05-13 Schriftelijke inspreekbijdrage Vaktherapie Nederland
Tekst van het document
Amersfoort, 8 mei 2026
Betreft: Aanvullende informatie en reactie op Raadsvoorstel 'Eindrapport en opvolging pilot vaktherapie’ (kenmerk 2026/142341) Geachte leden van de commissie Samenleving en de gemeenteraad van Haarlem, Namens Vaktherapie Nederland danken wij u voor de gelegenheid om te reageren op het raadsvoorstel over de pilot vaktherapie. Hoewel de pilot zeer positieve resultaten laat zien voor de jeugdigen en diens ouders in Haarlem, stelt het college voor de pilot niet te vervolgen. Met deze brief hopen wij bij te dragen aan een besluitvorming die recht doet aan de volledige uitkomsten van de pilot, door u van de juiste informatie te voorzien en enkele cruciale nuances aan te brengen. 1. De feitelijke resultaten: een bewezen behoefte Wanneer we kijken naar de resultaten van de pilot, zien we een helder beeld van een groep jeugdigen die voorheen niet of nauwelijks werd bereikt. De belangrijkste resultaten op een rij: •
Tijdens de pilot zijn 63 jeugdigen succesvol geholpen via de directe route. o
De cijfers die vaktherapeuten zelf hebben aangeleverd worden niet genoemd; via de ‘reguliere’ route liepen slechts 2 PGB’s en 1 lightcontract. Een valide conclusie kan alleen worden getrokken wanneer de resultaten worden afgezet tegen de baseline van de reguliere route. Het verslag verzuimt deze vergelijking te maken.
•
Maar liefst 75% van de deelnemende ouders had niet eerder jeugdhulp ontvangen.
•
Ouders beoordeelden de directere toegang naar vaktherapie overwegend positief. Vooral de laagdrempeligheid en de snelle start van de zorg (zonder lange wachtlijsten) worden gewaardeerd.
•
De effecten van vaktherapie zijn volgens de ouders merkbaar positief, zoals minder boosheid en meer motivatie voor school.
•
67% van de GGZ- regiebehandelaren ziet de directere aanvraagroute voor vaktherapie als zelfstandig product binnen jeugdhulp als voordeel.
•
Vaktherapeuten ervaren dat de hulpvraag van deze jeugdigen aansluit bij wat vaktherapie biedt.
•
Het raadsvoorstel laat de positieve hoofdbevinding van het eindrapport onvermeld: de pilot lijkt een doelgroep te bereiken voor wie vaktherapie voorheen minder toegankelijk was. Wij verzoeken de raad de volledige conclusies in zijn beoordeling te betrekken.
Vaktherapie Nederland Stationsplein 127 3818 LE Amersfoort T: (030) 28 00 432 E: secretariaat@vaktherapie.nl
www.vaktherapie.nl
In het raadsvoorstel wordt gesteld we niet kunnen concluderen dat niet is gebleken van aanwijzingen dat een andere route tot minder bereikbaarheid zou leiden. Dit is echter een onjuiste weergave van het rapport: de werkelijke conclusie van het evaluatierapport luidt dat hierover géén uitspraak mogelijk is - een wezenlijk ander oordeel dan de stelling dat er geen aanwijzingen zijn. De feiten spreken dit bovendien tegen: de pilot zorgde voor een vertwintigvoudiging van het bereik. Wij wijzen er nadrukkelijk op dat de pilot is opgezet vanuit het belang van het kind, de ouders en de hulpverleners - niet primair om te onderzoeken of hulpverlening goedkoper kan. Het is dan ook onjuist om de pilot achteraf te beoordelen op een kostendoelstelling die geen deel uitmaakte van de oorspronkelijke opzet. De beoordeling dient te geschieden op basis van de doelstellingen die bij de start van de pilot zijn vastgesteld. 2. Vermenging van contexten Het raadsvoorstel baseert zich deels op kanttekeningen van slechts twee GGZregiebehandelaren. Uit het verslag blijkt dat zij zorgen uiten over de kwaliteitsborging en de competenties van vaktherapeuten bij het behandelen van complexe problematiek.
Niet alleen zijn deze zorgen ongegrond (zie paragraaf 3), wij verbazen ons ook over deze invalshoek; de pilot was nu juist specifiek bedoeld om de meerwaarde van vaktherapie als zelfstandige, enkelvoudige hulp te onderzoeken voor hulpvragen die qua complexiteit (nog) niet thuishoren in de zwaardere GGZcontext. Wij beamen dat vaktherapie bij zwaar complexe casuïstiek heel goed onderdeel kan zijn van een multidisciplinair GGZ-team. Echter, door met deze specialistische GGZ-bril te kijken ontstaat een onzuivere conclusie. 3. Kwaliteit, competenties en wettelijke borging Het raadsvoorstel wekt onterecht de indruk dat vaktherapie als zelfstandige hulp lastig te borgen is binnen de Jeugdwet. De Jeugdwet faciliteert dit maatwerk echter expliciet via de 'tenzij-bepaling'. Kwaliteit en professionaliteit van vaktherapeuten - inclusief verplichte nascholing, intervisie en supervisie - zijn stevig verankerd via het Kwaliteitsregister Vaktherapie, geheel vergelijkbaar met de SKJ-eisen. Dit wordt beaamd door onder anderen de Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd (SBJ)1 de VNG2 en het SKJ3. Vaktherapeuten zijn bovendien volledig vakbekwaam en bevoegd om zelfstandig te behandelen, ook bij casuïstiek waarbij een zwaar multidisciplinair traject overbodig is. Het inzetten van een vaktherapeut voorkomt in die gevallen juist dat een kind onnodig op een lange GGZ-wachtlijst belandt.
In het rapport wordt 'versnippering van zorgaanbieders' en een 'ontbreken van regie' als nadeel opgevoerd. Dit vraagt om nuancering. Een regiebehandelaar is alleen relevant wanneer meerdere
1 SBJ Factsheet vrijgevestigde aanbieders in de jeugdhulp; SBJ Handreiking – De juiste professional op de juiste plek in
het lokale team; SBJ Wegwijzer – Standaarden in de zorg voor jeugd 2
VNG veelgestelde vragen vaktherapie en jeugdhulp; Basiskennis over de norm van verantwoorde werktoedeling en
beroepsregistratie jeugdhulp - Wat u als gemeente moet weten over de regels 3 Informatiebank skjeugd.nl: moet een vaktherapeut skj geregistreerd zijn; SKJ: de meest gestelde vragen over SKJ-
beroepsregistratie door gemeenten
behandelaars gelijktijdig betrokken zijn, bij enkelvoudige inzet van vaktherapie is dat simpelweg niet aan de orde. Een starre eis voor regiebehandeling dwingt zorg die simpel, kortdurend en doeltreffend kan blijven onnodig een complexe structuur in. Dit leidt tot zwaardere trajecten, hogere kosten, onnodige bureaucratie en verlies van maatwerk. Wij merken op dat het raadsvoorstel kwaliteitslabels en andere overwegingen aanhaalt die geen deel uitmaakten van de opzet, beoordelingscriteria en doelstellingen van de pilot. Deze worden ten onrechte ingebracht als argument tegen voortzetting. 4. De PGB-drempel In het voorstel wordt de verwijzing naar het persoonsgebonden budget (pgb) gepresenteerd als borging voor passende toegang tot vaktherapie. Dit miskent een wezenlijk punt: ouders kiezen niet voor een pgb omdat ze dat willen, maar omdat ze geen andere keuze hebben. Wanneer vaktherapie niet is ingekocht als regulier aanbod, is het pgb de enige uitweg, ook wanneer een verwijzer vaktherapie heeft geïndiceerd als passende hulp. Een pgb is echter bedoeld als keuzeinstrument, niet als verplichte omweg voor geïndiceerde zorg. Als een wettelijk bevoegde verwijzer vaktherapie indiceert als noodzakelijk, heeft de gemeente een zorgplicht en is het college verplicht hiervoor een voorziening te treffen.
Dat het pgb in de praktijk geen reële toegang biedt, blijkt uit de cijfers van uw eigen gemeente: via de reguliere route waren slechts 2 pgb's toegekend, terwijl via de laagdrempelige directe route van de pilot 63 jeugdigen succesvol zijn geholpen. Een pgb-aanvraag is administratief zwaar en vereist een hoge mate van vaardigheid van ouders. Kinderen van ouders die de vaardigheid voor een pgbaanvraag niet bezitten, hebben in de reguliere route dus geen toegang tot deze vorm van zorg, tenzij ze direct het zwaardere, duurdere GGZ-circuit in worden geloodst. Dit druist in tegen het principe van kansengelijkheid en het normaliseren van jeugdhulp. Wij constateren dat het college op geen enkele wijze heeft aangetoond dat voortzetting van de directe route meer kosten met zich meebrengt dan het reguliere circuit. Het reguliere traject via pgb of als subbehandelaar in de GGZ brengt eigen kosten met zich mee: meer bureaucratie, langere doorlooptijden en een doorgaans zwaarder en duurder zorgpad. Zolang niet is aangetoond dat de directe route duurder uitvalt, kan financiële terughoudendheid geen valide argument zijn om terug te keren naar een route die aantoonbaar minder effectief is en een hogere drempel heeft voor ouders. 5. Positionering in de keten: behandeling versus voorliggend veld Het raadsvoorstel spreekt over het positioneren van vaktherapie in de 'sociale basis' (het voorveld).
Hierbij wordt een cruciaal onderscheid over het hoofd gezien. Vaktherapeutische expertise kan absoluut waardevol zijn in het voorveld en daar zijn wij groot voorstander van. Vaktherapie zélf is echter een volwaardige behandelvorm met een therapeutisch karakter. Zodra een kind daadwerkelijk behandeling nodig heeft- bijvoorbeeld bij problematiek rond emotieregulatie of trauma - moet worden doorverwezen naar therapie. Dit hoort qua complexiteit en benodigde professionele kwaliteitsborging niet thuis in de ondersteuning van de sociale basis. Door dit therapeutisch karakter te miskennen, degradeert men vaktherapie en de behandelcontext die juist voor het succes van de pilot hebben gezorgd.
6. Toekomstperspectief Tot slot wordt er in het stuk gerefereerd aan de landelijke discussie rondom de 'Reikwijdte Jeugdhulp'. Wij delen het uitgangspunt van het college dat we toe moeten naar passende jeugdhulp en een beheersbaar, effectief stelsel. Echter, om hierop vooruit te lopen door vaktherapie lokaal te beperken, is voorbarig en onjuist. Vaktherapie Nederland is als onderdeel van de Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd (SBJ) nauw betrokken bij de uitwerking van de wet Reikwijdte. Deze wetgeving is nog volop in de maak en de uiteindelijke kaders staan nog niet vast. Het is onzorgvuldig om een negatief voorschot te nemen op wetgeving die nog niet geldt. Wij wijzen in dit verband ook op de Handreiking 'De juiste professional op de juiste plek' van de SBJ, waarin vaktherapeuten expliciet worden erkend als jeugdprofessionals (p. 89). Dit onderstreept vaktherapie als een erkend onderdeel van het jeugzorgstelsel. Juist de effectieve en gerichte inzet van vaktherapie voorkomt escalatie naar dure specialistische jeugdhulp. Vaktherapie is een onmisbaar onderdeel van de oplossing voor de financiële en inhoudelijke doelstellingen die u als gemeente nastreeft. Tot slot Wij verzoeken u dringend deze argumenten en feiten mee te wegen in uw besluitvorming rondom het al dan niet structureel inbedden van de directe toegang tot vaktherapie.
De pilot heeft bewezen effectief te zijn en wordt breed aanbevolen om voort te zetten. Een terugkeer naar het reguliere traject levert minder effectiviteit, hogere drempels en meer bureaucratie op, terwijl ook niet is aangetoond dat dit financieel voordeliger is. Wij lichten onze standpunten uiteraard waar nodig graag verder toe.
Met vriendelijke groet,
Ellis te Riele | Beleidsadviseur Jeugd e.teriele@vaktherapie.nl Eveline Schipper | Beleidsadviseur Jeugd e.schipper@vaktherapie.nl Vaktherapie Nederland