09-21 Inspreekbijdrage dhr. Van Eeden - van wijkraden naar wijkplatforms
Tekst van het document
Schriftelijke inspraak bij commissie Bestuur 21/9/2023 betreft punt:7 (concept beleidskader van wijkraden naar wijkplatforms) Geachte commissieleden, 1) Er wordt gesteld dat wijken zeer divers zijn en bewoners heel verschillend denken en doen. Daaruit leidt het college af dat een wijkraad of wijkplatform de wijk niet kan representeren, wat vervolgens de reden is dat de kerntaak belangenbehartiging de wijkorganisatie wordt afgenomen. Uit democratisch oogpunt een afkeurenswaardig standpunt. Als de coalitie, die berust op hoogstens een kwart van de Haarlemse stemmen van kiezers, die redenering op zichzelf zou toepassen kan het college er beter mee stoppen. Democratie is op elk niveau – wijk,stad,land – een manier om vreedzaam met botsende belangen om te gaan. 2) In de stukken wordt herhaaldelijk betoogd dat de wijkraden een exclusief recht op belangenbehartiging claimden. Bij mijn weten heeft dat nooit in de verordening op de wijkraden gestaan en is dat ook niet de praktijk geweest. Ongetwijfeld zal het wel zijn voorgekomen maar dan had de gemeente daar korte metten mee moeten maken. Voor de verdere argumentatie verwijs ik U naar wat Dick Smit, oud bestuurder van de wijkraad Vijfhoek,Raaks, Doelen daarover op 7 september aan B&W schreef.
3) Bovenvermeld uitgangspunt (ad 1) en vermeende claims (ad 2) brengen het college ertoe te zeggen wat het niet wil: dat wijkraden (exclusief) belangen behartigen. Daarmee onttrekt het een wezenlijke functie aan wat normaal is in de lokale democratie en wat niet tegen te houden valt: dat mensen zich groeperen om hun belang te behartigen. En dat doet het college op basis van incidenten en aannames, Er is geen systematisch onderzoek geweest naar de wijze van functioneren van wijkraden. Ik heb daar enkele jaren geleden vergeefs voor gepleit. De bestuurlijke onderbuik wint het kennelijk van ordentelijk onderzoek. 4) Het college neemt zich voor de wijkplatforms te onderwerpen aan een erkenningsprocedure. Het is volslagen onhelder welke criteria de gemeente daarbij gaat hanteren. Behalve dat een aspirant wijkplatform de beleidsvisie van het college moet onderschrijven. Dat heeft veel weg van een ‘geloofsbelijdenis’. Daarmee valt niet behoorlijk te besturen. Ik kom tot de slotsom dat dit beleid onvoldragen is. Al is de wens van de gemeente dat meer diverse groepen participeren in het lokale bestel zeer begrijpelijk en belangrijk Maar het is een drogreden om terwille van de grotere diversiteit en representativiteit een kerntaak af te nemen. Bewoners moeten te allen tijde ongevraagd het gemeentebestuur kunnen benaderen ook met wensen die niet stroken met wat een college ambieert.
Het beleid wat thans tot stand dreigt te komen leidt er toe dat burgers braaf mogen meewerken aan gemeenteplannen en omgekeerd de gemeente initiatieven van bewoners alleen honoreert als die haar bevallen. Als de bewoners maar aan de hand van de ambtenaren lopen en binnen de lijntjes kleuren. Dit beleidsplan wekt daarom helaas de indruk dat het college zich wil ontdoen van lastige burgers. Redenen waarom ik ervoor pleit de verordening op de wijkraden voorlopig niet in te trekken (zoals voorgesteld per 31/12/2023). Voor alle duidelijkheid:er is niets tegen omzetting van wijkraden in wijkplatforms. Maar eerst moet de gemeente helder hebben uitgewerkt hoe bewoners hun belangen kunnen behartigen via wijkraden dan wel platforms. Daarbij hebben bewoners uiteraard de normale taak om het draagvlak van hun voorstellen aannemelijk te maken, juist ook wanneer die tegen staand beleid ingaan. Daarvoor zijn veel manieren. Die uitwerking ontbreekt nu geheel.. Mijn verontrusting over dit concept beleidskader komt voort uit mijn inzichten als socioloog en ervaringen als opbouwwerker en drie perioden als wethouder. Ze staan los van partijpolitieke ideeën of belangen.. Hoogachtend, Jan van Ee den