de raad daarom tijdig over de stand van zaken, de bereikte resultaten en de mogelijke vervolgrichtingen, inclusief de keuzes die daarin voorliggen. Dit stelt de raad in staat om het gesprek hierover te voeren en deze opgave te betrekken bij de coalitieonderhandelingen en de verdere besluitvorming richting de Programmabegroting 2027.
Behandelvoorstel voor commissie
1. Het college stuurt de informatienota ter bespreking naar de commissie Ontwikkeling en ter kennisname naar de Commissie Bestuur.
Kenmerk: 2026/49973
1/8
Relevante eerdere besluiten
• • • • • •
Besluit college d.d. 17 februari 2026
Het Uitvoeringsprogramma Woonwagens 2023–2026 De Opinienota Woonwagens Het Volkshuisvestingsprogramma 2026–2030 De Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond, Haarlem 2026 Motie van 30 januari 2025 “Locatie Amsterdamsevaart inzetten als bijdrage aan oplossing woonwagen- en wooncrisis” Motie van 18 december 2025 “Aan de slag met woonwagenlocatie Amelandstraat”
1. Het college van burgemeester en wethouders stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Gemeenten hebben op basis van Europese, landelijke en lokale kaders een wettelijke en beleidsmatige verantwoordelijkheid ten aanzien van woonwagenbewoning. Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) vormen het mensenrechtelijke kader, waarin overheden de verplichting hebben om de identiteit en levensstijl van woonwagenbewoners te beschermen én te faciliteren. Het Landelijk beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid (Actieprogramma Woonwagen- en Standplaatsenbeleid, 2018) verplicht gemeenten om het woonwagenleven als cultuurvorm te respecteren en te faciliteren. Dit betekent dat gemeenten actief beleid moeten voeren en moeten voorzien in voldoende standplaatsen en passende huisvesting. De gemeente Haarlem heeft zich met de vaststelling van het Volkshuisvestingsprogramma (december 2025) nogmaals gecommitteerd aan deze ambitie, in concrete zin: Het streven naar minimaal 12–16 extra standplaatsen voor 2030 en het integraal verbeteren van bestaande woonwagenlocaties (leefbaarheid, brandveiligheid, duurzaamheid, toegankelijkheid). Hierbij committeert de gemeente zich ook aan het borgen van de woonwagencultuur en het streven naar een gelijkwaardige positie binnen de volkshuisvesting.
Daarnaast heeft de raad het college meermaals opgedragen om extra locaties voor woonwagenbewoners te ontwikkelen, o.a. een mogelijke locatie van de voormalige Hartekampgroep aan de Amelandstraat (conform de aangenomen motie van 18 december 2025 “Aan de slag met woonwagenlocatie Amelandstraat”). In het Volkshuisvestingsprogramma is vastgelegd dat tot 2030 wordt gestreefd naar minimaal 12–16 extra standplaatsen via inbreiding en nieuwe locaties. Deze kaders en ambities vragen om concrete uitvoering, die de gemeente Haarlem de afgelopen jaren langs twee sporen heeft opgepakt: •
Verbeterplannen bestaande locaties, inclusief inbreiding van nieuwe standplaatsen en momenteel in uitvoer aan de Basilicumstraat, waarbij potentieel 3 tot 8 extra standplaatsen mogelijk zijn.
Kenmerk: 2026/49973
2/8
•
Realisatie nieuwe locaties, momenteel in uitvoering aan de Schwannstraat, waarbij potentieel 3 extra standplaatsen mogelijk zijn en in de toekomst mogelijk de Amelandstraat, waarbij potentieel 4 extra standplaatsen mogelijk zijn.
Op basis van bovenstaande is er perspectief om de gemeentelijke ambities uit het Volkshuisvestingsprogramma te realiseren. Wel zijn er onzekerheden, onder meer ten aanzien van ruimtelijke inpasbaarheid, vergunningverlening, financiële haalbaarheid en de totstandkoming van een passende geïntensiveerde organisatiestructuur. 2. Toelichting De gemeente Haarlem werkt de afgelopen jaren langs twee sporen aan het woonwagendossier en heeft hiermee concrete resultaten behaald. De inzet heeft geleid tot het herijken van de schouwen voor bestaande locaties en de vertaling naar uitvoerbare verbeteringen. Op de locatie Basilicumstraat is onder meer verkeerskundig onderzoek uitgevoerd, staat flora- en faunaonderzoek op de planning én zijn enkele varianten voor inbreiding van extra standplaatsen opgesteld en ruimtelijk uitgewerkt. Hiermee is het project gereed voor de participatiefase vooruitlopend op het vergunningstraject. Op de locatie Schwannstraat zijn verschillende varianten ontwikkeld en op haalbaarheid getoetst. Op basis hiervan is een voorkeursrichting uitgesproken voor een variant met uiteindelijk drie extra standplaatsen. Deze variant wordt met de omwonenden gedeeld. Hierbij worden ideeën en suggesties opgehaald over de inrichting van de groene openbare ruimte. Vervolgens wordt na verwerking van de ideeën en opmerkingen de formele vergunningsprocedure opgestart.
De verwachting is dat in het voorjaar van 2027 de daadwerkelijke realisering van de nieuwe standplaatsen start, evenals de inrichting van de groene openbare ruimte. De praktijk leert dat het woonwagendossier bijzonder complex is en meer van de gemeente vraagt dan alleen het fysiek inpassen van aanvullende woonwagenstandplaatsen. De opgave is meervoudig van aard en kent een brede portefeuille aan doorlopende taken, waaronder: • • • • • •
Opbouwwerk en relatiebeheer op 10 bestaande locaties; Toepassing toewijzingsregels Huisvestingsverordening; Inrichting digitale interesselijst woonwagens (i.s.m. Woonservice en Woonwagenstandplaatsen Kennemerland B.V.); Handhaving en Openbare Orde & Veiligheid Financiële en operationele afstemming met Woonwagenstandplaatsen Kennemerland B.V. (Pré Wonen, Elan Wonen & Ymere); Samenwerking met beheerder Nijbod (vanuit Woonwagenstandplaatsen Kennemerland B.V.).
De afgelopen jaren is gebleken dat de woonwagenopgave complexer en minder eenduidig is dan bij de start werd voorzien. Waar de focus lag op het verbeteren van locaties en standplaatsen, blijkt in de praktijk dat de voortgang sterk afhankelijk is van de bereidheid en medewerking van meerdere partijen. Binnen en tussen woonwagenlocaties bestaan uiteenlopende visies, verwachtingen en belangen, die niet altijd in lijn liggen met elkaar of met de gemeentelijke ambities en kaders. Dit
Kenmerk: 2026/49973
3/8
heeft geleid tot vertraging, de noodzaak voor extra afstemming en een grotere inzet dan vooraf was ingeschat. Daarnaast is zichtbaar dat individuele wensen van bewoners, bijvoorbeeld ten aanzien van locatiekeuze, omvang van de standplaats, toewijzing of inrichting, niet altijd passen binnen de ruimtelijke, financiële en juridische kaders waar we als gemeente aan gebonden zijn. De spanning tussen individuele belangen en collectieve doelstellingen vragen om duidelijke regie en consequente toepassing van de regels. In de afgelopen periode is gebleken dat de impact van deze spanningen op tempo en uitvoerbaarheid groot zijn. Als laatste werkt de gemeente doorlopend samen met Kennemerland B.V., waarin de grote drie Haarlemse woningbouwcorporaties Ymere, Pre en Elan vertegenwoordigd zijn. Deze organisatie is verantwoordelijk voor het beheer en verhuur van de woonwagenstandplaatsen en vervult een cruciale rol in de uitvoering van het woonwagenbeleid. Dit betekent dat voortgang, planning en besluitvorming in grote mate in samenhang plaatsvindt en afhankelijk zijn van onderlinge afstemming en gezamenlijke koersbepaling. Dit maakt de uitvoering nog complexer en vraagt te meer om een duurzame oplossing. 3. Resultaten en/of consequenties Het college heeft drie scenario’s verkend om met de complexiteit van het woonwagenvraagstuk om te gaan.
De scenario’s kunnen worden samengevat als volgt: Scenario 1 – stoppen met verdere investeringen en het afronden van lopende werkzaamheden Dit scenario leidt tot minimale verbeteringen en uitbreiding van standplaatsen en staat op gespannen voet met de vastgestelde beleidsambities. De eerder beschikbaar gestelde investeringskredieten worden binnen de twee bestaande projecten aangewend, waarbij de verwachting is dat deze door de eerdergenoemde complexiteit slechts beperkt worden benut. De ontwikkeling van extra standplaatsen aan de Schwannstraat lijken binnen dit scenario haalbaar, maar verdere ontwikkelingen komen door eerdergenoemde uitdagingen minimaal van de grond (bijv. verbeterplan en inbreiding Basilicumstraat). Het stoppen met de aanpak vergroot het risico op juridisering en maatschappelijke onrust. Met het stoppen van de inzet komt structureel relatie- en opbouwwerk te vervallen, waardoor het vertrouwen tussen de gemeente, bewoners en omwonenden verder onder druk komt te staan. Dit vergroot de kans op escalatie, verminderde medewerking en een afname van de bestuurlijke voorspelbaarheid. Bij het beëindigen van de inzet komt de doorontwikkeling van samenwerkingsafspraken met Kennemerland B.V. tot stilstand. Daarnaast blijft in scenario 1 ook een groot handhavingsvraagstuk bestaan.
Gedurende het project zijn meerdere overtredingen van wet- en regelgeving geconstateerd die in gezamenlijkheid met de verbeterplannen zouden worden opgepakt. Het handhaven op bestaande situaties hangt ook erg nauw samen met de eventuele vernieuwde inrichting van de locaties (n.a.v. de verbeterplannen), zoals bijvoorbeeld kwesties van brandveiligheid. In scenario 1 wordt hier geen opvolging meer aan gegeven en wordt enkel gehandhaafd op basis van meldingen.
Kenmerk: 2026/49973
4/8
Scenario 2 – voortzetten huidige aanpak Bij het voorzetten van de huidige aanpak blijven bestaande uitdagingen bestaan, gezien de complexiteit en veelheid aan opgaven die binnen de bestaande organisatie opgepakt moeten worden. Het is hiermee aannemelijk dat de gestelde ambities niet gerealiseerd worden. Evenals bij het eerste scenario lijkt de ontwikkeling van de Schwannstraat binnen de huidige inzet haalbaar. Uitvoering van de verbeterplannen (o.a. Basilicumstraat), mogelijk nieuwe locaties (bijv. Amelandstraat) én de brede doorontwikkeling op dit dossier, waaronder het toekomstbestendig maken van de samenwerking met Kennemerland B.V., lijken in het tweede scenario echter niet haalbaar. Afstemming tussen beleid, uitvoering en handhaving blijft versnipperd, waardoor juridische kwetsbaarheid en procedurele vertraging blijft bestaan. De beschikbare middelen zijn incidenteel en na 2026 is er geen geld meer beschikbaar voor ambtelijke capaciteit om uitvoering te geven aan de twee bestaande projectlijnen. De gemeente acteert voornamelijk reactief en biedt onvoldoende basis voor het halen van de hierin gestelde ambities en de toekomstbestendige borging van dit dossier. De realisatie van handhavingsvraagstukken hangen nauw samen met de realisatie van de verbeterplannen. Dat lijkt in dit scenario minimaal haalbaar.
Scenario 3 – intensiveren Dit scenario is gericht op het realiseren van meer samenhang, duidelijkere regie, heldere samenwerkingsafspraken tussen de gemeente, woonwagenbewoners en Kennemerland B.V., betere interne borging en versnelling van de uitvoering. Intensivering vergroot de kans om bestaande verbeterplannen in passend tempo tot uitvoering te brengen, nieuwe standplaatsen te realiseren en tegelijkertijd te werken aan normalisering, bestuurlijke voorspelbaarheid en een zorgvuldige omgang met woonwagenbewoners en omwonenden. Het beoogde resultaat van de intensivering van de aanpak is een toekomstbestendige en uitvoeringsgerichte inrichting van het woonwagendossier, waarmee de gemeente invulling geeft aan haar bestuurlijke ambities. De gemeente kiest hierbij voor een zakelijke en voorspelbare aanpak, waarin duidelijke afspraken tussen de gemeente, woonwagenbewoners en Kennemerland B.V. centraal staan en vastgelegd worden. Het beoogde resultaat van deze inzet is minimaal 12 tot 16 extra standplaatsen tot 2030 en het verbeteren van de leefbaarheid, duurzaamheid en veiligheid op bestaande locaties. Daarnaast wordt verwacht dat handhavingsvraagstukken structureler kunnen worden opgelost. Bij uitvoering van de verbeterplannen kan rekening worden gehouden met knelpunten waaruit nu handhavingsvraagstukken naar voren komen.
Door op de knelpunten te anticiperen, door bijvoorbeeld aanpassingen in de fysieke inrichting, kunnen handhavingsvraagstukken in de toekomst worden voorkomen. Van woonwagenbewoners wordt daarbij een constructieve houding verwacht, gericht op medewerking aan processen, naleving van de geldende wet- en regelgeving en gezamenlijke verantwoordelijkheid in het toewijzingsproces, leefbaarheid en veiligheid. Daarnaast is een doorlopende en actieve bijdrage van Kennemerland B.V., als samenwerkingsverband van de drie Haarlemse corporaties en eigenaar van de standplaatsen, essentieel. De woonwagenopgave wordt bij intensivering ingericht als een samenhangend programma met duidelijke regie en mandaat. Dit houdt in dat er extra middelen gevraagd worden om de personele inzet op dit dossier te vergroten, door onder andere het aantrekken van een programmamanager
Kenmerk: 2026/49973
5/8
woonwagens. De aan te stellen programmamanager woonwagens wordt in de nieuwe vorm verantwoordelijk voor de integrale aansturing en het bewaken van de voortgang en samenhang, waardoor dit niet meer bij de teammanager Wonen belegd is. Daarnaast fungeert de programmamanager als eerste aanspreekpunt voor woonwagenbewoners, omwonenden, corporaties en betrokken afdelingen. Aanvullend wordt extra projectcapaciteit aangetrokken voor de ontwikkeling van nieuwe locaties, waaronder de mogelijke locatie aan de Amelandstraat. 4. Uitvoering en vervolg In de huidige politiek-bestuurlijke context is het niet mogelijk om op korte termijn richtinggevende besluiten te nemen over intensivering van het woonwagendossier en de daarbij behorende meerjarige middelen. Totdat hierover besluitvorming heeft plaatsgevonden, wordt het woonwagendossier uitgevoerd binnen de bestaande organisatie en beschikbare capaciteit. De inzet blijft gericht op het voortzetten van de lopende werkzaamheden binnen de twee huidige projectlijnen: het verbeteren van bestaande woonwagenlocaties en de voorbereiding van nieuwe standplaatsen. Binnen deze kaders kan opnieuw worden geworven voor een projectleider voor de verbeterplannen van bestaande locaties, waarmee de voortgang op beide lijnen in principe wordt geborgd. Tegelijkertijd blijft de uitvoering in deze fase kwetsbaar en beperkt, zoals ook geschetst in de scenario’s.
De eerder benoemde uitdagingen rondom samenhang, regie, tempo en personele continuïteit blijven daarmee bestaan. Zolang geen besluit is genomen over intensivering en structurele borging, vindt geen verdere doorontwikkeling plaats van de programmatische aanpak. Dit betekent concreet dat onderdelen die vragen om meerjarige inzet en stevige regie worden aangehouden tot het moment waarop hierover bestuurlijke keuzes zijn gemaakt. Het gaat hierbij om de verdere doorontwikkeling van de samenwerking met Kennemerland B.V. (onder meer rondom nieuwe standplaatsen, de bruidsschat en de verkenning van koopwoonwagens) en het vervolg van het onderzoek naar de ontwikkelpotentie en mogelijke aankoop van de locatie Amelandstraat. Financiële consequenties De hiervoor geschetste scenario’s kennen uiteenlopende financiële en personele consequenties, die hieronder op hoofdlijnen worden toegelicht: Scenario 1 – stoppen met verdere investeringen en het afronden van lopende werkzaamheden Bij dit scenario zijn de additionele kosten beperkt. Wel blijven financiële verplichtingen bestaan vanuit lopende projecten en eerder beschikbaar gestelde investeringskredieten (IP), die in dit scenario slechts beperkt worden benut. Na uitputting van de eerder beschikbaar gestelde middelen worden geen verdere financiële en personele consequenties verwacht.
Scenario 2 – voortzetten huidige aanpak De personele inzet blijft in dit scenario grotendeels gedekt binnen de bestaande budgetten. De kosten van lopende projecten voor bestaande en nieuwe locaties lopen door, inclusief de inzet van beschikbare IP-middelen, waarvan een deel de komende jaren uitgeput raakt. Financiële consequenties die samenhangen met de samenwerking met Kennemerland B.V. (zoals overname van standplaatsen en bruidsschat: financiële bijdrage gemeente voor beheer, onderhoud en exploitatie) en de uitvoering van de motie Amelandstraat zijn in dit scenario niet gedekt.
Kenmerk: 2026/49973
6/8
Scenario 3 – intensiveren Bij intensivering is aanvullende structurele personele inzet nodig. De inzet van een programmamanager, extra projectleiderscapaciteit, beleidscapaciteit en structurele betrokkenheid van interne vakafdelingen leidt naar verwachting tot een jaarlijkse additionele jaarlijkse personele last van circa €550.000 tot €700.000 over de looptijd van het Volkshuisvestingsprogramma (2026– 2030). Daarnaast brengt dit scenario kosten met zich mee voor de uitvoering, waaronder verdere inzet en mogelijke aanvulling van IP-middelen, kosten verbonden aan de samenwerking met Kennemerland B.V. en de uitvoering van de ongedekte motie Amelandstraat. Deze kosten staan los van de personele inzet, maar zijn wel relevant voor het realiseren van de opgave. Kostencategorie 2026
2027 2028
2029
2030
Totaal
Dekking
0
0
0
0
168
Gedekt
Bestaande locaties PM, afhankelijk (IP) van voortgang
PM
PM
PM
PM
750
Gedekt
Nieuwe locaties PM, afhankelijk (IP) van voortgang
PM
PM
PM
PM
900
Gedekt
Samenwerking PM Kennemerland
PM
PM
PM
PM
PM
Ongedekt
Aanschaf en PM Ontwikkeling Amelandstraat
PM
PM
PM
PM
PM
Ongedekt
Extra tijdelijk 84 projectleider (24 uur)
168
168
168
168
756
Ongedekt
Extra capaciteit 15 beleidsmedewerker (8 uur)
30
30
30
30
135
Ongedekt
Projectleider 0 Verbeterplannen (24 uur)
168
168
168
168
672
Ongedekt
Bestaande inzet en dekking Bestaande 168 personele inzet
Additionele claims scenario 3
Kenmerk: 2026/49973
7/8
Projectleider 84 Amelandstraat (24 uur)
168
168
168
168
756
Ongedekt
Interne inzet 81
161
161
161
161
725
Ongedekt
Totale kosten 264 scenario 3
695
695
695
695
3044
Ongedekt
Met deze informatienota beoogt het college de raad inzicht te geven in de stand van zaken, de behaalde resultaten en de consequenties van verschillende ontwikkelrichtingen binnen het woonwagendossier. De huidige politiek-bestuurlijke context maakt dat nu geen besluit kan worden genomen over intensivering en bijbehorende middelen. Tegelijkertijd laat deze nota zien dat het voortzetten van de huidige aanpak of het niet maken van keuzes directe gevolgen heeft voor tempo, samenhang en uitvoeringskracht. Het college acht het daarom van belang dat de raad deze scenario’s en consequenties betrekt bij de komende coalitieonderhandelingen en de besluitvorming rond de Programmabegroting 2027, waarin een richtinggevende keuze noodzakelijk is om invulling te blijven geven aan de bestuurlijke ambities van de gemeente. 5. Bijlagen N.v.t.
Kenmerk: 2026/49973
8/8