1. Gevolgen Meicirculaire 2025
Tekst van het document
Informatienota
Onderwerp Gevolgen Meicirculaire 2025 Nummer 2025/536150 Portefeuillehouder Roduner, F.J. Programma/beleidsveld 7.2 Algemene dekkingsmiddelen Afdeling CC Auteur Welsink, M. Telefoonnummer Email mwelsink@haarlem.nl Ten opzichte van de decembercirculaire 2024 is er voor alle jaren sprake van Kernboodschap substantiële positieve budgettaire effecten. De positieve effecten zijn voornamelijk het gevolg van de toename van het accres door een hogere inflatie dan eerder verwacht, de toebedeling van de middelen commissie Van Ark (Jeugd) en de ontwikkeling van de landelijke hoeveelheden bijstandsontvangers. Deze mutaties liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente. Onderstaande tabel geeft de mutaties ten opzichte van de Kadernota 2026 weer. Meicirculaire 2025 (bedragen x € 1.000)* Budgettair effect voor algemene middelen
2025
2026
2027
2028
2029
5.332 v
11.728 v
13.016 v
7.307 v
9.732 v
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan
De gevolgen van de meicirculaire voor het jaar 2025 worden verwerkt in de Bestuursrapportage 2025. De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Programmabegroting 2026 – 2030.
Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 1 juli 2025
In deze informatienota vinden geen toelichtingen plaats voor mutaties kleiner dan € 100.000. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Bestuur.
1. Het college van burgemeester en wethouders stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,
Kenmerk: 2025/536150
de burgemeester,
1/12
1. Aanleiding Alle gemeenten samen ontvangen van het Rijk per jaar ongeveer € 46 miljard uit het gemeentefonds. Dat geld wordt via de algemene uitkering (€ 40,9 miljard) en een aantal decentralisatie- en integratieuitkeringen verdeeld over de gemeenten. Het Rijk maakt de verdeling bekend via meerdere circulaires per jaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Eind mei is de meicirculaire 2025 verschenen, deze nota geeft inzicht in de gevolgen van deze circulaire. 2. Toelichting Ten opzichte van de decembercirculaire 2024 stijgt het gemeentefonds voor alle jaren. Een aantal opmerkingen dient hierbij geplaatst te worden. Ten eerste wordt met een aantal middelen al rekening gehouden en is daarom reeds als raming opgenomen in de Voortgangsrapportage 2025 en/of de Kadernota 2026. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de indexering en de Haarlemse hoeveelheidverschillen. Bij de verwerking van de meicirculaire worden deze verwerkingen gecorrigeerd. Ten tweede zijn er mutaties op taakvelden, decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Uitgangspunt is dat tegen deze extra baten (of onttrekkingen) op de beleidsvelden extra lasten (of juist minder lasten) staan waardoor zij niet zorgen voor een budgettair effect. De gevolgen van de meicirculaire voor het jaar 2025 worden verwerkt in de Bestuursrapportage 2025.
De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Programmabegroting 2026 – 2030. Samenvatting (bedragen x € 1.000)*
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Eindstand decembercirculaire 2024
452.852
435.112
435.540
436.277
437.061
n.v.t.
Eindstand meicirculaire 2025
467.810
472.723
472.860
463.211
464.757
470.021
Totaal verschil
14.958
37.611
37.320
26.934
27.696
Reeds verwerkte indexering (KN26)
-
-9.912
-9.912
-9.912
-9.912
-3.344
-4.014
-4.080
-4.335
-4.335
Reeds verwerkte BCF (KN26)
-
-400
-400
-400
-400
Totaal verschil na correctie
11.614
23.285
22.928
12.287
13.049
Waarvan: Effect voor overige beleidsvelden
6.282
11.557
9.912
4.980
3.317
Budgettair effect voor algemene middelen
5.332 v
11.728 v
13.016 v
7.307 v
9.732 v
Reeds verwerkte hoeveelheidsverschillen (KN26)
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan
3. Resultaten en/of consequenties Op basis van de meicirculaire 2025 is een nieuwe berekening gemaakt van de algemene uitkering voor de jaren 2025 tot en met 2029. In deze analyse wordt de nieuwe berekening vergeleken met de berekening die is gemaakt op basis van de decembercirculaire 2024. De analyse volgt daarbij de opbouw van de berekening van de algemene uitkering. In de opgenomen tabellen is telkens aangegeven wat het budgettaire effect is voor de algemene middelen en de overige beleidsvelden.
Kenmerk: 2025/536150
2/12
3.1 Ontwikkelingen rijksniveau Accres In de meicirculaire 2025 zijn zoals gewoonlijk de accressen bijgewerkt, voor alle jaren is er sprake van een opwaartse bijstelling van het accres. Dit komt door een hoger volumedeel op basis van een 8jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, alsmede een hogere loon- en prijsontwikkeling (LPO) op basis van de CEP-raming van het CPB dan eerder verwacht. Omdat Haarlem in constante prijzen raamt vindt ook een correctie plaats op het nominale deel (ter compensatie van loon- en prijsstijging) van de accressen in de jaren 2027 en verder. Alle accres-onderdelen tezamen leiden in Haarlem tot budgettaire voordelen van € 3,5 miljoen in 2025 en niveaus rond de € 4,7 miljoen in de daaropvolgende jaren. Overig Naast de (netto) accres-ontwikkeling vinden er nog andere mutaties op rijksniveau plaats. Een grote ontwikkeling die standaard verwerkt wordt in de meicirculaire is het verleggen van het basisjaar, oftewel de indexatie 2026. Dit is een technische handeling waarbij loon- en prijspeil van 2025 worden verlegd naar 2026. Een raming van deze indexatie is reeds verwerkt in de Kadernota 2026 en daardoor geeft dit bij de meicirculaire een klein(er) budgettair effect. Per saldo zijn er budgettair voordelige effecten van ongeveer € 0,5 miljoen in 2026 t/m 2029.
Daarnaast is er een nadelige afrekening van het BTW-compensatiefonds over 2024 van € 1,1 miljoen te verwerken in 2025. Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij dit fonds. Om te voorkomen dat er een open einde regeling ontstaat, past het Rijk een plafond toe voor deze declaraties. Er is meer gedeclareerd dan dat eerder geraamd was waardoor een onttrekking van deze middelen aan het Gemeentefonds plaatsvindt. Tot slot is er nog sprake van ‘overige ontwikkelingen’, denk hierbij aan afrondingsverschillen op macroniveau, actualisaties van suppletie-uitkeringen, etc. De kleine wijzigingen tezamen zorgen in Haarlem voor effecten tussen € 289 duizend voordelig en € 432 duizend nadelig. Het totale effect van de wijzigingen op rijksniveau betekent dat er voor Haarlem een voordeel is van € 2,3 miljoen in 2025, en voordelen tussen de € 4,6 miljoen en € 5,3 miljoen in de daaropvolgende jaren. Onderstaande tabel zet de ontwikkelingen op een rij:
Kenmerk: 2025/536150
3/12
A. Ontwikkelingen rijksniveau (bedragen x € 1.000)*
2025
2026
2027
2028
2029
3.475
4.628
5.043
5.170
5.941
Accres Accres-ontwikkeling Nominale ontwikkeling
-
-
-58
-702
-1.239
3.475
4.628
4.985
4.468
4.702
Indexatie 2026
-
10.296
10.604
10.228
10.475
Indexatie reeds verwerkt
-
-9.912
-9.912
-9.912
-9.912
-1.091
-
-
-
-
-86
289
-432
-218
-401
Effect overig
-1.177
673
260
98
162
Totaal effect rijksniveau
2.298 v
5.301 v
5.245 v
4.566 v
4.864 v
Effect accres Overig
Afrekening BTW-compensatiefonds (2024) Overige ontwikkelingen
Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
-
-
-
-
-
2.298
5.301
5.245
4.566
4.864
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan
3.2 Ontwikkeling gemeentelijk niveau Ontwikkeling hoeveelheden De ontwikkelingen op gemeentelijk niveau gaan over de wijzigingen van aantallen, zoals inwoners, huishoudens, lengte van wegen en aantal leerlingen binnen Haarlem. Haarlems beleid is om eenmaal per jaar vóór de meicirculaire de aantallen te actualiseren, waarbij het uitgangspunt is dat de aantallen per 1 januari van het huidige jaar worden gehanteerd en er voor inwonersmaatstaven ook een inschatting wordt gemaakt van de aantallen in het komende jaar. In de Kadernota 2026 is reeds een raming verwerkt. De huidige afwijkingen van deze raming zijn het gevolg van twee aanpassingen Ten eerste komt het overgrote deel door de actualisatie van landelijke hoeveelheden. Vereenvoudigd gesteld zou je kunnen zeggen dat als de landelijke aantallen stijgen, de uitkeringsbasis (en daarmee ook het aandeel voor Haarlem) daalt omdat de beschikbare te verdelen middelen ongewijzigd blijven (en vice versa). Door de neerwaartse bijstelling van het landelijk aantal bijstandsontvangers, stijgt de uitkeringsbasis met voordelen voor Haarlem als gevolg. Bij de Programmabegroting 2026-2030 wordt een doorkijk gegeven naar de verwachte effecten voor Haarlem wat betreft de baten en lasten behorend bij de BUIG.
Ten tweede zijn er voor twee (zwaarwegende) maatstaven, ‘bijstandsontvangers’ en ‘huishoudens met lage inkomens’, actualisaties verwerkt in de Haarlemse aantallen. De sterke mutaties (vrijwel geheel) als gevolg van de aanpassing van slechts twee maatstaven geven ook weer dat dit een risico betreft. Een tegengestelde (landelijke) ontwikkeling van deze maatstaven kan leiden tot sterke nadelen voor de gemeente. Per saldo is er met de meest actuele gegevens in 2025 een budgettair voordeel van € 0,7 miljoen en in de daaropvolgende jaren zijn er oplopende voordelen tot ongeveer € 5,4 miljoen structureel.
Kenmerk: 2025/536150
4/12
B1. Ontwikkeling hoeveelheden (bedragen x € 1.000)*
2025
2026
2027
2028
2029
Hoeveelheidsverschillen
3.999
7.677
8.956
9.402
9.700
Hoeveelheidsverschillen reeds verwerkt (KN26)
-3.344
-4.014
-4.080
-4.335
-4.335
Budgettair effect voor algemene middelen
655 v
3.663 v
4.876 v
5.067 v
5.365 v
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan
Ontwikkeling WOZ De tweede ontwikkeling op gemeentelijk niveau gaat over de waardeontwikkeling van het onroerend goed: huizen, kantoren, fabrieken etc. Deze waarde vormt een aftrekpost binnen de algemene uitkering: hoe hoger de waarde van de objecten, hoe minder algemene uitkering er wordt verstrekt. Deze ontwikkeling valt in twee elementen uiteen. Ten eerste de ontwikkeling van de waarde in Haarlem. Dit leidt tot een stijging van de aftrekpost met € 1,1 miljoen in 2025 en € 4,6 miljoen in de daaropvolgende jaren. Omdat de waardestijging een landelijk fenomeen is, wordt het landelijk rekentarief waarmee de aftrek wordt berekend verlaagd (een voordeel voor de gemeente). Tegelijkertijd zorgt de inflatie (prijs Nationale Bestedingen; 4,2%) voor een (minder sterke) ophoging van deze rekenrente. In feite stelt het Rijk met deze methodiek dat het gemeentelijke ozb-tarief met 4,2% moet stijgen, los van de waardeontwikkeling in de gemeente, om het (negatieve) Gemeentefonds effect te neutraliseren. Per saldo is er voor Haarlem een nadelig effect van ongeveer € 3,1 miljoen structureel. In de afgelopen jaren zijn reeds stelposten aangemaakt met het oog op de waardeontwikkeling in Haarlem waarbij er nog voor één jaar een stelpost open stond, het laten vervallen van deze stelpost zorgt in 2026 voor een extra nadelig effect van € 0,3 miljoen.
De waardeontwikkeling en indexatie zoals toegepast in Haarlem leidt in 2026 tot € 1,1 miljoen aan extra ozb-inkomsten. Deze extra inkomsten dekken daarmee niet de extra korting vanuit het Gemeentefonds. Gesaldeerd kan gesteld worden dat, per saldo, de ozb-ontwikkeling en de bijbehorende aanpassing van de Haarlemse tarieven en de landelijke (reken)tarieven nadelig is voor Haarlem. B2. Ontwikkeling WOZ (bedragen x € 1.000)*
2025
2026
2027
2028
2029
WOZ-waarden mutatie
-1.146
-4.619
-4.619
-4.619
-4.619
Aanpassing landelijk rekentarief
-
1.502
1.502
1.502
1.502
WOZ reeds verwerkt
-
-300
-
-
-
-1.146 n
-3.417 n
-3.117 n
-3.117 n
-3.117 n
Budgettair effect voor algemene middelen
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan
3.3 Taakmutaties voor beleidsvelden De grootste mutaties vinden plaats binnen de middelen voor Jeugd. Deze taakmutaties worden apart gepresenteerd, daarna wordt ingegaan op de overige (kleinere) taakmutaties).
Kenmerk: 2025/536150
5/12
C1. Taakmutaties Jeugd (bedragen x € 1.000)*
2025
2026
2027
2028
2029
-
3.302
3.515
2.991
3.011
3.532
3.462
3.500
3.513
3.535
Groeipad maatregelen Hervormingsagenda
-
4.112
3.732
-
-
Eigen bijdrage jeugdzorg
-
-
-
-2.027
-2.040
Sturen op trajectduur jeugdzorg
-
-
-
-529
-532
Indexeren opbrengst Hervormingsagenda
-
-
-
-3.948
-3.974
Subtotaal Jeugd (Van Ark)
3.532
10.876
10.747
-
-
Hervormingsagenda Jeugd
-
2.750
2.090
2.418
2.653
Reeds verwerkte stelpost (baten) Herv.Agenda Jeugd (KN25)
-
-2.413
-1.793
-1.593
-
3.532 v
11.213 v
11.044 v
825 v
2.653 v
-
5.000
5.000
-
-
3.532
6.213
6.044
825
2.653
Demping terugval gemeentefonds Tekorten voor rekening Rijk
Totaal effect Jeugd Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan
Extra middelen gemeenten en Jeugd Voor 2025 tot en met 2027 worden er aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor jeugdzorg en de terugval (in 2026) in het gemeentefonds. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt, met bijbehorende middelen. -
Demping terugval gemeentefonds Er wordt structureel geld beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds in 2026, voor Haarlem ongeveer € 3,2 miljoen.
-
Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. Gemeenten worden gecompenseerd voor de helft van de tekorten, Haarlem ontvangt ongeveer € 3,5 miljoen structureel.
-
Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Haarlem ontvangt € 4,1 miljoen in 2026 en € 3,7 miljoen in 2027.
-
Eigen bijdrage Jeugdzorg Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. Het Rijk gaat er vanuit dat (bij invoering hiervan) dit jaarlijks € 2 miljoen oplevert.
-
Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe er beter gestuurd kan worden op trajectduur. Deze maatregel zou Haarlem vanaf 2028 jaarlijks € 0,5 miljoen moeten opleveren.
Kenmerk: 2025/536150
6/12
-
Indexeren opbrengst Hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. Het Rijk stelt dat de omvang van deze besparing (vanaf 2028) voor Haarlem ongeveer € 4 miljoen betreft.
In totaal zorgen bovenstaande punten voor een toename van het gemeentefonds met € 3,5 miljoen in 2025 en ongeveer € 10,8 miljoen in 2026 en 2027. In de Kadernota 2026 (blz. 33, lijn 23) is reeds een raming gegeven van de te verwachten middelen. Deze middelen zijn echter nog niet financieel verwerkt. De toegekende middelen zijn iets gunstiger dan de eerdere raming. Deze informatienota gaat er, conform Kadernota 2026 (blz. 49, punt 21) vanuit dat bij de Programmabegroting 2026-2030 de taakstelling aan de lastenkant van € 5 miljoen per jaar voor 2026 en 2027 wordt geschrapt, gedekt door de middelen toegekend in de circulaire. Er wordt in deze jaren van de genoemde middelen Jeugd dan ook € 5 miljoen per jaar weergegeven als effect voor beleidsvelden. Het surplus geeft voordelen voor de algemene middelen, met als uitgangspunt dat eventuele latere nadelen en/of taakstellen ook gedekt worden uit algemene middelen. Hervormingsagenda Jeugd Deze mutatie betreft de, reeds bij het Rijk gereserveerde, toevoeging van de middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat voor Haarlem om een bedrag van € 2,8 miljoen in 2026, en tussen de € 2,1 miljoen en € 2,7 miljoen in de daaropvolgende jaren. In de Kadernota 2025 was reeds een post opgenomen voor te verwachten middelen (baten) en de Kadernota 2026 (blz. 33 en 50, punt 22) gaf al inzicht in het vervallen van deze stelpost.
Het resterende voordeel naar aanleiding van deze circulaire wordt, net als bij de extra middelen gemeenten en Jeugd, toegevoegd aan de algemene middelen. Meer informatie over de gemeentebrede effecten voor Haarlem als gevolg van de Hervormingsagenda en de huidige toekenning van middelen vanuit het advies Deskundigencommissie Van Ark Hervormingsagenda Jeugd wordt na het zomerreces met de raad gedeeld. C2. Taakmutaties Overig (bedragen x € 1.000)*
2025
2026
2027
2028
2029
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
-
1.793
-
-
-
Wmo hulpmiddelen
-
79
-
-
-
151
-
-
-
-
Kleine taakmutaties
-4
11
11
11
11
Totaal effect Overig
147 v
1.883 v
11 v
11 v
11 v
Effect voor beleidsvelden
175
1.911
39
39
40
Budgettair effect voor algemene middelen
-28
-28
-28
-28
-29
IBO Problematische schulden
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan
Kenmerk: 2025/536150
7/12
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van voor het jaar 2026 vervalt en deze middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds, voor Haarlem € 1,8 miljoen. IBO Problematische schulden Het Rijk voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen toegevoegd aan het gemeentefonds, voor Haarlem € 151 duizend. Kleine taakmutaties Het betreffen hier taakmutaties met een gevolg van minder dan € 30 duizend per mutatie. Het gaat om: • Kinderopvang pleegouders • Basisregistratie personen (BRP) experiment • Aanpassing regeling dienstverlening aan huis 3.4 Decentralisatie-uitkeringen voor beleidsvelden De algemene uitkering wordt hoofdzakelijk gebruikt om het gemeentefonds over alle gemeenten te verdelen volgens dezelfde maatstaven.
Daarnaast wordt aan individuele gemeenten of groepen van gemeenten een uitkering verstrekt voor een bepaald doel. Gemeenten zijn formeel-juridisch vrij om dat geld aan dat doel te besteden of ergens anders aan uit te geven. De reden dat het Rijk dit doet is dat gemeenten op deze manier geen verantwoording aan het Rijk hoeven af te leggen over de besteding van de ontvangen gelden; ze vallen immers onder de algemene uitkering. Dit in tegenstelling tot gelden die via specifieke uitkeringen door het Rijk worden verstrekt. Het Rijk vertrouwt erop dat gemeenten de ontvangen gelden in lijn met het doel zullen uitgeven. De bedragen in onderstaande tabel zijn extra (of minder) inkomsten die ten gunste (of laste) komen van de betreffende beleidsvelden en daarom niet leiden tot een mutatie inde vrij besteedbare algemene middelen.
Kenmerk: 2025/536150
8/12
D. Decentralisatie-uitkeringen beleidsvelden (bedragen x € 1.000)* Maatschappelijke opvang en OGGz
2025
2026
2027
2028
2029
-8
-8
-8
-8
-8
Vrouwenopvang
3
2
2
2
2
Jeugdhulp kinderen in een AZC
-6
-6
-6
-6
-6
Veilige steden
30
30
-
-
-
Versterking arbeidsmarktregio’s
248
248
248
248
-
Nationaal Actieplan Dakloosheid
-3
-3
-3
-3
-3
Armoedebestrijding kinderen
-
22
22
22
22
Uitvoeringskosten Omgevingswet
505
-
-
-
-
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit
20
-
-
-
-
Aanpak laaggeletterdheid
158
122
122
122
-
Antidiscriminatie voorzieningen
23
23
-
-
-
Begeleiding jongeren naar werk
314
-
-
-
-
Einde lening inburgeringsplicht
6
-
-
-
-
Alleenverdienersproblematiek
286
-
-
-
-
Work in Nederland
100
100
100
-
-
Impulsbudget sociale infrastructuur
244
219
219
219
219
Impulsbudget arbeidsmarktregio’s
1.007
827
1.117
1.291
-
Totaal effect
2.927 v
1.576 v
1.813 v
1.887 v
226 v
Effect voor beleidsvelden
2.907
1.582
1.819
1.893
232
20
-6
-6
-6
-6
Budgettair effect voor algemene middelen
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan
Versterking arbeidsmarktregio’s Deze decentralisatie-uitkering heeft als doel om de regiefunctie die centrumgemeenten vervullen ten aanzien van de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s, structureel te ondersteunen en te versterken. Centrumgemeenten ontvangen nu extra middelen om nieuwe activiteiten te kunnen organiseren voor het verankeren en versimpelen van de samenwerking in de arbeidsmarktregio’s. Voor Haarlem € 248 duizend per jaar. Uitvoeringskosten Omgevingswet Het Rijk stelt middelen ter beschikking om te zorgen dat gemeenten in hun transitie aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Haarlem ontvangt € 505 duizend in 2025. Aanpak laaggeletterdheid De middelen die nu beschikbaar worden gesteld, voor Haarlem € 158 duizend in 2025 en € 122 duizend in 2026 t/m 2028, dienen om de gemeente in staat te stellen om nieuwe regionale plannen te maken voor deze periode en de coördinatie van de regionale aanpak voort te zetten.
Kenmerk: 2025/536150
9/12
Begeleiding jongeren naar werk De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel van school naar duurzaam werk is verschoven van 1 augustus 2025 naar 1 januari 2026. Ter overbrugging van de inwerkingtreding wordt in 2025 de tijdelijke Aanpak Jeugdwerkloosheid voortgezet. Hiermee wordt ingezet om kwetsbare jongeren (met een structurele achterstand op de arbeidsmarkt) te ondersteunen naar vervolgonderwijs of werk. Haarlem ontvangt als centrumgemeente € 314 duizend in 2025. Alleenverdienersproblematiek Haarlem ontvangt in 2025 € 286 duizend om huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand te bieden. Work in Nederland Om goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan Europese Unie (EU)-arbeidsmigranten te bieden, worden middelen beschikbaar gesteld voor de verschillende arbeidsmarktregio’s. Het gaat voor Haarlem om € 100 duizend in 2025, 2026 en 2027. Impulsbudget sociale infrastructuur Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken.
De middelen worden uitgekeerd aan samenwerkingsverbanden rondom sociaal ontwikkelbedrijven, Haarlem ontvangt € 0,2 miljoen per jaar. Impulsbudget arbeidsmarktregio’s De arbeidsmarktregio’s ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget. Deze middelen zijn voor het mogelijk te maken om gezamenlijke dienstverlening te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio. Haarlem ontvangt als centrumgemeente middelen fluctuerend van € 0,8 miljoen tot € 1,3 miljoen tussen 2025 en 2028. 3.5 Integratie-uitkeringen Er vinden mutaties plaats in twee integratie-uitkeringen (IU’s). De uitkeringen Participatie en Beschermd wonen worden in de meicirculaire gecompenseerd voor loon- en prijsontwikkelingen (LPO). Beschermd wonen De toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025 (LPO) zorgt voor een structurele toename van de IU. Haarlem ontvangt als centrumgemeente structureel € 2,4 miljoen. Participatie De toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025 (LPO) zorgt voor een structurele toename van de IU. Daarnaast zijn er twee beleidsmatige toevoegingen: een nieuw structureel budget voor de sociale infrastructuur en een incidentele compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel
Kenmerk: 2025/536150
10/12
voor gedetacheerden in de Wsw. Haarlem ontvangst als centrumgemeente structurele middelen aflopend van € 0,8 miljoen in 2025 naar € 0,6 miljoen in de daaropvolgende jaren. E. Integratie-uitkeringen (bedragen x € 1.000)*
2025
2026
2027
2028
2029
Beschermd wonen
2.419
2.419
2.419
2.419
2.419
Participatie
781
645
635
629
626
Totaal effect
3.200 v
3.064 v
3.054 v
3.048 v
3.045 v
Effect voor beleidsvelden
3.200
3.064
3.054
3.048
3.045
-
-
-
-
-
Budgettair effect voor algemene middelen
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan
3.6 Berekening budgettair effect In voorgaande paragrafen is per onderdeel aangegeven wat het budgettair effect is voor de algemene middelen en wat het effect is voor de beleidsvelden. Onderstaande tabellen vatten dit in een overzicht samen. Samenvatting budgettair algemene middelen (bedragen x € 1.000)*
2025
2026
2027
2028
2029
A. Ontwikkelingen rijksniveau
2.298
5.301
5.245
4.566
4.864
655
3.663
4.876
5.067
5.365
B.2 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: WOZ
-1.146
-3.417
-3.117
-3.117
-3.117
C. Taakmutaties voor beleidsvelden
3.504
6.185
6.016
797
2.624
20
-6
-6
-6
-6
-
-
-
-
-
5.331 v
11.726 v
13.014 v
7.307 v
9.730 v
2025
2026
2027
2028
2029
A. Ontwikkelingen rijksniveau
-
-
-
-
-
B.1 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: hoeveelheden
-
-
-
-
-
B.2 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: WOZ
-
-
-
-
-
175
6.911
5.039
39
40
D. Decentralisatie-uitkeringen voor beleidsvelden
2.907
1.582
1.819
1.893
232
E. Integratie-uitkeringen
3.200
3.064
3.054
3.048
3.045
Effect beleidsvelden
6.282 v
11.557 v
9.912 v
4.980 v
3.317 v
B.1 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: hoeveelheden
D. Decentralisatie-uitkeringen voor beleidsvelden E. Integratie-uitkeringen Budgettair effect algemene middelen
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan Samenvatting effecten beleidsvelden (bedragen x € 1.000)*
C. Taakmutaties voor beleidsvelden
*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan
4. Uitvoering en vervolg De gevolgen van de meicirculaire voor 2025 worden verwerkt in de Bestuursrapportage 2025. De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Programmabegroting 2026-2030.
Kenmerk: 2025/536150
11/12
5. Bijlagen Meicirculaire 2025 Gemeentefonds
Kenmerk: 2025/536150
12/12