CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Gevolgen Septembercirculaire 2025

commissie Bestuur 30 oktober 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Gevolgen Septembercirculaire 2025 (FR)2.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota

Onderwerp Gevolgen Septembercirculaire 2025 Nummer 2025/688245 Portefeuillehouder Roduner, F.J. Programma/beleidsveld 7.2 Algemene dekkingsmiddelen Afdeling CC Auteur Welsink, M. Telefoonnummer Email mwelsink@haarlem.nl Kernboodschap Ten opzichte van de meicirculaire 2025 is er voor 2025 een positief budgettair effect, voor de jaren 2026 tot en met 2030 is er sprake van budgettaire nadelen. De belangrijkste oorzaak van het voordeel in 2025 is de uitgekeerde ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds. Voor de daaropvolgende jaren is de neerwaartse bijstelling van de accresontwikkeling de belangrijkste oorzaak van de nadelen. Ook de ontwikkeling van de landelijke hoeveelheden van de maatstaven dragen zijn onderdeel van de nadelen. Al deze oorzaken liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente. Septembercirculaire 2025 (bedragen x € 1.000)* Budgettair effect voor algemene middelen

2025 10.433 v

2026

2027

2028

2029

2030

-866 n -1.412 n -1.769 n -2.113 n -2.671 n

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 7 oktober 2025

De gevolgen van de septembercirculaire voor 2025 worden verwerkt in de Decemberrapportage 2025. De meerjarige gevolgen worden samen met de mogelijke gevolgen van de decembercirculaire verwerkt in de Kadernota 2027. In deze informatienota vinden geen toelichtingen plaats voor mutaties kleiner dan € 100.000. 1. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Bestuur. Gevolgen Meicirculaire 2025 (2025/536150) in raadsvergadering 2-7-2025 1. Het college van burgemeester en wethouders stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,

Kenmerk: 2025/688245

de burgemeester,

1/7

1. Aanleiding Alle gemeenten samen ontvangen van het Rijk per jaar ongeveer € 47 miljard uit het gemeentefonds. Dat geld wordt via de algemene uitkering (in 2025: € 42,1 miljard) en een aantal decentralisatie- en integratie-uitkeringen verdeeld over de gemeenten. Het Rijk maakt de verdeling bekend via meerdere circulaires per jaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op Prinsjesdag is de septembercirculaire 2025 verschenen, deze nota geeft inzicht in de gevolgen van deze circulaire. 2. Toelichting Ten opzichte van de meicirculaire 2025 is er voor 2025 en 2026 sprake van een significante stijging van het Gemeentefonds. Voor de jaren 2027 tot en met 2030 is er sprake van een daling. Een aantal opmerkingen dient hierbij geplaatst te worden. Ten eerste zijn er mutaties op taakvelden, decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Uitgangspunt is dat tegen deze extra baten (of onttrekkingen) op de beleidsvelden extra lasten (of juist minder lasten) staan waardoor zij niet zorgen voor een budgettair effect. Zo kan het zijn dat extra middelen binnen het Gemeentefonds niet direct leiden tot budgettaire voordelen. Ten tweede is er in deze circulaire sprake van toevoegingen aan het Gemeentefonds (voornamelijk CDOKE) die voorheen via een specifieke uitkering (SPUK) werden ontvangen, waardoor hier ook geen sprake is van budgettaire effecten.

De gevolgen van de septembercirculaire voor het jaar 2025 worden verwerkt in de Decemberrapportage 2025. De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Kadernota 2027. Samenvatting (bedragen x € 1.000)* Eindstand meicirculaire 2025 Eindstand septembercirculaire 2025 Totaal verschil Waarvan: Effect voor overige beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

2025 467.810 479.585 11.775 1.342 10.433 v

2026 472.723 479.494 6.771 7.637 -866 n

2027 472.860 472.757 -103 1.309 -1.412 n

2028 463.211 462.385 -826 943 -1.769 n

2029 464.757 463.812 -945 1.168 -2.113 n

2030 470.021 469.062 -959 1.712 -2.671 n

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

3. Resultaten en/of consequenties Op basis van de septembercirculaire 2025 is een nieuwe berekening gemaakt van de algemene uitkering voor de jaren 2025 tot en met 2030. In deze analyse wordt de nieuwe berekening vergeleken met de berekening die is gemaakt op basis van de meicirculaire 2025. De analyse volgt daarbij de opbouw van de berekening van de algemene uitkering. In de opgenomen tabellen is telkens aangegeven wat het budgettaire effect is voor de algemene middelen en de overige beleidsvelden. 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau Accres In de septembercirculaire 2025 zijn de accressen voor het jaar 2026 en verder geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) Macro Economische Verkenning (MEV) 2026. Voor alle jaren is er sprake van een neerwaartse bijstelling van het accres. Dit komt door zowel een lager volumedeel op basis van een 8-jaars

Kenmerk: 2025/688245

2/7

historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, alsmede (voor de meeste jaren) een lagere loon- en prijsontwikkeling (LPO) dan eerder verwacht. Omdat Haarlem in constante prijzen raamt vindt ook een correctie plaats op het nominale deel (ter compensatie van loon- en prijsstijging) van de accressen. Alle accres-onderdelen tezamen leiden in Haarlem tot budgettaire nadelen van € 0,6 miljoen in 2026 oplopend tot € 2,1 miljoen in 2030. BTW-compensatiefonds Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij het BTW-compensatiefonds. Om te voorkomen dat er een open einde regeling ontstaat, past het Rijk een plafond toe voor deze declaraties. Wanneer er ruimte onder het plafond overblijft wordt dit toegevoegd aan het Gemeentefonds. Voor 2025 is de verwachting dat de ruimte onder het plafond niet volledig benut wordt, waardoor voor Haarlem een voordeel van € 4,1 miljoen ontstaat. Ontwikkeling uitkeringsbasis De ontwikkeling van de (stijgende) hoeveelheden op rijksniveau (de uitkeringsbasis) geven aanleiding de uitkeringsfactor te verlagen. Per saldo resteren er voor Haarlem nadelige bedragen fluctuerend tussen € 281 duizend en € 564 duizend negatief. Wanneer de aantallen van Haarlem gelijke tred hebben met de (stijgende) landelijke aantallenontwikkelingen kan het zijn dat er bij actualisatie van deze aantallen meer voordelen ontstaan.

Omdat Haarlem conform beleid de aantallen jaarlijks voorafgaand aan de meicirculaire wijzigt komt dit dan pas tot uiting. Het totale effect van de wijzigingen op rijksniveau betekent dat er voor Haarlem een voordeel is van € 4,1 miljoen in 2025, en nadelen tussen de € 0,9 miljoen en €2,7 miljoen in de daaropvolgende jaren. Onderstaande tabel zet de ontwikkelingen op een rij: Ontwikkelingen rijksniveau (bedragen x € 1.000)* Accres-ontwikkeling Accres: Nominale en overige ontwikkelingen Ruimte onder BTW-compensatiefonds Ontwikkeling uitkeringsbasis Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

2025

2026 -869 290

2027 -1.153 29

2028 -1.406 -85

2029 -1.690 -141

2030 -2.822 705

-290 -869 n 0 -869

-288 -1.412 n 0 -1.412

-281 -1.772 n 0 -1.772

-282 -2.113 n 0 -2.113

-564 -2.681 n 0 -2.681

2026

2027

2028

2029

103

104

105

106

2030 8 107

201

165

165

165

4.088 4.088 v 0 4.088

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

3.2 Taakmutaties voor beleidsvelden Taakmutaties (bedragen x € 1.000)* Rijksvaccinatieprogramma** Wet integrale suïcidepreventie Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024** Loon- en prijsbijstelling middelen jeugdhulp Indexatie Wmo demografie

2025 25 6.213

Kenmerk: 2025/688245

167 542

3/7

Toezicht gastouderopvang Implementatie Participatiewet in balans Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

293 557 7.088 v 850 6.238

15 124

17 29

17 8

14 8

13 8

443 v 443 0

315 v 315 0

295 v 295 0

293 v 293 0

845 v 837 8

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan. **: ten bate/laste van algemene middelen

Wet integrale suïcidepreventie Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidespreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Haarlem ontvangt hier vanaf 2026 jaarlijks € 0,1 miljoen voor. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de VNG heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Haarlem heeft deze tekorten (als gevolg van niet gecompenseerde groei) in 2023 en 2024 reeds gedekt vanuit algemene middelen. Dit geldt ook voor de Haarlemse bijdrage aan het regionaal innovatiebudget jeugd. De nu toegekende compensatie vanuit het Rijk bedraagt voor Haarlem eenmalig € 6,2 miljoen. LPO Jeugdhulp Het betreft middelen voor loon- en prijsbijstelling die samenhangen met de voor Jeugdzorg gereserveerde middelen uit het Coalitieakkoord Rutte IV. De middelen voor de jaren 2024 en 2025 zijn reeds in de meicirculaire 2023 aan de algemene uitkering toegevoegd, nu worden de middelen voor de jaren 2026 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. Het gaat voor Haarlem om ongeveer € 0,2 miljoen.

Indexatie Wmo demografie In verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing, is bij de septembercirculaire 2024 een jaarlijkse tranche van (voor Haarlem) € 0,6 miljoen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd oplopend tot € 2,4 miljoen in 2029. Er wordt nu vanaf 2030 € 0,5 miljoen aan de reeks toegevoegd, waarmee de structurele reeks vanaf dat jaar uitkomt op € 2,9 miljoen. Implementatie Participatiewet Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. Er worden middelen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet (inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen). Haarlem ontvangt € 293 duizend in 2025 aflopend tot € 8 duizend in 2028 en verder.

Kenmerk: 2025/688245

4/7

Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen Het kabinet stelt, na overleg met de VNG, eenmalig middelen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten jaarlijks via het gemeentefonds krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen. Haarlem ontvangt € 0,6 miljoen. Kleine taakmutaties Het betreffen hier taakmutaties met een gevolg van minder dan € 25 duizend per mutatie. Het gaat om: • Rijksvaccinatieprogramma • Toezicht gastouderopvang 3.3 Decentralisatie-uitkeringen voor beleidsvelden De algemene uitkering wordt hoofdzakelijk gebruikt om het gemeentefonds over alle gemeenten te verdelen volgens dezelfde maatstaven. Daarnaast wordt aan individuele gemeenten of groepen van gemeenten een uitkering verstrekt voor een bepaald doel. Gemeenten zijn formeel-juridisch vrij om dat geld aan dat doel te besteden of ergens anders aan uit te geven. De reden dat het Rijk dit doet is dat gemeenten op deze manier geen verantwoording aan het Rijk hoeven af te leggen over de besteding van de ontvangen gelden; ze vallen immers onder de algemene uitkering. Dit in tegenstelling tot gelden die via specifieke uitkeringen door het Rijk worden verstrekt. Het Rijk vertrouwt erop dat gemeenten de ontvangen gelden in lijn met het doel zullen uitgeven.

De bedragen in onderstaande tabel zijn extra (of minder) inkomsten die ten gunste (of laste) komen van de betreffende beleidsvelden en daarom niet leiden tot een mutatie in de vrij besteedbare algemene middelen. Enkel mutaties groter dan € 100 duizend worden onderstaand toegelicht. Decentralisatie-uitkeringen beleidsvelden (bedragen x € 1.000)* Maatschappelijke opvang en OGGz Vrouwenopvang Impulsbudget sociale infrastructuur Aanpak laaggeletterdheid Versterking arbeidsmarktregio’s Versterking omgevingsveiligheidsdiensten Register Externe Veiligheidsrisico's** Spreidingswet** Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Overheidsbrede Dienstverlening Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

2025

2026

2027

2028

2029

2030

15 32 12

15 29 23 7

15 29 23 7

15 29 23 7

15 29 23

15 29 23

248

248

15 2 105

19 2

19

15

140 233 v 233 0

140 229 v 229 0

140 455 v 455 0

140 455 v 455 0

6.339 181 v 74 107

140 6.574 v 6.572 2

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan. **: ten bate/laste van algemene middelen

Kenmerk: 2025/688245

5/7

Versterking arbeidsmarktregio’s In de meicirculaire 2025 zijn de middelen voor de verhoging voor de jaren 2025-2028 opgenomen. Nu wordt vanaf 2029 een structurele bijdrage van dezelfde omvang aan het gemeentefonds toegevoegd, het gaat om € 248 duizend. Spreidingswet Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken. Zij ontvangen hiervoor middelen vanuit het gemeentefonds op basis van een vast bedrag en het aantal opvangplaatsen. Haarlem ontvangt € 0,1 miljoen. Omdat alle inzet op asiel/statushouders binnen de gemeente gedekt zijn, worden de middelen toegevoegd aan de algemene middelen. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt de SPUK CDOKE. In 2026 worden middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Een gedeelte van deze middelen worden in een volgende circulaire verdeeld op basis van een in overleg met de VNG nog vast te stellen verdeelsleutel, Haarlem ontvangt nu (alvast) € 6,3 miljoen. Er komen ook middelen beschikbaar voor de periode 2027 t/m 2030, maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. Overheidsbrede dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening.

Zo worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Hiervoor ontvangt Haarlem vanaf 2026 een structurele bijdrage van € 140 duizend. 3.4 Integratie-uitkeringen In de circulaire vinden twee mutaties plaats binnen de integratie-uitkeringen. Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt als gevolg van de toekenning van de volume-indexatie, hiermee wordt aangesloten bij de groei van het accres. voor het GO Beschermd Wonen komen de volgende (regio-)middelen vrij: € 118 duizend in 2025, € 296 duizend in 2026 en € 413 duizend in de daaropvolgende jaren. Participatie – Rijksbijdrage Beschut Werk In de periode 2025-2027 worden middelen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Uit onderzoek blijkt dat de loonwaardesystematiek die hier nu voor wordt gebruikt, veelal leidt tot een overschatting van de loonwaarde en daarmee tot een te lage vaststelling van de LKS. In de Tweede Kamerbrief ‘Voortgang

Kenmerk: 2025/688245

6/7

sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk’ is aangekondigd dat voor werknemers met een indicatie beschut werk een forfaitaire loonkostensubsidie (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) zal worden ingevoerd. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage beschut werk via de IU Participatie. Voor Haarlem € 300 duizend in 2025 oplopend tot € 348 duizend in 2027. Integratie-uitkeringen (bedragen x € 1.000)* Beschermd Wonen Participatie Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

2025 118 300 418 v 418 0

2026 296 326 622 v 622 0

2027 413 348 761 v 761 0

2028 413 6 419 v 419 0

2029 413 7 420 v 420 0

2030 413 7 420 v 420 0

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

3.5 Berekening budgettair effect In voorgaande paragrafen is per onderdeel aangegeven wat het budgettair effect is voor de algemene middelen en wat het effect is voor de beleidsvelden. Onderstaande tabellen vatten dit in een overzicht samen. Samenvatting budgettair algemene middelen (bedragen x € 1.000)* 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau 3.2 Taakmutaties voor beleidsvelden 3.3 Decentralisatie-uitkeringen voor beleidsvelden 3.4 Integratie-uitkeringen Budgettair effect algemene middelen

2025

2026

2027

2028

2029

2030

4.088 6.238

-869 0

-1.412 0

-1.772 0

-2.113 0

-2.681 8

107

2

0

0

0

0

0 10.433 v

0 -867 n

0 -1.412 n

0 -1.772 n

0 -2.113 n

0 -2.673 n

2025

2026

2027

2028

2029

2030

0 850

0 443

0 315

0 295

0 293

0 837

74

6.572

233

229

455

455

418 1.342 v

622 7.637 v

761 1.309 v

419 943 v

420 1.168 v

420 1.712 v

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

Samenvatting effecten beleidsvelden (bedragen x € 1.000)* 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau 3.2 Taakmutaties voor beleidsvelden 3.3 Decentralisatie-uitkeringen voor beleidsvelden 3.4 Integratie-uitkeringen Effecten beleidsvelden

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

4. Uitvoering en vervolg De gevolgen van de septembercirculaire voor 2025 worden verwerkt in de Decemberrapportage 2025. De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Kadernota 2027. 5. Bijlagen Septembercirculaire 2025 Gemeentefonds

Kenmerk: 2025/688245

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16105434/1