1 Aanpak houtstook in Haarlem
Tekst van het document
Collegebesluit
Onderwerp Aanpak houtstook in Haarlem Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email
2025/535582 Berkhout, R.A.H. 5.1 Milieu OMB Plantaz, M.A.H.G.
Kernboodschap
In deze nota beschrijft het college de hoofdlijnen van de aanpak van houtstook in Haarlem voor de jaren 2025-2028.
mahgplantaz@haarlem.nl
Het stoken van hout is voor veel mensen een sfeervolle en gezellige activiteit. Maar de rook van hout veroorzaakt volgens recente meldingen via de Stookwijzer ook veel overlast bij omwonenden. Tevens worden de gezondheidsrisico’s van houtrook steeds duidelijker. Het college wil daarom overlast en gezondheidsrisico’s door houtstook met een stapsgewijze aanpak terugdringen. In de eerste stap, tot 2027, ligt de nadruk op gemeentebrede bewustwording van overlast en gezondheidsrisico’s van houtstook en hoe deze verminderd kunnen worden. Tegelijkertijd wordt een effectieve aanpak ontwikkeld voor concrete, gemelde overlastsituaties. In beide sporen staat rekening houden met omwonenden centraal, met adviezen over goed stookgedrag en aansporing de weersafhankelijke adviezen van de Stookwijzer toe te passen.
Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten
Na twee stookseizoenen (voorjaar 2027) volgt een tussenevaluatie van de voortgang en resultaten in deze 1e stap. Indien daaruit onvoldoende afname van de overlast blijkt kan de aanpak in een 2e stap worden aangescherpt met verplichtende regels voor het stoken van hout, met bijpassende handhaving. Het college denkt daarbij met name aan een verplichting om het advies van de Stookwijzer op te volgen en bij een negatief advies dus inderdaad niet te stoken. Daarnaast houdt het college de ontwikkelingen bij rond het verbieden of ontmoedigen van houtstook in nieuwbouwwoningen. Het college stuurt het collegebesluit ter bespreking naar de commissie Beheer. - Tussenrapportage Schone Lucht Akkoord 2024/0699490, Commissie beheer 23 januari 2025
Kenmerk: 2025/535582
1/13
Besluit college d.d. 9 september 2025
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De stapsgewijze aanpak houtstook Haarlem vast te stellen, te beginnen met bewustmaking van effecten en overlast van houtstook en de oproep de weersafhankelijke adviezen van de Stookwijzer op te volgen. 2. De voortgang te evalueren in 2027 en op basis daarvan zo nodig te besluiten over aanvullende maatregelen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Een schone luchtkwaliteit is voor iedere inwoner en bezoeker van Haarlem van groot belang voor zijn of haar gezondheid, leefkwaliteit en welbevinden. De luchtkwaliteit krijgt daarom ruim aandacht in het Coalitieakkoord Actie! en Haarlem neemt in het kader van het Schone Lucht Akkoord (SLA) maatregelen om de lucht gezonder te maken. Een belangrijk voorbeeld is de per 1 juni 2025 gestarte nul-emissiezone voor vracht- en bestelwagens. Het stoken van hout, in een houtkachel of open haard of buiten in een vuurkorf, buitenhaard, of barbecue is voor veel inwoners een sfeervolle, gezellige activiteit. Voor sommigen is het ook een manier om minder afhankelijk te zijn van duur gas en elektriciteit. Het aantal houtkachels, open haarden, pellet-kachels en inzethaarden in Haarlem bedraagt op dit moment ongeveer 7100 stuks1. Voor andere inwoners kan de rook van hout echter een bron van hinder (stank, roet) zijn. En ook gezondheidsrisico’s door de in de rook aanwezige stoffen (fijnstof, PAK’s) worden steeds duidelijker. Dat overlast van houtstook ook in Haarlem veel voorkomt blijkt uit een fors aantal meldingen via de Stookwijzer van RIVM: afgelopen stookseizoen (6 maanden) kwamen 400 meldingen uit Haarlem binnen. Die orde van grootte is vergelijkbaar met andere steden en een groeiende naamsbekendheid van de Stookwijzer leidt landelijk tot een groei van het aantal meldingen.
Maar de aantallen maken voldoende duidelijk dat overlast van houtstook (ook) in Haarlem beduidend meer voorkomt dan tot nu toe in beeld kwam uit de enkele meldingen die jaarlijks rechtstreeks bij gemeente en GGD binnenkwamen.
1) Uitgaand van vergelijking met de stad Utrecht door de NHK (Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche).
Uitgaand van landelijke CBS-cijfers zou dit zelfs nog veel hoger kunnen liggen (10-12.000).
Kenmerk: 2025/535582
2/13
Ook landelijk gezien is particuliere houtstook een belangrijke bron van luchtverontreiniging, die voor 23% bijdraagt aan de totale uitstoot van fijnstof in Nederland. Het college wil daarom met een gerichte aanpak de overlast en gezondheidsrisico’s als gevolg van houtstook verminderen. Dat sluit aan bij het Schone Lucht Akkoord waarvan houtstook één van de hoofdthema’s is. En ook de gemeenteraad heeft in zijn Motie Aan de slag met de nieuwe stookwijzer onder meer om informatie over de maatregelen tegen overlast van houtstook gevraagd. Het college kiest daarbij voor een stapsgewijze opbouw van de aanpak van houtstook in Haarlem. •
Eerste stap Tot voorjaar 2027 (de eerste twee stookseizoenen) ligt de nadruk op het bevorderen van bewustwording van overlast en risico’s van houtstook en algemene adviezen wat ten minste kan worden gedaan om deze te verminderen. Daarnaast worden de meldingen nader geanalyseerd en wordt een passende werkwijze ontwikkeld om concrete en hardnekkige overlastsituaties op De Stookwijzer is een site en app van RIVM die per dagdeel van 6 uur, ook vooruit, adviseert of de windsnelheid en luchtkwaliteit geschikt zijn voor houtstook met het oog op overlast. Code rood betekent “niet stoken”, code oranje is “liever niet stoken”. Bij te lage windsnelheden verwaait de rook onvoldoende (blijft hangen) en bij slechte luchtkwaliteit is extra uitstoot ook ongewenst. Daarnaast bevat de Stookwijzer ook een meldknop voor overlast. Hierin worden naast gegevens van de melder ook tijdstip, omstandigheden en kleurcode vermeld, naast een aantal details over type en vermoedelijke bron van de hinder in te vullen door melder. te lossen.
•
Tussen-evaluatie Aan het einde van het tweede stookseizoen wordt de voortgang geëvalueerd, mede aan de hand van de ontwikkeling van het aantal meldingen en een (herhaling van) een digipanelmeting. In de evaluatie worden ook de praktijkervaringen bij het oplossen van concrete overlastsituaties betrokken, waaronder de inzet die nodig is geweest.
•
Tweede stap Indien uit de tussenevaluatie blijkt dat de aanpak tot dusver onvoldoende vermindering van overlast heeft opgeleverd kan deze uitgebreid worden met aanvullende maatregelen. Een besluit daarover wordt genomen in het tweede kwartaal van 2027 (tijdig voor het nieuwe stookseizoen). Het college verwacht dat dan met name ook regulerende maatregelen (verplichtingen en beperkingen) onontkoombaar zijn.
Als belangrijkste optie voor regulering ziet het college een verplichting om het weersafhankelijke advies van de Stookwijzer na te leven (dus niet stoken bij code rood /oranje). Een potentieel knelpunt is daarbij de handhaafbaarheid qua capaciteit en uitvoering (zie 4.1). De stapsgewijze
Kenmerk: 2025/535582
3/13
aanpak maakt het mogelijk om ervaringen in stap 1 bij het oplossen van overlastsituaties te gebruiken bij de invulling van stap 2. Daarnaast zal het college ontwikkelingen rond het verbieden of ontmoedigen van houtstook in nieuwbouwwoningen bijhouden. In stap 1 van de aanpak zal Haarlem al in afzonderlijke PvEL’s en Masterplannen voor nieuwbouwwoningen het aanbrengen van rookgaskanalen als ongewenst opnemen. 2. Beoogd resultaat Met deze stapsgewijze aanpak van houtstook wil het college lokale overlast en gezondheidseffecten als gevolg van particuliere houtstook verminderen. Het doelbereik wordt bepaald aan de hand van het afnemen van het aantal nieuwe overlastmeldingen (gecorrigeerd voor effecten van publiciteit over het meldpunt bij de Stookwijzer). Het doelbereik van stap 1 wordt tevens gemeten aan de hand van het percentage gehinderden in digipanel peilingen aan het begin van de aanpak en na twee stookseizoenen (Q1 2027). Dit is onderdeel van de tussenevaluatie ten behoeve van besluitvorming over de vervolgaanpak in stap 2. Indien relevant kan de digipanelmeting na weer twee stookseizoenen nogmaals herhaald worden. 3. Onderbouwing voorstel 3.1 De aanpak houtstook sluit aan bij vigerend beleid. Verbeteren van de luchtkwaliteit is een van de opgaven in het Coalitieakkoord “Aktie!”. Haarlem past daarvoor vooral maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord toe.
De nul-emissiezone, Haarlems belangrijkste maatregel, is sinds 1 juni 2025 van kracht en diverse andere maatregelen zijn in uitvoering (Tussenrapportage Schone Lucht Akkoord 2024/0699490). Met deze aanpak van houtstook wordt nu ook dit thema opgepakt. Het college geeft daarmee tevens gevolg aan de Motie aan de Slag met de vernieuwde Stookwijzer 2024/2021545, Raad 7 november 2024 waarin naast bekendheid geven aan de Stookwijzer ook naar informatie over andere maatregelen om overlast van houtstook te verminderen werd gevraagd. 3.2. Overlastmeldingen en gezondheidsrisico’s van houtrook vragen om een gerichte aanpak. Lange tijd was het beeld dat overlast van houtstook in Haarlem maar op een klein aantal plekken voorkwam. Er werden immers maar hooguit enkele meldingen per jaar gedaan bij de gemeente en GGD. Deze werden -indien herhaling optrad-, op vergelijkbare wijze als andere hindermeldingen behandeld. Vooral sinds de start van een landelijke voorlichtingscampagne per oktober 2024 komen ook via het RIVM-meldpunt op de Stookwijzer aanzienlijke aantallen meldingen uit Haarlem binnen (400 in het afgelopen stookseizoen). Dergelijke aantallen meldingen liggen op zichzelf in lijn met andere enigszins vergelijkbare steden (bijvoorbeeld Breda 450, Alkmaar 220, Utrecht 540, Amsterdam 710). Uitschieters naar boven en beneden komen voor (Bron: RIVM 2025)).
De mate van bekendheid van de Stookwijzer lijkt hierin
Kenmerk: 2025/535582
4/13
een grote rol te spelen. Het aantal meldingen nam in alle steden sterk toe door de landelijke campagne over houtstook in afgelopen stookseizoen (in Haarlem van 110 in seizoen 2023/24 naar 400 in 2024/2025), zonder dat er aanwijzingen zijn dat de overlast zelf daadwerkelijk toenam. Maar het verschil in ordegrootte met de aantallen die voorheen alleen via de meldpunten van de gemeente en de GGD binnenkwamen is voor het college voldoende aanwijzing dat de overlast van houtrook eerder onvolledig in beeld kwam en om een gerichte aanpak vraagt. Daarnaast worden ook de gezondheidsrisico’s van houtstook steeds duidelijker. Die komen voort uit de vele ziekmakende stoffen in houtrook, waaronder veel fijnstof, roet en Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s). Houtrook draagt voor 23% bij aan de uitstoot van het fijnstof in Nederland. Fijnstof kan astma, COPD, chronische bronchitis en longkanker veroorzaken. Voor hart-, vaat- en longpatiënten zijn de verschijnselen in overlastsituaties vaak extra heftig en langdurig en hun gezondheidstoestand kan verder en zelfs blijvend verslechteren. Bij kwetsbaardere groepen als kinderen en ouderen kan houtrook ook bijdragen aan het ontstaan van deze ziekten. Duidelijk is dat overlast van houtrook, net als het geval is bij sigarettenrook, veel meer impact kan hebben dan het ongemak van een ongewenste geur.
Zoveel mogelijk voorkómen van zulke overlast en gezondheidsrisico’s voor andere inwoners mag van iedereen verwacht worden en is ook een wettelijke plicht. Maar lang niet iedereen is zich bewust van die mogelijke impact van houtrook. Voorlichting en informatie daarover zal naar verwachting de bereidheid en alertheid om rekening te houden met omwonenden aanzienlijk verhogen. 3.3 Ook andere gemeentes besteden momenteel meer aandacht aan houtstook Ook in de meeste andere gemeentes leiden vergelijkbare signalen tot meer aandacht voor een aanpak van houtstook dan voorheen. De brede aandacht in het Schone Lucht Akkoord (SLA) voor dit onderwerp, met maatregelen en oplossingsrichtingen die worden onderzocht in themagroepen en verkend in pilots ondersteunt dit. Voorbeelden van aanpakken van andere gemeenten zijn: ▪
Veel gemeenten zetten vooral in op voorlichting en communicatie voor bewustmaking van gezondheidsimpact houtstook en stimuleren van “goed stookgedrag”. Sinds oktober 2024 is daarvoor ook een landelijke campagne gestart waarop met voorbeeldmaterialen lokaal ingehaakt kan worden.
▪
Diverse gemeenten subsidiëren pilotgewijs het verwijderen of onbruikbaar maken van rookgaskanalen; voor zulke experimenten was enkele jaren ook een SPUK-SLA subsidie beschikbaar.
Kenmerk: 2025/535582
5/13
▪
De gemeente Utrecht heeft de ambitie om in 2030 geheel houtstookvrij te zijn, en heeft sinds kort houtstook in de buitenlucht sterk beperkt (verbod vuurkorf en buitenhaard), naast een subsidie voor het opheffen van rookkanalen binnenshuis.
▪
De gemeente Maastricht heeft met flitspeilingen uitgebreid onderzoek gedaan naar houtstook onder stokers en gehinderden, en heeft tevens een burgermeetproject uitgevoerd om metingen van fijnstof te koppelen aan actueel stookgedrag en hinderbeleving. Nieuw beleid is in voorbereiding.
▪
de gemeente Amersfoort heeft als enige sinds oktober 2024 een stookverbod bij negatief stookadvies van de Stookwijzer (code rood of oranje). Enkele andere gemeentes overwegen dit.
▪
In de gemeente Bloemendaal wordt ervaring opgedaan met een buurtgerichte aanpak met brieven aan stokers en omwonenden in een blok met meerdere meldingen.
▪
In de gemeente Amsterdam is een ontwerpbeleidskader in consultatie geweest. Voorgestelde maatregelen omvatten o.a. voorlichting /communicatie; buurtaanpak van overlastmeldingen, faciliteren van alternatieven voor houtstook (bijv. aansluitingen voor elektrische barbecues), subsidie op verwijderen rookgaskanaal, onderzoek naar stookverbod code rood/oranje.
Al met al is houtstook dus in veel gemeenten een aandachtspunt, maar zijn er nu nog nauwelijks voorbeelden van gemeenten die verboden of strenge beperkingen stellen aan houtstook. En er zijn nog geen gemeenten waar sprake is van een effectieve handhaving. In Amersfoort heeft bij meldingen van stoken ondanks een code rood of oranje wel vaak huisbezoek plaatsgevonden bij de stoker maar zijn nog geen verdere stappen gezet richting beboeting. Alle gemeenten zoeken nog naar antwoorden op de diverse belemmeringen die succesvolle en efficiënte handhaving op (overlast van) houtstook bemoeilijken (zie ook 4.1). 3.4 Het college kiest voor een stapsgewijze uitbouw van een aanpak van houtstook in Haarlem. Het college realiseert zich dat gezondheidsrisico’s en overlast van houtstook tot nog toe onvoldoende aandacht kregen en alsnog urgentie verdienen. Maar het college beseft ook dat het stoken van hout zowel binnen als buiten voor veel inwoners een groot plezier is, waar de overheid (de gemeente) zich bovendien alleen in uitzonderlijke gevallen mee bemoeide. De beleving van houtstook en overheidsbemoeienis hiermee is sterk verdeeld, dwars door de samenleving heen. Het college is ervan overtuigd dat méér kennis en besef van de negatieve kanten van houtstook sterk zal bijdragen aan zorgvuldiger en omgevingsbewuster stookgedrag en uiteindelijk ook minder houtstook in zijn totaliteit.
Het college wil iedereen daarin laten meegroeien.. Daarnaast wil het college ook de gemeente enige tijd geven om meer ervaring op te doen met de aanpak van individuele overlastsituaties. Het college kiest er daarom voor om in een eerste stap enerzijds te werken aan bewustmaking van overlast en gezondheidsrisico’s van houtrook. Tevens wordt informatie gegeven wat Haarlemmers daarvoor zelf kunnen doen door het toepassen van goed stookgedrag, waaronder het volgen van de
Kenmerk: 2025/535582
6/13
adviezen van de Stookwijzer. En anderzijds wil het college deze fase benutten om de meldingen nader te analyseren in onderlinge samenhang, en vanuit de praktijk een passende werkwijze te ontwikkelen voor individuele overlastsituaties. Met een tussenevaluatie na twee stookseizoenen (Q2 2027) wordt de voortgang van de aanpak bepaald. Op basis van deze tussenevaluatie en inmiddels opgedane ervaring in andere gemeenten wordt eveneens in Q2 2027 besloten of en met welke maatregelen de aanpak van houtstook wordt aangescherpt in stap 2, vanaf Q4 2027. 3.5 In de eerste stap van de aanpak van houtstook ligt de nadruk vooral op bewustmaking. Met verschillende campagnes wordt gewerkt aan bewustmaking van de nadelige aspecten van houtstook. Daarbij staan toepassing van goed stookgedrag en de Stookwijzeradviezen bij de verwachte weersomstandigheden centraal, om zo het rekening houden met elkaar tot ongeschreven norm te maken.
Maatregel 1 Bewustmaking door voorlichting ▪ ▪
▪ ▪
▪
▪
▪
Een communicatieplan wordt opgesteld. Driemaal per jaar worden voorlichtingscampagnes gehouden met inzet van Social Mediakanalen, mupi’s (van binnen verlichte reclameborden) en nieuwsberichten en een projectpagina op de Haarlemsite waar nadere informatie kan worden gevonden. In deze campagnes wordt gewezen op de overlast, gezondheidsrisico’s en bredere milieuimpact van houtstook. In de campagnes wordt ook aangegeven wat de Haarlemmers zelf kunnen doen om overlast te beperken, in de vorm van een aantal eenvoudig toe te passen adviezen voor goed stookgedrag waaronder toepassen Stookwijzer en droog en onbewerkt hout stoken. Op de projectpagina op de Haarlemsite wordt ingegaan op andere of aanvullende mogelijkheden voor inwoners om de gevolgen van houtstook te beperken, waaronder alternatieven voor houtstook; het vervangen van een open haard of verouderde kachel door een nieuwere, schonere Ecodesign kachel; mogelijkheden voor filters. Naast twee campagnes in het (winter)stookseizoen wordt ook een campagne in het zomerseizoen (buitenstook) gehouden met aangepast beeldmateriaal (zomerse beelden, andere vormen van stoken). Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de landelijke campagnes die op 24 oktober 2024 gestart zijn. Voorbeeldmateriaal daaruit wordt aangepast aan Haarlemse situaties en beelden.
Kenmerk: 2025/535582
7/13
3.6 Daarnaast wil het college in stap 1 een passende aanpak voor concrete overlastsituaties ontwikkelen. Hoewel de verwachting is dat de overlastsituaties flink zullen afnemen onder invloed van de bewustwordingscampagnes en adviezen, zal daar tijd overheen gaan. En niet iedereen zal bereikt worden, zichzelf en zijn omgeving herkennen in de boodschappen, en de adviezen (meteen) goed toepassen. Het college vertrouwt erop dat slechts een beperkt deel van de toch nog optredende overlastsituaties alleen via Handhaving oplosbaar is, wanneer er sprake is van onwil of zelf opzettelijk veroorzaken van hinder. In dat geval zijn in principe de reguliere handhavingsprotocollen voor overlast van toepassing, inclusief geldende prioriteiten daarvoor. Voor alle andere gemelde overlastsituaties wil het college een getrapte aanpak ontwikkelen.
Maatregel 2 Ontwikkelen aanpak voor individuele overlastsituaties volgens meldingen ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪
▪
De aanpak wordt al doende ontwikkeld aan de hand van praktische ervaringen. Begonnen wordt met een analyse van de recente meldingen. In eerst instantie wordt ingezet op een blok-of straatgerichte benadering: In die huizenblokken of straten waarin meldingen zich concentreren ontvangen alle woningen een brief van de gemeente. Hierin wordt er aandacht voor gevraagd dat in het blok of de straat veel overlast van houtstook wordt ervaren, volgens meldingen. De brief roept de bewoners die hout stoken en de bewoners die hinder ervaren (beide groepen zonder naam en adresgegevens) op hierover met elkaar in gesprek te gaan en samen afspraken te maken. Verder geeft de brief informatie over effecten van houtstook en tips voor goed stookgedrag en beveelt hij de Stookwijzer aan. Met deze aanpak wordt al ervaring opgedaan in o.a. Bloemendaal. Deze brief wordt één (eventueel twee) keer herhaald indien de meldingen blijven binnenkomen. Afhankelijk van de aantallen nieuwe meldingen uit de betreffende omgeving wordt overgeschakeld op een buurtgesprek of een persoonlijke benadering waarin de gemeente contact opneemt met melders en de situatie beschouwt. Verdere stappen en overlegpunten worden nader uitgewerkt in een leidraad, met als elementen: overleg melders en stoker; contact gemeente met stoker en advies; advies GGD; overwegen buurtbemiddeling.
Indien een overlastsituatie op deze wijze niet oplosbaar blijkt zal moeten worden overgeschakeld op handhaving wanneer dit binnen bestaande capaciteit en prioriteiten mogelijk is.
Kenmerk: 2025/535582
8/13
3.7 Het is te vroeg om ook al te besluiten tot regulerende maatregelen Het college kiest er nu niet voor om in de beginstap al aanvullende algemene voorschriften of verboden in de aanpak houtstook op te nemen (regulering). Enerzijds om inwoners en gemeentelijke organisatie te laten meegroeien in een nieuwe realiteit waarin hout stoken niet altijd en op elk moment meer verantwoord is. En waarin het meewegen van belangen van buren daarbij standaard is. Anderzijds bestaan er op dit moment nog veel onzekerheden over het opnemen van voorschriften en verboden in gemeentelijke regelgeving onder de Omgevingswet en vooral over de handhaving ervan. Het college verwacht wel dat hierop in 2027 meer zicht bestaat, uit eigen ervaring met aanpak van overlast en uit ervaringen van de (weinige) andere gemeenten met regulerende maatregelen. 3.8 Ter ondersteuning van de maatregelen worden enkele aanvullende acties uitgevoerd: • Om een beter beeld van houtstook in Haarlem en van de vorderingen van de aanpak te krijgen worden twee digipanel onderzoeken uitgevoerd naar o.a. het stookgedrag van Haarlemmers, ervaren hinder, attitude tegenover houtstook en tegenover aanpakrichtingen en opties daarvoor, etc. Eén wordt in het eerstkomend stookseizoen uitgevoerd. De tweede -identieke- peiling vindt plaats in Q1 van 2027 ten behoeve van de tussenevaluatie van de aanpak in stap 1.
(Een derde peiling kan worden opgenomen in besluitvorming over de vervolgaanpak in stap 2). • In individuele Programma’s van Eisen Leefomgeving en Masterplannen voor nieuwbouwprojecten wordt opgenomen dat het bij de bouw aanbrengen van rookgaskanalen niet wenselijk is. Met het afleveren zonder rookgaskanalen wordt een drempel opgeworpen voor de keuze voor houtstook door een toekomstige bewoner (al kan alsnog aanbrengen niet verboden worden). • Onderzocht wordt of een meetproject in samenwerking tussen de gemeente en de burgermeetgroep Hollandse Luchten Haarlem kan plaatsvinden binnen de werkzaamheden en het budget van de meetgroep. 3.9 Een tussenevaluatie is wenselijk om te besluiten over aanvullende maatregelen. Het college verwacht dat een looptijd van twee stookseizoenen voldoende moet zijn voor meetbare effecten van de bewustwordingscampagnes en stookadviezen, en om een effectieve aanpak voor overlast te ontwikkelen. Het college last daarom een tussenevaluatie in om de voortgang nader te bepalen. Dat gebeurt aan de hand van de ontwikkeling van aantallen overlastmeldingen en op basis van een nieuwe digipanel peiling naar onder andere ervaren overlast en stookgedrag. Vooral aan de hand van de ontwikkeling van de meldingen zal blijken of de beschreven aanpak voldoende effect heeft op overlast en uitstoot of dat aanvullende maatregelen nodig zijn.
Uit de 2e digipanel peiling kan blijken of de bewustwordingscampagnes ook tot meer draagvlak hebben geleid voor eventuele aanvullende regels en beperkingen.
Kenmerk: 2025/535582
9/13
3.10 Een stookverbod bij code rood/oranje van de stookwijzer is een belangrijke optie voor aanvullende maatregelen in stap 2. Een besluit over de invulling van stap 2 wordt genomen in het tweede kwartaal van 2027 (tijdig voor het nieuwe stookseizoen). Daarbij wordt ook gekeken naar de ervaringen van andere gemeenten en de (dan) actuele kennis en mogelijkheden vanuit het Schone Lucht Akkoord. Een logische aanscherping op een aanpak van bewustmaking van overlast en oproepen tot stookgedrag met minder overlast en uitstoot is om dit gedrag ook verplicht voor te schrijven. Dit in de vorm van nadere regels en beperkingen waaraan iedereen die hout stookt zich moet houden, met een geloofwaardige handhaving. Als belangrijkste optie voor regulerende maatregelen voor Haarlem ziet het college een verplicht opvolgen van het weersafhankelijke advies van de Stookwijzer (anders geformuleerd als Stookverbod bij code rood/oranje). Deze regel zou verplicht stellen wat op grond van zorgvuldigheid jegens de omgeving toch ook al verwacht mag worden (toepassen Stookwijzer) voorkómen overlast) en waartoe in de communicatie in fase 1 bovendien is opgeroepen. Daarnaast is het verband tussen deze beperking aan houtstook en het voorkómen van overlast evident omdat juist in periodes met grotere kans op overlast niet gestookt wordt.
De maatregel sluit om deze redenen goed aan bij de maatregelen in stap 1 en is daarom in principe potentieel effectief en doelgericht. Daartegenover staat dat voor geloofwaardige handhaving naar verwachting veel capaciteit nodig is, volgens ruwe inschatting van de gemeente 1 fte op jaarbasis. De gemeente Amersfoort heeft in een eerste evaluatie gesignaleerd dat de maatregel tot een forse toename van het aantal meldingen heeft geleid doordat met de Stookwijzer ook de meldknop onder de aandacht is komen te staan. Mede daardoor is de benodigde inzet van handhaving en/of toezichthouders onderschat. Daadwerkelijke handhaving heeft echter nog niet plaatsgehad; eerste ervaringen hiermee zijn naar verwachting na komend stookseizoen wel beschikbaar. Naast een stookverbod bij code rood/oranje zoekt het college ook naar verdere mogelijkheden om houtstook in nieuwbouwwoningen tegen te gaan. Onderzoeken en ontwikkelingen op dit vlak worden gevolgd en eventueel opgenomen in de vervolgaanpak. 3.11 Duurzaamheid Vanwege de impact van houtstook op het milieu past deze aanpak binnen het duurzaamheidsbeleid. Wel zijn er frictiepunten: •
Dat nieuwbouwwoningen (wettelijk) geen gasaansluiting meer krijgen kan betekenen dat bewoners kiezen voor houtstook als hoofd- of bijverwarming. Door de aflevering zonder rookgaskanalen van nieuwbouwwoningen te bevorderen kan hiertegen enige drempel worden opgeworpen voor toekomstige bewoners.
•
Een misverstand bestaat dat verbranding van afval(hout) in zekere zin een vorm van hergebruik is (energie) en daarmee duurzaam is. Alleen al vanwege de luchtverontreiniging is dat onjuist. Verbranding in een kachel/allesbrander van afvalhout is al wettelijk verboden op
Kenmerk: 2025/535582
10/13
grond van de Wet milieubeheer. Maar voor alle duidelijkheid en vanwege de grote kans op overlast wordt het niet gebruiken van afvalhout toch gecommuniceerd als maatregel voor goed stookgedrag. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 4.1.1 Aanpak van houtstook via handhaving kent veel belemmeringen die het vaststellen en oplossen van overlast kunnen bemoeilijken Zonder rangorde of nadere uitwerking kunnen genoemd worden: •
Weinig landelijke uniforme regels: De voornaamste betreffen schoorsteenhoogte en voorschrift Ecodesign voor nieuwe kachels.
•
Voorkómen overmatige overlast is daardoor de voornaamste regel (zorgplicht) bij houtstook Beoordeling bevat daardoor veel subjectieve elementen
•
Overlast dient per keer en per situatie te worden vastgesteld (“heterdaad”) Dit levert veel praktische problemen voor handhaving op meldingen
•
Geen objectieve, hanteerbare meetmethoden (noch voor uitstoot, noch voor overlast) Dit verhindert naast toetsing aan een norm ook het opsporen en aantonen van een bron
•
Betreden woning vereist toestemming bewoner of machtiging burgemeester Dit verkleint kans op ter plekke vaststellen overlast en bron na melding
•
Geen anonimiteit mogelijk: melder wordt bekend bij stoker voor geldige handhaving. Dit is soms reden een overlastmelding in te trekken om verslechtering van de burenrelatie of repercussies te voorkomen.
Genoemde factoren leveren vooral risico’s in de situatie dat een adviserende en/of bemiddelende aanpak vanuit de gemeente of buurtbemiddeling faalt of kansloos is door de opstelling van stoker of beide partijen. De risico’s bestaan er dan uit dat een overlastsituatie niet opgelost kan worden of alleen tegen onevenredige kosten. In de te ontwikkelen werkwijze wordt zoveel mogelijk ingezet op oplossing via overleg, advies en bemiddeling. De verwachting is dat dit voldoende is in de meeste overlastsituaties in stap 1. Opmerking: wanneer in stap 2 een regulerende maatregel wordt toegevoegd, bijvoorbeeld een stookverbod bij code rood/oranje, zal voor beboeting ook een formele constatering van overtreden moeten plaatsvinden met de diverse genoemde belemmeringen en een potentieel veel groter beroep op de handhavingscapaciteit. Bij besluitvorming over invoering van zo’n maatregel dient dit
Kenmerk: 2025/535582
11/13
nader uitgewerkt te worden. In de tussentijd zal het college de ervaringen en voortgang van andere gemeenten op dit vlak blijven monitoren. 4.1.2 Een effect van de aanpak van houtstook op de luchtkwaliteit in Haarlem is moeilijk afzonderlijk aantoonbaar. Omdat de herkomst van fijnstof in de lucht in Haarlem niet door meting bepaald kan worden is het niet mogelijk het effect van de aanpak van houtstook in Haarlem op de fijnstofuitstoot of het gehalte van fijnstof in de lucht te meten. En berekeningen van RIVM over de herkomst van fijnstof in de lucht per stad per bron, waaronder particuliere houtstook, betreffen alle fijnstof uit particuliere houtstook, niet uitsluitend houtstook in Haarlem. Om die reden wordt de voortgang van de aanpak beoordeeld aan de hand van overlast: enerzijds aantallen meldingen en anderzijds ervaren overlast in digipanel peilingen. 4.2 Kanttekeningen 4.2.1. In de aanpak is geen subsidie op verwijderen rookkanalen opgenomen. Deze maatregel is door een aantal gemeenten wel genomen, gestimuleerd door een SPUK-SLA subsidie (50%). De SPUK-SLA subsidieronde 2025 was in het voorjaar van 2025 al ruim overtekend en wordt voor zover nu bekend niet herhaald. 4.2.2 Navolgen Stookwijzer en goed stookgedrag lossen niet alle overlast op. Ook bij hogere windsnelheden en relatief schone lucht komen meldingen binnen, de oorzaak is dan niet altijd duidelijk.
Hoewel ook in dit geval een oplossing van de overlast wenselijk is, wordt in eerste instantie prioriteit gegeven aan de meldingen bij code rood of oranje. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Kosten Incidenteel: De kosten voor communicatie worden begroot op €15.000-25.000 per jaar wat bij een looptijd van 3 jaar (oktober 2025- oktober 2028 neer zou komen op €75.000. Samen met twee digipanelonderzoeken ad €5.000 bedraagt dit € 85.000,-. Kosten structureel Inschatting is voorlopig dat voor de afwikkeling van meldingen een capaciteit van 0,5 fte nodig is voor proactieve benadering en het voeren van gesprekken met de stoker en gehinderden, overeenkomend met €75.000 per jaar. (Dit is zonder aanvullende regulering zoals stookverbod code rood). Op grond van ervaring met een beperkt aantal meldingen in het komend stookseizoen en een daarbij te ontwikkelen protocol zal een nadere inschatting worden gemaakt voor een budgetclaim in de Kadernota 2027.
Kenmerk: 2025/535582
12/13
Dekking Voor wat betreft het restant van het jaar 2025 en 2026 worden de kosten opgevangen binnen het bestaande budget. Voor 2027 en 2028 zal een budgetclaim worden gedaan in de kadernota 2027. Voor wat betreft toezicht is uitgangspunt dat er geen extra financiële middelen beschikbaar zijn voor structurele inzet op overlast houtstook. In de periode tot 2027 zal zoveel mogelijk worden ingezet op straat-of bloksgewijs verspreide brieven daar waar veel meldingen vóórkomen. Er wordt verwacht dat slechts incidenteel inzet van een toezichthouder plaatsvindt, en mits de bestaande capaciteit ruimte biedt. De ervaringen en resultaten worden benut om zo nodig naar de toekomst toe een nadere aanpak te ontwikkelen. Communicatie Deze nota wordt via de gebruikelijke kanalen gecommuniceerd. Voor de communicatie als onderdeel van de aanpak wordt een communicatieplan opgesteld. Uitgangspunt is dat de eerste campagne in Q4 van 2025 plaatsvindt. 5.2 Participatie Participatie over de aanpak is niet van toepassing. De aanpak omvat procedures en werkwijzen bij de uitvoering van reguliere gemeentetaken zonder verandering te brengen in rechten en plichten van individuen. 5.3 Planning • • • • • • •
Q4 2025 start eerste bewustmakingscampagne Q1 2026 digipanel peiling Q1 en Q4 2026, 2027 en 2028 herhaling bewustmakingscampagne winterseizoen Q2 2026, 2027 en 2028 bewustmakingscampagne zomerseizoen Q1 2027 herhaling digipanel peiling Q2 2027 evaluatie voortgang en besluit over aanpak houtstook stap 2 Vanaf Q4 2027 uitvoering stap 2
6. Bijlagen –
Kenmerk: 2025/535582
13/13