06 Bijlage 5 Rapportage eerste gespreksronde focusgroepen
Tekst van het document
Een I&O Research rapportage
Monitoring pilot vrije openingstijden horeca Haarlem
Focusgroepen onder deelnemende horecaondernemers
www.ioresearch.nl
Inhoudsopgave
Colofon
Inleiding
03
Rapportnummer
2023/137
Conclusies
04
Datum
18-07-2023
Belangrijkste bevindingen
06
Uitgevoerd door
I&O Research
1. Context Haarlem
07
Gespreksleider
Ronnie Maathuis
2. Aanloop naar de pilot
09
Contactpersoon gemeente Haarlem
Inge van Gansewinkel
3. Eerste ervaringen pilot
10
4. Toekomst
11
2
Inleiding Achtergrond & doelstelling
Onderzoeksopzet
De gemeente Haarlem heeft aangegeven dat er in Haarlem behoefte is aan een impuls van het nachtleven. De stad, met haar bloeiende dagcultuur, zou ook een diverse nachtcultuur verdienen. Per 1 juni 2023 is er daarom een pilot met vrije openingstijden voor de horeca gestart. Deelnemende zaken mogen daarbij zelf hun openingstijden bepalen.
Op maandag 3 juli 2023 hebben er twee groepsgesprekken plaatsgevonden op het Stadskantoor Zijlpoort te Haarlem. Van de 17 deelnemende zaken aan de pilot, deden er 16 mee aan de gesprekken.
De gemeente wil via monitoring inzicht in hoeverre de vrije openingstijden bijdragen aan een verrijking van de nachtcultuur en wat het effect is op de openbare orde en het woon-, werk- en leefklimaat. Onderzoek onder de deelnemende horecaondernemers maakt onderdeel uit van de monitoring. Na bevestiging van deelname aan de pilot, zijn alle 17 horecazaken via de gemeente uitgenodigd voor dit onderzoek. Het doel is om in deze gespreksronde via twee focusgroepen de verwachtingen en eerste ervaringen van de ondernemers met de pilot op te halen. Ook na afloop van de pilot zullen zij bevraagd worden via een nog op te zetten onderzoeksspoor. De inzichten uit de gespreksrondes dienen bij te dragen aan een goed geïnformeerde en onderbouwde beslissing van de gemeenteraad over het al dan niet voortzetten van de vrije openingstijden en, zo ja, in welke vorm.
De gesprekken werden geleid door een onderzoeker van I&O Research. Twee vertegenwoordigers van de gemeente Haarlem waren aanwezig als observanten en konden aan het eind van de gesprekken toelichtingen verschaffen en vragen beantwoorden. Gesprek 1: 11:00-13:00
Gesprek 2: 14:00-16:00
Bar Wigbolt
Kokonoches
Baja Beach Bar
Café Stiel’s
The Wolfhound
Bugsy’s / Polo Bar (2 personen)
Het Patronaat
Skatepark Haarlem
Bobbi Bar-Dancing / Café de Koning
Coster 52°
Café du Theatre
De Flapcan
Van Beinum Restaurant Toujours (2 personen) 3
Monitoring pilot vrije openingstijden horeca Haarlem
Conclusies
Conclusies De pilot vrije openingstijden biedt de deelnemende horecaondernemers meer vrijheid en flexibiliteit bij het runnen van hun zaak. De ondernemers verwachten dat zij, met name door het belang dat de gemeente hecht aan leefbaarheid, zeker op korte termijn nog in beperkte mate van de vrije openingstijden gebruik zullen maken. De volledige potentie van vrije openingstijden zal wat hen betreft, onder voorwaarden, nog moeten blijken in andere seizoenen en rondom feestdagen en evenementen. 1. Context Haarlem
2. Aanloop naar de pilot
3. Eerste ervaringen pilot
4. Toekomst
Door de veranderingen in het woonklimaat en de demografie van Haarlem in de afgelopen jaren (minder studenten en meer jonge gezinnen), is er momenteel nauwelijks nog sprake van een nachtcultuur.
Vrije openingstijden worden door de meeste ondernemers niet als dé oplossing gezien. Men verwachtte bij zichzelf weinig verandering en zag risico’s dat horeca met weinig expertise nu mogelijk ook zou gaan ondernemen in de nacht.
De pilot speelt in op de behoefte van de ondernemers aan meer vrijheid en flexibiliteit. Invulling uit zich echter tot dusver in slechts een extra weekend-uurtje of een extra laatste ronde doordeweeks.
Met name de ondernemers uit het centrum verwachten op korte termijn geen grote veranderingen door de pilot. Horeca zonder of met weinig omwonenden kan er wel al direct meer op inspelen.
Naast afschaling van toezicht en handhaving op straat, signaleren de ondernemers dat de gemeente relatief veel belang hecht aan leefbaarheid in het centrum en het tegengaan van (geluids)overlast.
De meeste ondernemers gaven zich op voor de pilot om later te kunnen bepalen in hoeverre zij de vrije openingstijden gaan inzetten. Het aanmeldproces verliep soepel.
De ondernemers kijken vooral eerst nog de kat uit de boom:
De meeste ondernemers zien (wel) kansen later in het jaar. Zoals ten aanzien van het winterseizoen, feestdagen voorafgaand aan een werkdag en rondom evenementen.
De ondernemers hebben behoefte aan (meer) vrijheid en flexibiliteit om te komen tot een gevarieerd aanbod van dag- en nachthoreca.
Een aantal ondernemers ondervindt grote hinder van de negatieve verwachtingen onder omwonenden als gevolg van de communicatie over de pilot.
• Er staat nog geen grote groep (nieuwe) klanten klaar om te ontvangen, waar je ook je organisatie op moet inrichten. • Men is huiverig voor het (in perceptie van omwonenden) veroorzaken van extra overlast. • Juni betrof een relatief rustige, warme maand zonder events.
Zicht op continuïteit (ten aanzien van bedrijfsinvesteringen) en meer toezicht en handhaving zijn voor hen belangrijke voorwaarden voor het succes van vrije openingstijden op de langere termijn. 5
Monitoring pilot vrije openingstijden horeca Haarlem
Belangrijkste bevindingen
1. Context Haarlem
Door veranderingen in de demografie van Haarlem in de afgelopen jaren is er nauwelijks nog sprake van een nachtcultuur De ondernemers vertellen dat Haarlem in hun ogen momenteel slechts een beperkte nachtcultuur heeft. Dit is volgens hen in het verleden wel anders geweest. Mede door het verdwijnen van enkele (unieke) opleidingen zoals Small Business en Scheepsbouwkunde, is Haarlem steeds minder een studentenstad geworden. Daarnaast kent Haarlem veel concurrentie van het grote aanbod clubs in Amsterdam en van – met name in de zomer –strandtenten en festivals. Via apps zoals Amigos zouden jongeren elkaar ook meer vinden voor spontane huisfeestjes. De horeca in een stad is volgens de ondernemers grotendeels een gevolg van vraag en aanbod. Door de huidige demografie aan relatief veel dertigers en veertigers – veelal tweeverdieners met jonge kinderen – kent Haarlem momenteel in de avond vooral een terras-, borrel- en restaurantcultuur. Voor deze relatief welvarende doelgroep is er in de stad momenteel voldoende te vinden aan mainstream, hippe en/of meer high-end horecazaken. De ondernemers zijn het met elkaar eens dat een stad als Haarlem een nachtcultuur verdient, maar twijfelen of het op dit moment daar wel de inwoners voor heeft. Er zijn in Haarlem weinig alternatieve plekken meer over met een zogenoemd ‘rafelrandje’ en de stad is niet inclusief voor jongeren.
Plekken als Slachthuis laten volgens hen zien dat er wel een groep is die behoefte heeft aan een alternatief aanbod.
“De Haarlemse nachtcultuur en –horeca is allemaal veilig en comfortabel. Erg binnen de lijntjes en vrij lafjes.”
“Wat studentikoos was, is nu verworden tot een elite-bolwerk. Het is niet inclusief en divers”
“Als de yuppen om 01:00 thuis de oppas moeten aflossen, valt het dood in de stad.”
7
1. Context Haarlem
De beperkte toezicht & handhaving en de ervaren prioriteit voor leefbaarheid vormen barrières om te ondernemen in de nacht Afgeschaalde toezicht & handhaving op straat
Ondernemers vs. omwonenden
De ondernemers uit het centrum merken op dat de laatste jaren toezicht en handhaving op straat tijdens de nachtelijke uitgaansuren van Haarlem zijn afgeschaald. Waar deze vroeger in ieder geval zichtbaarder waren, met onder meer politie te paard en op de fiets, lijken overlastgevers nu vaak ruim baan te hebben in straten en stegen zoals rond de Smedestraat. De ondernemers geven aan er zelf of via hun beveiligers maar tot op zekere hoogte op te kunnen acteren.
Een ander ingewikkeld punt is volgens de ondernemers de geluidsoverlast die sommige omwonenden in de uitgaansgebieden ervaren, en fanatiek melden bij politie en gemeente. Er komen steeds meer (dure) woningen in de binnenstad en lijkt het erop dat de gemeente veel prioriteit geeft aan leefbaarheid. En daarmee ook relatief veel gehoor geeft aan de klachten van wat volgens de ondernemers maar een kleine groep is. Een van de ondernemers omschrijft het als een ‘vertrutting’ van het horecabeleid.
De ondernemers signaleren overlast in de vorm van personen die op straat schreeuwen, urineren, overgeven, afval achterlaten en/of met glas gooien. Zij steken de hand in eigen boezem dat hier (vertrokken of rokende) gasten uit hun eigen zaken tussen kunnen zitten, maar geven daarnaast aan dat er veel overlast wordt veroorzaakt door niethorecagasten. Dit zijn bijvoorbeeld rondhangende minderjarigen die nergens binnenkomen en passanten op de doorgaande wegen voor hun horecazaken.
Overlast van uitgaanspubliek voor omwonenden lijkt met name te spelen bij de horeca in het centrum, zoals in de Smedestraat. Horeca tegen of verder weg van de binnenstad, zoals in de Waarderpolder, hebben niet of nauwelijks te maken met overlast. Nachthoreca naar dergelijke buitengebieden verplaatsen, zien de ondernemers echter niet als een optie omdat nachthoreca ook bij een volwassen stadscentrum zou horen.
Een vrij recente, mogelijk tijdelijke, ontwikkeling zijn de veranderde dynamieken als gevolg van de coronapandemie. Er is volgens de ondernemers een groep jongeren die zich moeilijker en later lijkt aan te passen aan de gangbare sociale omgangsregels, wat heeft geleid tot extra handhavingsproblemen binnen en buiten de kroeg. “Er is ruimte voor overlast: de gelegenheid maakt de dief.”
Enerzijds willen ook de ondernemers overlast voorkomen. Naast fysieke schade, zijn zij niet gebaat bij negatieve berichtgeving en procedures die tegen hen worden ingesteld. Anderzijds vinden zij dat het in een stad met een nachtcultuur onmogelijk altijd muisstil kan zijn. Geluid hoort bij het wonen in de stad. Een balans vinden lijkt hen een complexe opgave. Vrijheid en flexibiliteit om te kunnen experimenteren met concepten helpt in ieder geval om tot een gevarieerd en passend aanbod te komen.
“Er is een kleine groep omwonenden die hier dominant is, die weten goed de weg naar de handhaving, maar de andere 95% hoor je niet. Er mag wel meer geluisterd worden naar het positieve geluid in de stad.”
“Als horecaondernemer voel je je soms als een cowboy of melaatse afgeschilderd worden.”
8
2. Aanloop naar de pilot
De flexibiliteit maakt dat men zich heeft ingeschreven, maar de animo voor vrije openingstijden was aanvankelijk beperkt De deelnemende horecaondernemers hoorden medio 2019 al over plannen van de gemeente Haarlem voor aanpassingen van de openingstijden. In het eerste stadium zou het nog niet specifiek over vrije openingstijden zijn gegaan, maar kwamen er andere varianten aan bod zoals de zogenoemde ‘venstertijden’ waarbij gasten na een bepaalde tijd ergens binnen moeten zijn en niet meer van zaak mogen wisselen. Een enkele zaak heeft zich toen hard gemaakt voor vrije uitlooptijden. De meeste ondernemers zagen, en zien, de vrije openingstijden niet als de heilige graal. Voor hen zijn er meerdere wegen naar Rome om tot een impuls van de nachthoreca te komen, zoals het gebruiken van alle beschikbare nachtvergunningen. Of toestaan dat zaken met een nachtvergunning voor 20.00 uur open mogen en dat er meer flexibiliteit is rondom feestdagen, evenementen en het verzetten van de klok. Echter, moet daar wel animo voor zijn. Blijkbaar zijn momenteel namelijk niet alle beschikbare vergunningen in gebruik. Daarnaast noemen enkelen het risico dat zaken met weinig verstand van nachthoreca en beveiliging het toch gaan proberen. Toen eenmaal het plan voor de huidige pilot ontstond, is dit bij de meeste ondernemers met enige scepsis ontvangen.
De flexibiliteit die je bij de invulling van je deelname als horecazaak hebt, lijkt voor velen de voornaamste reden te zijn geweest om zich toch in te schrijven. Het lijkt een bepaalde vorm van F.O.M.O. (fear of missing out), waarbij je niet de boot wil missen, mocht het concept succesvol worden. En men wil graag de huidige concurrentiepositie behouden. “Iedereen dacht dat het totale chaos zou gaan worden maar dat is helemaal niet de doelstelling. Wij willen een bepaalde kwaliteit waarborgen, niemand is op zoek naar een doorhaalfeest tot 10:00. ”
Over het aanmeldproces hebben de ondernemers weinig tot geen opmerkingen. Met name de grotere en oudere horecazaken herkenden in het op te stellen veiligheidsplan veel bekende vereisten. Het invullen ervan was voor hen een vrij eenvoudige exercitie. De daaropvolgende communicatie van de gemeente heeft echter wel tot hinder geleid voor een aantal ondernemers. De gemeente heeft in het kader van transparantie over het beleid de namen van de deelnemende zaken gepubliceerd. Deze berichten hebben bij omwonenden en andere belanghebbenden tot heftige reacties en tot – in perceptie van de ondernemers – verkeerde verwachtingen geleid. Zo geven enkele ondernemers aan dat sommige omwonenden of bezoekers er automatisch vanuit gingen dat deelnemende zaken nu per definitie langer open zouden blijven. Voor een van de relatief jongere zaken had de publicatie een positief effect en zagen zij zichzelf er meer door op de kaart gezet. De ondernemers begrijpen dat de gemeente transparant moet zijn, maar vinden het jammer dat de berichtgeving het door hen ervaren negatieve sentiment rondom de Haarlemse horeca lijkt te hebben gevoed. Het heeft hun reputatie geen goed gedaan, zonder dat zij hebben kunnen aangeven in welke vorm zij van de pilot gebruik denken te zullen maken.
In vergelijkbare zin, noemt een ondernemer de in zijn ogen negatieve vraagstellingen van de recente inwonersenquête, waarbij er teveel nadruk op het thema overlast zou liggen en te weinig nadruk op de mogelijk positieve effecten van de toen nog aanstaande pilot.
“Na een nieuwe klachtenstroom in 2019 hebben wij horeca het narratief gekanteld: geef ons ruimte en vertrouwen zodat wij kunnen ontdekken wat leuk is en waardoor ook de overlast vermindert.”
9
3. Eerste ervaringen pilot
De pilot biedt de ondernemers vrijheid en flexibiliteit, maar men kijkt momenteel vooral nog de kat uit de boom Af en toe wat langer open
Kat uit de boom kijken
Het concept van vrije openingstijden speelt bij de ondernemers positief in op hun behoefte aan vrijheid en flexibiliteit bij het runnen van hun zaak. De invulling die men in de eerste maand aan de pilot heeft gegeven, is echter voor de meeste ondernemers naar eigen zeggen nog minimaal geweest. Hun toepassing heeft zich tot nu voornamelijk beperkt tot bijvoorbeeld een extra (half) uur op een weekendavond of een extra laatste ronde op een doordeweekse avond. Eén zaak geeft door de pilot nu feesten tot laat wat eerst niet kon op hun locatie in de Waarderpolder, wat voor een relatief jonge doelgroep echt wat toevoegt in de nacht.
Met name de ondernemers in het centrum stonden bij aanvang van de pilot nog niet gelijk in de startblokken, maar lijken daarentegen vooral eerst te willen wennen:
Na een enkele maand is het voor de ondernemers nog (te) vroeg om de impact van de pilot goed te kunnen bepalen. Wel dat het door de enkele verlengde avonden per saldo tot een wat hogere omzet heeft geleid. Maar het belangrijkste voordeel wat zij tot dusver zien, is het extra comfort waarmee ze hun avonden kunnen uitluiden. Ze hoeven hun gasten minder te pushen en kunnen hen gelijkmatiger de zaak doen verlaten. Het uitgangspunt is voor de ondernemers vooralsnog niet om tot vaste langere openingstijden te komen. Dit maakt ook dat de ondernemers er ook nog niet zelf over communiceren naar hun publiek. Ze weten nog niet waar de pilot toe leidt en willen ook geen (valse) verwachtingen scheppen bij gasten en omwonenden. Gasten zouden hen op de optie om langer open te blijven kunnen gaan wijzen. Voor nu zien zij de meeste heil in het spontaan kunnen verrassen van hun gasten met een extra uurtje of drankronde ‘zolang het nog gezellig is’. “Het haalt de stress weg. Goed dat het ook begint in het buitenseizoen, nu kan iedereen aan het idee wennen. Dit heeft ook tijd nodig.”
•
Beperkte doelgroep: er staat nog geen grote groep (nieuwe) klanten klaar om te ontvangen. Nieuwe, vaste concepten betekenen ook dat je je organisatie daarop moet aanpassen, zoals barpersoneel en beveiliging. Er zijn in Haarlem weinig studenten voor de diensten in de nacht. Enkelen geven aan nu af en toe het personeel van dienst de vrije keuze te geven om iets langer open te blijven.
•
Huiverig voor overlast: men is terughoudend omdat men niet gelijk de eigen ruiten wil ingooien door het veroorzaken van (extra) klachten onder omwonenden. Een aantal ondernemers heeft het gevoel op eieren te moeten lopen en de schijn tegen te hebben.
•
Zomerperiode: juni betrof een relatief rustige, warme maand zonder evenementen. De stad concurreert in een dergelijke periode met de strandtenten en festivals. Voor de gasten die onder invloed daarvan terugkomen, wil men niet per se langer openblijven. Het wachten is op de herfst, events en feestdagen.
•
Onduidelijkheid continuïteit: de afgebakende pilotperiode schept geen gunstig investeringsklimaat waarop je als ondernemers op kunt anticiperen. Wil je met nieuwe concepten en/of zaken aan de slag, heb je potentiële investeerders meer duidelijkheid te bieden. 10
4. Toekomst
De ondernemers zien potentie in de pilot en in vrije openingstijden op de langere termijn Het lijkt erop dat de pilot meer tijd nodig heeft om de potentie van vrije openingstijden goed te kunnen bepalen. De ondernemers lijken er achter te staan dat de gemeente nu en op een later te bepalen moment het gesprek met hen aangaat in het kader van monitoring. De ondernemers zien voor nu met name de volgende toekomstige kansen: •
Eerder open: horecazaken met al een nachtvergunning kunnen nu eerder open dan 20:00, bijvoorbeeld voor borrels of examenfeestjes.
•
Wintertijd: een uurtje langer open als de klok een uur achteruit gaat.
•
Herfst- en winterseizoen: wanneer mensen liever binnen een zaak verblijven, aangezien de pilot ook alleen geldt voor binnen en niet voor buiten. Er is dan minder concurrentie van terrassen, strand en festivals.
•
Rondom feestdagen: wanneer een feestdag op een doordeweekse dag viel of wanneer er een werkdag volgde op een feestdag, betekende dat voorheen dat je volgens de regels kortere openingstijden had.
•
Rondom evenementen: bijvoorbeeld tijdens Haarlem Culinair, Haarlem Jazz & More en later in het jaar zoals op Kerstavond.
•
Nacht/straat-restaurants: vergelijkbaar met de Witte de Withstraat in Rotterdam noemt een ondernemer de potentie van Haarlemse straten waarin men zowel kan uitgaan, borrelen als dineren tot in de late uren.
•
Gedeelde ‘after party’: waarbij bijvoorbeeld wekelijks telkens een andere zaak het laatste feestje van het uitgaansgebied verzorgt.
•
Nieuwe horecaconcepten: bij uitzicht op continuïteit en voldoende potentieel qua doelgroep kan men zich voorstellen dat op termijn er ondernemers zullen inspringen met nieuwe concepten en zaken.
“Wij hopen dat de nachtcultuur weer stand krijgt. Door samenwerking, en ook over de hele stad. Dat Haarlem een stad wordt voor iedereen, ook in de nacht. En steeds diverser, veilig maar wel met rafelrandjes.” 11
4. Toekomst
De ondernemers zien wel enkele voorwaarden om van de pilot een succes te maken De ondernemers zien enkele voorwaarden waar de gemeente rekening mee dient te houden om van de pilot een succes te maken: •
Meer balans bewoners- vs. stadsbelangen: als de gemeente wil gaan voor een impuls van de nachtcultuur, zal zij het gewicht dat wordt gegeven aan klagende omwonenden moeten heroverwegen zonder eenieders belangen uit het oog te verliezen.
•
Proefperiode van enkele jaren: wanneer de pilot wordt doorgezet, zou je volgens de ondernemers enkele jaren nodig hebben om het effect goed te kunnen bepalen. Hier hangt ook de ontwikkeling van de demografie van Haarlem mee samen.
•
Meer toezicht en handhaving: volgens de ondernemers een vergeten aspect. Strengere handhaving door bijvoorbeeld hogere boetes zou volgens de ondernemers uitkomst kunnen bieden. Politie moet zich daarnaast realiseren dat het niet meer kan anticiperen op vaste sluitingstijden en overlast zich verspreidt over de week en de nacht.
•
Synchronisatie met terrasregels: een ondernemer benoemt de frictie van de pilot met de huidige terrasregels. Door het ‘s nachts moeten opruimen van het terras wordt nu een ingang geblokkeerd die de zaak graag wil hanteren voor de nachtelijke uren om zo juist overlast voor omwonenden te beperken.
•
Tijdig zicht op continuïteit: de ondernemers geven de gemeente mee dat zij tijdig uitsluitsel moet geven over het al dan niet voortzetten van de vrije openingstijden. Dit kan bijvoorbeeld het verschil opleveren tussen sluiten om 01:00 of om 04:00, wat bepalend is voor het businesspotentieel van horecazaken met een relatief jonge doelgroep die pas laat op stap gaat. Hier kan ook afhankelijkheid van een externe investeerder aan gekoppeld zijn.
•
Vasthouden aan uitsluiting snackbars: de ondernemers zien het vaak misgaan qua overlast wanneer verschillende doelgroepen ‘s nachts samenkomen bij snackbars na sluiting van de natte horeca. Echter, blijven de meningen wat verdeeld. Sommige ondernemers redeneren namelijk vanuit ‘gelijke monniken, gelijke kappen’; ook de eigenaren van de snackbars zijn ondernemers en zouden een kans op meer klandizie verdienen.
12
Monitoring pilot vrije openingstijden horeca Haarlem
I&O Research Enschede
I&O Research Amsterdam
Zuiderval 70
Piet Heinkade 55
Postbus 563
1019 GM Amsterdam
7500 AN Enschede
T (020) 308 48 00
T (053) 200 52 00
E info@ioresearch.nl
E info@ioresearch.nl KvK-nummer 08198802