CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

06-22 Transcript Commissie Beheer

commissie Beheer 22 juni 2023, gemeente Haarlem24.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Want rondom het Beresteyncomplex blijft het verdacht stil. En de Kadernota lijkt nu eigenlijk te zeggen dat we alles binnen bestaande ruimte gaan doen. Ik denk als dat zo is, dan gaan we daar spijt van krijgen. Wat ons betreft moet echt de Beijneshal gesloopt worden en moeten we nu in één keer dat

15

Stationsplein goed inrichten voor de komende honderd jaar. En niet voor de komende tien jaar en dan weer problemen hebben. Dus kan de wethouder een tipje van de sluier geven? Eén stap zijn we het niet helemaal mee eens. Dat is stap 4, die stadsstraten. De Schalkwijkerstraat dat is logisch om aan te pakken. Maar waarom de prioriteit van de Amsterdamsevaart? Ja, ik weet, het was tijdelijk. Maar hij is al afgewaardeerd. En als we dan de Wagenweg niet doen en de Amsterdamsevaart wel: ik snap die logica niet helemaal. Hetzelfde geldt voor de Zijlweg. Wat is nou de noodzaak om de Zijlweg aan te pakken? Ik heb daar ook nog niet een redeneerlijn voor gezien, om toch dat woord te gebruiken. Wij zouden dat geld daarvan liever investeren in andere mobiliteitsmaatregelen. Bijvoorbeeld wat knips in de stad, om autoverkeer wat sneller naar de randweg te leiden, en niet door de stad heen. Meer investeren in de fiets. Want de focus ligt nu wel heel erg op de fietsring, maar er zijn veel meer fietsknelpunten in de stad. En meer investeren in OV. Kan de wethouder daarop ingaan? Hoe staat het bijvoorbeeld met de lijnnetstudie? De wethouder deed net al een mededeling, maar die lijnnetstudie lijkt vooral naar de BRT te kijken, en naar de doorgaande lijnen. Maar wij maken ons vooral zorgen over de ontsluitende lijnen in Haarlem.

Buslijn 2 reeds niet zo lang geleden nog vier tot zelfs, in de spits, zes keer per uur. Hij rijdt nu nog maar twee keer per uur. We maken ons zorgen daarover. Dus we moeten ook een visie maken op het ontsluitende busnetwerk in Haarlem. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Visser. En is er dan nog …? Mevrouw Jacobs, OPHaarlem. Mevrouw Jacobs: Ja, dank u wel, voorzitter. Wat OPHaarlem betreft, valt ons op dat de redeneerlijn … Maar wat we missen, is de minder mobielen onder ons. Dus de toegankelijke stad voor mensen die niet met het OV en/of de fiets kunnen. Dus misschien dat de wethouder mij kan overtuigen dat het er wel in staat, of dat er wel aan wordt gewerkt. En ik vraag me af op welke termijn dan dat geregeld is. Ook vindt OPHaarlem belangrijk dat de doorstroming wordt bevorderd en dat de veiligheid voor de inwoners van Haarlem die deelnemen aan het verkeer, zowel lopend, op de fiets, op de scootmobiel, of anderszins zo optimaal mogelijk is. En ja, op een of andere manier heb ik het gelezen, maar toch ben ik niet overtuigd dat het er allemaal in zit. Dus dat wil ik graag even van de wethouder worden of hij mij kan overtuigen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Jacobsz. De heer Aerssens, VVD. De heer Aerssens: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Een aantal punten. Er is al best wel het een en ander gezegd.

Fijn dat er eindelijk ook weer wat ruimte voor de auto is in het gemeentelijk beleid. Iets meer balans, daar mag soms nog wel sprake van zijn en het hele geluid wat we hier zo hebben horen. Wij zijn ook heel erg voor fietsers, voor goede voetpaden, maar ook die auto is onderdeel van ons vervoer. Dus fijn dat we een aantal kruispunten gaan aanpassen en aanpakken. En ook wegen, want dat is op sommige plekken ook gewoon hard nodig. Soms mist echter wel de afstemming. Ik kan een aantal voorbeelden noemen, waar ik er eentje laatst al van zei, waar twee parallelwegen tegelijkertijd aan elkaar dicht zijn, waardoor verkeer een hele grote omweg moet maken en er onveilige situaties ontstaan in wijken. De Partij van de Arbeid heeft het ook al een keer gevraagd, wij hebben het ook al een paar keer gevraagd: wanneer komt er nou een meer, of beter plaatje van wat we aan projecten aan het doen zijn in de stad, en hoe stemmen we ook projecten op elkaar af? Dus ik wil in ieder geval de wethouder vragen om bij afstemming van projecten en de uitvoering echt daar rekening mee te houden dat als we de ene weg afsluiten, dat we niet een andere ook afsluiten wat een alternatieve route is. Wat ik een beetje mis is de N232. De andere wegen Haarlem in zijn wel vermeld, maar deze weg niet en daarmee ook het verkeer richting Heemstede. Ik ben benieuwd hoe de wethouder ziet dat dat verkeer gaat lopen.

Ook zou ik graag nog aangeven dat het vertragen van de bus niet onze voorkeur heeft, omdat ik eigenlijk van mening ben dat het ervoor zorgt dat de bus minder aantrekkelijk wordt, aangezien de reistijd daarmee mogelijk verlengt. Tot slot nog een klein beetje visie, want ik vraag me heel erg af of dit nou uiteindelijk de visie is die we hier zo met zijn allen moeten hebben. Uiteindelijk maken we nog steeds gebruik van dezelfde wegen, willen we nog steeds allemaal met de auto naar het huis komen en had ik eigenlijk wel

16

een keer wat meer visie verwacht van deze wethouder, zeker met betrekking tot vervoer wat om de stad heen gaat. We hebben het daar laatst elke keer over gehad in de radenbijeenkomst, vervoer om de stad heen in plaats van door de stad. Niet achter het station langs, maar er ver bovenlangs. Dat zie ik te weinig terugkomen en ik hoop dat de wethouder daar in ieder geval nog zijn visie op zou willen geven. In ieder geval is bij de VVD visie genoeg en die deel ik graag een keer met de wethouder, maar dat gaat niet in nog 58 seconden. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Aerssens. Is er dan verder nog iemand die ik woord kan geven? De heer Dreijer, CDA. De heer Dreijer: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde verschillende verhalen. Het is een beetje wel lastig lezen, dit stuk. Het is een redeneerlijn, dat is wel een nieuws voor ons, maar het zijn natuurlijk de dingen die al lang besloten zijn, ook in de SOR en andere documenten. Ik vind, voetgangers en fietsers worden wel genoemd in de stukken en dan wordt wel aangegeven dat ze prioriteit hebben. Echter, het klopt wel, je ziet inderdaad meer tekst over de uitvoering met betrekking tot auto en OV. Amsterdamsevaart, daar kan ik ook wel aansluiten bij de heer Visser en zijn mening: moet je die nu wel doen? De Zijlweg heb ik een andere mening.

Het is een drukke straat met veel bochten en een aantal bochten, met name na het viaduct, die best wel gevaarlijk zijn en daar zijn best wel veel bijna-aanrijdingen, en helemaal met fietsers. Dus dat die erin zit, dat vind ik eigenlijk meer dan logisch. Tenslotte heb ik nog één vraag over de statistieken. Er zitten twee van die mooie statistieken over hoe de mobiliteitsverdeling is in Haarlem ten opzichte van de afstanden. Dat zijn cijfers, de laatste zijn uit 2017. Waarom gebruiken we niet de gegevens uit 2021 die al bekend zijn? En de vraag is: in hoeverre komen deze statistieken over met betrekking tot de situatie in Haarlem? Want dat zijn volgens mij de gemiddelde statistieken van Nederland, en als dat niet zo is, dan hoor ik dat ook graag. Maar is dit representatief voor Haarlem? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Dreijer. U schiet ook snel door uw tijd heen, u heeft nog minder dan dertig seconden. Is er verder nog iemand die het woord wil voeren over de redeneerlijn? Dat lijkt niet het geval te zijn. Wethouder Van Leeuwen, dan aan u het woord. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel en commissie, dank voor alle vragen en ook dank voor al het meedenken bij deze redeneerlijn. Want ik zal eerst beginnen wat het niet is. Het is geen visie, het is geen beleid, want daar gaat u over.

Het is eigenlijk – en dan ga ik al het werk van alle deskundigen die hieraan gewerkt hebben wellicht een beetje te denigrerend wegzetten, maar ik doe toch voor het gemak van het begrip – eigenlijk is dit de achterkant van een bierviltje of van een sigarendoosje waarop wij aan u in de kadernota voorstellen: hoe gaan we nou om met die grote projecten waar u al over heeft besloten? In de SOR, de Structuurvisie Openbare Ruimte, de zeer oudgedienden onder u kennen dat beleidsstuk nog, de Omgevingsvisie en het Mobiliteitsbeleid. Oftewel, u heeft met elkaar een kader uitgegeven en wij – en daar gaan we het straks ook over hebben – hebben gezegd: niet alles kan tegelijk. Dat kan ook niet qua euro’s, dus qua investeringsmiddelen kan het ook niet. Dus hebben we gezegd: we leggen die plannen op elkaar, dat doen we eigenlijk gewoon zodat we in de kadernota aan u iets zinnigs kunnen voorstellen. Wat zijn nou de grote ingrepen die extra – en dan geef ik een aantal antwoorden op vragen – die extra bovenop wat we bij beheer en onderhoud doen, want als we beheer en onderhoud doen, dan kijken we: kan daar 30, kan daar een fietsstraat, kan daar vergroening, kan daar vernatting? Nou, alles wat u met elkaar heeft vastgesteld in de Omgevingsvisie, dat kijken we dus al bij groot onderhoud. We kijken ook naar toegankelijkheid.

Dat doen we altijd al, maar wat moet daar nou bovenop gebeuren om uiteindelijk onze stad, onze regio bereikbaar te houden? Daar zitten inderdaad knips in waarvan ik een aantal mensen hoor zeggen: wat fijn dat u eens iets voor die auto doet. Ja inderdaad, als wij een goed deel van onze stad zeer autoluw en mensvriendelijk willen

17

inrichten, voor fietsers, voor voetgangers, voor groen, voor water, dat betekent dat inderdaad op die N200 en die N205 zullen doorstromingsmaatregelen nodig blijven. Want anders dan en dat staat vast. Allemaal weer vanuit uw beleid, dat het autoverkeer, autofrequentie niet gaat toenemen. Dus dat staat natuurlijk in uw Mobiliteitsbeleid van 2021. Tot 2030 blijft het aantal autobewegingen gelijk en we krijgen meer inwoners, dus dan moet je iets doen op fiets, op OV, op voetgangers. Daarvoor moet die doorstroming op die ring, op die N200 en N205 beter. Dus ik hoor een aantal mensen zeggen: waarom moet dat nou? Nou ja, dat moet omdat het nodig is om de rest van de stad ook voor die fietser en voetganger bereikbaar te houden. Dus geen visie, geen beleid, maar wel … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Aerssens, VVD. De heer Aerssens: Ik ben benieuwd waar de wethouder vandaan haalt dat het aantal autobewegingen gelijk blijft, aangezien het een landelijke trend toch is dat het aantal autobewegingen en het autobezit nog altijd stijgt. Dus ik ben wel benieuwd waar de wethouder dat vandaan heeft. De voorzitter: Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Van u. U bent mijn opdrachtgever en dat heeft u met elkaar vastgelegd in het Mobiliteitsbeleid. Dus dat is wat wij met elkaar voor u aan het realiseren zijn. Dus dat is ook wat er in deze redeneerlijn de basis is.

De voorzitter: De heer Aerssens, VVD. De heer Aerssens: Mevrouw de voorzitter, leuk dat de wethouder zegt dat dat … Hij presenteert dus de mening van de raad, of een richtlijn van de raad als een feit. Ik ben benieuwd hoe of dat dan bij deze een toezegging is dat hij voortaan belooft dat het aantal bewegingen altijd onder de 30.000 blijft. Ik ben heel benieuwd. De voorzitter: Wethouder Van Leeuwen, daar zijn we allemaal benieuwd naar. Wethouder Van Leeuwen: Kijk, u heeft natuurlijk een beleidsambitie en dan geef ik gelijk een antwoord op een vraag van de heer Dreijer van het CDA. De statistieken die zijn opgenomen op pagina 7 komen uit het door u vastgestelde Mobiliteitsbeleid en daar ziet u per afstand, en dat vind ik zelf altijd een heel intrigerend figuur, ziet u per afstand hoe reizen worden afgelegd. Dan ziet u bijvoorbeeld, en die vind ik altijd zelf het meest intrigerend, dat voor de vervoersbewegingen onder de – en dan moet ik even goed gluren hoe ik hem ook alweer las – onder de tweeënhalve kilometer gaat alsnog 20 procent van de mensen met de auto. Ik denk daar altijd aan, ik liep er gister langs op weg naar het halen van een ijsje met dit warme weer, de Soendaplein Albert Heijn. Daar ben je als fietser je leven niet zeker en als automobilist zet je hem voor de deur of rij je hem eronder.

Als wij op die manier onze stad inrichten, dan zullen mensen ook onder de tweeënhalve kilometer die auto blijven nemen. Wat u met elkaar heeft vastgesteld in de Omgevingsvisie en Mobiliteitsbeleid, wij willen met elkaar anders gaan reizen, zodat in ieder geval onder tweeënhalve kilometer en ook onder de vijf kilometer dat mensen anders gaan reizen, en als zij voor hun werk of voor familiebezoek uit de stad moeten, dat ze wel met die auto makkelijk via die N200 en die N205 de stad uit komen en daarom dus ook doorstromingsmaatregelen op die wegen die in dit pakket zitten. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Aerssens, VVD.

18

De heer Aerssens: Mevrouw de voorzitter, dank u wel. Een ijsje snap ik, maar wat nou voor zware boodschappen? Er blijft toch altijd een gedeelte, zou je denken, dat gewoon met die auto gaat. Dus je komt op een gegeven moment ook niet meer verder. De voorzitter: Wethouder Van Leeuwen, en mag ik u aansporen om iets beknopter antwoord te geven? Want u gebruikt heel veel tijd en we zijn langzaam toe aan de avondmaaltijd. Gaat uw gang. Wethouder Van Leeuwen: U bent allen hongerig, begrijp ik. Maar ik ga er ietsje sneller doorheen. Dus ja, dit is ten behoeve van voetgangers en fietsers en dat zit dus in grote projecten hier niet gelijk in, maar daar wordt u op uw wenken bediend, want we komen binnenkort met het Fietsbeleid en het Uitvoeringsprogramma Fiets komt daarna bij u terug. Maar het klopt inderdaad, dat is een antwoord dan gelijk op de heer Van den Berg van D66, het uitvoeren van de fietsring duurt lang, want het gaat mee met groot onderhoud. Tegelijkertijd zie je ook andere overheden, Rijkswaterstaat is zo'n voorbeeld, dat heb ik eerder in de commissie ook al gezegd, die leggen alleen nog maar terug wat er lag. Dus wij maken alsnog uw beleidsambities, onze beleidsambities waar via groot onderhoud. Je hebt ook gewoon Rijkswaterstaat, die legt een brug neer zonder fietspad, leggen ze alsnog weer een brug neer zonder fietspad.

Dus wij nemen alsnog die beleidsambities mee, dus daarmee maken we het nog waar, terwijl ik zie echt andere overheden gewoon die keuze niet eens meer maken. Dus dat is de manier waarop we dat doen en dat is ook de manier waarop het werkbaar blijft, want anders dan hebben we noch het budget, noch de mensen om dat waar te maken, zie ook het volgende agendapunt. Ik ga er ietsje sneller doorheen. De heer Van den Berg vroeg ook noordzijde station. Nou, het is zo dat wij voor de zuidzijde hebben we een subsidie gehad van het Rijk, daar hebben we MIRT-gelden ontvangen. Dus daar kunnen we aan de gang, dat was ook een vraag van heer Visser van de ChristenUnie. Daar komt zo snel als mogelijk, volgens mij na de zomer komt er een projectvoorstel hoe we dat dus gaan doen. Dus die stond even in de ijskast, want daar was geen budget voor, voor Nieuw Zuid was wel budget voor. Dus u ziet terecht dat Nieuw Zuid ietsje voorloopt. Maar met de zuidzijde van het station gaan we aan de gang. De noordzijde duurt iets langer, want zolang we daar geen middelen voor hebben, dan stokt ook die planvorming even. Het wordt wel natuurlijk integraal meebewogen wat er aan robuuste keuzes, zoals in jargon heet. Dat is geen B1-niveau, weet ik, van de duidelijke taal, maar wat zijn nou keuzes die niks anders in de weg zitten, probeer ik even ….

De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Visser, ChristenUnie. De heer F. Visser: Mijn vraag was: het Beresteyncomplex, ofwel de Beijneshal. Ik kreeg uit de kadernota echt de indruk dat er naar het huidige plein wordt gekeken en dat de Beijneshal gewoon blijft. Volgens mij gaan we dan heel veel miljoenen weer in een plein stoppen waar we over tien jaar spijt van hebben. Of gaat de Beijneshal nu toch gesloopt worden en heeft de wethouder inmiddels een akkoord met de projectontwikkelaar? De voorzitter: Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Dan spreekt het college met één mond, maar dit lid van het college weet hier niet de laatste stand van zaken van. Dus dat zal ik technisch voor u beantwoorden, want dat weet mijn collega van ruimtelijke ordening natuurlijk een stuk beter dan ik. Dan nog een aantal concrete vragen. Hoe ga je nou met die stadstraten? Wat we daar hebben gedaan – en dat is natuurlijk ook wel weer het antwoord wat ik net al gaf op de heer Van den Berg – we kunnen onze mensen en we kunnen ons geld maar één keer inzetten. Dan zien we dat de Wagenweg nog redelijk recent is heringericht, dat je wellicht – en dan geef ik ook weer antwoord op een tweede vraag van de heer Van den Berg – met een pilot quick wins dat je daar nog iets kan doen om echt 30-kilometerproof te maken. Maar het asfalt op het fietspad en het asfalt op de weg ligt er nog

19

redelijk bij. Als je dan kijkt naar de Amsterdamsevaart, daar ligt een hele rare fietsstrook waar iedereen, elke fietser tegen de richting in gaat fietsen. Daar gaan we gebiedsontwikkeling doen. De klinkers, als je daaroverheen fietst, dan rammelen bijna de vullingen uit je tanden. Dus dat is er zo eentje, als je daar echt de fietssituatie kan verbeteren terwijl er ook gebiedsontwikkeling plaatsvindt bij Oostpoort, dan moet je die misschien – o, daar gooi ik bijna mijn glas om – dan moet je die misschien wel eerder doen. Als u daar anders over denkt, dit zijn dus jaartallen die natuurlijk in het voorgestelde IP bij de kadernota staan, geef het mee. Ik hoor ook heel duidelijk wat u zegt, want dit is natuurlijk enigszins arbitrair. Als u zegt, ik hoor de heer Visser daar heel duidelijk zeggen van de ChristenUnie: doe liever geen enkele stadsstraat, maar doe knips. Nee, ik sla hem even heel erg plat. Want bijvoorbeeld ook, u weet ook, bij de Zijlweg, er gaan bijzonder veel studenten naar het Nova College en Inholland, ook dat fietspad is daar eigenlijk echt te smal om die fietsstromen aan te kunnen.

Ook daar gaat gebiedsontwikkeling plaatsvinden op den duur, hoe ga je die straat recht doen aan het verkeer wat daar zit? Nou, dat is een inschatting, welke moet eerst en hoe ligt die er nu bij? Dus dat is ook even je afschrijving: gooi je je net nieuwe broek al weg, omdat je een nieuw modelletje ziet? Ons voorstel is dus zoals in deze notitie staat. De fietsroutes uit de SOR … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Visser, ChristenUnie. De heer F. Visser: Voorzitter, ik hoor nu de wethouder een paar argumenten noemen voor de Zijlweg, die neem ik even tot me, we wachten de voorstellen af. Ik denk dat daar met quick wins ook heel veel bereikt kan worden. Terwijl, bij de Wagenweg, ik heb mijn twijfels, moeten die twee niet uitgewisseld worden? Begrijp ik nu goed dat de wethouder zegt wat betreft de Amsterdamsevaart, dat het over de parallelweg gaat en dus niet over de hele Amsterdamsevaart, maar over de parallelweg? Want dat maakt het verhaal wel echt anders. De voorzitter: Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Dat check ik nog even, dus daar kom ik zo bij u op terug nadat ik de andere vraag heb beantwoord, hoop ik. Dus aandacht voor toegankelijkheid.

Ik zei net al, deze grote ingrepen zijn nodig om juist de rest van de stad toegankelijker te maken, waarbij we natuurlijk ook altijd binnen deze projecten kijken: hoe houden we het toegankelijk, hoe maken we het prettig voor voetgangers en fietsers? Want dat blijven natuurlijk de belangrijke keuzes. Wij stemmen natuurlijk projecten af, dus als het helaas per abuis niet goed is gegaan, dan zal ik daar kijken, want we hebben de regio over de regio: wat kan je nou wanneer doen? Want je kan inderdaad niet de N200 en de N205 tegelijk doen. Dat wordt echt bijzonder lastig en dan heb ik ook ruzie met de buurgemeentes, dus dat gaan we echt niet doen. Dan zijn volgens mij de … O ja, en de heer Visser vroeg nog: wat is de status? Daar heb ik volgens mij wel genoeg over gezegd. En mevrouw Scholten gaf bijzonder veel, daar kan ik een avondvullend programma van maken over lightrailverbindingen en groene golven, daar hebben we laatst ook een werkbezoek over gehad en ik heb beloof dat ik dat nog een keertje ga doen, dus in het najaar gaan we gewoon nog een keertje fietsen. Maar dat is net iets voorbij deze notitie, want dit is geen visie of beleid, maar dat zijn echte concrete infrawerken. Maar ik heb het allemaal wel gehoord natuurlijk. De voorzitter: U heeft interruptie van mevrouw Jacobsz … Wethouder Van Leeuwen: En ik ging nog terugkomen op de parallelweg.

Het idee is inderdaad vooral de parallelweg. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Jacobsz, OPHaarlem.

20

Mevrouw Jacobsz: Dus met betrekking tot de toegankelijkheid. Dus ik bedoel echt, ik wil het ook gericht benoemen, de mensen die minder mobiel zijn in de scootmobiel, op een driewieler. Dus die mensen, dus daar gaat het mij om. De voorzitter: Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Dat is heel duidelijk. De voorzitter: En daarmee was u aan het einde gekomen van uw eerste termijn. Wethouder Van Leeuwen: Volgens mij heb ik vrijwel alles gehad, als ik zo rondkijk. De voorzitter: Nou, dat gaan we horen als dat niet zo is. Is er iemand die behoefte heeft aan een tweede termijn? Zo ziet u er niet naar uit. Dan stel ik voor dat we daarmee tot het einde komen van dit agendapunt. Het gaat niet door naar de raad. En is er een toezegging gedaan? Nou ja, er komt in elk geval een projectvoorstel over stationsplein Zuid in het najaar naar ons toe. En fietsen voor de groene golf, ja, precies. Maar dat is eigenlijk meer een soort technische sessie, niet echt een politieke toezegging. Dan schors ik de vergadering tot vijf voor zeven en kunt u allemaal even gaan eten. Tot zo meteen. Schorsing 14. Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: Welkom allemaal. Dan heropen ik deze vergadering en dan ga ik over naar agendapunt 8 is dat volgens mij, de spreektijd voor belangstellenden. We hebben vanavond drie insprekers.

Mevrouw van der Schee die ons wat wil vertellen over de onveilige verkeerssituaties rond de Emmabrug. Zij heeft ook een schriftelijke inspreekbijdrage die bij dit agendapunt zit. Dan hebben we mevrouw Prins, u allen welbekend, namens de Haarlemse Bomenwachters die ons wat wil zeggen over de jaarrekening 2022 en dan in het bijzonder het onderdeel groen daarvan. Tot slot hebben we mijnheer Fortuijn die namens het project Zonnewarmte Ramplaankwartier wat wil vertellen over de ontwikkelingen van dit project. Ik zou eigenlijk willen vragen, wilt u allemaal naar voren komen en dan daar gaan zitten? Als u allemaal zit, u heeft zo meteen per persoon drie minuten de tijd om in te spreken en dat is, zeg ik uit ervaring, korter dan u denkt. U kunt op de klok voor u zien hoeveel spreektijd u nog hebt en het werkt vaak beter om één punt goed te maken dan heel veel punten af te raffelen. Als uw tijd om is, dan zal ik zeggen dat uw tijd voorbij is. Het is niet toegestaan om namen van ambtenaren te noemen, omdat zij zich niet publiekelijk kunnen verdedigen. Als ik u zo meteen de beurt geef, dan kunt u met de rechterknop voor u, dan gaat de microfoon aan en dan gaat er een rood lampje branden en dan start de tijd. Die gaat dan ook gelijklopen, dus begin niet voordat ik u het woord geef en zorg er verder voor dat de microfoon goed naar uw mond gericht is.

Aan het einde van uw beurt, dan kunt u de microfoon uitzetten door nog een keer op dat rechter knopje te drukken en blijf dan rustig zitten, want als alle insprekers aan het woord zijn geweest, dan kunnen de commissieleden nog vragen stellen. Ik zou willen voorstellen dat we beginnen, als u dat ook goed vindt, met mevrouw Van der Schee. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Schee: Dank u wel. Goedenavond allemaal, ik wil jullie aandacht vragen voor de verkeerssituatie rond het Emmabrug over de Leidsevaart. Ik neem jullie in gedachten even mee naar begin dit jaar. Stel je voor, je bent oma en je haalt je kleinkind van zes jaar uit school, samen met een vriendje die ook komt spelen. Je loopt met de kinderen vanaf de Cruquiusschool over de Emmabrug en staat netjes te wachten voor het voetgangerslicht om de Leidsevaart over te steken. Het stoplicht voor de voetgangers gaat op groen,

21

je kleinzoon holt de straat op uit enthousiasme omdat zijn vriendje komt spelen. En in een flits is het gebeurd. Je kleinkind is aangereden door een scooter die rechtsaf slaat vanaf de Emmabrug de Leidse vaart op. Er staat immers een verkeerslicht dat fietsers rechtsaf mogen. Maar je kleinkind ligt op straat, aangereden, vriendje in shock. Ik woon al meer dan dertig jaar in de buurt van de Emmabrug en ik kom daar geregeld lopend, fietsend en met de auto over het kruispunt. Wat opvalt is dat de situatie daar erg gevaarlijk is. En waarom ik hier vooral ben, is voor de kinderen die dagelijks de brug over gaan naar en van school. Kinderen van de Cruquiusschool, kinderen van de internationale school, kinderen van de Bavoschool, kinderen van het ECL, wat aan beide kanten van de Leidsevaart een locatie heeft. Verder lopen de kinderen van de naschoolse opvang van de Cruquiusschool naar de opvang van De Geelwitjes aan de Van Oosten de Bruijnstraat ook over de Emmabrug. Ik was al een aantal jaren bezig om aandacht te vragen voor de verkeerssituatie rond de Emmabrug. Het ging immers niet alleen bij mijn kleinzoon mis, zoals de meesten van jullie wel weten. En na het ongeluk zag ik zelf weer iemand met een wandelwagen oversteken en de wandelwagen werd op een haar na niet geraakt door een fietser die de hoek om kwam.

Ik heb een uitgebreid voorstel gemaakt om de situatie rond de Emmabrug te verbeteren. Daar heb ik met meerdere mensen van de gemeente en uit de politiek naar gekeken. Maar nog met weinig positief resultaat. Laat duidelijk zijn, er komen straks nog eens 1500 woningen bij in de buurt en het wordt alleen maar drukker. Voetgangers, fietsers en auto's moeten zoveel mogelijk een gescheiden doorgang krijgen. Ik vraag niet om 30-kilometerstraten of -zone en ook niet om het afsluiten van wegen of de brug zelf. Geef mensen de ruimte, zodat iedereen zich veilig kan verplaatsen in Haarlem. Is bijvoorbeeld het voorbeeld van de brug naast de brug, die jullie op de foto's kunnen zien die ik heb meegestuurd. Mijn voorstellen en de foto's met ingetekende oplossingen, die als het goed is ieder van jullie toegemaild heeft gekregen, leggen uit hoe het veilig zou kunnen worden rond de Emmabrug. Ik hoop van harte dat er nu snel verbetering gaat komen, zodat iedereen veilig naar school en werk kan gaan. De voorzitter: Dank u wel, Van der Schee. Blijf nog rustig even zitten, want dan geef ik nu het woord aan mevrouw Prins van de Haarlemse Bomenwachters. U moet wel even de microfoon aanzetten, anders horen we u niet. Mevrouw Prins: Wel Bomenwachters, geen ander petje vandaag op.

Raadsleden, ik wilde u vragen om aan de wethouder te vragen: waar blijven de beloofde bomen en plantsoenen? Elk jaar wordt bij de gemeente de financiële balans opgemaakt. U als raadsleden kunt dan controleren of het gemeenschapsgeld is uitgegeven zoals in de begroting van het afgelopen jaar is afgesproken. Een onderdeel daarvan is ons gemeenschappelijke bezit aan vierkante meter groen en bomen. Hoewel er iets meer groen is dan in 2021, zijn de afgesproken streefwaarden bij lange na niet gehaald. Vooral bij grote bouwprojecten verdwijnen duizenden vierkante meters groen en tientallen bomen die niet worden gecompenseerd. Hier wordt dus nog steeds geen rekening gehouden met een gezonde, groene leefomgeving. Het groenoppervlak van de openbare ruimte was in 2021 372 hectare en zou met 4 hectare worden vergroot. Maar zonder verdere motivering blijkt er slechts 1 hectare toegevoegd. Hoe komt het dat er 3 hectare minder is aangelegd? Waar was die uitbreiding dan voorzien? Hoe worden de vierkante meters die de gemeente heeft laten verdwijnen gecompenseerd? Met alleen het tegelwippen door bewoners worden deze grote oppervlakten niet gecompenseerd. Ook het bomenbestand, 60.398 bomen, zou met 500 worden vergroot, maar zonder motivering blijven blijken er slechts 225 bomen geplant. Dat is 50 procent minder.

Waar zijn dan die extra bomen geplant, en waarom is de rest niet gepland? Kan het resterende budget misschien dan van 3500 euro per boom dit jaar nog worden ingezet? En waar zijn die 1700 extra bomen van het vorige college gebleven? Die kom ik nergens in de berekeningen meer tegen. Om het huidige aantal bomen te behouden moet Spaarnelanden elke dode boom in 2022 hebben vervangen. Als je ziet wat de getallen nu zijn. Maar iedereen weet wel een boom die in het afgelopen groeiseizoen niet is vervangen. Bij 60.000 bomen die gemiddeld 30 jaar worden, moeten er jaarlijks 200 bomen worden geplant.

22

Volgens de plantlijst van Spaarnelanden zijn er maar 535 geplant, dus ook hier verdwijnen bomen. Is het budget voor de herplantplicht wel afgestemd op het behouden van de aantallen? De hoeveelheid bomen is nu net zo groot als in 2016. In de zomer van 2022 zijn bij een nulmeting alle bomen onderzocht. Waarom zijn die gegevens niet gebruikt? En ook het ecologisch beheerd groen is niet toegenomen en ook de hoeveelheid bijen zijn niet toegenomen. Haarlem, let op uw groene zaak. De Bomenwachters willen nogmaals bij u onder de aandacht brengen om betere eisen te stellen aan het nieuwe contract voor onderhoud en beheer van groen. Vraag om de evaluatie van de gegevens, zoals schouw, benchmark en dergelijke van de afgelopen jaren. Deze gegevens zijn belangrijk om te weten en om aan de hand daarvan een controle te houden. Daar gaat u ook over. Het gaat om veel oppervlak groen, aantallen bomen en geld dat verdwijnt zonder aanwijsbare reden, omdat er geen gegevens worden geleverd aan de raadsleden. Raadsleden, alstublieft, help mij om het contract te verbeteren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Prins. Dan ga ik nu over naar de heer Fortuijn. De heer Fortuijn: Dank u, voorzitter. Raadsleden, de transitievisie warmte is vinden wij een van de mooiste documenten die jullie hebben geproduceerd als gemeente, omdat de warmte transitie wat ons betreft heel belangrijk is.

Dus Zonnewarmtenet Ramplaankwartier, het project draait op volle toeren. Ik wilde heel graag toch voor de zomer jullie een korte update geven en ook één probleem voorleggen. Korte update. Het project draait op volle toeren, we hebben meer dan de helft van de woningen inmiddels in onze online klantenreis. Dat is erg leuk. We hebben een eerste batch inkopen nu lopen van allerlei installaties en ook van isolatie en dergelijke, dat gaat ook goed. De buurtinfra samenwerking met de gemeente was een maand geleden nog een spannende, maar die is de afgelopen weken heel gunstig ontwikkeld. De samenwerking met de gemeente is daarin ook top. De versnelling heeft u misschien ook gezien, er is een voorstel vanuit het college gekomen, dat is helemaal prachtig, om in de kadernota wordt dat besproken voor de impulsgelden te versnellen. Dat wil zeggen, we kunnen niet een halve buurtnet aanleggen, maar gelijk een heel buurtnet. Dat betekent dat niet meer de mensen hoeven zich af te vragen: waar zou het komen, die eerste helft? Nee, dankzij dit voorstel van het college om de versnellingsbudgetten hieraan te geven kan het in één klap de hele wijk aangelegd worden. Fantastisch. Ook de opschaling is in samenwerking met de gemeente Haarlem opgestart, dus ook een paar andere wijken zullen binnenkort door ons worden gecoacht. Maar, één probleem en dat is een pittige. Dat is het zonkapelverhaal.

Dan moet u voor zich voorstellen, de meeste PVT-panelen zijn zwaar. Als je een tuinzijde hebt en daar is al vaak een grote dakkapel. Op een bestaande dakkapel kun je geen PVT plaatsen, dat willen installateurs niet, dus ben je voor de meeste woningen aangewezen op de straatzijde. Daar moet dan dat extra PVT, het kan dus vaak niet aan de tuinzijde als daar al een grote dakkapel is. Oké, de straatzijde. In zeg 40 procent van de woningen is de straatzijde niet goed gericht op de zon. Dat ligt natuurlijk, een schuin dak, dus je kunt voorstellen noordwest-noordoost. Een zonkapel is dan voor dat soort woningen misschien wel de enige echte goede oplossing om mee te doen met het project. Dus heb je aan de straatzijde weinig zon, daar een dakkapel en daarboven op je PVT. Het bestemmingsplan zegt: dat mag maar beperkt, je mag maar 49 procent maximaal van je straatzijde met een dakkapel vullen. Maar dat is te weinig, een zonkapel moet eigenlijk wat groter, dat moet een flinke dakkapel zijn. Vandaar mijn pleidooi voor de zonkapel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Fortuijn, voor uw heldere verhaal. Ik meen mij te herinneren dat er zojuist ook al vragen over zijn gesteld in het vragenuur, maar dat kon u natuurlijk nog niet weten. Is er iemand die een vraag heeft aan een van deze insprekers? Mijnheer Amand, Trots Haarlem. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter.

Ik had aan mevrouw een vraag over de Emmabrug. Bent u via de wijkraad of gebiedsverbinder, heeft u die gesproken en met de scholen, en wat was het antwoord?

23

Mevrouw Van der Schee: Het antwoord was beschamend, dat er eerst nog maar een paar doden moesten vallen. Maar er waren ook enkele voorstellen waarvan alles is afgewezen op een gegeven moment. Alleen het woord School op straat zou eventueel getolereerd kunnen worden, maar dat wilden ze bij het kinderdagverblijf in de Tempelierstraat dan maken. Nou ja, dat heeft niks te maken met dat kruispunt, dus toen heb ik gezegd: doe het op de plek die ik voorstel en laat anders maar zitten. De voorzitter: Dank u wel. Dan kunt u uw microfoon weer uitzetten en is er mevrouw Scholten, Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Dag, mevrouw Van der Schee. Even een korte vraag. U heeft uw voorstellen in een eerder stadium ook al gepresenteerd, dat weet ik. Zijn er ook inhoudelijke reacties, even los van: er moeten meer doden vallen. Maar inhoudelijke reacties gekomen op de haalbaarheid van bijvoorbeeld een brug naast een brug? Want dat is mij nog niet helemaal duidelijk. Mevrouw Van der Schee: Nee. Een brug naast een brug, daar heb ik geen inhoudelijke reactie op gekregen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Schee: Ik heb alleen maar tijdens het contact op de brug met politieagenten, gebiedsverbindster en nog twee mensen, die hebben eigenlijk laten zien dat ze niet erg geïnteresseerd waren, laat ik het maar zo zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik mevrouw Moedt van Partij voor de Dieren.

Mevrouw Moedt: Dank u wel. Mevrouw Van der Schee heeft het ook over een brug tussen de beide bruggen, halverwege de Tubergenbuurt. Mevrouw Van der Schee: Bij de Adriaan de Jongestraat. Mevrouw Moedt: Daar. Heeft u daar een inhoudelijke reactie op gekregen? Mevrouw Van der Schee: Nee. De voorzitter: U schudt van nee, dat is duidelijk. Mijnheer Haver, Partij van de Arbeid. De heer Haver: Ik had ook een vraag voor mevrouw Van der Schee. Dank u dat u komt inspreken en naar om te horen over uw kleinzoon. In uw brief stuurt u een hele reeks van maatregelen en ik vroeg me af welke voor u de belangrijkste zijn, welke u het liefst zou zien. Mevrouw Van der Schee: Voor mij is de belangrijkste maatregel de brug naast de brug, omdat het heel veel ruimte gaat geven waar de fietsers en de voetgangers dan apart over kunnen en daardoor ook de wijk waar straks de 1500 woningen bijkomen een betere doorgang gaat vinden. Die ruimte is er ook, want je kan zo langs de kathedraal het fietspad aanleggen, zo naar de Van Oosten de Bruijnstraat toe. Dan zou je van twee kanten de fietsers en de voetgangers laten komen en die hebben dan niks meer met de auto te maken, waardoor ze veilig zijn. In Amsterdam liggen ook dit soort bruggen, dat kun je ook op de foto's zien en ik ga daar zelf geregeld overheen en het werkt prima. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Barten, GroenLinks.

En mevrouw Van der Schee, kunt u uw microfoon uitzetten.

24

Mevrouw Barten: Een vraag voor mijnheer Fortuijn. Niet iedereen zit natuurlijk zo erg in de materie. Kunt u misschien nog even kort toelichten wat het zonnewarmtenet inhoudt en wat dit project zo bijzonder maakt? De heer Fortuijn: Graag. Naast mij zit partner in crime Desiree Orij, ook wijkgenoten en ook kernteamlid. Zij is vooral betrokken bij de gesprekken met de buren enzovoorts. Ik ben meer van de ICT-ideetjes en de teksten. Maar de tweede helft van de vraag zal ik vast beantwoorden en misschien Desiree kan je zo wat vertellen over hoe het leeft. Er is bij een groot deel in de wijk een behoefte van urgentie, wij willen graag van het gas af. Wij willen dat niet zomaar doen, maar we willen daarna niet allemaal nieuwe issues creëren, dus dat we allemaal restelektra moeten kopen of iets dergelijks. Het zonnewarmtenet, dat betekent dat je zelf opwekker bent. Binnen je eigen bebouwde kom wek je je hele warmte op, op je eigen dak, in de zomer. Je slaat het op onder je eigen bebouwde kom, onder je eigen buurtje, en in de winter haal je het er weer uit. En het is ook nog eens een keer cooling ready, dus dan ook koeling in hete zomers vergt dan geen energie, maar creëert eigenlijk weer nieuwe opgeslagen winterwarmte. Dus technisch is het briljant en economisch is het over de jaren uitgesmeerd ook de winnaar. We hebben het met de TU Delft onderzocht.

Nou, het is een heel rapport, jullie kunnen het ook lezen, een mooie folder. Misschien Desiree kan je nog wat vertellen over hoe de buren dat ervaren. De voorzitter: Mag ik ook iets vertellen? De voorzitter: Heel kort, want we moeten ook zo verder met de vergadering. Mevrouw Orij: De bewonersbrochure zegt al van alles daarover, die heb ik gemaakt. Het leeft enorm in de wijk, het is een hele progressieve wijk, wat mij betreft een ideale proeftuin om dit soort transitie mogelijk te maken. Waar ik me zorgen over maak is, het zijn wat oudere woningen waar soms heel weinig ruimte boven is. Je moet dus je eigen opwekinstallatie in je woning kwijt kunnen. Niet alleen PVT-panelen op het dak, waar we eigenlijk een zonkapel voor nodig hebben, maar ook een warmtepomp. Vaak nog een hybride situatie tot het buurtwarmtenet er is, of als je in een monument woont, misschien wel tot er een oplossing is voor vervanging van gas, omdat je niet voldoende kunt isoleren tot een goed label. Maar ook nog een boilervat voor je warm water en een buffervat. Heel veel mensen weten niet waar ze het kwijt moeten en dat zou ook in zo'n zonkapel een plek vinden. Dus ja, het gaat supergoed. We hebben heel veel betrokken bewoners, maar er zijn ook veel zorgen over de ruimtes in de woning. De voorzitter: Dank u wel.

Is er dan verder nog een vraag vanuit deze commissie aan een van de insprekers? Nee, dat is niet het geval. Dan dank ik u allemaal heel hartelijk voor uw komst. U mag weggaan, u kunt op de publieke tribune verder deze vergadering bijwonen. Dat is aan u, maar dank u wel voor uw komst. Overige punten ter bespreking 15. Consequenties prioritering op raadsjaaragenda punten. (RB, BvL) De voorzitter: Dan wil ik met de commissie graag door naar het volgende agendapunt, dat is het derde bespreekpunt van vanavond, de Consequenties prioritering op de raadsjaaragenda. Want in januari heeft het college met de commissie Bestuur gesproken over het aanbrengen van focus en het maken van keuzes ten aanzien van de uitvoering van het coalitieakkoord aan de hand van de informatienota Prioritering 2023. Vandaag bespreken we de gevolgen voor de jaaragendapunten voor de commissie Beheer die niet meer afstel, of later uitstel worden afgedaan. Ik vroeg mij af, wie wil als eerste het woord hierover? Of zegt u: het is zo duidelijk, daar hoeven we niks over te zeggen. Mijnheer Jonker van D66.

25

De heer Jonker: Dank u wel, mevrouw Van der Windt. Even kijken. Wij begrijpen natuurlijk wel dat niet alles kan, maar de slechte Haarlemse luchtkwaliteit kost ons allemaal uiteindelijk jaren gezondheid en zelfs levensjaren. Nu dreigt vooral de stinkbrommer weer uitstel van executie te krijgen. Nul emissie van vracht en bestel lijkt nog door te gaan, maar ook daar wordt overigens door landelijke lobby al aan gemorreld en al jaren wordt er in Haarlem gesproken over een milieuzone voor brom- en snorfiets, maar nog steeds geen enkele actie. Nu lees ik weer dat er een visie komt over de relevantie voor Haarlem, maar al in 2021 heeft Haskoning voor deze gemeente uitgebreid onderzoek gedaan en werd eigenlijk een eerste milieuzone afgesteld, omdat er dan beter meteen een nul-emissie kon komen. Dus dat hebben we ook afgesproken in het coalitieakkoord per 2026 te bespreken begin dit jaar. Toen werd het net voor de zomer, toen werd het na de zomer en nu december. Ondertussen blijft de gemiddelde Haarlemmer vier sigaretten per dag meeroken en is de fietser die achter een stinkbrommer rijdt nog slechter af, of wacht. 2026 staat er in het coalitieakkoord en dat is pas over tweeënhalf jaar. Dus waarom nemen we niet gewoon het principebesluit? Daar heeft de Haarlemse scooterrijder zelf ook baat bij.

Het gebied is hetzelfde, de camera's zijn hetzelfde als voor vracht en bestel, dat heb ik ook bij Amsterdam gecheckt. Zo lastig is het allemaal niet. En desnoods pauzeren we de handhaving voor een jaar, desnoods zijn we ruim met ontheffingen in het begin, of gooien we niet in ieder geval de ergste stinkbrommers van voor 2011 eruit. Er is extern echt wel ergens een projectleider vandaan te halen. De gemeente heeft in mijn optiek in dit dossier echt een beetje een startup-mentaliteit nodig. Is de wethouder dus bereid om zich daar tot het uiterste voor in te spannen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jonker, voor dit bevlogen pleidooi. Dan mevrouw Scholten van Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Ik ga het redden. Wij hebben twee vragen aan de wethouder. Ten eerste, nou is er uitstel voor de nul-emissiezone, geen afstel, dus misschien – en dat hoop ik – is mijn vraag overbodig. Maar op pagina 10 van de kadernota gaat het over de subsidies CDOKE en dat we die kwijtraken als we die niet op tijd uitgeven. Komen we met het uitstel van de nul-emissiezone niet in de problemen? Dat is vraag één. Vraag twee, we maken ons ernstig zorgen over het bomenbeleidsplan.

Daar staat namelijk dat de belangrijkste bouwstenen voor ons groenbeleid worden vastgelegd in het Groenbeleidsplan, een aangepast HIOR dat er nog niet is, en de bomenverordening, en dat het bomenbeleidsplan daarom geen prioriteit heeft. De inspreekster van daarnet gehoord hebbende, en de 21 kwarrende bomen in het Reinaldapark vragen wij ons toch eigenlijk af: moeten wij niet wat harder aan de slag met bomen? Bomen die misschien aandacht verdienen in plaats van uitstel, dus kan de wethouder daar nog iets over vertellen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Scholten. Mevrouw Moedt, Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Het lijkt alsof alle ballen op de ontwikkelzones, het parkeerbeleid en MRA gaan in het fysieke domein. Dan denk ik, als je dan ziet dat er 12 miljoen gaat naar een parkeergarage voor nog geen tweehonderd auto's, dan denk ik: we hebben een klimaatcrisis, een biodiversiteitscrisis, laten we daar de prioriteit leggen. Maar, de natuuroevers, dat komt van afstel. Het stond eerst in de SOR, gebeurt weinig mee en nou gaan we het alleen maar doen als we daar toch al aan het werk gaan. Dan gaat het heel lang duren, misschien wel veertig jaar voordat al die oevers een keer aan de beurt zijn geweest. Nou heb ik een vraag, wethouder.

Ik begreep uit de antwoorden van mijn technische vragen dat er nog extra potjes zijn in de SOR en het uitvoeringsprogramma Ecologisch beheer. Betekent dit dat er toch nog wat extra's mogelijk is? En in aansluiting op Jouw Haarlem, echt heel teleurstellend dat het bomenbeleid wordt uitgesteld. De wethouder beloofde steeds: het komt, het komt. Nou wordt het 2025, als het niet weer wordt uitgesteld. De constatering van het college dat het huidige beleid voldoet, die deelt de Partij voor de Dieren net als Jouw

26

Haarlem niet. Het is sowieso lastig om dat beleid te controleren, want de data zijn niet op orde. Ik zal vier voorbeelden noemen waarom wij denken dat het beleid niet voldoet. Ten eerste, de kapvergunningen. Er staat een stroomschema waarop het oordeel wordt gebaseerd en er staat een cruciale stap, die luidt: weegt het belang van het vellen op tegen de belangen van duurzaam behoud van de houtopstand? In de praktijk blijkt dat de gemeente vaak toch kijkt naar de belangen van de mens, in plaats van zich op te stellen als de advocaat van de boom. Een herinrichting van een tuin, in combinatie met wat schaduw, of bessen die giftig worden genoemd maar dat niet zijn, die zijn dan al belangrijk genoeg om die boom te doen vellen, blijkt uit de technische vragen die ik hierover stelde. Ten tweede, wie controleert dat er bij een herplantplicht ook daadwerkelijk wordt geherplant? Dat lijkt in heel veel gevallen niet te gebeuren. Is daar geen capaciteit voor, heeft het geen prioriteit? Dat is nog een reden om heel terughoudend te zijn bij het verstrekken van die kapvergunningen. Ten derde, het lukt niet om de streefaantallen bomen te planten en jonge boompjes gaan vaak ook dood in de hete, droge zomers van tegenwoordig.

Wethouder, wordt het niet tijd voor nog wat meer actie, bijvoorbeeld met een organisatie die van aanpakken weet, zoals MeerBomenNu? Ten vierde, waarom gebeurt het in de praktijk nog steeds dat ook bij niet-doorgaande wegen de bomen hoger dan strikt noodzakelijk worden opgesnoeid, bijvoorbeeld als ze in een plantsoen staan of naast een fietspad? Dus wat ons betreft is het zeker tijd voor nieuw bomenbeleid en op de controle van de uitvoering daarvan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Moedt. Mevrouw Roodhuizen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Roodhuizen: Dank u wel, voorzitter. Wij snappen de nijpende ondercapaciteit die op veel sectoren met zich mee worden gebracht. We begrijpen daarom het feit dat er zaken worden uitgesteld, of zelfs helaas geschrapt moeten worden. Echter betreuren wij net als D66 de initiële keuze om het ontwerpbesluit Invoering nul-emissiezone vracht- en bestelwagens af te lassen. We zijn blij dat dit toch niet het geval lijkt en er ruimte is voor een nieuwe procesplanning waarover we na de zomer komen te spreken. We zijn benieuwd naar de heroverweging van de invoering van een zone voor brom- en snorfietsen die terug zou komen in het visiedocument.

Voor nu de vraag aan de wethouder: wat zijn de criteria die hem meeneemt in deze heroverweging, en zit er niet qua efficiëntie ruimte in het collectief invoeren van een nul-emissiezone, in plaats verschillende zones voor verschillende voertuigen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Roodhuizen. Mevrouw Schneiders, GroenLinks. Mevrouw Schneiders: Dank u wel. Wij begrijpen natuurlijk dat het moeilijk is en dat er te weinig personeel is en dat dat allemaal problemen geeft, maar wij hebben toch ook een paar punten waarvan we vinden dat die toch echt voorrang zouden moeten hebben. Dat ten eerste, en dat is nog niet genoemd, die nieuwe VRI. VRI gewoon niet doen of uitstel geven, terwijl dat is de manier van doorstroming. Als je gewoon zorgt dat een externe partij zorgt dat die stoplichten zo op elkaar zijn afgestemd dat het verkeer rustig 30 rijdend door kan stromen, dan hebben we een heleboel problemen opgelost en hoeven we een heleboel andere dingen dus niet te doen. Dat bomenbeleidsplan, ik sluit me helemaal aan bij Partij voor de Dieren en Jouw Haarlem. Dan heb ik nog de laadinfra. Dat ligt al zo lang en dan staat er: we kunnen nog wel uit met dit laadinfraplan. Maar ik heb er al aantal keren naar gevraagd en ik vind het echt niet goed dat daar geen aandacht aan wordt besteed.

Dus het alternatief zou zijn dat wij toch ons initiatiefvoorstel wat we indertijd hebben teruggenomen maar weer eens opfrissen en afstoffen en dat dan maar gaan indienen. En het laatste, maar zeker niet least, dat is het nul-emissiezone. Een milieuzone is bij mij echt een hot item, heb ik lang over gezeurd in de vorige periode en toen is het wel gelukt. Ik wilde heel graag de brommers en scooters erbij, dat is nog niet gelukt. Ik ben heel blij met D66 die ook zeggen: dat moeten we gewoon gaan doen. Inderdaad, de infrastructuur daarvan ligt er al, zoek een externe jong consultant die dat eventjes op kan pakken en dan heb je dat zo voor

27

elkaar, dus het lijkt mij dat dat de ideale manier is om dat in ieder geval te doen. En ik vind eigenlijk dat we ook met die oude auto's moeten beginnen, want het kan toch niet dat wij zo achterlopen, dat je in het hele land gewaarschuwd wordt en in Nederland niet. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schneider. Is er dan verder? De heer Dreijer, CDA. De heer Dreijer: Ik sluit aan bij de woorden van D66, ik sluit me aan bij de woorden van de Partij van de Dieren, maar wat Partij van de Dieren noemt en ook de inspreekster mevrouw Prins, dat zijn vaak zaken wat we eigenlijk allang hebben afgesproken met elkaar, wat al in beleid gevat is. Dus waar het op komt is: voer uit wat er in het beleid vastgesteld is. Wat mij betreft gaan we ook een nieuw beleidsplan bomen toch zo snel mogelijk bespreken, zodat er eventjes weer naar boven komt wat belangrijk is en wat we willen en eigenlijk al wilden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Dreijer. Heel snel, maar toch duidelijk geformuleerd en daarmee bent u door uw tijd heen. Is er verder? Mevrouw Jacobsz, OPHaarlem. Mevrouw Jacobsz: Ik heb eigenlijk alleen maar aanvullingen op wat er al gezegd is. Doen wat je zegt, zeggen wat je doet, talk your walk and walk your talk, zoals ze wel eens noemen. Dus dat is wat OPHaarlem toe te voegen heeft. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Jacobsz. De heer Amand, Trots Haarlem.

De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Die bomen, daar worstelen we in Haarlem toch een beetje mee. Mevrouw Prins heb helemaal gelijk. Ik vind toch wel, of wij vinden van Trots natuurlijk wel dat we eigenlijk al jaren zitten te hakketakken over die bomen, maar er komt eigenlijk weinig meer uit. Dus het is toch wel een dingetje dat we maar weer eens op de agenda echt moeten gaan zitten, enkel dat bomenbeleid, dat lijkt me wel zinnig. Dat andere natuurlijk met het milieu, dat hebben we natuurlijk alles tegelijk nu, dus dat is ook een punt. We kunnen natuurlijk die auto's ook allemaal wel wegcijferen, maar ja, er zijn ook mensen met een handicap die wel graag willen parkeren, maar daar is ook voldoende of te weinig ruimte zelfs voor in de binnenstad. Dus wij willen toch wel eens zien dat we nog eens meer beleid daarop krijgen en handhaven ook dat er echt wat gebeurt. Dat missen wij wel in alle stukken, dus wij willen toch dat er meer plannen echt, maar dan ook echt uitgevoerd worden. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Amand. De mevrouw De Goede, SP. Mevrouw De Goede: Dank u wel, voorzitter. Allemaal hele goede punten die naar voren zijn gebracht, maar waar ik eigenlijk aandacht voor wil vragen is toch wel de startnotitie Nieuw speelbeleid. Dat heeft weer uitstel en het heeft weer gevolgen voor het gehandicapte kind.

Zo moeilijk moet het toch niet zijn om, als we dit gaan uitstellen, de startnotitie, om dan in tussentijd in plaats de bestaande schommels een aantal die in de speeltuinen bestaan, om die dan in ieder geval een paar daarvan te vervangen door bijvoorbeeld nestschommels. Ik wil graag dat de wethouder daar even iets concreter op in kan gaan, want we zijn op het moment met Platform Toegankelijkheid in Haarlem wordt daar nog een evaluatierapport uitgebracht, maar dat wordt nu dus pas verwacht na het zomerreces. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Goede, voor deze mooie oproep. Is er dan verder nog iemand die iets te zeggen heeft? Dat lijkt niet het geval. Dan zag ik twee wethouders naast mij zitten, ik weet niet wie als eerste. Wethouder Van Leeuwen, gaat uw gang.

28

Wethouder Van Leeuwen: Ik zal eerst even een boom opzetten, zodat daarna wethouder Berkhout verder kan bomen. De voorzitter: Als u uw tijd maar een beetje inperkt. Wethouder Van Leeuwen: Zeker. Doe wat je zegt, zeg wat je doet, zei mevrouw Jacobsz tegen ons. En meer plannen uitvoeren, zei mijnheer Armand van Trots tegen ons. Dat is precies wat deze notities beogen. Ogenschijnlijk, en ik ken uw positie bijzonder goed, lijkt het relatief makkelijk om beleidsplannen of besluiten voor te bereiden. Maar voor elk plan, of dat nou milieuzone is, of andere beleidsstukken, zijn juristen nodig, zijn procesmanagers nodig, zijn uitvoeringsmensen nodig die de verkeersborden ophangen, en moet er toch ook nog belijning veranderd worden. En dat lukt niet allemaal. Dat is helaas in het verleden niet goed duidelijk gemaakt, niet goed duidelijk gemaakt dat onze ambities torenhoog zijn en dat niet allemaal lukt. Met deze notitie proberen we dus te doen wat je zegt en zeg wat je al doet, en dus meer plannen uitvoeren. Het gaat mij ook aan het hart, want ook ik ben natuurlijk uw wethouder voor de schone lucht, en ja, ik ben heel blij dat we al dat principebesluit hebben genomen, zodat we 01-01-2025 kunnen gebruiken voor vracht- en bestel verkeer zero-emissie.

En ja, ik kom ook graag naar u terug hoe we dan de komende jaren, dus welke milieuzones, dus ook op weg naar die passagiersauto's, wat we dat met elkaar kunnen doen. Helaas is het dus niet zo dat ik één extern, wat uw suggestie was, aantrek en dat we toch ook nog even die snor en brom kunnen doen. Was het maar waar. Natuurlijk blijven we als college opletten als er ergens ruimte ontstaat of het toch niet nog kan, of er dingen samengevoegd kunnen worden. Dat kijken ook in de G40 natuurlijk en met de VNG, want als daar ineens wat snelheid komt en een communicatiekracht, zijn er wellicht kansen. Maar helaas is dit voorstel wat ik moet doen met de capaciteit die we op dit moment hebben. Als u zegt: het moet sneller, het moet anders. Dan kunt u wellicht een suggestie doen wat wij minder zouden moeten doen, in meerderheid natuurlijk met elkaar, want ik denk ook dat u daarover van mening verschilt. Maar de heer Jonker van D66 vroeg: gaat u zich voor uw uiterste inspannen? Ja, dat doen wij. Dat doen wij met onze mensen om dan te kijken wat daar kan, wat nodig is en wat mag om dat zo snel en zo goed als mogelijk in te voeren. Maar dit is het voorstel wat we met de bestaande capaciteit, met de inzichten die we nu op dit moment vandaag hebben wat we kunnen doen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Leeuwen. Wethouder Berkhout. Wethouder Van Leeuwen: Ik had er nog eentje, sorry.

Want mevrouw Schneiders zei nog even, dit gaat dus over beleid. Want mevrouw Schneiders van GroenLinks had het nog over VRI’s, die vergat ik even. VRI’s nu beter afstemmen – en die fietstocht hebben we laatst met een aantal raadsleden gedaan, gaan we binnenkort weer doen – dat kan dus wel. Dus dit gaat echt over het beleid, wat weer een beleidskader is, wat ook heel veel tijd kost. Dus die uitvoering voor doorstroming voor fietsers, groene golven, die doen we echt wel voor slimme koppeling van verkeerslichten. Dus die quick winst, die blijven we doen. Maar dit gaat om een beleidsstuk, met inspraak en waar er weer een verordening bij hoort. Dus die gaan we niet doen. Slimme oplossingen doen we sowieso altijd en als u tips heeft, altijd welkom. De voorzitter: Dank u wel. Dan nu echt over naar wethouder Berkhout. Wethouder Berkhout: Ik snap dat dit een beetje een zure nota is, vijf pagina's wat we gaan afstellen of uitstellen. Het kan niet helemaal uit de lucht komen vallen, want in januari hebben we prioriteringsgesprekken met elkaar gevoerd en een jaar geleden is het coalitieakkoord Actie vastgesteld waarin we zeiden: we willen nu even resultaat boeken, in plaats van nog meer beleid of visies maken. Dus in die volgorde moet u ook zien wat hier vandaag voorligt. En ja, dat doet soms pijn. Maar volgens mij hebben we ook met elkaar

29

geconstateerd dat alleen maar met nota's maken we ook de stad niet groener maken en dat hebben we ter harte genomen, dus we zeggen eigenlijk alles, dit is een-op-een een verband met wat u over twee weken, drie weken vaststelt in de kadernota. Precies die projecten, die beheerterreinen zoals we willen zeggen, juist die herinrichting van die straat waar we wel het groen het klimaatadaptief meenemen. Juist het vergroenen van de buurten, een bomenverbeterprogramma, daar heb ik nu capaciteit en inzet voor en die zou anders misschien een beleidsplan moeten schrijven. Dus dat is de afweging die wij volgens mij, zo interpreteren we de opdracht die de coalitie ons heeft gegeven. Zo hebben we u medegedeeld in januari dat dit de consequenties zijn van het coalitieakkoord en dan ligt helaas vandaag voor. Dat betekent dus niet nog meer vijf pagina's aan beleid gaan maken, maar actie. Dus wij denken ook geen bomenbeleidsplan nodig te hebben om die acties te vervullen. Het zou mooi zijn, maar we willen vooral aan de slag met het groenbeleid, met de bomenverordening, om uiteindelijk ook met de middelen, een grote bomenpot, stadsparken verbeteren – maar vooral al die middelen die we voor het meerjarig beheer en onderhoud klaar hebben aan de slag te gaan in die stad. Dan in reactie op Partij voor de Dieren.

Ook de natuuroevers, wat ik zag, wat ik aantrof is dat we daar vooral dan weer een beleidsnota over gingen schrijven. Dat lijkt mij niet de lijn. De lijn is: wij gaan natuuroevers aanleggen als dat ter sprake komt. Dat is nu de lijn. Dus we hebben de nota afgevoerd, maar het idee staat nog. Dat staat in Natuur Netwerk Haarlem, staat bovenaan om gewoon mee te nemen als die projecten zich voordoen. En het hele idee van … De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Moedt van de Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Ik vroeg ook juist om uitvoering, maar extra. Dus naast het werk met werk extra projecten, en is daar nog een potje voor? De voorzitter: Wethouder Berkhout. Wethouder Berkhout: Vaak zit echt natuuroevers aanleggen, dat kan dus of inderdaad als er vervangingszaken plaatsvinden, of het kan bij gebiedsontwikkeling plaatsvinden. Maar als u zegt: ik wil dat eigenlijk doen als er geen onderhoudsbehoefte is. Dan inderdaad zouden we daar de SOR voor kunnen gebruiken. Daar hebben we volgens mij dat nu niet toegekend, dus dat zou bijvoorbeeld dan bij de kadernota een amendement van u kunnen zijn om daar aandacht voor te vragen. Ik denk wel, dan kom je eigenlijk wel via een omweg. Geld hebben we ergens nog wel in deze aparte wereld, maar de mensen niet meer om het werk weg te zetten.

Dus dan kom je via een omweg toch op de wachtlijst te staan, want dan kan het project vanwege capaciteit niet uitgevoerd worden. Dus ik denk dat nog de snelste manier om dingen te realiseren, zoals ook natuuroevers, is gewoon het mee te laten lopen met als we een kademuur moeten vervangen of als we een ontwikkelzone aanleggen. Maar ja, je kan soms kijken waar het extra kan, maar we hebben een enorme opgave om die beheertrein op stoom te laten krijgen en te verdubbelen in omvang ten opzichte van vorig jaar. Dus daar zit echt wel de bottleneck en daarom denken we dat het beter is om het op deze manier te doen. Dan de kapvergunningen. U had even een punt, volgens mij, ik heb het even niet scherp, heeft u enige tijd geleden ook deze casuïstiek aangegeven en hadden we daar toen wat reactie op dat dat wel incidenten betrof. Maar laat ik in algemene zin zeggen, ook bij de kadernota ziet u een investering van 4 miljoen bij de afdeling Vergunning en handhaving, omdat wij zien dat dat nogal daar knelt het. Dus wij gaan daar flink in investeren en we gaan ook kijken waar die dan tegenaan lopen. Volgens mij, dat gaat in ieder geval helpen om vergunningen even beter te kunnen controleren, anders dat ze nu soms van rechtswege moeten worden verleend. Dus dat is de actie die het college zet om die afdeling te versterken.

En MeerBomenNu, dat zit volgens mij ook in het uitvoeringsplan van het groenbeleidsplan. Dus we komen in het najaar met elkaar over te spreken, dan is het eerste jaar achter de rug, zeg ik maar eventjes grofweg. Dan hebben we het meerjarig

30

uitvoeringprogramma staat voor de boeg, dus dan kunnen we daar zeker even kijken hoe dat is verlopen. Maar als ik hem even scherp heb, hebben we daar volgens mij een punt over opgenomen. Bij GroenLinks was inderdaad ook mijn vraag, u stelde net … De voorzitter: U heeft nog een interruptie van mevrouw Moedt van de Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Nog één kleine vraag. Ik had het net over dat stroomschema en dat er dan een oordeel moet worden geveild en de belangen van de mens tegen de belangen van de boom moeten worden afgewogen. Is het nog een optie om dat wat verder uit te werken, zodat het nog wat meer handvatten voor degene die het moet beoordelen gegeven kan worden? De voorzitter: Wethouder Berkhout, het gaat wel heel diep in, uw vraag in heel detail, terwijl het natuurlijk een prioritering van de raadsjaaragenda is. Maar wethouder Berkhout, aan u het woord. Wethouder Berkhout: Ja, dus ik vind dat ook wat lastig om nu te zeggen: we gaan het stroomschema van de afdeling Handhaving aanpassen. Ik denk wel, dus tweeledig. We gaan de afdeling proberen op sterkte te brengen. Let wel, deze sector is schaars en gewild in het land, dus we weten ook niet meteen of dat lukt. Daarmee hopelijk kunnen zij ook meegeven wat ze nodig hebben bij beleidsafdelingen om hun werk beter te doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12957038/1