CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Informatienota-Preventie is de basis stedelijk voortgezet onderwijs (vo) team

commissie Samenleving 6 februari 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Preventie is de basis: stedelijk voortgezet onderwijs (vo) team1.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota

Onderwerp Preventie is de basis: stedelijk voortgezet onderwijs (vo) team Nummer 2024/1921859 Portefeuillehouder Leeuwen, B. van Programma/beleidsveld 1.1 Onderwijs Afdeling JOS Auteur Spetter, R. & van der Meer, H. Telefoonnummer 06 43049969 Email rspetter@haarlem.nl Kernboodschap Het college informeert de raad over de werkwijze in Haarlem op zowel het voortgezet- als het middelbaar beroeps onderwijs van de huidige Kernteams, en geeft de overeenkomsten en verschillen met de Utrechtse aanpak aan. Dit naar aanleiding van de motie ‘Preventie is de basis: stedelijk vo team’. Een vergelijking laat zien dat er in Haarlem sprake is van een sterke ondersteuningsstructuur op de vo- en mbo-scholen. De inzichten uit het Utrechtse model worden gedeeld met de samenwerkingspartners, maar het Utrechtse model wordt niet één-op-één overgenomen in Haarlem Behandelvoorstel voor Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie commissie Samenleving. Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 21 januari 2025

N.v.t. 1. Het college stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,

Kenmerk: 2024/1921859

de burgemeester,

1/5

1. Inleiding Het college informeert de commissie over de uitwerking van de motie: ‘Preventie is de basis: stedelijk vo team’. Met deze informatie wordt de motie afgedaan. In deze motie is het college de volgende opdracht gegeven: - Voor Haarlem te onderzoeken of het opzetten van stedelijke teams voortgezet onderwijs (vo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo) (naar Utrechts voorbeeld) een goede bijdrage kan leveren aan preventie een laagdrempelige hulp voor jeugdigen in de problemen; - Bij de Nota Preventie Jeugd te komen met een aanbeveling over het opzetten van stedelijke teams vo en mbo, - als deze aanbeveling positief is, te komen met een tijdsplanning om de teams daadwerkelijk in te richten. Naar aanleiding van deze motie is er onderzoek gedaan wat het stedelijk team naar Utrechts voorbeeld concreet inhoudt. Dit is naast het bestaande aanbod in Haarlem gelegd. Hieruit is gebleken dat er veel overeenkomsten zijn en een paar verschillen. 2. Kernboodschap Het college informeert de raad over de werkwijze in Haarlem op zowel het voortgezet- als het middelbaar beroeps onderwijs van de huidige Kernteams, en geeft de overeenkomsten en verschillen met de Utrechtse aanpak aan. Dit naar aanleiding van de motie ‘Preventie is de basis: stedelijk vo team’. Een vergelijking laat zien dat er in Haarlem sprake is van een sterke ondersteuningsstructuur op de vo- en mbo-scholen.

De inzichten uit het Utrechtse model worden gedeeld met de samenwerkingspartners, maar het Utrechtse model wordt niet één-op-één overgenomen in Haarlem 3. Ondersteuningsaanbod voortgezet onderwijs Korte beschrijving van de Haarlemse aanpak In Haarlem en Zandvoort wordt er gewerkt vanuit het samenwerkingsverband vo met het ondersteuningsplan als basis voor de samenwerking binnen het voortgezet onderwijs. De gemeente faciliteert de zogenaamde 'kernteams' die bestaan uit diverse professionals, zoals een jeugdarts, jeugdverpleegkundige, de CJG-schoolcoach (Centrum voor Jeugd en Gezin Kennemerland), de leerplichtambtenaar, een consulent passend onderwijs, en zorg- of ondersteuningscoördinatoren van de scholen. Deze teams richten zich op leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, waarbij meerdere betrokken organisaties samenwerken om passende zorg en begeleiding te bieden. Elke school binnen het voortgezet onderwijs heeft een goed ingerichte zorgstructuur, die voldoet aan de eisen van de Wet Passend Onderwijs. Het ondersteuningsteam van de school speelt hierin een cruciale rol, en heeft de flexibiliteit om deze structuur af te stemmen op de specifieke behoeften van de leerlingen. De verantwoordelijkheid voor de inrichting van deze zorgstructuur ligt primair bij het schoolbestuur, in samenwerking met het samenwerkingsverband waar nodig.

Op elke vo-school speelt het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) een belangrijke rol door het aanbieden van een CJG-schoolcoach binnen de school. Deze coach ondersteunt niet alleen leerlingen, maar adviseert ook docenten en het ondersteuningsteam van de school. Daarnaast

Kenmerk: 2024/1921859

2/5

organiseert de CJG-schoolcoach samen met het samenwerkingsverband vo trainingen en andere ondersteuningsprogramma’s, zoals sociale vaardigheden en weerbaarheidstrainingen voor leerlingen. Korte beschrijving van de Utrechtse aanpak In Utrecht is de schoolmaatschappelijk werker en de gezinswerker één persoon, bij wie de jongere direct aan het goede adres is. De gezinswerkers van het vo-team leggen vanuit school direct de verbinding met de thuissituatie. Het onderwijs signaleert, communiceert en introduceert hulp, meestal in een gesprek met de ouders erbij. De gezinswerkers zijn gericht op duurzame oplossingen, dus willen dicht bij de oorzaak van het probleem zijn. Daarom vinden de hulpverleningsgesprekken vooral in de thuissituatie plaats. Voor het mbo-team is dit anders: daar is de school zowel vind- als werkplaats. Naast huisbezoeken vinden er veel gesprekken plaats op school. Als aanvullende zorg nodig is, neemt de gezinswerker contact op met een specialistische zorgaanbieder, voor consultatie of verwijzing. De gezinswerker is gemandateerd om een verwijzing te doen. Als er aanvullende zorg bij komt, blijft de gezinswerker betrokken bij de jongere en/of het gezin. Het vo-team en mbo-team starten vanuit de school als vindplaats. Deze scholen staan over het algemeen niet in de wijk waar de jongere woont.

Dit betekent dat het vo-team en mbo-team huisbezoeken doen in de gehele stad Utrecht (bij Utrechtse jongeren). Waar de teams te maken hebben met jongeren van buiten Utrecht, wordt per casus gekeken wat er nodig is en of het logisch is dat het vo- of mbo-team dit doet. Het kan voorkomen dat er zoveel zorg in en om het gezin nodig is dat de lokale jeugdhulp in de woongemeente dit beter voor haar rekening kan nemen. Samen met het gezin legt de gezinswerker van het vo- of mbo-team dan contact met jeugdhulp (of wmo) in de betreffende gemeente1. De overeenkomsten tussen deze twee aanpakken De Haarlemse aanpak komt overeen met de Utrechtse aanpak daar waar het gaat om de integratie van schoolmaatschappelijk werk met andere vormen van ondersteuning en de nauwe samenwerking tussen verschillende betrokken partijen. Beide regio's richten zich op laagdrempelige toegang tot ondersteuning, waarbij het onderwijs een sleutelrol speelt in het signaleren en doorverwijzen naar passende zorg. De verschillen tussen deze twee aanpakken De belangrijkste verschillen liggen in de organisatie en de wijze waarop de zorg-, ondersteuning structuren zijn opgebouwd. In Utrecht ligt de nadruk op het combineren van schoolmaatschappelijk werk en gezinswerk in één functie, terwijl Haarlem werkt met een kernteam dat bestaat uit verschillende professionals die gezamenlijk ondersteuning bieden.

Deze professionals werken samen met het sociaal wijkteam die gericht met het gezin aan de slag gaan. Het CJG heeft de taak van het schoolmaatschappelijk werk over genomen. De Utrechtse aanpak richt zich daarnaast meer op het geven van zorg in de thuissituatie, terwijl in Haarlem de school zelf fungeert als belangrijke locatie

1 Stedelijk vo-team en mbo-team – Utrecht | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)

Kenmerk: 2024/1921859

3/5

voor gesprekken en interventies. Hierin worden er zo nodig door het CJG gesprekken gevoerd in de thuissituatie. Gevolgtrekking In Haarlem wordt er gewerkt met multidisciplinaire kernteams. Door de invulling van de kernteams is het mogelijk heel gericht te kijken naar de problematieken. Er zijn weliswaar meerdere partijen betrokken, maar zij werken binnen de kernteams goed samen waardoor er direct geschakeld kan worden tussen de verschillende professionals. De CJG coach is één dagdeel of een aantal dagdelen, dit verschilt per school, aanwezig op de scholen. Het ondersteuningsteam is elke dag beschikbaar binnen school. Zij hebben nauw contact met de mentor en coachen hen waar nodig. De mentoren zien hun mentorleerlingen meerdere momenten in de week. Mocht een leerling haar of zijn vraag niet met de mentor willen bespreken, dan is er altijd een vertrouwenspersoon aanwezig in de school die de leerling zelf mag benaderen. Het is de taak van de school om de leerlingen en docenten te informeren waar zij wie voor kunnen benaderen en op welke manier dit kan. 4. Ondersteuningsaanbod middelbaar beroeps onderwijs (mbo) De meeste jongeren uit Haarlem en de regio Zuid-Kennemerland en IJmond volgen een opleiding aan het mbo Nova College (ongeveer 60-65%).

Voor het ondersteuningsaanbod werkt het Nova College samen met diverse externe partners, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), de Brijder Stichting, en andere organisaties uit de woongemeenten van de jongeren. Zo organiseert het mbo Nova College de begeleiding en extra ondersteuning zo dicht mogelijk bij de student: docenten en specifiek studieloopbaanbegeleiders (slb'ers) hebben daar een belangrijke rol in. Slb'ers verzorgen de eerstelijnsbegeleiding. Zij werken nauw samen met de trajectcoördinatoren van het Pluspunt. Voor extra en specifieke begeleiding kunnen mbo-studenten en docenten terecht bij het Pluspunt. Iedere regio van het Nova College heeft een Pluspunt voor studenten en docenten. De Pluspunt-teams zijn stevig ingebed in de regionale zorgstructuur en onderhouden nauwe contacten met externe ketenpartners. Binnen het Pluspunt zijn diverse expertise bijeengebracht zoals: • • • • • • • •

trajectcoördinator studieloopbaanadviseur intern begeleider-trajectcoach schoolmaatschappelijk werker en aandacht functionaris huiselijk geweld schoolpsycholoog verzuimcoördinator vsv-coach adviseur Steunpunt Taal- & Rekenstoornissen

Kenmerk: 2024/1921859

4/5

Het Pluspunt is verantwoordelijk voor: • (Warm) overdragen van studenten aan professionele externe hulpverlening; • Creëren/faciliteren van een voorziening voor studenten met een heroriëntatie vraag, en een voorziening voor studenten die vanwege gestapelde problematiek (tijdelijk) uitvallen; • Het ondersteunen en zorgen voor deskundigheidsbevordering van docenten/medewerkers bij het begeleiden van studenten met een begeleidingsvraag, met name het versterken van de rol van de slb'ers; • Signaleren van ontwikkelingen; • Onderhouden netwerk in de regio, samenwerken met ketenpartners. De overeenkomsten tussen deze twee aanpakken Het mbo is bij beide aanpakken de belangrijkste vindplaats voor de jongeren. Op het mbo in zowel Haarlem als Utrecht het ondersteuningsaanbod goed georganiseerd en afgestemd op de studenten populatie op elk mbo. Het Nova College heeft een uitgebreide interne zorgstructuur. Er wordt contact gezocht door het mbo Nova College met hulpverlening uit de woongemeente van de jongere. De verschillen tussen deze twee aanpakken In Haarlem is er sprake van een effectieve samenwerking met het CJG waarbij het CJG de indicerende partij is. In Utrecht is dit de gezinswerker. Gevolgtrekking In Haarlem is binnen het mbo de zorgstructuur goed georganiseerd en wordt er met de hulpverlening van de betrokken gemeente van de jongere contact opgenomen.

Daarnaast wordt er ingezet op intensievere samenwerking tussen de diverse hulpverleningspartners, zoals het CJG, Brijder stichting e.a. 5. Vervolg Uit de vergelijking tussen de beide aanpakken is gebleken dat er zowel in het voortgezet onderwijs als het middelbaar beroepsonderwijs in Haarlem sprake is van een sterke ondersteuning structuur. Om deze structuur te borgen en te optimaliseren wordt in het overleg met de partners van het mbo de elementen uit de Utrechtse aanpak besproken en eventueel overgenomen waar dit nodig is. Voor het vo geldt dat er een goede samenwerking en afstemming is met de partners om de ondersteuningsbehoeften op maat te realiseren. Er is sprake van een laagdrempelig ondersteuningsaanbod voor zowel de leerlingen als de professionals op de scholen. Waarbij ook de preventieve maatregelen genomen kunnen worden. Derhalve wordt dit niet meegenomen bij de nota preventie jeugd, maar worden de leerpunten in de huidige structuren zoals in het mbo besproken. De gemeente onderstreept het belang in het gesprek met de externe partners dat de scholen zich verantwoordelijk voor het organiseren van de ondersteuning structuur en dat leerling/ouders/verzorgers hiervan op de hoogte zijn.

Kenmerk: 2024/1921859

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15087838/1