CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Haarlem opinienota mogelijkheden eerlijkere rioolheffingsmaatstaf

commissie Bestuur 3 april 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 18:10 uur Mogelijkheden eerlijkere rioolheffingsmaatstaf (FR)3.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opinienota

Onderwerp Mogelijkheden eerlijkere rioolheffingsmaatstaf Nummer 2025/330761 Portefeuillehouder Roduner, F.J., Berkhout R., Programma/beleidsveld 7.2 Algemene dekkingsmiddelen Afdeling CC Auteur M. de Lie Telefoonnummer 06-39074862 Email mdelie@haarlem.nl Kernboodschap Met het vaststellen van de moties 20.06 ‘ontzie de lage en middeninkomens bij de rioolheffing’ en 20.03 ‘belast grootverbruikers van water en riool’ bij de bespreking van het stedelijk waterplan begin 2024 heeft de raad het college opgeroepen om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een eerlijkere rioolheffingsmaatstaf. Hiertoe heeft het college drie varianten uitgewerkt; een vast bedrag per perceel, waterverbruik en WOZ waarde. Alle drie de varianten hebben consequenties en kennen voor- en nadelen. In alle gevallen blijft het uitgangspunt 100% kostendekkendheid. Afhankelijk van de keuze voor één van de varianten wijzigen de lastenverdeling en de daaraan gekoppelde tarieven voor bewoners en bedrijven. Het college vraagt de raad een keuze te maken tussen de varianten en neemt de uitkomsten van de discussie in de raad mee in haar voorstel tot eventuele wijziging van de rioolheffingsmaatstaf als onderdeel van de Kadernota 2026.

Bij een keuze voor een andere rioolheffingsmaatstaf dan de huidige zal een gewijzigde concept-verordening worden uitgewerkt en ter besluitvorming worden voorgelegd als onderdeel van de Belastingvoorstellen Haarlem 2026. Behandelvoorstel voor commissie

Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de commissie Bestuur. Het verzoek aan de commissie is om met de opinienota de motie ‘Ontzie de lage en middeninkomens bij de rioolheffing’ (2024/368716) en de motie ‘Belast grootverbruikers van water en riool’ (2024/358084) af te doen.

Relevante eerdere besluiten

Stedelijk waterplan 2024-2033 (2023/1554669) Motie 20.06 ‘ontzie de lage en middeninkomens bij de rioolheffing’ Motie 20.03 ‘belast grootverbruikers van water en riool’ Belastingvoorstellen Haarlem 2025 (2024/2031541) Programmabegroting 2025-2029 1. Het college stelt de opinienota ‘mogelijkheden eerlijkere rioolheffingsmaatstaf’ vast.

Besluit college d.d. 18 maart 2025

Kenmerk: 2025/330761

1/9

de secretaris,

de burgemeester,

1. Inleiding Bij de behandeling van het Plan Stedelijk Water 2024-2033 is gevraagd om onderzoek te doen naar de mogelijkheden tot een eerlijkere rioolheffingsmaatstaf. Met de rioolheffingsmaatstaf wordt bepaald hoe de te innen rioolheffingsinkomsten (gekoppeld aan de totale toe te rekenen lasten) worden verdeeld over de inwoners en bedrijven. De gemeente Haarlem heeft een zorgplicht voor de afvoer van hemel- en grondwater, naast een verplichting voor een doelmatig werkend rioleringsstelsel. De uitvoering van gemeentelijke watertaken wordt beschouwd als een collectieve voorziening waar iedereen van profiteert. Op dit moment wordt daarom een vast bedrag per perceel geheven bij eigenaren. Een simpele en eenduidige maatstaf met stabiele en voorspelbare inkomsten, die momenteel tot minimale bezwaren leidt en lage uitvoeringskosten kent. In de huidige maatstaf wordt gedifferentieerd tussen directe en indirecte aansluitingen. Laatstgenoemde (veelal kleinere objecten zoals garageboxen) betalen iets minder dan de helft. Gebruikers (huurders) betalen niet (rechtstreeks) mee (tenzij tevens eigenaar). Wet- en regelgeving Bij de keuze voor een rioolheffingsmaatstaf moet in ieder geval rekening worden gehouden met weten regelgeving.

Belangrijk is dat er een rechtvaardige onderbouwing is om (een bepaald deel van) de rioolheffingsinkomsten ten laste te leggen aan (een bepaald deel van) de bewoners en bedrijven. Als een partij of doelgroep (erg) veel betaalt of gaat betalen, dan moet er een uitleg zijn waarom dit eerlijk en rechtvaardig is. Alle belangen dienen zorgvuldig tegen elkaar afgewogen te zijn. Rechters gaan steeds vaker over tot een zogenaamde exceptieve toets van de verordening waarbij dit wordt onderzocht. De rioolheffing is in de basis bedoeld om de inkomsten te genereren die nodig zijn voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken. Het is echter mogelijk om aanvullend beleidsdoelen in te vullen met de rioolheffing. Dit kan zich bijvoorbeeld richten op ‘de gebruiker betaalt’ of op ‘degene die profijt heeft behaald’. Als het is om gedragsverandering te stimuleren moet dat hard gemaakt kunnen worden. Uit onderzoek blijkt echter dat watergebruik minder gevoelig is voor prijsprikkels dan afvalaanbod. Naar draagkracht mag niet worden geïnd. Ook dient de rioolheffingsmaatstaf passend te zijn bij degene die wordt aangeslagen. Sommige rioolheffingsmaatstaven passen bij de eigenaar van een perceel of pand, andere rioolheffingsmaatstaven bij de gebruiker. Dit heeft vaak te maken met de mogelijkheid tot invloed.

Zo hebben eigenaren (wanneer zij niet tevens de gebruiker zijn) weinig invloed op het drinkwaterverbruik. Gebruikers (wanneer zij tevens niet eigenaar zijn) hebben weinig tot geen invloed op de WOZ-waarde. Hiernaast dient de rioolheffingsmaatstaf (tegen acceptabele kosten) uitvoerbaar te zijn. Elke maatstaf kent zijn eigen beperkingen.

Kenmerk: 2025/330761

2/9

Kostenstructuur Het rioolstelsel is een verbonden netwerk. Naast afvalwater (uit drinkwater) wordt ook hemelwater ingezameld en afgevoerd (ook het hemelwater van de openbare ruimte) en worden grondwaterstanden beheerd (ook van de openbare ruimte). In totaal bedragen de variabele kosten voor dit verbonden netwerk in 2025 circa € 3 miljoen. De totale kosten die worden verwacht zijn geraamd op ruim € 16 miljoen. Dat betekent dat de variabele kosten minder dan 20% zijn op het totaal. Dat de kosten variabel zijn betekent echter nog niet dat deze één op één samenhangen met individuen of eenheden en of beïnvloedbaar zijn door hen. Er bestaat geen (voorgeschreven) methoden om de variabele kosten (volledig) correct toe te rekenen. Wat is gangbaar? De Atlas van de lokale lasten is een jaarlijks overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen. De rioolheffing kan van de eigenaar , van de gebruiker of van allebei worden geheven. Het eigenarentarief is doorgaans een vast bedrag. In een klein aantal gemeenten is de eigenarenheffing (deels) afhankelijk van de WOZ-waarde. Bij de rioolheffing wordt soms gebruik gemaakt van naar watergebruik gedifferentieerde tarieven, waarbij een watergebruik gedifferentieerd tarief met een ondergrens voor huishoudens ook wordt beschouwd als een vast tarief.

Hiernaast worden er nog verschillende andere (meng)varianten gehanteerd door gemeenten, bv. op basis van omvang van huishouden. Begin 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wetsvoorstel voor een eerlijkere verdeling van de waterschapslasten. Nu het wetsvoorstel is aangenomen kunnen waterschappen verschillende tarieven hanteren voor woningen en niet woningen. Het verschilt per waterschap wat er precies zal gebeuren omdat de wet niet voorschrijft wat de tarieven moeten worden. Afbakening maatstaven Door de zorgplicht die de gemeente heeft voor de afvoer van hemel- en grondwater, naast de al langer bestaande verplichting voor een doelmatig werkend rioleringsstelsel, dient deze voorziening in hoofdzaak als een collectief goed beschouwd te worden. Er is geen sprake van een individueel af te nemen product, waarvoor een afzonderlijke prijs berekend kan worden. Ook kunnen de afnemers van het collectieve goed de kosten van het product nauwelijks beïnvloeden. Een vast bedrag per perceel als heffingsmaatstaf sluit in die zin goed aan bij het algemene bestemmingskarakter van de rioolheffing. Indien ervoor wordt gekozen om de kosten een relatie te laten hebben met het profijtbeginsel, kan gekozen worden voor de waarde van een perceel (incl. de woning- en of niet woning) in het

Kenmerk: 2025/330761

3/9

economisch verkeer (WOZ). Deze maatstaf heeft in zekere mate een relatie met het profijtbeginsel. Bij de maatstaf waarde van een perceel in het economisch verkeer (WOZ) is het uitgangspunt dat de hemel- en grondwaterzorgplichten in belangrijke mate tot investeringen in het publieke gebied leiden. De effecten van deze maatregelen strekken zich uit naar alle percelen die op een of andere wijze profijt hebben. Voor duurdere percelen heeft (het uitblijven van) een voorziening een meer dan evenredig effect op de benuttingswaarde van het perceel. Indien ervoor wordt gekozen om de kosten een relatie te laten hebben met het beginsel de verbruiker betaalt, kan gekozen worden voor waterverbruik als maatstaf. Als maatstaf voor kostentoerekening dient wel bedacht te worden dat de gebruikers de kosten van de riolering nauwelijks kunnen beïnvloeden door minder te verbruiken. Omdat genoemde maatstaven slechts in beperkte mate een relatie met genoemde beginselen hebben, gaat deze opinienota in op de mogelijkheden van een rioolheffingsmaatstaf gebaseerd op het huidige vaste bedrag per perceel per eigenaar in combinatie met de WOZ-waarde of het (groot)verbruik, de voor- en nadelen daarvan én het verwachte effect daarvan op de lastenverdeling (tarieven). Andere (niet in de moties expliciet genoemde) varianten zijn buiten beschouwing gelaten.

Dit betekent niet dat er geen andere (meng)varianten mogelijk zijn. Zo wordt er in sommige gemeenten een systematiek gehanteerd waarbij er wordt gedifferentieerd naar huishoudens (woningen) en bedrijven (niet woningen), waarbij er voor woningen gebruikers worden belast op basis van omvang van het huishouden en voor niet woningen eigenaren worden belast aan de hand van een vast bedrag of woz waarde van het object. Ook verhard- afstromend oppervlak wordt nu buiten beschouwing gelaten aangezien dit geen gegeven is wat nu al wordt bijgehouden voor bijvoorbeeld de WOZ administratie en daarmee nog niet voldoet aan alle vereisten van een basisadministratie. Hiermee is deze maatstaf nu nog (te) gevoelig voor bezwaar- en beroepprocedures. E.e.a. nog los van de kosten die het voeren van zo een administratie met zich meebrengt. Mogelijk dat dit in de toekomst wel uitvoerbaar is1. Naast de keuze voor een maatstaf kan er verder onderscheid worden gemaakt binnen een groep middels tariefdifferentiatie. Bijvoorbeeld als alleen de grote waterverbruikers meer/minder gaan betalen i.p.v. alle verbruikers, door het hanteren van een ondergrens bij gebruik. Of door te werken 1 In de gemeente Dijk en Waard (deelnemer Cocensus) waar dit is ingevoerd, is recentelijk de conclusie

getrokken dat een jaarlijkse herinventarisatie van de grondslagen te duur is om de heffing in stand te laten en daarom wordt gekeken naar alternatieven.

Kenmerk: 2025/330761

4/9

met een staffel om de uitvoeringskosten en fluctuaties tussen jaren n.a.v. correcties / bezwaren te beperken. Of door te corrigeren voor waterverbruik dat niet wordt afgevoerd via het riool. 2. Toelichting verschillende heffingsgrondslagen

A. VAST BEDRAG PER PERCEEL (HUIDIG) B. WATERVERBRUIK I.C.M. VAST BEDRAG PER PERCEEL C. WOZ-WAARDE I.C.M. VAST BEDRAG PER PERCEEL

De eigenaar van een perceel ontvangt de rioolheffingsaanslag. De gebruiker van het pand ontvangt de rioolheffingsaanslag op basis van het aantal m3 verbruikt drinkwater. De eigenaar van het pand ontvangt de rioolheffingsaanslag op basis van de WOZwaarde van het pand.

3. Voor- en nadelen verschillende heffingsgrondslagen A. Vast bedrag per perceel Voordelen - eenvoudige overzichtelijke systematiek. - beproefde systematiek. - geen extra invoeringskosten. - stabiele en voorspelbare inkomsten. - weinig bezwaren. - lage perceptiekosten. Nadelen - aan elk object wordt het zelfde profijt toegedicht wat wordt getrokken uit de voorziening. - veel appartementen op één perceel (= veel huishoudelijk afvalwater en afstromend regenwater) zijn in het voordeel wanneer deze niet als afzonderlijke (afsluitbare) objecten worden gezien (het gaat dan om uitzonderlijke gevallen zoals een verzorgingshuis) - grote bedrijven (veel productiewater en afstromend regenwater) zijn in het voordeel t.o.v. particuliere woningen.

Kenmerk: 2025/330761

5/9

B. Waterverbruik Voordelen - een (beperkte) relatie tussen het profijtbeginsel en het betalen van rioolheffing. - een verbreding van het aantal belastingplichtigen, omdat naast eigenaren ook (groot)verbruikers gaan meebetalen, waardoor eigenaren (mits geen (groot)verbruiker) minder gaan betalen. Nadelen - (fors) hogere perceptiekosten (die middels het tarief ‘terugverdiend’ moeten worden) - gegevensuitwisseling PWN; PWN weigert momenteel te voldoen aan het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing en heeft eenzijdig besloten minder gegevens te leveren dan zijn bepaald in het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing. Dit heeft tot gevolg dat verbruikgegevens minder goed gekoppeld kunnen worden aan de percelen voor de rioolheffing, aangezien PWN geen gebruik maakt van BAG of WOZ conforme adressen. - waterverbruik is niet gelijk aan het gebruik van de riolering. Hierover is de nodige jurisprudentie ontstaan. Het aantal bezwaarschriften zal toenemen. - deze maatstaf draagt op basis van de literatuur nauwelijks bij aan de doelstelling minder water verbruik. - als in totaal minder water wordt verbruikt, leidt dit niet tot lagere lasten, maar tot hogere tarieven, omdat de opbrengst (kostendekking) gelijk dient te blijven. - waterverbruik fluctueert van jaar tot jaar, waardoor de heffingsmaatstaf wat minder stabiel is dan een vast bedrag.

- bij een gebruikersheffing dient rekening te worden gehouden met leegstand en kwijtschelding (keuze in lijn met huidige beleid Haarlem). Deze batenderving dient weer in de tarieven verwerkt te worden. - als er op drinkwaterverbruik heffing plaatsvindt, dan zijn panden met weinig drinkwaterverbruik in het voordeel (bijvoorbeeld een distributiecentrum), terwijl die een groot verhard oppervlak kunnen hebben. - non-profit-instellingen zoals scholen, verzorgingshuizen, etc. zullen meer moeten gaan bijdragen aan de rioolheffing. C. WOZ Voordelen - gebruik van bestaande WOZ-systematiek en daarmee weinig extra perceptiekosten. - verschuiving in belasting van belastingplichtigen, waarbij eigenaren met een kleiner pand (lagere WOZ-waarde) minder gaan betalen t.l.v. eigenaren met een groot pand, vaak van niet-woningen, waarvan de WOZ-waarde hoger is.

Kenmerk: 2025/330761

6/9

Nadelen - Ietwat beperktere stabiliteit en voorspelbaarheid inkomsten i.v.m. wisselende WOZ-waarden. - verder moet er rekening mee gehouden worden dat aan het begin van het belastingjaar nog niet alle objecten van een WOZ-waarde zijn voorzien (bijvoorbeeld nieuw- en verbouw). Dit zal in de praktijk tot enige vertraging in de aanslagoplegging leiden. - toename van bezwaarschriften (het gevoelde financiële belang van de eigenaar wordt groter), omdat de WOZ-waarde zowel voor de OZB als de rioolheffing geldt. De afhandeling van WOZberoepschriften (rechterlijke uitspraken) is tijdrovend. Uitspraken kennen daarom vaak een terugwerkende kracht. De opgelegde rioolheffing zal dan ook met terugwerkende kracht aangepast moeten worden. - non-profit-instellingen zoals scholen, verzorgingshuizen, etc. zullen meer moeten gaan bijdragen aan de rioolheffing. - WOZ-hangt niet alleen samen met de omvang van het perceel; panden in de binnenstad (of gewilde wijken) zijn in het nadeel en panden in minder gewilde delen in het voordeel. Ondanks dat zij evenveel huishoudelijk afvalwater en afstromend regenwater produceren betalen zij toch meer. 4. Effect verschillende heffingsgrondslagen op de lastenverdeling In onderstaande tabel worden de effecten op de tarieven van de verschillende varianten heffingsgrondslagen voorgerekend. Variant A.

betreft de huidige variant met een vast bedrag per eigenaar van een perceel. Hier verandert niets. Variant B. betreft de huidige variant met een vast bedrag per eigenaar van een perceel in combinatie met een heffing per m3 waterverbruik voor (groot)verbruikers. Variant C. betreft de huidige variant met een vast bedrag per eigenaar van een perceel in combinatie met een heffing gekoppeld aan de WOZ waarde. Bij varianten B. en C. wordt 10% van de totale lasten, circa € 1,6 miljoen toegerekend op basis van respectievelijk verbruik en WOZ waarde ervanuit gaande dat slechts een deel van de lasten samenhangt met het respectievelijke gebruikers- en profijtbeginsel. Dit is een arbitrair uitgangspunt en kan naar boven (tot 100%) en beneden worden bijgesteld. Bij variant B. wordt een ondergrens gehanteerd van 500m3, waarmee alleen grootverbruikers ‘extra’ worden aangeslagen. Deze uitgangspunten kunnen beargumenteerd naar boven en beneden worden bijgesteld. Dit kan leiden tot wijzigingen. Bij het doorrekenen van de rioolheffingsmaatstaven is gebruik gemaakt van geanonimiseerde data van verschillende partijen, omdat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) dit voorschrijft. Hierdoor was het niet mogelijk om te controleren op correctheid van data.

Zodra er gekozen is voor één rioolheffingsmaatstaf (en eventuele differentiatie daarbinnen) kan de onderliggende data wel worden gecontroleerd. Ook dit kan leiden tot wijzigingen.

Kenmerk: 2025/330761

7/9

Tarieven Rioolheffing

2025

A. per perceel

direct indirect

eigenaar eigenaar

B. verbruik

direct

indirect

eigenaar gebruiker particulier gebruiker zakelijk eigenaar

direct indirect

eigenaar eigenaar

C. woz

Totaal 187 80 168 0 gebruik < 500 m3 4.572 gebruik > 500 m3 72 187 woz 520k 80 woz 225k

= 168+19 = 72 +8

Per perceel Bij gebruik van de huidige maatstaf betaalt een eigenaar van een perceel afgerond € 187,- voor een directe en € 80,- voor een indirecte aansluiting in 2025. Waterverbruik Op basis van het beginsel de gebruiker betaalt wordt 10% van de rioolheffingslasten (circa € 1,6 miljoen) toegerekend aan verbruikers. Hierbij wordt een ondergrens gehanteerd van 500 m3, waardoor deze lasten alleen verdisconteerd worden over zgn. grootverbruikers. Door een deel van de rioolheffingslasten in rekening te brengen bij grootverbruikers wordt het aantal belastingplichtigen verbreed en kan het vaste tarief voor eigenaren (woningen, niet woningen) naar beneden worden bijgesteld, namelijk van € 187 naar € 168 voor directe aansluitingen en van € 80 naar € 72 voor indirecte aansluitingen. De gemiddelde grootverbruiker verbruikt iets minder dan 3.000 m3 drinkwater en betaalt hiernaast een gebruikersheffing van omgerekend € 1,55 per m3. Hierdoor betaalt een eigenaar tevens gebruiker bij het hanteren van deze maatstaf € 168,- eigenaren heffing en € 4.572 grootverbruikersheffing. Dit maakt in totaal € 4.740 aan rioolheffing. Afhankelijk van het gebruik van de grootverbruiker kan deze grootverbruikersheffing in combinatie met de huidige uitgangspunten (1,6 miljoen doorbelasten aan grootverbruikers boven de 500m3) oplopen naar circa € 150.000.

Door het hanteren van een ondergrens betalen eigenaren met een verbruik van minder dan 500 m3 (huishoudens) alleen de eigenarenheffing. Huishoudens die alleen gebruiker zijn (huurders) dragen net als in de huidige situatie niets bij. Omdat een deel van de grootverbruikers haar verbruikte drinkwater niet afvoert via het riool, is het raadzaam hiervoor te corrigeren. En dus niet drink- maar afvalwater als maatstaf te gebruiken. Dit corrigeren gebeurt door grootverbruikers aan te laten geven welk deel van het verbruik niet wordt afgevoerd maar wordt ‘gebruikt’, en hiervoor het verbruik te corrigeren. Dit leidt tot een lagere verbruikersheffing voor sommige gebruikers en hierdoor tot een hogere verbruikersheffing voor de overige grootverbruikers. Dit effect is nog niet in de cijfers opgenomen. Om de uitvoeringskosten en fluctuaties tussen jaarschijven en naar aanleiding van correcties en bezwaren te beperken, kan in de precieze uitwerking gekozen worden om met een staffel te werken.

Kenmerk: 2025/330761

8/9

WOZ Op basis van het profijtbeginsel wordt 10% van de rioolheffingslasten (circa € 1,6 miljoen) toegerekend aan eigenaren o.b.v. de WOZ-waarde. Dit is een arbitrair uitgangspunt en kan naar boven (100%) en beneden worden bijgesteld. Door een deel van de rioolheffingslasten in rekening te brengen o.b.v. de WOZ-waarde kan het vaste tarief voor eigenaren (woningen, niet woningen) naar beneden worden bijgesteld van € 187 naar € 168 voor directe aansluitingen en van € 80 naar € 72voor indirecte aansluitingen. Afhankelijk van de WOZ-waarde betaalt de eigenaar hier bovenop nog een bijdrage van circa € 19 en € 8 bij respectievelijk een directe- en indirecte aansluiting gekoppeld aan een respectievelijke WOZ-waarde van € 520.000 (woning) en € 225.000 (veelal niet woningen o.a. garageboxen). Afhankelijk van een lagere of hogere WOZ-waarde gaat de eigenaar met gebruik van deze maatstaf minder (bij een woz waarde van een woning van € 250.000 ongeveer 10 euro minder of meer (bij een woz waarde van een niet woning van € 10 miljoen ongeveer 400 euro meer) betalen ten opzichte van de huidige situatie. Huishoudens die alleen gebruiker zijn (huurders) dragen net als in de huidige situatie niets bij. 5. Tot slot Het huidige tarief in Haarlem is als gevolg van achterstallig onderhoud laag ten opzichte van andere gemeenten. Het gemiddelde tarief in Nederland lag in 2024 op € 225 t.o.v.

Haarlem € 167. Het door de Raad recentelijke vastgestelde Waterplan leidt tot het inlopen van het achterstallige onderhoud alsook een jaarlijkse structurele stijging van de lasten (bovenop inflatie ) van circa € 15 waarmee we langzaam naar het landelijke gemiddelde toegroeien. Verder leidt het door de Raad recentelijk genomen principebesluit tot verlenging van de afschrijvingstermijnen vervalriolen tot een eenmalige structurele daling van de lasten (circa € 7) in 2026. Voorliggende opinienota gaat over een mogelijke structurele herverdeling van deze kosten over inwoners en bedrijven maar niet over de groei en hoogte van de kosten. In paragraaf vier wordt uitgegaan van een herverdeling van 10% (€ 1,6 miljoen) van de totale lasten. Dit is aan de hoge kant vergeleken met gemeenten als Haarlemmermeer en Amsterdam die dichter bij de 5% zitten. Hoe hoger het % hoe groter de verschillen ten opzichte van de huidige situatie (dit is vnl. het geval bij de grondslag waterverbruik waarbij een deel van de kosten over een relatief kleine groep grootverbruikers wordt toegerekend). Echter, hoe lager het % hoe groter de uitvoeringskosten ten opzichte van de herverdeelde kosten (ook dit is vnl. het geval bij de grondslag waterverbruik waar invoering daarvan zal leiden tot fors hogere perceptiekosten). De huidige perceptiekosten rioolheffing bedragen in 2025 € 339.500. 6.

Vervolg Het college neemt de uitkomsten van de discussie in de raad aan de hand van voorliggende opinienota mee in haar voorstel tot wijziging van de rioolheffingsmaatstaf incl. het voorstel hierbinnen tot differentiatie als onderdeel van de Kadernota 2026. Bij besluitvorming als onderdeel van de Kadernota 2026 over een andere rioolheffingsmaatstaf zal een concept-verordening worden uitgewerkt en ter besluitvorming worden voorgelegd als onderdeel van de Belastingvoorstellen Haarlem 2026.

Kenmerk: 2025/330761

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15303624/1