06-10 Transcript Commissie Bestuur
Tekst van het document
50
Burgemeester Wienen: Nou ja, wij zitten hier bij elkaar om met elkaar te bespreken wat wij willen. Ik zou zelf in ieder geval zeggen van: denk daar heel goed over na. Want de echte grote besluiten in deze stad die liggen bij uw raad. Op het moment dat je zegt van: je kunt ook de besluiten van het college kunt je referendabel maken, het blijft een kostbaar instrument, dan ga je wel een kant uit waarvan je je af moet vragen: willen we dat echt met elkaar? De heer Aynan: Voorzitter, mijn ervaring is juist dat de collegebesluiten de grote besluiten zijn. Maar goed, wil u daarnaar kijken, want ik vind dat echt heel interessant. De voorzitter: Gaat u verder, burgemeester. Burgemeester Wienen: Ja, ik zou wel, misschien dat dat zo nog even kan, een soort peiling willen over van of u nou wel of niet de raad als geheel of helemaal niet en zeggen van: nee, het is echt van de burgers. En daarmee hoeft de raad het initiatief niet te nemen. Het lijkt me toch goed dat we even weten: voelt u wat voor die quorum benadering of voelt u wat voor individueel raadslid kan het ook doen, zoals we het hadden. Of zegt u van: nou ja, nee, het moet dan uiteindelijk toch een meerderheid van de raad zijn. Of zegt u van: het gaat eigenlijk niet om de raad, het gaat gewoon of het vanuit de bevolking komt en gedragen wordt door voldoende mensen.
En daar ben ik toch benieuwd naar, want dat helpt bij het aan u voorleggen van een tekst. En de tweede vraag, dat ben ik ook gewoon heel nieuwsgierig naar. Er wordt door meneer Aynan, net noemt die nog een punt nieuw, maar die noemt de mogelijkheid van wijkreferenda. Tot nog toe hebben we altijd gezegd van: het gaat over een referendum voor de hele stad. Sterker nog, eigenlijk moet het ook de hele stad aangaan, dat is een van de criteria. Op het moment dat we die mogelijkheid gaan creëren van: ja, je zou het ook kunnen doen voor een deel van de stad. Waarbij dan nog de vraag gesteld kan worden van: welke delen kun je dan wel of niet daarvoor in aanmerking laten komen? Dat vraagt wel weer een enorm uitgebreide nieuwe doordenking met aantallen, met hoe wil je dat dan precies doen. Dus ik zou zeggen: als we die kant uit willen, dan vraag ik me af of het verstandig is om niet dat goed op een rij te laten zetten, maar ondertussen wel de huidige verordening aan te pakken. Want als je wacht tot we daar dan helderheid over hebben, dan duurt het weer een aantal jaren ben ik bang voor. De voorzitter: Dit lokt weer allerlei interrupties uit. Ik wil eigenlijk een ordevoorstel doen. Het is nu 5 voor 11, er zit een inspreker te wachten. Meneer Rog is volgens mij, die moet het laatste punt bespreken, inmiddels ook gearriveerd.
Ik denk niet dat wij genoeg tijd hebben om hier tot een gedragen conclusie te kunnen komen. Dus ik wil eigenlijk aan de burgemeester vragen of u een voorstel heeft hoe nu verder. Burgemeester Wienen: Is het mogelijk om eventjes hier te kijken, want dat kan misschien met hand opsteken van: willen jullie het ook echt aan de raad laten? Of zeggen jullie van: nou, wat ons betreft kan het ook gewoon voor de bevolking zijn. Als ik dat weet, dan kan ik voor de rest gewoon met een voorstel komen. En uiteindelijk gaat u er helemaal over, maar het is zonde om een hoop werk te doen als blijkt dat dat helemaal niet nodig is. De voorzitter: Mijnheer Trompetter, u wil echt iets zeggen. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Een korte technische opmerking. De burgemeester die zegt dat het altijd de stad moet aangaan. Maar in het voorstel wat nu voorligt staat dus juist dat die zin geschrapt gaat worden. Dus dat die dat even meeneemt. Burgemeester Wienen: Dat is niet een voorstel, dat zijn vragen. Nee, dat klopt.
51
De voorzitter: Mevrouw Wisse, u moest ook nog iets. Mevrouw Wisse: Ja, ik zou eigenlijk gewoon een simpel antwoord willen geven op beide vragen. De eerste is: ik vind dat individuele, of wij vinden dat individuele raadsleden en de raad hun eigen instrumenten hebben. En dat het referendum inderdaad primair een instrument voor kiesgerechtigden of voor burgers moet zijn. Dat is het antwoord op de eerste vraag. En de tweede vraag over de wijkreferenda lijkt me inderdaad heel duur en kostbaar. We hadden in het coalitieakkoord staan dat we zouden kijken naar de uitbreiding van digi panels, dat lijkt me nou heel geschikt per wijk. Dus ik zou gewoon naar de digi panels kijken. De voorzitter: Ik ga het anders doen. De burgemeester stelt twee vragen geloof ik, hè burgemeester. Dat is vooralsnog is dat voldoende voor u om dit nog verder te kunnen brengen, de verordening waar nodig aan te kunnen passen en dan weer terug te komen met een aangepaste verordening waar we het dan vervolgens over gaan hebben. Is dat een voorstel waar u mee kunt leven? Dan kan de burgemeester zijn vragen stellen. Gaan we bij handopsteking kijken hoe dat uitpakt. Zodat de burgemeester een beeld heeft van waar de meerderheid ligt. Nee, en dan niks meer toelichten, meneer Rutten. Als u de eerste vraag stelt. Burgemeester Wienen: Nou, je kunt twee kanten formuleren. Maar laat ik hem zo formuleren.
Bent u voor, dan zien we wel hoeveel er voor zijn, om te zeggen: het referendum, het initiatief moet bij de burgers liggen. Voorzitter, niet bij de raad. Want het ligt altijd ook bij de burgers. Maar de vraag is: wil je de raad er ook bij hebben of niet? En als ik zeg: alleen bij de burgers, wie is daarvoor? De heer Aynan: Voorzitter, echt even van de orde voordat we handen opsteken. Kijk, het mooie van input ophalen, dat heb ik echt enorm gewaardeerd, is dat we een soort van zienswijze indienen. Mijn idee was dat deze burgemeester vervolgens de input meeneemt en daar keurig netjes in een concept verordening op terugkomt. En dan kunnen we daar dus inhoudelijk op reageren. Maar nu eventjes bij handopsteken van bent u voor of tegen. De voorzitter: Meneer Aynan, u moet wel luisteren, meneer Aynan. Ik heb net uitgelegd: we gaan nu bij handopsteken gaan we de input meenemen die de burgemeester meeneemt om terug te komen met een ander aangepast referendumverordening, waar we dan later weer op terug gaan komen. Dus we gaan nu niet richting het definitieve oordeel, maar de input gaan we even ophalen waar de meerderheid ligt. Dat is wat we nu gaan doen. Wie is er voor wat de burgemeester net zei, namelijk: het ligt ook bij de raad? Was dat uw vraag? Burgemeester Wienen: Laat ik het zo helder mogelijk doen. Ligt alleen bij de burgers. Dat is de vraag.
Bent u daar voor of niet? De heer …: Hoeveel burgers. De voorzitter: Eens even kijken. 1, 2, 3. Het is qua partij is dit geen meerderheid, maar u kunt de partijen even opschrijven. Maar nee, nee, nee, geen koehandel. Mijnheer Wienen gaat dit meenemen, die gaat opschrijven welke partijen daar voor zijn en welke partijen niet. Burgemeester Wienen: Goed. En de tweede vraag, want het geeft wel een beeld. Mevrouw De Raadt: Voorzitter, voor de orde. Want voor het stemmen, ik zag D66, ik zag mezelf, ik zag de PvdA en de VVD. Dan zijn we er toch gewoon?
52
De voorzitter: Weet je wat we doen. U heeft meegeschreven, dus als ik verkeerd tel is er echt geen enkele man overboord, niet een. Want de burgemeester heeft het allemaal wel scherp. Burgemeester Wienen: We nemen ook geen beslissing. Maar dit is echt raadplegen dat ik een beetje gevoel krijg van: hoe leeft het. Hetzelfde, ik ben gewoon benieuwd. Hoe kijkt u ernaar om te zeggen van: wij zouden ook wijkreferenda willen hebben. De voorzitter: Schrijft u even mee, burgemeester. ChristenUnie, Actiepartij, SP, Jouw Haarlem, Trots. Burgemeester Wienen: Helder. Ja, het is heel interessant. De voorzitter: Dank u wel. We komen er wel uit met zijn allen. Wanneer gaat dit ongeveer terugkomen, denkt u burgemeester? Burgemeester Wienen: Wat mij betreft hebben we er nou al heel lang op gewacht. Dus ik hoop dat het vrij snel na de zomer terug kan. De voorzitter: Goed, wij gaan door. Dan is dit onderwerp afgesloten. 16. Afhandeling motie zomerijs IJsbaan Haarlem (MR) De voorzitter: Dan gaan wij door naar het volgende en laatste onderwerp van deze agenda. En die moet echt even, want we hebben een inspreker. En dat gaat over de afhandeling … Mevrouw De Raadt. We hebben het hier over de afhandeling motie zomerijs IJsbaan Haarlem. Dat is ons laatste onderwerp. We hebben een inspreker, zijn naam is Karel van Broekhoven. Mijnheer Van Broekhoeven, kom maar naar voren.
Goed, hartelijk welkom aan onze eerste en laatste inspreker van vanavond, meneer Van Broekhoven. Ik geef u drie minuten de tijd. En mocht u over die tijd dreigen heen te gaan, dan ga ik u waarschuwen na 2,5 minuut en dan vraag ik of u wil afronden. Vooralsnog is er niks aan de hand, gaat u vooral uw gang. Rechterknopje. De heer Van Broekhoven: Beste commissie, mijn naam is Karel van Broekhoven en ik spreek namens Milieudefensie afdeling Haarlem. Het gaat over de raadsinformatiebrief die u is toegestuurd naar aanleiding van de motie die u als raad heeft ingediend. En in die brief staat dat het zomerschaatsen gebeurde op verzoek van de nationale kunstschaatsbond. Dat lijkt ons sterk, want zo’n bond bestaat niet. Het is dan ook niet die bond, maar het is de KSV, de kunstschaatsvereniging Haarlem die al die initiatieven heeft genomen dat het zomerschaatsen en ook dit jaar, wat ik dan maar het lenteschaatsen noem. Ook dit jaar is er weer zeven weken lang ijs gemaakt buiten het seizoen om voor een handjevol kunstschaatsliefhebbers. Het college heeft gemeend uitvoering te geven aan de motie door een gesprek met de ijsbaandirectie te hebben. En die heeft aangegeven, ik citeer: in principe niet het voornemen te hebben om in de toekomst weer zomerijs te maken. Dus dat is wel even wat anders dan een toezegging om geen zomerijs meer te maken. Vaag, vaag.
En daarmee heeft uw college zich laten afschepen en geprobeerd ook om u daarmee af te schepen. Nou weet ik niet wie hier de boel in de maling neemt, maar het feit is dat er in 2021 opnieuw zeven weken buiten het seizoen om ijs is gemaakt voor diezelfde KSV als vorig jaar tijdens het zomerijs. Technisch gesproken was dat dan geen zomerijs, maar het klimaat wordt er evenzeer door verstoord natuurlijk. Het is weer zeven weken lang 20 ton CO2 in de atmosfeer. En dan over de subsidierelatie. U hoort steeds van het college dat er geen subsidierelatie is met de ijsbaan. Die is er wel. In 2020 is er 2000 euro subsidie toegekend aan de ijsbaan als tegemoetkomende kosten van het schoolschaatsen. Nou is 2000 euro natuurlijk niet zo’n wereldbedrag, maar de subsidierelatie is er dus wel. Waar ik het met u over wil hebben is KSV. Want KSV is, zoals ik daarnet al zei,
53
de aanstichter van al die ideeën van dat zomerschaatsen en dat lenteschaatsen nu. KSV heeft een subsidierelatie met de gemeente Haarlem. En je kunt op de website van KSV gewoon zien dat de gemeente Haarlem sponsor is van KSV. En dat betekent dat dus de gemeente een prima middel in handen heeft om tegen KSV te zeggen van: hou er eens mee op. Stop met dat zomer- en dat lentegedoe, hou je aan het normale schaatsseizoen en daar de subsidierelatie bij in werking te stellen. En als ik daar weer eens eventjes terug ga naar … De voorzitter: Mijnheer Van Broekhoven, u heeft nog een halve minuut. De heer Van Broekhoven: … naar het dictum van uw motie. En dat luidt alles in het werk te stellen om te voorkomen dat de ijsbanen volgend jaar weer kan besluiten om ijs te gaan maken. Dan heeft het college hiermee dus een prima middel in handen om alles in het werk te stellen, dus dat KSV onder druk kan worden gezet. Ik dank u. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Broekhoven. Heeft iemand vragen aan meneer Van Broekhoven? Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, heel kort. Ik ben eerst te geschokt om fake news te horen dat er dus wel een subsidierelatie is.
Maar denkt u dat wij uiteindelijk wel als raad bereid zijn om dat uiterste middel te gebruiken om dat zomerijs stil te zetten? De heer Van Broekhoven: Nou, als het klimaat u lief is, en ik weet niet hoe dat met uw partij is, maar als u vindt dat er iets aan klimaat moet gebeuren, dan zou ik zeggen dat ze dat doen ja. De voorzitter: Dat kon natuurlijk niet uitblijven, met zo’n achternaam. Mijnheer IJsbrandy, gaat uw gang. De heer IJsbrandy: Bent u het met mij eens dat het eigenlijk de rol van de gemeente toch primair is om sportbeoefening te faciliteren en mogelijk te maken? Te stimuleren zelfs, zeker in deze tijden van corona. De heer Van Broekhoven: Ik zou denken dat de gemeente heel veel taken heeft. En een daarvan is sportbeoefening stimuleren en de ander is klimaatbescherming. En de vraag is natuurlijk even: waar leg je het accent? Nou, het gaat hier om zeven weken ijs maken voor een weekje een handjevol mensen, 20 hooguit. De heer IJsbrandy: Het is duidelijk waar u het accent legt, dat hoeft u niet toe te lichten verder. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Dank aan meneer Van Broekhoven om even in te spreken en ons in kennis te stellen van hoe het nou eigenlijk zit. Want volgens mij hebben wij een ander verhaal gehoord. Dank u wel. De voorzitter: Waren dat de vragen vanuit deze commissie? Mijnheer Bloem.
De heer Bloem: Hoeveel ton CO2 had u het ook alweer over? De heer Van Broekhoven: 20 ton per week. En het ging om zeven weken.
54
De voorzitter: Waren dat de vragen vanuit deze commissie? Ja. Dan wil ik u hartelijk danken voor uw bijdrage op dit nachtelijke uur, zou ik bijna zeggen. Ik vraag u om weer op de tribune te gaan zitten bijvoorbeeld. Eigenlijk moet u weg, maar u mag wel even daar zitten. Bijvoorbeeld. Dank u wel voor uw komst. Dan wil ik vragen aan de wethouder of hij de plek van meneer Van Broekhoven in wil nemen. In letterlijke zin bedoel ik dan. Voor de duidelijkheid van deze commissie, wij zitten hier in de commissie bestuur. Dat betekent dat dit onderwerp gaat vanavond niet over de onderwerpen sportbeoefening en ook niet over het klimaat. Maar het gaat over de vergunningen, daarom zit het hier in deze commissie. Dus het zal er heus zijdelings wel even over gaan, maar de hoofdmoot gaat over de vergunningen die al dan niet te verstrekken of niet te verlenen zijn. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Oomkes. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond, collega’s. Ik zal even uit de school klappen, want een tijd geleden hebben mijn collega Sacha Schneiders en ik een gesprek gehad met de directie van de ijsbaan om te praten over de zomersluiting. En de vraag of wij over konden gaan tot een situatie waarbij de zomersluiting verleden tijd zou zijn.
We hebben onder meer uitgelegd dat we graag een schriftelijke toezegging wilden dat de ijsbaan in de zomer geen ijsvloer meer maakt. Tegelijkertijd hebben we gesproken over de ideeën om de energie benodigd voor de ijsbaan, en mogelijk ook ten behoeve van omliggende woningen, op te wekken met zonnepanelen die op het gedeeltelijk open dat worden opgetrokken de komende twee jaar. Wij hebben op die vraag geen concreet antwoord mogen ontvangen. Eenzelfde houding zien wij tot op de dag van vandaag terug bij de wethouder sportzaken en klimaat. Zeker, ze zijn door de ernst van de opdracht, die de meerderheid van de raad aan hun voorgangers opdroeg, die luidt: geen zomer ijsbaan, dat is een onnodige verkwisting van energie in een tijd dat onze overheid serieuze zaak geworden is om programma’s uit te rollen, waarbij Haarlem mogelijk in 2030, dus over 9 jaar, al klimaatzuiniger kan functioneren. En dat verwachten we ook van de burgers. Nou zijn Sacha en ik geen professionele dwarsliggers. We begrijpen dat klimaat regelen in onze eigen gemeente moeite kost. We verstaan zelfs dat het vorige college in 2016 de fout heeft begaan om bij het afleveren van een vergunning voor de ijsbaan de clausule zomerijs op te nemen. Onder het motto: dat zal een ijsbaan toch niet doen. Nou, niets is minder waar.
Wat moeten wij doen, wat stelt duurzaam doen voor als blijkt dat onze wethouder niet in staat is om tot vaste afspraken te komen met de directie? Dat lijkt me een glibberig verhaal. Wordt dat dan duurzaam afwachten? Hoe kan het nou als wij zelf de voorfinanciering voor de panelen in orde maken. Wethouder, vindt u dat u alles heeft gedaan om de duurzaamheidszaak in en om de ijsbaan vooruit te helpen? En bent u van plan nog eens een motiverende rol te spelen richting de Haarlemse schaatsclub? Die verantwoordelijk blijft voor een weliswaar kleine, maar toch een duidelijke subsidierelatie. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Dank u wel, meneer Oomkes. Mevrouw Schneiders. Mevrouw Schneiders: Ja, dank u wel. Fijn dat ik dat even meteen daar even iets op mag aanvullen. Omdat meneer Oomkes mij al noemde als zijn soort compagnon in dit ijsbaangebeuren. Ja, de reden eigenlijk om dit punt te willen agenderen, want dat hebben wij gedaan, dat was niet zo zeer omdat we iets met die vergunningen wilden. Maar daartoe heeft u later besloten om het in deze commissie in te brengen en daardoor het over de vergunningen te hebben. Wij wilden het eigenlijk agenderen, nou ja, omdat wij hoopten dat er misschien nog een formele weg was om de ijsbaan zwart op wit te laten afspreken met de gemeente dat zij in de zomer geen ijs meer zouden gaan leggen.
Nou, de formele weg, daar hebben we inmiddels zijn er verschillende rechtszaken gevoerd en is er gebleken dat dat een probleem wordt. En meneer Oomkes noemde de vergunning, maar het bestemmingsplan stond tot 2016 ook in dat er zomers geen ijs was, of dat er zomers geen ijsbaan was, maar dat je er alleen andere activiteiten kon doen. Maar in 2016 is het bestemmingsplan gewijzigd, hebben wij als raad ook een klap op gegeven, en daar is dat stukje uitgehaald. Dus dat staat er niet
55
meer in. Nou is het zo dat die ijsbaan tegelijkertijd heel goed bezig is en zonnepanelen aan het leggen is, of tenminste wil gaan leggen, en een heel grote subsidie heeft gekregen van het Rijk om die zonnepanelen neer te leggen. En dat wij dat natuurlijk hartstikke goed vinden, want dat draagt bij aan hetzelfde doel wat we hebben, namelijk duurzaamheid. En nou ja, daar zijn wij heel positief over. En daarom wil ik ook een beetje oppassen met het voorstel wat de inspreker noemde, om heel hard aan te pakken. We willen ook niet dat zij die zonnepanelen niet gaan leggen, want ze moeten daar ook een heleboel investering zelf voor doen. We willen ook niet dat ze dat niet doen. Maar wat wij wel zouden willen, en daar zou inderdaad de wethouder misschien nog zijn nek voor kunnen uitsteken, om nog voor te leggen aan de ijsbaan dat het toch wel vreemd is dat je aan de ene kant heel erg bezig bent met verduurzaming en probeert met zonnepanelen energieneutraal te worden en de CO2 uitstoot terug te dringen. En dat je dan tegelijkertijd aan het energie verspillen bent eigenlijk door midden in de zomer zonder dak op je gebouw een ijsbaan te gaan leggen. Dus dat zou eigenlijk, dat zou het eigenlijk moeten zijn dat we zeggen: dat moet je niet doen. En dat is … De voorzitter: Was dat een roep om interruptie? Gaat uw gang.
De heer IJsbrandy: Heeft u zonnepanelen op uw dak, mevrouw? Mevrouw Schneiders: Jazeker. De heer IJsbrandy: Heeft u dan ook de koelkast uitgezet en wast u nooit meer met de wasmachine? En gebruikt u dus ook geen stroom meer? Want het is toch wel heel tegenstrijdig om zonnepanelen op je dak te leggen en dan toch nog steeds energie te gebruiken. De voorzitter: Mijnheer Oomkes, uw microfoon staat aan, wil u uw microfoon uitzetten. Mevrouw Schneiders: Dat bedoel ik ook niet. Ik bedoel alleen, die zonnepanelen doe je om inderdaad de energie die je gebruikt, om die zo veel mogelijk te compenseren. Maar het is natuurlijk nogal extreem als je een ijsbaanbedrijf bent, om midden in de zomer als het heel erg warm is, en je hebt ook nog geen dak op je bedrijf, om dan ijs te gaan maken. Dat is een extreem uiterste. De heer IJsbrandy: Als die ijsbaan dar geld mee verdient, waarom zouden ze dat dan niet doen? De voorzitter: Ik denk dat dit een hele principiële discussie dreigt te worden. Dus u hoeft daar niet, ja, soms heel mooi, vanavond even niet. Daar hoeft u geen antwoord op te geven. Ik zie nog meer interrupties. Mijnheer Trompetter, nee. O ja, meneer Bloem. Dat is een interruptie? O nee, maar mevrouw Schneiders was nog niet klaar toch? Of wel? Mevrouw Schneiders: Ik had nog een zin.
Mag ik die dan nog misschien zeggen? Dat is dat het namelijk dat we dat niet zouden moeten willen is ook omdat je Haarlemmers eigenlijk ook wil stimuleren om geen extreme dingen te doen. We moeten in plaats van de energie duurzaam opwekken moeten we met zijn allen ook terug in energiegebruik. En als je nou midden in de zomer kan gaan schaatsen, dat is natuurlijk niet iets om te stimuleren dat je in je energiegebruik terug moet. Dus het is een verkeerd beeld wat het creëert. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schneiders. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: O, interruptie. Gaat uw gang.
56
De heer Bloem: Ja, dank u, voorzitter. Mevrouw Schneiders, ik snap het nog steeds niet helemaal wat u nou precies wil en welke opdracht u het college meegeeft. Want u zegt enerzijds: harde afspraken die zijn niet te maken, dat hebben we in het bestemmingsplan vastgelegd. Er wordt een gesprek door het college gevoerd met precies de insteek die u voor ogen heeft. En nu zegt u toch: nou beste college, ga dat gesprek nog maar een keer voeren, want de uitkomst bevalt me niet. Wat klopt er niet aan mijn relaas? Mevrouw Schneiders: Dat het volgens mij niet zo is dat dat gesprek gevoerd is. Want toen het college het gesprek voerde was nog helemaal niet bekend dat er ook iets met zonnepanelen was. Want die subsidie is eerst niet goedgekeurd. Dus er is nu een nieuwe situatie waarin zij inderdaad heel positief meewerken. Nou, daar tegenover moeten wij ook een beetje meewerken. Maar goed, ik zeg ook al: wij wilden eigenlijk een formele weg. Nou, die is er niet. Dus ik kan het college ook niet zo veel meer meegeven. Dat was de reden om het te agenderen en nu hoop ik dat het college samen wil werken met de ijsbaan en ze er daarom toe zal brengen om zelf ook geen zomerijs mee te willen maken. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ja, wat onze fractie betreft wordt er geen ijs gemaakt in de zomer.
Het lijkt wel alsof de zonnepanelen worden aangeschaft om ijs te kunnen maken. Dat is natuurlijk ook wel een grappig idee. Maar er zijn wel vaker fouten gemaakt die we niet opnemen in bestemmingsplannen of dingen vergeten, of dingen weg te gooien. Dingen zijn wel vaker fout gegaan. Dus mijn vraag is: als we met de omgevingswet bezig gaan, kunnen we dan niet gewoon binnen het bestemmingsplan weer opnemen dat zomerijs uit den boze is? Dat is mijn enige vraag en dan moet het nog een tijdje getogen en dan is het daarna gewoon weg. De voorzitter: Uw vraag is duidelijk. Dank u wel. Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Ja, voorzitter, wat willen we nou met die motie. Die wij ook van harte ondersteunen natuurlijk. Kijk, we falen toch nog wel echt compleet als gemeentebestuur als wij niet, ik ben een Fries, ik hou van ijs. Maar ijs is niet voor de zomer. En we zijn nu bezig om ijs te maken op zo’n manier dat het nog moeilijker wordt om ooit natuurlijk ijs te krijgen om op te schaatsen. We zijn bezig als stad om mensen te overtuigen van: jongens, wees nou een beetje zuinig. En soms ook moeilijke offers te vragen. Hoe kunnen wij mensen daar op offers vragen, als we niet in staat zijn om het inmiddels toch echt wel malloot idee bij de ijsbaan uit het hoofd te praten dat je die zeven weken daar ook ijs moet hebben.
Dat is toch een falen van een niveau waar we toch echt moeten raden waar we nou met zijn allen mee bezig zijn. Dus als dat formeel niet lukt is het een ding, maar als we dit niet doen dan is toch wel een groot moreel faillissement. Wethouder, wat vindt u hiervan? De voorzitter: U heeft een interruptie van meneer Trompetter. De heer Trompetter: Meneer Bloem, bent u het dan met mij eens, met mijn voorstel wat ik net deed dat die fout is gemaakt en dat we hier wel vaker fouten maken, dat we dat uit het bestemmingsplan hebben laten wegglippen. Althans, ik zat toen niet in die commissie, ik heb het niet meegekregen. Maar dat we dat weer terugbrengen wanneer het weer of bij een wijziging, een microwijziging kan ook, of wanneer de omgevingswet ingaat. Bent u het daarmee eens om dat te repareren van die fout? De voorzitter: Mijnheer Bloem.
57
De heer Bloem: Voorzitter, mijn punt is dat we dit gewoon op basis van overredingskracht gewoon een normaal gesprek van duurzaam mens tot een duurzame ijsbaan dit zouden moeten kunnen regelen, omdat als we dit niet kunnen het al helemaal kunnen vergeten bij de rest van de mensen in de stad. De voorzitter: Mijnheer Linder. Gaat uw gang. De heer Linder: Ja, ik heb er even voor de grap heb ik de website opgezocht voor de kunstschaatsding. En hilarisch, staat er: yes, ons winterseizoen is bezig. Ons winterseizoen is bezig, dus in juni. Dus ik wil eigenlijk wel vragen: wethouder, zou u niet misschien ook gewoon met hen eens willen gaan praten? En ik bedoel, volgens mij zijn ze de werkelijkheid kwijt dat ze nu uitroepen dat nu het winterseizoen bezig is. Dus misschien dat het helpt als er nog eens het gesprek gezocht wordt met de ijsbaan en met de kunstschaatsbond in Haarlem. De voorzitter: Dank u wel, meneer Linder. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. Ik zal het omwille van de tijd kort houden. Wij hebben destijds de motie niet gesteund en dat komt met name omdat als je symboolpolitiek in het woordenboek op gaat zoeken, dan zou je deze motie ernaast af kunnen drukken. Gaan we ook tropische zwembaden in de winter sluiten, omdat we vinden dat het teveel energie kost? Dit is echt een druppel op de gloeiende plaat, dit is echt puur gericht op een symbool.
Ik vind het echt heel bijzonder dat we hier opnieuw een agendering in toestaan. Dus wethouder, goed gedaan, motie afgedaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer De Groot. Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Hart voor Haarlem heeft de motie ook niet gesteund en sluit zich van harte aan bij de oproep van D66. Er wordt anderhalf miljard in Nederland uitgegeven door gemeentes aan sportfaciliteiten. De meeste sportfaciliteiten die zijn verlieslatend of zeer kritisch, wat betreft hun opbrengst. En iedereen is bezig om proberen de benuttingsgraad van die sportfaciliteiten zo groot mogelijk te maken. Schaatsen is een van de meest populaire sporten in Nederland, dus ik vind het zeer te pleiten dat de verenigingen in Haarlem en de ijsbaan alle moeite doen om zo veel mogelijk mensen het ijs op te krijgen. En als we dan ook nog bezig zijn met verduurzaming door zonnepanelen neer te leggen, dan verdienen ze een applaus en geen onnozele moties. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy, desondanks heeft u interrupties. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer IJsbrandy, daar hebben we rolschaatsen voor uitgevonden en skeelers, voor de zomer. De voorzitter: Goed. Het is een beetje mosterd na de maaltijd, maar ik ga wat strenger ingrijpen op de spreektijden, die voor heel veel mensen gewoon op zijn.
Maar ik ga mevrouw De Raadt nog even, als u uw knopje even indrukt, kijken of u wat mag zeggen. Mevrouw De Raadt: Wij sluiten ons aan bij D66, mooi betoog. De voorzitter: Heel fijn, mevrouw De Raadt. Zijn er verder nog mensen die wat willen zeggen? Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Ja, dank u wel. Nou ja, wij vinden dat zomerijs absoluut niet … Ja, het is aan jou John.
58
De voorzitter: Nee. Ja, er ontstaat hier wat beroering en mij ontgaat soms ook wel eens wat. Mijnheer Oomkes en mevrouw Wisse zijn van dezelfde partij. En zo zijn we natuurlijk niet getrouwd. Dat zou een mooie bull worden zeg. Anders zou ik zeggen: Jasper, kom er maar even bij, dan kan je ook nog wat zeggen. Volgens mij hebben we dan iedereen gehad, behalve de wethouder. En die mag nu wat zeggen. Gaat uw gang. Wethouder Rog: Voorzitter, dank u wel. Wat, hallo? Nou vervelend, dan moet ik stoppen. Als u mij toestaat, ik denk dat mijn collega de tijd heeft volgepraat. Nou, ik ondersteun alle warme woorden van vele fracties waar het gaat om het broodnodige duurzaamheidsbeleid. Voor mij was het toen ik werd gevraagd of ik wethouder wilde worden ook een van de belangrijke punten, dit collegeakkoord van duurzaam doen, waar ik me echt bij thuis voelde. Laat ik dat voorop stellen. Tegelijkertijd zitten we in een tijd waarin, in die coronatijd, waarin de hele wereld op zijn kop stond. Niks kon, alles werd gesloten en al die sporters die zo broodnodig wilden bewegen konden niks. Zo was dat ook voor de kunstschaatsers. In Haarlem hebben we een fantastische ijsbaan. En dat is echt een topijsbaan. Van heinde en verre komen er mensen naartoe, soms met elektrische auto’s, soms met de fiets, soms met een gewone auto.
Maar het is een fantastische ijsbaan waar mensen genieten van die heerlijke schaatssport. En in die ene zomer, in die ene zomer in coronatijd, waar alle ijsbanen die afgedekt zijn dicht moesten, was deze ijsbaan opende de deuren voor deze kunstschaatsers. En ik vind dat een fantastische geste naar deze mensen. Het is geen verboden sport, het is een schone sport. En ik ben hartstikke blij dat wij een ondernemer in onze stadsgrens hebben, onze gemeentegrens hebben, die niet alleen de groene mug bokaal heeft gewoon, die niet alleen een voorbeeld is voor ijsbanen in heel Nederland en de wereld waar het gaat om duurzaamheid, een ijsbaan die ook nog eens een keer zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt, door wanneer die mooie schone sport van het kunstschaatsen niet uitgeoefend kan worden de deuren opent en dat eenmalig toestaat. Ik vind dat hartstikke mooi en ik ben daar dankbaar voor. Tegelijkertijd weten we dus inderdaad dat deze ijsbaan ook nog eens een keer het grootste zonnedak van heel Haarlem zal gaan herbergen, daar ook investeringen in doet. Ik vind dat fantastisch, dat gaat meer energie opleveren dan dat ze verbruiken. Ik denk bij mezelf: zullen we ons nou eens in de handjes knijpen dat we dit soort ondernemers binnen onze gemeentegrenzen mogen herbergen. Ik vind het heel mooi. De voorzitter: Mijnheer Linder.
De heer Linder: Ik vroeg me dan af van: waarom zou dan niet het voor alle kinderen beschikbaar moeten zijn? Waarom zou het dan voor het clubje kunstschaatsers zijn en niet ook voor de andere schaatsers? Als die ondernemer dat zo mooi doet, dan zou dat toch ook voor andere kinderen beschikbaar moeten zijn, of niet? De voorzitter: Dit is gelijk het laatste wat u vanavond heeft gezegd. Want ook uw spreektijd is op. Dus u heeft het mooi gebruikt. Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Rog: Ja, voorzitter, ik ga niet over wat deze ondernemer wel of niet doet. Ik ga er niet over of de bakker aan de een of de ander mag verkopen en ook niet over wie er toegelaten worden tot het ijs. Dit was een eenmalige actie voor een groep die op dat moment nood had. Er is geen enkele intentie om opnieuw zomerijs te maken, niet voor dit doel en ook niet voor andere doelen voor schoolkinderen. Het komt ook simpelweg niet uit, dus daar is geen sprake van dat dat op stapel zou staan. Dus ja, het is gewoon ‘…’. De voorzitter: Ja, PvdA, zeg ik maar even. Meneer Oomkes, gaat uw gang. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Wethouder Rog, ik hoor met plezier aan dat u tot drie keer toe zegt dat het een eenmalige zaak is. Daarbij hebben we eigenlijk binnen wat we proberen te krijgen. We rekenen erop dat u dit, mocht het op de tocht komen te staan, dat kan met een open dak, dat u terugkomt op uw
59
woorden in deze commissie en de ijsbaan houdt aan zijn verantwoordelijkheden. Voor de rest deel ik uw bewondering voor de directie, voor de gang van zaken op de ijsbaan voor de ongelooflijke betekenis die deze ijsbaan voor stad en streek hebben. De voorzitter: Dank u wel, meneer Oomkes. Ik zie geen handen meer van mensen die hoognodig wat willen zeggen. En ik neem aan dat de wethouder ook … Wethouder Rog: Tegen meneer Oomkes kan ik alleen zeggen dat mijn voorganger dit gesprek heeft gevoerd met de ijsbaan, samen met wethouder Berkhout. En daar nadrukkelijk is gezegd dat er geen intentie is om dit opnieuw te doen. Daarmee is er geen 100% belofte gedaan dat het nooit gebeurt. Maar ik weet zeker dat u mij opnieuw naar de ijsbaan zult sturen als die intentie wel zal worden uitgesproken. De voorzitter: Gaat u daar maar van uit. Dan heb ik nog een vraag voor deze commissie, voordat u allemaal uw spullen pakt, uw mondkapjes opzet en verdwijnt. 16.1Motie 25.5 Met een duurzaam sportbeleid is Haarlem op een duurzame toekomst voorbereid De voorzitter: Motie 25.5, met een duurzaam sportbeleid is Haarlem op een duurzame toekomst voorbereid. Is deze motie hiermee afgedaan? Afgedaan hè, ik hoor een hele sterke meerderheid voor het afdoen van deze motie. 17. Sluiting De voorzitter: Dan wil ik u hartelijk danken voor uw aanwezigheid.
En een prettige avond en een fijne dag en een fijn weekend en tot volgende keer. Dank u wel. En mensen thuis, bedankt voor het kijken.
60