07-06 Transcript Commissie Beheer
Tekst van het document
Is het voor het beleid niet wenselijk dat we dat gewoon eerst eens gaan doen en als dat succesvol is, dan kun je die afstand vergroten? Wethouder Van Leeuwen: Voor het beleid, hij staat er ook in hè, u kan het gewoon, het is op pagina 5, daar staat dus inderdaad tot tweeënhalve kilometer naar 90 procent en in tweeënhalf tot tien naar 50 procent van de vervoersbewegingen. Daar is het beleid op gestoeld. Ik hoop natuurlijk dat het nog veel meer wordt, want ik zeg ook altijd: winkelcentrum Schalkwijk is tien minuten à een kwartier fietsen op mijn snelheid vanaf hier, Delftplein ongeveer twintig minuten. Dus we zijn echt een heel goed befietsbare stad en dit beleid probeert natuurlijk inderdaad het logisch te maken, het vanzelfsprekend te maken, de infra op orde te krijgen en om te zorgen dat die cultuur in Haarlem zo is dat je makkelijk de fiets pakt. De voorzitter: Nog een interruptie van mijnheer Dreijer, CDA. De heer Dreijer: Sinds het Mobiliteitsbeleid is de wereld een beetje veranderd. Er staat in de stukken, er is een explosie aan e-bikes.
Stel dat alles 100 procent e-bikes zou zijn bij de fietsers, wat denkt u dan dat het zou moeten zijn? Wethouder Van Leeuwen: Wat ik denk dat het moet zijn? Nou, over e-bikes, volgens mij moeten we sowieso niet willen met elkaar, en dat hoor ik ook verschillende van u zeggen, dat e-bikes met 30 kilometer per uur hier over de Gedempte Oude Gracht fietsen. Dus volgens mij hoor ik ook verschillende geluiden in deze en de gemeenteraad en deel ik de oproep – en dan ga ik gelijk antwoord geven op een aantal vraagstellers. Zoals u weet, zijn wij lid van de F10, dus dat zijn de ambitieuze fietsgemeentes die de fiets een rapportcijfer tien wil geven, zijn wij bij de G40, zijn wij de Metropoolregio, bij de Vervoerregio en bij al die gremia lobbyen wij naar het Rijk toe: stel nou regels in. Want er werd al gevraagd: kunt u handhaven? Nou, op dit moment alleen bij de echt illegale voertuigen, dus die met een gashendel. Daarop kan de politie handhaven, dus niet eens onze eigen handhavers. Dus wij hebben echt nodig van de minister of van de staatssecretaris dat zij dus de Rijksoverheid regels stellen dat wij inderdaad fietsers die sneller kunnen, dat we die anders behandelen. We
17
hebben daar als Nederland een beetje de last van de wet van de remmende voorsprong, want wij zijn heel erg gewend aan fietsers. Als u nu in Antwerpen komt, dan ziet u daar gewoon op het fietspad geschilderd staan: maximaal 20 kilometer per uur en alles wat sneller gaat, moet naar de rijbaan. Dan krijg je daar dus een menging. Daarbij heb ik natuurlijk ook eerder met u een debat gehad over de brommers naar de rijbaan. Ik voorzie een toekomst, mits men in Den Haag wat gaat handelen, dus bij de Rijksoverheid, dat wij alles wat sneller rijdt dan 20 kilometer per uur, dat dat op de rijbaan zit, gemengd met verkeer wat ook maximaal 30 mag hè, want dat wil u in heel veel straten. En dat op dat fietspad, dat dan inderdaad een moeder met kindje daar rustig kan fietsen zonder dat er inderdaad een snellere fietser, of dat nou een wielrenner is, of dat nou een e-bike is, of dat een e-bakfiets is, dat die daar u van uw sokken rijdt. Dus dat voorzie ik, alleen daar heb ik echt nu al hulp bij nodig van de Rijksoverheid. Ik ga verder, voorzitter. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Mohr. De heer Mohr: Dan toch weer die ambivalentie. Kijk, de wethouder schetst een beeld van de fietsrijbaan waarin hele snelle fietsen naast hele langzame, de analoge naast de elektrische fiets rijdt.
U zegt: eigenlijk is dat ongewenst, want dat geeft gevaarlijke situaties, ik wil ze naar de rijbaan en ik voorzie ook zo’n toekomst. Zou het dan niet verstandiger wezen dat je eerst dat goed regelt, voordat je het fietsen gaat intensiveren, opdat je daarmee gevaarlijke situaties, die u zelf constateert en beschrijft, uitsluit. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Zeker niet, want wij doen het parallel, hè. Dus u heeft ook de kaart gezien en ik heb hem even voor het gemakkelijk meegenomen. Dit is de kaart waar dus de fietspaden bijvoorbeeld breder moeten. Wij zorgen voor fietsstraten, wij verbreden fietspaden en ja, dat was ook een vraag die ik dan gelijk beantwoord, daar zijn inderdaad wegen die nog aangepakt moeten worden. De voorzitter: U heeft een laatste vraag van mijnheer Mohr. De heer Mohr: En ook de laatste vier seconden. U zegt: wij doen dat parallel. Maar u zegt ook: om dat echt te kunnen regelen heb ik maatregelen vanuit het Rijk nodig en die zijn er nog niet. Wethouder Van Leeuwen: Om recht te doen aan de gigantische groei aan de fiets en de vrienden van de fiets, zal ik maar zeggen, dus alle op fiets lijkende vervoersmiddelen, die soms ook steeds minder als fiets voorkomen, want het zijn veel meer snorfietsen eigenlijk, sommige van die fatbikes. Daar helpt Rijksregelgeving echt in en ik denk ook echt dat het nodig is.
Dat is een oproep die wij als Haarlem doen, die we in verband doen van met de veertig grotere steden, als F10-gemeentes. Dus ja, ik vind echt voor de veiligheid van onze kinderen, die inderdaad op ook ondeugdelijk gebouwde voertuigen zitten, want ik zou het bijna geen fiets meer willen noemen. Ik spraak laatst mijn fietsenmaker en die zei ook: als ik die langs krijg, dan vraag ik ietsje meer geld, want dit zijn ook echt ondingen om te helpen en ik vind het ook beleidsmatig, zei hij eigenlijk, vind ik ze echt niet oké. Daar hebben we het Rijk bij nodig. Maar ondertussen zijn wij hier heel druk bezig met verbreden van onze fietspaden, met het verbeteren van de fietsinfrastructuur, zorgen dat fietsen ook nog goed geparkeerd kunnen worden en dat Haarlemmers steeds logischer de fiets pakken. Ondertussen zit de heer Dreijer van het CDA een beetje te mokken, want hij zegt: ik krijg geen antwoord op mijn vraag. Kijk, we kijken natuurlijk nu al wel naar hoe bereikbaar is een plek? En ja, dit beleid is het Mobiliteitsbeleid, maar wat ik al zei, ook met de huidige fietsen blijft dit ambitieus. Het is natuurlijk wel zo, als we kijken naar HOV-haltes, dus wij kijken ook naar knooppunt Nieuw Zuid, dat we kijken naar de richtlijnen van: wie bereikt het nou? Inderdaad, zelfs op een e-bike is misschien, vroeger keken we als een straal van vijf
18
kilometer naar mensen die daar lopend of op fiets heen kunnen. Ja, dat is eigenlijk al met een e-bike, als je echt een goed OV-knooppunt hebt, wordt het ook breder bereikbaar. Dus natuurlijk, wij zien ook dat de tijd niet stilstaat, daar kijken we goed naar. Maar uiteindelijk is dit een uitwerking van het Mobiliteitsbeleid en daar staat dit als streefcijfer in. En ja, laten we kijken of het nog veel meer kan, dus laten we dat met elkaar waarmaken. Ik denk dat u ook al een belangrijke hobbel daarin heeft genomen, want u heeft met elkaar de nota Parkeernormen vastgesteld waarbij wij fietsparkeernormen hebben opgesteld. Ik ga niet weer het voorbeeld noemen wat ik altijd noem, maar er zijn gewoon supermarkten die heel slecht per fiets bereikbaar zijn en heel goed per auto, midden in onze stad. Dat heeft u al met elkaar vastgesteld in die nota Parkeernormen, waar wij dus ook fietsparkeernormen, ook voor bezoekers, ook voor winkelend publiek, echt hebben vastgesteld. Daar bent u als een van de eerste gemeentes daarbij, dus complimenten aan u als gemeenteraad dat u dat ook al heeft gedaan. Maar dat is natuurlijk ook onderdeel van deze aanpak. Volgens mij heb ik al heel veel gezegd op vragen, maar ik zal wat specifieke vragen ingaan en dan probeer ik recht te doen aan alles wat u heeft ingebracht. Bomen bij stoplichten, de heer Hulster van de Actiepartij.
Lijkt mij hartstikke goed inderdaad, want het vergroenen, groen omlijsten, het vergroenen en vernatten is natuurlijk ook een van die andere uitwerkingen van de Omgevingsvisie. Dus dat is inderdaad eentje waar we überhaupt naar de openbare ruimte naar kijken: waar geven we nou ruimte aan, waar doen we recht aan? Dat komt natuurlijk ook, en dat weet de heer Berkhout altijd beter dan ik, in het HIOR bij u terug, wat natuurlijk erover gaat: waar geven we ruimte aan in onze straat van gevel tot gevel? Daar moet ook meer ruimte zijn voor groen, dus daar kunnen we specifiek naar kijken. Dan inderdaad, kijk naar de prioritering van de kruising Amerikaweg-Schipholweg. De prioritering is natuurlijk een inpassing van: hoe kijken we nou naar de middelen en de capaciteit die we hebben? Daarom hebben we hem dit plekje gegeven. Tegelijkertijd letten we natuurlijk op welke Rijkssubsidies er zijn, is vandaag het coalitieakkoord van de provincie gepresenteerd, dus zullen wij ook altijd actief blijven kijken en u heeft er als raad voor gezorgd dat we ook een ambtenaar hebben die specifiek naar die subsidie zoekt, zullen we altijd naar blijven kijken of hier iets te realiseren is waar we misschien wel 70 of 90 procent subsidie kunnen binnenhalen. Dus inderdaad ook voor andere ondertunneling of gelijkvloerse kruisingen blijven we daar altijd naar kijken.
Door iemand anders werd ook wel het knelpunt, door de heer Visser van de ChristenUnie het knelpunt Kennemerplein genoemd. Ja, die staat op de kaart, dus er staat volgens mij met donkerblauw en met lichtblauw staat inderdaad dat er een knelpunt zit. U weet ook, wij hebben voor de zuidzijde van het Stationsplein, of de zuidzijde van het station hebben we wel Rijkssubsidie binnengehaald, voor de noordzijde op dit moment nog niet. Maar dit is ook echt weer zo'n ingreep waarvan we moeten kijken: hoe kunnen we aanspraak maken op die potjes die ik net zei? Daar hebben we gelukkig een ambtenaar voor, dat we kunnen kijken: wat kan de provincie doen, wat kan het Rijk doen? Want inderdaad, we zien ook dat hier een knelpunt zit en dat deze plek echt beter kan. Ik ga even verder. Regensensoren, dat is eigenlijk een hele leuke, want die heb ik zelf vanuit de rol waar u op dit moment in zit als raadslid ook wel eens genoemd. Wat ik op dit moment terugkrijg, en dat is ook wel in het denken wat volgens mij veranderd is, als je met regen sneller op groen kan, kan die ook als het droog is sneller op groen. Oftewel, eigenlijk is een regensensor misschien wel een beetje achterhaald. Wat wel veel eerder is, en daar gaat u ook weer met elkaar over bij het vrijgeven van budgetten, als wij VRI’s aanleggen, zorg dan dat het echt een mooie VRI is.
En wat bedoel ik dan met mooi? Met een voordetectielus en ook nog een voor-voordetectielus. Want dat betekent dus dat als je aan komt fietsen, dat die VRI, verkeersregelinstallatie, weet dat je eraan komt. En u herkent ze allemaal, want ik heb laatst ook met een aantal van u een fietstocht gemaakt, die ene waar je altijd staat te wachten, dat was toen een besluit van de gemeenteraad om eentje te hergebruiken. Super duurzaam, maar zonder detectielus, dus op die kruising sta je nog lang te wachten omdat die pas gaat tellen als je op het knopje drukt. Dus daar hebben we met elkaar iets te doen en dan moeten we dus ook weer kijken: wat doen we als we iets nieuws aanleggen? Daar is wel een beetje, de kost gaat voor de baat uit, want die dingen zijn wel duurder. Dan kom ik ook natuurlijk wat u ook al zegt, tempo, dat is middelen maal capaciteit. Deze VRI is
19
denk ik ook wel een mooie kenschets daarvan. Als we dingen goed doen, dan moet het misschien iets langzamer, omdat het dan wel goed is en ook voor jaren goed is, want het is soms gewoon heel zonde als wij denken, we gaan het snel aanpakken, maar een beetje – ik zeg dat in heel mooi Nederlands – quick and dirty. Ja, dan kan het helaas zo zijn dat daar dan een situatie ontstaat voor tien tot twintig jaar, de levensduur van zo’n verkeersregelinstallatie, die suboptimaal is en dat is gewoon echt heel zonde. Dan reageer ik ook gelijk op de groene golven voor fietsers van mevrouw Scholten, Jouw Haarlem. Die gedachte heb ik zelf ook heel veel. Ik heb nu inmiddels ook een aantal keer met de VRI-heren, zal ik nog maar gelijk zeggen, meegefietst. Hij zit ook daar in die vroegdetectielussen, want eigenlijk is die groene golf werkt niet zo goed, want dan kan je in de klem komen. Een aantal van die plekken die u ook noemde, daar zitten ook weer ontwerpkeuzes achter die we met elkaar, wij als college, maar u ook als raad heeft gemaakt. Bijvoorbeeld, een aantal van u was mee, bij de Langebrug, dan zie je dat daar het ook logisch is, ook voor het OV, dat je daar lang staat te wachten, maar het is eigenlijk wel onwenselijk. Dus we moeten ook met elkaar kijken: hoe kan dat slimmer? Daar zitten ook weer ontwerpkeuzes en verkeerscirculatiekeuzes achter.
De voorzitter: Dat roept een interruptie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Vroeger fietste ik ook langs de Europaweg en kon ik eigenlijk altijd doorfietsen. Nu fiets ik langs de Europaweg en als ik geen e-bike heb, of geen racefiets – en ik ben wel ouder geworden, maar niet zoveel langzamer met fietsen – dan haal ik die stoplichten niet meer waar ik ze vroeger wel haalde. En volgens mij was de techniek vroeger nog veel minder goed, dus ik vraag me af wat daar bijvoorbeeld op de Europaweg gebeurd is. Wethouder Van Leeuwen: Ik had al de uitnodiging gedaan twee commissies geleden om nog een keertje een fietstocht gaan maken langs VRI, dus dat gaan we gewoon doen en deze nemen we dan specifiek mee, zou mijn voorstel zijn. Dan kijken we nog even, iemand stelde bewust fietsen van flitsbezorgers. De voorwaarde van een flitsbezorger is dat zij de fietsen inpandig parkeren, dat heeft u met elkaar als raad vastgesteld. Nou nee, dat heeft u als raad behandeld, heeft het college vastgesteld, dus de toetsingscriteria voor flitsbezorgers. Dus ik zou ook daarbij kijken – dan is gelijk het bruggetje naar mijn volgende punt, naar de handhaving – hoe we daarop handhaven. Want wij vergunnen dus alleen maar een flitsbezorger als ze inpandig kunnen parkeren en dan moeten ze zich daar vervolgens ook aan houden.
Dus wij zullen nagaan op welke wijze daarop de dialoog plaatsvindt met de ondernemers die de flitsbezorging doen. Dan inderdaad kom ik op handhaving. Dat is inderdaad een punt, dat hebben verschillende van u aangestipt. Dan hebben we natuurlijk handhaving waar wel fietsparkeervoorzieningen zijn, dus dat is het Hortusplein, straks het Houtplein en straks ook natuurlijk de Botermarkt nog meer. Dat moet inderdaad beter. Daar was ook de handhavingscapaciteit, dus ook gewoon heel praktisch de capaciteit van het depot was beperkt. Om die handhavingsketen inclusief het depot vergroten, om die keten te versoepelen, te versnellen, te verbeteren, dat heeft tijd gekost, ook meer tijd dan ik wilde. Maar dat ligt nu klaar, dus ook over het Hortusplein, dat komt binnenkort – en dan moet ik altijd de precieze datum even opzoeken. Volgens mij moet ik terug scrollen. Handhavingsplein Hortusplein komt binnenkort, dus dat is verwacht ik september, oktober en het grotere handhavingsplan voor de nog te openen stalling, dus dat is Houtplein en Gierstraat, komt eind van dit jaar, begin 2024 naar u toe. Mevrouw Scholten was ik ook nog bij die zei, en meerderen zeiden dat: kijk nou naar buurtstallingen. Ja, wij kijken naar buurtstallingen en ja, wij kijken naar fijnmazige oplossingen. Helaas is het zo dat zich daar bijzonder weinig betaalbare kansen voordoen.
Dus er zijn maar weinig panden die ofwel geschikt zijn, ofwel betaalbaar voor de gemeente om dan een buurtstalling te realiseren. Daar kijken we wel altijd naar, dus iemand stelde ook de vraag: kijkt u nog naar mogelijkheden om fietsparkeren aan de noordzijde van het centrum uit te breiden? Ja, daar kijken wij al altijd naar, dus wij zijn altijd op zoek naar nog mogelijkheden om het fietsparkeren nog
20
sterker te verbeteren, zoals wij dat natuurlijk ook met het voormalige V&D-pand hebben gedaan. Het verwijderen van wrakken, die ervaring heb ik zelf ook. Dus ook al meld je het, die logica zat er niet altijd in. Dus ik heb ook weleens meegemaakt dat een wrak gewoon drie keer opnieuw gestickerd was, alleen het weghalen telkens laat gebeurde en de sticker er al af is. Ook daarbij kijken we hoe we die handhavingsketen kunnen verbeteren, dat daar logische routes ontstaan, zodat inderdaad als dan dat wrak gestickerd is, hij ook binnen afzienbare tijd weggaat. Dus daar zitten wij van het fietsbeleid bovenop. Dan nog even, er zijn meerdere zaken gezegd over fietsveiligheid rond scholen en schoolstraten. Ik snap dat u dat noemt hier bij fietsbeleid. Tegelijkertijd valt dat onder het verkeersveiligheidsbeleid, dus daar hebben we die scholenaanpak, daar hebben we toen met elkaar uitgebreid over gesproken, waarbij scholen dus ook kijken naar het gedrag van ouders, het gesprek aangaan met ouders, maar ook naar de inrichting, ofwel een schoolstraat, ofwel om nog ergens drempels aan te leggen. En om dat nog wat extra te doen zit ook in uw kadernota bij de voorstellen voor de besteding van de incidentele middelen wordt ook nog wat extra geld aangevraagd.
Dus daar gaat u volgende week met elkaar in gesprek over of we daar nog wat meer tempo op kunnen zetten door het vrijmaken van meer middelen. Er werd ook door meerdere mensen nog verwezen naar snorfietsen en brommers naar de rijbaan. Ik heb u toegezegd dat wij in kaart brengen wat qua capaciteit en qua middelen kost om dat wel te gaan doen. Dat komt voor de begroting naar u toe, zodat u daar een afweging kan maken. Zoals al eerder gezegd, wij denken met inderdaad die groei dat we beter wat langer kunnen wachten of op de milieuzone snor en brom, ofwel tot we het samen met e-bikes kunnen doen. Maar in ieder geval die inventarisatie wordt op dit moment gemaakt en komt voor de begroting naar u toe, dus dan kunt u daar met elkaar als raad natuurlijk ook nog over beslissen en daar iets wijs over zeggen tegen dit college. Dus die is al onderweg, dat is geen nieuwe toezegging inderdaad, zeg ik hier naar de voorzitter. Ik ga even kijken welke vragen ik nog vergeten ben. De heer Aerssens vroeg welke rol de schoolbesturen bij dit beleid hebben gehad. Die heb ik net al beantwoord, dat is dus bij het verkeersveiligheidsbeleid en daar krijgen we dus de uitvraag doen wij altijd: welke school wil meewerken aan het verkeersveiligheidsbeleid? Dus daar is actief contact mee. Parkeerplaatsen vindbaarder maken.
Nou, ik hoop dat u ook heeft gezien dat het afgelopen jaar al een groot slag is geslagen, dus daar is nu één huisstijl. Ook hier achter bijvoorbeeld de zaterdagstalling in de Jacobijnestraat, daar staat nu ook een duidelijk bord op dat je daar je fiets kan parkeren. Want dat was voorheen nog wel even zoeken welk bordje dat precies duidelijk maakte. Maar ook daarbij kijken we natuurlijk naar de routing hoe we duidelijk kunnen maken dat de fietsenstalling nabij is. Dus dat loopt ook mijns inziens en als u daar tips voor heeft, dan hou ik me natuurlijk altijd van harte aanbevolen. De heer Pronk zegt: laat fietsen een vrije keus zijn. Ja, dat is volgens mij ook de titel van het rapport, de fiets als vanzelfsprekende keuze. Dus ik hoop dat we de stad zo met elkaar inrichten dat die keuze inderdaad heel vrij en ook toch een beetje vanzelfsprekend wordt. Volgens mij kom ik dan bijna aan het eind van alle vragen. Ik zit nog even te zoeken. De voorzitter: Mevrouw Scholten heeft misschien een idee. Mevrouw Scholten: Ik kan wel even helpen. Ik zou nog steeds graag willen weten, buurtstalling, fietsenstalling Gierstraat. Dat kon volgens mij eerst niet vanwege de toegangspasjes en nu kennelijk wel. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Die weet ik niet uit mijn hoofd, zal ik heel eerlijk bekennen.
Wat wel zo is, is natuurlijk dat al … Dus de vraag is even: wat kan er op de Botermarkt, wat kan in de Gierstraat? Want inderdaad, de stalling Botermarkt is nu een normale stalling, maar ook een buurtstalling, dus ik weet niet precies wat hieronder zit. Maar dat kan ik nog even navragen, als u dan een tweede termijn doet. Maar het
21
kan zijn dat we inderdaad de … Nou, ik weet het nu niet, ik ga het even uitzoeken. Nog een hele concrete vraag van het CDA, Meerspoorpad. Daarvoor wordt nu krediet gevraagd om het project te kunnen starten en daarvan is ook nog de hoop dat we aanspraak kunnen maken op subsidie, want het is natuurlijk ook een doorgaande fietsroute. Ik krijg mee dat deze vrijgave in het budget aan de voorkant nu nodig is om dat project te kunnen starten. Mocht dat technisch anders in elkaar zitten, dan kom ik nog even bij u terug, dan laat ik dat weten. Maar dit is in ieder geval wat er procesmatig nodig is om dat project te kunnen starten. De vraag is ook of we alles op gaan maken, want het lijkt nog subsidiabel te zijn, om dat chique te zeggen. Handhavingsplein Hortusplein heb ik gezegd en wij kijken natuurlijk actief hoe wij die handhaving zo goed mogelijk in kunnen zetten. Dat gaat over de wrakken, dat gaat over parkeren en over terrassen inderdaad. Dat is niet helemaal mijn portefeuille, maar daar letten wij natuurlijk wel op. Kansrijke projecten onderzoeken, daar kijken we altijd concreet naar: hoe kunnen we zo snel mogelijk naar uitvoering toe? Dus daar is echt inzet op. En ik vergeet nu inderdaad een hele belangrijke die werd gemaakt, want daar werd ook een amendement aangekondigd door de heer Visser van de ChristenUnie, namelijk fiets parkeervakken.
Kijk, laat duidelijk zijn, fietsenrekken worden in Haarlem niet afgeschaft. Fietsparkeervakken kunnen alleen op sommige plekken beter functioneren dan een fietsenrek. Dan denk bijvoorbeeld bij een supermarkt waar echt mensen kort naar binnen gaan, de fiets voor de deur willen zetten, waar een alternatief verder weg, inpandig ofwel als rek, verder weg bereikbaar is. Want wat is het nadeel van een fietsenrek? Dat ook als er geen fietsen zijn, dat het wel in de openbare ruimte staat en dat die openbare ruimte voller wordt. Dus we kijken echt heel weloverwogen: waar kan nou een fietsenrek van waarde zijn en waar past een fietsparkeervak? Omdat als je een rek neerzet, dan staan die rekken ook meestal vol. Dus u komt hier wel eens denk ik ook 's morgens om acht uur de stad in gefietst, ik in ieder geval best vaak, en dan zie je dat eigenlijk 90 procent van de fietsenrekken staan gewoon vol. Je wil eigenlijk juist bij zo'n doorstroomvoorziening of doorloopvoorziening, in ieder geval waar je kortstondig minder dan een half uur binnen bent, dat je daar voor de deur wel dichtbij kan parkeren. Daarbij zien we ook echt dat het stallinggebruik is veranderd de afgelopen tien jaar. Dus vroeger was er een lege stalling, je zette je fiets erin, je liep naar binnen. Nu staat er een volle stalling, omdat heel veel mensen gelukkig één of twee fietsen hebben om hun dagelijkse dingen mee te doen.
Dat doen ook binnenstadsbewoners en dan staan ze in dat rek daarbuiten en dan is die dus niet meer beschikbaar voor een bezoeker. Dus in zo’n situatie kan een fietsparkeervak van waarde zijn om beschikbaarheid te creëren, zodat je inderdaad snel die supermarkten in kan lopen. De voorzitter: Nog één reactie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Maar wat doen de bewoners dan? Wethouder Van Leeuwen: Daarvoor zijn we natuurlijk bezig continu op zoek naar buurtstallingen. Maar dan kom je ook weer op doorloop, hè. Dus ik denk dat concreet … Dus je ziet natuurlijk gewoon op sommige plekken hebben wij ooit rekken neergezet wat echt voor ook de begaanbaarheid en toegankelijkheid niet oké was, want dan moest je echt slalommen om er nog doorheen te kunnen. Die zie je nu dat ze deels weg worden gehaald, dat hebben we natuurlijk recent bij de Botermarkt gedaan, waar je nu wel weer over de stoep kan lopen. Dit is altijd een zorgvuldige afweging, want je wil ook dat mensen hun fiets kunnen stallen, dat klopt. Dat kan in een buurtstalling, kan in een stalling, dus dat kan op verschillende manieren. Er werd nog genoemd Kennemerplein ontbreekt als schakel. Nou, die ontbreekt dus niet.
En de routes als binnenstad, wij denken dat met de routes hoe die nu op de kaart staan, dat we dit goed kunnen doen en dat ook, daar is de stad veranderd, want u kent allemaal de foto’s dat onze eerste VRI van Haarlem stond hier op de Grote Markt en daar lag ook een rotonde. Dus toen was de auto nog hier voor de deur. Ook uit mijn eigen jeugd weet ik nog dat Jansstraat natuurlijk nog een verkeersader was met buslijn 2, auto's en alles tussen die gevels gekwakt. Wij
22
denken dat in onze krappe historische binnenstad, waar ook meer en meer mensen lopen en zijn, dat daar de fiets niet altijd de doorfietstocht meer kan maken die ook ik soms als gebruiker zou willen hebben. Dus daarmee denken we dat hoe het nu in het beleid staat, dat dit toekomstbestendig is voor de komende jaren. Als u daar als raad een ander oordeel over heeft, dan vernemen we dat natuurlijk graag. Ik denk dat ik zo wel heel veel beantwoord heb, voorzitter. De voorzitter: Toch nog een vraag van mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Ik had nog een vraag gesteld over de diversiteit aan vervoersmiddelen, of daar wat meer aandacht kan komen. Dan bedoel ik echt ook scootmobielen en nou ja, een hele andere tak van sport. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Zeker. Ik zei al, je hebt de fiets en de vrienden van de fiets. Dat gaat natuurlijk ook over driewielers die je ook wel vaker ziet voor mensen die minder stabiel zijn. Dat is natuurlijk ook een belangrijke onderlegger, dat die fietspaden breder moeten. Dus ja, eigenlijk is dit beleid ook robuust, ook voor die groepen doet ertoe, want als dus inderdaad daar meer diversiteit van is, of het nou een scootmobiel is of een driewieler, of je hebt ook wel van die vierwielers waar mensen met zijn tweeën op kunnen zitten met begeleiding, dat past niet op een smal fietspad.
Dus daar zie je echt dat die normen die wij met elkaar in het verleden hebben gehanteerd ten opzichte van wat er nu staat, dan is echt een breder fietspad of een fietsstraat nodig. Dus dat zit hier als onderlegger wel onder. De voorzitter: Dat roept een vraag op. Mijnheer Aerssens. De heer Aerssens: Niet dat, voorzitter, maar iets anders, als het mag. Is het dan de bedoeling om direct tweede termijn te doen? De voorzitter: Zal ik eerst even een rondje doen wie nog een tweede termijn wil, wie nog vragen heeft aan de wethouder. Ik zag er twee, één van u en mevrouw Barten, mijnheer Van den Berg en mevrouw Jacobsz. Dan doe ik het ook in die volgorde. Gaat uw gang. De heer Aerssens: Helemaal goed, dank u wel, voorzitter. Ik had graag van de wethouder nog gehoord hoe hij kijkt naar onze futuristische fietsparkeerplaatsen, of die helemaal elektrisch laadbaar zijn voor alle laadplekken en de stijging aan fietsen die elektrisch zijn. En voorzitter, ik wilde graag nog een puntje noemen. Ik haakte in het begin van mijn eerste termijn in op de bijdrage van GroenLinks. Mevrouw Barten had het over dat je binnen vijf kilometer overal in Haarlem bent. Dat is niet het geval. Of althans, bij een station, dat is niet het geval. Zij heeft blijkbaar heel Schalkwijk en Spaarndam niet meegenomen. Maar goed, dat blijkt dan. De voorzitter: Dan heeft mevrouw Barten meteen het woord.
Mevrouw Barten: Dank u wel. Ik had een vraag aan de wethouder, maar ik kan meteen wel even kijken, hoor. Ik zal het u laten zien. Je kan vanaf Schalkwijk heel goed naar station Heemstede-Aerdenhout binnen een afstand van vijf kilometer. Maar de details werk ik graag met u uit. De heer Aerssens: Ik heb het net opgezocht voor u, ik laat het graag op Google Maps zien. Want u heeft het niet juist.
23
Mevrouw Barten: Laten we het daar dan buiten deze commissie nog samen over hebben, lijkt me heel gezellig. Ik wou toch graag nog even terugkomen op het punt wat net ook door mijnheer Dreijer werd gemaakt, namelijk inderdaad die korte afstanden. Want u zei, dat is inderdaad in het Mobiliteitsbeleid vastgesteld. Maar ja, dat is twee jaar geleden en sinds die tijd is er vooral door de opkomst van de elektrische fiets kunnen we natuurlijk toch nog wel iets anders gaan kijken naar: wat zien we nu als een korte afstand? Kunt u daar toch nog iets over zeggen, wethouder? De voorzitter: Dan ga ik door naar mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik had nog een vraag. De wethouder was vergeten om over de rode wegen te praten, want 50 kilometer per uur zonder fietspad, dat klinkt onveilig, en hoe we dat hoger op de prioriteitenlijst kunnen krijgen om daar fietspaden te creëren. Misschien kan de wethouder daar nog iets over zeggen. Ik had ook nog een vraag over het actieplan. Daar staat heel veel van de actieplannen gaat over voorbereiding, terwijl dan de korte termijn 2023 of 2024 is. Ik vraag me eigenlijk af dat alles wat in voorbereiding is of in onderzoek, of dat dan ook uitgevoerd wordt in 2023 of 2024, of in ieder geval dat dat het streven is. Dat was eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: Mevrouw Jacobsz, dan mijnheer Hulster.
Mevrouw Jacobsz: Nog even aanvullend op de opmerking van net over de meer diversiteit aan vervoermiddelen. Ik lees het niet echt goed terug in het stuk, dus ik vraag me af of dat nog wat explicieter uit het stuk kan voorkomen. Ik heb nog een vraag over de oversteekplaatsen bij kruispunten. Want ik moet echt rennen soms naar de overkant en ik ben echt niet langzaam, dus ik zou haast een motie willen indienen van Langer groen doen, of iets dergelijks. Dus of daar ook iets aan gedaan kan worden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hulster. De heer Hulster: Ik vroeg nog of we die 7 miljoen budget die er nu is, of we daar een uitsplitsing van kunnen zien. De voorzitter: Heeft de wethouder goed meegeschreven? Ik zie hem pennen. Wethouder Van Leeuwen: O, was dit al alles in de tweede termijn? Jeetje. Allereerst, oplaadplekken vroeg de heer Aerssens nog naar. Ja, wij kijken bij vernieuwing en bij ook nieuwe fietsenstallingen kijken we altijd naar oplaadplekken. Dus ook bij de vernieuwing kijken we naar rekken waar meer fietsen in passen en kijken we ook naar oplaadplekken, dus dat wordt meegenomen als wij fietsparkeerplekken aanleggen. Dus dat wordt meegenomen. Dan een reflectie op korte afstand. In het Mobiliteitsbeleid zit dus inderdaad een hele korte afstand, dat is tweeënhalve kilometer, daarvan wordt ook gedacht, dat moeten mensen te voet kunnen doen.
Er is een afstand van tweeënhalf tot tien kilometer en die afstand van tweeënhalf tot tien kilometer, dat lijkt mij nog steeds ook aan reistijd in onze sterke omgeving een gepaste afstand die u met elkaar heeft vastgesteld. Pas twee jaar geleden, moet ik ook even zeggen, het is niet het Spaarneplan uit 1992, wat ook nog steeds vigerend is voor u als raad. Pas twee jaar geleden heeft u gezegd: voor die afstand denken wij dat die groei van het fietsgebruik van 35 naar 50 procent – wat al echt best aanzienlijk is, want nu is het ook nog 60 procent autogebruik van tweeënhalf tot tien kilometer – dat dat anders kan en dat daar de fiets, voet en OV een belangrijke rol in kan spelen. Dus mijn reflectie daarop is dat ik dat best een mooi streven vind van u. Dan de rode straten 50 kilometer per uur zonder fiets. U heeft hier met elkaar met collega Berkhout het uitgebreid gehad over natuurlijk de beheer- en onderhoudsstrategie. Ik ben heel blij dat wij, anders dan Rijkswaterstaat
24
en anders dan andere sommige grote gemeentes, nog wel uw beleidswensen zoals dit fietsbeleid mee kunnen nemen in de uitvoering. Want je ziet natuurlijk overal in den lande dat beheer en uitvoering onder druk staat, zowel vanwege middelen, de gestegen inkoopkosten, als de capaciteit, dat sommige bestuursorganen niet eens meer beleid meenemen, beleidswensen zoals het verbeteren van de fiets. Dat doen wij wel. En natuurlijk kijken we naar: wat zijn nou gebieden – want daar zit die wijkaanpak in, dat heeft u hier besproken met elkaar – wat zijn nou gebieden die als eerste opgepakt moeten worden? Ook op een duurzame manier, dus dat we niet asfalt eruit gaan frezen wat er pas vijf jaar in ligt, want dat is ook een verspilling van kapitaalgoederen. Dus ja, dat wordt meegenomen. Het staat hier op de kaart, dat stelt u vast in de raad als u dit beleid vaststelt en dat is dan een onderlegger voor mijn collega Berkhout die natuurlijk aan de uitvoering gaat. Dus ja, als er een grote opgave zit, ook een grote beleidsopgave, wij proberen altijd werk met werk te maken. Dus ook als daar het hoogheemraadschap iets moet vervangen, ook als een ander orgaan aan de slag gaat met opengooien, dan kijken we altijd wat we extra waar kunnen maken, ook weer met gebruikmaken van fietssubsidies, die hopelijk dit prachtige nieuwe college van de provincie ook weer vrij gaat geven.
Heeft u dan gelijk een concreet antwoord wanneer ik welke straat op ga pakken? Nee, maar wel de toezegging dat als u dit als beleid vaststelt, dat een onderligger is voor al de uitvoering die het college gaat doen. Naar die uitvoering, ook daarbij moeten we altijd kijken: wat kan snel en wat duurt soms langer? Dus daarvan hoort u mij in ieder geval zeggen dat wij ons best doen om zaken die makkelijk en snel kunnen ook makkelijk en snel te maken en zaken die wat langer duren wat langer te gaan. De voorzitter: Een snelle reactie van mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Er staat in de tabel korte termijn 2023 of 2024 en dan staat er middellange termijn, andere jaartallen. Dus ik vroeg me gewoon af, betekent korte termijn klaar in 2024, of niet? Wethouder Van Leeuwen: Dat is wel het streven. En sterker nog, volgens mij de heer Hulster zei al, er zit ook iets bij wat al gerealiseerd is zelfs. Dus het is alweer ook een beetje verouderd, omdat sommige dingen inmiddels al klaar zijn, dus daarmee scheelt dat weer. Mevrouw Jacobsz zei nog langer groen. Dat zou natuurlijk vanuit VRI-beleid komen. Dat VRI-beleid is uitgesteld, dat weet u, maar we kijken wel op een optimalisatie.
Dus als zo’n VRI het aankan dat die bijvoorbeeld in twee fases gaat, dus je hebt VRI’s met een middeneiland ook voor voetgangers, ook voor fietsers, en dat die dus inderdaad de eerste eerst groen gaat, die tweede een fractie van een seconde later, waardoor je meer tijd hebt om over te steken, dan passen we dat nu al op deze manier aan. Dus die quick wins bij VRI’s en dan wat ik zei, kom allemaal mee fietsen als we de volgende keer weer dat fietsrondje gaan doen. Die zit erin en worden gedaan zodat je dus inderdaad, want als je in één keer allebei groen gaat, moet je voor die tweede kant heel snel lopen. Maar binnen bestaande, goed aangelegde verkeersregelinstallaties kunnen we dat nu al doen en doen we dat ook waar mogelijk en waar gewenst. Dan zie ik nog een laatste interruptie van de heer Dreijer. Sorry, ik pak uw rol over, voorzitter. De voorzitter: Ja, zeker. Ik hoorde nog eentje van de oversteekplaatsen, als u die even snel beantwoordt, dan ga ik door naar mijnheer Dreijer. O, fantastisch, dan ga ik nu door naar mijnheer Dreijer. De heer Dreijer: Ik denk dat wat mevrouw Jacobsz bedoelt is met name ook de ontruimingstijd bij VRI. Die is vaak, ervaar ik ook, erg kort. Dus dat u daarnaar kijkt. Niet zozeer hoelang het groen is, maar de ontruimingstijd als het van groen naar rood gaat. De voorzitter: Hele korte reactie, wethouder.
25
Wethouder Van Leeuwen: Jazeker, denk ik een hele technische verhandeling. Ontruimingstijd, voor de nietingevoerden, dat is de tijd dat iemand anders groen krijgt, oftewel wanneer iemand anders je voor je sokken rijdt als je het heel plat zegt. Er is juist ook gekeken wel naar optimalisatie, omdat het uiteindelijk weer leidt dat ook de voetganger en de fietser weer snel aan de beurt is. Als daar specifieke plekken zijn waar die nu te kort is geworden, want je kijkt natuurlijk naar een optimale Inrichting van zo’n regeling, laat het ons dan weten, dan kunnen we ernaar kijken. Want we kijken natuurlijk altijd vanuit vervoersdoorstroming van de mensen die in Zandvoort toch willen zijn met de auto, tot de fietsers die snel aan bod moeten komen, kijken we hoe dat zo goed mogelijk gaat. Als daar ergens iets niet goed gaat, laat alsjeblieft weten, want dan kunnen we daar met onze verkeersregelexperts naar kijken. De voorzitter: Hartelijk dank. Volgens mij is dit uitvoerig besproken. Ik heb een aantal zaken gehoord. CDA ChristenUnie met amendementen, ook Trots, D66 en OPH. Ik denk, het kan bijna niet anders dat dit een bespreekpunt wordt in de raad. Mijnheer Aerssens. De heer Aerssens: Ik zou graag een motie aan willen kondigen. De voorzitter: En de VVD ook, die hebben we meegeschreven. Dat was hem dan voor het fietsbeleid nu. 7.
Pauze De voorzitter: Dan stel ik voor dat wij even gaan pauzeren. Een halfuurtje, dus tien over zeven gaat de bel.
Schorsing 8.
Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: Welkom allemaal, ik heropen de vergadering van de commissie Beheer. Zou de wethouder en mijnheer Baars ook plaats willen nemen? Wij gaan door naar agendapunt 9 en dat is spreektijd voor belangstellenden. Drie mensen hebben zich aangesproken om u als commissie Beheer toe te spreken. Dat is de heer Musulin, de heer Belderok en de heer Kortekaas. Als u recht voor mij plaats wil nemen en ik begreep dat de griffie even naast mijnheer Kortekaas komt zitten, zodat de vragen goed binnenkomen. Er wordt even een handje geholpen met de plaatsing. Welkom, heren. Ik denk dat het niet nieuw is voor jullie, maar ik leg het toch even uit. Per persoon krijgen jullie drie minuten spreektijd om deze commissie toe te spreken en dat is korter dan u denkt. Na drie minuten, ik ben echt bikkelhard voor mijn commissieleden, dat zal ik ook voor u zijn betreft de spreektijden, dan vraag ik u om af te ronden. Als u op het rechter knopje drukt, dan gaat uw spreektijd in. Ik wil beginnen met de heer Musulin, gaat uw gang. De heer Musulin: Goedenavond, ik kom even inspreken over de Transitievisie Warmtenet. Als eerste een compliment, want ik denk dat de Transitievisie Warmtenet die er nu ligt al meer de waarheid is dan dat die ooit is geweest.
Je ziet eigenlijk daar Molenwijk, daar gaat het mij even primair om, je ziet dat MolenwijkNoord is een onderzoeksgebied. Nou, dat klopt, Schalkwijk Oostermoer wat daar is, dat is eigenlijk nu gemengd gebied en eigenlijk is dat niet meer primair warmtenet. Voor Saeftinge geldt hetzelfde, alleen even waar mijn focus op ligt is namelijk Hondsbos-Dever, daar zie ik eigenlijk staan dat dat nog preferent is als warmtenet middentemperatuur. Maar dat wordt wel een interessante, want dat zijn eigenlijk 750 woningen, een daarvan is Pampus. Dat is eigenlijk even kortgezegd 100 woningen. Wij hebben eigenlijk al gezegd: wij vinden dat niet preferent. Dus je houdt eigenlijk 650 woningen over. Dan heb je nog Waterpoort, is ook een VvE, die is eigenlijk ook bezig met een andere oplossing, dus je houdt 600 woningen over. Dus je houdt
26
eigenlijk alleen nog Elan over en dan wordt het eigenlijk wel een interessante vraag: ga je voor 600 woningen qua OPEX en qua CAPEX eruit komen om een warmtenet aan te leggen? Want zo staat die nu wel in de Transitievisie. Weet je? Je moet volumes draaien wil je een warmtenet eruit kunnen krijgen en zoals ik er nu naar kijk, denk ik: dat wordt lastig. En waarom ik dan aan kom zetten als VvE? Wij zitten nog steeds met Ymere in de pand. Ik wil eigenlijk het risico voorkomen dat er straks de gemeente aan komt zetten: we hebben een hele wijk hadden we dit bedacht, we hebben eigenlijk de investering al klaarstaan en we gaan het doen, maar het zou wel fijn zijn als die 100 woningen er toch enigszins met een beetje druk erbij komen, om het zo maar te zeggen. Dus ik wil wel even de aandacht erop vestigen: jongens, weet je, je hebt daar 600 woningen even en niet meer dan dat op dit moment. Je hebt Molenwijk-Noord wel als onderzoeksgebied gezet, maar dat is Pré Wonen, die wil dat gaan herontwikkelen, dat worden A++ woningen, dus die gaan al moeilijk worden over middentemperatuur warmtenet. Daarboven kom je op Europawijk uit, maar ja, dat staat ook nog als onderzoeksgebied, en terecht. Daar kom je eigenlijk ook in hetzelfde, heel veel is grondgebonden en een aantal panden zijn jaren zestig wel blokverwarming, maar dat is ook allemaal koop.
Dus je zit met heel veel risico's nu waar je eigenlijk in Hondsbos-Dever nu zegt: 2035 zetten we eigenlijk vast op middentemperatuur. Terwijl ik nog niet zie hoe je daar in businesscasetermen eruit gaat komen. Dank u wel. De voorzitter: Het is binnen tijd, de heer Musulin. Zijn er commissieleden met vragen aan de heer Musulin? Mevrouw Barten van GroenLinks. Mevrouw Barten: U geeft aan dat u voor een andere oplossing kiest dan het warmtenet. Welke oplossing is dat? De heer Musulin: Wij zijn nu verschillende oplossingen aan het uitzoeken. Dat is misschien wel binnen het pand zelf en dat is dan in combinatie met zonnepanelen en een water-water warmtepomp met een WKO, of een lucht-water warmtepomp centraal. Dus wij hebben deze optie wel mee, maar wij hebben verschillende businessopties die we uit aan het zoeken zijn als VvE en op dit moment is het niet preferent, omdat we eigenlijk zeggen: we worden aangesloten, maar eigenlijk hebben we er geen controle over. Dus je krijgt misschien wel in die CAPEX kom je eruit, maar in de OPEX als er iets misgaat in zo’n warmtenet, wij hebben daar geen controle over en wij zoeken eigenlijk wel als eigenaren naar een controlestuk. Dus wij zeggen eigenlijk: andere opties die we nu aan het uitzoeken zijn – niet dat we dat nu houtje-touwtje doen, we hebben daar een bedrijf voor, die is dat echt aan het uitzoeken – dat naast elkaar neer te zetten.
Dus wij zeggen nu: niet preferent. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Dank voor het inspreken. Ik had die brief gelezen van u en had het over de vereniging van eigenaren van Pampus en dat er dus woningen worden verhuurd door Ymere. Ik vroeg me af of u contact heeft met bewonerscommissie of met De Waakvlam van Ymere. De heer Musulin: Met de bewonerscommissie hebben wij zeer goed contact. Wij hebben eigenlijk ook als VvE erop aangedrongen dat een bewonerscommissie komt, dus wij hebben daar wel op gedrukt. Ook met De Waakvlam gesproken, maar de uitdagingen zijn bekend, maar het is nog niet dat er een potje gebroken wordt, om het zo maar te noemen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Amand nog een vraag.
27
De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik had vraag aan u, mijnheer. Had u zelf nog een voorkeur, of de bewoners een voorkeur, wat ze het beste en fijnste en goedkoopste is voor hun? De heer Musulin: Wij zijn dat nu aan het uitzoeken. Alleen, naast het feit dat je een technische oplossing hebt, zitten we eigenlijk ook dat we zeggen: we proberen wel die controle te houden en de VvE heeft ieder een eigen warmteoplossing, dus je gaat in een emotionele voorkeur gaan mensen toch uit naar een warmpomp. Of dat nou technisch, even na alles, de oplossing is. Zij zeggen: dat is een individuele warmteoplossing die ik zelf kan beheersen en in een warmtenet of een andere oplossing kom je toch weer een gezamenlijke oplossing, dus dat is daarom ook niet preferent. Of dat dan ook de beste oplossing is, is een ander verhaal, maar dat geeft even het emotionele voorkeursprincipe aan waar we tegenaan zitten. De voorzitter: Duidelijk. Dank u wel. Dan wil ik graag door naar de volgende inspreker, dat is mijnheer Belderok. Hetzelfde riedeltje, als de knop indrukt, dan is de floor yours. De heer Belderok: Goedenavond. Bomen, we weten er alles van, zeker sinds gisteren. We leven mee met de nabestaanden natuurlijk van die mevrouw die overleden is, dat is helder. Ik ben van Platform Groen en ik spreek in namens Platform Groen.
Ik ga ons advies niet helemaal aan u voorlezen, want dan is de tijd voorbij, dat vind ik zonde. Wat ik wel graag wil zeggen is dat er een inhaalslag nodig is, een inhaalslag voor extra bomen in Haarlem. Dat er bij de bomen die nu gesneuveld zijn gisteren, maar ook andere bomen een vervangingsaanplant plaatsvindt. We weten dat het beleid om het aantal bomen te vergroten helaas niet met de werkelijkheid strookt. Er zijn minder bomen dan zoveel jaar geleden, jammer. Wij zijn ontzettend blij in het kader van de kadernota 2024 dat een aantal van de speerpunten die wij op 16 maart aan u gepresenteerd hebben op die raadsmarkt hiernaast en hier in de zaal, dat er een aantal speerpunten zijn overgenomen. Geweldig. De schoolpleinen vergroenen, de regentonnen en zo zijn er nog een aantal. Gisteren hebben we … Ik zie alleen het klokje niet of ik op mijn drie minuten zit, dat vind ik jammer. De voorzitter: U bent iets meer dan een minuut verder. Gaat u verder. De heer Belderok: Oké. Vandaag stond er in Haarlem Nieuwsbrief: de verwachting is dat er tussen de zeshonderd en zevenhonderd omgewaaide bomen zijn. Er zijn ruim duizend meldingen binnengekomen van omgewaaide bomen of beschadigde bomen. Kortom, het leeft. Eigenlijk zou ik hier helemaal niet hoeven te zitten. Maar de kern van het betoog van Platform Groen is: zorg nou dat niet een incidenteel iets is om bomen extra te planten.
We doen het een jaar, of weer een jaar, of weer een jaar. Laat het nou een structureel iets zijn, een meerjarenbeleid. Dan kom ik bij de kadernota: wat zou het ongelooflijk goed zijn als u volgende week bij de bespreking van kadernota ook beleid voorstelt om extra bomen in meerjarenbeleid op te nemen voor de komende vier jaar. Anders komen we er echt niet. En het gaat niet alleen om de klimaatcrisis, maar het gaat ook om de beleidsterreinen aan elkaar koppelen en het gaat ook om een gezonde leef-, werk-, schoolleven in Haarlem. Ondanks alle claims op ruimte, die kennen wij ook natuurlijk. Maar maak het met elkaar mogelijk, laten we in innovatief zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb hier geen teller lopen, ik doe het zelf wel, maar dat is prima binnen de tijd, mijnheer Belderok. Dank u wel. Dan tot slot wil ik naar mijnheer Kortekaas. De heer Kortekaas: Stel je voor, ik heb een tuin met een boom erin, maar ik wil van die boom af. Ik vraag een kapvergunning aan, die krijg ik, maar ik moet herplanten. Nou, dat doe ik lekker niet. Is dat een probleem? Helemaal niet, want er is niemand die erop let. Stel je voor, ik heb een boom in mijn tuin, ik doe een aanvraag voor een kapvergunning, maar die wordt geweigerd. Is dat een probleem? Nee, want ik kap hem gewoon toch.
28
Stel je voor, ik ga mijn huis verkopen en de makelaar zegt tegen mij: joh, kap die boom in de voortuin, want dan verkoopt je huis beter. Nee, zeg ik, dan krijg ik gesodemieter met de gemeente. Nee hoor, zegt de makelaar, dat kun je gewoon doen. En het is ook zo, er is geen haan die ernaar kraait. In Haarlem wordt er geen seconde besteed aan handhaving op de particuliere bomen. Haarlem zorgt heel erg slecht voor zijn bomen op allerlei gebied. We hebben gisteren Poly door Haarlem zien gaan, maar ik zie al jarenlang Haarlem door Haarlem gaan. Het is verschrikkelijk, Haarlem is Poly. Dat wou ik kwijt. De voorzitter: Hartelijk dank, dat is ook prima binnen de tijd. Zijn er commissieleden die aan de groene heren, mijnheer Belderok of mijnheer Kortekaas, een vraag heeft? Mevrouw Scholten, Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Dank u wel allebei voor het inspreken. Heeft u op dit moment voorbeelden van gekapte particuliere bomen? De heer Kortekaas: Jazeker, die heb ik genoeg. Moet ik straten noemen? Mevrouw Scholten: ‘…’ (buiten microfoon). De heer Kortekaas: Nou, oké. Maar ik heb voorbeelden zat, ik heb echt hele lijsten, want ik doe dan een melding, vraag of er iemand erachteraan wil gaan omdat er gekapt is zonder vergunning, of omdat er niet herplant is.
En ik krijg de idiootste antwoorden, dan krijg ik bijvoorbeeld het antwoord: nee, de boom stond op particulier terrein, dus handhaving kan daar niks betekenen. Ik snap het niet, u waarschijnlijk niet. Nee, dat dacht ik al. De voorzitter: Dank u wel. Nog één vervolgvraag van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Nou nee, een vraag aan de heer Belderok. Alleen, ik moet even denken was het ook alweer was, doe eerst maar iemand anders. De voorzitter: Is er toevallig iemand anders? Nee, dan wachten we toch op u, mevrouw Scholten. Het kan ook zo meteen na het volgende debat als de heren blijven zitten om het punt te behandelen. De heer Belderok: Ik kan natuurlijk ook gewoon een antwoord geven op een vraag waarvan ik verwacht dat ze mij die vraagt. De voorzitter: Mijnheer Belderok, ik mag u heel graag, maar laten we dat alsjeblieft niet doen. Dan wil ik u alle drie bedanken voor het inspreken en u kunt weer plaatsnemen op de publieke tribune. We hebben nog één agendapunt te behandelen, dat kunt u bekijken. Mevrouw Scholten komt vast bij u op de lijn, uw contactgegevens zijn bekend. Ter advisering aan de raad 9.
Vaststellen Nota deelmobiliteit De voorzitter: Dan gaan we naar het laatste inhoudelijke agendapunt ter advisering aan de raad en dat is het ‘Vaststellen Nota deelmobiliteit’. De groei van Haarlem heeft gevolgen voor het verkeer binnen en buiten de stad. In het Mobiliteitsbeleid is opgenomen dat met de groei van het aantal woningen er anders gereisd moet worden en meer ruimte nodig is voor voetgangers, fietsers en het OV en dat het autogebruik niet mee kan groeien. De Nota deelmobiliteit beschrijft onder andere welke deelauto's en welke andere deelvoertuigen
29
ingezet kunnen worden om andere manieren van reizen te komen. Wat wordt u als raad gevraagd? Deze Nota zienswijze belanghebbenden vast te stellen, de Nota Beantwoording adviezen commissie Beheer vast te stellen en tot slot uiteraard de Nota deelmobiliteit vast te stellen. Hiervoor zijn geen insprekers gemeld. Dan vraag ik aan de commissie: wie mag ik als eerste het woord geven? Mevrouw Roodhuizen, PvdA. Mevrouw Roodhuizen: Dank u wel, voorzitter. We danken de wethouder voor deze nota. Zoals u inmiddels weet zien wij van de PvdA de potentie van deelmobiliteit in een stad als Haarlem. Deelmobiliteit is een interessant concept, want het kent vele verschijningsvormen, vervoersmiddelen en manieren van aanbieden. Daarmee dient een balans gevonden te worden tussen efficiëntie, zoveel mogelijk mensen bereiken, beperken van overlast en het stimuleren van het type gebruik dat wij voor ogen hebben, namelijk het vervangen van de auto en de stad bereikbaar maken. We zijn blij met de lijn die de wethouder heeft gekozen in de nota, maar we hebben een paar vragen. Er wordt in het stuk vaak gesproken over overlast en dat bij een te hoge mate van overlast van bijvoorbeeld deelscooters er wordt overgegaan tot passende maatregelen. Ook lezen we dat er tweejaarlijks geëvalueerd wordt.
Mijn vraag is, en daarin zit ook gelijk een verzoek: waar kan men een melding maken van eventueel overlast? En dan het verzoek: zou de wethouder dit duidelijk kunnen communiceren op de website? Naast proactieve meldingen van inwoners over overlast gaat er volgens de nota ook intensief gehandhaafd worden. Mijn vraag aan de wethouder: is hier genoeg capaciteit voor? Wij hopen dat er een voortdurende vinger aan de pols wordt gehouden, want we maken ons best wel zorgen over free-floating en de ontoegankelijke situaties die dat nu oplevert. De buurthubs die worden genoemd in de nota kunnen op ons enthousiasme rekenen, maar we hebben hier een vraag over. We zien hier namelijk geen wijk in Schalkwijk tussen staan. Daar is en blijft het dus free-floating, terwijl daar wel veel overlast wordt ervaren. Is de wethouder bereid over hubs in hotspots in Schalkwijk na te denken? Ook lijkt het ons goed om na te denken over hubs bij bijvoorbeeld de Veerplas of andere populaire plekken. We zijn groot fan van stadsen regiohubs, want we zien hier dat er een nieuwe houding jegens mobiliteit wordt gecreëerd. Maar in een stad wordt aangereden door bijvoorbeeld het OV of een auto en vanaf de rand van de stad er verder wordt gegaan met deelfietsen, -scooters, of stads-OV, of te voet. Ons laatste punt, voorzitter. Communicatie.
Om deelmobiliteit echt te laten werken is volgens ons communicatie erg belangrijk. Bij de vorige behandeling heb ik dit ook al genoemd. Oudere mensen die minder digitaal vaardig zijn kunnen de apps van deelmobiliteitaanbieders als een horde ervaren. Maak uitlegvideo's, overzichtelijke infographics en zet de coaches die in het stuk worden genoemd aan het werk. Benader mensen proactief en maakt deelmobiliteit een succes. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Roodhuizen. Wie mag vervolgens het woord geven? Mijnheer Van den Berg, D66 Haarlem. De heer Van den Berg: De D66-fractie omarmt deelmobiliteit, maar wel op een gebalanceerde wijze. Wij zijn en blijven kritisch over de ontwikkelingen daarin en moeten wel echt waken voor Chinese toestanden waarin ongebreidelde deelaanbieders de stad overspoelen met fietsen, snorfietsen en deelauto's. Maar we zien ook de potentie van een gebalanceerde aanpak waarin er voldoende aanbod is dat voor veel mensen aantrekkelijk is om een deelauto te gebruiken in plaats van een eigen auto. Dus wat ons betreft is een krachtig sturende overheid gewenst op dit dossier. Juist wat betreft deelauto's zouden we eerder een concessie wensen dan het volledig aan de markt overlaten, op deze manier krijgen ook minder winstgevende plekken een deelauto.
Hoe staat de wethouder daarin? Verder zien wij veel meer in deelfietsen of deel-e-bikes dan in deelscooters, vooral vanwege het ruimtebeslag, en is de wethouder daarover met de aanbieder in overleg, of aanbieders? En waarom hebben we eigenlijk wel deelscooters en geen deelfietsen? Maar we zijn natuurlijk ook echt heel benieuwd naar de resultaten de komende tijd en dan met name het instellen van hubs en natuurlijk de vraag:
30
vervangen deze deelscooters echt de vraag naar korte autoritten? Tenslotte is onze fractie van mening dat alle nieuwe commerciële deelvoertuigen en ondersteunende diensten per direct emissievrij moeten zijn en alle bestaande per 2026 moeten vervangen worden door emissievrij. Er is geen excuus meer om niet-emissievrije deelmobiliteit te hebben in Haarlem. De voorzitter: Hartelijk dank. Mevrouw Moedt, Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. in de commissie Beheer van 8 juni hadden we het over elektrische auto's en een aantal partijen gaf aan elektrische privéauto's te zien als een oplossing voor problemen met luchtkwaliteit en CO2. Maar materiaaldeskundigen geven aan, er zijn niet genoeg grondstoffen en vertrouwen op technologische innovatie kunnen we niet. De materiaalefficiëntie zou dan met tientallen procenten moeten toenemen en dat is het verleden nooit gebeurd en dat gaat waarschijnlijk ook niet gebeuren. Tel hierbij op het beslag dat auto's leggen op openbare ruimte en verkeersveiligheid en er zit maar één ding op: we moeten af van een groot deel van de privéauto's. Nou de nota. Er staan goede dingen in. We zien coaches terug die mensen extra helpen met opstarten, Park & Rides aan de rand van de stad. Maar ik hoorde dat de Park & Ride bij Spaarnwoude voor 80 procent wordt bezet door Haarlemmers die daar vanaf huis met de auto heen rijden.
Wethouder, is dit echt zo? En zo ja, kunnen we naast het fietsbeleid iets aanpassen bij die Park & Ride om deze mensen te motiveren hier vaker op de fiets heen te gaan? Dan een vraag over particulier autodelen. Het is te verwachten dat, gezien de richting die we als gemeente uitgaan, in de toekomst meer mensen hun eerste of tweede auto wegdoen. Het aantal auto's dat via een deelplatform wordt aangeboden particulier zal waarschijnlijk dalen. Dat kan de ambities van Haarlem tegenwerken. Hoe ziet de wethouder dit en hoe kunnen we hierop inspringen? En de deelfietsen, ja, daar worden we vrolijk van. Net als in Amsterdam om de paarhonderd meter een deelbakfiets, zodat je voor je zware wekelijkse boodschappen of een stel kinderen met een uitwedstrijd in Hoofddorp niet de auto hoeft te pakken en ook niet zelf zo’n bakfiets hoeft aan te schaffen voor af en toe. Kunt u zorgen dat de Haarlemhouders hier een fikse korting op krijgen? Samenvattend, voorzitter, fijn dat er deelvervoerbeleid is en we zijn benieuwd naar de uitwerking ervan. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank, mevrouw Moedt, echt prima binnen de tijd. Wie mag ik … Mevrouw Schneiders, GroenLinks Haarlem. Mevrouw Schneiders: Dank u wel. Ook GroenLinks vindt deelmobiliteit natuurlijk heel erg belangrijk.
Het helpt om te voorkomen dat er veel stilstaande auto’s zijn, want we hebben natuurlijk veel auto's die stilstaan in de stad, die wel ruimte innemen in de openbare ruimte. Dat is eigenlijk zonde van die ruimte, want daar kunnen we iets anders mee doen, bijvoorbeeld hem vergroenen. Mooi als dat dus minder zou worden en als mensen een auto gaan delen. Ik wilde nog iets zeggen over de relatie met het parkeerbeleid waar we het in het begin over hadden. Naar mijn mening heeft dat er dus niks mee te maken, deelmobiliteit is altijd waanzinnig belangrijk om in te voeren, omdat we dan minder auto's hebben. Dat emissievrij, daar heb ik een vraag over, mijnheer de wethouder. U zegt in de nota op een paar plekken: 2025 emissievrij. Dan staat daarna iets van stapsgewijs: stapsgewijs is in 2025 al het vervoer en alles eromheen ook emissievrij. Ik zou graag willen weten wat u bedoelt met dat stapsgewijs, dat vind ik een beetje gevaarlijk. Particulier initiatief stimuleren ben ik het helemaal mee eens, maar dan komen we wel misschien met een risico dat dat niet emissievrij is in 2025 en ik denk dat dat toch belangrijker is. De laadpalen en zone floating, dan heb je toch behoefte eigenlijk aan laadpleinen en daarom toch aan een soort laadinfrastructuur, zodat er meer palen geplaatst kunnen worden op plekken die praktisch zijn en het niet afhankelijk is van de koper van een auto.
Dat moet eenvoudig te realiseren zijn, en als de gemeente zelf geen mensen heeft, vraagt dan aan een aanbieder bijvoorbeeld om
31
een plan aan te leveren hoe je dat laadinfrastructuur kan maken. De hubs, belangrijk naar mijn idee, vooral als er keuzes zijn voor vervoersmogelijkheden. Een hub waar je een fiets, een scooter, eventueel een auto of een bakfiets kunt lenen, zoals ook Partij voor de Dieren al voorstelde. Het Stationsplein, daar zou dan niet een hub moeten komen, maar wel vakken voor scooters. Ik vraag me af waarom dat dan niet een soort hub kan zijn, waardoor je een scooter, maar ook een fiets daar bij het Stationsplein kan lenen. Voordeel ten opzichte van die fietsen van de trein van de NS is dat je hem niet hoeft terug te brengen. Maar ook bij andere knooppunten is een hub belangrijk. Dan had ik nog één ding, maar toen verdween alles. Deelscooters. Zijn er geen cijfers? Want we hadden volgens mij al eerder gevraagd om cijfers van het gebruik van die deelscooters sinds de helmplicht, want we doen nu een soort gok dat die er wel of niet zijn, maar ik vroeg me af of we daar niet meer zekerheid over kunnen hebben hoe dat nou zit met het gebruik van die deelscooters en de snelle fietsen. Dank u wel. De voorzitter: Ook perfect binnen de tijd, heel goed. Nu is uw spreektijd helaas ook verdwenen, dat moet ik erbij zeggen. Ik zie mijnheer Visser, u heeft het woord. De heer F. Visser: Dank u wel, voorzitter.
De PvdA had het net over overlast in Schalkwijk en dat is eigenlijk een mooie samenvatting van de discussie die we vorige keer hadden over free-floating of niet. Toen was de commissie volgens mij heel helder: de hub. De tekst is aangepast, maar voor een paar wijken, niet voor alle wijken. Wat ons betreft komt het er echt steviger in te staan, krijgen we een uitsterfbeleid voor free-floating en gaan we echt toe naar hubs. Graag een toezegging van de wethouder, anders overwegen we daar een motie over. Tenslotte één zinnetje die me heel erg opviel en intrigeerde was dat een laadpaal voor zonefloating heeft voorrang boven een laadpaal voor een vaste standplaats. Hierbij zal ook laadpaalkleven door deelauto’s voorkomen moeten worden. Toen dacht ik echt: de wethouder is volgens mij heel slim, dus de wethouder heeft vast een slimme oplossing. Hoe gaan we nou laadpaalkleven door deelauto’s voorkomen? Want je doet je deelautoritje … De voorzitter: Zou u willen afronden? De heer F. Visser: … en je gaat laden, dan ben je niet meer verantwoordelijk voor die auto. Dus gaat wethouder op pad om alle laadpaalklevende deelauto's elke dag weg te halen of zo? Ik ben heel benieuwd. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Aerssens, VVD. De heer Aerssens: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, kort. Wij hadden inderdaad dezelfde opmerking als de ChristenUnie maakt over laadpaalkleven van deelauto's.