05. Kadernota 2022
Tekst van het document
Met name bij de hulp bij het huishouden zien we hierdoor een sterke toename van de vraag en daarmee van de kosten voor de gemeente. Sinds 2019 zijn – waar mogelijk – al diverse maatregelen genomen om de kosten binnen de Wmo te beheersen. Het betreft enkele versoberingen door middel van het aanscherpen van toegangscriteria, het verhogen van tarieven, het verlagen van vergoedingen en het afschaffen van bovenwettelijke voorzieningen. Om de maatschappelijke ondersteuning op de lange termijn passend én betaalbaar te houden is echter een stelselwijziging nodig. Belangrijke elementen daarin zijn het meer wijkgericht werken, omvormen van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen en strategische samenwerking met een beperkt aantal aanbieders. Deze stelselwijziging wil Haarlem met name realiseren door middel van de verwervingen voor Gewoon in de Wijk (sociale basis, sociaal wijkteam en begeleiding) en Hulp bij het huishouden. Vanwege de aanpassingen die deze stelselwijzigingen vragen van aanbieders en van de gemeente zal het financiële effect in 2022 nog niet volledig gerealiseerd worden. Grote onzekerheden voor de korte en middellange termijn zijn de gevolgen van (het opheffen van) de coronamaatregelen en de vraag welke keuzes een nieuw kabinet zal maken ten aanzien van de wettelijke en financiële kaders voor de Wmo.
In de volgende paragrafen wordt de begrotingsontwikkeling uitgebreid toegelicht. Daaruit komt naar voren dat de uitgaven Wmo en Jeugd verder toenemen, door enerzijds volumegroei en anderzijds het niet realiseren de bestaande taakstellingen. De uitgaven zijn daarmee in beeld, dat geldt echter niet voor de inkomsten.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
24/45
Gelet op de onzekerheden, met name aan de kant van het Rijk worden nu geen nieuwe maatregelen voorgelegd. Daarmee wordt gewacht tot er meer zicht is op de financiële ontwikkelingen op rijksniveau. Er is beweging bij het Rijk (zie paragraaf 3.5), maar er is nog geen zekerheid over structurele compensatie. De begroting 2022 is daarom het volgende moment om af te wegen wat nodig is.
3.3 Begrotingsontwikkeling In de begroting 2019 werd al geconstateerd dat er sprake was van oplopende aantallen (volumegroei), prijseffecten en als gevolg daarvan, toenemende uitgaven. Uit de jaarrekening 2019 kwam dat effect ook overduidelijk aan het licht. Voor zowel Jeugd als Wmo was er sprake van een overschrijding van de begroting op vrijwel alle producten en voorzieningen. Een groot deel van deze kostenstijging is als structureel ingeschat. De verwachting is dat het volume (gebruik van voorzieningen en producten) blijft groeien. Om een goed beeld van de financiële effecten van die groei te krijgen en afgewogen keuzes te kunnen maken is in 2020 door middel van een trendanalyse en een aantal scenario’s de kostenontwikkeling Jeugd en Wmo voor de jaren 2020 en verder in beeld gebracht. Voor zowel Jeugd als Wmo was in alle scenario’s sprake van een toename van de uitgaven, voor een belangrijke deel veroorzaakt door volumegroei. Coronascenario: uitgestelde groei En toen kwam de coronacrisis en leek er sprake te zijn van vraaguitval bij zowel Jeugd als Wmo. Een verwachting die ook landelijk werd ingegeven, met daaraan gekoppeld ook een aantal (financiële) steunmaatregelen om de continuïteit van zorg zoveel mogelijk te waarborgen. In de Kaderbrief 2021/Voortgangsrapportage 2020 is daarom een alternatief scenario opgenomen (Coronascenario).
Een scenario waarin de verwachte groei zich vertraagd zou gaan voordoen. Tegenover deze toename van de uitgaven zijn voor Wmo en Jeugd ook taakstellingen opgenomen met daarbij ook een aantal maatregelen om deze in vullen. Het invoeren van budgetplafonds Jeugd was daarin op de korte termijn de meest in het oog springende maatregel. Bijstelling in de Bestuursrapportage 2020 en begroting 2021 Vervolgens bleek in de periode april-augustus 2020 dat er, op een korte periode in maart na, maar beperkt sprake was van vraaguitval. De zorgaanbieders zijn vrij goed in staat gebleken zorg op een andere wijze aan te bieden. Het uitblijven van vraaguitval leidde wel tot financiële knelpunten in 2020 en de jaren erna. Het scenario dat in de kaderbrief was opgenomen, moest bijgesteld worden. Voor 2020 heeft de bijstelling via de Bestuursrapportage 2020 plaatsgevonden. Voor 2021 en verder is dit via de begroting 2021 opgenomen. Deze ontwikkeling was aanleiding om, aanvullend op de maatregelen die in de Kaderbrief 2020 zijn aangekondigd, opnieuw aanvullende voorstellen voor te bereiden ten einde de groei te beteugelen. Daarbij is uitgegaan van een taakstelling van 50% van de extra groei. Er is rekening gehouden met de looptijd van contracten en de nieuwe aanbesteding. Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
25/45
Daarom start deze taakstelling niet in 2021, maar eerst in 2022. Samengevat leidt dat tot onderstand beeld. Van Voortgangsrapportage 2020 naar Kadernota 2022 Wmo
2021
2022
2023
2024
2025
Scenario voortgangsrapportage 2020
2.580 n
3.020 n
3.020 n
3.020 n
3.020 n
Bijstelling scenario Begroting 2021
4.920 n
4.320 n
4.320 n
4.320 n
4.320 n
Taakstellingen
-995 v -6.259 v -6.359 v
-6.539 v
-6.539 v
Effect financieel kader
6.505 n
801 n
801 n
1.081 n
981 n
Van Voortgangsrapportage 2020 naar Kadernota 2022 Jeugd
2021
2022
2023
2024
2025
Scenario voortgangsrapportage 2020
2.100 n
3.100 n
3.100 n
3.100 n
3.100 n
Bijstelling scenario Begroting 2021
1.700 n
640 n
640 n
640 n
640 n
Effect open house aanbesteding
1.200 n
1.200 n
1.200 n
1.200 n
1.200 n
Taakstellingen
-3.025 v -4.069 v
-4.069 v
-4.069 v
-4.069 v
Effect financieel kader
1.975 n
871 n
871 n
871 n
871 n
In de voorbereiding op de Kadernota 2022 is opnieuw naar de trend van volumegroei Wmo en Jeugd gekeken en zijn de autonome structurele effecten vanuit de Jaarrekening 2020 geanalyseerd. Ook is beoordeeld welke (financiële) effecten zich tussen het vaststellen van de begroting 2021 en nu hebben voorgedaan. Deze informatie is vertaald in nieuwe scenario’s die de financiële ontwikkeling zichtbaar maakt. Tenslotte wordt in beeld gebracht in hoeverre genomen en nog te nemen maatregelen het gewenste effect hebben (gehad).
3.4 Input voor het meerjarenbeeld: budget en budgetontwikkelingen sociaal domein 3.4.1 Analyses resultaten 2020 Startpunt voor de aanpassing van de scenario’s is het rekeningresultaat 2020. Voor nagenoeg alle Wmo voorzieningen geldt dat er sprake is van voordelen, in totaal € 1,6 miljoen (voor bestemming). Dit is een voordeel ten opzichte van de met bijna € 7,0 miljoen naar boven bijgestelde begroting. De werkelijke uitgaven Jeugd sluiten nagenoeg op € 0. Er is een klein overschot van € 50.000, ten opzichte van de met bijna € 2,7 miljoen bijgestelde begroting. Van de voor- en nadelen Wmo en Jeugd is geanalyseerd welk onderdelen als structureel kunnen worden aangemerkt. Voor de Wmo leidt dat tot een voordeel van € 900.000 ten opzichte van begroting 2021. Voor Jeugd is dat Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
26/45
een bedrag van € 70.000.
3.4.2 Autonome ontwikkelingen Tussen het opstellen van de begroting 2021 (september 2020) en deze kadernota heeft zich een aantal autonome ontwikkelingen en prijseffecten voorgedaan die van invloed zijn op het financiële beeld. De effecten hiervan wordt hieronder toegelicht. De afspraken tussen Rijk, VNG en Sociale Verzekeringsbank (SVB) over het uitvoeren van de PGBregeling door de SVB zijn opnieuw met een jaar verlengd. Alle gemeenten dragen bij aan de uitvoeringskosten die de SVB maakt. Voor 2021 betekent dit een nadeel van € 180.000 (€ 120.000 Wmo en € 60.000 Jeugd). In 2019 is voor 3 jaar extra geld aan het Macrobudget Jeugd toegevoegd (als tegemoetkoming voor de tekorten). In afwachting van het onderzoek naar de totale omvang van het tekort is de bijdrage ook in 2022 toegekend. Voor Haarlem een toename van € 690.0001. De aanbieders Hulp bij het Huishouden (HbH) worden sinds 2019 via een zogenoemde toelage op het tarief, gecompenseerd voor de hoge CAO-ontwikkelingen. Eind 2020 hebben de aanbieders aangegeven dat zij met het tarief en de toelage voor 2021 niet uitkomen. In vergelijking met landelijke tarieven liggen de tarieven in Haarlem laag. Na een aantal gesprekken met de grootste aanbieders is afgesproken de toelage met € 0,60 per uur te verhogen (per 1 januari 2021). Het financiële effect hiervan is vanaf 2021 € 240.000 structureel.
Hierbij is nog geen rekening gehouden met de aanbesteding HbH, gunning per 2022. Dat zal vrijwel zeker een verdere verhoging van de tarieven met zich meebrengen. Daarvoor is vanaf 2022 een bedrag van € 500.000 structureel in het financieel kader opgenomen. Vanaf 2021 moeten de gemeenten normatieve huisvestingscomponent (NHC) van de JGZ+ Instellingen vergoeden. Binnen de begroting was hiermee nog geen rekening gehouden. Deze vergoeding leidt tot een structureel nadeel van € 30.000. In het uitvoeringsbeleid is opgenomen dat de PGB tarieven niet geïndexeerd worden. In het kader van de (boven) regionale samenwerking is harmonisatie wenselijk omdat de andere gemeenten wel per 2022 jaarlijks indexeren. En het is noodzakelijk om samenhang te brengen in de PGB tarieven met bij nieuwe verwerving. Het voorstel is de tarieven te indexeren naar prijspeil 2021 m.i.v. 1 juli 2021 (€ 50.000 in 2021 en € 100.000 structureel).
1
In de begroting van Haarlem is al rekening gehouden met € 2,0 miljoen structureel van 2022, een bedrag dan ingezet wordt om de resterende (concern-brede) taakstelling in te vullen (zie Programmabegroting 2020, pagina 17). Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
27/45
Wmo
2021
2022
2023
2024
2025
-250 v
-250 v
-250 v
-250 v
-250 v
Volume-effecten vanuit Jaarrekening 2020 Hulpmiddelen en collectief vervoer Woonvoorzieningen
-40 v
-40 v
-40 v
-40 v
-40 v
Huishoudelijke ondersteuning
-300 v
-300 v
-300 v
-300 v
-300 v
Begeleiding
-390 v
-390 v
-390 v
-390 v
-390 v
Jongvolwassenen en gezinsbegeleiding
110 n
110 n
110 n
110 n
110 n
Autonome ontwikkelingen Uitvoeringskosten SVB PGB's
120 n
Prijseffect tarieven vs. toename eigen budget
240 n
250 n 500 n
250 n 500 n
250 n 500 n
250 n 500 n
Totaal
-510 v
-120 v
-120 v
-120 v
-120 v
Jeugd
2021
2022
2023
2024
2025
-70 v
-70 v
-70 v
-70 v
Prijseffect aanbesteding Huishoudelijke ondersteuning
Volume-effecten vanuit Jaarrekening 2020 Uitgaven zorgaanbieders
-70 v
Autonome ontwikkelingen Uitvoeringskosten SVB PGB's
60 n
Prijseffect tarieven vs. toename eigen budget
70 n
120 n -690 v
130 n PM
130 n PM
130 n PM
60 n
-640 v
60 n
60 n
60 n
Rijksbudget, verlengen extra middelen 20192021 Totaal
3.4.3 Trend volumegroei De trend in de volume-ontwikkelingen is op een vergelijkbare wijze als vorig jaar in beeld gebracht (zie Kaderbrief 2020 en begroting 2021). Uit de analyses komt naar voren dat op vrijwel alle voorzieningen een verdere groei van het volume (= aantallen cliënten in zorg) verwacht moet worden. De trend vertoont daarmee nog steeds een stijgende lijn. De externe analyse is aangescherpt met de eigen beschikbare data over 2018, 2019 en 2020 uit de eigen administratie (berichtenverkeer). Informatie die voor de korte termijn actueler is dan landelijke ontwikkelingen zoals data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze informatie is uitgewerkt in een scenario Wmo en een scenario Jeugd dat in beeld brengt welke volumegroei zich bovenop de geraamde groei in de begroting 2021, kan voordoen. De huidige ramingen in de Begroting 2021 worden bijgesteld met de structurele autonome effecten. Daarna wordt op basis van de historische eigen data en de trendlijnen (gestippeld) de volumegroei financieel
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
28/45
vertaald in het scenario (doorgetrokken lijn)2. Dat leidt tot onderstaand beeld, waarin ook de mutaties ten opzichte van het huidige scenario (lichtblauw), dat in de begroting 2021 is opgenomen zichtbaar wordt gemaakt.
Wmo
2021
2022
2023
2024
2025
-470 v
970 n
970 n
970 n
970 n
Groei Groeiscenario Wmo
2
Het scenario betekent dat wordt aangesloten bij de reguliere begrotingssystematiek; de cijfers vanaf 2023 wordt constant geraamd, de stijgende trendlijn wordt niet overgenomen. Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
29/45
Groei
2021
2022
2023
2024
2025
Groeiscenario Jeugd
0 n
1.460 n
1.460 n
1.460 n
1.460 n
3.4.4 Realisatie taakstellingen Vorig jaar is in de voortgangsrapportage/kaderbrief een taakstelling vanaf 2022 van ruim € 1,0 miljoen voor de Wmo opgenomen. Deze taakstelling wordt met een aantal maatregelen nagenoeg volledig ingevuld. Het uitblijven van de aanpassing van de wetgeving rondom huishoudelijke ondersteuning blijft een knelpunt bij het realiseren van maatregelen. In de begroting 2021 is vanaf 2022 voor de Wmo een taakstelling opgenomen van € 5.164.000. Van deze taakstelling in 2022 van € 5.164.000 wordt in 2022 € 1.345.000 ingevuld. Meerjarig wordt ruim € 2.300.000 van de taakstelling ingevuld en ruim € 2.800.000 niet. In de voortgangsrapportage/kaderbrief is voor Jeugd een taakstelling van ruim € 3,0 miljoen structureel opgenomen. In de begroting 2021 is deze taakstelling vanaf 2022 met een bedrag van ongeveer € 1,0 miljoen verhoogd. Daarmee bedraagt de taakstelling vanaf 2022 ruim € 4,0 miljoen. Hiervan wordt met een aantal maatregelen, waarvan de budgetplafonds de belangrijkste is, een bedrag van ruim € 2,2 miljoen ingevuld. Een bedrag van € 1,85 miljoen is nog niet ingevuld. (Zie KN bijlage 6: Bijlage bij Jeugd/Wmo, voor een korte toelichting over de voortgang per maatregel, bijlage 5.13 uit de Programmabegroting 2021-2025 vormt hiervoor de basis).
3.5 Ontwikkelingen rijksniveau Het is ook van belang om in te schatten welke ontwikkelingen op rijksniveau een rol kunnen spelen. Immers, aanpassingen in de wetgeving of een toename van de rijksbijdrage kan ook een oplossing zijn voor de knelpunten. Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
30/45
Wmo Op 23 oktober 2020 heeft de Minister van VWS de Monitor abonnementstarief Wmo en implementatie abonnementstarief aan de Tweede Kamer aangeboden. In deze brief wordt ingegaan op de effecten en ontwikkelingen rondom het abonnementstarief. Uit de brief blijkt dat de invoering van het abonnementstarief voor veel Wmo-cliënten tot een lagere eigen bijdrage heeft geleid, waardoor de stapeling van zorgkosten wordt beperkt. Ook ervaren cliënten voordelen door de vereenvoudigde systematiek. Het abonnementstarief heeft, zoals verwacht, ook geleid tot een toename van het gebruik van Wmo-maatwerkvoorzieningen. Ten aanzien van het financiële effect voor de gemeenten, wordt door de minister gesteld dat deze binnen het door het Rijk ingeschatte bedrag liggen (in totaal € 229 miljoen, meer uitgaven en minder inkomsten (Eigen bijdrage)). Door de VNG is een reactie op de brief en het rapport gegeven. De toename van het gebruik, betreft vooral een nieuwe doelgroep, de hogere inkomens. En de directe financiële compensatie is alleen gegeven voor het grotendeels wegvallen van de inkomsten Eigen bijdrage. De structurele meerkosten van een toename van het gebruik, zijn niet direct vergoed maar onderdeel van het accrès Algemene Uitkering geworden. Het verband tussen groeiende uitgaven en de rijksbijdrage is daardoor niet meer te leggen.
Een belangrijke verklaring voor de oplopende uitgaven en tekorten op de Wmo in het hele land en een herkenbaar beeld in Haarlem. Ondanks de kritische reactie van de VNG lijkt verdere compensatie van de nadelen van het abonnementstarief niet reëel. Datzelfde geldt voor het afschaffen van het tarief of het op een andere wijze bepalen van de Eigen bijdrage voor Wmovoorzieningen. Daarnaast wordt de aanpassingen van de wetgeving Huishoudelijk ondersteuning opnieuw uitgesteld. Die wetswijziging is noodzakelijk om de lokale voorgenomen maatregelen ook te kunnen invoeren, maatregelen die een flinke bijdrage aan de taakstelling hadden moeten leveren. Jeugd In december 2020 is het langverwachte rapport over de budgetten Jeugdzorg verschenen. AEF heeft dit onderzoek3 uitgevoerd en constateert dat er sprake is van een macro-tekort van € 1,6 – 1,8 miljard in 2019. In het rapport wordt ook een aantal voorstellen gedaan waardoor dit tekort teruggebracht kan worden. AEF stelt dat gemeenten wel een aantal mogelijkheden hebben om doelmatigheidswinst te behalen: er kan € 190 –240 miljoen bespaard worden met vijf onderzochte maatregelen. Van belang is om vast te stellen dat AEF voorstellen doet, die in Haarlem al grotendeels genomen zijn (bijvoorbeeld de POH-er). Besparen op reeds genomen maatregelen is niet mogelijk.
AEF stelt dat door het invoeren van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage de grootste besparing (lees: verhogen inkomsten) gerealiseerd kan worden. Desondanks blijft er op basis van de huidige uitgangspunten een stevig tekort over. Daarmee toont het onderzoek de noodzaak van een gesprek over het gewenste voorzieningenniveau aan. Besluitvorming daarover zal naar alle waarschijnlijkheid onderdeel zijn van de formatie.
3
Onderzoek structurele middelen jeugdhulp gepubliceerd - Andersson Elffers Felix (aef.nl)
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
31/45
Op 23 april 2021 is door het Rijk besloten dat er in 2021 eenmalig € 613 miljoen (extra) beschikbaar komt om knelpunten binnen de Jeugdzorg aan te pakken. Naar verwachting wordt in de meicirculaire duidelijkheid gegeven over de exacte verdeling en eventueel bestedingsvoorwaarden. Tussen Rijk en VNG is afgesproken dat € 120 miljoen via 2 specifieke uitkeringen beschikbaar wordt gesteld. Deze middelen moeten ingezet worden voor de tijdelijke uitbreiding van de (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-GGZ zodat aan de toegenomen zorgvraag als gevolg van corona tegemoet gekomen wordt (€ 50 miljoen). En er wordt voor verschillende specifieke knelpunten geld vrijgemaakt, zoals de aanpak in de jeugdbeschermingsketen (acuut en gericht op de vereenvoudiging), de ombouw van separatiecellen en het verkleinen van woongroepen (€ 70 miljoen). Daarnaast wordt er in totaal € 493 miljoen beschikbaar gesteld via de algemene uitkering in het gemeentefonds. Voor Haarlem zou dat een eenmalig bedrag van ongeveer € 4,7 miljoen betekenen. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken dat er meer inzet en regie zal komen op het voorkomen en aanpakken van wachttijden in de hoog-specialistische jeugdhulp om de wachttijden terug te dringen. De inzet is dat kwetsbare kinderen steeds tijdiger de passende hulp krijgen die ze nodig hebben.
Dit zal verder moeten worden uitgewerkt, onder andere in goede samenwerking met de aanbieders. Voor dit onderdeel heeft het Rijk € 255 miljoen beschikbaar gesteld. Het overige deel van het geld (€ 238 miljoen) heeft het Rijk beschikbaar gesteld om gemeenten iets meer financiële lucht te geven voor de overige taken in de jeugdzorg, en afhankelijk van lokale keuzes ook om eerdere verdringen op andere domeinen iets terug te dringen. Hier is specifiek ook aandacht besteed aan de inzet van een POH-Jeugd. In de begroting 2021 is de verwachte volumegroei 2021 al opgenomen (september 2020), zonder daarvoor een extra taakstelling op te nemen. Extra volumegroei Jeugd wordt in 2021 niet meer verwacht (blijkt uit de trend/scenario). Vooruitlopend op de extra rijksmiddelen zijn in de begroting 2021 van Haarlem al extra uitgaven opgenomen, waarvoor geen dekking was. Om die reden wordt de incidentele rijksbijdrage 2021 alsnog als dekking voor deze extra uitgaven ingezet. In 2019 is voor 3 jaar extra budget toegekend (2019-2021), macro € 300 miljoen. Het structureel maken van de middelen werd gekoppeld aan het onafhankelijke onderzoek. In 2020 is het budget ook voor 2022 toegekend (vanwege het uitblijven van het onderzoek)4. Voor Haarlem zou het om structureel € 2,7 miljoen gaan.
In de begroting 2020 is vanaf 2022 al met € 2,0 miljoen gerekend, een bedrag dat is ingezet als dekking van bestaande tekorten in het meerjarenbeeld (begrotingsbreed, zie p. 17, begroting 2020). Gelet op het AEF-rapport en het breed erkende feit dat er sprake is van tekorten, kan voor 2023 en verder gerekend worden met een extra bijdrage van € 700.000 (€ 2,7 mln. - € 2,0 mln.), een bedrag dat ingezet kan worden ter dekking van de openstaande taakstellingen (voorzichtig geraamd, gebaseerd op het oorspronkelijke bedrag van € 300 miljoen). Als het (nieuwe) kabinet besluit om een hoger bedrag beschikbaar te stellen, kan de aanwending daarvan op dat moment afgewogen worden.
4
In de tabel ontwikkelingen Jeugd is hiervoor € 690.000 opgenomen.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
32/45
3.6 Risico’s en kanttekeningen Voor de analyses is gebruik gemaakt van landelijke data, zoals CBS, en eigen data. Daar zit voor 2020 mogelijk een vervuilend effect van corona in (vraaguitval, inhaalzorg waarvoor geen financiële compensatie wordt gegeven en met name de omzetgaranties). Dat werkt mogelijk ook nog door in 2021 en verder als er mogelijk extra groei is door inhaalzorg of meer zorg die de afgelopen periode niet heeft plaatsgevonden. Om aansluiting te houden bij de reguliere begrotingssystematiek zijn de cijfers vanaf 2023 constant geraamd. Het groeiscenario is alleen doorgerekend op een toename van de zorgvraag/volume. Daarbij is geen rekening gehouden met de autonome groei (van aantal inwoners, aantal jongeren etc.) die het CBS voorspelt. De verwachting is dat de rijksbijdrage (AU) meebeweegt met de toename van de uitgaven als gevolg van die bevolkingsgroei. Het hanteren van de constante lijn vanaf 2023 brengt een aantal risico’s met zich mee: • Geen of onvoldoende compensatie vanuit het Rijk voor volumegroei van de CBSontwikkeling. • Volumegroei uit het groeiscenario zet zich ook na 2022 door. • Geen of minder effect van de genomen maatregelen. Daardoor kan het nodig zijn dat er toch extra middelen en/of extra maatregelen nodig zijn om binnen het totale financiële kader te blijven. De trend en scenario’s zijn gebaseerd op het bestaande beleid.
Er is dus geen rekening gehouden met landelijke en lokale ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de volume-ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld de effecten van verwerving voor Wmo en Jeugd die nu in voorbereiding zijn. Er is al lange tijd discussie over de bekostiging van de jeugdbescherming en jeugdreclassering. In maart van dit jaar is de pilot over de nieuwe manier van bekostigen afgerond. Vanwege de zorgen en bezwaren bij de aanbieders worden de uitkomsten nog niet geïmplementeerd (zie Raadsinformatiebrief 2021/225131). De kosten van de aanpassingen in de bekostiging zijn nog niet in de meerjarenbegroting opgenomen, als halverwege 2021 tot invoering wordt overgegaan, is er sprake van een nadeel van € 125.000 vanaf 2022 (€ 62.500 in 2021). De mogelijke extra kosten worden daarom als risico gemeld. In 2022 geldt het woonplaatsbeginsel Jeugd. Alle gemeenten zijn nu bezig om in beeld te brengen welke verschuivingen en financiële effecten dit met zich meebrengt. Op basis van de eerste analyses lijkt Haarlem meer cliënten (kinderen) in zorg te krijgen. Een verschuiving waar forse extra kosten mee gemoeid zijn (inschatting nu is een bedrag tussen € 1,0 - € 1,5 miljoen structureel).
Omdat het in principe gaat over een herverdeling van bestaande cliënten (jongeren in zorg) moeten de financiële effecten gecompenseerd worden via een aanpassing van de verdeelmodel Algemene Uitkering. Of dat ook werkelijk tot een volledige compensatie leidt is op zijn vroegst volgend jaar (Meicirculaire 2022) duidelijk.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
33/45
Waar mogelijk is in de ramingen een inschatting van de mogelijke prijseffecten opgenomen. Aangezien voor zowel de Wmo al Jeugd de verwerving in voorbereiding is, blijft het risico bestaan dat de prijseffecten afwijken van de inschattingen die nu gemaakt zijn. Procentueel kleine afwijkingen hebben gelet op de omvang van de totale bedragen, significante effecten. Ter beheersing van deze risico’s worden de ontwikkelingen (uitgaven, volumegroei) op basis van de data uit het berichtenverkeer periodiek geanalyseerd om te beoordelen in hoeverre er afwijkingen zijn. Op grond daarvan kan beoordeeld worden of bijstellen, in negatieve of positieve zin, nodig is en welke financiële consequenties daaraan verbonden zijn.
3.7 Besluitpunten: 1. Met betrekking tot de stijgende uitgaven Jeugd en Wmo en de onzekerheden aan de inkomsten kant, niet te besluiten tot het nemen van nieuwe maatregelen maar de noodzaak hiertoe af te wegen bij de begroting 2022.
4. Belastingen en woonlasten 4.1 Uitgangspunten en landelijke ontwikkelingen Algemene uitgangspunten tarievenbeleid: Het belastingbeleid in Haarlem is gebaseerd op twee uitgangspunten: kostendekkende tarieven voor afval- en rioolheffing en inflatieaanpassing voor belastingen en overige rechten. Het inflatiepercentage voor belastingen is geraamd op 1,4%, zoals toegelicht en vastgesteld in de Richtlijnen begroting Haarlem 2022-2026 (2021/202788). Voor diensten die de gemeente via heffingen aan de gebruiker in rekening brengt, geldt dat de rekening nooit hoger dan 100% van de kosten mag zijn. Voor heffingen is inflatiecorrectie pas mogelijk als die binnen de grenzen van kostendekkendheid blijft. Op basis van de besluiten die op basis van de Kadernota 2022 zijn genomen worden in de begroting 2022 de baten en lasten geraamd. Op basis van die ramingen worden de tarieven in december 2021, voorafgaand aan het begrotingsjaar 2022, door middel van de Haarlemse belastingvoorstellen 2022 vastgesteld.
4.2 Woonlasten Woonlasten in Haarlem vergeleken met andere grote gemeenten Jaarlijks vergelijkt het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) de tarieven en woonlasten van grote gemeenten. In 2021 stijgen de woonlasten van de grote gemeenten gemiddeld met 6,2% tot € 774. De woonlasten in Haarlem stijgen met 5,7% tot € 893, dat Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
34/45
is € 119 hoger dan het gemiddelde. Hoewel de woonlasten in Haarlem met 0,5% punt minder stijgen dan gemiddeld, zijn de woonlasten ruim 15% hoger dan gemiddeld (€ 119 per woonruimte). De stijging van de woonlasten in Haarlem in 2021 wordt vooral veroorzaakt door een sterkere stijging van de onroerendezaakbelasting (OZB) van 7,8% tegen 4 % gemiddeld. Van de 40 grote gemeenten neemt Haarlem een 6e plaats in van duurste grote gemeenten. Dat is ongewijzigd t.o.v. 2020.
Vergelijking woonlasten 2021 1000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0
892,5 774
412 327
332
266
153,5 176
OZB
Afval.H Haarlem
Rioolh.
Totaal
Grote gemeenten
Verwachte ontwikkeling woonlasten in 2022 e.v. De lokale woonlasten voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden bestaan uit de woninggebonden heffingen: de OZB voor woningen, de riool- en de afvalstoffenheffing. Na vaststelling van de belastingvoorstellen in december 2020 bedragen de woonlasten in 2021 € 893 per meerpersoonshuishouden. OZB Op basis van de richtlijnen Programmabegroting 2022-2026 worden de belastingen i.i.g. met 1,4% verhoogd vanwege inflatie. De woonlasten OZB voor een meerpersoonshuishouden stijgt hierdoor van € 327 naar € 332. Rioolheffing Uitgangspunt is dat de rioolheffing 100% kostendekkend is. Het tarief vloeit derhalve uit de lasten van de riolering voort. De lasten van de riolering bestaan in hoofdzaak uit kapitaallasten die uit de investeringen t.b.v. de riolering voortvloeien en vastgelegd zijn in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (2017/361078). Rekening houdend met de geraamde lasten stijgen de woonlasten voor het onderdeel riolering van € 154 naar € 164.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
35/45
Afvalstoffenheffing Uitgangspunt is dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. Het tarief vloeit derhalve uit de lasten van afvalinzameling en -verwerking voort. Voor de berekening van de woonlasten is rekening gehouden met de kosten die voortvloeien uit de Voortgangsrapportage 2021 en de indexatie van de lasten naar prijspeil 2022. Op 26 april is een informatienota vastgesteld met betrekking tot de voortgang Strategisch Plan Afvalscheiding (SPA) (2021/221085). Hierin wordt aangekondigd dat een vervolgplan in het najaar wordt uitgewerkt (SPA 2.0) en wordt voorgelegd aan de raad. Het college heeft bij de afwegingen van de kadernota besloten vooralsnog uitsluitend de onontkoombare uitgaven in de kadernota op te nemen en dat alle andere prioriteiten worden doorgeschoven naar de begrotingsbespreking voor 2022. Dit geldt ook voor SPA 2.0. In de berekening van de woonlasten is met uitvoering van SPA 2.0 nog geen rekening gehouden. Op basis van de hiervoor vermelde uitgangspunten ontwikkelen de woonlasten zich als volgt: Lokale lastendruk
2021
2022
2023
2024
2025
2026
OZB eigenaren woningen
327
332
332
332
332
332
Rioolheffing
154
164
168
173
179
181
Afvalstoffenheffing
412
417
403
406
406
406
Woonlasten
893
913
903
911
917
919
100%
102%
101%
102%
103%
103%
Woonlastenindex
De woonlasten zijn weergegeven in loon-en prijspeil 2022. Omdat de meerjarenbegroting in constante prijzen wordt opgesteld, zijn meerjarig wel de beleidseffecten opgenomen, conform de meerjarenraming, maar niet de gevolgen van de loon- en prijsstijgingen na 2022. Ter vergelijking is onderstaand hetzelfde overzicht opgenomen indien tot SPA 2.0 wordt besloten. Daarbij kan worden opgemerkt dat ook overwogen kan worden de afvalstoffenheffing vanaf 2022 gelijk te houden en daarmee SPA 2.0 beperkt toe te kennen, een afweging die bij de begroting 2022 terugkomt. Lokale lastendruk
2021
2022
2023
2024
2025
2026
OZB eigenaren woningen
327
332
332
332
332
332
Rioolheffing
154
164
168
173
179
181
Afvalstoffenheffing
412
429
419
423
423
423
Woonlasten
893
925
919
928
934
936
100%
104%
103%
104%
105%
105%
Woonlastenindex
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
36/45
4.3 Nieuwe ontwikkelingen BIZ-heffing Waarderpolder De wettelijke termijn van de lopende Bedrijven Investeringszone (BIZ) Waarderpolder eindigt op 3112-2021. De ondernemers in de Waarderpolder, verenigd in Ondernemersvereniging Industriekring Haarlem (IKH), hebben de wens geuit om op grond van de Wet op de Bedrijven Investeringszones de BIZ Waarderpolder voor te zetten en opnieuw voor 5 jaar een BIZ Waarderpolder in te stellen. Op verzoek van de ondernemers blijven BIZ-thema’s in de periode 2022-2026 ongewijzigd. Speerpunten zijn veiligheid, kwaliteit & uitstraling en samenwerking. Het houden van een BIZ-draagvlakmeting is een wettelijke voorwaarde voor het mogen aanwijzen van de BIZ Waarderpolder 2022-2026. Deze draagvlakmeting vindt plaats in 2021, maar kan pas worden uitgevoerd nadat het college de ‘Uitvoeringsovereenkomst BIZ Waarderpolder 2022-2026’ heeft vastgesteld en nadat de raad de ‘Verordening Bedrijven Investeringszone Waarderpolder 2022-2026’ heeft vastgesteld (2020/1124294). De formele aanwijzing van de BIZ Waarderpolder 2022-2026 vindt plaats wanneer uit de draagvlakmeting blijkt dat een gekwalificeerde meerderheid van de ondernemers heeft ingestemd met het instellen van de BIZ.
Heffingen: Afvalstoffenheffing In het eerste kwartaal is een notitie vervolg op SPA ter bespreking aangeboden. In deze notitie is onderbouwd en voorgesteld om geen DIFTAR (afval scheiden belonen) systeem in te voeren, maar een vijftal aanvullende maatregelen te treffen. Indien deze lijn wordt gevolgd komt er geen beloningssysteem zoals oorspronkelijk in het SPA was voorzien. Bij de bespreking van de Programmabegroting 2021-2025 is het amendement “Uitstel is geen afstel” aangenomen dat verzoekt een nieuw voorstel voor verdere tariefdifferentiatie voor te leggen, indien er geen voorstel voor het belonen van afval scheiden komt. Daarvoor worden twee varianten ter besluitvorming voorgelegd, te weten een variant naar indeling in 4 resp. 5 soorten huishoudens. Bij ongewijzigd beleid zouden de tarieven voor 2022 dan als volgt worden berekend: •
Tarief eenpersoonshuishoudens: tarief 2021 € 270 verhoogd met 1,2% = € 273 (tarief 2022)
•
Tarief meerpersoonshuishoudens: tarief 2021 € 412 verhoogd met 1,2% = € 417 (tarief 2022)
Verdere differentiatie van tarieven Uit een in 2016 gehouden onderzoek naar de afvalstoffenheffing blijkt dat 52% van de kosten vast is en 48% van de kosten variabel en daarmee van aantal personen per huishouden afhankelijk. Dit betekent dat 52% van de kosten gelijk over categorieën wordt verdeeld en dat 48% naar rato van de omvang van het huishouden. De kosten van afvalinzameling en -verwerking bedragen naar huidig inzicht voor 2022 € 26.500.000 (prijspeil 2022). Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
37/45
Variant differentiatie naar 4 soorten huishoudens Het tarief voor eenpersoonshuishoudens zou € 273 bedragen als niet verder gedifferentieerd wordt. Bij 28.000 eenpersoonshuishoudens kan een opbrengst worden berekend van € 7.644.000. Dat betekent dat € 26.500.000 minus € 7.644.000 ofwel € 18.856.000 door de overige huishoudens moet worden opgebracht. Opslag vaste kosten kan als volgt worden berekend: 52% van € 18.856.000 = € 9.805.000 te verdelen over 45.450 overige huishoudens = € 216 De toerekening van de variabele kosten bedraagt 48% van € 18.856.000 = € 9.005.000 te verdelen over 132.500 personen = € 68. Vanaf 4 personen bedraagt de afvalafhankelijke opslag € 96 omdat het gemiddeld meer dan 4 personen betreft. NB: De aantallen (huishoudens en inwoners) zijn medio 2020 door Cocensus aangeleverd en hebben betrekking op de afvalstoffenheffing. De aantallen zijn daarom niet gelijk aan het totaal aantal inwoners. Voor de definitieve tariefvaststelling in november worden de aantallen verder geactualiseerd.
Dit levert de volgende tarieven op:
Opslag vaste Soort huishouden kosten
Toerekening afvalafhankelijke kosten
Eenpersoons
Tarief 2022
Aantal personen
Aantal huishoudens
Opbrengst
€273
28.000
28.000
€ 7.644.000
Tweepersoons
€ 216
€ 136
€ 352
45.000
22.500
€ 7.920.000
Driepersoons
€ 216
€ 204
€ 420
28.500
9.500
€ 3.990.000
Vier-of meer
€ 216
€ 300
€ 516
59.000
13.450
€ 6.940.000
160.500
73.450
26.494.000
totaal
Variant differentiatie naar 5 soorten huishoudens Bij 28.000 eenpersoonshuishoudens kan een opbrengst worden berekend van € 7.644.000. Dat betekent dat € 26.500.000 minus € 7.644.000 ofwel € 18.856.000 door de overige huishoudens moet worden opgebracht. Opslag vaste kosten kan als volgt worden berekend: 52% van € 18.856.000 = € 9.805.000 te verdelen over 45.450 overige huishoudens = € 216 De toerekening van de variabele kosten bedraagt 48% van € 18.856.000 = € 9.005.000 te verdelen over 132.500 personen = € 68. Vanaf 5 personen bedraagt de afvalafhankelijke opslag € 97 omdat het gemiddeld meer dan 4 personen betreft. Dit levert de volgende tarieven op:
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
38/45
Soort huishouden
Opslag vaste kosten
Toerekening afvalafhankelijke kosten
Eenpersoons
Tarief 2022
Aantal personen
Aantal huishoudens
Opbrengst
€ 273
28.000
28.000
€ 7.644.000
Tweepersoons
€ 216
€ 136
€ 352
45.000
22.500
€7.920.000
Driepersoons
€ 216
€ 204
€ 420
28.500
9.500
€ 3.990.000
Vierpersoons
€ 216
€ 272
€ 488
38.000
9.500
€ 4.636.000
Vijf of meer
€ 216
€ 369
€ 585
21.000
3.950
€ 2.310.000
160.500
73.450
26.500.000
totaal
Het college spreekt de voorkeur uit een systeem van 4 categorieën huishoudens te hanteren en nodigt de raad uit bij de bespreking van de kadernota hier haar standpunt over te delen met het college.
4.4 Besluitpunten: 1. De tarieven OZB voor 2022 en volgende jaren in ieder geval te corrigeren voor inflatie. 2. De tarieven voor afval- en rioolheffing voor 100% kostendekkend vast te stellen. 3. M.b.t. tariefdifferentiatie te kiezen voor 4 categorieën huishoudens en de uiteindelijke tarieven voor 2022 bij de Haarlemse belastingvoorstellen 2021 vast te stellen.
5. Overige ontwikkelingen 5.1 Duurzaamheidsbegroting Vanaf 2018 zijn er veel stappen gezet om een Haarlemse Duurzaamheidsbegroting te ontwikkelen. Door al deze stappen te zetten werkt de organisatie aan een situatie waarbij de gemeente de “duurzaamheidsopgave” steeds beter en op verantwoorde wijze kan vertalen naar kwantitatief onderbouwde impactanalyses, klimaatdoelstellingen en om duurzaamheid als afweging mee te nemen in beleids- en keuzeprocessen, inclusief voldoende aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid en investeringen. De versterkte focus op opgavegericht werken en doelmatigheid en doeltreffendheid heeft ook al zichtbare opbrengsten. De duurzaamheidsbegroting is meer dan enkel een document, de duurzaamheidsbegroting is een samenstel van een begrotingsdocument en -instrumenten ten bate effectief en kostenefficiënt klimaatbeleid. Dit bredere kader wordt in de Duurzaamheidsbegroting toegelicht. Al met al is het ontwikkelen van een duurzaamheidsbegroting een heel karwei gebleken, en zal de begroting ook in ontwikkeling blijven. Toch kan de gemeente Haarlem hierbij wel al met trots spreken over de eerste Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
39/45
echte Haarlemse Duurzaamheidsbegroting die impact heeft. De volledige duurzaamheidsbegroting wordt als bijlage bij deze kadernota aangeboden (KN bijlage 3: Duurzaamheidsbegroting).
5.2 Investeringen Net als vorig jaar is bij de actualisatie van het Investeringsplan (KN bijlage 2: Investeringsplan) nadrukkelijk aandacht geweest voor de vraag in hoeverre opgevoerde ramingen qua fasering reëel zijn. Dat is nodig omdat de afgelopen jaren blijkt dat de realisatie achterblijft bij de planningen. De afgelopen jaren zijn veel investeringen voorbereid, die dit jaar tot uitvoering moeten komen, waarmee een hogere realisatiegraad dan afgelopen jaren voor 2022 een reële verwachting is. De kapitaallasten zijn na de actualisatie tot en met 2024 lager dan was begroot bij de Programmabegroting 2021-2024, doordat per eind 2020 minder is geïnvesteerd dan eerder was verwacht. Deze investeringen worden in de periode 2021-2023 alsnog uitgevoerd, waardoor met ingang van 2024 de begrote kapitaallasten weer hoger zijn. Daarnaast geeft de verschuiving van uitgaven tussen het Investeringsplan en de exploitatie een resultaat ten opzichte van de begroting. Omdat in de jaren 2023 en 2024 sprake is van een voordeel uit verschuivingen van uitgaven tussen exploitatie en Investeringsplan, is in de jaren tot en met 2024 sprake van een voordeel ten opzichte van de huidige begrote lasten. Met ingang van 2025 ontstaat een nadeel.
Dit omdat naar verwachting de dan ingehaalde investeringen uit eerdere jaren leiden tot hogere kapitaallasten en geen voordeel meer wordt verwacht uit verschuivingen van uitgaven van de exploitatie naar het Investeringsplan. Vanwege de onzekerheid in het financieel beeld is besloten geen nieuwe investeringen toe te voegen. De voordelen uit de actualisatie van het bestaande Investeringsplan voor de jaarschijven 2022, 2023 en 2024 wordt als begrote last op een stelpost begroot. Hierdoor ontstaat voor deze jaren vooralsnog geen voordeel ten opzichte van de bestaande begroting. Bij de Programmabegroting 2022-2026 zal aan de hand van de besluitvorming blijken welk deel van deze stelpost kan vrijvallen. Het college stelt de raad voor om de ‘onontkoombare’ claims voor de Schalkwijkerbrug en de verbouwing van Schoterstraat 4 voor de Internationale Schakelklas (ISK), en de per saldo neutrale claim voor HOV noord, te honoreren bij de Kadernota 2022. Binnen de portefeuille openbare ruimte worden investeringen naar achteren geschoven om de hogere kosten voor de Schalkwijkerbrug (bijna € 1 miljoen) binnen het bestaand kader van de netto schuldquote (NSQ) op te vangen. De kosten voor HOV noord worden 100% gesubsidieerd en leggen dus per saldo geen extra beslag op de schuldpositie of het begrotingskader.
Over de investering in de Schoterstraat voor de ISK heeft het college reeds een besluit genomen. Vanwege de voor gemeenten geldende regels voor investeringen (Besluit Begroting en Verantwoording) moet een deel van de voorgenomen investeringen direct ten laste van de exploitatie worden verantwoord. In de Programmabegroting 2021-2024 is aangekondigd dat er voor Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
40/45
de cultuurpodia bij de Kadernota 2022 een voorstel hiervoor volgt, dat voorstel is verwerkt. Anderzijds moet een deel van in de exploitatie geraamde uitgaven naar het Investeringsplan worden overgeheveld. Effect van de verschuivingen is dat er met uitzondering van 2022 voordelen in de exploitatie optreden en dat het investeringsvolume in 2021 toeneemt met ruim € 2,7 miljoen en de jaren erna daalt.
5.3 Gebiedsgericht werken Om de vier jaar wordt voor elke gebied de gebiedsopgave beschreven. Deze opgave komt tot stand op basis van een analyse, de ervaringen van samenwerkingspartners, georganiseerde bewoners, en van de gemeente. De bestuurlijke ambities zijn leidend. Jaarlijks vertaalt het college de opgave naar een gebiedsplan: een compact overzicht per gebied, waarin de belangrijkste speerpunten en bijbehorende acties staan beschreven. Vanaf 2022 worden de gebiedsplannen opgenomen in de P&C-producten; in de begroting wordt deze als bijlage toegevoegd. Bij de Kadernota 2022 wordt door het college het Concept Meerjarengebiedsprogramma 2022 – 2026 vastgesteld. Dit Concept Gebiedsprogramma is een weergave van de projecten die de gemeente voornemens is gebiedsgericht uit te voeren in het aankomende jaar en een meerjarenperspectief voor de vier jaren daarop. Bij behandeling van de Programmabegroting 2022 – 2026 wordt het gebiedsgerichte uitvoeringsprogramma 2022 definitief vastgesteld. Via de online applicatie van het gebiedsprogramma worden de Haarlemmers op de hoogte gehouden van wat er in hun stad, wijk of straat gebeurt en wanneer. De raad wordt binnen de reguliere planning en control cyclus geïnformeerd over de voortgang van lopende programma’s en projecten.
5.4 Deelname MRA Invest Bij de behandeling van de begroting voor 2021 op 4 november van vorig jaar werd de voorgenomen financiële deelname van de gemeente Haarlem in het duurzame transitiefonds Invest-MRA aan de raad voorgelegd. Op dat moment was op voordracht van de provincie Noord Holland het proces in gang gezet om Invest MRA om te vormen naar een Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM), een belangrijk economisch instrument waarover de MRA regio als enige in Nederland nog niet beschikte. Het ministerie van Economische zaken en Klimaat neemt deel in deze ROM en levert een deel van de benodigde financiën. Deze omzetting zou een wijziging van de reikwijdte en het takenpakket van Invest-MRA inhouden. De voorgenomen financiële bijdrage van de gemeente Haarlem zou gelijk blijven. Bij amendement heeft de raad besloten om voorwaardelijk akkoord te gaan met de financiële deelname aan de nieuw op te richten ROM. Hierbij werd ingestemd met het toevoegen voor 2021 van een bedrag van € 0,15 miljoen aan een nieuw te vormen risicoreserve Economische Regiosamenwerking en in 2022 een bedrag van € 0,3 miljoen ten laste van de algemene
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
41/45
middelen zijnde 30% van de nu geschatte inleg. Voorwaarde was dat bij de Kadernota 2022 meer duidelijkheid zou komen over de vorm en inhoud van de op te richten ROM. De definitieve stukken nodig voor behandeling van de deelname aan de ROM in de raad zullen op 14 mei door het MRA bureau worden aangeleverd aan de gemeenten. Op 22 juni zal de behandeling in het college van B&W in Haarlem plaatsvinden waarna de stukken geagendeerd zullen worden voor de commissie Ontwikkeling van 2 september. Behandeling in de raad kan dan plaatsvinden op 23 september. In het financieel kader in deze kadernota is voorlopig en in afwachting van de besluitvorming van de raad in de jaarschijven 2023, 2024 en 2025 rekening gehouden met € 300.000 als dotatie aan de risicoreserve MRA. Als de raad besluit deel te nemen aan de ROM zijn de middelen daarvoor al gereserveerd. Als de raad niet instemt, vallen deze voorlopig gereserveerde middelen als meevaller vrij ten gunste van de algemene middelen in het financieel kader in de Programmabegroting 2022-2026.
6. Bedrijfsvoering De gemeente Haarlem levert dagelijks producten en diensten voor de stad. De bedrijfsvoeringfuncties zorgen ervoor dat het primaire proces van deze taken zo optimaal mogelijk wordt uitgevoerd. De omvang van de bedrijfsvoeringsfunctie beweegt mee met de groei of krimp van de organisatie. Naar verwachting heeft de coronacrisis structurele effecten op de bedrijfsvoering, met name waar het een nieuwe balans in werken op kantoor of thuis en verdergaande digitalisering betreft. De aard en omvang van deze effecten zijn op dit moment nog onzeker. In deze paragraaf worden de ambities van de gemeente Haarlem beschreven voor de volgende thema’s: gemeentelijke organisatie, digitale transformatie, wettelijke ontwikkelingen en duurzaamheid. Gemeentelijke organisatie Onderstaand worden de ontwikkelingen toegelicht van de organisatieontwikkeling, formatieontwikkeling, garantiebanen en diversiteit en inclusie binnen het personeelsbeleid. Organisatieontwikkeling De omgeving waarin de gemeente werkt verandert steeds sneller. Hoe zorgen we ervoor dat we tijdig op deze ontwikkelingen inspelen, zodat we de verbinding met de stad blijven houden? Deze vraag werd in 2015 gesteld en is onverminderd actueel, gezien de fysieke ontwikkeling van de stad, de komst van de Omgevingswet, de opgaven in het sociaal domein en de inzet op dienstverlening.
Op basis van deze vraag is sinds 2015 een organisatieontwikkeling ingezet, die 2018 leidde tot een gewijzigde organisatiestructuur (2017/486858). Naast de ambtelijke fusie met Zandvoort werden per 1 januari 2018 de hoofdafdelingen opgeheven en ontstonden 24 afdelingen. Daarnaast ging de organisatie gebiedsgericht en programmatisch werken in wisselende netwerken. Tot mei 2021 wordt door een extern bureau geëvalueerd in hoeverre de ingezette organisatieontwikkeling heeft bijgedragen aan de in de visie geformuleerde ambities om wendbaar en met slagkracht in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen en mogelijke verbeteringen. Het onderzoek gaat zowel
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
42/45
over structuur en governance als over de organisatiecultuur, ervaringen van medewerkers en leiderschap. In het onderzoek komen onder andere dienstverlening aan Haarlem en Zandvoort en het vermogen om te prioriteren en bestuurlijke afwegingen voor te bereiden aan bod. De raad wordt separaat van deze kadernota geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek en de opvolging die aan de aanbevelingen gegeven wordt. Organisatieontwikkeling heeft in 2021 en 2022 betrekking op tal van terreinen, waaronder de verdere ontwikkeling van het fysiek domein (2021/87667), vitaliteit en talentontwikkeling van medewerkers, strategische personeelsplanning, diversiteit en inclusie en het ontwikkelen van een nieuwe visie op (thuis)werken in het post-coronatijdperk. Formatieontwikkeling In de Kadernota 2019 is structureel € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor capaciteitsuitbreiding vanaf 2021 voor de meest urgente capaciteitsknelpunten. Daarnaast hebben er capaciteitsuitbreidingen plaatsgevonden met andere dekkingsbronnen. Deze uitbreidingen hebben geleid tot de structurele groei van het personeelsbestand. Deze capaciteitsuitbreiding is nodig om de toenemende werkzaamheden van de gemeente te kunnen uitvoeren. De gemeente Haarlem heeft sinds 2018 een duidelijke groeiambitie, vastgelegd in het Coalitieprogramma Duurzaam Doen.
Deze ambitie is aanvullend op de eerdere focus op instandhouding, beheer en onderhoud. Om dit mogelijk te maken is onder andere de formatie binnen het fysiek domein in 2021 uitgebreid met 16,57 fte (2021/87667). Garantiebanen De gemeente Haarlem heeft in 2015 een ambitie uitgesproken in de realisatie van garantiebanen in de gemeentelijke organisatie (2015/348701). De ambitie is het realiseren van garantiebanen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voor 5% van het totale personeelsbestand. In april 2019 zijn de bestuurlijke afspraken hierover bevestigd door middel van de Wet Banen-afspraak. Afgelopen jaar is het aantal medewerkers in de categorie garantiebanen gedaald. Dit is met name veroorzaakt door de verscherpte coronamaatregelen, die tot gevolg hebben dat er minder mensen via Paswerk ingezet kunnen worden. Om de ambitie van de gemeenten Haarlem en Zandvoort de komende jaren te realiseren, zal ten minste 30 fte aan garantiebanen moeten worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. Hiervoor is nadere besluitvorming nodig, zowel op de financiële consequenties als op waar deze banen gecreëerd kunnen worden. Diversiteit en Inclusie In 2019 is het plan van aanpak Diversiteit en Inclusie (2019/916126) vastgesteld door de raad.
Dit plan zal in de komende jaren uitgevoerd worden, zodat aan de wens van de raad om eerder dan 2030 een afspiegeling van de maatschappij te vormen tegemoet kan worden gekomen. De komende jaren zal de focus met name liggen op het divers selecteren en begeleiden van nieuwe medewerkers. Dit wordt vormgegeven door het divers leren werven en selecteren breder te beleggen binnen de organisatie en daarvoor trainingen te verzorgen. Daarnaast wordt aandacht gegeven aan inclusie zodat iedere collega zich thuis kan voelen binnen de organisatie en voor een langere periode een bijdrage wil leveren aan de visie van de gemeente Haarlem.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
43/45
Digitale Transformatie Gemeente Haarlem gaat door met de ingezette koers van het in landelijke context samenwerken met andere gemeenten, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en met andere overheden. Daarnaast wordt ingezet op steeds verdergaande digitalisering van processen. De komende jaren wordt vanuit de exploitatie en IP budgetten geïnvesteerd in de ICT ontwikkelingen. Voorbeelden van deze investeringen zijn het uitbreiden van datacenter capaciteit en vervanging van netwerkapparatuur. Deze investeringen moeten de continuïteit van de organisatie ondersteunen. In lijn met deze ontwikkelingen intensiveert de gemeente werkzaamheden die gericht zijn op het waarborgen van informatieveiligheid, datagedreven- en datagestuurd werken. Wettelijke ontwikkelingen Op grond van de nieuwe Wet Open Overheid moet de gemeente Haarlem documenten actief openbaar maken en daarvoor de informatiehuishouding aanpassen. Tevens worden contactpersonen aangewezen die inwoners kunnen helpen bij het vinden van informatie. Daarnaast volgt medio 2021 een aanpassing van de Wet hergebruik overheidsinformatie die hergebruik van data moet bevorderen. Hiervoor wordt een implementatieplan opgesteld.
Duurzaamheid Voor het verder verduurzamen van de gemeentelijke organisatie wordt, in samenwerking met de bij het inkoopsamenwerkingsverband aangesloten gemeenten, een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden bij de inkoop van groene energie. Nu wordt de ingekochte energie nog verduurzaamd met behulp van Garanties Van Oorsprong (Nederlandse wind). Een volgende stap kan zijn om in de regio (het grondgebied van het samenwerkingsverband) zelf de opwekking van hernieuwbare energie te organiseren via de inkoop, door bijvoorbeeld een Power Purchase contract in de markt te zetten. Bij dit proces wordt aansluiting gezocht bij de Regionale energiestrategie (RES). Dit proces vergt een zorgvuldige marktverkenning en afstemming tussen de verschillende aanbestedende diensten. Voortgang ambtelijke samenwerking Haarlem en Zandvoort Per 1 januari 2018 is de ambtelijke samenwerking gestart. Formele afspraken zijn medio 2017 in overeenkomsten vastgelegd, evenals een Sociaal Plan. In het voorjaar van 2020 heeft een tussenevaluatie door bureau Berenschot plaatsgevonden, wat heeft geleid tot het rapport “Zandvoort en Haarlem samen op weg”. Na het zomerreces zijn de colleges van Zandvoort en Haarlem in overleg gegaan over de in het rapport opgenomen aanbevelingen.
Voor het oplossen van de openstaande financiële punten hebben de colleges in gezamenlijkheid besloten een beroep te doen op de geschillenregeling uit de Gemeenschappelijke regeling. De raad is over de samenstelling van de adviescommissie, het geplande tijdspad en de definitieve adviezen geïnformeerd. Eventuele financiële consequenties als gevolg van aanvullende afspraken over de ambtelijke samenwerking zijn op dit moment niet bekend en derhalve niet in deze kadernota opgenomen. In de Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
44/45
bijlage (KN bijlage 7: Financiële vergoeding ambtelijke samenwerking) treft u een overzicht van de financiële vergoeding van Zandvoort aan Haarlem voor 2022.
Tot slot De raadsbehandeling van de Kadernota 2022 zal gelijktijdig met de Voortgangsrapportage 2021 plaatsvinden op 5 en 8 juli.
Met vriendelijke groet,
Het college van Burgemeester en Wethouders
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: KN 2022 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
45/45