1 Informatienota-Inventarisatie Speeltoestellen Speeltuinverenigingen
Tekst van het document
Informatienota
Onderwerp Inventarisatie Speeltoestellen Speeltuinverenigingen Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/647284 Leeuwen, B. van 2.2 Voorzieningen Jeugd JOS Schoonebeek, M. 06 42638265 mschoonebeek@haarlem.nl De gemeente Haarlem heeft een inventarisatie uitgevoerd van de staat van speeltoestellen met specifieke aandacht voor inclusieve speelvoorzieningen. De inventarisatie geeft inzicht in het onderhoud, de financiering, de samenwerking rondom speeltuinverenigingen en het aantal inclusieve speeltoestellen. De zestien Haarlemse speeltuinverenigingen beheren samen 182 speeltoestellen, waarvan er naar verwachting 40 binnen vijf jaar moeten worden vervangen. Zestien speeltoestellen zijn inclusief en toegankelijk voor kinderen met een beperking. Speeltuinverenigingen maken zich zorgen over de hoge kosten van vervanging en onderhoud. De aanschaf van (inclusieve) speeltoestellen een vormt financiële uitdaging binnen de huidige middelen. Slechts enkele verenigingen beschikken over een financieel plan of voldoende middelen voor vervanging van een speeltoestel. Echter geen enkele vereniging heeft middelen om een inclusief toestel aan te schaffen. Op basis van deze inventarisatie wordt het beleid voor speeltuinverenigingen herzien. Dit vraagt om zorgvuldige afstemming met betrokken partijen. Het doel is om te komen tot een gedragen, realistisch en uitvoerbaar beleidskader dat bijdraagt aan duurzame, veilige en inclusieve speeltuinen. Dit beleid wordt in 2026 opgesteld.
Behandelvoorstel voor commissie
Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Samenleving
Relevante eerdere besluiten
Informatienota ‘Inclusieve Speeltuinen in Haarlem’ (2024/2188858) in Commissie Samenleving van 25 mei 2025.
Kenmerk: 2025/647284
1/7
Besluit college d.d. 18 november 2025
1. Het college van burgemeester en wethouders stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding De gemeenteraad vraagt een brede inventarisatie over de speeltuinverenigingen. Deze inventarisatie gaat in op de staat van het onderhoud van de speeltoestellen, de financierings- en samenwerkingsstructuur rondom de speeltuinverenigingen en de hoeveelheid inclusieve speeltoestellen. 2. Toelichting Afbakening Deze inventarisatie richt zich enkel op de speeltuinverenigingen en niet op speeltoestellen in de openbare ruimte. Wat speeltuinverenigingen onderscheidt van openbare speelplaatsen is dat er een vrijwilligersbestuur is, wat toegang heeft tot een gebouw en dat de speeltuin omheind is. Het bestuur organiseert verschillende activiteiten voor kinderen en is verantwoordelijk voor het aanschaffen en onderhouden van speeltoestellen. Zij zijn eigenaar van de speeltoestellen, tenzij anders is vastgelegd. In deze inventarisatie worden de termen 'speeltuinvereniging' en 'speeltuin' door elkaar gebruikt. Hier wordt hetzelfde mee bedoeld. Voor de leesbaarheid is het prettiger beide woorden door elkaar te gebruiken. Methode Alle speeltuinverenigingen is gevraagd een vragenlijst in te vullen over inclusieve speeltoestellen (zie bijlage 1). 11 speeltuinverenigingen hebben hun antwoorden gegeven via deze vragenlijst. Voor de overige 5 speeltuinen heeft de gemeente zelf een inventarisatie gemaakt.
Kenmerk: 2025/647284
2/7
3. Resultaten Speeltoestellen Uit de inventarisatie zijn de volgende aantallen naar voren gekomen wanneer het gaat om de speeltoestellen: Naam
Binnen 5 jaar aan vervanging toe 1 2 2 5 2 3 6 2 2 0 1 4 4 0 3 3
Aantal inclusief
Brouwersplein Burcht ter Cleeff Delftwijk DVS De Eenhoorn Elba Floragaarde De Glasblazers Jeugdland De Papegaai ’t Paradijsje Kindervreugd Nieuw Leven Ramplaankwartier Trekpleister Zaanenoord
Aantal speeltoestellen 7 12 12 15 22 14 6 12 8 13 7 8 11 13 12 10
Totaal
182
40
16
0 4 0 0 1 3 0 1 0 3 0 0 1 3 0 0
Staat onderhoud speeltoestellen Gemiddeld hebben speeltuinverenigingen 11 speeltoestellen in hun speeltuin staan. De aantallen variëren tussen de 6 en 22 speeltoestellen. In totaal staan er 182 speeltoestellen bij speeltuinverenigingen in Haarlem. In de komende vijf jaar verwachten alle 16 speeltuinverenigingen bij elkaar dat er zeker 40 speeltoestellen moeten worden vervangen. Deze speeltoestellen zijn dan afgeschreven en voldoen dan niet meer aan de gestelde veiligheidseisen. Dit varieert sterk per speeltuin. De een verwacht de komende vijf jaar niets te hoeven vervangen, waar de ander met 6 speeltoestellen zit die vervangen moeten worden. Speeltuinverenigingen geven aan zich zorgen te maken over de kosten die dit met zich meebrengt. Niet alleen voor de toestellen zelf, maar ook voor de ondergronden en inrichting van de speeltuinen.
Kenmerk: 2025/647284
3/7
Kosten (inclusieve) speeltoestellen Inclusieve speeltoestellen zijn duurder in aanschaf en onderhoud dan 'gewone' speeltoestellen. Ook moet er rekening gehouden worden met kosten rondom het weghalen van (verouderde) speeltoestellen. Het weghalen van een toestel kost tussen de €5000,- en €15.000,- per toestel. Het (terug)plaatsen van een toestel kost tussen de €15.000,- en €45.000,-. Voor inclusieve speeltoestellen lopen de kosten op tussen de €25.000,- en €60.000,- per toestel1 Financiering- en samenwerkingsstructuur Er zijn twee soorten speeltuinverenigingen in Haarlem. Volledig zelfstandige speeltuinen (dit zijn er 12) en zogenaamde Buurts-speeltuinen (dit zijn er 4). Bij Buurts-speeltuinen zorgt Buurts voor een deel van het onderhoud. Hiervoor zijn afspraken gemaakt met de betreffende speeltuinen. Deze zijn vastgelegd in een demarcatielijst. Buurts zorgt daarnaast voor het in dienst nemen van de speeltuin toezichthouders en de financiële bijdragen voor alle 16 speeltuinverenigingen. De 4 Buurts-speeltuinen zijn: - Brouwersplein - Floragaarde - Jeugdland - ’t paradijsje Financiële situatie Elke speeltuinvereniging krijgt €4200,- per jaar financiële bijdragen voor activiteiten via Buurts. In de praktijk gaat dit bedrag ook naar het aanschaffen en onderhouden van speeltoestellen. Voor de 12 zelfstandige speeltuinen stort Buurts deze bijdrage direct door.
Voor de 4 Buurts-speeltuinen houden zij een deel van de bijdragen in voor onderhoudswerkzaamheden, die Buurts zelf uitvoert.
1 Kosten zijn sterk afhankelijk van bijvoorbeeld de grootte, hoeveelheid, gebruikte materialen, type, vorm en
leerelementen van speeltoestellen. Deze bedragen zijn gebaseerd op bestaande casussen en prijzen van producenten van speeltoestellen. De kosten voor (het verwijderen van) een speeltoestel kunnen oplopen tot in de tonnen, daarom is hier uitgegaan van ‘basis’ speeltoestellen als schommels, klimtoestellen, simpele glijbanen en simpele draai-elementen. De kosten voor thematische toestellen, klimtorens en multidisciplinaire speelelementen liggen hoger.
Kenmerk: 2025/647284
4/7
Financieel plan Speeltuinverenigingen is gevraagd of ze een financieel plan hebben en of ze voldoende middelen hebben om speeltoestellen te vernieuwen. 11 speeltuinen reageerden hierop: Financiële situatie Ja, mijn speeltuin heeft een financieel plan en voldoende middelen om speeltoestellen te vervangen Ja, mijn speeltuin heeft een financieel plan, maar onvoldoende middelen om speeltoestellen te vervangen Nee, mijn speeltuin heeft geen financieel plan, maar wel voldoende middelen om speeltoestellen te vervangen Nee, mijn speeltuin heeft geen financieel plan en ook niet voldoende middelen om speeltoestellen te vervangen Financiële situatie Onbekend
Aantal Speeltuinen 4 4 2 1 5
Geen enkele speeltuinvereniging geeft aan voldoende middelen te hebben voor het aanschaffen van inclusieve speeltoestellen. Eigen inkomsten Speeltuinverenigingen hebben het recht om entreegeld te vragen om in de speeltuin te mogen spelen. Dit varieert van gratis entree tot €2,50 per keer spelen. Ook werken veel speeltuinverenigingen met lidmaatschapsgeld. Dit is gemiddeld €25,- per persoon per jaar. De ledenaantallen van de speeltuinen variëren grofweg tussen de 20 leden en 200 leden per speeltuin. Daarnaast mogen zij de ruimtes die zij ter beschikking hebben in het gebouw verhuren aan derden, bijvoorbeeld voor een kinderpartijtje. Speeltuinverenigingen kunnen meedoen aan de HaarlemPasregeling. Wanneer een speeltuin bijhoudt hoeveel mensen een gratis lidmaatschap krijgen met een Haarlempas, kunnen zij het lidmaatschapsgeld declareren bij Buurts (die het weer declareert bij de gemeente). Op die manier kunnen speeltuinverenigingen inkomen genereren. Speeltuinverenigingen geven echter aan dat het in de praktijk lastig is om eigen inkomsten te genereren. De bedragen waar het om gaat zijn laag, de gebouwen zijn vaak (te) klein of in slechte staat, waardoor verhuur aan derden lastig is en veel goedbedoelde regelingen (zoals die van de Haarlempas) vragen veel tijd en energie van de vrijwilligers waardoor hier weinig gebruik van wordt gemaakt.
Kenmerk: 2025/647284
5/7
Fondsen Voor het aanschaffen van nieuwe speeltoestellen kunnen speeltuinverenigingen ook gebruikmaken van verschillende fondsen. Voorbeelden hiervan zijn Jantje Beton, Rabobank Clubsupport, het Jeugdfonds Sport en Cultuur of het Schipholfonds. Vaak hebben deze fondsen wel als voorwaarde dat de gemeente meebetaalt aan het aanschaffen van speeltoestellen. Dit doet de gemeente niet. Ook zijn de regels om in aanmerking te komen voor fondswerving steeds strenger geworden en doen steeds meer speeltuinverenigingen in heel Nederland een aanvraag. Sommige landelijke fondsen hanteren een regel dat ze maar één project per gemeente per jaar financieren. Wanneer speeltuinverenigingen niet van elkaar weten welke speeltuin welk fonds aanschrijft, kan dat tot onverwachte afwijzingen leiden. Hierdoor is het moeilijker om er tussen te komen en een fondsuitkering te krijgen. Ook de administratieve druk op vrijwilligers is hierdoor toegenomen. Waarom inclusieve speeltoestellen? Nederland heeft in 2016 het VN-verdrag Handicap ondertekend. Hier staat in het kort in dat ieder individu, ongeacht beperking, in elke situatie dezelfde rechten heeft als ieder ander en dat overheden wettelijk rekening moet met deze beperking. Dit geldt dus ook voor buiten spelende kinderen. Haarlem wil een inclusieve stad zijn waar ook alle kinderen kunnen buitenspelen, ook kinderen met een beperking.
Om die reden is op verzoek van de gemeenteraad deze inventarisatie gemaakt over inclusief spelen bij speeltuinverenigingen. Hoe staat het ervoor? Welke uitdagingen hebben speeltuinverenigingen op dit gebied? Welke ondersteuning kan de gemeente Haarlem bieden bij het meer inclusief maken van de speeltuinen en de speeltoestellen van verenigingen? Inclusieve speeltoestellen zijn speeltoestellen die toegankelijk zijn voor kinderen met een handicap. Deze handicap kan zowel fysiek als geestelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan rolstoelgebruikers, blind- en slechtziend, autistisch spectrum en het syndroom van down. Daarnaast is ook de inrichting van een speeltuin belangrijk. Bijvoorbeeld verharde paden voor rolstoelen, bankjes voor begeleiders en voldoende groen waar kinderen die last hebben van veel prikkels zich kunnen terugtrekken. 4. Uitvoering en vervolg Naar aanleiding van deze inventarisatie wordt het beleid rondom speeltuinverenigingen herzien. Hierbij worden de speeltuinverenigingen, Buurts en SRO betrokken. Om tot een gedragen beleidsplan te komen worden o.a. de speeltuinverenigingen, Buurts en SRO betrokken. Dit zal plaatsvinden in 2026
Kenmerk: 2025/647284
6/7
Vernieuwingen Het doel van het vernieuwde beleid is te komen tot gedragen, realistische en uitvoerbare beleidsprocessen rondom de speeltuinverenigingen. Er wordt gekeken naar o.m. de volgende onderwerpen: - Financiering (subsidies, fondswerving, eigen inkomsten) - Speeltoestellen (eigendom, keuring, onderhoud en vervanging) - Vrijwilligers (ondersteuning, werving en waardering) - Vastgoed (onderhoud, renovatie en investeringsbegroting) - Veiligheid - Inclusie - Inspraak en participatie - Vergunningsbeleid (handhaving) Waar het kan, worden beleidsprocessen aan elkaar gelijk getrokken en gelden ze voor elke speeltuinvereniging. Speeltuinverenigingen zijn divers en hebben veelal hun eigen karakter en uitdagingen. Daarnaast zijn er ook veel andere belanghebbenden bij de speeltuin. Denk hierbij aan kinderdagverblijven en hobby- en vrijetijdsverenigingen die gebruikmaken van de speeltuin en/of het gebouw. Ook deze partijen worden bij de totstandkoming van het vernieuwde beleid betrokken. Deelprogramma Speelvriendelijke Ruimte Het college werkt aan het ‘Deelprogramma Speelvriendelijke Ruimte’ voor speeltoestellen in de openbare ruimte en de totale speelstructuur van de stad. Speeltuinverenigingen vallen in deze speelstructuur onder de definitie van ‘formele’ speelruimte.
De definitie van ‘formele speelruimte’ is: het totaal aan speelplekken met als hoofdfunctie spelen, die bestaat uit openbare speelplekken en speeltuinverenigingen, openbaar toegankelijke schoolpleinen, openbare sportparken en speelruimte op grond van wooncorporaties of VVE's. Dat betekent dat speeltuinverenigingen meetellen in het percentage formele speelplekken in een buurt, wijk of stadsdeel, maar verder is dit deelprogramma niet van toepassing op de speeltuinverenigingen. 5. Bijlagen Bijlage 1. Vragenlijst voor speeltuinverenigingen
Kenmerk: 2025/647284
7/7