09-14 Transcript Commissie Bestuur
Tekst van het document
En dan kom je eigenlijk op een punt dat je twee keuzes hebt: ofwel je graaft je in, je blijft bij je eigen gelijk, we honoreren geen referendum, we zien wel waar het schip strandt en we gaan zo maar door. En ook dat de problemen die we al benoemd hebben, dat die ook voorlopig geen oplossing zullen vinden. Ofwel we accepteren de, nou, de papieren die we hier tot zich hebben genomen, dat gelijk hebben ook niet altijd gelijk krijgen is. We respecteren ook de instituties die er zijn, waaronder de bezwarencommissie. Vergeten dan wel stiekem even dat we hier al jaren van besluiten door de raad aan vooraf zijn gegaan, maar goed, waar ook al veel inspraak op is geweest en we honoreren dan wel dit referendum. Dat is natuurlijk de keus. Ik zal nog even niet vertellen wat de keus wordt. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Alberts, Forum voor Democratie. Gaat uw gang. De heer Alberts: Dank u wel voorzitter. Via u de vraag aan de fractievoorzitter van GroenLinks hoe hij dan kijkt naar het institutie de referendumcommissie die al bij het amendement dat ingediend werd om het af te wijzen aangaf dat beter het referendum kon door laten gaan. De voorzitter: De heer Drost, gaat uw gang. De heer Drost: Ja, we hebben dat toen ook gewogen. Ik denk dat we ook in de raad op 30 maart dat we daar ook naar hebben gerefereerd en we hebben daar een keuze in gemaakt.
Ik denk dat het een adviserend orgaan is en dat hebben we tot ons genomen. Nou ja, daar … En here we are, zou ik zeggen. De voorzitter: U heeft een vervolgvraag van de heer Alberts. De heer Alberts: Ja voorzitter, here we are inderdaad. Commissie bezwaarschriften is ook een adviserend instituut wat dat betreft, dus wat dat betreft is, gaat het hier om advies. Wat maakt nu het verschil tussen wat de referendumcommissie heeft gezegd en waar commissie bezwaarschriften nu mee komt? De voorzitter: De heer Drost.
19
De heer Drost: Nou, eigenlijk komt het neer op de twee keuzes die ik u net schets en daarbij kiezen we voor het tweede traject. Ja. De voorzitter: U heeft ook een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, voordat u naar uw oordeel gaat zou het wel mooi zijn als u in uw argumentatie nog meeneemt of u anders bent gaan kijken naar uw argumentatie ten aanzien van de tarieven en ook of u anders bent gaan kijken naar de argumentatie dat u dit allemaal moet doen vanwege het VN-gehandicaptenverdrag. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ja, die staan ook. Ik zou willen refereren net naar de antwoorden ook van mijn collega van D66. Wij staan op het standpunt dat dat afdoende was onderbouwd. Nou, we hebben daar adviezen in teruggekregen van dat dat niet zo is. Er is gevraagd om aanvullende argumentatie. Ja, die kan ik ook niet overdragen. Wij staan op het standpunt dat dat afdoende was, we krijgen adviezen van verschillende, zowel de voorzieningenrechter als de bezwarencommissie staan op een ander standpunt. Ik denk dat het goed is dan uiteindelijk om dat mee te wegen en dan slaat het uit naar het tweede traject. De voorzitter: U heeft nog een vraag van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja kijk, als u het gewoon niet eens bent dan zou je zeggen dan gaat u in beroep en in hoger beroep en dan ga je erover door.
Maar nu laat u de verdenking op zich dat u het alleen maar doet omdat dit nu de snelste weg is om tot betaald parkeren te komen. Bent u dat met de VVD eens? De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Nee, het is niet zwart wit, het zijn allemaal argumenten en die weeg je tegen elkaar af, waarom je wel of niet voor het één of het ander gaat. Dat heeft inderdaad ook met snelheid te maken, maar dat heb ik net al benoemd. Maar het gaat ook op de adviezen en dergelijke die er zijn, inhoudelijk. Dus dat weeg je tegen elkaar af en dan komen we tot het tweede traject. Want daar kiezen we voor, net zoals dat we altijd zullen kiezen voor een groener Haarlem en minder ruimte voor de auto, ongeacht welke uitslag ook van het referendum, dat zijn een aantal waarden waar we niet aan zullen tornen, zodat we ook door kunnen met de aanpak van de problemen die er zijn. Wat betreft het vervolg kunnen we ons aansluiten bij wat de heer Wiedemeijer al heeft gezegd en de vragen die zijn benoemd richting het definitieve verzoek. De voorzitter: U heeft nog een vraag van mijnheer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, voor de duidelijkheid voor de mensen thuis en als er straks dat referendum komt dat ze dan goed besluiten: het ligt dus niet aan de benzineauto, want u bent ook tegen de elektrische auto.
En de ruimte die dan de auto vrijspeelt die moet wat u betreft groener worden en niet dat daar huizen worden gebouwd. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Nee, ik geef aan dat er uiteindelijk gewoon keuzes worden gemaakt in deze stad en dat het gewoon niet realistisch is. Er komt niet meer ruimte bij op de straten die we hebben, het is niet realistisch dat alles kan. U mag kiezen voor de auto, dat vind ik prima, dan wordt Haarlem niet groener, dan kunnen we ook
20
niet meer huizen bouwen, dat klopt. Dan komt er ook niet meer ruimte op de stoep, enzovoort, enzovoort. Wij maken daar een duidelijke keus in en die keus zal niet zomaar als GroenLinks een andere kant op vallen. De voorzitter: Dank u wel. Nog een interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel. Wat denkt u wat het doet met het vertrouwen van Haarlemmers op het moment dat een raadslid zegt: ongeacht wat er uit dit referendum komt, ik weet toch al wat ik ga kiezen. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ik denk dat het heel goed is dat je eerlijk bent in waar je voor staat. En een GroenLinkser die staat voor wat ik heb benoemd en daar zal ik nooit aan tornen. Dus daar komt een referendum en er worden inderdaad, nou, dus het zou mooi zijn als er bijeenkomst worden georganiseerd, dat er goede informatievoorziening is, ik denk dat dat heel goed is. Maar als u verwacht dat ik opeens al mijn waarden en ook de reden waarom mensen op GroenLinks hebben gestemd, strijden voor dat Haarlem overboord zou gooien, nou, dat ga ik gewoon niet doen. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, maar waarom stemt u dan in hemelsnaam nu in met een referendum? Dan moet je gewoon zeggen: dan hoeven we dat referendum ook niet te doen. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ik vind het helemaal prima dat het referendum komt, laat het maar gebeuren.
Maar nogmaals, ik torn niet aan mijn eigen waarden, dat is alleen wat ik zeg. De voorzitter: Dank u wel. U wilt een termijn, mijnheer Van den Raadt? Nog een aanvullende vraag aan mijnheer Drost? Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, want ik, mijn oor sloeg daarnet dicht. Maar dus het is dus eigenlijk dat GroenLinks zegt: laat het referendum maar komen. Al komt daar een massale meerderheid voor tegen gereguleerd parkeren, dan is uw GroenLinks hart zo dat het toch gewoon doorgaat wat u wil en niet wat dan de bewoners willen al zouden daar GroenLinks stemmers tussen zitten. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ja, dat zijn allemaal uw woorden en dat is uw interpretatie van wat er gezegd wordt. Ik geef u alleen aan dat ik aan mijn waarden niet torn in dat hele verhaal. Dus het heeft niks met een uitslag of dergelijke te maken. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten heeft nog een vraag aan de heer Drost.
Mevrouw Van Zetten: Ja, ik zit even aan uw waarden, dat begrijp ik wel, maar een waarde van u, ik vraag me ook af of u inmiddels ook lid bent van de Partij van de Arbeid, is toch ook om naar mensen te luisteren? En als we inderdaad, is een goede vraag, als wij dat hele circus op gaan tuigen van een referendum en u, misschien met uw Partij van de Arbeid kompanen zegt: nou ja oké, wij hebben onze eigen waarden, laat het allemaal maar gaan, maar u weet wie we zijn en wij zeggen gewoon uiteindelijk zeggen wij nee, het gaat toch allemaal
21
door want het gaat natuurlijk best wel heel veel energie en geld kosten, dus het is eigenlijk helemaal niet zo en ik zou eigenlijk daar wel een antwoord op willen hebben. U kunt het ook over twee weken geven, maar ik moet natuurlijk wel serieus naar de burgers worden geluisterd en niet alleen nu omdat er binnenkort verkiezingen zijn. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ja. Nou ja, ik vind belangrijk een waarde is bijvoorbeeld ook gewoon duidelijk zijn en ik probeer dat zo goed als mogelijk te doen. En ja, helemaal eens, luisteren naar Haarlemmers is hartstikke fijn op inhoud en ik denk dat dat, daarom dat ik ook aangeef dat we hier al jaren mee bezig zijn, dat er op allemaal stukken inspraak is geweest, er is inhoud, ook op dat nota reguleren, ook op de omgevingsvisie, ook op mobiliteitsbeleid hebben allemaal Haarlemmers ook meegedacht en gedaan. Dus ik zie ook dat die argumenten ook gewoon zijn gewogen en gedaan. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Bent u een volksvertegenwoordiger voor alle Haarlemmers of alleen voor GroenLinks stemmers? De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Het gaat niet om GroenLinks stemmers. Je hebt bepaalde waarden en op basis daarvan weeg je belangen tegen elkaar af en dan maak je een keus hier in deze raad. Dat staat echt los van wie er gestemd heeft op je of wat dan ook.
Dus dat gaat uiteindelijk voor alle Haarlemmers. De voorzitter: Dank u wel. Was er nog een interruptie van mijnheer Aynan net of ... U laat het. Oké, wie kan ik dan het woord geven in termijn? De heer Alberts, Forum voor Democratie, gaat uw gang. De heer Alberts: Voorzitter, dit debat had moeten gaan over of er wel of niet een draagvlakmeting mag plaatsvinden over een onderwerp waarvan bij het raadsbesluit de referendumcommissie heeft aangegeven dat dit gewoon had gekund. In Haarlem is er een raadgevend referendum, dus alles over het beleid, de noodzaak daarvan en of het juridisch mag, waarop we ook gewoon de referendumcommissie hadden kunnen vertrouwen, is allemaal volstrekt relevant geweest in dit debat. Het grootste gedeelte hiervan is een ander debat. FvD Haarlem vindt het gezien de situatie de afgelopen maanden zeer ongepast dat de coalitie nog steeds het beleid blijft verdedigen, terwijl de burger nu aan zet is. Het debat is gevoerd door ons, de burger wil zich nu uitspreken. Onze fractie snapt dat u er niks van begrijpt. Het voorgenomen beleid bleef voor de rechter en de bezwaarschriftencommissie erbij gehaald worden, net als vanavond. Stop hiermee. Er is een vraag om meer democratie, daar moet het om gaan.
De valse tegenstelling dat parkeerdruk en de eis van een VNverdrag alleen maar door de nota uitwerking parkeerregulering aangepakt kunnen worden, is een complete drogreden, maar bij dit debat zeer ongepast. The guilt by association door stuitend gedrag van enkele burgers naar politici erbij te halen, vind ik zeker als volksvertegenwoordiger voor Forum voor Democratie ook zeer ongepast. Het enige wat echt gepast zou zijn vandaag, als de coalitie een mea culpa maakt, het debat nu overlaten aan de burger en wij kunnen overgaan tot de orde van de dag. Overnemen van de adviezen commissie bezwaarschriften mag van ons dus als hamerstuk naar de raad. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan het woord geven in eerste termijn? Geen? De heer Van Leeuwen, Actiepartij. Gaat uw gang.
22
De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, het voorgestelde mobiliteitsbeleid in 21 was klip en klaar: per 2030 hebben we gereguleerd parkeren in heel Haarlem. Punt. Wat de Actiepartij betreft was dat een uitstekende stip op de horizon maar dat ging de toenmalige raad, de vorige raad in de vorige periode, een tikkeltje te ver. Dus werd dit voornemen per amendement sterk genuanceerd: alleen in wijken waar parkeerdruk hoog is, met een vergunningsplafond, op plekken waar woningen worden gebouwd en ja, op verzoek van bewoners als zij vonden dat de druk in hun beeld te hoog was. Dit amendement werd met zeer grote meerderheid aangenomen en onder de voorstemmers bevond zich ook de SP. Het gewijzigde mobiliteitsbeleid werd met een nog grotere meerderheid door de toenmalige raad vastgesteld. Ook OPHaarlem stemde daarbij in. Het kan verkeren. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, u heeft een interruptie van de heer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Ja voorzitter, om even terug te komen op de stukken hier. Vindt de heer van de Actiepartij dit een significante wijziging van het voorgenomen beleid wat dus referendabel is? De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Daar kom ik zo op. Het amendement werd dus met een grote meerderheid aangenomen.
Begin 2022 stelden we de omgevingsvisie vast en de stad mocht ervan uitgaan dat na de verkiezingen van maart 2022 de aangekondigde maatregelen uit het mobiliteitsbeleid zouden worden uitgewerkt en er lag ook een forse opdracht voor de stad wat dat betreft, want draagvlakonderzoek zou volgens het mobiliteitsbeleid niet meer de blokkerende factor zijn voor het invoeren van gereguleerd parkeren. Dat autobezitters eventueel zorgen hadden en wellicht ook nog hebben, dat snappen wij. We hebben op bewonersavonden dan ook goed geluisterd en we hebben de zorgen zoals ze werden geadresseerd overgebracht aan het college en hier in de commissies besproken. Maar we hebben ook gezegd tegen de bewoners dat we het nieuwe parkeerbeleid, het voorgenomen parkeerbeleid, vele malen beter vonden dan het huidige om een aantal redenen. Ten eerste, de kosten van een parkeervergunning worden door meer autogebruikers in Haarlem bekostigd en daarmee wordt het een goedkopere vergunning dan in de huidige situatie. Een vergunningsplafond dat we nu nog niet hebben gaat garanderen dat we in de toekomst onze auto ook beter kwijt kunnen in onze eigen wijken, waar we nu betalen zonder dat we weten of we ooit een plekje kunnen gaan vinden. En Haarlemmers met of zonder een auto wordt het beloofde perspectief op een groene en toegankelijke stad geboden. Kan het anders? Ik heb ...
De voorzitter: Interruptie van de heer Smit, OPH. De heer Smit: Door parkeerplafonds kan er beter geparkeerd worden. Kunt u even uitleggen hoe u dan het verlies van 1100 parkeerplaatsen in de Indische buurt uitlegt aan de bewoners? De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: We hebben het ook over legaal parkeren, we hebben het over parkeren, honderd procent en dan 85 procent en dan heb je parkeerdruk. En als je dan een parkeerplafond invoert dan kun je dat beteugelen. Het getal kan ik niet op ingaan. De voorzitter: De heer Smit, OPH.
23
De heer Smit: Toch even een vraag want we moeten niet te pietepeuterig worden maar hoe legt u die 1100 parkeerplaatsen uit die in uw visie weg moeten uit de Indische buurt? De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Het gaat ook over timing, het gaat ook over de timing: wat doe je wanneer? We gingen ook volgens mij een garage bouwen, we gingen investeren in die stadsdelen. Dus dat is volgens mij wat er gaat gebeuren. Maar voorzitter … De heer Smit: Voorzitter, ik dacht dat er geen … De voorzitter: De heer Smit. De heer Smit: Ik dacht dat er geen parkeergarage voor 1100 plekken kwam, ik dacht dat er ongeveer 1100 plekken weggaan. En dan mag u er negenhonderd of duizend van maken, maar die gaan weg uit de Indische buurt en dat leidt tot een betere parkeerpositie van mensen met een auto. Of zoiets. Ik bedoel, u mag van mij alles beweren, maar niet dat de Indische buurt in parkeerfaciliteiten er voor de bewoners op vooruitgaat. De voorzitter: De heer Van Leeuwen, gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Het beleid heeft kanten die pijnlijk kunnen zijn want inderdaad, we gaan een tweede en een derde en een vierde en een vijfde en een zesde en een zevende auto gaan we beteugelen. Dat gaan we doen, correct. Dat is het onderdeel van het nieuwe parkeerbeleid en de vraag of het anders kan, want als u mij toestaat, ja, u steekt uw vinger op … De heer Smit: Nou, dacht ik dat ...
De voorzitter: De heer Smit, u krijgt via mij het woord. Gaat uw gang. De heer Smit: Ik heb niet de indruk dat de Indische buurt vol staat met derde, vierde, vijfde en zesde auto's, maar het zou kunnen dat dat die negenhonderd auto’s uitmaakt, maar het lijkt mij stug, collega. De voorzitter: De heer Van Leeuwen, gaat u verder. De heer Van Leeuwen: Waarvan akte. In elk geval was OPHaarlem één van de partijen die het nieuwe mobiliteitsbeleid heeft onderschreven en de maatregelen horen daar wel bij. En daar staat Actiepartij nog steeds voor en vandaar dat ik aangeef, kan het anders, kan het zonder regulering, kan het gratis, kan het zonder een plafond, kan het zonder investeringen in de ruimte? Daar is uitvoerig en meermaals in de stad en in de commissies en in de raad over gesproken. Wij hebben … De voorzitter: De heer Van Leeuwen, u heeft nog een vraag van de heer Smit. Gaat uw gang. De heer Smit: Collega, ik heb inderdaad in de raad gezegd en daarmee duidelijk gemaakt dat OPHaarlem de confrontatie niet zocht, dat OPHaarlem een aantal voordelen herkent in parkeerregulering. Dat was overigens voordat de nota die op 30 maart behandeld is het daglicht had gezien. En daar heb ik me dacht ik wel toch over uitgelaten dat daar een aantal onevenwichtigheden in zitten, vind ik veel. Dus parkeerregeling, ja.
De weg daarnaartoe en met name het buiten werking zetten van draagvlakonderzoeken, daar heb ik nooit ja tegen
24
gezegd. Dus u moet mij niet door het feit dat ik hier geprobeerd heb ook constructief mee te denken vervolgens aansmeren dat ik akkoord ben gegaan voor de nota invoering parkeerregulering. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, ik stel vast dat OPHaarlem het gewijzigde mobiliteitsbeleid, het geamendeerde beleidsstuk heeft geaccordeerd en daarmee automatisch de gang heeft ingezet van de maatregelen die vervolgens moesten worden uitgewerkt, na de verkiezingen is daar een aanvang mee gemaakt. Voorzitter, wij hebben ook in die periode, die achterliggende periode, wel zorgen vernomen, maar we hebben geen enkel alternatief vernomen vanuit de tegenstanders van het gereguleerd parkeren, vanuit de voorstanders van het referendum in deze raad. Het lijkt alsof de partijen zich totaal niet gecommitteerd voelen voor vastgesteld breed gedragen beleid, beleid waar ook hun handtekening onder staat en dat vinden wij zorgelijk. De voorzitter: Sorry, u heeft een interruptie van de heer Van den Raadt, Trots Haarlem. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, voordat er misschien straks ergens in de media staat dat Trots Haarlem ook geen alternatief heeft ingediend, u kan zich nog wel herinneren dat wij wel een alternatief hebben ingediend, meerdere malen. Dat wil ik best nog wel als initiatiefvoorstel doen, dan staat het wat vaster maar het is wel zo.
De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Als de heer Van den Raadt bedoelt wat hij eerder vanavond zei, het voorstel voor een referendum waar die voor is weggelachen, ja, dan weet ik dat dat, ‘…’ overigens, dat dat zo is. Voorzitter, dan die partijen, hadden die dan niet zelf en dat hebben we eerder aangegeven, niet zelf een verzoek tot een referendum moeten doen zoals ze dat in het voorjaar ook zo nadrukkelijk van plan leken te zijn? Zodat, mevrouw Çimen gaf het al aan, we een meervoudige inhoudelijke vraag aan de Haarlemmers kunnen voorleggen in plaats van een enkelvoudige vraag, een simpele ja nee vraag. Wij denken dat het een gemiste kans is dat de partijen die toen op de kratjes in de wijken stonden dat niet zijn gaan doen. En uiteindelijk, voorzitter, zitten we hier en besloot de voorzieningenrechter tot hetgeen hij heeft gedaan. Maar oordeelde de rechter nu ook mede op basis van dat stringente, hardvochtig bevonden mobiliteitsbeleid van 2030 punt, of oordeelde de rechter kennisgenomen hebbende van het geamendeerde genuanceerde afgewogen mobiliteitsbeleid zoals we dat in 2021 in een grote raad brede meerderheid hebben vastgesteld? Voor Actiepartij was dat niet duidelijk.
Voor Actiepartij lijkt het ook toch nog steeds zo dat de bezwarencommissie nog steeds is uitgegaan van het niet geamendeerde mobiliteitsbeleid en gewoon noemt dat 2030 de datum is dat er gewoon stad breed zou worden ingevoerd. Actiepartij kan zich niet onttrekken dat het in algemene zin, dat wij vanaf het moment van afwijzen van het verzoek in maart, de gang naar de rechter, het nemen en krijgen van de adviezen van de commissie, van de bezwarencommissie, dat wij lijdzaam hebben toe moeten zien, dat wij als raad eigenlijk, je zou kunnen zeggen geparkeerd stonden aan de kant van de weg in een autootje dat onbestuurbaar was geraakt en waar de parkeerteller gewoon in doorliep. En dat is een pijnlijk iets waarvan ik vind dat we daar met zijn allen over moeten nadenken: hoe hebben we dat proces zo laten lopen en wat kunnen we daarin verbeteren? Actiepartij heeft natuurlijk begrip voor het feit dat burgers ... De voorzitter: De heer Van Leeuwen, u heeft een interruptie van de heer Aynan. Gaat uw gang.
25
De heer Aynan: Blijkbaar stond de Actiepartij geparkeerd in een kapot autootje, maar wat voor idee heeft hij er zelf bij? Want u had ook op 30 maart gewoon voor kunnen stemmen en dan was dit allemaal niet gebeurd en dan had u door kunnen rijden in autootje of op de fiets of wat dan ook. De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: U blijkt niet goed te luisteren, ik heb het erover dat wij allemaal als raad niet invloed hebben gehad op het moment vanaf dat we moesten besluiten over een referendumverzoek. We hebben het niet kunnen bespreken in een commissie, of wel, dat hebben we niet kunnen doen. Wat mij betreft voorzitter, is het zo dat elke Haarlemmer recht heeft op het inroepen van een referendum. Daar zit absoluut niet de pijn. De pijn zit hem in het feit dat wij als raad daar niet een rol in kunnen spelen in hoe we vervolgens de vraag konden gaan beantwoorden aan deze Haarlemmers. Dat konden we niet doen. Voorzitter, er is een schone taak in deze … De voorzitter: Nog een vraag van de heer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Voorzitter, ik snap oprecht niet wat de heer Van Leeuwen bedoelt. De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, een raadgevend referendum met een enkelvoudige vraag polariseert en biedt geen oplossingen voor deze stad. Dat is ons fundamentele kritiekpunt daarop.
De oplossingen hadden in deze raad met de bewoners in de stad luisterend op de avonden dat bewoners zich meldden en op de inspreekavonden, daar hadden we de oplossingen moeten maken. Maar die oplossingen bent u uit de weg gegaan en wij staan voor het beleid dat we hebben uitgerold vanaf het mobiliteitsbeleid en de omgevingsvisie. Dat is wat ons betreft ... De voorzitter: De heer Aynan, Jouw Haarlem. Momentje nog. De heer Aynan: Voorzitter, ik snap hier echt totaal niet wat de heer Van Leeuwen van de Actiepartij aan het doen is, die probeert hier zijn eigen falen ons aan te smeren. Dat vind ik eerlijk gezegd echt ongepast, vooral na wat er 30 maart gebeurd is. Wij hebben constant er bij u, bij de gehele coalitie op gehamerd: 1200 reacties, dat is uniek, dat is historisch, daar moeten we iets mee, we moeten de wijken in, we moeten echt maatwerk leveren en luisteren naar wat de mensen in de buurt willen. Dat heeft u 30 maart afgeschoten en nu gaat u zeggen dat wij niet geluisterd hebben. Kom op, voorzitter. De heer Van Leeuwen: Waarvan akte, voorzitter. Ik ben naar de bewoners geweest, ik heb geluisterd, ik heb u niet gezien. De heer Aynan: Wat hebben wij dan gedaan, voorzitter? De voorzitter: De heer Aynan, wilt u via mij praten? De heer Van Leeuwen was aan het antwoorden, gaat uw gang.
De heer Van Leeuwen: Voorzitter, Actiepartij leest en hoort hier ook dat er excuses moeten gaan komen. En inderdaad, laten wij als raad excuses aanbieden aan de Haarlemmers die verwachten van deze stad dat ze met oplossingen komen. En als de oplossing ligt in het houden van een referendum, dan moet dat zeker plaatsvinden. Dat is een recht en ik vraag aan de mensen die verwachten dat wij snel met beleid zouden
26
komen, met het mobiliteitsbeleid en met de parkeerzaken, dat zij geduld hebben, de voorstanders en de tegenstanders en dat het karretje weer op de rit komt. En laat het maar gebeuren inderdaad. Wij hebben en daar haak ik aan op wat GroenLinks zegt, ook onze eigen waarden. In ons verkiezingsprogramma heeft altijd gestaan: we willen gereguleerd parkeren en we luisteren naar de bewoners, beide is waar. Dank u wel. De voorzitter: De heer Aynan had nog een vraag. De heer Aynan: Ja, het wordt steeds gekker. U heeft het over een recht, dat referendum? Ja, dat delen we maar u heeft dat 30 maart afgeschoten, dat recht. En bent u nou echt niet in staat om ook daarop te reflecteren en misschien inderdaad zelfs excuses voor aan te bieden. De voorzitter: Mijnheer Aynan, ik heb het idee dat daar net ook al een antwoord op is gekomen, dus het is eenzelfde vraag. Ik wil even het woord geven aan de heer Van Kessel, VVD. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Dank u wel voorzitter. Ja, de rechter heeft aangegeven dat de gemeenteraad zich heeft bediend van onredelijke argumenten bij het afwijzen van het referendum. En deze onredelijkheid, zou het niet mooi zijn als stap ook om richting het referendum, om daar ook excuses voor aan te bieden? Denkt u er even over na, de motie zal ik indienen.
De voorzitter: Ik beschouw dit niet als een vraag maar … Nee, ik beschouw dit als een opmerking naar aanleiding discussie. Maar ik wil nu even verder gaan in de termijn want u kunt, u heeft uw vragen gesteld aan de heer Van Leeuwen en hij heeft er volgens mij ook voldoende op geantwoord. U wilt nog een aanvulling geven? De heer Van Leeuwen: Wij hebben een advies gekregen van een referendumcommissie en we hebben het recht om daar een oordeel over te vormen. Volgens mij is dat stap een. Volgens mij is stap twee dat we er recht op hebben alle Haarlemmers en de raadsleden, dat we goed zijn vertegenwoordigd voor een rechter en dat ik mag stellen dat ik tot op de dag van vandaag niet weet, het mobiliteitsbeleid wat voor ons belangrijk uitgangspunt is geweest, of dat voldoende onderdeel is geweest in de dialoog en in de oordeelsvorming van de rechter. En ik zie dat de bezwarencommissie in diezelfde fuik valt. Dat is een oordeel en dat mag. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Kessel, gaat uw gang. De heer Van Kessel: Evenzo zei die rechter over de argumentatie ten aanzien van het VNgehandicaptenverdrag dat u dat ten onrechte aanhaalde als reden om het referendum te wijzigen en ook de manier dat er tarieven, het vaststellen van tarieven hierin zou zitten, wat niet het geval is. Dat waren onredelijke argumenten, zei de rechter. En de gemeenteraad stond eerlijk gezegd in zijn hemd.
En ik zou zeggen: het zou een goed idee zijn om daar excuses voor aan te bieden. En dan is mijn vraag: bent u daartoe ook bereid? De voorzitter: De heer Van Leeuwen, nog eenmaal. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, het is een mandje van argumenten geweest en ik zeg net dat de procedure geen gelegenheid heeft gegeven aan de raad vanaf het moment van het amendement om invloed uit te oefenen op de argumenten en de toelichting daarop. Dus nee, er gaat geen excuus plaatsvinden omdat wij toen geen referendum en nu wel een referendum toestaan. Ik wil ook verder gaan dat het besluit wat nu
27
voorligt vraagt om, ja, neemt u het advies over en de argumenten? Nou, Actiepartij neemt zeker het advies over, we leven in een democratische rechtsstaat, daar hoort een referendum bij en een uitspraak van de rechter. Maar de argumenten nemen wij niet over, dat lijkt me helder. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: U zegt: het was een mandje van argumenten maar dat bleek dus een lek mandje te zijn. Dat mogen we nu toch wel vaststellen? De heer Van Leeuwen: U mag het vaststellen, ik ben het alleen niet met u eens. De heer Aynan: Voorzitter, de rechter stelt het vast en de commissie, de bezwarencommissie stelt het vast. Dat bent u toch met me eens? De voorzitter: Mijnheer Smit, OPH. De heer Smit: Mijnheer Van Leeuwen, ik snap iets niet. U schijnt te zeggen dat het feit dat de bezwaren op 30 maart geuit in uw amendement wellicht niet goed zijn, niet toereikend zijn of door u niet goed beoordeeld konden worden want ze zijn geen brede discussie geweest in de raad. Het zijn toch de coalitieargumenten geweest, dat bent u met me eens? Dus u gaat er niet achter verschuilen dat er fouten inzitten of wat dan ook, dat vindt u nog steeds goed. Ja? De voorzitter: De heer Van Leeuwen, sorry, mag ik … De heer Van Leeuwen: Wij staan nog steeds achter het mandje aan argumenten, correct. De voorzitter: Wilt u kort antwoorden maar dat doet u ook al.
Oké, dank u wel, dan zijn we daarmee klaar. Wie kan ik dan in termijn het woord geven, de volgende spreker? Geen sprekers? De heer Smit, OPH. Gaat uw gang. De heer Smit: Mevrouw de voorzitter, dank u wel. In 2016 is het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking vastgesteld. OPHaarlem heeft zich toen als een van de eersten enorm ingezet om de oversteekplaatsen zebra’s met veiligheidslichten in de Rijksstraatweg te behouden. Bleek uiteindelijk toch wel te kunnen want de bus verloor maar liefst 38 seconden maximaal als ze weggehaald werden, of als ze zouden blijven, excuses. En het is ons gelukt na een strijd van maanden om voor mensen met een beperking ervoor te zorgen dat ze bleven, zodat mensen die bijvoorbeeld een oogafwijking hebben, maar ook de gezinnen met kleine kindertjes enzovoort, veilig over konden steken. Een strijd die uiteindelijk ook met dank door de coalitie is gesteund maar dat koste een aantal maanden. Vervolgens is OPHaarlem altijd doorgegaan om aandacht te vragen voor het VN-verdrag. Zo ook de participatieraad. En ik citeer even uit de alinea die begint met ontwerp raadsbesluit dient ter uitvoering van een hogere wetgever, uit uw toelichting op het bezwaar. En er staat: is de parkeerdruk zo hoog dat auto's aan beide zijden van de weg deels op de stoep parkeren en u verwijst aan de recente brief van de participatieraad.
En wat schrijft de participatieraad? Geparkeerde auto's bij stoepverlagingen. Dat staat er. Er staat nog een paar dingen over auto's in, maar daar staan vervolgens nog een negental punten waaraan al jarenlang niets gedaan wordt. En dat zijn geveltuintjes waar mensen over struikelen, dat zijn overhangende takken, dat zijn geen handhaving op breed gegroeide heggen, tijdelijke verkeersborden die te laag staat, Spaarnelanden die lege afvalcontainers slecht terugzet, bouwsteigers of gewoon bouwmateriaal, dat vul ik nu even aan, waar je omheen, echt omheen moet. En als je in een rolstoel
28
zit of blind bent, is dat ook echt een probleem. In fileparkeerplaatsen bij de Schouwburg, bouwsteigers, hinderlijk geparkeerde huurscooters. Kortom, de brief is fout geciteerd maar alle andere punten die er in de brief staan, die wijzen toch wellicht op een gebrek aan beleidsinitiatieven vanuit de raad. OPHaarlem … De voorzitter: Mijnheer Smit, u heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Gaat uw gang. Mevrouw Çimen: Voorzitter, is de heer Smit het dan met mij eens dat de urgentie dusdanig groot is dat er maatregelen getroffen moeten worden en dat het te lang is blijven liggen? De voorzitter: De heer Smit. De heer Smit: Ik denk dat ik het met u eens ben als we het lijstje van twaalf punten even oppakken, maar om dan vervolgens in de tekst in uw reactie op uw bezwaren op het referendum aan te geven dat de participatieraad heeft gezegd: het probleem aan twee kanten geparkeerde auto's. Dat zegt de participatieraad niet. Het gaat er weer om: u heeft stemming gemaakt met betrekking tot dit punt en dat had niet gemogen. De brief van de participatieraad had hier niet zo bij betrokken mogen worden. Dat zijn uw woorden, maar het waren niet de woorden van de participatieraad. De voorzitter: Mijnheer Smit, u heeft interruptie van de heer Wiedemeijer, PvdA. Gaat uw gang.
De heer Wiedemeijer: Ja voorzitter, bent u het met mij eens dat we de openbare ruimte onmogelijk voldoende toegankelijk kunnen maken zonder het autobezit terug te dringen? De voorzitter: De heer Smit, gaat uw gang. De heer Smit: Dat wil ik met u gaan beoordelen, maar een discussie is hierover nog niet gevoerd. Het is uw mening. De voorzitter: U heeft nog een vraag van de heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: U zegt: daar wil ik nu geen oordeel over vellen, maar u zit al een tijdje in de raad, u zegt net dat u zich al vele jaren voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte inzet. En u fietst ook veel door Haarlem heen dus ik neem aan dat u de stad kent. Hoe kan het dan dat u daar nu geen oordeel over wil vellen? Hoe kan dat? De voorzitter: De heer Smit. De heer Smit: De heer Wiedemeijer, een oordeel betekent dat je het totaal van de Haarlemse stad ziet met de pijnpunten en daarover gaat discussiëren. Dus een algemene kreet slaken doe ik niet, maar discussiëren over de toegankelijkheid van de stad, ook als het gaat om parkeren, dat ben ik bereid met u te doen want ik heb al eerder gezegd: OPHaarlem … Nee, maar niet op de wijze waarop u stemming hebt gemaakt in uw bezwaar. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer nog een keer. De heer Wiedemeijer: Nou, laat ik u dan de hand rijken.
Op welke wijze kunnen we van u een voorstel verwachten om de openbare ruimte toegankelijker te maken? De voorzitter: De heer Smit.
29
De heer Smit: Dat is interessant, want dat is de eerste keer dat u dat vraagt. U heeft de afgelopen maanden door gewalst en door gewalst. Maar mevrouw de voorzitter, ik moet u aan mijn ... De voorzitter: De heer Wiedemeijer, via de voorzitter graag. De heer Van Kessel heeft ook een interruptie. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Smit, gaat uw gang. Sorry, de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voorzitter. Is de heer Smit het met mij eens dat de heer Wiedemeijer als hij echt de toegankelijkheid van deze stad wil verbeteren, dat die stoeptegels recht kan leggen, dat die laaghangende borden kan verplaatsen of dat die bijvoorbeeld foutgeparkeerde fietsen zou kunnen verwijderen. De voorzitter: De heer … De heer Smit: De heer Wiedemeijer zegt nu stel voor, nou, dat heeft de participatieraad gedaan maar daarover geen enkel gehoor gekregen van u. De voorzitter: Mijnheer Smit gaat weer verder. Gaat uw gang. De heer Smit: OPHaarlem heeft aangegeven een aantal nuttige aspecten te zien in de parkeerregulering. Vervolgens is de discussie niet gevoerd en heeft de coalitie er gewoon een plan over ons heen gerold. OPHaarlem en dat is heel essentieel voor ons, vindt dat het draagvlakonderzoek niet weggegooid had mogen worden, want daarin laat de buurt dus zien wat ze vinden en wat ze voelen en hoe ze zelf de parkeerdruk ervaren.
En dat is voor ons een essentie, als je op die manier met de Haarlemmers omgaat en bij die 1200 brieven waren er ook enorm veel mensen die zeiden: kan er niet een beetje naar ons geluisterd worden? Nee, had de coalitie gezegd en dat was niet de uitkomst van het coalitieakkoord maar het kwam daarna, de draagvlakonderzoeken worden aan de kant geschoven. Dat is ons grote bezwaar geweest, dat er niet naar de Haarlemmers wordt geluisterd en dat er wordt door geramd. En daar blijft OPHaarlem voorlopig bij. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan het woord geven in de termijn? Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, complimenten voor de coalitie die toch ruimhartig een tournure heeft gemaakt. Ja, het betoog van mijnheer Van Leeuwen vond ik niet zo heel erg overtuigend maar u bent natuurlijk een heel klein, piepklein partijtje, een actiepartijtje terwijl ik wel denk dat die draaien van de coalitie, ik ben trouwens nog benieuwd naar de bijdrage van het CDA, toch ook voortvloeit aan de verkiezingen die toch vrij snel voor de deur staan en ook de oproep van de grote leider Frans Timmermans om eens ... De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, zou u het bij het onderwerp willen houden? Gaat uw gang.
Mevrouw Van Zetten: Voorzitter, ik stel het graag op prijs dat ik mijn eigen woorden gebruik en niet naar u hoeft te luisteren voor een correctie.
30
De voorzitter: Nou ja, als het nodig is dan zal ik u corrigeren, maar we hebben het hier over het parkeerreferendum. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: En ik heb het over de grote leider Frans Timmermans, die oproept aan zijn eigen partij GroenLinks, de Partij van de Arbeid, ook nu om het vertrouwen in de politiek en in de overheid weer te herstellen. En wat dat betreft heeft inderdaad mijnheer Wiedemeijer die geste overgenomen en dat goed begrepen. Want wat duidelijk is, dat mensen gewoon zeggenschap over hun eigen leven willen hebben en niet hun leven bepaald willen zien door een arrogant stadsbestuur dat wel bepaalt wat goed voor hen is. En in die zin was natuurlijk ook oliedom om die draagvlakmeting uit de voorstellen te schrappen, want het is natuurlijk niet zo dat 85 procent van alle buurten in Haarlem, uitgezonderd enkele, dat die parkeerdruk zo groot is. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Drost, GroenLinks. De heer Drost: Dus u erkent dus hierbij ook dat al in het mobiliteitsbeleid die draagvlakmetingen zijn geschrapt. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten.
Mevrouw Van Zetten: Ik heb het helemaal niet over het mobiliteitsbeleid, daar heb ik ook volgens mij ook helemaal niet bij ingestemd van al die grote visies van de stad, ja, daar heb ik echt een ongelooflijke hekel aan, want elke keer duikt er weer iets op en dat je zegt, oh, daar heeft u mee ingestemd, van dat kinderachtige muggenzift, daar hou ik gewoon niet van. Het gaat inderdaad uiteindelijk over vertrouwen in het bestuur en hebben mensen nog de ruimte om invulling te geven van hun eigen leven. En daarom vond ik en mijn partij ook het draagvlakmetingonderzoek echt essentieel en was dat ook een goede vraag voor een referendum omdat jullie, ja, dat gewoon maling hebben aan de mening van de burgers en dat er gewoon betaald moet worden voor hun auto. De voorzitter: U heeft een interruptie, vervolgvraag van de heer Drost. Gaat uw gang. De heer Drost: Ja, want vertrouwen in het bestuur is natuurlijk ook gewoon dat een raad iets besluit, dat we dat ook gaan doen. Dus als we bij mobiliteitsbeleid hebben gezegd: die draagvlakmeting doen we niet meer, dan mag de Haarlemmer ook vertrouwen dat dat er niet meer in staat. Dus nogmaals: bent u het ermee eens dat toen die draagvlakmeting eruit is gehaald? De voorzitter: Mevrouw Van Zetten.
Mevrouw Van Zetten: Volgens mij is die nog heel lang doorgezet en hebben we, gaan weer die discussie over doen, dat de Partij van de Arbeid zelfs tijdens de verkiezingen heeft beloofd: dat laten we erin. Het was ook heel erg verstandige woorden van mevrouw Verhoeff dat blijkbaar totaal ondergesneeuwd is in deze nieuwe ouwe coalitie, jammer genoeg. En dan hadden we al die ellende niet gehad, want natuurlijk zijn er buurten die heel graag een vergunning parkeren willen hebben omdat ze helemaal gek worden van al die auto's, maar andere buurten hebben daar helemaal geen last van. In mijn straat bijvoorbeeld is er genoeg plek dus ik wil dan wel graag zelf besluiten of onderdeel zijn van het besluit en zelf bepalen of het zo erg is of niet. En dat geldt ook voor die stoeptegels. De voorzitter: U heeft een vraag van de heer Wiedemeijer, PvdA.
31
De heer Wiedemeijer: Ja voorzitter, ik heb wel een vraag, eigenlijk een beetje een staatsrechtelijke vraag. Vindt u dat een beleidsstuk wat is aangenomen, maar waar u het niet mee eens bent, wel moet worden uitgevoerd? De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Op het moment dat burgers een referendumverzoek doen om bepaalde onderdelen van het beleid ter sprake te brengen en die referendumcommissie hebben we natuurlijk niet voor niets in het leven geroepen, de verordening ook niet, dan zou u als politicus die toch heel graag wil dat de burger iets te zeggen hebben de komende vier jaar of de komende drie jaar die ons nog rest, daar een handreiking toe moeten doen. En niet met een ongelooflijk arrogant stom amendement met de achterlijkste argumentatie over het VN-gehandicaptenverdrag, wat totaal nat gegaan is bij de rechter, dat had u gewoon niet moeten doen en u had niet de oppositie moeten in onder druk moeten zetten vlak voor de vergadering. En dan hadden we hier nu niet gezeten en dan was er waarschijnlijk al een redelijk referendum geweest, of in ieder geval een ... De voorzitter: U heeft een vervolgvraag van de heer Wiedemeijer, gaat uw gang. De heer Wiedemeijer: Ja voorzitter, hartstikke gepassioneerd antwoord maar geen antwoord op de vraag.
De vraag was namelijk vrij simpel: vindt u dat het college het beleid moet uitvoeren wat hier wordt vastgesteld, ook als u er niet mee eens bent? Vrij simpele vraag, toch? De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Nog steeds over de verordening, de referendumverordening, waar gewoon een draagvlak had kunnen worden gevonden. De heer Wiedemeijer: Nee, de vraag is gewoon in algemene zin. Mevrouw Van Zetten: Nee, wat is dat nou voor een gezeur, man? De voorzitter: Hallo, mag ik u beiden vragen om even via de voorzitter te praten? De heer Wiedemeijer: Nee voorzitter, de vraag was in algemene zin, er wordt hier een stuk aangenomen, u bent het er niet mee eens. Moet het college dat ja of te nee uitvoeren? Gewoon een vrij simpele vraag. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ik vind die vraag eigenlijk niet zo heel relevant op deze avond. Kijk, wees nou maar blij dat u het vertrouwen probeert te herstellen van de burgers van de stad in de Partij van de Arbeid, dat heeft u uw best voor gedaan, laten we het daarbij houden. En dan zien we wel, want uiteindelijk wordt natuurlijk toch de dingen, of wij het advies wat voortvloeit uit het referendum, of u dat dan gaat volgen en dat is dan natuurlijk wel weer punt twee, waarvan ik sommige mensen al heb gezegd, horen zeggen dat ze daar eigenlijk toch ook maling aan hebben.
De voorzitter: Dank u wel, dit was uw termijn. Wie kan ik verder het woord geven? Geen? Het CDA. CDA, gaat uw gang de heer Dreijer.
32
De heer Dreijer: SP Haarlem wacht tot ik aan het woord geweest ben dus dat zal ik dan maar even doen voor ze. Nou ja, er zijn een hoop dingen gezegd. Ik zal even zeggen hoe het CDA erin staat. Zoals u weet zijn we nooit een voorstander geweest van een referendum. Dus dan, als er dan een verzoek komt om een referendum te houden, dan staan we natuurlijk niet te springen van juichen: ja, laten we dat gaan doen. Is natuurlijk wel een referendumverordening en die hebben we ook te respecteren en we hebben ook echt gekeken met de fractie of we dit referendumverzoek moeten steunen of niet. Nou ja, de conclusie weet u, dat hebben wij besloten om dat dus niet te doen. Het was niet echt makkelijk, we hebben echt lopen afpellen en ons grootste argument om tegen te stemmen was echt het mobiliteitsbeleid en daar sta ik nog steeds achter. Er staat onomstotelijk in beschreven dat in het vorige beleid wat niet geamendeerd was dat in 2030 gereguleerd parkeren is ingevoerd. Het is iets afgezwakt mede namens op verzoek van het CDA overigens en de PvdA hebben we een amendement gezegd: nou, we moeten toch wat meer gaan kijken naar wijken waar de parkeerdruk dan, naar de nut en noodzaak. Je gaat natuurlijk niet overal gereguleerd parkeren invoeren in een wijk maar geen auto’s en wegen zijn bijvoorbeeld.
Nou, dus daarom hebben we het amendement samen opgesteld en waarbij we toch zeggen: nou, er moet een bepaalde parkeerdruk zijn. Hebben we nog dat argumenten opschreven, nou, dat weet u. En zo is het amendement ook aangenomen. Ook nog zoals gezegd met instemming van de SP. Zal ik even wachten? De voorzitter: Mijnheer Dreijer, u heeft een interruptie van de heer Van Kessel. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja, de heer Dreijer is de eerste eigenlijk die hardop toegeeft dat er, dat hij vanuit de coalitie heeft meegeschreven aan dat amendement. En nu vroeg ik mij af: wie heeft eigenlijk dat argument over dat VN-gehandicaptenverdrag ingebracht? De voorzitter: De heer Dreijer, gaat uw gang. De heer Dreijer: Ik heb het over het amendement wat ingediend hebben bij het mobiliteitsbeleid, niet over het amendement voor het referendum. Dan wacht ik nog even ... De voorzitter: De heer Van Kessel, ja. De heer Dreijer: Ja? En waarom zijn we niet voor een referendum? Het is tamelijk zwart wit, de nuance ontbreekt volledig en je kunt dingen niet goed uitleggen en er wordt over een heleboel maatregelen gestemd. Nou ja en waarom zijn we ook tegen? Het is ook weer gebleken in 2017, ook referendum over negentien maatregelen, opkomst nog geen achttien procent, heeft ook rond de miljoen gekost, dat gaat het natuurlijk dit keer ook weer kosten.
Dus het is allemaal ontzettend veel geld wat ermee gemoeid is. Ja en dat motiveert het ook niet om daar zomaar even een referendum, het is niet eventjes een brief of een internet, hoe noem je het, poll die we uitschrijven waar even snel op gestemd kan worden. Dat doen we niet. Nou, daarom tegengestemd. En dat mobiliteitsbeleid was voor ons echt het grootste argument. Er zijn andere argumenten bijgehaald, het heet overigens VN-verdrag handicap, niet voor gehandicapten et cetera, VN-verdrag handicap is erbij gehaald, is door de rechter afgezwakt en als een non argument ... Nou, ik wacht ‘...’ De voorzitter: De heer Van Kessel, VVD. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja, dan is dit het moment. U brengt het nu op, het VN-verdrag handicap. Wie heeft in dat amendement het eigenlijk toegevoegd, deze argumentatie? Was het CDA dat? De voorzitter: De heer Dreijer, gaat uw gang.
33
De heer Dreijer: Nou nee, niet het CDA maar ik weet ook niet wie het, oprecht niet wie het had opgevoerd, nee hoor. Maar dat maakt ook niet uit. En de heer Smit wil ook nog wat vragen dus zal ik hem even … De voorzitter: De heer Smit, gaat uw gang, OPH. De heer Smit: Collega, u zegt u heeft meegewerkt aan het schrijven van een amendement om nuance aan te brengen. Vervolgens als we kijken naar de nota invoering parkeerregulering van 30 maart dan was het van dik hout zaagt men planken. En u heeft blijkbaar die ommezwaai van nuance naar de nota van 30 maart probleemloos gemaakt. De voorzitter: Wat is uw vraag, mijnheer Smit? De heer Dreijer: Welke nuance bedoelt u en welke ommezwaai bedoelt u? De heer Smit: U zegt net u heeft meegewerkt aan een amendement om nuance aan te brengen in de stappen naar. Nou, welke nuance vindt u nog in het beleidsstuk van 30 maart? De voorzitter: De heer Dreijer. De heer Dreijer: In het mobiliteitsbeleid stond dat in 2030 in heel Haarlem gereguleerd parkeren is ingevoerd. Zo hard stond het er. En wij hebben de nuance aangebracht, met een aantal partijen hebben we een amendement geschreven om daar toch wat genuanceerder naar te kijken en alleen daar in te voeren waar een hoge parkeerdruk is.
Dat is de nuance die we hebben ingevoerd, want we vonden het niet nodig om in wijken waar het gewoon erg rustig is en geen overlast van parkeren, om dat dan toch in te gaan voeren. Dat vonden we, nou, over done. Dat is het amendement geweest. Op hoofdlijnen, zijn nog meer kleine dingen bij. De voorzitter: De heer Smit. De heer Smit: Toen bleek dat door het uit faseren van de draagvlakonderzoeken u kon zeggen dat er overal een hoge parkeerdruk was, was het voor u ook over, was de invoering voor 2030 een feit. De voorzitter: De heer Dreijer. De heer Dreijer: Ja, ik weet niet waar u naartoe wilt. Daar, dit was … De voorzitter: Mijnheer Smit. De heer Dreijer: Dit was beleid, we hebben beleid vastgesteld, geen ‘…’ geen visie, het was beleid dat we vast hebben gesteld. En beleid daar volgt altijd op een gegeven moment een uitvoering op en dat is wat de nota die dus voorlag in het begin van het jaar en vorig jaar hebben we het er al over gehad. Dat is beleid. En er stond gewoon in het mobiliteitsbeleid duidelijk dat er een parkeerregulering wordt ingevoerd. Punt. En daarna zijn natuurlijk de draagvlakonderzoeken nog steeds doorgegaan omdat de uitvoering van het beleid nog niet in gang gezet werd en dat is wat we met dit beleid willen gaan doen. Nou, ik weet niet of ik nog wat over die VNverdrag handicap moet stellen.
Er is natuurlijk een probleem op de stoepen, dat hebben we allemaal kunnen zien. Er zijn zat voorbeelden van dat stoepen geblokkeerd worden door op stoep geparkeerde auto's. En nou heeft mijnheer Smit een aanvullende vraag weer, zal ik die ook weer even laten ... De voorzitter: De heer Smit, gaat uw gang.
34
De heer Smit: U zegt: verstopt worden door auto's en ik noem net op dat de brief van de participatieraad twaalf punten opnoemt waarvan aan de meeste nog nooit iets gedaan is. De voorzitter: De heer Dreijer. De heer Dreijer: U noemt een aantal punten, fietsen bijvoorbeeld, fietsen staan op de stoep en die blokkeren de stoep. Ja, dat kan en dat is, dat heeft te maken met gedrag onder andere. Want er is wel degelijk beleid, wij hebben beleid op hoeveel ruimte een stoep vrijgehouden moet worden, dat is negentig centimeter, hebben we laatst vastgesteld in de commissie beheer en als u daar ook bij bent, weet u dat het regel is. Alleen het wordt natuurlijk niet altijd nageleefd. Nou, dan heb je een stukje gedrag en je hebt een stukje handhaving. Nou, door het gereguleerd parkeren in te voeren hopen we ook wat ruimte op straat vrij te maken dat we ook eventueel fietsvlonders of dat soort dingen kunnen faciliteren en dat die fietsen dan ook daarmee van de stoep weggehaald kunnen worden en dat het gedrag misschien wat aangepast wordt daarop. De voorzitter: De heer Smit. De heer Smit: Kunt u de brief van de participatieraad nog even een keer lezen en toegeven dat u aan tig punten jarenlang niets gedaan hebt? Van bouwsteigers op straat, bouwmateriaal op straat, tuintjes die zelf gemaakt worden, heggen die uitsteken.
De voorzitter: Mijnheer Smit, dit gaat echt over nu het parkeren en niet over deze brief alleen maar. De heer Smit: Mevrouw de voorzitter, het gaat over het argument dat gebruikt is om het VN-verdrag voor de rechten van mensen beperking erbij te halen. De voorzitter: Ik geef het woord aan mijnheer Dreijer. De heer Dreijer: Ik ga zeker die brief niet herhalen … De voorzitter: Om uw termijn af te maken. Gaat uw gang. De heer Dreijer: Nee, ik ga zeker die brief niet herhalen en dat ze daar punten opnoemen die zorgelijk zijn, die kan ik grotendeels onderschrijven, dat zie ik ook. En losliggende stoeptegels dat zie ik ook. Maar er is beleid om dat wel goed te doen. En als jij belt voor een stoeptegel die scheefligt, die twee centimeter te hoog ligt, dan komen ze het echt binnen een dag repareren, dat is mijn ervaring. Dus we hebben beleid, we hebben alleen met uitvoering te maken en niet alles is natuurlijk wat wij in beleid hebben staan wordt ook als zodanig uitgevoerd. Steigers idem dito, daar kun je, daar moet je ook een vergunning van aanvragen, er moet precario betaald worden en het is ook maar een tijdelijke maatregel. Dus om daar nou zoveel ophef over te maken dat vind ik ook weer erg ver gaan.
En het argument over de toegankelijkheid dat is, het is wel een argument en dat het niet heel hard is en dat je daarop een heel, dat je dat de grootste reden vindt om een referendum af te wijzen of een heel stuk niet in te willen laten gaan, dat snap ik. Daarom heb ik ook gezegd: het mobiliteitsbeleid, dat is voor mij echt een harde en het is naar het oordeel van de raad geoordeeld dat beleid vastgesteld is. Daarin staat in: hoge parkeerdruk staat erin. En hoge parkeerdruk is een definitie die bij het CROW ook vastgesteld is. En bij het CROW zeggen ze ook dat 85 procent dat is de grenswaarde dat we het hoge parkeerdruk noemen. Dus het komt ook niet uit de lucht vallen, die norm. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, gaat uw gang.
35
Mevrouw Van Zetten: Die 85 procent gewoon niet een model die we gewoon hanteren in plaats van de werkelijkheid? De voorzitter: De heer Dreijer. De heer Dreijer: Het zijn gewoon, het zijn gewoon aannames, richtlijnen, ervaringscijfers en CROW benoemt dat ook, zoek het maar na. En het is dus ook echt een, nou goed, dus ook dat komt dus niet uit de lucht vallen, alleen het stond natuurlijk een aantal jaren geleden in een andere context werd 85 procent ook gebruikt, dat was om eventueel die draagvlakonderzoeken geloof ik te doen. Dat is een andere context, maar die 85 procent is niet nieuw. Nou, wat hadden we nog meer voor argumenten die ... Sorry? Nou, wat ik, nou ja goed, wat ik … De voorzitter: Mijnheer Dreijer, gaat u verder. De heer Dreijer: Nou, u onderbreekt mij voorzitter. Wat ik, ja, nog wilde zeggen en daar haak ik een beetje, sluit ik een beetje aan bij ook bij de Actiepartij: als je ook weer het advies van de commissie bezwaren, bezwaarcommissie kijkt, er staat gewoon in dat ze het oude ongeamendeerde mobiliteitsbeleid aanhalen. Ja, het rammelt aan alle kanten natuurlijk. En dat ze dan daarop hun advies schrijven, het zal wel. En ik kan hun ook redelijk delen wat ze daar schrijven, maar dat je dat opschrijft, dat je het oude ongeamendeerde mobiliteitsbeleid, daarop je beschouwing loslaat, ja, dat kan ik niet snappen.
En nou goed, even terug verder gaan dan wat nou eigenlijk de conclusie zal zijn. Rechter heeft geoordeeld, heeft ook geoordeeld ook op basis van een niet geamendeerd mobiliteitsbeleid en er is al in de hele rechtszaak is het er eigenlijk niet over gegaan. Er is alleen heel even gezegd volgens mij door onze raadsman, dat er ook een geamendeerde versie was. De voorzitter: Mijnheer Dreijer, sorry, u heeft nog een interruptie van mijnheer Van Kessel en dan gaat u uw verhaal afronden want dan is ook de tijd straks om. De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja voorzitter, ik denk als u niet ingrijpt dan grijp ik wel in, want mijnheer Dreijer doet het weer. Hij is weer bezig om er allerlei argumenten bij de haren bij aan te slepen om maar aan te geven waarom die rechter het fout heeft. En die rechter heeft gezegd dat u zich heeft bediend met onredelijke argumenten en dat dat referendum, de weigeringsgronden die u heeft aangevoerd, dat die niet redelijk zijn, dat is het antwoord van de rechter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan, de heer Dreijer, kort antwoord graag. De heer Dreijer: En mijn vraag is. De heer Van Kessel: En mijn vraag is: waarom accepteert u dat nou niet en waarom gaat u nou niet openstaan voor de Haarlemmers om te horen wat zij hierover te melden hebben? De voorzitter: De heer Dreijer, kort graag. De heer Dreijer: Nou ja, ik ga die vraag toch anders beantwoorden.
Ik geef alleen maar aan dat het natuurlijk heel gek is dat je in dit soort zaken bij een rechter en bij een bezwaarcommissie eigenlijk met verkeerde documenten van start gaat. Laat onverlet: stel dat de goede argumenten of de goede documenten daar
36
hadden gelegen, dan hadden ze nog steeds hetzelfde oordeel geveld waarschijnlijk. Het is nog steeds een mening, het is niet dat we een wet hebben overtreden, het is een mening volgens de … De voorzitter: Mijnheer Dreijer, wilt u gaan afronden, want het is echt wel door uw tijd heen. Gaat uw gang. De heer Dreijer: Ja, dan kan ik niet zeggen wat we nou gaan doen eigenlijk. Nou dan, ja. De voorzitter: Nee, ik zeg wilt u afronden, dus gaat u vooral afronden met uw conclusie. De heer Dreijer: En dus ook mijn conclusie is en dat heeft de Actiepartij ook gezegd, dat we eigenlijk nog een derde raadsbesluit willen voorstellen want we hebben twee raadsbesluiten waar, eentje kunnen we, moeten we instemmen met de adviezen van de commissie en ook hun beschouwingen, of we stemmen niet in en, nou ja. En bij ons is, wij zeggen ook: we stemmen in met het advies van de bezwarencommissie om in te stemmen met een inleidend verzoek voor een referendum maar we staan niet achter al hun beschouwingen. Tot slot, voorzitter. Achter de beschouwingen en de redenering waarom dus. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik dan nog … De heer Van den Raadt: Puntje van orde, voorzitter. De voorzitter: Sorry, mijnheer … De heer Van den Raadt: Puntje van orde, voorzitter. Bij Ron Dreijer staat Actiepartij maar hij is van het CDA.
De voorzitter: Goed dat u het opmerkt, het is een opmerkelijke wisseling, maar ik weet niet … Er was iets met de camera maar ik weet niet of er iets met de onderschriften was. Oké, wie kan ik verder nog het woord geven? De heer Aynan, Jouw Haarlem, gaat uw gang. De heer Aynan: Dank u wel voorzitter. Het kost me een beetje moeite vooral na de laatste bijdrage maar toch doe ik het, een complimentje geven voor de coalitie. Want beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Maar voorzitter, bovenal complimenten en felicitaties voor al die Haarlemmers die zich voor het referendum hebben ingezet. Gefeliciteerd, dat hebben jullie vanavond binnengehaald. Voorzitter, zowel de rechter als de bezwarencommissie hebben uitspraak gedaan en alle argumenten, alle argumenten van de coalitie van tafel geveegd. Dat was geen tik op de vingers, mijnheer Wiedemeijer, maar een slag in het gezicht. En die was zo hard dat u 180 graden gedraaid bent. En dat is maar goed ook. Op 30 maart zei ik: see you in court, vanavond zeg ik tot ziens in het stemlokaal. En wat ons betreft is dat op 6 juni volgend jaar, samen met de Europese verkiezingen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan de heer Kuin, SP. Gaat uw gang. De heer Kuin: Ja voorzitter, vanavond zou duidelijk worden wat de raad op 28 september gaat besluiten.
En ik denk dat we kunnen constateren dat er bijna unaniem en misschien wel unaniem het advies gaat worden overgenomen dat het referendum er gaat komen. Ik heb persoonlijk wat moeite, ik had me voorbereid op een nee, ook op een ja. We zien nu dat het een ja gaat worden en ik zie niet het nut ervan om zuur te doen vanuit deze kant. Ik prijs de coalitie dat ze het advies overnemen en ik neem vooral de uitgestoken handen op van PvdA en D66, die woorden geven vertrouwen om tot een fatsoenlijk debat te komen over de nota. En ik gun iedereen, ook de Actiepartij, zijn eigen argumenten om die draai te maken, ik vind het prima, uiteindelijk gaat het mij om het resultaat. We wilden een referendum en het gaat er komen en dat is uniek. Alle Haarlemmers
37
bedankt en ik roep alle Haarlemmers op: er moeten nu vierduizend handtekeningen worden opgehaald want we zijn er nog niet, vierduizend handtekeningen en daarna kan er in november worden besloten op welke dag dat referendum zal plaatsvinden. Ik ben het niet eens met de opmerkingen ook van de Actiepartij maar anderen die zeggen: een referendum is een simpel ja nee. Uiteindelijk beslissen wij in deze raad en doen heel veel Haarlemmers dat misschien wel dagelijks, moet je uiteindelijk ja nee zeggen na een afweging van allerlei belangen en argumenten. Wij hebben tegen de nota met zijn allen ook een besluit moeten nemen, die afwegingen moeten maken, waarom zouden de Haarlemmers dat niet kunnen doen? Dus we moeten de discussie inderdaad, helemaal eens met Wiedemeijer en ook met D66, de discussie moet gaan over de volledige nota en alle voors en tegens en het totale beleid en uiteindelijk vragen we iedere Haarlemmer om daar een afweging in te maken. Ik wou nog iets zeggen over, ik heb me geërgerd aan de bijdrage van de VVD. De VVD, ja sorry, moet het toch even zeggen want er wordt … De voorzitter: De heer Van Kessel, even … De heer Kuin: Oh ja, daar heb ik niet op gelet. Spreektijd bewaard. Ja, ik heb me geërgerd aan ook iedereen eigenlijk die vooruitloopt op wat gaan we met de uitslag doen? In de referendumverordening staat heel duidelijk wat er moet gebeuren.
Er moet eerst een goede opkomst zijn van dertig procent of meer. Nou, die opdracht hebben we met zijn allen. En dan staat er: als die wordt gehaald, is het een zwaarwegend advies. En als Van Kessel dan gaat zeggen: ja ja en dan roep ik jullie op om de rafelrandjes ervan af te halen. Ja, dan neem je de Haarlemmer niet serieus. Laten we die uitslag afwachten. Nee nee, je hebt het eerder in de krant ook gezegd, heb ik me ook over verbaasd. Het debat moet met de Haarlemmers plaatsvinden en als dat debat is gevoerd en de stemming heeft plaatsgevonden, dan gaan we met zijn allen hier wegen wat we ermee doen. Dat moet, is er wat er volgens mij moet gebeuren. Nog iets over de criteria die in de referendumverordening staan. Er zijn vier argumenten om het af te wijzen of toe te wijzen. En die vier argumenten zijn door de adviescommissie en door de rechter gewogen. En wat ik hier hoor is dat vooral argument is het besluit eerder genomen en is er een dringende reden, ook bij die weging staat naar het oordeel van de raad of naar de mening van de raad, dus daar zit ook een mogelijkheid hier om tot een oordeel te komen. Ja, ik zou ervoor willen pleiten dat in ieder geval mijn les van deze discussie is dat bij alle vier de argumenten, misschien de laatste niet, maar zeker bij de eerste drie kun je feitelijk vaststellen of er sprake is van gemeentelijke belastingen.