1 Huisvesting Frans Hals Museum- uitkomsten onderzoek unilocatie
Tekst van het document
Informatienota
Onderwerp Huisvesting Frans Hals Museum – uitkomsten onderzoek unilocatie Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2024/338010 Loenen, D. van 4.2 Economie, toerisme en cultuur ECDW Böhne, B. 06 43280167 bbohne@haarlem.nl Het Frans Hals Museum (FHM) beheert en presenteert de waardevolle collectie van de stad, bijeengebracht in de loop van eeuwen. Het museum is één van de iconen van de stad Haarlem. Het museum beheert niet alleen de kunstschatten van de gemeente Haarlem, maar gemeente en museum zijn ook samen verantwoordelijk voor de monumentale gebouwen. Sinds 2022 werken gemeente en museum samen aan het verbeteren van de exploitatie, het beheer van de collectie en de gebouwen. Voor de gemeente is het vooropgestelde belang een museum dat onze rijke collectie optimaal kan laten zien. Conclusie van voorgaande onderzoeken is dat de kwaliteit van zowel het pand als museum als van het museale binnenklimaat onvoldoende is. Daardoor voldoet het museum niet aan gestelde eisen voor het tentoonstellen van de eigen kostbare collectie en van bruiklenen. In combinatie met het recent genomen besluit om de collectie te verhuizen uit de zolders van Groot Heiligland naar de Haarlemmermeer, ontstaat ruimte voor een nieuwe invulling van het gebouw. Bovendien is er de wens van de museumdirectie voor een unilocatie. Bovengenoemde gaf de aanleiding voor een studie naar de mogelijkheden voor het gebouwencomplex aan het Groot Heiligland.
In opdracht van de gemeente en in samenwerking met het museum heeft architectenbureau BiermanHenket een haalbaarheidsstudie gedaan. Het resultaat is een variant waarbij 800 m2 wisseltentoonstellingsruimte wordt toegevoegd onder de binnentuin van HOF middels een ondergrondse kelder. Een ingrijpende operatie voor dit monumentale gebouw in de binnenstad, maar niet onmogelijk. De kosten voor het realiseren van een unilocatie is op dit moment ingeschat tussen de 41 en 45 miljoen euro en heeft een doorlooptijd van circa 30 maanden.
Kenmerk: 2024/338010
1/8
Naast het scenario van de unilocatie is de duo locatie variant mogelijk waarbij beide gebouwen HOF en HAL voor het museum behouden blijven. Voor deze basis variant is nog geen dekking. De kosten voor renoveren, verduurzamen en verbeteren van museale functies van beide locaties is op dit moment geraamd op 20 miljoen euro en heeft een doorlooptijd van circa 24 maanden. Het college wil de haalbaarheid van de unilocatie verder onderzoeken op het gebied van uitvoeringsrisico’s, exploitatie, techniek en logistiek. Uiteindelijk moet dit leiden tot een keuze voor een voorkeursvariant (uni of duo locatie) in 2025. Behandelvoorstel voor commissie
Het college stuurt de informatienota ter bespreking naar de commissie ontwikkeling. Dit in vervolg op eerdere besprekingen over de versterking van de exploitatie en huisvesting van het Frans Hals Museum, en de middelen die hiervoor beschikbaar zijn gesteld. Het college verneemt graag welke (aanvullende) informatie de raad nodig heeft om in 2025 een besluit te kunnen nemen over een duurzame huisvesting voor ons museum.
Relevante eerdere besluiten
-
-
Besluit College d.d. 21 mei 2024
Informatienota ‘Exploitatie, onderhoud en collectiebeheer Frans Hals Museum plan van aanpak 2022 (2022/32483) in commissie ontwikkeling 3 februari 2022 Informatienota ‘Exploitatie en huisvesting Frans Hals Museum’ (2022/1311888) in commissie ontwikkeling 27 oktober 2022 Opinienota ‘Uitkomsten onderzoek depotgebouw Haarlem’ (2022/1397822) in commissie ontwikkeling 22 juni 2023 Collegebesluit ‘Huuroptie depot voor collectie Frans Hals Museum’ (2024/448947) in commissie Ontwikkeling 18 april 2024
1. Het college stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding Het Frans Hals Museum (FHM) beheert en presenteert de waardevolle collectie van de stad, bijeengebracht in de loop van eeuwen. Het museum is een van de iconen van de stad Haarlem. Het museum beheert niet alleen de kunstschatten van de gemeente Haarlem, maar gemeente en museum zijn ook samen verantwoordelijk voor de monumentale gebouwen. Het beeldbepalende complex aan Groot Heiligland (HOF) heeft al sinds 1913 een museale bestemming.
Kenmerk: 2024/338010
2/8
Gemeente en FHM werken gezamenlijk aan het versterken van de exploitatie, de huisvesting en het collectiebeheer van het museum. In januari 2022 is de commissie middels de Informatienota ‘Exploitatie, onderhoud en collectiebeheer Frans Hals Museum – plan van aanpak 2022’ geïnformeerd over een stappenplan. Bij de bespreking van de Informatienota ‘Exploitatie en huisvesting Frans Hals Museum’ op 27 oktober 2022 is de commissie ontwikkeling geïnformeerd over de voortgang en zijn opties voor herhuisvesting van locatie HAL gepresenteerd. Binnen de commissie was tijdens de bespreking van deze informatienota animo voor een vervolgonderzoek naar het scenario unilocatie, dat voorziet in het inbreiden van de ruimten van locatie Grote Markt (HAL) op locatie Groot Heiligland (HOF). Ook de directie van het FHM heeft de nadrukkelijke wens uitgesproken voor een unilocatie. Met de kadernota 2024 zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld voor dit onderzoek. De depotontwikkeling is separaat besproken op basis van de Opinienota ‘Uitkomsten onderzoek depotgebouw Haarlem’ in de commissie van 22 juni 2023. Het realiseren van een depot voor de collectie van het Frans Hals museum is een voorwaarde voor het realiseren van toekomstbestendige huisvesting van het museum.
Bij de bespreking van het recente collegebesluit ‘Huuroptie voor de collectie van het Frans Hals Museum’ met de commissie op 18 april 2024 is gevraagd naar het vervolg van de mogelijkheden van het realiseren van een unilocatie. Met deze informatienota informeert het college de commissie over de uitkomsten van de haalbaarheidsstudie naar een unilocatie op het Groot Heiligland. Daarnaast wordt ook de variant toegelicht van het behouden, verduurzamen en renoveren van de huidige twee locaties. 2. Kernboodschap Voor de haalbaarheidsstudie naar het realiseren van een unilocatie is vanaf juli 2023 gewerkt met een tijdelijk projectteam met afvaardiging van de gemeente (cultuur, erfgoed, vastgoed), het museum, externe adviseurs en de architect. Bij aanvang is een bouwhistorisch onderzoek opgesteld dat diende als basis voor het uitwerken van een plan door de architect BiermanHenket. Deze architect heeft veel ervaring met het verbouwen van monumenten en musea, waaronder Prinsenhof in Delft en het Rembrandthuis in Amsterdam. Er zijn drie uitgangspunten gehanteerd om tot een plan te komen: 1. Duurzaam monumentaal gebouw voor de museumfunctie 2. Inpassen museale ruimten uit locatie Grote Markt (HAL) in locatie Groot Heiligland (HOF) 3.
Benutten van deze verbouwing/renovatie voor het in z’n geheel verbeteren van het museum qua routing, logistiek en klimaat 1 Duurzaam monumentaal gebouw voor de museumfunctie Het gebouwencomplex heeft Energielabel G en is in de huidige staat niet duurzaam. Bij de afdeling Vastgoed van de gemeente zijn plannen in voorbereiding voor de verduurzaming van de schil om te komen tot een A label. Er is op basis van de adviezen uit 2018 circa € 600.000 gereserveerd voor het
Kenmerk: 2024/338010
3/8
uitvoeren van werkzaamheden op HOF en circa 180.000 op HAL. De werkzaamheden zijn nog niet gestart, in afwachting van de studie naar een unilocatie. Uit de onderzoeken in 2019 door Helicon naar de staat van de collectie bleek er ook sprake van klimatologische beperkingen voor de collectie in de zalen van museum. Aanpassingen aan het gebouw en de klimaatinstallaties voor het museum zijn complementair aan elkaar. Zonder goed geïsoleerde schil kan het museale binnenklimaat niet op orde zijn. Voor het FHM zijn de eisen ten aanzien van het binnenklimaat bepaald onder verwijzing naar de Klimaatverklaring erfgoedorganisaties van november 2022. 2 Inpassen museale ruimten uit locatie Grote Markt In overleg met het FHM is door ToornendPartners een conceptruimtestaat opgesteld met daarin de integrale ruimtebehoefte van het museum, uitgaande van een unilocatie. Dit houdt in dat de ruimten voor collectie van de locatie HAL toegevoegd worden aan de bestaande ruimten van de locatie HOF. Dit betreft met name het opvangen van de ruimten voor tentoonstellingen in HAL die thans bij elkaar 1.200 m² beslaan. Met ruimte voor wisseltentoonstellingen naast een vaste presentatie, wordt herhaalbezoek gestimuleerd en meer publieksinkomsten gerealiseerd.
Van de huidige oppervlakte in HAL heeft de helft een verdiepingshoogte passend bij hedendaagse kunst (Vleeshal en de zaal op de 1e verdieping in de Verweyhal) van 5 m of meer. Doordat het klimaat in HAL niet voldoet aan de vereisten voor museaal klimaat en er ook knelpunten zijn ten aanzien van de maximaal toegestane vloerbelasting, wordt in HAL nu weinig tot geen oude collectie getoond, maar worden de ruimten daar voornamelijk ingezet voor wisseltentoonstellingen met een nadruk op hedendaagse kunst. Voor een toekomstbestendige programmering wordt uitgegaan van een oppervlakte van 1200 m2. Bestaande uit 400m2 collectie presentatie (vaste tentoonstelling) en 800 m2 voor wisseltentoonstellingen/ exposities. Een gangbare hoogte van wisseltentoonstellingsruimte is minimaal 6 meter vrije hoogte. Voor de afmetingen van de wisseltentoonstellingsruimte waarin ook hedendaagse en moderne kunst goed getoond kan worden, is naar meerdere referentiemusea gekeken, waaronder het Stedelijk Museum Alkmaar en ook Museum De Lakenhal in Leiden. Lopende het ruimtelijke onderzoek, ook de bevindingen van installatie-adviesbureau DWA betrekkend, is gebleken dat de 400 m² aan ruimten voor vaste presentatie van het ruimteprogramma ingepast kan worden in het bestaande gebouw c.q. in vrijkomende ruimte op de zolders.
Er is geen ruimte van voldoende afmetingen gevonden voor de benodigde 800 m² voor wisseltentoonstellingen. Het op een andere wijze opvangen van die ruimte op de locatie is daarmee de kern geworden van de ruimtelijke verkenning. 3 Verbeteren museum qua routing, logistiek en klimaat Naast tentoonstellingsruimtes zijn in de ruimtestaat ook andere ruimten en functies opgenomen, zoals verbeterde voorzieningen voor bezoekers (waaronder een multifunctionele bijeenkomstruimte voor 100 personen), ruimten voor het transport en in beperkte mate voor locatiegebonden beheer van collecties en passende werkruimten voor medewerkers. Behalve het opvangen van ruimten voor
Kenmerk: 2024/338010
4/8
tentoonstellingen zoals die nu in beginsel in HAL aanwezig zijn, is de scope van de ruimtelijke verkenning breder dan in 2022 (zoals geschetst in de Informatienota ‘Exploitatie en huisvesting Frans Hals Museum’). Een integrale verbouwing van HOF om de unilocatie creëren en tevens het complex te verduurzamen en toekomstbestendig te maken, is een kans om ook enkele functionele knelpunten te verbeteren, waaronder het nu ontbreken van een voor ieder museum onmisbare laad- en losruimte voor objecten. Ook naar de back-of-house ruimten is gekeken. Aan de hand van een overzicht van het bestaande ruimtegebruik van het FHM is in het ruimteprogramma een optimalisatie doorgevoerd in met name backofficeruimten, zoals opslag en kantoren. Drie zoekgebieden, één voorkeursvariant Architect BiermanHenket heeft drie zoekgebieden verkend: inpassing in pand op de hoek, inpassing in HOF ondergronds, inpassing op de verdieping (zolders). De variant inpassing ondergronds bleek gedurende het proces de meest ideale doordat er alleen daar voldoende kwalitatieve meters tentoonstellingsruimte kunnen worden toegevoegd middels een grote, hoge zaal. Vanwege de schuine daken, de beperkte hoogte en de beperkte mogelijkheden tot klimatiseren zijn de mogelijkheden op zolder beperkt. Na onderzoek is geconcludeerd dat op de zolders niet voldoende vierkante meters tentoonstellingsruimte kunnen worden toegevoegd.
Bovendien is de zolder ook nodig voor het onderbrengen van de klimaatinstallaties zelf. De andere optie van inpassing op de hoek heeft ook beperkingen. Het pand heeft hoge bouwhistorische waarde. En kan alleen verticaal ingedeeld de benodigde ruimten bieden. Dat is minder ideaal dan gelijkvloers. Ook in deze variant is het realiseren van een ondergrondse ruimte nodig om voldoende vierkante meters toe te voegen. Daarom is besloten de variant inpassing in HOF ondergronds verder te verkennen. Verkenning door architectenbureau BiermanHenket De opdracht aan architectenbureau BiermanHenket was om met de ruimtestaat van het museum, de input van DWA en het bouwhistorisch onderzoek te komen tot een studie. In een haalbaarheidsstudie (bijlage 1) zijn onderstaande elementen opgenomen:
Grootschalige renovatie en verduurzaming van het monument met nieuwe luchtbehandelingsinstallatie; Toevoegen van tentoonstellingsruimte (uit HAL) waaronder een ondergrondse kelder van 800 m2 groot en circa 6 meter hoog; Een nieuwe entree en bijeenkomstruimte (200 m2) in het hoekpand van het complex; Een verbeterde logistieke expeditie aan de achterzijde); Betrekken buitenruimte door creëren zicht naar buiten en inrichten als beeldentuin.
NB. Deze studie is/wordt door architect Janneke Bierman aan de commissie gepresenteerd op 27 mei.
Kenmerk: 2024/338010
5/8
Het FHM ziet de wensen voor een duurzaam gebouw, een logistiek kloppend museum met het juiste klimaat én voldoende tentoonstellingsruimte in dit plan terug. Klimaatinstallaties en verduurzaming De studie van installatie-adviesbureau DWA is een belangrijke bouwsteen binnen de totale haalbaarheidsstudie. Uit het rapport (bijlage 2) van DWA blijkt dat de bestaande klimaatinstallaties geheel vervangen moeten worden en dat substantieel meer installaties nodig zijn. DWA schat in dat maximaal de helft van de bestaande zolderruimten omgevormd kunnen worden tot ruimten met museaal klimaat. Tevens zijn mogelijkheden aanwezig om een gasloze energieopwekking te realiseren in de kelder of op het parkeerterrein. Voor alle ingrepen geldt dat vervolgonderzoek nodig is of het gewenste ambitieniveau praktisch haalbaar is. Plan BiermanHenket en monumentale waarde Er is op een zeer zorgvuldige wijze binnen de monumentale structuur van het pand gezocht naar de mogelijkheden voor uitbreiding van het museum. Dat het maken van een museumzaal onder de grond risico’s voor schade aan het pand en de historische omgeving met zich meebrengt, is bij alle betrokkenen bekend. Dit vraagt om een hele zorgvuldige uitwerking en uitvoering. Een aandachtspunt is dan bijvoorbeeld de uitwerking van de nieuwe trap naar de kelder en de gevolgen daarvan op de erfgoedwaarden.
Kosten plan en doorlooptijd Door Toornend is de studie van BiermanHenket doorgerekend in een kostenraming, die aansluit bij de fase van het project. De kostenraming voor de ruimtelijke verkenning en verduurzaming van het complex komt uit op een totaal bedrag tussen de 41 en 45 miljoen euro exclusief btw. Dit komt overeen met een gemiddeld bedrag van circa € 5.300 per m² BVO. De doorlooptijd van deze verbouwing tot unilocatie is ingeschat op 30 maanden. Het investeringsbedrag is exclusief BTW, en exclusief diverse aanvullende kosten waaronder procesmanagement vanuit de gemeente, inrichtingskosten voor het museum en exploitatieverlies. Het investeringsbedrag is opgebouwd uit de volgende onderdelen:
50% van de bouwkosten is toe te schrijven aan het realiseren van de kelder ten behoeve van de benodigde wisseltentoonstellingsruimte’ 30% van de bouwkosten gaat naar ruimtelijke en installatietechnische ingrepen in het gebouw. het aandeel voor de verduurzaming van het integrale complex circa 20% van de totale investeringskosten. Inrichtingskosten en kosten voor het verhuizen van collecties zijn niet meegenomen. Inrichting is overigens een kansrijke post voor externe fondsenwerving.
Het aantrekken van externe financiering is goed mogelijk bij het realiseren van het plan van BiermanHenket.
Kenmerk: 2024/338010
6/8
Realiseren kelder voor tentoonstellingszaal Het realiseren van een ondergrondse tentoonstellingszaal is een ingrijpende operatie. Het bouwen van kelders in en onder bestaande gebouwen in een binnenstedelijke context is geen alledaags werk, maar ook geen unicum. Door adviesbureau Toornend en VKV is een notitie opgesteld die de beperkingen onderzocht en de risico’s benoemt (bijlage 3a en b). Het realiseren van een kelder in de binnentuin van het Frans Hals Museum is vanuit technisch oogpunt waarschijnlijk mogelijk. De ligging van het Frans Hals Museum levert de nodige beperkingen op voor de aan- en afvoer van het in te zetten materieel en de toe te passen bouwmaterialen. De nieuwe kelder krijgt een vrije hoogte van 6 meter met daarboven ruimte 1 meter voor installaties. Voor de vloerconstructie, de dakconstructie en het daarop liggende grondpakket moet bij elkaar circa 2 meter worden gerekend. Dat betekent dat de bouwput een diepte van minimaal 9 meter krijgt. Het realiseren van een nieuwe kelder volgt een aantal essentiële stappen, zoals toegelicht in het rapport. Het vervolg is om een gedegen risicoanalyse met een team van experts op te stellen. Daaruit komen enerzijds beheersmaatregelen voort en anderzijds aanbevelingen voor nader onderzoek in het veld naar bijvoorbeeld de bodemopbouw, grondwaterstand en de constructieve staat van de fundatie en het gebouw.
De risicoanalyse zal ook aanbevelingen bevatten voor de ontwerpfase en het ontwerp. Duolocatie variant: renovatie HOF en HAL In de Informatienota van oktober 2022 is ook een scenario benoemd waarin locaties HOF en HAL beide behouden worden voor het FHM. Deze variant voorziet in renovatie van de gebouwen, verduurzaming en het museale klimaat verbeteren. De kosten van deze variant bedragen circa € 20 miljoen, waarvan circa € 15 miljoen voor HOF en € 5 miljoen voor HAL. Hier is nog geen dekking voor. De doorlooptijd is circa 24 maanden. Deze tentoonstellingsruimte van 600 m2 is essentieel voor het (wissel) tentoonstellingsprogramma van het Frans Hals museum. De kosten voor aanpassingen zijn derhalve meegenomen in de berekeningen. Het verbeteren van de klimaatwaarden in deze zaal is eveneens nodig om – naast hedendaagse kunst - ook kwetsbare en oude kunst te kunnen laten zien. Gevolgen exploitatie Frans Hals Museum Een vernieuwde unilocatie heeft naar verwachting een positief financieel effect op publieksinkomsten, personele bezetting, en energie- en onderhoudskosten. Met een tijdelijke sluiting ten behoeve van renovatie en verbouwing loopt het museum publieksinkomsten mis. Dat effect geldt ook voor het verbouwen van beide locaties. De exploitatie tijdens en na de verbouwing en de revenuen voor de stad en het museum worden in de volgende fase verder uitgewerkt.
Kenmerk: 2024/338010
7/8
3. Consequenties Het college wil de haalbaarheid van de unilocatie verder onderzoeken op het gebied van uitvoeringsrisico’s, exploitatie, techniek en logistiek. Uiteindelijk moet dit leiden tot een voorkeursvariant (uni of duo locatie) in 2025. 4. Vervolg Het college wenst de mogelijkheid van het realiseren van een unilocatie verder te onderzoeken. Een projectteam werkt de haalbaarheidsstudie verder uit:
Het projectteam zal middels een schetsontwerp komen tot een meer gedetailleerde kostenraming, de consequenties van het realiseren van een unilocatie voor de omgeving en een vervolgonderzoek (techniek en logistiek) naar het realiseren van de kelder en de verduurzaming. Het college wil met het museum verkennen hoe en op welke schaal externe financiële middelen kunnen worden geworven voor het realiseren van het nieuwe museum. Vanuit het museum wordt inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn voor exploitatie- en beheerlasten van het museum voor beide varianten. Het college wenst de raad begin 2025 de resultaten een notitie aan de commissie te presenteren. Deze uitkomsten moeten leiden tot een keuze voor een uni of duo locatie variant. Van het bij de kadernota 2024 vrijgegeven onderzoeksbudget van 250.000 euro is reeds een groot deel benut voor de tot nu toe uitgevoerde onderzoeken naar de museale huisvesting en voor de depotontwikkeling. Er wordt voor de onderzoeken een plan van aanpak inclusief begroting opgesteld. Bij de bestuursrapportage 2024 volgt een voorstel. De uitkomsten van het huidige onderzoek en deze fase geven aanleiding om de buurt te over de plannen en te betrekken bij het vervolg. De resultaten van bovenstaande punten zullen begin 2025 worden gedeeld met de commissie.
Uiteindelijk moet dit leiden tot een keuze voor een voorkeursvariant (unilocatie of duolocatie) in 2025.
5. Bijlagen 1. Haalbaarheidsstudie – BiermanHenket – december 2023 2. Voorstudie verduurzamen en klimaat – DWA – december 2024 3. a) Onderzoek realiseren kelder Groot Heiligland – Toornend - april 2024 3. b) Verkeers- en veiligheidskundig onderzoek kelder – VKV – mei 2024
Kenmerk: 2024/338010
8/8