1 Informatienota financiën warmteprogramma
Tekst van het document
Informatienota
Onderwerp Informatienota financiën warmteprogramma Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2026/0126315 Berkhout, R.A.H. 5.2 Energie ECDW Kempen, M.S. van 06-39289311 mvankempen@haarlem.nl Deze informatienota geeft inzicht in de financiële impact van het warmteprogramma voor de gemeente Haarlem in de periode 2027 t/m 2030, met een globale doorkijk naar de jaren daarna. De nota schetst de bandbreedtes van mogelijke kosten en risico’s, voortkomend uit de verschillende rollen die de gemeente heeft in de warmtetransitie — zowel de beleidsrol als de aandeelhoudersrol. Om deze bandbreedtes inzichtelijk te maken zijn drie scenario’s uitgewerkt. Deze laten zien hoe de financiële consequenties variëren afhankelijk van de inzet van financiële instrumenten door de gemeente. De belangrijkste kostensoorten zijn: gemeentelijke organisatiekosten, voorbereidende kosten, kosten voor inzet van financiële instrumenten (vollooprisico en subsidie), en kosten vanuit de aandeelhoudersrol. De bestaande Rijksdekking is meegenomen, maar is nog niet voldoende voor een sluitende businesscase in de bestaande bouw. De nota geeft inzicht in de middelen die per scenario nodig zijn, zie hiervoor toelichting in hoofdstuk 2 tabel 1.
Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt welke deel van deze middelen niet gedekt zijn tussen 2027 t/m 2030: Scenario 1: circa € 11,2 miljoen opgebouwd uit € 5,2 miljoen aan gemeentelijke capaciteit, € 5,1 miljoen aan voorbereidende kosten en circa € 0,9 miljoen aan rentelasten. Scenario 2: circa € 13,3 miljoen opgebouwd uit de kosten van scenario 1, met aanvullend circa € 2,1 miljoen voor het afdekken van het vollooprisico. Scenario 3: circa € 27,8 miljoen, opgebouwd uit de kosten van scenario 1 en 2, aangevuld met de kosten voor het inzetten van subsidie van circa € 14,5 miljoen
Kenmerk: 2026/0126315
1/7
Het verschil tussen de scenario’s wordt bepaald door de inzet van financiële instrumenten om betaalbaarheid en tempo te beïnvloeden. Deze bedragen zijn indicatief en gebaseerd op de huidige inzichten.
Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten
Besluit college d.d. 31 maart 2026
De nota is niet besluitvormend, maar biedt een eerste financieel beeld dat dient als basis voor nadere uitwerking in de nieuwe bestuursperiode. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Beheer Informatienota Bouwstenen warmteprogramma in de cie. Beheer van 13 februari 2025 • Gewijzigde oprichting van het Warmtebedrijf Haarlem in de gemeenteraad van 27 februari 2025 • Zienswijze, wensen en bedenkingen van de gemeenteraad op het Warmteprogramma van 18 december 2025 • Vastelling warmteprogramma door het College van B en W op 17 februari 2026 1. Het college van burgemeester en wethouders stelt de informatienota aan de commissie vast. •
de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Deze informatienota is een vervolg op het vastgestelde Warmteprogramma 2026–2030. Tijdens de behandeling van dat programma zijn er vragen gesteld over de financiële implicaties van de warmtetransitie, waaronder de kosten voor de gemeente, de betaalbaarheid voor gebouweigenaren en de risico’s voor tempo en uitvoerbaarheid. Hoewel in de berekeningen is uitgegaan van de bestaande Rijksregelingen (WIS, SDE++, ISDE en SAH), zijn deze op dit moment onvoldoende om MT‑warmtenetten in de bestaande bouw financieel haalbaar te maken. Om toch in de tweede helft van 2026 te starten met uitvoering te geven aan het warmteprogramma, is een eerste financieel beeld nodig van de benodigde inzet van de gemeente om toekomstige keuzes goed te kunnen voorbereiden. Deze informatienota biedt dit overzicht op hoofdlijnen; Bijlage 1, Financiële verkenning Warmteprogramma 2027 – 2030, bevat de verdere uitwerking en onderbouwing.
Kenmerk: 2026/0126315
2/7
2. Toelichting Deze informatienota geeft een eerste financieel beeld van de uitvoering van het warmteprogramma 2027‑2030, met een globale doorkijk naar 2031–2040. De nota laat zien welke kosten gemoeid zijn met de uitvoering in deze periode, welke keuzes de gemeentelijke inzet bepalen, vanuit welke rol bepaalde kosten gemaakt worden (beleidsrol en aandeelhoudersrol), welke financiële consequenties dat heeft voor tempo en betaalbaarheid en welke dekking er reeds is. De kosten van de warmtetransitie bestaan uit vier soorten kosten 1. Gemeentelijke organisatiekosten: (circa €24,9 miljoen) voor capaciteit, planvorming en uitvoering; deze kunnen deels worden gedekt vanuit de Rijksregeling CDOKE (circa € 5,2 miljoen is niet gedekt). 2. Voorbereidende kosten (circa € 5,1 miljoen) voor ruimte maken in de ondergrond en onderzoek naar geothermie. 3. Inzet van financiële instrumenten om tempo en betaalbaarheid te vergroten: het afdekken van het vollooprisico en/of het verstrekken van subsidie. De hoogte hiervan is afhankelijk van bestuurlijke keuze (bandbreedte: € 2,1 - €4,1 miljoen vollooprisico en €14,5 miljoen subsidie). 4. Kosten vanuit aandeelhoudersrol: voor de eerste vier jaar is een kapitaalstorting in het warmtebedrijf nodig voor aanloop-, ontwikkel- en investeringskosten (circa € 13,3 miljoen excl. Rentelasten).
In drie scenario’s is uitgewerkt welke financiële inzet leidt tot welk effect op betaalbaarheid en tempo In alle scenario's zijn kosten voor gemeentelijke capaciteit van circa € 24,9 miljoen en voorbereidende kosten van in totaal circa € 5,1 miljoen van toepassing. Ook vragen alle drie de scenario’s om een kapitaalstorting in het warmtebedrijf van circa € 13 miljoen en de daarbij behorende rentelasten van circa € 0,9 miljoen. Deze investeringen leveren echter op termijn ook baten op: over een looptijd van dertig jaar realiseert het warmtebedrijf naar verwachting een rendement van vijf tot zeven procent. In alle scenario's wordt uitgegaan van het inzetten van de aanwijsbevoegdheid door de gemeente. •
Scenario 1, minimale inzet gemeente: inzet van de aanwijsbevoegdheid en geen inzet van financiële instrumenten door de gemeente resulteert in een BAK van € 11.000 per WEQ. In dit scenario volgt warmtetransitie in Haarlem vooral landelijke ontwikkelingen, wat kan leiden tot vertraging maar mogelijk meer financiële zekerheid vanuit het Rijk.
•
Scenario 2, midden variant inzet gemeente: inzet van de aanwijsbevoegdheid en inzet van de vollooprisicodekking door de gemeente resulteert in een BAK van € 8.900 per WEQ. Dit scenario zet in op het bevorderen van versnelling door het verkleinen van het vollooprisico. Dit biedt het warmtebedrijf meer investeringszekerheid en vergroot daarmee de kans op
Kenmerk: 2026/0126315
3/7
tempo, al blijft daadwerkelijke versnelling afhankelijk van de bereidheid van gebouweigenaren om aan te sluiten op het warmtenet tegen de aangegeven BAK. •
Scenario 3, maximale inzet gemeente: inzet aanwijsbevoegdheid, inzet financiële instrumenten door de gemeente, waaronder de gemeentelijke subsidies om BAK verder omlaag te brengen voor gebouweigenaar resulteert in een BAK van € 2.000 per WEQ. Door in dit scenario aanvullend op bovenstaande in te zetten op subsidie voor de eindgebruiker zet de gemeente in op betaalbaarheid voor gebouweigenaren. Betaalbaarheid en snelheid versterken elkaar — hoe betaalbaarder een aanbod, hoe sneller bewoners kunnen instappen. Daarmee dempt het inzetten van een subsidie het effect van het vollooprisico. Met dit scenario blijft de gemeente Haarlem inzetten op een koploperspositie.
Onderstaande tabel 1 ‘overzichtstabel kosten’ geeft het overzicht van de kosten weer waarbij categorieën d en e gerelateerd zijn aan scenario 2 en 3 en dus optioneel zijn (groen in tabel). Dit is een gecomprimeerde tabel. In bijlage 1, Financiële verkenning Warmteprogramma 2027 – 2030 worden de volledige tabellen, alle kostencategorieën toegelicht en ook een meerjarig beeld gegeven. Daarnaast wordt er een globaal beeld gegeven van de doorkijk op de langere termijn, 2030 – 2040. Beleidsrol (in duizenden €)
Balans Begrotings effect effect
Risico effect
Aandeelhoudersrol (in duizenden €)
Balans Begrotings effect effect
✔ aanwijsbevoegdheid ✔ financiële instrumenten ✔ subsidie (tot CV kosten) a1 Gemeentelijke organisatiekosten individueel & klein collectief a2 Gemeentelijke organisatiekosten collectief Subtotaal
9.960 14.930 24.890
b
Ruimte maken in de ondergrond
1.100
c
Onderzoekskosten tbv geothermie
4.000
Totaal (scenario 1)
29.990
d
Vollooprisico afdekken (scenario 2)
2.050 2.050
e
Subsidie (scenario 3)
14.500
Totaal scenario 3
0
46.540 2.050
f Aanloopkosten WBHa g Agiostorting h Rentelasten
1.060 12.200
Totaal 13.260
914
914
Tabel 1: gecomprimeerde tabel overzichtstabel kosten
De dekking voor gemeentelijke organisatiekosten kan grotendeels uit CDOKE financiering De gemeente ontvang momenteel CDOKE basis- en planfinanciering om de capaciteit te versterken voor het uitvoeren van klimaat- en energiebeleid en de energie- en klimaattransitie. De CDOKEmiddelen worden, naast de bestaande stadsbrede energietransitie aanpakken (isoleren, aardgasvrij) ingezet voor de capaciteit die bijdraagt aan gemeentebrede duurzaamheidsopgaven, gerelateerd aan de Haarlemse routekaart duurzaamheid. Denk hierbij aan de ontwikkeling van de Haarlemse Duurzaamheidsbegroting en Routekaart Duurzaamheid, de uitvoering van het Actieprogramma
Kenmerk: 2026/0126315
4/7
circulaire economie, duurzame mobiliteit, duurzaam erfgoed, opwek en energie en vanaf 2027 voor het Duurzaamheids Experience Center. Ook ondersteunende werkzaamheden, waaronder juridisch en financieel advies, zijn hieruit gefinancierd. Het warmteprogramma vraagt, zoals in deze nota beschreven, om aanvullende formatie voor het gebiedsgericht verder brengen van de energietransitie in de collectieve en individuele buurten. De kosten hiervoor bedragen circa € 21,9 miljoen voor extra capaciteit en circa € 3 miljoen voor communicatie en participatiebudget. Van dit totaal van circa € 24,9 miljoen aan gemeentelijke organisatiekosten voor het warmteprogramma kan circa € 19,7 miljoen gedekt worden uit overgebleven CDOKE (basis en plan) financiering. Daarmee kan momenteel circa € 5,2 miljoen niet gedekt worden vanuit CDOKE middelen (in de jaren 2027 – 2030). Om deze kosten te dekken is er een aantal mogelijkheden. Er wordt continu gekeken kunnen naar aanvullende externe baten. Er zou vervolgens beleidsmatig geprioriteerd kunnen worden in de inzet van de CDOKE-middelen en niet-CDOKE-middelen. Als dit niet toereikend is, kan besloten worden om de additionele kosten te dekken vanuit de algemene middelen. Tabel 2 geeft een overzicht van de totale kosten met begrotingseffect, onderverdeeld in de kosten met dekking en de kosten zonder dekking.
Hierin zijn de kosten voor scenario 2 en 3 optioneel en afhankelijk van keuzes. 2027-2030 (in duizenden €) Aandeelhoudersrol: benodigde kapitaalstorting Gemeentelijke organisatiekosten (collectieve en individuele buurten) Voorbereidingskosten: ruimte maken i/d ondergrond & onderzoek geothermie Totaal scenario 1 Scenario 2: Inzet financieel instrument vollooprisico afdekking Totaal scenario 2
Kosten met dekking
Kosten zonder dekking 914
19.690
5.200
24.890 Dekking ad € 20 miljoen vanuit CDOKE middelen, resterende kosten zijn niet gedekt. Lopen door in 2031 e.v.
5.100
5.100 Incidentele kosten
19.690
Opmerking
914 Cumulatieve rentelasten voor aantrekken agiostorting € 13,26 miljoen
11.214 2.050
2.050 Aanname: 50% van het risico doet zich voor
19.690
13.264 14.500
14.500
19.690
27.764
47.454
Scenario 3: inzet financieel instrument - subsidies Totaal scenario 3
Totaal
Er kan ook worden gekozen voor lagere subsidie
Tabel 2: overzichtstabel kosten met en zonder dekking
Rijksregelingen helpen, maar zijn op dit moment nog niet voldoende De verkenning gaat uit van bestaande Rijkssubsidies zoals ISDE, SAH, SDE++ en WIS, maar deze blijken niet toereikend om een sluitende businesscase voor warmtenetten in bestaande bouw te realiseren. Extra landelijke ondersteuning blijft noodzakelijk.
Kenmerk: 2026/0126315
5/7
Het financieel beeld is voorlopig en afhankelijk van landelijke kaders en marktontwikkelingen Diverse factoren beïnvloeden de financiële uitkomsten: - het uiteindelijke aansluitpercentage (volloop), - de complexe ondergrondse en bovengrondse situatie in Haarlem, - materiaal- en financieringskosten, - rijksregelingen die nog niet structureel zijn, - en de nieuwe wetgeving (WGIW, tariefrekenregels), die nog in ontwikkeling is. Daarom moet het financiële beeld worden beschouwd als een eerste bandbreedte die later verder wordt aangescherpt. 3. Resultaten en/of consequenties Effect op inwoners en stad De inzet van financiële instrumenten beïnvloedt direct de betaalbaarheid voor gebouweigenaren, en daarmee het tempo van realisatie en het maatschappelijk draagvlak. Een lagere BAK verbetert instapmogelijkheden, maar verhoogt de gemeentelijke financiële opgave.
Hieronder is inzichtelijk gemaakt welke deel van de benodigde middelen niet gedekt zijn tussen 2027 t/m 2030 (samenvattend per scenario): • Scenario 1: € 11,2 miljoen opgebouwd uit gemeentelijke capaciteit (€ 5,2 miljoen), voorbereidende kosten (€ 5,1 miljoen) en rentelasten (€ 0,9 miljoen) • Scenario 2: € 13,3 miljoen opgebouwd uit de kosten van scenario 1 plus de kosten voor het afdekken van het vollooprisico (€ 2,1 miljoen) • Scenario 3: € 27,8 miljoen opgebouwd uit de kosten van scenario 2 plus de kosten voor het inzetten van een subsidie a € 6.900,- per WEQ (€ 14,5 miljoen) Afhankelijk van keuzes van een nieuwe coalitie zullen bovenstaande middelen moeten worden opgenomen in de begroting om uitvoering te geven aan het warmteprogramma. Effect op tempo en risico’s Lagere financiële inzet (scenario 1) kan leiden tot vertraging, omdat betaalbaarheid achterblijft en het warmtebedrijf minder investeringszekerheid heeft. Scenario 2 en 3 vergroten het tempo maar verhogen de gemeentelijke financiële inzet. Scenario 2 zet in op snelheid, scenario 3 op betaalbaarheid voor de gebouweigenaar. 4. Uitvoering en vervolg Deze nota kan worden gebruikt ter informatie voor financiële afwegingen in de nieuwe bestuursperiode.
Kenmerk: 2026/0126315
6/7
De gemeente blijft samen met andere koplopergemeenten richting het Rijk lobbyen voor structurele middelen. De commissie en raad worden in de komende jaren meermaals geïnformeerd in het kader van het warmteprogramma, o.a. over: -
Wijkwarmteplannen om vervolg te geven aan keuzes over inzet van financiële instrumenten bij FID‑momenten in de eerste drie buurten
5. Bijlagen 1. Bijlage 1: Financiële Verkenning Warmteprogramma Haarlem 2027–2030 _26 maart '26
Kenmerk: 2026/0126315
7/7