09-21 Schriftelijke inspreekbijdrage dhr. Smit (t.b.v. agendapunt 8a en 8b)
Tekst van het document
Schriftelijke inspraakreactie voor de leden van de Raadscommissie Bestuur dd. 21 september 2023; de agendapunten 8a en 8b.
Reflectie en perspectief Als raadscommissie Bestuur bespreekt u op 21 september a.s. twee agendapunten inzake de door de coalitie beoogde omvorming van de Haarlemse wijkraden. Via WOO-verzoeken ben ik de afgelopen periode doende geweest met dit onderwerp. Hierna volgt een aantal reflecties en ik eindig met een vrijblijvende suggestie. Reflecties Artikel 3.1 van de door de raad vastgestelde verordening op de wijkraden verplicht dat wijkraadsleden via verkiezingen worden gekozen door wijkbewoners. Anders volgt er geen subsidie. Het gemeentebestuur heeft dat jarenlang als voorwaarde gehanteerd en dienovereenkomstig jaarlijks getoetst bij het verlenen van een subsidie aan die wijkraden. Welke bevoegdheid heeft B&W om een, volgens de genoemde verordening verplicht, democratisch orgaan (meestal een rechtspersoon) te mogen ‘opheffen’, zoals recent met twee Haarlemse wijkraden volgens het dictum van die B&W-besluiten is besloten? Met het opheffen of afscheid nemen van (volgens de gemeentelijke verordening) democratisch gekozen wijkraden wordt feitelijk de bijl aan de wortel van de democratie gelegd. De gemeente bemoeit zich met de wijze waarop bewoners zich kunnen groeperen in hun verkeer met de gemeente. Daar gaan de bewoners zelf over, ook in Haarlem.
Waarom kunnen de beoogde wijkplatforms niet bestaan naast de huidige wijkraden? De huidige verordening (art 2.3) staat dat immers toe. B&W schrijft dat er veel geluiden en denkbeelden leven in een wijk, toch beoogt het college slechts één bewoner groepering te willen subsidiëren. Waarom heeft één groeperingsvorm van bewoners de gemeentelijke voorkeur? Mogen bewoners niet zelf bepalen of en bij welke groepering zij thuis willen horen? De gemeente vindt dat aspirant-leden van de beoogde wijkplatforms hun cultuur moeten veranderen en de gemeente zal daarbij wel een handje helpen. Hoezo neemt hier het gemeentebestuur hun kiezers hier de maat? De gemeente kan wegens gebrek aan bevoegdheden wijkraden niet opheffen, wijkraden zijn vaak zelf (of ze zijn onderdeel van) statutaire rechtspersonen. Het is onduidelijk waarom bedachte wijkplatforms in Haarlem straks beter dan soms al 50 jaar bestaande Haarlemse wijkraden zouden gaan presteren (het is overigens niet aan de gemeente dit te beoordelen). Er blijken, gezien het ontbreken er van bij de door mij ontvangen WOO-bijlagen, geen onderzoeken, analyses of evaluaties bij de gemeente te bestaan over het (niet)functioneren van wijkraden. Jarenlang toetste het college de wijkraden aan de gehanteerde subsidievoorwaarden. Daar had B&W desgewenst kunnen ingrijpen.
De decennia bestaande wijkraden worden blijkbaar gewoon ingewisseld voor iets dat ongewis is. Hoe heeft het college de balans kunnen opmaken tussen de in hun ogen vermeende nadelen van de wijkraden (onderzoeksgegevens zijn mij via de WOO niet bekend) in relatie tot de in hun ogen vermeende voordelen van de beoogde wijkplatforms (ook hier zijn mij onderzoeksgegevens niet bekend via de WOO)? Er wordt soms gemopperd door gemeentelijke bestuurders over een gebrek aan representativiteit bij wijkraden. Dat is een non-issue. Hoe representatief is uw raad voor de Haarlemse bevolking? Wijkraden worden door de gemeente verplicht democratisch gekozen leden te hebben. Dat is een subsidievoorwaarde. Wijkraden die op dit punt niet door de gemeentelijke beugel pasten, had subsidie
kunnen worden onthouden. Net als politieke partijen gaan wijkraden er niet over wie er wel en wie er niet komen stemmen. Als de focus op belangenbehartiging van de wijkplatforms vervalt volgens B&W (zie de informatienota), wat komt er in dan de plaats van die verdwenen focus? Ook met het gewenste accent bij de wijkplatforms op 'beoogd adviseur in participatie' blijven in de wijk en dus ook in die beoogde wijkplatforms verschillende opinies en gedachten bestaan tussen bewoners. Dat was zo en dat blijft zo, ook na de door B&W beoogde ‘cultuurverandering’. Ook de uitput van de uit verschillende personen/gedachten bestaande wijkplatforms over welke zaak dan ook zal, ook in Haarlem, 'een advies' blijken te zijn. Het proces van beoordelen van de afgegeven adviezen en knopen doorhakken door het college blijft identiek aan de huidige situatie. Ook beoogde wijkenindeling en het subsidiebudget blijven ongewijzigd in de voornemens. Wat is er dan na het beoogde cultuurverandering traject feitelijk gewijzigd? De door B&W beoogde situatie lijkt verdacht veel op 'oude wijn in nieuwe zakken'. De imperatieve tekst uit het coalitieakkoord, de stellige tekst uit de startnotitie, de voorzichtiger tekst uit de informatienota tonen in de tijd gezien een voorzichtiger wordend gemeentebestuur. Dat is geen mildheid, maar eerder een voortschrijdend inzicht.
Er lijkt twijfel te bestaan over het ten uitvoer brengen van de nogal geharnaste doelstelling van het coalitieakkoord: "de wijkraden vormen we om naar wijkplatforms, in overleg met de bewoners van de wijk.." Een gemeente kan niet buiten een rechtspersoon om die rechtspersoon omvormen. Het licht gaat langzaam branden. Als ik het coalitieakkoord (2022) en de Startnotitie (2022) lees over de omvorming van de wijkraden naar wijkplatforms dan is voor mij de hamvraag: welk probleem wordt er nu eigenlijk opgelost met die beoogde omvorming? De ambities van B&W staan in de startnotitie van het college. Dit document vermeldt onder andere bij "Visie":
Op deze wijze verwoordt het college in de startnotitie waarom zij van de wijkraden afscheid willen nemen. In dit hiervoor genoemde citaat, verwijzend naar de verordening op de wijkraden, spiegelt B&W de raad een onjuiste voorstelling van zaken voor. De verifieerbare feiten tonen een andere werkelijkheid. - Al jarenlang bestaan bewonersinitiatieven en de initiatieven van wijkraden naast elkaar. Er is zelfs voor beide groeperingen al jarenlang één gemeentelijke subsidie beschikbaar (het Leefbaarheid en initiatiefbudget). Wijkraden zijn dus hier geen exclusieve belangenbehartiger voor de wijk. - Als een wijkraad een advies aan B&W uitbrengt dan gooit B&W andersluidende zienswijzen van ondernemers, instellingen en bewoners van die wijk echt niet in de prullenbak, weet ik uit eigen ervaring. Wijkraden zijn ook hier géén exclusieve belangenbehartiger van de wijk. - In de geciteerde verordening is niets te vinden over de wijkraad als woordvoerder van de wijk. Een verzinsel blijkbaar. - Het is een fabel dat de gemeente de afgelopen jaren bij participatie en inspraak zich alleen zou hebben gericht op de wijkraden en niet óók op de bewoners, ondernemers en instellingen van een wijk. - In de huidige verordening op de wijkraden (2021/ art. 4.1) verplicht de gemeenteraad de wijkraden (het is hun 'kerntaak' zelfs) tot belangenbehartiging, want dat is een subsidievoorwaarde. Ten tijde van de
startnotitie (ruim een jaar na vaststelling van deze verordening) is dat opeens een groot probleem voor het college. - De huidige verordening op de wijkraden geldt (art. 2.3) overigens ook voor andere gelijksoortige bewoner groeperingen, er is dus ook hier geen sprake van de wijkraad als exclusieve belangenbehartiger! Wijkplatforms zijn in dit artikel in feite al geïntegreerd. - Dat artikel 2.3 toont tevens dat andere soortgelijke bewoner groeperingen dan wijkraden ook nu al gemeentelijke subsidie kunnen krijgen. - Het door B&W geciteerde "(exclusieve)" is nergens te vinden in de bedoelde verordening. Zaken worden in dit citaat 'Wat willen we niet meer?' door B&W niet feitelijk juist geciteerd. Beleid bepalen gebaseerd op een fictieve situatie is een openbaar bestuur onwaardig, lijkt mij. Er worden in dit korte citaat van B&W, dat de omvorming van wijkraden in bestuurlijke zin motiveert, diverse problemen gecreëerd die er niet zijn. Afscheid willen nemen van iets wat er niet is, lijkt een verhulling te zijn van een ander doel. De wijkraad als instituut moet verdwijnen van B&W. Te lastig? De door mij genoemde onjuistheden zijn nu (a.g.v. het raadsbesluit tot vaststelling van de startnotitie) gaan behoren tot de gemeentelijke feiten ("zo hebben we dat nu eenmaal besloten"). Er wordt aldus op deze alternatieve werkelijkheid voortgeborduurd. Een slechte zaak.
Als gemeentebestuur bent u flink bezig het kind én het badwater weg te gooien. De nieuwe zakken zullen de oude wijn niet kunnen vasthouden. U bent druk bezig een flink deel van het stedelijk sociaal weefsel te laten verdwijnen. Op basis van het eerder genoemde citaat kan B&W evengoed de oppositie afschaffen; ook de oppositie is een gekozen representatie.
Een vrijblijvende suggestie De huidige verordening op de wijkraden geldt volgens artikel 2.3 ook voor andere gelijksoortige bewoner groeperingen, er is dus geen sprake van de wijkraad als exclusieve belangenbehartiger! Wijkplatforms zijn met een vooruitziende blik in dit artikel in feite al geïntegreerd. Dat artikel 2.3 toont tevens dat andere soortgelijke bewoner groeperingen als wijkraden dus nu ook gemeentelijke subsidie kunnen krijgen. Laat voorlopig wijkraden, coöperaties en wijkplatforms etc. naast elkaar bestaan o.b.v. de huidige verordening en subsidieregeling en laat deze groeperingen bij hun belangenbehartiging telkens duidelijk maken bij hun verkeer met de gemeente c.a. wie zij in de betreffende kwestie vertegenwoordigen. Stel als gemeente voor een bepaalde proefperiode heldere doelen (deze ontbreken nu) als het gaat om beoogde veranderingen -voor zover de gemeente daar een bevoegdheid toe heeft- en evalueer na de proefperiode of en welke groeperingen in hun bestaan die gemeentelijke doelen daadwerkelijk hebben bereikt. Interessant zal dan zijn te constateren in hoeverre 'de vorm van de groepering' van bewoners bepalend is voor het bereiken van de beoogde doelen. U bent aan zet Wordt "het oude wijn in nieuwe zakken", "het kind met het badwater weggooien" of "beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald"?
Met een vriendelijke groet, De heer Smit