09-08 Agenderingsverzoek CDA-Klaver inzake Inrichting regionaal bestuurlijk toezicht prostitutie
Tekst van het document
Geacht raadslid/commissielid, U heeft in de vergadering van de raadscommissie of raad aangegeven een ter kennisname gestuurde nota of brief te willen behandelen tijdens een vergadering. De commissie heeft ingestemd met uw verzoek. Om die behandeling te kunnen voorbereiden en voorspoedig te laten verlopen wordt u gevraagd onderstaande in te vullen en dit formulier zo spoedig mogelijk terug te sturen naar de griffier van de betreffende commissie.
In te vullen door de griffie: Commissie BESTUUR
Datum Cie
Email adres commissiegriffier mevdmede@haarlem.nl (Bestuur) Elise van der Mede
Onderwerp nota/brief e.d. Inrichting regionaal bestuurlijk toezicht prostitutie (2022/571059) Indieners
CDA/Dhr. J. Klaver
Portefeuillehouder
Wienen
In te vullen door raadslid of commissielid: Motivatie van agendering Het CDA, dhr. J. Klaver heeft in de commissie van 16 juni 2022 aangegeven graag te bespreken of de keuze juist is om in de eerste fase het toezicht te richten op de vergunde prostitutie, terwijl de risico’s op misstanden in de onvergunde prostitutie zoveel groter zijn. Doel van de bespreking Bezien of de prioriteitstelling in het toezicht op de vergunde en onvergunde prostitutie de juiste is, omdat de risico’s op misstanden in de onvergunde prostitutie zoveel groter zijn.
Wat wordt aan de andere fracties gevraagd? Bent u het eens met de keuze om in de eerste fase het toezicht te richten op de vergunde sector terwijl de misstanden zich vooral voordoen in de onvergunde sector? Acht u de prioriteitstelling dus juist?
Wat wordt aan de portefeuillehouder/college gevraagd? Op dit moment ontbreekt de wettelijke grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens van sekswerkers. Dit bemoeilijkt de aanpak van misstanden in met name de onvergunde prostitutie.
Heeft u zicht op de omvang en de aard van de misstanden in de onvergunde prostitutie in Haarlem? Wat gaat u doen om deze misstanden tegen te gaan? Wat is de consequentie van de keuze om in de eerste fase het toezicht te richten op de vergunde prostitutie, terwijl de misstanden zich vooral voordoen in de onvergunde prostitutie? Zou, ondanks de belemmering voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens, de prioriteit niet moeten liggen bij het toezicht op de onvergunde prostitutie?