CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

06-10 Transcript Commissie Bestuur

commissie Bestuur 10 juni 2021, gemeente Haarlem37.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De heer IJsbrandy: Ja, Hart voor Haarlem sluit zich daarbij aan. Het is een kleine stap, maar hij wordt inderdaad vrij snel geëvalueerd. Vorige keer hebben we al ingebracht dat we hopen dat er ook echt concrete dingen uit voortkomen, waar je zegt van: ja, daar zijn we het echt over eens, daar kunnen we gezamenlijk in optrekken, daar kunnen we gezamenlijk ook binnen de MRA onze effectiviteit mee vergroten. Want dan bewijst het zijn waarde en rechtvaardigt het ook de kosten. De voorzitter: Dank u wel, meneer IJsbrandy. Mijnheer Smit, bent u daar? De heer Smit: Ja, mevrouw de voorzitter. De jury is aanwezig. De voorzitter: May I have your vote please? De heer Smit: 12 points for you. Ik ben lid geweest van de governance werkgroep. En ik ga nu proberen een paar dingen toch even recht te zetten, alhoewel ik daarmee wat wind uit de zeilen van de burgemeester neem. Maar ja, dat doe ik dan maar vanuit de rol die ik had in de governance groep. De twee mensen die nu gevraagd worden uit de raad zijn een soort ambassadeurs vanuit Haarlem die eigenlijk proberen een procesbegeleider te zijn en niet meer. Want wat was in het verleden vaak het probleem? De ene gemeente wist niet waar de andere gemeente in het kader van de MRA/regionale aspecten bezig was.

Er werd verschillend in de tijd werden besluiten genomen, het kon vaak niet meer of was al te laat of we waren te vroeg of we wisten niet wat de collega raad erover dacht. Dat werkte niet. Nu is gezegd: er moet afstemming komen in het besluitvormingsproces in Zuid-Kennemerland. Dat is alleen de bedoeling. Als ik dan hoor praten over 86% betreft dingen waar we over mogen besluiten. Nee, de bedoeling is dat zo veel mogelijk stukken in de raden worden aangeboden in een 60 of 80% versie. Dat wil zeggen: raden, ga ermee aan de gang en muteer erop, vul aan en geef ons huiswerk voor een 100% versie. Dat is allemaal positief. Als ik zelf kijk naar hoe ik naar deze governance werkgroep heb gekeken naar de toekomst, dan kan ik mij de opmerking van de SP wel voorstellen dat het een pleister is. Maar het is wel een hele stevige pleister. Het is een pleister die toch

18

helpt het vervelend bloeden van het regionaal overleg wat te voorkomen. Dat is geen, wat je noemt, wereldoplossing. Dat heb ik ook wel gemerkt in de werkgroep. Zelf ben ik van mening dat een meer open structuur samen met de IJmond, want ik denk dat het een groot probleem is dat we met zijn allen herkennen dat de westkant van de MRA feitelijk een te kleine of geen rol speelt in de gehele MRA. Dat die westkant zijn stem beter laat horen. En of het nou mobiliteit is, werkgelegenheid, of wat dan ook, de gedachte over het ov, het ontsluiten van de westkant. Wij zijn onvoldoende gehoord de afgelopen jaren en moeten ons beter laten horen. Mijn persoonlijke visie is dat het alleen kan als we snel doorstappen naar een overlegstructuur. En dan steunt de SP als dat meer open is meer ook richting de bewoners. In dat brede verband Zuid-Kennemerland, IJmond. Maar deze stap die maakt het mogelijk om de komende tijd beter in de raden van Zuid-Kennemerland af te stemmen hoe wij de besluitvorming die wij gezamenlijk beogen ook inderdaad gestructureerd, afgestemd met elkaar, in dialoog met elkaar, gaan vormgeven. Nou, en die positieve bijdrage heb ik gevoeld mee te leveren en die zit er ook wel in, maar het is een bescheiden stap. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, meneer Smit.

Is er verder nog iemand in deze commissie die hier het woord over zou willen voeren? Nee, dan geef ik nu graag het woord aan de burgemeester. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Om te beginnen denk ik dat het heel goed is inderdaad te zeggen dat het product wat voorligt is door een werkgroep met vertegenwoordigers uit de verschillende raden voorbereid. Vervolgens ook besproken in radenconferenties, waarbij alle raadsleden waren uitgenodigd. Dus in die zin is wat er hier voorligt niet het product van college of colleges, maar vooral ook van datgeen wat door raadsleden is ingebracht. Ik vind ook dat het idee dat het hier zou gaan om een pleister, eerlijk gezegd vind ik de beeldspraak ook niet goed. Waar het om gaat is, het is een hulpmiddel. Gemeenten hebben een aantal bevoegdheden, maar die stoppen bij hun grens, en dat is logisch. Alleen de samenleving gaat door en de problemen ook. Milieu, energie, mobiliteit, dat zijn zaken die zijn grensoverschrijdend. En iedere gemeente kan gewoon blind voor wat er bij de buren gebeurt doen wat die wil, maar het is verstandiger om dingen met elkaar te bespreken, om te kijken: kunnen we dingen afstemmen, kunnen we daar met elkaar uitkomen? De gemeenteraden hebben duidelijk aangegeven: wij willen geen bevoegdheden afstaan.

Wij willen niet zeggen van: nou, we vormen een nieuw orgaan en dat neemt dan wel de beslissingen. Nee, die hebben gezegd: dat blijven we zelf doen. Maar het is wel belangrijk dat we dan, als we een besluit nemen, dat we een beetje beeld hebben van: hoe ligt dat bij de andere gemeenten en wat is een haalbaar verhaal wat we met zijn allen zouden kunnen ondersteunen? En uiteindelijk is het aan de raad om te zeggen of ze dat dan wel of niet wil. En nou, met dank aan meneer Smit, want die heeft daar gezeten namens Haarlem. En die heeft net ook uitgelegd, want het idee was niet dat 60 tot 80% van de zaken door de gemeenteraden wordt besproken en de rest niet. Nee, 100% van wat er aan besluitvorming zeg maar bij raden ligt blijft gewoon bij raden liggen. Alleen als er gezamenlijk beleid wordt voorbereid is gezegd: lijkt het handig om niet pas als er een compleet verhaal is dat aan vier gemeenteraden voor te leggen met het risico wat we regelmatig meemaken, hebben we vorig jaar nog meegemaakt dat een of twee van die gemeenteraden zeggen: nou, wij willen het niet. En dan is al dat werk voor niks geweest. Nu is het idee, je legt het voordat het helemaal af is leg je het voor aan gemeenteraden, die zeggen wat ze ervan vinden. Dan weet je van: oké, heeft dat een beetje draagvlak, zijn daar nog kanttekeningen bij, kunnen we kijken of we dat mee kunnen nemen.

En vervolgens ligt er dan hopelijk iets waar in alle gemeenten voldoende steun voor kan worden gevonden. En uiteindelijk bepaalt de gemeenteraad zelf. Dus ik noem dit geen pleister, het is een hulpmiddel om ervoor te zorgen dat wij maatschappelijke problemen niet bij de eigen grens stoppen met erover nadenken, maar ook kijken van: kunnen wij gezamenlijk nog meer bereiken? En het blijft aan de gemeenteraad om dat te beoordelen.

19

De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen, meneer Rijbroek? De heer Rijbroek: Ik heb het even aan de burgemeester ervaren in de commissie ontwikkeling, dat zijn die technische bijeenkomsten digitaal. Daar werd besproken de regionale energiestrategieën. En er waren al een aantal projecten die waren al ingebracht, dus je kon je daar op inschrijven. De gemeente heeft daar zijn voorwerk voor gedaan, want je moet financiële middelen hebben. Dat is ons als zodanig voorgelegd, maar daar zijn we dan toch alleen maar in meegenomen, medegedeeld? Of zie ik dat verkeerd? Dan hebben wij daar toch niet een actieve rol in gehad? De voorzitter: De burgemeester. Burgemeester Wienen: Voor zover er bevoegdheden op dat punt door raden moet worden uitgeoefend, dan moet dat gewoon gebeuren voordat er een besluit kan worden genomen. Dus je kunt niet zeggen van: we hebben dit vast besloten en de gemeenteraden mogen er verder nog wel eens naar kijken. Er zijn dingen die geamendeerd zijn en waar wel al door colleges in de voorbereidende sfeer dingen zijn gedaan. En dat is denk ik ook maar goed ook om het werkbaar te houden en overzichtelijk. Maar ik meen toch te weten dat deze gemeenteraad nog maar heel recent over de energiestrategie een uitvoerig debat gevoerd heeft en daar ook allerlei uitspraken over gedaan heeft.

En dat wordt weer verder uitgewerkt en pas dan kunnen er verdere zetten worden uitgevoerd. De voorzitter: Nog een aanvullende vraag, meneer Rijbroek. De heer Rijbroek: Kijk, waar het over gaat dat is de algemene structuur. De RESSEN zijn behandeld, dat klopt, in die technische commissies. Maar de projecten die men voorlag van: die lijken ons gunstig geschikt. Die zijn toen al voorgelegd hogerop bij het ministerie van Binnenlandse Zaken ter beoordeling, want je hebt daar behoorlijke financiële middelen voor nodig. Kijk, in dat opzicht hebben wij daar geen actieve rol in gespeeld qua informatie, want die weten we nog niet. Ik in ieder geval niet. Burgemeester Wienen: Nee, maar dan krijgen we een andere discussie, want dat geldt ook voor lokale zaken. In de voorbereiding van beleid, en dat is een kwestie van hoe je de afspraken met elkaar maakt, maar om het werkbaar te houden dan zeg je van: de raad gaat over het beleid. Die zegt: dit zijn de brede lijnen die we willen. En vervolgens komt vanuit het college binnen dat beleid, als het goed is, voorstellen van: op deze manier zouden we het kunnen invullen.

En dat dat wordt voorbereid en dat er gekeken wordt: kunnen we het qua financiering rondkrijgen? Past het ook binnen het nationale beleid? Past het in de provinciale visie? Ja, dat is denk ik alleen maar heel erg handig, zodat u uiteindelijk een totaaloverzicht heeft als u uw besluiten neemt. Maar dat is niet iets wat specifiek samenhangt met deze intergemeentelijke samenwerking, want dat geldt ook als je het als gemeente in je eentje doet. Goed, dus voor mij is de essentie dat wij de bevoegdheden blijven waar ze lagen, namelijk bij de gemeenteraden. Dat verandert niet, maar je probeert de voorbereiding beter op elkaar af te stemmen, zodat de gemeenteraden als ze hun besluiten nemen een grotere kans hebben dat ze weten hoe het in andere gemeenten ligt en of er draagvlak ligt in het geheel van de regio. En dat ging nu soms niet goed. De keerzijde van deze benadering is overigens, dat is het kritische punt en dat zullen we dus ook moeten zien: zijn we voldoende besluitvaardig? Of gaan we een praatcircus optuigen waarbij wel stukken worden geproduceerd en die worden dan rondgestuurd en dan moeten ze weer aangepast worden. En als het uiteindelijk dan eens een keer zover is dat iedereen zegt: dan moet het maar zo. Dan staat er bijna niks meer in. Als dat zo zou zijn, dat hoop ik niet, dan hebben we het verkeerd gedaan en dan is het jammer, dan moet je ermee stoppen denk ik.

Waar het om gaat is: je probeert af te stemmen om daadwerkelijk beleid te kunnen voeren, stappen te kunnen zetten, en het is de raad die dat uiteindelijk besluit.

20

De voorzitter: Dank u wel, burgemeester. Mijnheer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Vanwege mijn rol in de governance groep durf ik de burgemeester in deze toch even aan te vullen en te steunen. Mijnheer Rijbroek pakt een voorbeeld dat niet een specifiek voorbeeld is op de agenda van Zuid-Kennemerland. De agenda van Zuid-Kennemerland, de beleidspunten zijn bekend en daar werken we aan. En vanuit die opdracht komen er beleidsstukken en dus beslisstukken naar raden toe, waar we in gezamenlijkheid over moeten beslissen. Dat heeft zijn beperkingen en het risico wat de burgemeester aangeeft als we daarin niet voldoende tot besluitvorming komen, ja, dan moeten we ons nog een keer op het hoofd krabben. Maar als dat wel lukt, dan hebben we de besluitvorming beter in de hand en meer gestroomlijnd dan in het verleden, toen we te vaak langs elkaar heen werkten. Maar het blijven uiteindelijk de beslispunten in de Zuid-Kennemerlandse agenda. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, meneer Smit, voor deze heldere aanvulling. Zijn er nog vragen blijven liggen voor de burgemeester? Dan is het aan mij om u te vragen: hoe gaat dit stuk naar de raad? Kan dat een hamerstuk zijn? O, meneer Smit. De enige van wie ik me voor kan stellen dat die nog even wat wil zeggen bent u, meneer Bloem. Een hamerstuk met stemverklaring, dat dacht ik al.

Hamerstuk met stemverklaring wordt het, prima. 11. Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: Het volgende agendapunt voor de toehoorders thuis is komen te vervallen, dat is agendapunt 11, kader citymarketing Haarlem 2021-2025. Nou vervallen, het is eigenlijk verschoven naar na het reces, waar het in gezamenlijkheid met een ander agendapunt behandeld zal worden. Vanavond dus niet. Dus wij gaan over naar agendapunt 11, dat is spreektijd voor belangstellenden. We hebben geen aanmeldingen gekregen van belangstellenden die willen inspreken over een punt dat niet op de agenda staat. Dus wij gaan rap door naar agendapunt 12. 12. Overige punten ter bespreking 12.1ENSIA verantwoording 2020 Haarlem (JB) De voorzitter: En dat betreft agendapunt ENSIA verantwoording 2020 Haarlem. Dat is een punt ter bespreking. Op verzoek van de commissie en het college worden periodiek alle rapportages rondom informatiebeveiliging ter bespreking geagendeerd. Bij sommige stukken zijn ook geheime stukken opgenomen. Ja, precies op tijd, wethouder Botter. Als de commissie de behoefte heeft daaruit te putten, dan zal dit tijdens een besloten vergadering moeten plaatsvinden. Dus voor alle duidelijkheid, want meneer Botter komt net binnen. Er is een besloten gedeelte in dit stuk. Mocht u het daarover willen hebben, dan kan dat uiteraard.

Dan doen wij het in aansluiting op dit agendapunt, maar dan in beslotenheid. En mocht het niet zo zijn en u heeft daar geen behoefte aan, dan kan dit punt gewoon in alle openbaarheid worden behandeld. Hartelijk welkom, wethouder Botter. Wethouder Botter: Bedankt, voorzitter. De voorzitter: Ik geef u even de mogelijkheid om zich aan te sluiten op allerlei mogelijke manieren. Doet die het niet? Daphne, pasje. Meneer Linder.

21

De heer Linder: Ja, ik vroeg me af in hoeverre die discussie zoveel zin heeft als we het niet over inhoud kunnen hebben. Dat wordt een wollig verhaal waar weinig concreets in die zin in zit. Dat is meer mijn … De voorzitter: Ik kan er inhoudelijk niet heel goed over oordelen, maar volgens mij is dat voldoende informatie waarover gesproken kan worden. Alleen bedrijfsgevoelige informatie dat dienen we gewoon niet hier te bespreken. Nogmaals, het kan wel, maar dan in beslotenheid. En als deze commissie nu zegt van: ja, dan kunnen we niks bespreken, dan moet het helemaal in beslotenheid. Dat kan ook, dan zetten we nu de camera’s uit en dan gaan we in beslotenheid verder. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij zijn er genoeg openbare gedeeltes om het daarover te kunnen hebben. En ik heb in ieder geval geen behoefte om over de besloten gedeeltes nu te praten. De voorzitter: Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, op de vraag of we het besloten moeten beantwoorden: nee. Maar ik had wel de vraag: klopt het dat er eigenlijk wederom bij deze geheime stukken eigenlijk geen oplegger bij zit? En met oplegger bedoel ik dus met duidelijke informatie waarom het geheim is op grond van welke artikelen het geheim is. En ook met een duidelijke belangenafweging. Want die heb ik gemist.

Kunt u dat nog even verifiëren voor mij? De voorzitter: Ik kijk even vol verwachting naar mijn griffier. Oplegger bij de … O, oké. Wethouder, een oplegger bij geheimhouding. Wethouder Botter: Ja, lukt het allemaal, oké. De reden waarom het zeg maar geheim is heeft te maken met dat het gaat over een situatie waarbij wij in ieder geval het gevoel hebben dat het niet handig is dat de buitenwereld met ons mee kijkt over de problematiek waarover we het straks gaan hebben. Dus het is sowieso een issue wat wij best wel ingewikkeld vinden om in de openbaarheid met u te bespreken. De afgelopen periode is er natuurlijk best wel veel te doen geweest over cybersecurity en over allerlei vormen van penetratie van buitenaf. En ja, ik ben mij niet bewust dat daar ook nog bij hoort dat er dan een oplegvel bij zit. Maar de reden zeg maar dat wij nu een aantal stukken geheim verklaard hebben heeft te maken met, ja, de gevoeligheid die in gemeenteland leeft over dit soort zaken. De voorzitter: Goed. En de vraag was eigenlijk van mevrouw De Raadt waarom daar dan geen oplegger zit met deze motivatie. Toch, mevrouw De Raadt? Dat was uw vraag, heb ik hem zo goed vertaald? Wethouder Botter: Ja, ik hou me doorgaans heel erg goed bezig met de inhoud, maar met dit soort administratieve zaken ben ik niet verder bekend. Mevrouw De Raadt: Ik zal er zo tijdens mijn termijn dan nog wat over zeggen.

Maar wat het CDA betreft is dit niet een administratieve handeling, maar het is een wettelijke verplichting. En in die zin zou ik u willen aanraden om daar nog even goed naar te kijken, voordat dit straks ter bekrachtiging naar de raad gaat. Wethouder Botter: Volgens mij, mevrouw de voorzitter, is het wel de vraag dan, dit is een samenspel natuurlijk tussen de griffie en de ambtelijke organisatie. En voor mij is het dan niet echt helemaal helder van waar zeg maar de verantwoordelijkheid ligt om wel of niet helder te krijgen van wat wel of niet dan in deze zin geheim verklaard moet worden. Wij hebben gemeend in ieder geval als college dat er een aantal aspecten

22

aanzitten die belangrijk zijn om die niet in de openbaarheid met u te bespreken. Maar als u vindt dat dat wel moet, dan gaan we dat doen. De voorzitter: Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Ja, voorzitter, even ter ondersteuning. Kijk, het is heel zorgwekkend dat het college het dus niet weet waar die verantwoordelijkheid ligt. En dat de verantwoordelijkheid dan nu ergens zweeft. Het punt is dat gewoon alles openbaar is, tenzij. Tenzij daar een wettige grondslag voor is, dat is het punt. En hoewel ik heel ver mee kan gaan met het college en daar geen meningsverschil is, dit moeten we gewoon goed regelen. Want als iemand deze informatie opvraagt, denk ik dat we die misschien gewoon vrij moeten geven nu. Ik zie namelijk geen wettelijke grondslag om nee te zeggen, terwijl ik wel een hele hoop praktische redenen zie om het niet te doen. Dus dit goed regelen is meer dan een huishoudelijkheid, het is gewoon slim omgaan met informatie en recht doen aan openbaarheid. De voorzitter: Ja, ik zou even een punt van orde maken, want volgens mij is hier een soort van hete aardappel die een beetje doorgeschoven wordt. Laat ik nou voorstellen dat er even wordt nagegaan bij wie precies de verantwoordelijkheid ligt om die oplegger te verzorgen, of aan te geven dat er een oplegger moet komen. Niet bij de griffie, niet bij de wethouder.

Wethouder Botter: Ik denk dat we in de toekomst gewoon moeten zorgen dat dit beter geregeld is. Ik vind dit natuurlijk ook vrij vervelend dat we nu in deze discussie met elkaar terecht zijn gekomen. Het punt is dat een aantal stukken die hier vanavond ter bespreking staan wat ons betreft, wat het college betreft, wat de ambtelijke organisatie betreft, in ieder geval belangrijk zijn dat die niet in de openbaarheid worden besproken. Omdat dat bedrijfsvertrouwelijke informatie is. En dat is de achterliggende gedachte. En ik zal daar in de toekomst nadrukkelijker op letten. De voorzitter: ik geloof dat dat alles is wat wij vragen in dit geval. Want volgens mij is het inhoudelijk wel duidelijk waarom het niet in de openbaarheid besproken dient te worden. Meneer Smit had nog een opmerking. Klopt dat, meneer Smit? De heer Smit: Ja, mevrouw de voorzitter. Ook ik heb een bijdrage graag. Ik vind als er niet een besloten deel is, dat er toch een wezenlijk deel in de discussie in de afweging vanavond passeert. En dat is het rapport bepaling ISO 27.01. Daar ga ik voor de rest niks over zeggen, maar dat document verdient aandacht. En als het dat vanavond niet krijgt, dan wordt het wel een beetje een lege huls discussie denk ik, waar ik vervolgens dan achteraf wel vragen over moet gaan stellen.

Maar dan doen wij niet terecht denk ik aan de rol en de toegevoegde waarde die wij als commissie kunnen hebben. Dus ik zou een besloten deel bepleiten. Als de meerderheid dat niet wil, dan ga ik op een andere manier mijn vragen stellen. Maar ik vind het wel jammer. Ik snap overigens de wethouder in deze, ik ben bijna altijd tegen geheimhouding. Maar als het gaat om de ITbeveiliging van onze organisatie dan kan je niet voorzichtig genoeg zijn. Dus in die zin steun ik hem. Dank u, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, meneer Smit. Ik ga even polsen, meneer Rijbroek, voordat we verdergaan. Ik ga even polsen of het gedeelte, het onderwerp waar meneer Smit het over heeft, ik zie meneer Linder zag ik uitbundig knikken, die is het eens met meneer Smit dat dit in beslotenheid nog even besproken moet worden dat gedeelte ervan. Is daar een meerderheid voor te vinden in deze commissie? Mijnheer Bloem.

23

De heer Bloem: Vanuit de SP vind ik dat als iemand daarover het wil hebben, dat we hem dat recht moeten gunnen. Dus dan moeten we het gewoon doen. De voorzitter: Ja, en ik neem aan, meneer Rijbroek, dat u het daar volledig mee eens bent. Oké, meneer Smit, als u er nog bij bent dan gaan wij straks ook een gedeelte in beslotenheid bespreken. De heer Smit: Dank u. De voorzitter: Graag gedaan. Dan kunnen wij nu overgaan op de inhoudelijke bespreking van dit onderwerp. Wie wil als eerste het woord voeren? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Er zijn ten opzichte van 2019 verbeteringen waar te nemen in de basisregistraties in zijn algemeenheid. Er is vooruitgang geboekt op de basisregistratie ondergrond. De score op de juistheid van de gegevens blijft echter nog iets achter. En we hopen dat dat nog verbetert in de toekomst. Bij de BAG, de basisregistratie adressen en gebouwen, blijft wel de score op actualiteit achter. Als reden hiervoor wordt gegeven: mede doordat gereed-meldingen van verbouwingen niet bij de BAG aangeleverd worden vanwege een gebrek aan capaciteit/prioriteit bij handhaving, door een eerdere bezuiniging. Dan is de vraag: is het college van plan om hier een verbeterslag in te maken? Meer capaciteit, meer prioriteit bij handhaving. En wat gaat het college daarvoor voorleggen aan de commissie c.q.

de raad? De basisregistratie grootschalig topografie is goed op orde met een 100% score blijkt het uit een zelfevaluatie. Dit ziet er goed uit. De verwachting is dan ook dat het Ministerie van Infrastructuur en Jeugd dat ook zo zal zien. Is dit zo en wanneer horen wij dat? En dan tot slot voor de eerste termijn SiriNet en DigiD. Het is goed dat het college een verbeterslag heeft opgesteld om te voldoen aan de normen, waar Haarlem niet voldoende op scoorde. En de vraag is of de commissie nog een actieve terugkoppeling krijgt na november 2021. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Trompetter. Mijnheer Linder. De heer Linder: Ik begrijp even niet precies hoe dat nou zit met die gesloten vergadering. Ik kan mijn betoog namelijk niet doen, of tenminste dan moet ik hem aanpassen. Dus ik weet niet hoe we het precies doen. De voorzitter: Dan stel ik voor dat u uw betoog houdt als wij in beslotenheid verder vergaderen. Want dat gaat hier direct na. Dus de zaken die in openbaarheid besproken kunnen worden doen we nu. Ja? Oké, prima. Wie kan ik het woord geven? Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Voorzitter. In weerwil van hetgeen misgaat van de juiste oplegger als het gaat om geheime stukken, moet ik wel zeggen dat ten opzichte van de vorige keer toen ik betrokken was bij de bespreking van dit onderwerp gelukkig een veel meer stukken openbaar zijn.

En dat we het openbaar wel degelijk ergens over kunnen hebben. Dus complimenten daarvoor aan de wethouder. Als we naar alle openbare stukken kijken, dan denk ik dat we zeker qua techniek de goede kant op gaan, maar het zwakste punt is altijd de mens. Dat zal het altijd blijven. En daarom ben ik ook heel benieuwd hoe de wethouder dat punt ziet. Hoe gaat het nou echt met die cultuur, hoe gaan we met die gegevens om, zijn we daar voorzichtig mee? En zijn we dus heel echt bedacht op ransomware aanvallen die, zoals we net in Amerika hebben gezien, maar ook in Nederland natuurlijk al eerder, zeer ontwrichtend kunnen zijn. Mijn vraag aan de wethouder is: stel u zou dat testen in hoeverre dat plaatsvindt, in hoeverre mensen gevoelig zijn voor phishing in deze organisatie, kunt u ons dan ook delen hoeveel mensen de fout in gaan? Hoeveel leden helaas nog steeds op links klikken waar ze niet op zouden moeten klikken. Dat geeft namelijk pas echt een beeld op dat vlak hoe het staat met de organisatie. Ik

24

kan uit eigen ervaring vertellen bij een niet nader te benoemen organisatie waar ik zelf heb gewerkt dat dit echt een groot probleem is. Ongeacht hoe hoog het salaris. Sterker nog, hoe hoger het salaris hoe groter het aantal mensen dat op een link klikt om een gratis iPad te krijgen. Dat was de conclusie. Wethouder, kunt u dat aan ons rapporteren? En zou u dat dan, het liefst natuurlijk openbaar, maar als u dat vertrouwelijk vindt ook kunnen motiveren waarom u dat vertrouwelijk zou willen doen. De voorzitter: Dank u wel, meneer Bloem. Wie mag ik het woord geven? Eenmaal, andermaal, nee. Dan geef ik het woord aan meneer Botter. O, mevrouw Çimen, gaat uw gang. Mevrouw Çimen: ik zat niet goed op te letten, excuus. Voorzitter, net als de andere collega’s stellen wij ook vast dat er heel veel vooruitgang is geboekt. En wij zijn ook blij dat er bijvoorbeeld ten aanzien van DigiD en SuwiNet een verbeterplan wordt gemaakt voor iedere norm waaraan dus niet volledig wordt voldaan. Tegelijkertijd deel ik wel de opmerkingen van de collega van de SP dat er ook veel security risico’s en knelpunten zitten in menselijk handelen. En ik ben dan ook wel benieuwd hoe deze cultuur binnen de organisatie wordt verstevigd door de wethouder.

En kan hij daar ook expliciet op ingaan? En dan, nou ja, ik weet niet of dit het moment is om het hierover te hebben, maar ik deel op zich wel de inbreng van mijn collega van het CDA dat er eigenlijk altijd een duidelijke overweging moet zijn of een belangenafweging moet zijn waarom er bepaalde stukken geheim worden verklaard. Tegelijkertijd snap ik heel goed de redenering van de wethouder van: ja jongens, we hebben het over risico’s en knelpunten en kwetsbaarheden in onze bedrijfsvoering. Dus ik zit er niet op te springen om dat allemaal openbaar te maken. Maar volgens mij is dit wel iets waar we ook gewoon stevig op moeten blijven letten vanuit zowel collega als gemeenteraad in het kader van een transparante overheid. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Çimen. Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Ja, kort hoor. Dan nog even inderdaad over die geheimhouding. Ik denk dat D66 en het CDA het wat dat betreft helemaal eens zijn. Collega van de PvdA wees met er inderdaad net op dat dit een bespreekpunt is, dus deze stukken gaan niet automatisch door naar de raad. En dan ook niet de geheime stukken automatisch door ter bekrachtiging.

En dan wil ik in ieder geval nog wel gezegd hebben, dan laten we het voor dit keer laten we het zitten en zien we het door de vingers, maar dan heeft het CDA hier wel even duidelijk aangegeven dat we vanaf nu echt strenger zullen zijn in het beoordelen van die geheimhoudingsbesluiten. En ja, dat echt die oplegger, die is van groot belang. En vooral, en in dat kader wil ik ook nog wel eventjes meegeven dat dus enkel het verwijzen naar een wet tekst, dat dat echt volstrekt onvoldoende is. Die duidelijke belangenafweging, die moet echt altijd worden gemaakt. En het simpele feit dat er een risico is, dat is op zichzelf natuurlijk nog onvoldoende. Dus de vraag die steeds beantwoord moet worden is: waarom weegt het belang op openbaarheid, waarom is het belang op openbaarheid in dit specifieke geval ondergeschikt? Nou ja, voor dat denk ik even genoeg voor nu. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. Verder nog mensen die een bijdrage willen leveren? Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Toch wel, en dat heeft niks met de geheimhouding te maken. Het is wat de SP zegt heel simpel. Je hebt ook kunnen lezen vandaag in Amerika, er hoeft maar een gebruiker te zijn die het verkeerd doet, hoe kan het, en het halve land en organisaties liggen plat. In Nederland kan dat via simpel, nou ja geavanceerde, SMS’jes. Klik erop en het is raak.

Wat betreft de ICT, wat ik met dan wel afvraag, ik weet niet of dat aan het raakvlak is van geheimhouding: hoe gaan we dat oplossen? Het is zowel de hardware als de zachte

25

achterkant de software. Wat gaan we daaraan doen op korte termijn? Want het is wel belangrijk. Het is wachten in Nederland op een totale blackout. De voorzitter: Dank u wel, meneer Rijbroek. Was dat het? Dan geef ik nu graag het woord aan de wethouder Gaat uw gang. Wethouder Botter: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het wachten op een totale black out dat gaan we niet doen. We zijn wat ons betreft heel nadrukkelijk bezig om te kijken van hoe we ervoor kunnen zorgen dat we in het hele scala van cybercrime en allerlei vormen van aanvallen proberen om de boel buiten de deur te houden. Er is inderdaad met regelmaat een test in de organisatie waarbij wordt gekeken van in hoeverre afdelingshoofden of medewerkers op de een of andere manier gevoelig zijn voor het klikken op bepaalde sites wat niet handig is. Dat krijgen ze ook teruggekoppeld, daar wordt over gesproken. Als u daar een rapportage van wil hebben, dan kunnen we dat verzorgen. Het is alleen zo dat dat echt wel bedrijfsgevoelige informatie is. Want wat wij proberen te doen met het geheim verklaren van een aantal informatiedocumenten is dat wij vooral de hackers buiten de deur willen houden, dat we in ieder geval daarover niet door middel van dit soort vergaderingen ook de mensen wijzer willen maken dan strikt noodzakelijk.

Dat is ook de reden volgens mij waarom we straks een stukje besloten vergadering hebben om daarover te praten. Want dit luistert heel erg nauw. Het is een onderwerp wat de afgelopen periode steeds aan belang toeneemt. U hoort er ook over vanuit verschillende organisaties die te maken hebben met de overheid of met de semi overheid. En je ziet dat steeds meer organisaties geïnfiltreerd raken door de problematiek die wordt, ja zeg maar, dat is Siri die luistert ook mee. Dus wat dat betreft zijn we gewoon heel erg druk bezig om te voorkomen dat wij geïnfiltreerd worden door partijen die niet zeg maar wenselijk zijn om met ons mee te kijken en met ons mee te luisteren. Als het gaat over de vragen die zijn gesteld over DigiD en SuwiNet, we maken daarin vorderingen. We zijn daarin nog niet echt volledig op orde. Dat met name over SuwiNet heeft u ook kunnen lezen. Het is wel zo dat we daar steeds stappen maken om daarin een, ja, een betere stap te zetten. Als het gaat over de menselijke invloed, dan is dat wel een punt wat van belang is ook als het gaat over van gedrag en cultuur. Je merkt gewoon dat mensen op dit moment het lastig vinden om bijvoorbeeld nog met hun batch dat op te dragen en een aantal andere zaken, ja zeg maar die te maken hebben met de dubbele verificatie, om daarvan gebruik te maken.

Maar dat is een situatie waarbij we qua cultuur heel druk bezig zijn om dat ook te veranderen, om mensen ervan te overtuigen dat het belangrijk is om daaraan mee te doen. Omdat dat ook een aspect is van hoe je wel of niet je toegankelijkheid binnen de gemeente verder vormgeeft. Ik roep even in herinnering een onderzoek door een bureau dat ook onze organisatie heeft getest, maar dat recentelijk ook heeft gekeken naar de gemeente Utrecht. Waarbij toch vrij makkelijk was om achter een medewerker mee naar binnen te lopen, vervolgens achter een workstation te gaan zitten om vervolgens in te loggen en toegang te krijgen tot gegevens waar je eigenlijk helemaal niet van hoopt dat zeg maar personen die daar geen toegang toe zouden moeten hebben er toch gebruik van maken. Nou, dat zijn dingen waar wij ook naar kijken, waar wij ook gebruik van maken en waarvan wij zorgen dat in ieder geval op zijn minst geen mogelijkheid is om daar gebruik van te maken. Wij maken ook gebruik van hackers die met regelmaat, dat zijn dan gecontroleerde hackers moet ik zeggen, die met regelmaat onze programma’s proberen te infiltreren om te kijken of je daar wel of niet doorheen kunt komen, door de beveiliging. De techniek die we hanteren wordt steeds beter, maar het is onvoldoende als het gaat om 100% te zeggen dat we ervoor zorgen dat er nooit een cyberaanval kan gebeuren.

Dat heeft alles te maken met het feit dat je op een gegeven moment, kijk, je loopt voor een bepaald deel altijd achter de feiten aan. En je zult moeten zorgen dat je daar de komende periode zowel qua menskracht als ook financiën in gaat investeren. We hebben de afgelopen periode bij de afgelopen begroting ook in ieder geval twee FTE extra beschikbaar gesteld om daarin in ieder geval te investeren. Maar het zal in de toekomst steeds belangrijker worden, in ieder geval wil je niet geïnfiltreerd raken, om daar

26

aandacht aan te besteden en daar ook in te investeren. Dat is iets wat er gewoon bij hoort, iets wat bij de bedrijfsvoering in het verleden misschien ondergeschikte rol heeft gehad, maar wat in de toekomst een steeds belangrijkere rol zal gaan spelen. Volgens mij heb ik in ieder geval het merendeel van de vragen die zijn gesteld hiermee beantwoord. En mocht dat niet het geval zijn dan hoor ik dat graag in tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Is er, ja, meneer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, dat is helemaal los van de ICT-vraag had ik nog een andere vraag. En dat gaat over de BAG, over de basisregistratie adressen en gebouwen. Met als reden dat het gebrek aan capaciteit bij handhaving door de eerdere bezuinigingen geen stukken werden aangeleverd. Hoe het college daar tegenaan kijkt, wat de verbeterplannen daarmee zijn. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Botter: Nou, daar zijn we dus mee bezig om dat ook te repareren en te zorgen dat we daar in ieder geval geen gaten laten vallen. De voorzitter: Is er behoefte aan een tweede termijn in openheid of gaan wij over tot het besloten gedeelte van deze vergadering? Ja, dan gaan we over tot het besloten gedeelte van deze vergadering. Dan zal ik vragen of wij dat kunnen regelen. Een moment alstublieft.

Voor de mensen thuis die afvragen: wat zijn ze nou toch aan het doen daar allemaal in die raadszaal? We wachten even om te kijken of wij zo meteen even voor u thuis kunnen schorsen, dan gaan wij hier verder met een kort besloten gedeelte van deze vergadering. En dat is niet omdat wij het u niet gunnen om kennis te nemen van wat wij hier aan het doen zijn, maar dat heeft te maken met bedrijfsgevoelige informatie, dus soms gebeurt dat. Dus we zetten u even uit of zet ons even uit. We zetten onszelf even uit. En dan komen we straks weer bij u terug. Dames en heren, we zijn weer openbaar. Ik vraag u vriendelijk om daar rekening mee te houden. Het was natuurlijk heel gezellig onder ons. Voor de mensen die thuis kijken, we hadden een technische storing. Als u denkt: wat waren die mensen toch lang in beslotenheid aan het overleggen. Dat is maar ten dele waar, zo lang duurde het allemaal niet. Maar wij hadden een technische storing waardoor het allemaal wat langer duurde dan gepland. Excuses daarvoor. Als u terug bent, fijn dat u terug bent. 13. Rapportage adviescommissie samenwerking Zandvoort-Haarlem (JB) De voorzitter: We gaan door naar agendapunt 13, rapportage adviescommissie samenwerking ZandvoortHaarlem. De raad wordt gevraagd de adviezen van de geschillencommissie over te nemen.

De vergoeding van Zandvoort aan de Haarlem inzake de ambtelijke samenwerking vanaf 2021 te verhogen overeenkomstig het advies van de geschillencommissie en dit te verwerken in de bestuur rapportage 2021 en de programmabegroting 2022-2026. En punt 3, de efficiency korting in vijf stappen af te bouwen conform het voorstel van de geschillencommissie. Wie mag ik als eerste het woord geven? Ik zie allemaal handen, ik geef meneer Rutten als eerste het woord. Gaat uw gang. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. Het mooie van deze geschillenregeling is dat je eigenlijk, je roept hem in en dan ga je niet daarna nog eens een keertje zeggen van: nou, we zijn het niet eens met de uitkomst daarvan. Dus het is een onafhankelijk advies, dus de VVD fractie steunt het college in de voorstellen zoals die nu gedaan zijn. De voorzitter: Dank u wel, meneer Rutten. Mijnheer Trompetter.

27

De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ja, daar sluit Actiepartij bij aan, bij het betoog van de VVD. Het is een arbitrage en het lijkt ons logisch. En ja, als je vooraf zegt dat je instemt met de uitkomst, dan doen we dat dus ook. De voorzitter: Dank u wel, meneer Trompetter. Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Ja, voorzitter, dat over de geschillenregeling klopt natuurlijk allemaal wel. Maar ik denk dat het wel handig is om even iets dieper te kijken wat hier nou aan de hand is. Het is een beetje een gedwongen huwelijk geweest waar wij toen ook niet mee ingestemd hebben omdat we de risico’s ook zagen. We zien in Zandvoort ook grote weerstand ontstaan. En vragen aan het college, los van dit besluit wat volgens mij terecht is, gaan we nou ook nog eens iets breder kijken of dit nou echt een goed idee is of dat we elkaar alleen maar ongelukkig maken in dit huwelijk met Zandvoort. De voorzitter: Dank u wel, meneer Bloem. Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel. Ja, Hart voor Haarlem is het ook eens met de conclusies van de commissie voor de korte termijn. Sommigen van u zullen zich wellicht herinneren dat we in het kader van de Duizenberg exercitie vorig jaar ook naar de Zandvoort kostenverhoudingen gekeken hebben. Daar zijn ook nog wat conclusies zeg maar uitgekomen die we ook nog met de commissie recent besproken hebben.

En aansluitend bij wat de SP net opmerkt lijkt het ons ook zeer zinvol dat Haarlem dicht aan de evaluatie die in 2020 gaat plaatsvinden toch eens gaat nadenken over de periode daarna. Uit Zandvoort komen bijvoorbeeld signalen, ik meen van de VVD, dat men wilde zoeken wat het zou betekenen om weer een eigen apparaat op te zetten. Ik geloof dat dat volgens de overeenkomst dan op kosten van Haarlem zou moeten. Ja, moet Haarlem zich hierop voorbereiden, wat betekent dat dan? Het zal sowieso maar een punt kunnen worden in de verkiezingen, in ieder geval die van Zandvoort. Ja, als Haarlem dit model wil handhaven of gezien onze samenwerking in Zuid-Kennemerland misschien wel uit willen breiden naar heel Zuid-Kennemerland, wie weet. Hoe zou het er in de toekomst dan uit moeten zien? Er wordt in het rapport van de commissie een onderscheid gemaakt in de reguliere dienstverlening. Op zich een interessant concept, wat valt daar precies onder? En projecten. Ja, zou dat een basis kunnen zijn voor meer een soort shared service center gedachte? Om dat in te richten voor die reguliere dienstverlening met duidelijke prijs-prestatieverhoudingen, zodat we ook de discussie zoals we die nu met Zandvoort hebben, dat die veel transparanter worden. Maar goed, ook dat betekent natuurlijk het nodige voor de organisatie.

Een ander punt is, en dan meer vanuit Zandvoort gedacht, is de regieorganisatie in Zandvoort niet veel te klein? Want laat ik zeggen, die bestaat in feite niet. Kortom, wat is eigenlijk ook vanuit een uitbestedende gemeente een bestendig model voor de toekomst? Dus Hart voor Haarlem zou het college willen oproepen om hierop een strategische visie te gaan formuleren om Zandvoort hiermee een concreet langetermijnperspectief te kunnen bieden. En ja, zonder dat ze de angst hoeven hebben dat hun complete budget langzamerhand richting Haarlem gaat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer IJsbrandy. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Ook wij zijn blij dat het gelukt is om tot een set van afspraken te komen. En het is goed dat beide partijen zich vooraf gecommitteerd hebben aan deze uitkomsten. En wij hopen van harte dat beide gemeenteraden zich ook committeren. Een heldere rapportage waarin het ons verbaast dat er geen enkele verwijzing te vinden is naar de 6,25% loonstijging van de gemeente CAO. Wethouder, hoeveel invloed hebben deze verhogingen in uw optiek gehad? Eind 2022 loopt het contract met de gemeente Zandvoort af. De verdere uitwerking daarvan zien wij met nieuwsgierigheid tegemoet. Het heeft onze

28

voorkeur de samenwerking met Zandvoort te continueren. De voorwaarde is wel dat de afspraken recht doen aan de belangen van zowel de mensen uit Zandvoort als die in Haarlem. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer De Groot. Mevrouw Wisse. Ja, maar dat is jammer, want het moet opgenomen worden. En als uw microfoon het niet doet. Zijn er nog meer microfoons die het niet doen? Mevrouw Wisse: Nu lukt het wel geloof ik. Ja, sorry. Beide colleges committeerden zich inderdaad bij voorbaat aan het advies wat gegeven is. Maar ik zou graag van de wethouder willen horen of hij, kijk dat was een afspraak en we leggen ons erbij neer, maar of hij zich hier ook echt goed bij voelt. Dank u wel. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Ja, mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, een gedwongen huwelijk hoorde ik de SP zeggen. Nou, zo ziet het CDA dat niet. Volgens mij hebben we dit echt gedaan om Zandvoort te helpen. Maar ja, dat lijkt inderdaad soms wel eens, ook door Zandvoort zelf, te worden vergeten. Goed, dit gezegd hebbende, het CDA zal instemmen met de adviezen van de geschillencommissie. Nog wel twee vragen. Eentje over de dienstverleningsovereenkomst.

Wethouder, begrijp ik het goed dat wanneer Zandvoort bijvoorbeeld weer iets als, nou ja, laten we zeggen de Formule 1 gaat organiseren, dus echt zaken die veel ambtelijke capaciteit vergen, dat daar dan van tevoren aparte financiële afspraken over worden gemaakt. Zodat dit helder is vanaf het begin wat ze daar extra voor moeten betalen. Zou u dat even kunnen schetsen? Als ik gelijk heb en u kunt dat bevestigen, kunt u dan even schetsen hoe dat dan inderdaad in zijn werk gaat? En dan de laatste vraag, een beetje aansluitend op wat D66 zei, over die CAO stijging. Ik meen mij te herinneren dat er ook veel extra kosten zijn gemaakt door langdurige zieken die we hebben overgenomen van Zandvoort en is dat ook meegenomen door deze geschillencommissie? Want daar zag ik in ieder geval zo snel niks over. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. Verder geen opmerkingen? Wethouder, aan u. Wethouder Botter: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. O. De voorzitter: Mijnheer Gün. De heer Gün: Ja, ben ik te horen, voorzitter? De voorzitter: Luid en duidelijk, meneer Gün. De heer Gün: Ja, dank u wel. Ik had inderdaad een handje, wilde ik zeggen, wat ik ook wil inbrengen. Even kijken, als een van de laatsten is het makkelijk om aan te sluiten bij de twee laatste opmerkingen van het CDA, namelijk die van de dienstverleningsovereenkomst en Couleur lokaal.

Dat we scherp zijn op, nou ja, afspraken zoals de geschillencommissie ook heeft geconcludeerd, dat die van tevoren zeg maar goed worden gemaakt. En het tweede inderdaad zoals we vorige jaar ergens meen ik hebben besproken, die langdurig zieken die nogal inhakken op de financiële afspraken die zijn gemaakt, hoe dat er nu voor staat. Dan het volgende, voorzitter. We hebben als GroenLinks waren we overigens positief over de samenwerking, laten we daar duidelijk in zijn. De aanleiding was inderdaad de hulpvraag van Zandvoort. We hebben toen letterlijk gezegd dat je als goede buur je andere buur niet in de kou laat staan, maar we hebben daar wel voorwaarden aan verbonden. En die voorwaarden waren dat de Zandvoortse werkzaamheden en capaciteit geen afbreuk mocht doen aan de Haarlemse capaciteit, inzet en financiën. Er is toen ook gesproken van een efficiency voordeel, zowel voor Haarlem als Zandvoort, en daar heeft Zandvoort ook nog zeg maar een korting op kunnen

29

bedingen. Nu concludeert de geschillencommissie dat die efficiency voordelen niet gehaald gaan worden en daar is een afbouwregeling voor afgesproken. Nou, aan de ene kant kan je zeggen van: joh, van tevoren hebben we ons gecommitteerd aan de uitkomsten, dat is dan ook zo, maar volgens mij was het de PvdA die dat zei van: ja, hoe voelt dat eigenlijk dat als die efficiency voordelen niet worden behaald, dat wij er dan toch vijf jaar over doen om die financiële tegemoetkoming die Haarlem dan behoort te ontvangen, dat we pas elk jaar 20%. Dus zeg maar wel Zandvoortse werkzaamheden verrichten, maar slechts een deel daarvan, een fractie daarvan ontvangen als Haarlem. Een van mijn voorgangers zei ook dat er volgend jaar de evaluatie is, dat we als GroenLinks ook echt uitzien naar een goede evaluatie met extra aandacht voor governance samenwerkingsafspraken, de overlegstructuur en natuurlijk ook de financiën. En dat we uitzien naar een visie voor de lange termijn samenwerking, indien Zandvoort, en dat was ook een collega die dat zei, dat ook nog op die manier ziet. Want er gaan inderdaad steeds meer geluiden op dat zij het huwelijk willen verbreken. Maar misschien weet de wethouder ook iets meer, omdat hij als het goed is regelmatig contact heeft met Zandvoort. Dus dat horen we dan ook graag, dank. De voorzitter: Dank u wel, meneer Gün.

Dan als er verder geen bijdragen zijn, dan geef ik nu graag het woord aan de wethouder. Gaat uw gang. Wethouder Botter: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het is misschien goed om aan te geven dat over het algemeen de gemeenteraad en het college van Zandvoort zeer te spreken zijn over de samenwerking met Haarlem. En ook zeer te spreken zijn over de stukken die worden aangeleverd vanuit de ambtelijke organisatie voor Zandvoort. Er is zeker in de afgelopen periode in de pers regelmatig wel gesproken ook over de vraag van: ja, moeten we dit wel blijven doen? Moeten we niet een eigen ambtenarenapparaat op gaan zetten en dergelijke. Maar dat is echt een minderheid die daar zeg maar zich over uit heeft gelaten. En ik heb ook de verschillende gemeenteraadsvergaderingen waar daarover is gesproken gevolgd en nagekeken. Dus het is denk ik wel goed om aan te geven dat men over het algemeen tevreden is. Dat betekent niet dat er geen verschillen zijn tussen onze beide gemeenten. Een grootstedelijke gemeente als Haarlem en een badplaats als dorp in Zandvoort, ja, dat zijn natuurlijk verschillende grootheden. Waarbij ook het soms voor het ambtenarenapparaat ingewikkeld is om daarvoor de verschillende couleur lokaal verder inhoud te geven.

Dat is iets wat je van tevoren weet, dat is iets wat je van tevoren goed moet afspreken en waar je van tevoren ook van doordrongen moet zijn dat het niet blijft bij zoals het was. Bij beide partijen niet. En als het gaat over zeg maar het gedwongen huwelijk, ik ervaar het niet als een gedwongen huwelijk. Ik heb ervaren dat Zandvoort op een gegeven moment een bestuurskracht onderzoek heeft laten doen en erachter is gekomen dat voor een aantal taken het niet mogelijk was om daar in een zelfstandige positie te blijven vervullen. Ook met de decentralisaties, maar ook met de omgevingswet en een aantal andere zaken die op hen afkwam. En men is op zoek gegaan naar een andere vorm van samenwerking en uiteindelijk ook bij Haarlem terecht gekomen. En wij hebben als Haarlem gezegd van: wij willen kijken of het mogelijk is om met elkaar die gezamenlijke ambtelijke organisatie vorm te geven en te kijken of we die dienstverleningsovereenkomst kunnen inrichten. Ik ben er wel van overtuigd, zoals een aantal van u zegt: juist die partijen die vraagtekens hebben erbij van willen we dit wel, hebben we nog voldoende, kunnen we onszelf nog wel voldoende vinden in het hele verhaal als Zandvoort, dat dat een issue wordt bij de verkiezingen. En je ziet ook dat de afgelopen periode de suggestie is gedaan in de gemeenteraad van Zandvoort om een aantal onderzoeken te laten plaatsvinden.

Namelijk: moeten wij met een zelfstandig ambtenaar apparaat verdergaan of niet? Moeten wij zorgen dat we vast voorsorteren op de definitieve evaluatie over de samenwerking en dat soort dingen meer. Wij hebben vanuit Haarlem aangegeven dat met name zo’n definitieve evaluatie, dat je dat niet vanuit Zandvoort alleen kunt doen. Dat is echt iets wat je als Haarlem en Zandvoort gezamenlijk moet doen. En daarover zijn wij dan ook met elkaar in gesprek. De Partij van de Arbeid vroeg of ik mij kan vinden, of dat het college moet ik

30

eigenlijk zeggen zich kan vinden in de overeenkomst die er ligt. En mijn antwoord is ja. Kijk, wij hadden een aantal voorstellen gedaan waarin wij het gevoel hadden van: we staan in ons recht om dat op deze manier verder te vragen van Zandvoort. Zandvoort had ook een aantal voorstellen gedaan en uiteindelijk kwamen we daar niet uit. En met deze uitkomst die door de arbitragecommissie is aangegeven kunnen wij als college van Haarlem, en ook ik als persoon meneer Botter, goed leven. Dat is denk ik ook belangrijk om vanaf dit moment ook de stap te zetten van: we kijken nu alleen vooruit. Want er zit natuurlijk het een en ander in. En sommigen refereerden aan de loonstijgingen van 6%, over de problematiek van daarvoor. Is dat nou iets waar je ook nog een keer expliciet naar moet kijken? Daarvan hebben we gezegd: daar gaan we niet meer naar kijken. We kijken gewoon vanaf nu naar de toekomst, de afrekening vindt plaats op basis van hetgeen is overeengekomen. En wij vinden het ook reëel dat gelet op het feit dat er op een andere manier kosten in rekening worden gebracht, die efficiency korting in een periode van vijf jaar wordt afgebouwd. Als het gaat over de vragen die zijn gesteld van: hoe zorg je nou dat we voor de toekomst beter zicht krijgen op van wie betaalt wat.

Daar is het inderdaad zo dat wij keer op keer naar projecten zullen gaan kijken waarbij extra capaciteit aan de orde is. Dus op het moment dat er substantieel capaciteit nodig is voor, ik noem maar even, dat werd ook in het voorbeeld genoemd door u, de Formule 1. Dan is het niet de bedoeling dat Haarlem daaraan meebetaalt. Dan wordt daar heel nadrukkelijk gekeken voor hoe dat vorm krijgt en hoe dat gefinancierd wordt vanuit het project wat te maken heeft met Zandvoort. Een ander punt, en daar heeft u het ook in uw eigen raad al over gehad, de 14 of 16 extra FTE voor het fysieke domein. Die komen gewoon voor rekening van Haarlem. Die worden ook puur ingezet voor Haarlem en die worden niet ingezet of versnipperd over het beleid van ook Zandvoort. Wij zijn daar gewoon heel strikt in en we hebben ook met elkaar afgesproken dat we daar in de toekomst vanuit de directie veel nadrukkelijker naar laten kijken. En we hebben ook afgesproken dat we over en weer veel meer in het kader van de bedrijfsvoering elkaar informeren over: hoe werkt het nou? Kijk, tot op heden heb ik als wethouder bedrijfsvoering en dienstverlening vooral de staven rondom die twee onderwerpen zelf altijd gevoerd. En is de betreffende wethouder, of is het eigenlijk verdeeld over twee personen, hebben de wethouders van beide gemeenten niet altijd bij die staven gezeten, of eigenlijk nooit.

En wij zullen ervoor zorgen dat zij in de toekomst nadrukkelijk daarbij betrokken worden, omdat ze dan ook het gevoel krijgen beter bij wat er met de kosten gemoeid is. Hoe kosten opbouw en structuren tot stand komen. En wij denken dat we daardoor ook meer begrip over en weer zullen krijgen van wat dingen kosten, hoe we met zaken als overhead omgaan, hoe we omgaan met het investeren van extra devices bijvoorbeeld in het kader van corona thuiswerken. Want ik kan me heel erg goed voorstellen dat het heel vervelend is als je een gelijkwaardige samenwerking hebt, dat je als wethouder van Zandvoort onvoldoende je betrokken voelt bij de vraag van: we maken die keuzes, maar we krijgen alleen de rekening gepresenteerd en weten eigenlijk onvoldoende hoe dat tot stand komt. Dus dat is een punt waar we ook met elkaar veel duidelijker afspraken over hebben gemaakt en wat ook terug te vinden is in de vorm van de governance en de aanbevelingen die door de arbitragecommissie zijn gemaakt. Ik ben het met … Sorry. De voorzitter: U heeft een interruptie van meneer IJsbrandy, gaat uw gang. De heer IJsbrandy: Nou, even een opmerking alleen van de Formule 1. Het ligt voor de hand om dat voorbeeld steeds te noemen, maar ik denk dat dat nou juist een project zou zijn wat je ook in zo’n Zuid-Kennemerland verband zou moeten bespreken, omdat het natuurlijk een bovengemeentelijke impact heeft.

Zowel in positieve als in negatieve zin. Dus het is eigenlijk raar dat een relatief kleine gemeente als Zandvoort dat in zijn eentje zo even zou besluiten en dus eigenlijk de omringende gemeentes met de consequenties opzadelt. Dus ik denk dat je daar juist elkaar in moet gaan vinden om dat soort projecten gezamenlijk te doen waar het zin heeft.

31

De voorzitter: Er zit weer geen vraag achter, meneer IJsbrandy. Oké. Wethouder Botter: Nou kijk, ik ben het met u eens dat bijvoorbeeld de consequenties die een dergelijk evenement heeft in de vorm van bereikbaarheid, doorstroom, vervoersmobiliteit en dergelijke, dat dat allemaal regionaal moet worden afgestemd. Maar een gemeente als Zandvoort met een eigen circuit en een zelfstandige gemeente als Zandvoort, die moet natuurlijk zelf die afweging maken hoe ze daar met hun buurgemeenten over gaan. En dan is de volgende vraag hoe de capaciteit wordt toegedicht van de desbetreffende organisatie. En tot op heden, en dat heb ik ook keer op keer betoogd, heeft gewoon Zandvoort in het verleden de kosten voor de Grand Prix en de voorbereidingen daarvan zelf voor haar rekening genomen en daar ook een budget voor vrijgemaakt. En niet lang geleden is er volgens mij ook nog eens een keertje in de publiciteit gekomen dat er opnieuw weer 8 ton voor beschikbaar is gesteld, voor de capaciteit voor dit evenement. En dat is dus iets wat men zelf regelt en waar een aparte begroting voor is. En waar ook in die begroting de ambtelijke capaciteit staat genoemd. Dan hebben we het ook nog een paar keer gehad over de toekomst, de efficiency voordelen voor de toekomst, de plannen voor de toekomst en hoe gaan we structureel met elkaar om.

Ja, dat zijn dus wel dingen waar we de komende periode aan willen werken. De colleges hebben allebei het idee dat deze stap voor deze tussenevaluatie in ieder geval voldoende aanleiding geeft om ook na de definitieve evaluatie aan de slag te gaan met elkaar. Ook voor de periode na de vijf jaar. Maar het is natuurlijk heel erg afhankelijk van hoe uiteindelijk bij de gemeenteraden, want bij u ligt de sleutel, en ook bij de raad van Zandvoort, hoe daar na de verkiezingen de verhoudingen liggen en hoe daar dan op dat moment tegenaan gekeken wordt. Vooralsnog denken wij dat, of denken we, zijn we van plan om de samenwerking verder te intensiveren, ook op collegeniveau. En in ieder geval om ervoor te zorgen dat er zo veel mogelijk ook na de vijf jaar de samenwerking bestendigd wordt. Dat doen we op een nieuwe basis, dat doen we op basis van de nieuwe afspraken die we hebben gemaakt. En daar zijn we met elkaar heel content over. Dus nou ja, volgens mij heb ik daarmee ook de meeste vragen beantwoord. Er zijn nog wat vragen geweest over het shared service center. In feite hebben we natuurlijk met gecombineerde ambtelijke organisatie al een soort shared service center voor de beide gemeenten.

Als andere gemeenten daar behoefte bij hebben om daarbij aan te sluiten, maar daar heeft u ook andere constellaties en geloof ook eerder vanavond met elkaar over gesproken hoe dan in Zuid-Kennemerland verband met elkaar de governance en de samenwerking vorm krijgt. Dat is erg afhankelijk van natuurlijk ook welke onderwerpen het betreft. De onderwerpen als bereikbaarheid en ook de onderwerpen als samenwerking in het kader van het sociaal domein en dergelijke, dat zijn eigenlijk evidente onderwerpen die eigenlijk ook de schaal alweer overstijgen van Zuid-Kennemerland. Ja, volgens mij heb ik daarmee eigenlijk alles wel gehad. De voorzitter: Zijn er genoeg vragen blijven liggen? Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ik ben even meneer Rijbroek, alleen dan iets knapper. Maar u heeft het, wethouder, over dat u wel als college het wel ziet zitten om nog verder te werken en een heel mooi lang verhaal. Maar kunt u heel kort samenvatten, waar ziet u dan de samenwerking van Haarlem en Zandvoort over vijf jaar? Want u zegt: ja, het ligt er ook aan, wat gebeurt er in de verkiezingen van Zandvoort. Maar ziet dit college uiteindelijk een fusie zitten met Zandvoort, wil u dat nu zeggen? Wethouder Botter: Volgens mij, dank u wel mevrouw de voorzitter. Volgens mij slaat u nu een aantal stappen over.

Het is, kijk, het is nooit de bedoeling geweest om deze samenwerking uiteindelijk te laten bestendigen in een fusie. En waar het volgens mij over gaat is om te kijken van hoe je met elkaar in Zuid-Kennemerland verband ervoor kunt zorgen dat we de burger zo goed mogelijk bedienen. En Zandvoort heeft de sprong naar voren gemaakt om te zeggen van: wij kunnen dat niet alleen, wij kunnen dat niet zelfstandig met ons eigen

32

ambtenaren apparaat. En wij vinden het belangrijk dat we in ieder geval de dienstverlening en dan ook de ontwikkeling van ons dorp op een dusdanige manier inrichten dat we voldoende kwaliteit en capaciteit hebben. Nou, dat is de reden geweest waarom deze ambtelijke fusie tot stand is gekomen. En of dat uiteindelijk leidt tot nog verdergaande vormen, nog meer integratie, ik heb geen idee. Ik heb geen idee. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Is dit onderwerp voldoende besproken volgens deze commissie? Dan is mijn volgende vraag: hoe kan dit naar de raad? Want het gaat naar de raad. Is het een hamerstuk? De heer Gün: Hamerstuk, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, meneer Gün. Dan gaat het als hamerstuk naar de raad. Ja, er was wat onduidelijkheid, ook bij mij overigens hoor. Maar is op de agenda enigszins geschoven en dit is per ongeluk gekomen tussen de ter bespreking aangeboden stukken. Dus het is ter advisering. Ja, hamerstuk, prima. De heer Van den Raadt: Wel stemverklaringen. De voorzitter: Yes, you may be excused. Thank you very much. Meneer Van den Raadt, u wil een stemverklaring? De heer Van den Raadt: Ja, ik sluit me helemaal aan bij meneer Gün, die zei dat ook.

De voorzitter: Nee, meneer Gün zei gewoon hamerstuk, toch meneer Gün? De heer Gün: Ik vroeg om een hamerstuk omdat we ons al hebben neergelegd bij de geschillencommissie, de uitkomsten van de geschillencommissie. De voorzitter: Precies. Dus meneer Van den Raadt, als meneer Gün het nu een hamerstuik vindt, vindt u het dan ook een hamerstuk? De heer Van den Raadt: Ja, dan sluit ik me niet meer aan bij meneer Gün natuurlijk. De voorzitter: Oké, volgens mij is het gewoon in meerderheid een hamerstuk. Prima. Goed, dank u wel wethouder, voor uw komst. Ter advisering aan de raad 14. 14.1 21.05 uur Jaarverslag 2020 VRK HLM (JW) De voorzitter: Dan gaan wij door naar het volgende agendapunt. Daarvoor is de aanwezigheid van meneer Wienen verlangd. Burgemeester, bent u daar? Roep hem maar even, kinderen. Burgemeester. De heer …: Roepen met zijn allen, Jos, Jos. Dat moet harder. De voorzitter: Ik ga door naar agendapunt 14, ik zal hem alvast even inleiden. Dit is een punt dat wordt aangeboden ter advisering aan de raad. Het gaat over het jaarverslag 2020 VRK en ontwerp programmabegroting 2022-2025. De raad wordt gevraagd, hartelijk welkom burgemeester, welkom terug. De raad wordt gevraagd akkoord te gaan met het akkoord jaarverslag 2020 van de VRK. Het college stelt voor als zienswijze bij het ontwerp jaarverslag 2020 aan het algemeen bestuur van de VRK aan te geven tevreden te

33

zijn met de behaalde resultaten, zowel op inhoud als op financieel vlak. Het college stelt voor aan de VRK ter kennis te geven dat de gemeente Haarlem akkoord gaat met de ontwerp programmabegroting 2022-2025 van de VRM met het structurele voordeel van 106 duizend euro, na definitieve vaststelling van de VRK begroting 2022 te verwerken in de programmabegroting 2022-2026 van de gemeente Haarlem. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat VRG Zuid-Kennemerland wederom een voordelig resultaat heeft behaald. Ze hebben ook goed dat de algemene reserve wordt versterkt en dat niet het hele voordelige resultaat aan de gemeente wordt teruggestort. Want dat risico, dat hebben we moeten bijbetalen. De Actiepartij kan instemmen met het ontwerp jaarverslag en de zienswijze zoals voorligt in het raadstuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Trompetter. Is iedereen het daarmee eens? Ik geloof het ook. De heer Gün: Voorzitter, ik had een handje. De voorzitter: O, meneer Gün. Ik ga eerst even het woord geven aan mevrouw Çimen en daarna bent u aan de beurt. Mevrouw Çimen, gaat uw gang. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Als eerst het jaarverslag. Een helder stuk en er is ook een heel mooi resultaat geboekt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12271586/1